11

Het complot van de Stilte
Hilde Geens
(2022)

Op 3 mei 1980 arresteren militairen van de Guardia di Finanzia op de luchthaven van Fiumicino bij Rome de Belg Albert Gillet. Hij heeft acht kilo heroïne in zijn bagage. De arrestatie wordt een keerpunt in de strijd tegen de Italiaanse maffia, want Gillet praat. Het statuut bestaat nog niet maar in feite wordt Gillet de eerste pentito, een gangster die zijn eigen organisatie aangeeft.

Gillet is 56. Hij gebruikt de codenaam Merluzzo, de kabeljauw, als hij zich meldt bij zijn klanten in Amerika, zegt hij, en hij werkt voor de Belgische politie en de DEA en is in hun opdracht geïnfiltreerd in de heroïnelijn Beiroet-Sicilië-New York.

De Romeinse recherche haalt de DEA erbij en hoort dat Gillet niet over de hele lijn gelogen heeft. Nadat de French Connection met de hulp van de bende van Farcy gedecimeerd is, voert opnieuw een Belg een opdracht uit in de Amerikaanse narcoticaoorlog. Hij zou de Siciliaanse Connectie oprollen, die het gat van La French opvult. Dat klopt.

De Romeinse justitie neemt de Belg onder handen. Gillet ziet eruit als een burgerman, gezet en welvarend, rossig en kalend, hoornen bril, conservatief in pak en das, een perfecte vermomming voor wat hij in werkelijkheid is: een topkoerier en witwasser van de Cosa Nostra. Hij komt uit de burgerij van de Ardennen. Hij ziet er zo gewoontjes uit dat geen haar op je hoofd zou vermoeden dat hij in België veroordeeld is voor bankovervallen met de bende van Havelange, een groep gajes die hold-ups pleegde zonder iets te plannen, en dat hij volgens een Nederlandse reporter drie jongens van de concurrentie heeft laten stikken in een vat mayonaise.

"Albert was afkomstig uit een welgestelde herenboerfamilie uit de buurt van Bastogne," vertelt zijn ex-vrouw Mady. "Een neef van Albert was minister in de partij van Vanden Boeynants en een ander familielid was getrouwd met een Selys Longchamps, de familie waarin Albert een dochter heeft, Delphine. Albert Gillet was niet mijn eerste verloofde. Dat was rijkswachtluitenant René Majerus. Mijn vader verzette zich tegen Majerus. In de Eerste Wereldoorlog had mijn vader gezien dat rijkswachters deserterende Belgische soldaten neerschoten en hij wilde niet dat ik trouwde met een rijkswachter. Via René Majerus heb ik Albert leren kennen. De twee families waren bevriend. René was ook een Ardennees. De wereld is klein, mevrouw."

"Na de oorlog emigreerde hij naar Congo, waar hij katoenplantages had. Mijn moeder zei: "Ik laat je niet gaan." We mochten enkel trouwen als we in België bleven. Dat hebben we gedaan. We zijn in 1948 getrouwd. Albert was boekhouder, en hij begon een reclamebureau. Dat liep goed, we hadden zelfs de Parijse Galeries Lafayette als klant".

"Op een gegeven moment kwam zijn oudste broer terug uit Congo en toen hebben ze een drukkerij overgenomen. Dat is misgegaan,

_ _ _ _ _ _


Zo lang Is de arm van de Amerikaanse justitie. Voor de Verenigde Staten was hij een partner In de strijd tegen de Siciliaanse maffia. "Hij is geen smokkelaar en geen gangster maar een actieve medewerker van de Amerikaanse justitie" luidt de omschrijving in de Amerikaanse processtukken. Nochtans staat in diezelfde documenten dat Gillet die Amerikaanse justitie grandioos bedot heeft met zijn Concorde-trips voor de Sicilianen.

De roddel gaat dat Gillet ook in België een lange arm heeft. De eerste Bendecommissie probeert erachter te komen aan wie Albert Gillet zijn abnormaal vervroegde vrijlating te danken heeft en stelt de vraag aan adjudant Guy Goffinon. Goffinon wil daar niks over zeggen zonder toestemming van een magistraat en die krijgt hij niet, zegt hij.

Iedereen denkt aan Vanden Boeynants. Volgens Gillets ex Mady kende Gillet de halve christendemocratische partij. "Zijn neef was senator Roland Gillet, de voorzitter van Veeweyde en zijn eigen vader Camille, een zeer geleerd mens, gaf les aan het Collège Saint-Michel. waar Vanden Boeynants de humaniora volgde. Mijn schoonvader was de grote kameraad van Vanden Boeynants en hij was ook heel dik bevriend met procureur-generaal Raymond Charles, ook een vriend van Vanden Boeynants. Albert kende Raymond Charles ook zeer goed en Albert kende VDB zéér zéér goed. Dit kan ik u ook nog zeggen. mevrouw: Vanden Boeynants was goed voor arme mensen, dat weet ik zeker."  Maar Mady weet niet of de ex-premier haar man uit de gevangenis hielp.

In de eerste Bendecommissie wordt Vanden Boeynants daarover aan de tand gevoeld. Hij kent Gillet niet, zegt hij. De expert van de commissie doorbladert de dossiers en vindt een Amerikaanse interventie ten gunste van Gillet maar geen van een prominente Belg. Goffinon noteert die wel in zijn memoires. Het gaat om de kabinets-chef van koning Boudewijn die in 1983 procureur des Konings wordt in Brussel, Jean-Marie Piret.