Merovinger wrote:

Het interview van 21 november 2017 van de procureurs-generaal Christian De Valkeneer en Ignacio de la Serna aan Humo is niet onopgemerkt voorbijgegaan aan een aantal parlementsleden. De volgende schriftelijke parlementaire vragen over de opmaak van een documentaire door de RTBF en de VRT van het bendeonderzoek zijn alvast gesteld aan de minister van Justitie Koen Geens. Het is afwachten op het antwoord van de minister die tegen ten laatste 9 februari 2018 dient te antwoorden.

Schriftelijke vraag nr. 2350 gesteld door Hendrik Vuye (Vuye&Wouters) op 4 januari 2018

In een interview in Humo (21 november 2017) bevestigen procureur-generaal Christian De Valkeneer en procureur-generaal Ignacio de la Serna dat de onderzoekers in het dossier van de Bende van Nijvel gevolgd worden door een cameraploeg van VRT en RTBF. In de commissie voor de Justitie hebt u verklaard dat de documentaire slechts zal worden uitgezonden eens het dossier is verjaard of het strafproces is afgesloten. Beide procureurs-generaal stellen echter dat ze intussen de documentaire hebben gezien. Meer nog, het was de bedoeling de documentaire reeds dit jaar uit te zenden, terwijl het onderzoek nog lopende is. Ze stellen dat het pas is nadat het spoor van Bonkoffsky werd ontdekt dat men beslist heeft om verder te gaan met filmen.

  1. Wie heeft VRT en RTBF toestemming gegeven om deze documentaire te filmen?

  2. Wie is hiervoor de politiek verantwoordelijke?

  3. Klopt de informatie dat het oorspronkelijk de bedoeling was om de documentaire uit te zenden terwijl het onderzoek nog lopende is?

Schriftelijke vraag nr. 2351 gesteld door Hendrik Vuye (Vuye&Wouters) op 4 januari 2018

In een interview in Humo (21 november 2017) bevestigen procureur-generaal Christian De Valkeneer en procureur-generaal Ignacio de la Serna dat de onderzoekers in het dossier van de Bende van Nijvel gevolgd worden door een cameraploeg van VRT en RTBF. Ze argumenteren dat er zich geen probleem stelt met betrekking tot het geheim van het onderzoek daar de journalisten "een contract van absolute geheimhouding" hebben ondertekend. Het is niet duidelijk welke partijen dit hebben ondertekend. Al evenmin is het duidelijk wat de inhoud is van dit contract.

  1. Wat is de inhoud van dit contract? Kan u dit contract bezorgen?

  2. Wie heeft dit contract ondertekend?

  3. Wie is hiervoor de politiek verantwoordelijke?

De minister heeft tot op heden de vragen niet beantwoord (er is een algemene grote achterstand van Koen Geens op het beantwoorden van de aan hem gestelde schriftelijke vragen). De vragen werden dan maar zonder antwoord gepubliceerd in het bulletin van de Kamer. Zie » bulletin 145 (PDF-bestand - de vragen staan op de pagina 50, 51 en 52)

Chambre des représentants    Kamer van volksvertegenwoordigers


Question parlementaire    Parlementaire vraag


Vraagnummer : 54-1-002349

Parlementslid : VUYE Hendrik

Geregistreerd : 04/01/2018

Einde termijn : 09/02/2018

Titel : Bende van Nijvel. - Hoorzitting in de Kamer.

In een interview in Humo (21 november 2017) geven procureur-generaal Christian De Valkeneer en procureur-generaal Ignacio de la Serna toelichting bij het dossier van de Bende van Nijvel.
In de commissie voor de Justitie hebt u verklaard dat het College van procureurs-generaal het niet opportuun vindt om procureur-generaal De Valkeneer te horen in de commissie voor de Justitie. Dit kan redelijk verantwoord zijn gelet op het geheim van het onderzoek. Dit is het echter helemaal niet wanneer twee hoge magistraten wel toelichting geven bij het dossier in de media.
1. Om welke reden acht het College van procureurs-generaal het niet opportuun om procureur-generaal De Valkeneer te horen in de Kamer?
2. Heeft het College van procureurs-generaal beslist dat beide hoge parketmagistraten wel toelichting mogen geven bij het dossier in de media, maar niet in de Kamer?
3. Wie heeft de beslissing genomen voor dit interview?
4. Wie is hiervoor de politiek verantwoordelijke?



ANTWOORD
In artikel 28quinquies, § 3, van het Wetboek van Strafvordering is het volgende bepaald: “De procureur des Konings kan, indien het openbaar belang het vereist, aan de pers gegevens verstrekken. Hij waakt voor de inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de verdachte, het slachtoffer en derden, het privé-leven en de waardigheid van personen. Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de in het dossier genoemde personen niet vrijgegeven.”

Bovendien is in artikel 57, § 3, van hetzelfde wetboek het volgende bepaald: “De procureur des Konings kan, met instemming van de onderzoeksrechter en indien het openbaar belang het vereist, aan de pers gegevens verstrekken. Hij waakt voor de inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de inverdenkinggestelde, het slachtoffer en derden, het privé-leven en de waardigheid van personen. Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de in het dossier genoemde personen niet vrijgegeven.”

Door de mediastorm die ontstond na de perslekken rond de piste van Christian Bonkoffsky was een grote aanwezigheid in de media vereist om de vele informatie die tal van personen in de pers lieten circuleren te verduidelijken, recht te zetten of te relativeren. Mevrouw de onderzoeksrechter heeft steeds ingestemd met dat communicatiebeleid.

Tijdens het interview dat aan het weekblad Humo werd gegeven en bij alle andere optredens in de media hebben de twee procureurs-generaal de la Serna en De Valkeneer enkel algemene overwegingen en informatie die reeds in ruime mate publiek bekend waren ter sprake gebracht.

Met betrekking tot de communicatie van het openbaar ministerie met de pers is er op 17 januari 2019 een nieuwe omzendbrief van het College van het Openbaar Ministerie uitgevaardigd.

Tot slot wenst de Minister van Justitie ook nog mee te delen dat er vanwege de parlementsleden ook vragen komen over de elementen en onderzoeken in dit dossier. Samen met de Procureurs-generaal en nadien met de Federaal Procureur wordt er telkens op gelet dat het geheim van het onderzoek wordt geëerbiedigd en de onderzoekstactiek niet wordt blootgelegd.

De minister,


Koen GEENS.
Bijlage(n): 0
REPONSE
L'article 28quinquies §3 C.i.cr. dispose que "Le procureur du Roi peut, lorsque l'intérêt public l'exige, communiquer des informations à la presse. Il veille au respect de la présomption d'innocence, des droits de la défense des personnes soupçonnées, des victimes et des tiers, de la vie privée et de la dignité des personnes. Dans la mesure du possible, l'identité des personnes citées dans le dossier n'est pas communiquée".

Par ailleurs, l'article 57 §3 du même code prévoit que "Le procureur du Roi peut, de l'accord du juge d'instruction et lorsque l'intérêt public l'exige, communiquer des informations à la presse. Il veille au respect de la présomption d'innocence, des droits de la défense des inculpés, des victimes et des tiers, de la vie privée et de la dignité des personnes. Dans la mesure du possible, l'identité des personnes citées dans le dossier n'est pas communiquée".

La tempête médiatique provoquée par les fuites dans la presse concernant la piste de Christian Bonkoffsky a nécessité une grande présence dans les médias afin de clarifier, de rectifier ou de relativiser les nombreuses informations qui circulaient dans la presse, à la suite des multiples prises de paroles de nombreuses personnes. Madame le juge d'instruction a toujours marqué son accord à cette politique de communication.

Lors de l'interview donnée au journal Humo ainsi que dans toutes les autres interventions dans les médias, les deux procureurs généraux de la Serna et De Valkeneer se sont limités à évoquer des considérations générales et des informations déjà largement connues du public.

En ce qui concerne la communication du ministère public avec la presse, le Collège du ministère public a publié une nouvelle circulaire le 17 janvier 2019.

Enfin, le Ministre de la Justice souhaite également informer que les députés ont également déposé des questions sur les éléments et les instructions concernant ce dossier. Conjointement avec les procureurs généraux et ensuite avec le procureur fédéral, il est systématiquement veillé à ce que le secret de l’instruction soit respecté et que la tactique d’investigation ne soit pas exposée.

Le ministre,



Koen GEENS.

Annexe(s): 0

Chambre des représentants    Kamer van volksvertegenwoordigers


Question parlementaire    Parlementaire vraag


Vraagnummer : 54-1-002350

Parlementslid : VUYE Hendrik

Geregistreerd : 04/01/2018

Einde termijn : 09/02/2018

Titel : Bende van Nijvel. - Cameraploeg VRT en RTBF. - Documentaire.

In een interview in Humo (21 november 2017) bevestigen procureur-generaal Christian De Valkeneer en procureur-generaal Ignacio de la Serna dat de onderzoekers in het dossier van de Bende van Nijvel gevolgd worden door een cameraploeg van VRT en RTBF.
In de commissie voor de Justitie hebt u verklaard dat de documentaire slechts zal worden uitgezonden eens het dossier is verjaard of het strafproces is afgesloten. Beide procureurs-generaal stellen echter dat ze intussen de documentaire hebben gezien. Meer nog, het was de bedoeling de documentaire reeds dit jaar uit te zenden, terwijl het onderzoek nog lopende is. Ze stellen dat het pas is nadat het spoor van Bonkoffsky werd ontdekt dat men beslist heeft om verder te gaan met filmen.
1. Wie heeft VRT en RTBF toestemming gegeven om deze documentaire te filmen?
2. Wie is hiervoor de politiek verantwoordelijke?
3. Klopt de informatie dat het oorspronkelijk de bedoeling was om de documentaire uit te zenden terwijl het onderzoek nog lopende is?



ANTWOORD

Naar aanleiding van het verzoek van de VRT en de RTBF om een film te mogen maken over het onderzoek naar de Bende van Nijvel, hebben de gerechtelijke overheden destijds een overeenkomst gesloten waarbij een gemeenschappelijke filmploeg van beide omroepen de toestemming kreeg om de magistraten en de politieambtenaren te volgen tijdens hun werk.

In die overeenkomst, die niet in het bezit van de minister van Justitie is, zijn inzonderheid de volgende voorwaarden opgenomen:

- de onvoorwaardelijke mogelijkheid voor de ondertekenaars om te weigeren dat op een bepaald tijdstip van het onderzoek zou worden gefilmd;
- buiten de ondertekenaars kan niemand verplicht worden om tegen zijn wil gefilmd te worden;
- het recht voor de ondertekenaars om de film te bekijken vóór hij wordt uitgezonden en de onvoorwaardelijke mogelijkheid om passages te laten knippen die volgens hen niet mogen worden uitgezonden.

De beslissing om in te gaan op het verzoek van de VRT en de RTBF is gestoeld op de volgende redenen:

- de ernst van de producers, die reeds een film van hetzelfde genre hebben gemaakt. Daarbij werd een criminele zaak gevolgd die door een Brusselse onderzoeksrechter werd behandeld ("Le flic, la juge et l’assasin”);
- een streven naar transparantie ten aanzien van de publieke opinie in het kader van één van de meest problematische dossiers in de Belgische gerechtelijke geschiedenis.


Zolang het onderzoek loopt zal de documentaire niet worden uitgezonden.

Met betrekking tot de (politieke) verantwoordelijkheid wordt verwezen naar de artikelen 28quinquies § 3 en 57 § 3 van het Wetboek van Strafvordering, evenals naar de antwoorden op vraag 54-1-002352 van het geacht lid, waarbij de omzendbrief van het College van het Openbaar Ministerie in verband met de communicatie met de pers gevoegd werd.

De minister,


Koen GEENS.

Bijlage(n): 0
REPONSE

A la suite de la sollicitation de la RTBF et de la VRT visant à pouvoir réaliser un film sur le travail d'enquête mené dans le dossier dit des tueries du Brabant, les autorités judiciaires ont conclu à l’époque une convention autorisant une équipe conjointe de ces deux chaînes de télévision à pouvoir suivre le travail des magistrats et des fonctionnaires de police.

Parmi les conditions inscrites dans cette convention dont ne dispose pas le ministre de la Justice, figurent notamment :

- la possibilité inconditionnelle pour les signataires de refuser que tel ou tel moment de l'enquête soit filmé ;
- en-dehors des signataires, aucune personne ne pourra être contrainte d'être filmée contre sa volonté ;
- le droit pour les signataires de visionner le film préalablement à sa diffusion et d'obtenir inconditionnellement le retrait des passages qu'ils estimeraient inopportuns d’être diffusés.

La décision de répondre favorablement à la demande de la RTBF et de la VRT repose sur les motifs suivants :

- le sérieux des réalisateurs qui avaient déjà tourné un film du même genre en suivant une affaire criminelle instruite par une juge d'instruction bruxelloise ("La juge, le flic et l'assassin") ;
- une volonté de transparence à l'égard de l'opinion publique concernant un des dossiers les plus problématiques de l'histoire judiciaire belge.

Tant que l’enquête est en cours, le documentaire ne sera pas diffusé.

En ce qui concerne la responsabilité (politique), il est renvoyé aux articles 28quinquies, § 3 et 57, § 3 du Code d’instruction criminelle, ainsi qu’aux réponses données à la question 54-1-002352 posée par l’honorable membre, à laquelle a été jointe la circulaire du Collège du ministère public relative à la communication avec la presse.

Le ministre,


Koen GEENS.

Annexe(s): 0

Chambre des représentants    Kamer van volksvertegenwoordigers


Question parlementaire    Parlementaire vraag


Vraagnummer : 54-1-002351

Parlementslid : VUYE Hendrik

Geregistreerd : 04/01/2018

Einde termijn : 09/02/2018

Titel : Bende van Nijvel. - Cameraploeg VRT en RTBF. - Contract.

In een interview in Humo (21 november 2017) bevestigen procureur-generaal Christian De Valkeneer en procureur-generaal Ignacio de la Serna dat de onderzoekers in het dossier van de Bende van Nijvel gevolgd worden door een cameraploeg van VRT en RTBF.
Ze argumenteren dat er zich geen probleem stelt met betrekking tot het geheim van het onderzoek daar de journalisten "een contract van absolute geheimhouding" hebben ondertekend.
Het is niet duidelijk welke partijen dit hebben ondertekend. Al evenmin is het duidelijk wat de inhoud is van dit contract.
1. Wat is de inhoud van dit contract? Kan u dit contract bezorgen?
2. Wie heeft dit contract ondertekend?
3. Wie is hiervoor de politiek verantwoordelijke?



ANTWOORD

Er wordt verwezen naar het antwoord op de parlementaire vragen  nrs. 2349, 2350 en 2352 over hetzelfde onderwerp.

REPONSE

Il est renvoyé vers la réponse formulée aux questions parlementaires n° 2349, 2350 et 2352 traitant du même objet.

Le ministre,






Koen GEENS.

Annexe(s): 0

Chambre des représentants    Kamer van volksvertegenwoordigers


Question parlementaire    Parlementaire vraag


Vraagnummer : 54-1-002352

Parlementslid : VUYE Hendrik

Geregistreerd : 04/01/2018

Einde termijn : 09/02/2018

Titel : Bende van Nijvel. - Interview Humo.

In een interview in Humo (21 november 2017) geven procureur-generaal Christian De Valkeneer en procureur-generaal Ignacio de la Serna toelichting bij het dossier van de Bende van Nijvel.
In dit interview stellen ze dat Michel Libert heeft toegegeven dat bij Westland New Post bepaalde technieken werden aangeleerd om een grootwarenhuis aan te vallen. Ook andere aspecten van het dossier worden in dit interview openbaar gemaakt. Gelet op het geheim van het onderzoek en het recht op een eerlijk proces roept dit vele vragen op.
1. Zijn deze verklaringen al dan niet in strijd met het geheim van het onderzoek?
2. Wie beslist welke verklaringen een hoge parketmagistraat mag afleggen?
3. Wie is hiervoor de politiek verantwoordelijke?



ANTWOORD

In artikel 28quinquies, § 3, van het Wetboek van Strafvordering is het volgende bepaald: “De procureur des Konings kan, indien het openbaar belang het vereist, aan de pers gegevens verstrekken. Hij waakt voor de inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de verdachte, het slachtoffer en derden, het privé-leven en de waardigheid van personen. Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de in het dossier genoemde personen niet vrijgegeven.”

Bovendien is in artikel 57, § 3, van hetzelfde wetboek het volgende bepaald: “De procureur des Konings kan, met instemming van de onderzoeksrechter en indien het openbaar belang het vereist, aan de pers gegevens verstrekken. Hij waakt voor de inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de inverdenkinggestelde, het slachtoffer en derden, het privé-leven en de waardigheid van personen. Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de in het dossier genoemde personen niet vrijgegeven.”

Door de mediastorm die ontstond na de perslekken rond de piste van Christian Bonkoffsky was een grote aanwezigheid in de media vereist om de vele informatie die tal van personen in de pers lieten circuleren te verduidelijken, recht te zetten of te relativeren. Mevrouw de onderzoeksrechter heeft steeds ingestemd met dat communicatiebeleid.

Tijdens het interview dat aan het weekblad Humo werd gegeven en bij alle andere optredens in de media hebben procureurs-generaal de la Serna en De Valkeneer enkel algemene overwegingen en informatie waarvan de media reeds in ruime mate op de hoogte waren, ter sprake gebracht. Wat meer in het bijzonder de heer Michel Libert betreft, dient te worden opgemerkt dat laatstgenoemde in het verleden reeds tal van interviews heeft gegeven en vaak geciteerd wordt in de literatuur die gepubliceerd is over de Bende van Nijvel.

Tot slot kan nog gemeld word dat het College van het Openbaar Ministerie op 17 januari 2019 een omzendbrief heeft uitgevaardigd in verband met de communicatie van het openbaar ministerie met de pers. Deze is terug te vinden op de website van het College: https://www.om-mp.be/nl/meer-weten/omzendbrieven.

De minister,






Koen GEENS.

Bijlage(n): 0
REPONSE

L'article 28quinquies §3 C.i.cr. dispose que "Le procureur du Roi peut, lorsque l'intérêt public l'exige, communiquer des informations à la presse. Il veille au respect de la présomption d'innocence, des droits de la défense des personnes soupçonnées, des victimes et des tiers, de la vie privée et de la dignité des personnes.

Dans la mesure du possible, l'identité des personnes citées dans le dossier n'est pas communiquée". Par ailleurs, l'article 57 §3 du même code prévoit que : "Le procureur
du Roi peut, de l'accord du juge d'instruction et lorsque l'intérêt public l'exige, communiquer des informations à la presse. Il veille au respect de la présomption d'innocence, des droits de la défense des inculpés, des victimes et des tiers, de la vie privée et de la dignité des personnes. Dans la mesure du possible, l'identité des personnes citées dans le dossier n'est pas communiquée".

La tempête médiatique provoquée par les fuites dans la presse concernant la piste de Christian Bonkoffsky a nécessité une grande présence dans les médias afin de clarifier, de rectifier ou de relativiser les nombreuses informations qui circulaient dans la presse, suite aux multiples prises de paroles de nombreuses personnes. Madame le juge d'instruction a toujours marqué son accord à cette politique de communication.

Lors de l'interview donnée au journal Humo ainsi que dans toutes les autres interventions dans les médias, les procureurs généraux de la Serna et De Valkeneer se sont bornés à évoquer des considérations générales et des informations déjà largement connues des médias. En ce qui concerne plus particulièrement Monsieur Michel Libert, il échet d'observer que ce dernier a déjà donné de nombreuses interviews par le passé et est largement cité par la littérature publiée au sujet des tueries du Brabant.

Enfin, il peut encore être énoncé que le 17 janvier 2019, le Collège du ministère public a publié une circulaire en lien avec la communication du ministère public avec la presse. Elle est consultable sur le site Internet du Collège : https://www.om-mp.be/fr/savoir-plus/circulaires.

Le ministre,






Koen GEENS.

Annexe(s): 0

Wat leren we hieruit:

1.    Speurders werden ingezet als acteurs in een serie over Tinck en Bonkoffsky, waarvan reeds 12 afleveringen gedraaid en ingeblikt waren.
2.    Het geheim van het onderzoek werd flagrant geschonden. Procedurefout = cadeau aan eventuele beklaagden.
3.    Nabestaanden waren NIET op de hoogte dat er gefilmd werd binnen de CWB door overheidszenders.
4.    Christian De Valkeneer geeft dit ongeveer volledig toe in HUMO.
5.    Hendrik Vuye stelt zich hier vragen bij en stelt 4 parlementaire vragen daarover.
6.    Hendrik Vuye dient zijn vragen in op 4 januari 2018.
7.    Binnen de week wordt Christian De Valkeneer van het onderzoek gehaald. (???)
8.    Men werkt meer dan een jaar aan een omzendbrief die de schending van het geheim van het onderzoek moet regelen. (ongelooflijk maar waar!)
9.    Pas op 17 januari 2019 verschijnt die merkwaardige omzendbrief.
10.    Nabestaanden weten van niets en hebben nooit een toestemming gegeven.
11.    Pas na die merkwaardige omzendbrief van 17 januari 2019 ontvangt Hendrik Vuye zijn (ontwijkende) antwoorden van minister Geens.
12.    In die antwoorden wordt het filmen door VRT en RTBF binnen de CWB gerechtvaardigd door middel van die nieuwe omzendbrief, wat een kanjer van een anachronisme is.

Moraal van dit verhaal: De gemene spelletjes zijn nog steeds aan de gang.