Danny Casolaro’s ‘Octopus’ (door hem omschreven als een wereldwijd complot van rogue intelligence-operators, wapenhandelaren, bankiers en criminelen) is dezelfde entiteit die Whitney Webb in haar boek One Nation Under Blackmail (2022) en gerelateerde interviews/podcasts expliciet gelijkstelt aan ‘The Enterprise’. Casolaro zag het als de verborgen kracht achter de Inslaw/PROMIS-schandaal, de BCCI-instorting, Iran-Contra, October Surprise en gerelateerde moorden.
Webb bouwt hierop voort door de Octopus/Enterprise te omschrijven als een langdurige ‘alliantie tussen inlichtingendiensten (vooral CIA en Mossad) en georganiseerde misdaad’ die ontstond uit allianties uit de Tweede Wereldoorlog (OSS + maffia) en uitgroeide tot een zelfvoorzienend systeem van surveillance, chantage, wapen- en drugshandel, witwassen en politieke controle. Dit netwerk eindigde niet met Casolaro’s dood in 1991 – het muteerde en functioneert nog steeds, met de operatie van Jeffrey Epstein als een moderne uitingsvorm.
Surveillance-ruggengraat via gestolen/aangepaste software (PROMIS):
Casolaro’s uitgangspunt was de vermeende diefstal door het Amerikaanse Justitieministerie van Inslaw’s PROMIS-case-managementsoftware. Michael Riconosciuto (Casolaro’s belangrijkste bron, een zelfverklaarde ‘rogue scientist’) beweerde dat hij het aanpaste op het Wackenhut/Cabazon Indian Reservation-complex in Californië met achterdeurtjes voor wereldwijde tracking van financiële transacties, personen en inlichtingen.
De aangepaste software werd wereldwijd verkocht (o.a. aan Irak, Israël/Mossad en andere bondgenoten/tegenstanders) onder dekmantel van private firma’s. Webb noemt dit de ‘ogen en oren’ van de Enterprise, een geprivatiseerd surveillancemiddel dat het netwerk in staat stelde drug- en wapen geldstromen, politieke tegenstanders en zelfs eigen activa te monitoren. Wackenhut (een private beveiligings- en inlichtingenaannemer met diepe CIA-banden) bood de veilige, soevereine faciliteit voor dit werk, naast wapen-R&D.
Witwassen en zwarte banken (BCCI en soortgelijke instellingen):
BCCI fungeerde als de ‘vuile bank’ van de Octopus – het waste opbrengsten uit drugs, wapens en covert operaties wit en financierde Iran-Contra en andere Enterprise-activiteiten. Webb traceert het model terug naar eerdere CIA-gelinkte banken (o.a. Castle Bank, Nugan Hand, IOS) onder figuren als Paul Helliwell en verbonden met georganiseerde misdaad (Meyer Lansky-netwerken).
Edmond Safra’s Republic National Bank (zie ook Przedborski en Belgische dossier Atlas) overlapte met de schandalen van die periode (witwas-onderzoeken), al focust Webb meer op BCCI als archetype; het systeem gebruikte offshore toevluchtsoorden, frontbedrijven en ‘petrodollar’-recycling om ‘heet geld’ onzichtbaar te verplaatsen. Casolaro koppelde BCCI expliciet aan de tentakels van de Octopus.
Wapenhandel en regionale destabilisatie (Gerard Bull, Midden-Oosten-operaties):
Het netwerk verdiende aan illegale wapenstromen. Gerard Bull (Canadees wapeningenieur achter Irak’s ‘supergun’ Project Babylon, vermoord in Brussel, mogelijk door Mossad) werkte samen met Riconosciuto aan geavanceerde wapens (o.a. fuel-air-explosieven) en werd in 1990 vermoord. Wapen deals koppelden direct aan Libanon (Iran-Contra: wapens aan Iran in ruil voor vrijlating van Amerikaanse gijzelaars in Beiroet) en hadden gevolgen voor Syrië tijdens de Iran-Irak-oorlog.
Webb verbindt dit met de bredere Enterprise ‘private CIA’ (ex-functionarissen als Edwin Wilson, Theodore Shackley) die off-books wapens leverde aan Libië, Iran, Irak en Afrika, vaak met Mossad-facilitatie. Wackenhut/Cabazon was ook een hub voor experimentele wapens gelinkt aan deze deals. Wat betekent dit mogelijk voor België: Wackenhut=Calmette/WNP en wat met de experimentele wapens (Dekaise, Mendez, ...)? Ik heb ook de naam ASCO ergens zien staan in de notities van Casolaro.
Chantage als controlemechanisme:
Webb’s centrale these (direct voortbouwend op Casolaro’s web) is dat de Octopus/Enterprise kompromat (seksuele chantage, financieel vuil en surveillance-data van PROMIS) inzette om politici, rechters en zakenmensen te controleren.
Dit gaat terug op ‘Operation Underworld’ uit WOII (OSS + maffia) en evolueerde via figuren als Roy Cohn en Lewis Rosenstiel naar moderne operaties (Epstein/Maxwell als latere iteratie). Mossad- en CIA-elementen deelden deze toolkit; Robert Maxwell (vader van Ghislaine, Mossad-gelinkt) wordt door Webb genoemd in gerelateerde netwerken. Chantage zorgde voor loyaliteit, zweeg dreigingen en manipuleerde verkiezingen (o.a. October Surprise-beschuldigingen die Casolaro onderzocht). Wat met het Belgische Roze Balletten-dossier in dit verband?
Zelfvoorzienend ecosysteem en eliminatie van dreigingen:
Winsten uit drugs en wapens financierden meer operaties; inlichtingendiensten boden dekking (‘nationale veiligheid’ als excuus om onderzoeken te stoppen); private fronten (Wackenhut, Cabazon) gaven ontkenbaarheid. Casolaro documenteerde ‘tentakels’ tot in de NSC, DOJ, FBI en buitenlandse diensten. Dissenters of onderzoekers (Casolaro zelf, Bull, Cabazon-figuren als Fred Alvarez) waren verdachte sterfgevallen. Webb benadrukt de continuïteit: hetzelfde Enterprise-model overleefde de Koude Oorlog en muteerde naar tech/finance/chantage-imperia. Israël/Mossad speelde een sleutelrol in sommige wapen/intel-delen, terwijl de CIA het Amerikaanse ruggensteun leverde.
Kortom: de Octopus/Enterprise lijkt een flexibel, winstgedreven symbiose te zijn: inlichtingendiensten bieden bescherming en doelen, misdaad spierkracht en witwassen, tech/banken tools en fondsen, en chantage controle. Het globale ecosysteem waar vele dossiers op deze site perfect in kunnen passen.