1

Francis Royen - 27 jaar in 1982 - is een verdachte geweest in het onderzoek naar de overval in Waver. Hij werd door een aantal getuigen aangeduid in een fotoboek van de politie. In 1980 ontsnapte hij samen met Michel Anthemus uit de gevangenis van Lantin.

Op het moment van de overval in Waver waren beide gangsters nog voortvluchtig. Ze werden later in Frankrijk gearresteerd. Op 20 oktober 1983 werden Royen Anthemus uitgeleverd aan België.

In 1992 en 2005 werd hij veroordeeld voor overvallen:

Cinq hold-up à l'actif de Royen et de ses complices. Neuf ans de plus pour "le Gitan"

Le tribunal correctionnel d'Eupen a rendu son jugement lundi dans une affaire mettant en cause six individus habitant la région liégeoise et accusés d'avoir organisé cinq attaques à main armée l'an dernier: Francis Royen, 37 ans, dit 'le Gitan', roi liégeois de la cavale, condamné à 15 ans de prison pour plusieurs hold-up commis en 1985 et libéré conditionnellement; Jean-Marie Hendrick, 43 ans, de Liège; son frère Christian, 36 ans, d'Oupeye; Louis de Bruyn, 24 ans, de Liège; Éric Jacquemain, 24 ans, de Seraing et Yves Étienne, 31 ans.

Du 9 mars au 10 août 1991, ils se sont rendus coupables de cinq attaques à main armée perpétrées au Central Cash de Chênée, à deux reprises au Central Cash de La Calamine, vis-à-vis d'un gérant de banque à Villers-le-Bouillet et enfin au bureau de poste de Marneffe, où ils n'ont emporté que des ordres de virement. À Chênée, les malfrats ont emporté quelques centaines de milliers de francs. À La Calamine, c'est un butin de 1,3 million de francs qu'ils ont dérobé.

Rapidement, les enquêteurs ont fait le lien entre les hold-up de Chênée et de La Calamine. Jacquemain n'a pas été long à se "mettre à table", malgré les dénégations de ces codétenus, pourtant reconnus par des témoins. Dans ses attendus, le juge eupenois, M. Dewart, a estimé que les aveux de Jacquemain étaient plausibles. Les 1.500 pages du dossier ont confirmé ses affirmations.

Le juge a considéré que Jean-Marie Hendrick avait joué un rôle central dans ces différentes attaques, bien que sa présence au hold-up de Chênée ne soit pas établie. Relevant que le prévenu s'est installé dans le grand banditisme, le juge l'a condamné à douze ans de prison. Son frère, Christian, écope de neuf ans. Françis Royen, le roi de la cavale, est condamné à neuf années de prison également. Louis de Bruyn écope de cinq ans et Yves Étienne de deux ans avec un sursis pour les deux tiers. Quant à Éric Jacquemain, le juge a considéré qu'il était tombé dans le milieu de la délinquance par hasard et qu'il était prisonnier du grand banditisme. Il a été condamné à trois ans avec un sursis pour les deux tiers.

Bron: Le Soir | 31 maart 1992

L'un d'eux avait déjà été condamné à 15 ans aux assises et 8 ans pour un home-jacking

Ce lundi, la cour d'appel de Liège a prononcé un arrêt dans le cadre d'un dossier de braquages. Ainsi, Michaël, 29 ans, Cihan, 20 ans, Laurent, 24 ans et Francis Royen, 51 ans ont dû répondre de 16 préventions de braquages de banque.

Francis Royen est particulièrement bien connu de la justice liégeoise. En effet, l'homme a déjà été condamné à quinze ans de prison par la cour d'assise de Liège pour des braquages avec prises d'otages et à huit ans de prison par la cour d'appel de Liège en 2004 pour un home-jacking. Lors de ces faits, le malfrat n'avait pas hésité à prendre des enfants en otage.

Francis Royen est donc une nouvelle fois, impliqué dans des braquages, des vols de voitures, de plaques et des ports d'armes.

Une de ces attaques s'est déroulée à Bassenge en juin 2004. Là, les prévenus n'ont pas hésité à séquestrer les employés de la banque. Les voleurs ont emporté plus de 30.000€. Un mois plus tard, ils ont réalisé un autre braquage à Barvaux pour un butin de 114.080€.

Pour cette affaire, le tribunal de Marche en Famenne a condamné Michaël à 5 ans de prison, Cihan et Laurent à 6 ans et Francis à 10 ans de prison. Suite à un appel, c'est la cour de Liège qui a réexaminé l'affaire.

Cette fois, la cour a estimé que Michaël, Cihan et Laurent pouvaient bénéficier d'un sursis. Le juge a donc condamné ces trois prévenus à 5 ans de prison avec sursis pour ce qui excède la préventive. Pour ce qui est de Francis Royen, la cour lui a infligé un total de 10 ans, pour les braquages et pour le home-jacking avec otages.

Bron: La Dernière Heure | 2005

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Francis Royen:

https://nsm09.casimages.com/img/2018/12/20//18122004335414738716043780.jpg

VAKANTIEKAMER - 9 augustus 1989

1° HERHALING - VEROORDELING TOT EEN CRIMINELE STRAF - STAAT VAN WETTELIJKE HERRALING WEGENS EEN VROEGERE VEROORDELING TOT EEN CORRECTIONELE STRAF - WETTIGHEID.

2° CASSATIE - VORDERING TOT VERNIETIGING EN CASSATIEBEROEP IN RET BELANG VAN DE WET - ART. 441 SV. - VEROORDELING VAN EEN BESCHULDIGDE IN STAAT VAN HERHALING - CRIMINELE STRAF NA EEN CORRECTIONELE STRAF - GEDEELTELIJKE VERNIETIGING, ZONDER VERWIJZING.

1° en 2° Op het cassatieberoep dat, met toepassing van art. 441 Sv., door de procureur-generaal is ingesteld, vernietigt het Hoi, zonder verwijzing, het veroordelend vonnis enkel in zoverre het de veroordeelde in staat van herhaling verklaart, nu de wet niet spreekt van herhaling in geval van veroordeling tot een criminele straf na een veroordeling tot een correctionele straf (1). (Art. 55 Sw.)

(PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE IN ZAKE ANTHEMUS, ROYEN)
ARREST ( vertaling)
(A.R. nr. 7701)

HET HOF; - Gelet op de vordering van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, luidend als volgt:

« Aan de tweede kamer van het Hof van Cassatie. De ondergetekende procureur-generaal heeft de eer hierbij uiteen te zetten dat de minister van Justitie hem, bij schrijven van 21 juni 1989, Bestuur voor Burgerlijke en Criminele Zaken nr. 7/SDP/CAN/611-CM bevel heeft gegeven, overeenkomstig artikel 441 van het Wetboek van Strafvordering, bij het Hof aangifte te doen van het op 19 februari 1985 door het Hof van Assisen van de provincie Luik gewezen en in kracht van gewijsde gegane arrest, in zoverre die beslissing waarbij Anthemus Michel, Henri, Joseph, geboren op 8 september 1943 te Balatre, wonende te Jette, Tentoonstellingslaan 460, en Royen Francis, Leonard, Joseph, geboren op 15 juli 1954 te Antheit, zonder gekende woon- of verblijfplaats in België of in het buitenland, wegens verschillende misdaden en wanbedrijven veroordeeld worden, eerstgenoemde tot een enkele straf van twintig jaar dwangarbeid, de tweede tot een enkele straf van vijftien jaar dwangarbeid, vermeldt dat die beschuldigden in staat van wettelijke herhaling verkeren, nu zij de misdrijven hebben gepleegd voordat vijf jaren zijn verlopen sinds de straffen werden ondergaan of sinds de straffen zijn verjaard, namelijk wat eerstgenoemde betreft, een gevangenisstraf van acht jaar wegens diefstal met geweldpleging en een gevangenisstraf van een jaar wegens wapenbezit, welke straffen door de Correctionele Rechtbank te Brussel zijn uitgesproken bij het in kracht van gewijsde gegane vonnis van 14 april 1977 en, wat de tweede betreft, een gevangenisstraf van achttien maanden wegens het met voorbedachte rade toebrengen van slagen die ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg hadden, welke straf door het Hof van Beroep te Luik is uitgesproken bij het in kracht van gewijsde gegane arrest van 15 oktober 1978.

Die vermelding is in strijd met de wet, aangezien deze niet bepaalt dat er herhaling is in geval van veroordeling tot een criminele straf na een veroordeling tot een correctionele straf.

Het middel ten betoge dat de rechter onterecht de staat van herhaling heeft aangenomen, heeft, zo het al gegrond is, alleen dan de vernietiging van de veroordelende beslissing tot gevolg wanneer de straf zwaarder is dan die welke gesteld is op een eerste misdrijf of wanneer uit de beslissing blijkt dat de rechter bij de bepaling van de strafmaat de staat van herhaling in aanmerking heeft genomen.

Gelet te dezen op het feit dat de uitgesproken straffen niet zwaarder zijn dan die welke op een eerste misdrijf gesteld zijn, en het arrest geen vaststelling bevat waaruit blijkt dat bij de bepaling van de strafmaat de staat van herhaling in aanmerking is genomen, blijft de veroordelende beslissing naar recht verantwoord, ook al is de vermelding in verband met de staat van wettelijke herhaling in strijd met de wet. Daaruit volgt dat geen aangifte moet worden gedaan van het beschikkende gedeelte van het arrest. Aangezien echter die onwettige vermelding voor de veroordeelden nadelig is voor het toepassen van artikel 1 van de wet van 31 mei 1888 tot invoering van de voorwaardelijke invrijheidstelling, moet de overweging die deze vermelding bevat, worden vernietigd.

Om die redenen, vordert de ondergetekende procureur-generaal dat het aan het Hof moge behagen de rechtsgrond van het aangegeven arrest, waarin wordt vermeld dat de beschuldigden Anthemus en Royen in staat van wettelijke herhaling verkeren, te vernietigen, te bevelen dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de beslissing die de vernietigde overweging bevat en te zeggen dat er geen grond is tot verwijzing.

Brussel, 27 juni 1989.

Voor de procureur-generaal, de eerste advocaat-generaal,
(get.) J. Velu »;

Gelet op artikel 441 van het Wetboek van Strafvordering, met aanneming van de gronden van die vordering, vernietigt de overweging van het op 19 februari 1985 door het Hof van Assisen van de provincie Luik gewezen arrest waarin wordt vermeld dat de voornoemde Michel Anthemus en Francis Royen in staat van wettelijke herhaling verkeren;

beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de beslissing die de vernietigde overweging bevat;

zegt dat er geen grond is tot verwijzing.
__________________________________________________________________________________________________________

9 augustus 1989 – Vakantiekamer Voorzitter: de h. Chatel, eerste voorzitter - Verslaggever: de h. Sace – Gelijkluidende conclusie van de h. du Jardin, advocaat-generaal

(1) Cass., 19 old. 1976 (A.C., 1977, 206); 17 sept. 1985, A.R. nr. 9617 (ibid., 1985-86, nr. 33).

Bron: Arresten van het Hof van Cassatie - Gerechtelijk jaar 1988-1989 – Deel IV