1

Georges de Lovinfosse (&) werd geboren in 1896 te Brussel in een familie van militairen en industriëlen. Zijn vader was circa 1918 werkzaam in de Lloyd’s Bank (betaler van het Britse leger). Georges de Lovinfosse doorliep een militaire opleiding en behaalde in de loop der jaren de titels van Kolonel in het Belgisch leger, Majoor in het Britse leger en Commandant in het Franse leger. In de Eerste Wereldoorlog was hij oorlogsvrijwilliger en vertoefde 4 jaar aan het front. Ook in de Tweede Wereldoorlog bood hij zijn diensten aan. Eerst in 1939 als vrijwilliger bij de 4de Directie van de “Génie et Fortifications”, in 1940 als Belgisch verbindingsofficier bij het Britse leger in Brabant vanwaar hij via Frankrijk naar Londen ging en onder Brits bevel terecht kwam. In 1941 werd hij er instructeur guerrilla training en in 1942 stelde hij zich kandidaat als agent parachutist. In de tweede helft van 1942 kreeg hij een opleiding als SOE-agent en voerde een missie in het Franse Bertry uit, alwaar hij een ontsnappingsroute moest organiseren voor SOE- agenten in Frankrijk.

Bij zijn terugkeer in Londen in 1944 was hij verbindingsofficier tussen SOE en de Belgische Staatsveiligheid onder leiding van Lepage. Bij de bevrijding in september 1944 was de Lovinfosse lid van de SOE-zending van de Special Forces in Brussel. Het doel was controle te houden over de bevrijdingsopstand en over de communisten, zodra de Duitsers zich zouden terugtrekken. Het centrale probleem was de ontwapening van de weerstand en een communistische machtsovername verijdelen. Samen met André Wendelen, die verbindingsofficier was met de weerstandsgroepen zoals het Geheim leger van generaal Pire en met Jean del Marmol, richtte hij in de Brusselse Kunstlaan een coördinatiekantoor op tussen SOE en de weerstandsgroepen. Georges de Lovinfosse was belast met de controle over het militaire verzet (Armée Secrète en het Bevrijdingsleger van Pierre Clerdent), terwijl Wendelen hetzelfde deed voor de burgerlijke weerstandsgroepen (Onafhankelijkheidsfront, Groep G (2)).

Hoogtepunt werd de betoging van de weerstand in de Wetstraat op 25 november 1944. Jean del Marmol wilde dat het leger meteen de macht nam na het terugtrekken van de Duitsers en voor de terugkeer van de regering Pierlot uit Londen op 8 september 1944. Hij werd reeds langer door de Belgische regering in Londen gewantrouwd wegens vermeende plannen tot een staatsgreep.

Georges de Lovinfosse richtte in de Belliardstraat ook een kantoor op voor een SOE/OSS-zending onder leiding van Raymond Brittenham. In het Kasteel van Eyzer in Overijse van Graaf Marnix de Ste-Aldegonde richtte hij een school op voor Belgische geheimagenten. Op het einde van de oorlog in 1945 voerde hij nog een gevaarlijke zending uit in de Sovjet-zone, waarvoor hij nog datzelfde jaar werd aangesteld als Belgisch luitenant-kolonel.

Na de oorlog vinden we hem terug als lid van de naoorlogse verzetsbeweging Résistants Fidèles au Roi tezamen met André Moyen, Alice Cheramy, Yvon Michiels (chef van de 2de Directie na 1945) en Fernand Cannoot (Athos). Hij was eveneens lid van de Fraternelle des Agents Parachutistes à Bruxelles, opgericht in december 1946 met onder meer William Ugeux (Zero en in 1943 directeur-generaal van de Staatsveiligheid).

Na de oorlog werd de levenswandel van Georges de Lovinfosse explicieter politiek en ideologisch gekleurd. In 1961 werd hij lid van de extreem rechtse Parti Indépendant onder leiding van Sneyers d’Attenhoven, met onder meer dus Florimond Damman. In 1964 werd Lovinfosse lid van het directiecomité van de Rassemblement Démocratique Bruxellois (RDB), met Louis Gueuning, Ed Mendiaux, Paul Rohr, William Van Remoortel, Jean-Paul Grimar en Raoul Vuylsteke. De RDB diende een kieslijst in onder leiding van generaal Emile Janssens die steun kreeg van L’Organisation du Salut Public (OSP) en de Parti Nationale van Gerard Hupin.

In 1971 werd de Lovinfosse president van het Comité Europe-Grèce. In 1972 werd hij lid van AESP. In datzelfde jaar nam hij ook deel aan het grote Charlemagne-diner van Damman. Vanaf 1976 was hij ook lid van MAUE. In 1977 droeg Jacques de Launay veelzeggend zijn boek “La Belgique à l’heure allemande” op aan:

“Mes amis belges de la guerre et de la résistance, Georges de Lovinfosse, Leon Rochtus, Serge de Thibault de Boesinghe qui, comme moi, voulurent dès 1945, tendre une main loyale à leurs adversaires de la veille...”.

Maar Georges de Lovinfosse had ook bindingen met de industriële/financiële sector. In 1973 was hij beheerder van de nv. International Natural Products, waarvan Bernard de Marcken de Merken (3) algemeen beheerder was. Vanaf 1976 was hij beheerder van de nv. Société industrièlle d’expansion commerciale (SINEXCO), algemeen beheerder was Bernard de Marcken de Merken. In 1977 werd hij voorzitter van de Compagnie Européenne d’investissement. Algemeen beheerder was Gilbert Musin die hierbij Jean en Bernard de Marcken de Merken opvolgde. In datzelfde jaar werd de Lovinfosse trouwens voorzitter van de nv. Crédit Financier Belge.

Hij stierf in 1986 en was gehuwd sinds 1949 met Madeleine Fauconnier en vader van Anne de Lovinfosse. Zijn clandestiene naam tijdens het verzet was “Claire” (de roepnaam van zijn vrouw).

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

(1) Het is belangrijk om er hier op te wijzen dat Georges de Lovinfosse voor en tijdens de oorlog door het leven ging onder de naam Georges Lovinfosse. Na de oorlog voegde hij zelf de naar adellijke titel verwijzende “de” toe aan zijn naam.
(2) Niet te verwarren met de extreem-rechtse organisatie Groep G.
(3) Hij was o.a. lid van CEPIC.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube