Topic: Arnold Higny
Arnold Higny was een crimineel uit de regio van Luik die pooiers is geweest, enkele bars had en een handel in tweedehandswagens had. In oktober 1975 werd ontdekt dat hij betrokken was bij een grote wapenhandel. Hij was echter voordien naar het buitenland gevlucht. In februari 1979 werd hij in Duitsland gearresteerd en werd hij uitgeleverd aan België.
Hij slaagde er in om een paar uur te ontsnappen. Enkele dagen later pleegde hij zelfmoord in zijn cel.
Obus maakt dode te Bastenaken
Maandagmorgen vond Joseph Duterme (51) de dood toen een obus in zijn tuin, rue des Remarts te Bastenaken, tot ontploffing kwam. De h. Duterme poogde het springtuig te demonteren in een bijgebouwtje van zijn woning. Talrijke ramen in de buurt vlogen aan scherven en stukken van de bom werden tot vijftig meter verder gevonden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Oktober 1975
Wapensmokkel met Luik als centrum
Hoge politiefunctionarissen van de recherche verklaarden ons gisteren onomwonden dat de ontdekking van wapentrafiek te Luik een hoogst ernstige zaak is. Drie personen zijn reeds aangehouden doch een kopstuk van de bende is onvindbaar.
Voor de speurders komt het er vooral op aan te weten voor wie de wapens, die te Bastenaken en te Luik werden gevonden, bestemd waren.
Voor die wapensmikkel op grote schaal worden verscheidene hypothesen geformuleerd. Zo werden ondermeer de namen genoemd van de IRA, de Baskische ETA en de Baader-Meinhoffgroep (ja, zelfs van TAK en Were Di).
Veel aandacht van de recherche gaat ondermeer ook naar Afrika en meer bepaald naar Tsjaad. Daar wordt sedert vele maanden de Franse archeologe Françoise Claustre door rebellen vastgehouden. Nu heeft de leider van die opstandelingen, Hissène Habré, reeds herhaaldelijk op wapens aangedrongen bij Frankrijk als ruilmiddel voor de vrijlating van Mw. Claustre. Frankrijk weigert daar echter op in te gaan. Moesten die wapens dan uit België komen?
Men weet dat tijdens een verkeerde bewerking aan een obus te Bastenaken, de 51-jarige Joseph Duterme om het leven kwam en dat de speurders toen een echt wapenarsenaal in zijn woning aantroffen.
Rijkswachters zochten toen ook dadelijk in het Luikse en vonden bij Denise Deneffe nog meer wapens. Ondermeer mitrailleur-geweren van het Amerikaans leger, van het type dat in Vietnam werd gebruikt. Ook Amerikaanse “Mac Ingrams”, mitrailletten met geluidsdempers. Er wordt gefluisterd dat het met zulk een wapen is dat onlangs een Spaans politieagent werd gedood.
De BOB-afdelingen van Luik en Seraing schaduwden reeds enkele tijd het huis dat door de 51-jarige Denis Deneffe werd bewoond. De trafikanten moesten aangehouden worden nadat verscheidene kilo’s springstoffen afgeleverd waren.
De toevallige ontploffing te Bastenaken deed de recherche gedeeltelijk achter het net vissen. Want behalve de reeds genoemde Denise Deneffe en de 23-jarige Concetta Dolcimascolo werd tot nog toe slechts één medeplichtige aangehouden: de 25-jarige Francis Simonis uit Beyne-Heussay, een Luikse gemeente nabij Fléron.
Belgische huurling
Nu is het zo, dat omtrent de echtgenoot van Mw. CIaustre allerlei geruchten de ronde doen. Sommigen beweren dat hij ook in Tsjaad gevangen zit. Anderen maakten er melding van dat hij de jongste tijd herhaaldelijk nabij de Frans-Belgische grens werd gezien.
Hij zou er in gezelschap zijn geweest van een indertijd bekende Luikse huurling en van de Franse fotograaf Raymond Depardon. Deze journalist werd begin oktober aan de Belgische grens door de Parijse politie aangehouden. Hij mag voortaan het grondgebied van Frankrijk niet meer verlaten. De activiteiten van Pierre Ctaustre, de echtgenoot van de Franse gijzelaarster in Tsjaad, worden immers van naaldje tot draadje onderzocht. Men vraagt zich nu af wat Raymond Depardon, Pierre Claustre en de Belgische huurling uit de tijd van Jean Schramme in ons land van plan waren. Het wordt niet uitgesloten geacht dat ze wapens kwamen kopen om dan via het vliegveld van Luxemburg-stad, aan boord van een cargo van een privé-maatschappij, naar Tsjaad te vliegen.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de in Bastenaken en Luik ontdekte wapens voor Pierre Claustre waren bestemd. Maar de Belgische recherche doet al het nodige om er het fijne van te weten. Eén zaak is zeker: in de hoogste gerechtelijke kringen te Brussel betreurt men dat de wapentrafiek nu reeds aan het licht kwam. Want meteen werden de mannen achter de schermen gealarmeerd en vele sporen uitgewist.
Gisteren vertrokken ook politiemannen van Interpol-België naar verscheidene buurlanden, waar eventuele afnemers van de Belgische wapens een onderkomen vinden. Ook naar Wiesbaden voor een contactname met de Duitse Kriminalpolizei. Nochtans meent men dat de ontdekte wapen niet voor de Baader-Meinhoffbende bestemd waren. Aanhangers van deze anarchistische groep stelen immers zelf al wat ze nodig hebben. Ook gelooft men in speurderskringen niet dat de wapens voor het Belgische milieu bestemd waren. Bij ons gebruikt de onderwereld weinig of geen springstof.
Zes bankrekeningen
Gaat de ontdekte wapentrafiek nog alle mogelijke richtingen uit, dan zijn gespecialiseerde diensten van de rijkswacht ook met man en macht op zoek naar de 42-jarige Arnould Higny, uit Fléron, die het brein van de wapentrafiek wordt genoemd. Deze kerel is eigenaar van verscheidene bars waaronder ook de “Suzy Bar” in het West-Vlaamse lngelmunster.
De dienster van deze bar, Conchetta Dolcimascolo, liep reeds in de val toen ze zich te Luik, in bezit van 100.000 fr., aanbood bij Denise Deneffe waar de speurders reeds een echt wapenarsenaal hadden aangetroffen.
Arnould Higny is overigens geen onbekende voor het gerecht. Enkele maanden geleden werd te Valenciennes een Spanjaard uit Luik gearresteerd wat toeliet het spoor naar wapentrafiek In de "vurige stede”, door t trekken. Want in de bestelwagen van de Spaanse Luikenaar vonden Franse rechercheurs wapen die door Arnould Higny werden geleverd. Overigens vond de politie bij een huiszoeking daar 250 mitrailletten van het “Sten”-type.
Arnould Higny was echter niet thuis en is sedertdien spoorloos. Tegen hem werd toen reeds een aanhoudingsmandaat opgesteld nadat hij reeds een veroordeling tot één jaar gevangenis bij verstek had opgelopen wegen bedrog bij de verkoop van tweedehandswagens. Want officieel is Arnould Higny handelaar in dergelijke auto's. Van deze man is ook geweten dat hij verscheidene chauffeurs in dienst heeft en houder is van zes verschillende bankrekeningen. Zijn internationale contacten worden zeer belangrijk genoemd. Hij verkocht aan de meest biedende. Zowel Belgische als buitenlandse belangstellenden.
De Luikse wapenbende moet over enorme financiële middelen beschikken om zich zo een voorraad wapens van alle slag te kunnen aanschaffen. De verkoop van dergelijke illegale wapens brengt echter ook veel op Zo kunnen zogeheten afgedankte militaire “Sten-“mitrailletten voor een kleine 500 fr. worden aangeschaft en verder verkocht tegen 10.000 fr., een mitrailleur-geweer zelfs tegen 30.000 frank.
Gisteravond waren alle rijkswachtdiensten van België in de bres gesprongen om een spoor te vinden van Arnould Higny. Zijn aangehouden vriendin Conchetta Dolcimascolo had de speurders desbetreffende nog niet veel wijzer gemaakt. De politie zoekt ook de man die de wapens van Bastenaken naar Luik overbracht.
Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Oktober 1975
Nu ook geweren en pistolen ontdekt te Brussel
De rijkswacht van Luik ontplooide gisteren een grote activiteit om het net van de aldaar ontdekte wapensmokkel volledig op te rollen. De man die het brein van de wapenbende wordt genoemd, de 42-jarige Arnold Higny, een éénarmige kerel uit Fléron, liep echter niet in de val. Hij zou zich in het buitenland ophouden ofschoon hij nog zeer onlangs in Bastenaken werd opgemerkt.
Woensdag, maar daarover wordt voorlopig nog het stilzwijgen bewaard, hebben speurders ook tien geweren en vier pistolen ontdekt te Brussel, in de buurt van de Waversesteenweg. De man, die werd aangehouden, zou geen onbekende van het gerecht zijn.
Twijfel
Aangenomen wordt echter dat deze nieuwe wapenvondst geen uitstaans heeft met de veel grotere ontdekking in Bastenaken en Luik. Er bestaat overigens, omtrent deze zaak, ook nog veel twijfel. De recherche is er gisteren niet zo erg op vooruitgegaan. De vooropgezette hypothese dat de wapens bestemd waren voor de IRA, ETA, Baader-Meinhoff, rebellen in Tsjaad, worden nog altijd weerhouden.
Wel is gisteren gebleken dat de Franse veiligheidsdiensten veel interesse vertoonden voor de in Luik onderschepte wapens. Wat dan weer laat veronderstellen dat men in Parijs toch wil nagaan of de "Luikse wapens" inderdaad niet voor Hissène Habré, de rebellenleider in Tsjaad waren bestemd.
Deze 35-jarige nomaad, die ervan droomt ooit de Mao van Afrika te worden, eist immers wapens als ruil voor de vrijlating van Française Treinen (mw, Claustre) die in Tibesti - het noorden van Tsjaad - reeds 18 maanden wordt vastgehouden. De Franse veiligheidsdiensten weten immers maar al te goed dat kennissen van Pierre Claustre nu en dan aan de Belgische grenzen werden
opgemerkt.
Transport
Trouwens een zekere Oligarai heeft geweigerd geld aan Pierre Claustre te geven omdat, zo vertelde hij, dit bedrag werd besteed voor de aankoop van wapens die in België op transport wachten of hebben gewacht. Andere bronnen, die we gisteren hoorden, menen echter te weten dat de wapens voor Tsjaad reeds in een naburig Afrikaans land, dat niet nader werd genoemd, liggen opgestapeld. Een Belgische maatschappij zou daar overigens meer van afweten.
Hoe dan ook, een ding is zeker: de wapensmokkel in België floreert momenteel als nooit te voren.
Anderzijds heeft het Taalactiecomité, bij monde van zijn voorzitter Piet Depauw, scherp gereageerd omdat in sommige kringen ook de naam van TAK als mogelijke afnemer van de wapens werd genoemd. Onze enige wapens, aldus Piet Depauw, zijn het sarcasme, de humor en de stuntacties. De voorzitter van TAK gelooft dat men met deze geruchten te verspreiden het Taalactiecomité in diskrediet wil brengen met het oog op de betoging van 26 oktober te Brussel...
Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Oktober 1975
Verdachte nr. 1 van wapensmokkel onvindbaar
Overal in België en ook in het buitenland werd gisteren gezocht naar de 42-jarige Arnold Higny uit Fléron, die het kopstuk blijkt te zijn van een goed georganiseerde bende van wapensmokkelaars. De jacht werd ontketend nadat te Bastenaken en eveneens te Luik een clandestiene wapenopslagplaats werd ontdekt.
Drie personen, onder wie twee vrouwen, werden inmiddels aangehouden. Maar Arnold Higny, die naar verluidt reeds in 1963 Zuid-Tirolers leerde omgaan met springstof, bleef ook gisteren uit de vang armen van de speurders.
Zorgens
Trouwens Higny weet al lang dat hij wordt gezocht en dat de Belgische grond hem te heet onder de voeten is. Niettemin zou hij nu en dan in het Luikse zijn opgedoken. Het vermoeden bestaat dat deze wapentrafikant over trouwe aanhangers beschikt bij wie hij - niemand weet waar - een veilig onderkomen heeft gevonden. Higny wordt afgeschilderd als een grote figuur uit het milieu en ook als een snugger zakenman.
Men weet ook dat zijn 23-jarige vriendin Conchetta Lolcimascolo werd aangehouden doch tijdens ondervragingen trekt ze doorgaans haar schouders op. Ze weet van niets.
Andere zorg van de speurders: de bestemming van de ontdekte wapens. Dat blijft voorlopig nog een raadsel en het gerucht dat Pierre Claustre, de man van de in Tsjaad vastgehouden Franse etnologe onlangs in Brussel en ook in Herstal werd gezien, kon gisteren niet worden bevestigd. De recherche houdt het voor mogelijk dat de aangetroffen wapens voor de rebellenleider uit Tsjaad bestemd waren. Andere speurders menen echter dat men in een andere richting moet zoeken.
Touwtjes
Er zijn nog veel duistere punten in het onderzoek maar zeker is wel dat Higny wapens verkocht die ook in het Belgisch milieu verzeild geraakten. Higny, wiens “zakencijfer” in de miljoenen liep, werkte ook samen met de Gentenaar Dauwe, die onlangs voor wapentrafiek tot vier jaar gevangenisstraf werd veroordeeld.
Wordt Higny als de “caïd” van een groots opgezette wapensmokkel beschouwd, dan gaat men er ook van uit dat nog een ander super-zware jongen de eigenlijke touwtjes van de organisatie in handen heeft.
Naar aanleiding van de berichten als zouden de in Luik ontdekte wapens mogelijk voor het Taalaktiekomitee zijn bestemd, heeft de voorzitter van TAK klacht ingediend bij de procureur-generaal te Gent wegens laster, eerroof en inbreuk op het privé-leven.
Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Oktober 1975
Wapenhandelaars voor rechtbank van Luik
De correctionele rechtbank van Luik begon de behandeling van een zaak van wapenhandel, die in oktober 1975 in Luik werd ontdekt. Er zijn twaalf beschuldigden. Niet allen zijn zes echter dinsdag voor de rechtbank verschenen. Hoofdverdachte is de 69-jarige Arnold Higny uit Fléron. De man verscheen niet ter zitting. Hij wordt ervan verdacht de leider te zijn van een net van wapentrafikanten. Hij wordt zowel in België als in andere Europese landen naarstig gezocht.
Een lid van de gerechtelijke politie van Luik verklaarde tijdens de eerste zitting dat deze zaak van wapenhandel zo ingewikkeld is dat zelfs de speurders er niet alle elementen van kennen. De zaak kwam aan het licht toen in Bastenaken een geheim wapenarsenaal in de lucht vloog en de eigenaar ervan om het leven kwam.
Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Mei 1976
Voortvluchtige Higny schreef brief
De correctionele rechtbank van Luik heeft dinsdag een zesde zitting gewijd aan een zaak van wapenhandel waarvan twaalf personen beschuldigd worden.
De hele affaire begon in oktober vorig jaar met de ontdekking van een wapenopslagplaats te Luik, nauwelijks enkele uren nadat een hevige ontploffing een andere clandestiene opslagplaats te Bastenaken in de lucht liet vliegen. Daar viel een dode, nl. eigenaar Duterme.
In Luik werden door de opsporingsdienst machinepistolen, granaten, duizenden patronen en een machinegeweer gevonden. De belangrijkste betichte, Arnold Higny (43) uit Fléron, is intussen nog steeds voortvluchtig. Tegen hem werd een internationaal aanhoudingsmandaat uitgevaardigd. Nochtans dook Higny dinsdagmorgen even op, maar dan per brief.
De voorzitter van de rechtbank, Knaepen, ontving van de man een lang schrijven, waarin deze zijn verontwaardiging uit over de beschuldigingen aan zijn adres vanwege andere betichten, ondermeer van wapenhandelaar Corman uit Hamoir. Higny beschuldigt Corman ervan dubbel spel te hebben gespeeld door zich enerzijds aan te bieden als tipgever van de BOB en door zich anderzijds te verzekeren van belangrijke winsten op wapenleveringen.
Higny heeft het eveneens op precieze manier over de handelswijze van bepaalde onderzoekers, die hij aan de kaak stelt. De hoofdbetichte erkent weliswaar zijn aandeel in de zaak, maar houdt vol slechts te zijn opgetreden als geldschieter. Bij het begin van de zitting werd de ganse brief voorgelezen. Voor het overige was de zitting gewijd aan getuigenverhoren. Op 15 juni wordt de zaak voortgezet.
Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juni 1976
Wapenhandel voor Hof van Beroep te Luik
Voor het Hof van Beroep van Luik werd donderdag, onder voorzitterschap van de h. Moreau, de zaak van wapenhandel voortgezet waarvan de hoofdverdachte Arnold Higny nog steeds voortvluchtig is. Tijdens de zitting werd het rekwisitoor van advocaat-generaal Gruslin gehoord. Daaruit kan worden onthouden dat de openbare aanklager de bevestiging vraagt van de reeds opgelegde straffen, omdat de daders een aanslag hadden gepleegd op de openbare veiligheid. De pleidooien van de verdediging volgen heden vrijdag.
Bron: Gazet van Antwerpen | 19 November 1976
Straf van wapensmokkelaar Higny gehandhaafd
Het Hof van Beroep te Luik heeft donderdag uitspraak gedaan in een zaak van wapensmokkel, die op 29 juni in eerste aanleg was behandeld. De centrale figuur in deze zaak is de nog steeds voortvluchtige Arnold Higny, die destijds brieven schreef aan de voorzitter van de correctionele rechtbank en aan een Luikse journalist om zijn rol in deze zaak te verduidelijken.
Het Hof van Beroep bevestigde donderdag de veroordeling bij verstek van Higny tot vijf jaar gevangenisstraf. Voorts kregen Raymond Hestay, Jean Dupont en Marcel Corman, die in eerste aanleg veroordeeld waren tot drie jaar en 160.000 fr., thans gedeelteIjk uitstel.
Edgard Lemmens daarentegen hoorde zijn straf van een jaar en 150.000 fr. bevestigen, terwijl Denise Deneffe, die in eerste aanleg was vrijgesproken, thans veroordeeld werd tot zes maanden gevangenisstraf en 6.000 fr. met gedeeltelijk uitstel.
Bron: Gazet van Antwerpen | 24 December 1976
Wapensmokkelaar bij verstek veroordeeld
De rechtbank van Brussel veroordeelde donderdag de 44-jarige Arnold Higny uit Fléron bij verstek tot zes maanden gevangenisstraf wegens wapensmokkel. Hij krijgt ook een boete van 9.000 frank.
De sluwe Higny is sedert twee jaar alle speurders te vlug af. Een politieman zei ons: “Die Higny is wellicht een der meest doorgewinterde kerels die ooit door het Belgische gerecht moesten worden gezocht. Hij steekt werkelijk in een vossenhuid.”
Het is niet uitgesloten dat hij zich in België bevindt, en bij vrienden (en hij heeft er veel) een veilig onderkomen heeft gevonden. Arnold Higny haalde op 15 oktober 1975 de frontpagina’s nadat in Bastenaken een wapendepot was ontploft. Het spoor leidde naar de rosse buurt van Luik waar een echt wapenarsenaal werd aangetroffen: 30 machinegeweren, mills-granaten, M16 geweren, duizenden kogelladers, wapenonderdelen en 2 kg. springstof.
De leveranciers werden gevat. Ook het barmeisje Concetta die werkte in een bar te Ingelmunster en de vriendin van Higny bleek te zien, liep in de val.
Maar wie zich niet liet zien, was Arnold Higny. En na twee jaar speurwerk blijft hij onvindbaar, ofschoon hij het aandierf, enkele maanden geleden, vanuit een onbekende plaats een brief naar het Luikse gerecht te sturen.
Higny is een gangster die zou moorden als hij in het nauw wordt gedreven. Bij hem komt het er alleen op aan geld te verdienen met wapenleveringen. De onderwereld van België en Frankrijk kwam geregeld bij hem aankloppen en naar verluidt kennen ook “vrijheidsstrijder" als Basken, de IRA en Joegoslaven, enz. hem goed.
Hij wordt zowat als het brein achter de Europese wapensmokkel beschouwd. Nochtans is hij klein begonnen. Een beetje oplichterij, wat zwendel. Daarna werd hij pooier en uitbater van enkele loense bars. In april 1974 begon Arnold Higny, met een handel in tweedehandsauto's. Maar wat later worden er te Fléron 50 machinegeweren ontdekt. Arnold Higny gaat echter vrijuit. De wapens zijn "gedemiliariseerd” of onschadelijk gemaakt en alleen voor de verkoop aan verzamelaars bestemd.
Enkele wapenverzamelaars worden aangehouden en men ontdekt de bindingen die ze hadden met Arnold Higny. Reeds in 1963 had een Duitse journalist met hem een interview in het Zuid-Tiroolse gebergte. De Belg was daar bedrijvig als "springstofisntructeur”. Hij leerde er Zuid-Tirolers, die ijverden voor aanhechting van hun gebied bij Oostenrijk, op deskundige wijze omgaan met springstoffen. Ook hier was de Luikenaar de politie te vlug af.
Higny is altijd netjes gekleed en heeft het voorkomen van een “genteman”. Men vermoedt dat hij nu een baard draagt en zijn haar heel lang. Hij heeft echter van bij de geboorte een misvormde linkerhand. De kans dat hij daardoor zal geklist worden, blijft echter niet zo groot. Daarvoor is hij te glad en uitslapen …
Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Oktober 1977
Wat heeft Higny allemaal uitgespookt in Duitsland
De gerechtelijke kringen zowel te Brussel als te Luik gaven bitter weinig commentaar over het geval Arnold Higny, tot voor kort de meest gezochte man in heel België. Deze gewiekste wapensmokkelaar werd enkele weken geleden door de Duitse politie aangehouden, tijdens een controle in de buurt van Aken.
Arnold Higny, die al zo'n 3 jaar werd gezocht, bood geen verweer en liet zich gewillig opbrengen. Toch toonde hij zich enigszins verbaasd dat men hem nu toch op het spoor was gekomen. De Duitse politie had evenwel een belangrijke tip gekregen van de Brusselse BOB, die hem in de omgeving van Aken had weten te lokaliseren.
Al verscheidene weken nu zit Arnold Higny in een Duitse gevangenis opgesloten. Zullen de Duitsers hem niet uitleveren? Dit wordt zeer onwaarschijnlijk geacht, maar de Duitse “Kriminalpolizei” legt de Luikenaar flink op de rooster in verband met wapensmokkel in Duitsland, waarvan men nooit het fijne te weten kwam. Het ziet er naar uit dat Arnold Higny, die reeds geruime tijd zijn intrek te Aken had genomen, ook in Duitsland de wet heeft overtreden. Dit verklaart wellicht waarom de Duitsers hem nog altijd in hun cel houden en dus nog niet hebben uitgeleverd. Naar “achter de schermen” werd vernomen zou die uitlevering toch niet lang meer op zich laten wachten.
Handelaar
Arnold Higny, nu zo'n 45 jaar, is een man die jaren aan een stuk stevig de touwtjes in handen had van een grote internationale wapensmokkel. Hij is een gangster met een even gevarieerd als lang strafregister. Zijn officiële verblijfplaats was lange tijd Fléron bij Luik.
Higny, die van de geboorte een misvormde linkerhand heeft, is klein begonnen. Een beetje oplichterij, een beetje zwendel, tot hij meer wilde verdienen met pooier te spelen en het uitbaten van enkele bars in het Luikse. In april 1974 geraakte het bij de speurders bekend dat Higny handelaar in tweederangswagens was geworden. Wegens de verkoop van minderwaardige auto's werd hij trouwens tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld.
Rond die periode wordt te Leuven een wapenhandelaar uit Tienen voorgeleid, beticht van wapensmokkel. De gerechtelijke instanties vinden een spoor dat leidt naar Higny en te Fléron worden bij een huiszoeking 250 machinegeweren (ingevoerd uit Israël) aangetroffen. Higny had zijn voorzorgen genomen en ging vrijuit want die wapens waren immers “gedemilitariseerd” of met andere woorden, onschadelijk gemaakt. Die waren alleen bestemd, aldus de Luikse wapensmokkelaar, voor wapenverzamelaars.
Ontploffing
In oktober 1975 kwam de naam Arnold Higny weer op de voorpagina's van de kranten. Een grote wapenbende was in de val gelopen, maar het brein, Arnold Higny, was onvindbaar. Die was immers reeds maanden voordien ondergedoken omdat de grond hem te heet onder de voeten werd.
De wapensmokkel lekte uit door de ontploffing in een atelier te Bastenaken. De eigenaar, een bieruitzetter, schoot daar zelfs het leven bij in. Men wist van hem dat hij in zijn vrije tijd gedemilitariseerde wapens opnieuw bruikbaar maakte en springstof uit legergranaten tot een soort plastiklading verwerkte.
Drie personen werden aangehouden, onder wie ook een Italiaanse barmeid uit een café te Ingelmunster, die de vriendin bleek te zijn van Arnold Higny. Maar Higny bleef sedertdien uit de armen der wet, ondanks hij zowel in binnen- en buitenland werd opgespoord. Hij werd verscheidene keren gesignaleerd in de streek van Aken en ook in het Luikse. De speurders visten telkens achter het net, zodat nog maar heel weinig hoop bleef bestaan hem nog ooit te kunnen vatten. Tot dan de BOB van Brussel interessante gegevens had weten te verzamelen en geduldig elk spoor natrok.
Bomaanslagen
Arnold Higny, die in sommige gerechtskringen als een “gentleman-wapensmokkelaar” bekendstaat - men vertelde van hem dat bij nooit het wapen dat hij altijd op zak had zou gebruiken - was niet aan zijn proefstuk. Reeds in 1963 had een journalist van de Duitse Bild-Zeitung een vraaggesprek met hem in de bergstreek van Alto Adige, het Italiaanse Zuid-Tirol. Het bleek dat Higny, toen nauwelijks dertig jaar, Zuidtirolers, die streefden voor aanhechting van hun gebied bij Oostenrijk, leerde omgaan met vuurwapens en springtuigen. In de streek gebeurden even later verscheidene bomaanslagen.
De correctionele Rechtbank van Luik veroordeelde in juni 1976 Arnold Higny voor de zwendel in wapens en springstoffen, die in oktober 1975 aan het licht kwam, bij verstek tot 5 jaar gevangenisstraf. Zijn onmiddellijke aanhouding werd bevolen. Men heeft echter nog bijna drie jaar moeten wachten en zoeken eer het zo ver was. De onderzoekers hopen nu met de aanhouding van de meest gezochte Belg, dat die iets meer zal vertellen over zijn contacten met buitenlandse wapensmokkelaars. Een andere vraag is: waar haalde Arnold Higny de miljoenen vandaan om zijn trafiek te financieren. Is Higny werkelijk de “grote caïd” of staat er boven hem nog een supertrafikant?
Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Februari 1979
Gevangene ontsnapt en weer gepakt
Donderdagochtend omstreeks 2u kon een ontsnapte gevangene in de herberg “Saint James” aan de Place de la Victoire te Verviers worden voorgeleid. Politie en rijkswacht hadden woensdagnacht een grootscheepse klopjacht gehouden oude man, de wapenhandelaar Arnold Higny bij de kraag te kunnen vatten.
Hij was woensdagavond ontsnapt uit het restaurant “Le Soiron” te Soiron zelf. Hij was daar naartoe gebracht door de rijkswacht, in het kader van het onderzoek. Samen met Arnold Higny waren er nog zijn twee advocaten, zijn vroegere minnares en twee inspecteurs van de BOB.
In het eethuis sloeg Higny een wc-venstertje stuk, waarna hij met een in Frankrijk ingeschreven wagen op de vlucht sloeg. Vrij vlug kon men hem in de streek op het spoor komen en ten slotte werd hij zonder tegenstand te bieden opgepakt in de “Saint James”. Higny die voor de rechtbank zal moeten verschijnen wegens een belangrijke illegale wapenhandel, had een arm in de plaaster steken.
Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Juni 1979
Higny pleegt zelfmoord in gevangenis
De 49-jarige Arnold Higy uit Fléron werd dinsdagnamiddag verhangen aangetroffen in zijn cel in de Saint-Leonardgevangenis te Luik. De man had zich met een stuk linnen aan een staaf van het raampje opgeknoopt. Op 26juni 1976 was Higny tot 5 jaar gevangenisstraf en 120.000 fr. boete veroordeeld wegens wapensmokkel. Op 24 december werd hij te Sinarath, nabij Aken, aangehouden en op 1 april jl. aan de Belgisch overheid uitgeleverd. Op 30 mei jl. was Higny gedurende enkele uren uit de gevangenis gevlucht, naar hij zei om zijn vrouw weer te zien.
Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Juni 1979
Familie van Arnold Higny twijfelt aan de “zelfmoord”
Het parket van Luik heeft de lijkschouwing bevolen van het stoffelijk overschot van Arnold Higny, de wapensmokkelaar die dinsdag kort na 17u in een cel verhangen aangetroffen werd.
Toen haar het nieuws werd meegedeeld, had de familie van de gevangene dadelijk zelfmoord uitgesloten en te verstaan gegeven dat Higny mogelijk in zijn cel was vermoord. De nabestaanden van Higny hadden in het dodenhuisje te Luik vastgesteld dat op het gezicht van de dode op verscheidene plaatsen sporen van slagen voorkwamen. Volgens de familie "wist de overledene te veel” en zou hij voor onthullingen hebben kunnen zorgen. Steeds volgens de familie is het niet uitgesloten dat Higny met geneesmiddelen verdoofd werd en daarna opgehangen in zijn cel.
Twee uur voordat hij dood aangetroffen werd, had Higny bezoek gekregen van zijn vrouw, aan wie hij gevraagd had hem 's anderendaags eetwaren en een spiegel te brengen. Ook zou zij hem woensdag documenten ter hand stellen in verband met een huis dat het echtpaar te Fléron bezat en dat Higny wilde verkopen.
De vrouw van Higny verklaarde dat haar man al verscheidene keren had laten horen "dat hij nooit levend uit de Luikse gevangenis zou komen.” Ook had Higny zijn vrouw te verstaan gegeven dat het niet uitgesloten zou zijn dat hij zekere dag noodgedwongen zelfmoord zou plegen, maar dat hij het haar dan daags tevoren zou toevertrouwen.
De lijkschouwing heeft uitgewezen dat Higny door wurging om het leven kwam. Gerechtsartsen schrijven de sporen van slagen toe aan het feit dat het lijk met het gezicht tegen de staven van het celvenster heeft geschuurd terwijl het in de lucht hing. Voorts zijn monsters van ontleding naar een laboratorium gestuurd.
Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Juni 1979
