Politiemensen zetten deksel van beerput open

"Smeergeld" is een van de vele sappige bijdragen die de Vlamingen hebben geleverd aan de Nederlandse taal. Een woord dat beeldend weergeeft wat er wordt bedoeld: geld dat als een soort smeerolie wordt gebruikt teneinde een bepaalde transactie soepel te laten verlopen

In Nederland haaide het "smeergeld" alle voorpagina's tijdens de beruchte Lockheed-affaire. De vliegtuigfabriek betaalde commissies aan mensen van wie men vermoedde dat zij door het aanwenden van hun invloed een bijdrage zouden kunnen leveren aan de besluitvorming tot aankoop van Lockheed-vliegtuigen. Op, pijnlijke wijze kwam de naam van prins Bernhard hierbij in het geding.

Ook in België zijn Lockheed-smeergelden terecht gekomen. Maar niemand weet - niemand durft officieel hardop te zeggen - wie in België heeft geprofiteerd van de Lockheed-dollars. Wel worden de stemmen steeds luider, die beweren dat in feite het hele defensie-aankoopbeleid in België aan elkaar hangt van de smeergelden, vriendjespolitiek, handel in invloed, met daaromheen de zwoele atmosfeer van de luxe internationale prostitutie.

De geruchten over onoirbare praktijken in militaire en andere overheidsbestedingen (vooral in de bouw) gaan al vele jaren. Maar nooit heeft men echt iets kunnen bewijzen. Plotseling, sinds maart van dit jaar, lijkt het alsof de beerput wordt geopend. Een van de oorzaken: lagere politiemannen, met name leden van de BOB (Bijzondere Opsporings Brigade) van de Rijkswacht, krijgen er genoeg van dat hun rapporten en verbalen verdwijnen in de bureauladen van hogere functionarissen , zonder dat er iets mee wordt gedaan.

Zo kan het dat kopieën van bankafschriften, van processen-verbaal in verband met het Eurosystem-schandaal, opduiken in de handen van journalisten. Er ontstaat zelfs een soort samenwerking tussen de onafhankelijke pers en de BOB-mannen, die tien jaar geleden voor heel progressief België nog golden als de grote vijand. Maar de BOB-mannen kunnen bij hun speurtochten naar het smeergeld best wat steun gebruiken, al is het maar morele steun.

“Hoe willen wij penetreren in de milieus waar deze corrupte praktijken zich afspelen?”, vroeg een moedeloze lagere BOB-officier. “Ocharme, van de 107 frank per dag, die wij als onkostenvergoeding krijgen, kun je in de bars waar deze mensen komen, nog niet eens een pint kopen...”

In het artikel op deze pagina [zie hieronder] proberen wij uiteen te zetten wat er in België aan de hand Is. Hoe het Eurosystem-schandaal losbarstte. Waar de dwarsverbindingen liggen tussen dit schandaal (een Belgisch consortium dat dankzij enorme bedragen aan smeergeld en het inschakelen van koninklijke pleitbezorgers een miljarden order binnen kreeg voor de bouw van ziekenhuizen in Saoedi-Arabië, en vervolgens onder de last van de smeergelden bezweek) en de door minister van defensie Paul Vanden Boeynants doorgedrukte beslissing over de aankoop van pantserwagens.

Bron: Leeuwarder Courant | 9 augustus 1979

Prostitutie schakel tussen twee affaires - Smeergeldschandaal raakt Belgische politiek

Prostitutie is, ook in België, een onuitroeibaar kwaad. Net zo min als in Nederland, slooft in België de politie zich erg uit om de beoefenaarsters van het oudste beroep ter wereld het leven zuur te maken. Waar men wel tegen probeert op te treden, is de georganiseerde prostitutie. Het call-girl-systeem bestaat in België net zo goed als in Nederland, maar als de BOB, de Bijzondere Opsporings Brigade, een "reseau op het spoor komt, wordt er wel degelijk opgetreden.

Zo verging het ook "Madame Claude", zoals Lydia Montaricourt zich noemde. Vanuit haar flat in de Brusselse gemeente Schaarbeek leidde zij een bemiddelingsbureau voor luxe prostitutie. In februari van dit jaar werd zij aangehouden. Zij vertelde de BOB dat zij de "praktijk" had overgenomen van een collega, die bekend stond onder de naam "Tuna X". De flat, inclusief het in cliëntenkringen bekende telefoonnummer 2419984 (het is intussen afgesloten - red.) had Lydia overgenomen van Tuna.

Deze verklaring van "Madame Claude" leidde, zoals dat in België heet, tot een "afstapping" van het parket bij Tuna X. Mevrouw Israël Fortunato, zoals zij voluit heet, heeft de Nederlandse nationaliteit en is geboren in het Egyptische Alexandrië. Tuna vroeg de opsporingsambtenaren of het goed was dat zij haar beschermer aanwezig liet zijn bij het gesprek. De naam van die beschermer: Roger Boas. Dat werd goed gevonden.

Waarschijnlijk op aanwijzing van Boas trachtte Tuna zichzelf zoveel mogelijk vrij te pleiten van beschuldigingen als zou zij zijn opgetreden als een soort hoerenmadam, in de Schaarbeekse flat. Ja, ze had die flat inderdaad overgedaan aan Lydia Montaricourt, eind 1976, toen ze zich zelf terugtrok uit "het milieu van de luxe prostitutie". Op verzoek van Lydia had ze de telefoon ook achtergelaten, inclusief het bekende nummer.

Maar Tuna was, zo hield ze vol, helemaal geen hoerenmadam. Ze pleegde zelf. zoals dat heet, luxe prostitutie. Sinds ze in 1970 haar baantje als secretaresse bij Alitalia opgaf was ze zelfs full-time prostituee geweest. Maar bemiddelen? Ja, alleen als er heren waren die meer dan één meisje wilden, of die speciale wensen hadden, dan haalde ze wel eens vriendinnen erbij, maar dat was alles.

Arabische prinsen

In dat verband had ze ook opgetreden voor dat bekende grote bedrijf, dat ziekenhuizen bouwt in Saoedi- Arabië, Eurosystem. Dat bedrijf had haar begin 1976 zelfs officieel in dienst genomen als public relationadviseur, omdat zij een mondje Arabisch sprak en dus goed de speciale wensen kon begrijpen - en vervullen - van Saoedi-Arabische prinsen. Die prinsen immers moesten een voor Euro-systeem gunstige beslissing nemen over de opdracht tot de bouw van militaire ziekenhuizen in Saoedi-Arabië.

Met name prins Abd Allah, de leider van de Nationale Wacht (waarvoor de ziekenhuizen bedoeld zijn) moest "platgemaakt" worden. Hij en verschillende van zijn (koninklijke) familieleden, moesten niet alleen financieel worden "gesmeerd", maar ook op andere manieren moest hen het leven worden veraangenaamd. Drie of vier verschillende meisjes per dag moesten er soms ontboden worden, als de Arabische prins er weer eens zin in had. Maar Tuna had carte blanche - voor 700 gulden per dag, plus reiskosten, haalde ze de dames naar Zwitserland, België of Zuid-Frankrijk, waar de prins zijn tenten maar had opgeslagen.

Het ging tenslotte om een order van maar liefst 28,6 miljard frank (2 miljard gulden), met de mogelijkheid dat het consortium later nog meer, nog grotere opdrachten zou krijgen. Al snel werd duidelijk, dat van de 28,6 miljard frank meer dan een vierde deel (27,5 procent) aan "smeergeld" moest worden betaald. Aan Arabieren, zo hebben de bazen van Eurosystem steeds beweerd. De laatste weken is duidelijk geworden dat ook een viertal Belgen, via hetzelfde Zwitserse kanaal als de Arabieren, miljoenen aan "smeergeld" hebben ontvangen. Gefluisterd wordt over een lid van de koninklijke familie, dat ook enkele miljoenen guldens zou hebben opgestreken.

Daarmee komt dan opnieuw de BOB in actie, evenals de fiscale recherche, want het is Belgen verboden elkaar smeergeld te geven, terwijl er hier bovendien sprake zou zijn van belastingontduiking. De namen van de vier Belgen die Eurosystem-smeergeld kregen, zijn bekend bij de BOB. Maar men vermoedt dat zij slechts tussenpersoon waren en dat de miljoenen uiteindelijk, via hun handen, bij anderen terecht zijn gekomen.

Prins Albert

Dit alles speelde zich af begin 1976. Eerder al hadden ook koning Boudewijn en, vooral, prins Albert, de broer des Konings, zich ingespannen voor de miljardenorder. Zozeer zelfs dat een verontwaardigde Karel van Miert, voorzitter van de Belgische Socialistische Partij, in het openbaar verklaarde dat het Hof zich voor het karretje had laten spannen van een gangster.

Op 14 juni 1976 werd uiteindelijk de overeenkomst gesloten tussen de Saoedische regering en Eurosystem Consortium. Dat consortium stond onder leiding van een bedrijf genaamd Eurosystem Hospitalier, geleid door een zekere Daniel Gauchie. ESH, zoals dit bedrijf kortweg wordt genoemd, was voor 51 procent eigendom van een bekende Belgische fabriek, Poudreries Réunies de Belgique (PRB), een munitiefabriek waarin de Societé Générale een meerderheid van de aandelen bezit.

Onder leiding van ESH, waarmee de Societé Générale, als grootste holding van België, zich dus lelijk had laten encanailleren, namen in het consortium verder enkele gespecialiseerde bouwers deel, de bedrijven dus die het eigenlijke werk gingen doen. De - voorlopige - afloop van het ESH-avontuur is bekend. ESH is onlangs failliet gegaan, waarschijnlijk doordat men zich heeft vertild aan de smeergelden, en geen geld meer overhield voor het eigenlijke werk, de bouw van ziekenhuizen en toebehoren.

Aangenomen wordt dat de Belgische fiscus de smeergelden niet heeft geaccepteerd als aftrekpost voor de vennootschapsbelastin L omdat niet duidelijk was wie ervan hebben geprofiteerd. Juist vorige week slaagde een Belgische diplomaat erin de order zelf, de bouw van de ziekenhuizen, te redden voor de overige leden van het consortium.

De financiële rampen zijn voornamelijk terecht gekomen in het voortuintje van de PRB (dus de Societé Générale, waarvoor, naar in Brusselse financiële kringen wordt aangenomen, de kop zal gaan rollen van topman Rene Lamy, de man die zich - want daar komt deze zaak toch wel op neer - waarschijnlijk door Daniel Gauchie een rad voor ogen heeft laten draaien.

Wat ging er mis in de zaak Eurosystem? De gangbare methoden voor het verkrijgen van orders, smeergeld alsmede het inschakelen van lichtzedige dames werden ingezet voor een transactie die niet helemaal gezond in elkaar zat, die de last van de smeergelden niet kon dragen. Voor het overige speelde deze zaak zich af in een sfeer die, naar steeds meer blijkt, in het raakvlak van zakenleven en politiek in België (trouwens, niet alleen in België...) gebruikelijk schijnt te zijn

Terug naar Tuna X, de vrouw die in maart van dit jaar in gezelschap van haar beschermer Roger Boas, begon te ‘zingen’ tegenover de opsporingsambtenaren over haar rol bij het binnenslepen van de order voor (de inmiddels verdwenen) Daniel Gauchie en zijn Eurosystem.

De BOB'ers die het verslag van hun activiteiten inzake Tuna enthousiast bij hun superieuren deponeerden, waren niet weinig verbaasd toen korte tijd later bleek dat het dossier Tuna was ‘geklasseerd’. Opgeborgen, niets meer aan doen was de boodschap. Zij waren temeer verbaasd, omdat zij in de adressenboekjes van Tuna diverse vooraanstaande landgenoten waren tegengekomen, onder wie zelfs hun eigen hoogste chef, generaal Beaurire van de Rijkswacht. Nu staat het iedereen vrij welk telefoonnummer dan ook uit de gids over te nemen en in zij, agenda te zetten, maar toch...

Hoe dan ook, op 5 juli 1979 vernam de Belgische openbaarheid voor het eerst: iets over het Eurosystem-schandaal toen het onafhankelijke kamerlid Robert Hendrick vragen stelde aan minister Gaston Geens (financiën) naar aanleiding van geruchten over smeergeldpraktijken van Eurosystem. Zes dagen later antwoordde de minister dat er een strafrechtelijk onderzoek aan de gang is, dat hij dus geen nadere mededelingen kan doen. Een dag later wordt het faillissement aangevraagd van Eurosystem Hospitalier.

Min of meer op eigen gelegenheid zetten de speurders van de BOB hun werk voort. Zo stuiten zij, bij hun onderzoek naar de financiële achtergrond van Tuna X op bankafschriften die erop duiden dat zij, in elk geval sinds het begin van 1979, regelmatig betalingen ontving (ongeveer 2000 gulden per maand) van een bedrijf genaamd Plexica. Dat bedrijf is eigendom van Roger Boas, Tuna's al eerder genoemde beschermer.

Pantserwagens

Deze Roger Boas is tevens eigenaar van de firma ASCO, een van de drie partners (met de Bank van Brussel- Lambert en het staalbedrijf Cockerill) van de Belgian Mechanica! Fabrication (BMF). Dat bedrijf kreeg na maanden, zelfs jaren lang touwtrekken binnen de Belgische regering, op 24 juli de opdracht binnen voor de levering van 1039 pantserwagens voor de Belgische infanterie.

Het gaat hier om een Amerikaans ontwerp pantserwagen, een order van in totaal 24 miljard. De wagens gaan de Belgische belastingbetaler 8 miljoen frank (ƒ560.000) per stuk kosten. Als men deze rupsvoertuigen rechtstreeks in Amerika had gekocht, bij FMC, het bedrijf waar BMF de licentie van heeft moeten kopen, was de prijs ongeveer een derde geweest. Werkgelegenheid is het motief dat wordt gehanteerd om de order aan BMF te rechtvaardigen.

Tijdens het kabinetsberaad over deze kwestie rammelde defensieminister Paul Vanden Boeynants met de portefeuille: als er geen beslissing zou worden genomen ten gunste van BMF, zou hij, en met hem de Waalse christendemocratische partij, het kabinet-Martens verlaten, wat een regeringscrisis tot gevolg zou hebben gehad. Premier Wilfried Martens en de andere ministers die hun aarzelingen hadden over de BMF-aanbieding, zwichtten. Alles liever dan een nieuwe kabinetscrisis.

Waarmee, zou men zeggen, voor Roger Boas de zon ging schijnen. Nu had hij blijkbaar toch al niet veel redenen om zich zorgen te maken. Zonder aarzelen had hij al in september 1977 aan FMC een waarborgsom betaald van zon anderhalf miljoen gulden, om er zeker van de zijn dat FMC de licentie niet aan een ander zou verkopen. Wanneer de Belgische order niet zou zijn doorgegaan, was ASCO (het consortium BMF Bestond toen nog niet) zijn geld kwijt geweest.

Maar, zo zou hij tegen een kennis hebben gezegd: ik heb genoeg troeven in handen. Die troeven waren dan de voormalige directeur-generaal van het ministerie van economische zaken, André Coesens (werknemer bij ASCO), Henri Tricot, een topman van de Bank van Brussel-Lambert, Vanden Boeynants zelf en... Tuna X. Want we vermeldden het al, tijdens de cruciale periode voor het pantserwagencontract stond Tuna op de payroll van Boas' bedrijf Plexica, zoals zij drie jaar eerder figureerde als personeelslid van Eurosystem.

Proces

De temperatuur rond Vanden Boeynants is de laatste maanden zelfs zo zeer gestegen, dat de minister een proces heeft aangespannen tegen het Vlaamse weekblad Knack. Dat weekblad heeft uitgebreide reportages gewijd aan de zaak van de defensieaankopen en aan de rol van Vanden Boeynants en zijn vrienden. VDB maakte gebruik van het in België wettelijke vastgelegde "recht van antwoord" en eiste publikatie in Knack van een zeer lang, omslachtig geschreven, hier en daar beledigend gesteld verweer. Knack bekortte dit "recht van antwoord", gaf er zelf het nodige commentaar op, waarna VDB een klacht indiende bij het gerecht in Brussel. Uitspraak op 24 augustus.

Intussen vieren alle betrokkenen een welverdiende vakantie. Mougins in Zuid-Frankrijk is een geliefd oord. Daar staan de villa's van verschillende Saoedi-Arabische prinsen, en ook van Akram Ojjeh (een belangrijk bemiddelaar in grote zaken tussen België en de Arabische wereld). Ojjeh kreeg op 16 juni 1978 een Belgisch lintje, de Leopold-II-orde. Tot veler verbazing werd de medaille hem niet omgehangen door de minister van buitenlandse zaken, of van buitenlandse handel, maar door defensieminister Vanden Boeynants. Die is trouwens ook met vakantie in Mougins. Na de vakantie zullen de politieke stormen over Eurosystem en alles wat eraan vast zit ongetwijfeld weer oplaaien. Terwijl, vakantie of niet, de opsporingsdiensten voortgaan met graven. En niet zullen toestaan dat de zoveelste Belgische doofpot gesloten gaat worden.

Bron: Leeuwarder Courant | 9 augustus 1979

'Prins Albert staat buiten schandaal'

De Belgische regering werkt aan een ontlastende verklaring voor prins Albert, waarin zal worden vastgesteld, dat de prins niet verwikkeld was in het zogenaamde Eurosystem-schandaal. De Belgische prins zou alleen een bemiddelende rol hebben gespeeld, toen het Eurosystem-consortium in samenwerking met de regering alles in het werk stelde van Saoedi-Arabië een miljardenorder te krijgen.

Van het totale bedrag werd niet minder dan één-derde aan steekpenningen uitbetaald. Intussen is het hele project zwaar in de verdrukking gekomen, omdat een van de voornaamste partners failliet is gegaan. Volgende week zal de Belgische regering beslissen, wat er met het contract moet gebeuren. De krant Het Laatste Nieuws berichtte onlangs, dat er binnen de regering stemmen opgaan om in te springen. Het zou immers zwaar gezichtsverlies voor België betekenen, als het project, de bouw van een ziekenhuisdorp voor de Nationale Garde, zou moeten worden gestaakt.

De Generale Maatschappij (Société Génerale) zou evenwel niet bereid zijn de verantwoordelijkheid te dragen voor de problemen die haar dochteronderneming binnen het Eurosystem-consortium veroorzaakt. Volgens Het Laatste Nieuws heeft prins Albert als voorzitter van de Belgische dienst voor buitenlandse handel al in het beginstadium hebben laten onderzoeken of het project haalbaar was. Tenslotte was Eurosystem slechts een kleine, weinig financieelkrachtige onderneming.

Bron: NRC Handelsblad | 5 oktober 1979

'Belgisch vorstenhuis heeft schone handen'

Koning Boudewijn is niet betrokken geweest bij het Belgische Eurosystem-Hospitalier schandaal. Wel heeft prins Albert, de broer van de koning, Belgische bedrijfsleiders in Saoedi-Arabië geïntroduceerd, maar dat gebeurde op uitdrukkelijk verzoek van de Belgische regering. Aldus heeft de Belgische premier Wilfried Martens gisteren geantwoord op schriftelijke vragen uit de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordiging.

Eurosystem-Hospitalier maakte deel uit van een internationaal consortium dat in 1976 voor miljarden contracten afsloot met Saoedi-Arabië om daar ziekenhuizen te bouwen. In juli van dit jaar ging Eurosystem echter failliet.

Bron: Het Vrije Volk | 11 oktober 1979

53

De zaak-Eurosystem

Het lijkt een zaakje van dertien in een dozijn als de Brusselse BOB’ers Lainé en Jacques op 19 februari 1978 in een flatgebouw aan de Louis Bertrandlaan in Schaarbeek op de deur gaan bonken. In hun tas zit een bevelschrift van onderzoeksrechter Schellekens. Bij hem is een anonieme klacht binnengelopen over het ‘aanzetten tot ontucht’. Volgens achteraf opgedoken gegevens nemen de speurders in de flat in beslag: ‘Adressenboekjes, foto’s, registers, sleutels, documenten, een vibrator en een kunstpenis-met-peer.’

‘Aanzetten tot ontucht’ is eindjaren zeventig nog iets waar het gerecht voor in actie komt. De bewoonster van de flat, ene Lydia Montaricourt alias ‘Madame Claude’, wordt op 21 februari in voorhechtenis genomen en ondervraagd. En dan beginnen de problemen. De vrouw legt uit dat ze zaakvoerster is van een netwerk van luxecallgirls, de Tuna-ring. Ze is zelf onderaan de ladder begonnen als prostituee en heeft in 1977 de leiding overgenomen van Fortunato Israel alias ‘Tuna’. Die Tuna is de maîtresse van Roger Boas, baas van het metaalconstructiebedrijf Asco. Dat is in die dagen de hofleverancier van het Belgisch leger: haast alle contracten gaan naar Asco. Boas onderhoudt meer dan vriendschappelijke banden met Defensieminister Paul Vanden Boeynants.

Vér springen onderzoeksrechter Schellekens en zijn speurders niet: substituut Jean Deprêtre trekt meteen het dossier naar zich toe. Eén van de speurders wordt ontboden op het kabinet-Vanden Boeynants en krijgt er een stevige reprimande. Voor de speurders ze kunnen bekijken, geeft de Brusselse substituut Francis Fischer twee van de vijf adresboekjes - met daarin het hele klantenbestand van de Tuna-ring - aan Lydia Montaricourt terug. Een ander adresboekje verdwijnt op mysterieuze wijze uit de volgens Schellekens ‘nochtans slotvaste dossierkast van de Brusselse griffie’.

De zaak-Eurosystem is in 1997 uitvoerig besproken door de tweede parlementaire Bendecommissie, die een mogelijk verband zag tussen seksfuiven (chantage?) en de Bende van Nijvel. Zo is aan het licht gekomen dat Fortunato Israel midden jaren zeventig als public relation officer in vaste loondienst werkte voor het consortium Eurosystem Hospitalier. Die Belgische bouwgroep wist in 1976 in Saudi-Arabië een megacontract (ruim 900 miljoen euro) te versieren voor de bouw van enkele militaire hospitalen. Daarvoor had de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel (BDBH) onder leiding van erevoorzitter prins Albert diverse handelsmissies naar het land georganiseerd. Of, zoals Fortunato Israel in 1979 in haar enige verhoor verwoordde: ‘Eurosystem Hospitalier betaalde me voor mijn pr-rol, die erin bestond meisjes te vinden die ermee instemden de prins en zijn gevolg in het buitenland gezelschap te houden. Ik erken dat die meisjes prostituees waren voor de relaties van Eurosystem.’

In het verslag van de Bende-commissie klinkt het zo: ‘Eurosystem vroeg haar om te voldoen aan alle behoeften van een veeleisende Arabische prins.’

Prins Albert zat er als voorzitter van de BDBH met zijn neus bovenop, maar scheen het allemaal prima te vinden. De Saudische ziekenhuizen kwamen er nooit. Eurosystem ging met een zware financiële knal over de kop. Oorzaak: flagrant wanbeheer. Bij het faillissement bleek dat er voor ruim 8 miljard frank aan ‘commissielonen’ was doorgedraaid om Saudische prinsen te behagen. Een groot deel van die uitgaven was gedekt via een exportverzekering, waardoor de Belgische schatkist er aan het eind voor moest opdraaien. Als gevolg van het Eurosystem-schandaal keurde het parlement een wet goed die bepaalt dat de voorzitter van de BDBH voortaan voor al zijn handelingen de goedkeuring moet hebben van de regering.

Lydia Montaricourt kwam er op 2 mei 1979 vanaf met een lichte straf: 15 maanden voorwaardelijk. Met aftrek van 70 dagen voorhechtenis kon ze meteen de trein in naar Frankrijk, wat ze ook deed. Wie de namen in haar schriftjes waren, werd nooit duidelijk. Tegenover de Bendecommissie verwonderde de inmiddels gepensioneerde onderzoeksrechter Schellekens zich op 22 maart 1997 over de razendsnelle afhandeling van zijn dossier: ‘In heel mijn loopbaan als magistraat heb ik dat nooit meegemaakt. Het is nu toch al zo’n veertig jaar dat ik me met gerechtelijke zaken bezighoudt en ik sta versteld als ik die data zie.’

Bron: Humo | Douglas De Coninck | 16 Januari 2017

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Om het contract binnen te halen doet ESH ook een beroep op Fortunato Habib Israel, een Egyptische luxe-prostituee met de Nederlandse nationaliteit die zich in 1968 in Brussel heeft gevestigd. Zij runt vanuit Brussel een internationaal netwerk van luxe-prostituees. Fortunato Israel, door iedereen "Tuna" genoemd, wordt door ESH aangeworven als directeur public relations. Haar voornaamste opdracht bij ESH bestaat erin om met haar meisjes de Saoedische prinsen ter wille te zijn, en dan vooral prins Abdullah bin Abdul Aziz, het hoofd van de Saoedische Nationale Wacht.

Maar Tuna heeft ook nog een andere opdrachtgever. Zij werkt namelijk ook als agent voor de Mossad, de Israëlische inlichtingendienst. De Mossad is vooral geïnteresseerd in het aanmaken van compromitterend beeldmateriaal van de Saoedische prinsen om deze daar dan later mee te kunnen chanteren. In samenwerking met de Amerikaanse inlichtingendienst CIA slagen ze erin om opnames te maken van de sexuele uitspattingen van de Saoedische prins Abdullah bin Abdul Aziz. Daarmee beschikken de Israëli's en de Amerikanen over een ideaal chantagemiddel om druk uit te oefenen op het Saoedische koningshuis. De compromitterende beelden die in het kader van ESH van de Saoedische hoogwaardigheidsbekleders worden gemaakt zullen voor tientallen jaren bepalend zijn voor de relaties tussen de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië.

Een van de eerste resultaten van dit chantagemiddel is dat de Belgen het contract voor het Saoedische ziekenhuiscomplex uiteindelijk
toch nog verliezen aan de Amerikanen. Op 12 juli 1979 gaat ESH in vereffening en wordt het contract gegund aan het Anglo-Amerikaans consortium voor ongeveer het dubbele van de prijs.