Topic: Bende Goedleven
De "bende Goedleven" bestaat uit twee delen.
EERSTE BENDE
In 1969 pleegde Serge Goedleven twee overvallen op Delhaize-warenhuizen in het Luikse. Hij deed dit samen met vier bendeleden, waaronder Maximilien Pascal, een gewezen huurling, die onder andere in contact stond met Istvan Farkas en verschillende leden van de bende rond Philippe De Staerke. Hij pleegde in mei 1987 zelfmoord. De bende werd in juli 1970 veroordeeld voor de gepleegde feiten.
Leden:
Achour Bouagab
Bela Szabados
Serge Goedleven
Van Nieuwenhuyzen
Feiten:
Luik: 9 Augustus 1969; Gewapende overval op het Delhaize-warenhuis aan de Rue Grety » Forum
Luik: 17 Februari 1968: Gewapende overval op het Delhaize-warenhuis aan de Rue Marengo » Forum
Hold-up te Wezembeek-Oppem
Gewapende overval in een bijhuis van de Algemene Bankmaatschappij te Brussel
Gewapende overval te Leuven
Overvallers op winkels te Luik geïdentificeerd
Nadat verscheidene inspecteurs van de gerechtelijke politie van Luik en Brussel een gezamenlijk onderzoek van verscheidene maanden hadden ingesteld, kon worden overgegaan tot de identificatie en aanhouding van twee mannen, die gewapende overvallen op de Delhaize-warenhuizen, gelegen aan de rue Marengo en de rue Gretry te Luik. Een van de bandieten, Serge Goedleven (30), verdachte in de zaak van de rue Grety (9 augustus 1969). Hij werd daags na de feiten aangehouden.
Lange tijd beweerde Goedleven dat zijn rol beperkt was tot het aanwijzen van de zaak aan twee Zwitsers. Nu heeft hij zijn medewerking aan deze hold-up toegegeven. Hij was vergezeld van de Fransman Achour Bouagab (26), genaamd “Le Kabyle”, die sedertdien voortvluchtig is en door de politie van gans Europa wordt opgespoord. De buit bedroeg 1.200.000 fr.
Goedleven gaf ook de hold-up van de rue Marengo toe (gepleegd op 17 februari 1968), dit keer samen met de vaderlandsloze Bela Szabados, genaamd “Bill, de Hongaar”, en Maximilien Pascal (26), wonende Albertlaan te Vorst. Deze twee medeplichtigen zijn ook opgesloten. “Bill, de Hongaar” en Goedleven zijn ook schuldig aan een hold-up te Wezembeek-Oppem (buit 400.000 fr.), aan een gewapende overval in een bijhuis van de Algemene Bankmaatschappij te Brussel, en aan een overval te Leuven.
Bron: Gazet van Antwerpen | 15 November 1969
Beroepsdief Serge Goedleven zwaar gestraft
Woensdag heeft de Correctionele Rechtbank van Luik vonnis geveld in de zaak ten laste van Serge Goedleven, uit Wezembeek-Oppem, dader, mededader of medeplichtige van twee diefstallen gepleegd ten nadele van twee Luikse warenhuizen, en van een gewapende overval te Wezembeek-Oppem, waarbij de daders met drie miljoen fr. aan de haal gingen. Serge Goedleven werd veroordeeld tot 14 jaren gevangenisstraf (de straf wordt tot 10 jaar verminderd in toepassing van de wet op de samenvoeging van straffen) en 2.000 fr. boete.
De voortvluchtige Algerijn Achour Bouagab kreeg 12 jaar (in feite en dit wegens dezelfde reden 10 jaar). De Hongaar Bela Szabados kan het stellen met 5 jaar, terwijl Maximilien Pascal 4 jaar kreeg en Van Nieuwenhuyzen 18 maanden en 4.000 fr. boete.
Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Juli 1970
TWEEDE BENDE
De tweede bende van Serge Goedleven was actief van 20 oktober 1981 en de laatste op 31 december 1981. Ze pleegde vooral overvallen op bedrijven en villa's. Ze kregen hun tips van Jacques Dehasse, die voor een verzekeringsmaatschappij werkte. Ze stonden begin 1985 terecht voor het assisenhof van Brussel.
Leden:
Serge Goedleven
Marc Van Impe
Jacques Dehasse
Feiten:
Zeven gewapende overvallen gepleegd in het Brusselse en elders, de eerst op 20 oktober 1981 en de laatste op 31 december 1981.
20 Oktober 1981: Overval op het echtpaar Gliksberg-Thiriard aan de Hamoirlaan te Ukkel.
27 November 1981: Overval op een vrouw waarbij de vrouw op het bed werd vastgebonden. Van Impe en Goedleven legden er beslag op beeldjes voor een waarde van 500.000 fr., enkele juwelen en 40.000 fr.
4 December 1981: Een diefstal met geweld te Waterloo op de zetel van de pvba MPS, beheerd door Mw. Sobieski. De vrouwen werden verplicht tegen de muur te staan en hun juwelen op een bureautafel neer te leggen. De daders legden eveneens beslag op de inhoud van hun handtassen. Na de telefoondraden te hebben losgerukt, sloegen de overvallers op de vlucht.
22 December 1981: Overval omstreek 18u te Watermaal-Bosvoorde. De echtgenoten Naparsteck, die een pelswinkel uitbaten in de Agora-galerij te Brussel, waren die avond met hun wagen naar huis teruggekeerd. De man was nog in het bezit van de inkomsten van de dag, een bedrag van 100.000 fr. Voor de daders vertrokken, werden de telefoondraden uitgerukt.
30 December 1981: Overval ten huize van de h. Kilbert aan de Ridderlaan te Wemmel. Goedleven en Van Impe legden er beslag op juwelen voor een waarde van 1 miljoen fr., een ets van Salvador Dali en op 1 miljoen lire.
31 December 1981: Overval omstreeks 18u in de ruime villa aan de Braziliëlaan te Brussel. Goedleven en Van Impe wisten via Dehasse dat Mw. Goffer een luxewinkel uitbaatte aan de Louisalaan te Brussel.
Drie overvallers voor Brabants Assisenhof
Het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Jans, behandelt vanaf maandag 18 februari het proces van drie mannen die in 1981 in het Brusselse een zevental overvallen pleegden. Het betreft de 45-jarige Serge Goedleven, uit Genappe, de 38-jarige Mare Van Impe, eveneens uit Genappe, en de 41-jarige Jacques Dehasse uit Ukkel. De beklaagden sloegen meestal toe in luxueuze villa's te Ukkel, Anderlecht, Brussel, Waterloo, Wemmel en Watermaal-Bosvoorde. Telkens gebruikten ze zware pistolen. Hun slachtoffers werden in verschillende gevallen vastgebonden en onder bedreiging verplicht een brandkast open te maken.
De daders legden daarbij beslag op aanzienlijke sommen geld or belangrijke partijen juwelen. Twee vrouwelijke slachtoffers liepen als gevolg van de doorstane angst blijvende werkonbekwaamheid op. Een van deze vrouwen zal voor de rest van haar leven psychisch gestoord blijven. De overvallen werden uitgevoerd door Goedleven en Van Impe. Dehasse van zijn kant was bij het bouwen van een dure villa zodanig in financiële moeilijkheden geraakt dat hij als tipgever voor de twee andere beklaagden optrad, door hun de namen en adressen bekend te maken van de rijkste klanten van de financiële instelling waarvoor hij werkte.
Goedleven wordt verdedigd door Mr. Anne Kryvine. Van Impe door Mr. Guy Delfosse en Dehasse door Mrs. Guy François, Joëlle Noël en Martine Van Praet, terwijl advocaat-generaal Jaspar optreedt voor het openbaar ministerie. Er worden een zestigtal getuigen ondervraagd en de debatten zullen twee weken in beslag nemen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Februari 1985
Eén tipte, twee roofden
Voor het Hof van Assisen van Brabant voorgezeten door raadsheer Jans begon maandag het proces van de 45-jarige Serge Goedleven, vervoerder, uit Genappe (Baisy-Thy), de 38-jarige Marc Van lmpe, zandbewerker, ook uit Genappe en de 41-jarige Jacques Dehasse uit Ukkel.
Goedleven wordt verdedigd door Mr. Anne Kryvine, Van Impe door Mr. Guy Delfosse en Dehasse door Mr. Guy François. Mr. Joelle Noël en Mr. Martine Van Praet. Het Openbaar Ministerie wordt vertegenwoordigd door advocaat-generaal Jaspar. De jury is samengesteld uit tien vrouwen en twee mannen.
Serge Goedleven is een van de zes kinderen die zijn moeder bij verscheidene mannen kreeg. Reeds op 2-jarige leeftijd werd hij in een tehuis geplaatst. Van zijn zesde tot achttiende jaar werd hij in het Jules Lejeune-tehuis te Manage opgevoed. Daarna ging hij bij een van zijn zusters inwonen.
Goedleven werd meerdere keren veroordeeld voor diefstal, inbraak en heling. Goedleven begon van zijn 14de jaar af te werken, op 25-jarige leeftijd kocht hij een vrachtwagen en begon voor eigen rekening als vervoerder te werken.
Marc Van Impe is de oudste van tien kinderen, de eerste vijf kinderen zijn van onbekende vaders. Van Impe kreeg lager middelbaar onderwijs en ging toen met zijn stiefvader samenwerken om later een zelfstandige aannemer te worden. Hij trad in het huwelijk met een vrouw die hem later een dochtertje schonk.
Jacques Dehasse tenslotte werd uit een niet gehuwd Israelisch paar geboren. Om zijn bescheiden oorsprong te doen vergeten, wist hij later door hard werken een schitterende situatie te verwerven bij een verzekeringsmaatschappij. Dehasse trad in 1962 in het huwelijk en werd vader van een zoon. In 1971 liet hij zich te Plancenoit een villa bouwen, waarvoor hij een lening van 5 miljoen frank diende aan te gaan. Het terugbetalen van deze lening ging zijn middelen te boven zodat hij de villa tenslotte moest verkopen.
De hoofdfeiten waarvoor zij terecht taan zijn vooral zeven gewapende overvallen gepleegd in het Brusselse en elders, de eerst op 20 oktober 1981 en de laatste op 31 december 1981. De overvallen waren het werk van Goedleven en Van Impe na tips van Dehasse. Deze was immers handelsafgevaardigde bij een verzekeringsmaatschappij. Als dusdanig kreeg hij contacten met heel wat gefortuneerde mensen. Dehasse koos de rijkste klanten als toekomstige slachtoffers uit.
Hij maakte de adressen van deze personen telkens aan Goedleven en Van Impe over. Zulks verklaart waarom laatst vernoemden erin slaagden met ettelijke miljoenen aan geld en juwelen aan de haal te gaan.
Twee van de slachtoffers, nl. Mw. Goffer te Brussel en Mw. Thiriard te Ukkel werden door Goedleven en Van Impe zodanig gebrutaliseerd dat ze een blijvende werkonbekwaamheid opliepen. Volgens de psychiater zal Mw. Thiriard als gevolg van de doorstane angst voor de rest van haar leven psychisch gestoord blijven.
Goedleven en Van Impe worden er eveneens van beschuldigd, 13 diefstallen met inbraak te hebben gepleegd, overwegend in het Brusselse maar ook in Bleiswijck (Nederland) en Gembloers. Ze worden eveneens beschuldigd van valsheid in geschrifte toen ze gestolen cheques gingen verzilveren.
Vandaag begint het getuigenverhoor.
Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Februari 1985
Dehasse voelde zich gegijzeld door Goedleven en Van lmpe
Omdat Goedleven een en ander wist van het niet al te proper verleden van Dehasse, voelde deze laatste zich a.h.w. door eerstgenoemde gegijzeld. Dat liet Dehasse in ieder geval gisteren duidelijk verstaan bij zijn ondervraging door de voorzitter van het Brabants assisenhof.
Eerst kwam onderzoeksrechter Wezel vertellen hoe Goedleven en Van lmpe konden aangehouden worden. Dat gebeurde na een diefstal met geweld op 4 december 1981 te Waterloo op de zetel van de pvba MPS, beheerd door Mw. Sobieski. Tijdens deze overval werden drie vrouwen onder bedreiging met pistolen verplicht hun juwelen voor een waarde van 1 miljoen frank af te geven.
De politie kwam erachter dat de daders, Marc Van lmpe en Serge Goedleven waren. Beiden konden vrij vlug worden ingerekend en verklaarden toen dat ze het adres van hun slachtoffers hadden bekomen an Jacques Dehasse.
Deze laatste was als handelsafgevaardigde tewerk gesteld bij de verzekeringsmaatschappij Assubel, waar hij 400.000 frank per maand verdiende. Door zijn beroepsactiviteiten kwam Dehasse in het bezit van de adressen van talrijke klanten. Zelf van joodse oorsprong, speelde hij bij voorkeur adressen door van erg rijke joodse families.
Goedleven en Van Impe wisten dat Dehasse betrokken is geweest in een zaak van gestolen checks en Dehasse was bang door hen te worden verklikt.
De onderzoeksrechter verklaarde dat Dehasse ondanks een rijkelijk inkomen van 400.000 frank per maand, toch met financiële problemen kampte. Deze hielden voor een groot deel verband met een villa die beklaagde te Plancenoit had laten optrekken, hiervoor had hij in 1971 een lening van 5 miljoen frank aangegaan. De afbetaling hiervan ging echter zijn middelen te boven, zodat hij verplicht werd zijn villa te verkopen.
In dezelfde periode maakte Dehasse kennis met een zekere Bruno Rebillard, een beruchte dief die thans in een Spaanse gevangenis zit opgesloten. Hij stelde Dehasse voor om met gestolen cheques te werken.
Steeds via Rebillard werd Dehasse later bereid gevonden de identiteit op te geven van verschillende rijke mensen, die over dure wagens beschikten, met de bedoeling deze te stelen en te verkopen in Marokko of in het Midden-Oosten. Ook voor het verstrekken van deze inlichtingen kreeg Dehasse nog eens 100.000 frank aangeboden.
Rebillard trad meestal op in het gezelschap van beklaagde Goedleven: zodoende was deze op de hoogte van het verleden van Dehasse, en kon hij hem ertoe bewegen de adressen van rijke personen door te geven.
Tijdens de namiddagzitting werden dinsdag drie commissarissen van de gerechtelijke politie te Brussel en Nijvel als getuigen ondervraagd. Het betreft de h. h. Michel Nardin, Luc Verzonnen en Daniël Cheville. Getuigen brachten niet alleen inlichtingen over de zeven hoofdfeiten waarvoor de beklaagden terecht staan, maar eveneens over 13 andere feiten, overwegend diefstallen met braak of heling, gepleegd in het Brusselse, in Bleiswijck (Nederland) en in Gembloers.
Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Februari 1985
Commissarissen met details over de brutale overvallen
In het proces van Serge Goedleven, Marc Van lmpe en Jacques Dehasse die beschuldigd worden van deelneming aan verscheidene overvallen of diefstallen in Brussel en omgeving, werd woensdagmorgen eerst adjunct-commissaris Guido Van Wymersch gehoord.
Hij verschafte inlichtingen over de overval van 27 november 1981 door Van Impe en Goedleven als gevolg van een tip van Dehasse. Bij die overval werd Tania Rubinstein op bed vastgebonden en later naar de toiletten gebracht.
Van Impe en Goedleven legden er beslag op beeldjes voor een waarde van 500.000 fr., enkele juwelen en 40.000 fr.
Na hem kwam commissaris Roger Verboven. Hij trok naar Watermaal-Bosvoorde waar het echtpaar Naparstek door Van Impe en Goedleven werden overvallen. De man, een pelshandelaar van wie de winkel in de Agora-galerij te Brussel is gevestigd, was nog in het bezit van de inkomsten van de dag, een bedrag van 100.000 fr
Van Impe en Goedleven namen hem het geld af en legden eveneens beslag op een partij juwelen. De derde getuige, adjunct-commissaris Jacques Bourgeois uit Ternat, werd belast met een onderzoek naar de overval van 30 december 1981 ten huize van de h. Kilbert aan de Ridderlaan te Wemmel. Goedleven en Van Impe legden er beslag op juwelen voor een waarde van 1 miljoen fr., een ets van Salvador Dali en op 1 miljoen lire.
Commissaris Gerard Noon, die eveneens getuigde, begaf zich naar de Braziliëlaan te BrusseI waar Mw. Goffert door Van Impe en Goedleven werd overvallen. Het slachtoffer werd zodanig door de twee indringers gebrutaliseerd dat ze een blijvende werkonbekwaamheid opliep. De daders legden er beslag op een omslag met 100.000 fr., allerlei zilverwerk, een kostbare ring en 66.000 fr.
Volgende getuige, gerechtelijk commissaris Luc Verzonnen die het onderzoek naar de overval op Mw. Thiriard aan de Hamoirlaan te Ukkel verrichtte, verklaarde dat behalve Mw. Thiriard ook nog een Portugese meid en een verpleegster met wapens bedreigd werden en vastgebonden. De indringers roofden er juwelen voor drie miljoen fr., evenals 47.000 fr. Als gevolg von de overval bleef Mw. Thiriard permanent werkonbekwaam en geestelijk gestoord.
De psychiaters Graulus, Dehon, Beine, Dumont en Crochelet onderwierpen de drie beklaagden aan een grondig psychiatrisch onderzoek.
Betreffende Serge Goedleven zegden de deskundigen dat hij over een middelmatig verstand beschikt, maar dat hij gestoord is in zijn gevoelsleven, wat aanleiding gaf tot angstgevoelens. Goedleven trachtte dit te compenseren door de zware jongen uit te hangen. Hij heeft niet het minste schuldgevoel en laat zich als slachtoffer van het gerecht en de maatschappij doorgaan. De experten beschouwen hem als een impulsieve psychopaat, wat hem ertoe aanzet de maatschappij te provoceren en de wetten met voeren te treden. Toch is hij voor zijn daden verantwoordelijk.
Mark Van Impe is een kalme man, sober, schuchter, angstig en impulsief. Als gevolg van een overdreven moederlijk gezag kan hij moeilijk zijn daden onder controle houden. Als hij werkelijk wil kan hij zich voldoende beheersen zodat hij als verantwoordelijk voor zijn daden moet worden beschouwd.
Betreffend Jacques Dehasse tenslotte zijn de psychiaters het niet eens wat zijn intelligentiequotiënt aangaat. Sommige deskundigen beschouwen hem als weinig intelligent, andere psychiaters verklaren dat hij niet erg intelligent, maar wel normaal begaafd is.
Dehasse lijdt aan angst- en schuldgevoelens die hem tot compensaties aanzetten. Volgens één van de psychiaters werd Dehasse de speelbal van Goedleven. Dehasse zegt vermoedelijk de waarheid wanneer hij beweert dat hij als het ware onder dwang optrad. Toch vertoont hij geen psychopathische kenmerken. Hij moet als verantwoordelijk voor zijn daden worden beschouwd. Wel is zijn verantwoordelijkheid in lichte mate verminderd.
Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Februari 1985
Slachtoffers aan het woord
In het proces van Serge Goedleven, Mark Van Impe en Jacques Dehasse, beschuldigd van overvallen en aanrandingen in het Brusselse en omgeving, werden donderdag voor het Hof van Assisen van Brabant uitsluitend slachtoffers van de beklaagden als getuigen gehoord.
Het ging in de eerste plaats om de overval van 20 oktober 1981 op het echtpaar Gliksberg-Thiriard aan de Hamoirlaan te Ukkel. Mw. Nicola Thiriard die als gevolg van de gepleegde feiten blijvend werkonbekwaam is en van wie de psychiaters verklaren dat ze immer psychisch gestoord zal blijven, verscheen nier voor het hof.
Bij de bewuste overval werd ook de Portugese meid Carolina Da Rocha Guedes door de gangsters bedreigd. Een derde slachtoffer was verpleegster Bertha Lombars.
Vervolgen werden getuigen Daniëlle Jaros en Tania Rubinstein ondervraagd in verband met een overval op 27 november 1981. Toen werden acht standbeeldjes van kunstenaar Berrocal voor een waarde van 500.000 fr. meegenomen, eveneens verschillende sieraden voor een vrij aanzienlijke waarde.
Tijdens de namiddagzitting werden in verband met de overval op 4 december 1981 op de zetel van de PVBA MP te Waterloo, drie getuigen ondervraagd: Cecile Sobieski, Myriam Peeters en Serge Pagnani.
Toen Goedleven en Van Impe er binnendrongen, bedreigden ze de secretaresse. Mw. Peeters met een vuurwapen. Zij werd aldus verplicht de trap op te gaan. Daarna werden de uitbaatster, Ww Sobieski en de bediende Pagnani op hun beurt bedreigd.
De vrouwen werden toen verplicht tegen de muur te staan en hun juwelen op een bureautafel neer te leggen. De daders legden eveneens beslag op de inhoud van hun handtassen. Na de telefoondraden te hebben losgerukt, sloegen de overvallers op de vlucht.
Vervolgens werden Lajbusz en Patricia Naparsteck, Tony Golender en Alice Biguel als getuigen ondervraagd in verband met de overval op 22 december 1981 omstreek 18u te Watermaal-Bosvoorde. De echtgenoten Naparsteck, die een pelswinkel uitbaten in de Agora-galerij te Brussel, waren die avond met hun wagen naar huis teruggekeerd.
Toen de man even naar de keuken ging, kwam hij er voor twee gangsters te staan, nl. Goedleven en Van lmpe, beiden met pistolen gewapend. Even later kwam de echtgenote ook in de keuken opdagen. Ook zij werd bedreigd. Het paar werd eerst verplicht op de grond en daarna op een bed te gaan liggen. De vrouw moest daarbij al haar juwelen afgeven.
Een tiental minuten later kwamen de ouders van het echtpaar binnen. Ook zij moesten hun geld, een bedrag van 100.000 fr., en hun juwelen voor een waarde van anderhalf miljoen afgeven. De daders legden in de woning nog beslag op een som van 28.000 fr., evenals op verscheidene cheques en een beeldje van kunstenaar Berrocal. Ze ontkwamen na ook weer de telefoondraden te hebben uitgerukt.
Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Februari 1985
Slachtoffer van Goedleven en Van Impe bleef werkonbekwaam
In het proces tegen Serge Goedleven, Marc Van Impe en Jacques Dehasse, beschuldigd van verschillende overvallen en diefstallen in het Brusselse, werden vrijdagvoormiddag opnieuw slachtoffers van de beklaagden als getuigen ondervraagd voor het Brabantse Hof van Assisen.
In de eerste plaats Isi Kilbert, wiens woning te Wemmel op 30 december 1981 door Goedleven en Van Impe, na een tip van Dehasse, gedeeltelijk werd geplunderd. Op het ogenblik dat het slachtoffer thuis kwam, was de diefstal reeds gebeurd. Kilbert kwam tot de vaststelling dat de inbrekers beslag hadden gelegd op juwelen voor een waarde van een miljoen frank, op een nertsmantel, op verscheidene kunstwerken, waaronder een littogravure van Salvador Dali, en op een miljoen Italiaanse lire.
Daarna werden Rebecca Goffer en Aya Tenger ondervraagd in verband met een overval op 31 december 1981 omstreeks 18u in de ruime villa die beiden aan de Braziliëlaan te Brussel bewoonden. Goedleven en Van Impe wisten via Dehasse dat Mw. Goffer een luxewinkel uitbaatte aan de Louisalaan te Brussel.
De twee daders konden binnendringen na het uitsnijden van een ruit aan de zijgevel van de villa. Ze moesten drie kwartier wachten alvorens de eigenaars thuis kwamen. Beide daders, die zich verscholen hielden in een kamer naast de toegangshal, kwamen onmiddellijk na de aankomst van het echtpaar met een vuurwapen in de hand te voorschijn. De h. Tenger werd verplicht op een bed neer te liggen. Ondertussen diende Mw. Goffer de brandkast open te maken. Goedleven nam er 100.000 fr. uit, evenals allerlei zilverwerk. Tevens legde hij beslag op de handtas van Mw. Goffer, die verscheidene cheques, een met briljant versierde gouden trouwring en een bedrag van 52.000 fr. bevatte. De h. Tenger moest zijn brieventas met 14.000 fr. afgeven.
Mw. Goffer werd als gevolg van deze overval zodanig getraumatiseerd, dat ze permanent werkonbekwaam werd.
Daarna getuigde Mw. Sieczka. Dehasse en Goedleven poogden op 31 oktober 1981 in haar woning aan de Brogniezstraat te Anderlecht binnen te dringen, onder voorwendsel dat ze bloemen kwamen afgeven. Mw. ieaka was echter zo wantrouwig dat ze weigerde de deur open te maken. Het bleef derhalve bij een poging tot diefstal met geweld.
Echtgenote
Brigitte Lienard, echtgenote van Van Impe, zegde dat ze goed overeenkomt met haar man die vol attentie was voor haar. Soms kon Van Impe nerveus zijn, maar dat was telkens het gevolg van het vele werk dat hij presteerde. Getuige kreeg nooit de kans om vakantie te nemen met haar man. Ze ontkende haar handtekening te hebben geplaatst op een kredietkaart die bij Mw. Sobieski, een van de slachtoffers, was geroofd en die later in elf verschillende winkels werd gebruikt.
De 16-jarige lmperia, dochter van Van Impe, zegde dat haar vader zeer goed was voor haar, dat hij hard werkte en nooit uitging zonder haar moeder.
Vervolgens was het de beurt aan de 62-jarige Yvonne Studens, een licht gehandicapte vrouw uit Genval. Die kwam vertellen dat ze Van Impe als sinds 20 jaar kent en hem als haar eigen zoon was gaan beschouwen. Volgens getuige was Van Impe een zachtaardige man en een noeste werker. Zijn echtgenote daarentegen was volgens getuige erg frivool. Ze hield van luxe en van etentjes in grote restaurants. Indien Van Impe de feiten pleegde die hem thans worden verweten, was het volgen getuige alleen uit liefde voor zijn vrouw.
Getuig zegde ook dat de echtgenote voorral gesteld was op het geld dat haar man verdiende. Ze dreigde soms hem te zullen verlaten als hij met genoeg geld binnenbracht.
Michel Lapage, technisch directeur van de firma waarbij Van Impe van 1971 tot 1979 werkte, zei dat deze tien jaar geleden 60 à 70.000 fr. netto per maand verdiende. Hij zei ook dat Van Impe een open karakter had, gedienstig was en zich enigszins schuchter voordeed.
Jean-Claude Van Impe, de 37-jarige broer van beklaagde, is directeur van een publiciteitsagentschap. Hij zegde dat zijn broer zich steeds liet kennen door zijn moed bij het werk. Toen hij voor eigen rekening als bouwondernemer begon te werken, had hij het vertrouwen van iedereen. Getuige had daarentegen niet veel goeds te vertellen over zijn schoonzuster die hij beschreef als een vrouw die niet bang was voor een buitenechtelijk avontuurtje en die haar man in haar greep had door altijd maar meer geld van hem te eisen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Februari 1985
Veel getuigenissen ten gunste van Dehasse
In het assisenproces van Serge Goedleven, Marc Van Impe en Jacques Dehasse, die in het Brusselse verscheidene overvallen en diefstallen pleegden, werden maandag verscheidene getuigen ondervraagd.
Getuige Lienard, schoonbroer van Van Impe, verscheen geboeid omdat hij voor andere feiten werd gearresteerd. Lienard zegt Goedleven regelmatig in gezelschap van Van Impe te hebben opgemerkt.
Dokter Zombeke, huisdokter van Goedleven, kwam verklaren verbaasd te zijn geweest toen hij de aanhouding van Goedleven vernam. De man was hem steeds al fatsoenlijk en zeer beleefd overgekomen. De dokter is eigenaar van verschillende gebouwen en liet daar Goedleven al eens werkjes opknappen, die steeds prima waren uitgevoerd.
Prof. Volcher onderzocht Goedleven in de gevangenis te Leuven. Hij stelde bij de beklaagde diepe angstgevoelens vast, maar toch wist hij zijn omgeving te imponeren, wat meteen kon verklaren waarom hij gemakkelijk aan de kost kwam.
Psychiater Micheline Roeland onderwierp Goedleven aan allerlei testen. Volgens haar vertoont de beklaagde geen ziekteverschijnselen maar laten zijn maatschappelijke opvattingen wel te wensen over. Zo hanteer hij maar zeer beperkte normen ten opzichte van zijn medemensen, wat hem echter nog niet tot een psychopaat maakt.
Nadien werden een viertal getuigen gehoord, personeelsleden van de verzekeringsmaatschappij “Assubel”. Ze lieten zich ten gunste uit over beklaagde Dehasse, die volgens hun zeer sympathiek was en zijn vak als verzekeraar grondig kende. Door twee van deze getuigen werd Dehasse een paar keer in het gezelschap van Goedleven opgemerkt. Zes maanden voor zijn arrestatie gedroeg Dehasse zich bijzonder nerveus en gejaagd.
Een andere getuige was Christian Teuven die zelf de overste was van Dehasse. Getuige was vol lof over zijn ondergeschikte, niet alleen omwille van zijn uitzonderlijke beroepskennis, maar ook vanwege zijn gedrag in het algemeen, dat alleen maar waardering afdwong.
Daarna getuigde Arlette Prevet, die 15 jaar lang met het echtpaar Dehasse bevriend was. Dehasse zelf, meestal joviaal en genereus, werd gaandeweg erg zwijgzaam en prikkelbaar. Hij was zodanig veranderd dat getuige hem op zekere dag opbelde om te vragen wat er aan de hand was. Dehasse antwoordde haar dat hij moeilijke problemen had te maken.
Echtgenote
Dan kwam Claudine Aunroth, echtgenote van Dehasse, aan de beurt. Ze verklaarde dat ze ruim 20 jaar erg gelukkig was met haar echtgenoot die haar verwende en haar voor het eerst liet genieten van vakanties en een eigen wagen. Volgens haar was haar man goed en genereus.
Haar echtgenoot veranderde echter helemaal. Hij werd zwijgzaam en wond zich op voor een niemendal. Een en ander leidde ertoe dat getuige aan een echtscheiding begon te denken. Later begreep getuige dat haar man door bepaalde personen werd bedreigd en dat dezen het ook op haar leven en dat van haar zoon bleken te hebben gemunt.
De vrouw stelde nog dat haar man zich in 1981 liet besnijden om geheel en al tot de Joodse gemeenschap te behoren. Tijdens zijn voorarrest van 33 maanden werd hij 14 maal door de raadkamer vrijgelaten. Op aandringen van de Joodse gemeenschap te Brussel tekende het openbaar ministerie hiertegen telkens beroep aan. De joodse gemeenschap was blijkbaar nog niet vergeten dat Dehasse aan beklaagde Goedleven de adressen overmaakte van gefortuneerde joden uit het Brusselse, van wie er achteraf verscheidene werden bestolen.
Daarna getuigde de schoonbroer van Dehasse, Michel Aunroth, een handelsvertegenwoordiger uit Nice. Aangaande zijn wagen die te Nice tengevolge van een tip van Dehasse door Goedleven werd gestolen, verklaarde Michel Aunroth dat hij Dehasse deze tip niet kwalijk kan nemen. Deze zou zeker niet als tipgever zijn opgetreden indien hij niet door sommige personen werd bedreigd, in zodanige mate dat hij kon vrezen voor het leven van zijn vrouw en zijn zoon, aldus getuige.
Dinsdag volgen de pleidooien van de burgerlijke partijen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Februari 1985
Zelfs zwanger slachtoffer werd gebrutaliseerd
In het proces van Serge Goedleven, Marc Van lmpe en Jacque Dehasse, beschuldigd van deelneming aan verschillende overvallen en diefstallen, gepleegd in het Brusselse en elders, kwamen dinsdag voor het Hof van Assisen van Brabant de burgerlijke partijen aan het woord.
De advocaat van Mw. Thiriard, Mr. De Baerdemaeker, herinnerde eraan dat zijn cliënte op 20 oktober 1981 in haar woonplaats in de Hamoirlaan te Ukkel door Goedleven en een onbekende gangster, zulks aIs gevolg van een tip uitgaande van Dehasse, werd overvallen. Mw. Th1riard werd hierbij niet alleen beroofd maar zodanig brutaal aangepakt dat ze volgens de psychiaters permanent werkonbekwaam en bovendien psychisch gestoord zal blijven.
De daders gingen aan de haal met juwelen voor een waarde van 3 miljoen en met 47.000 fr. in geld.
Daarna pleitte Mr. Bastin voor Mw. Stobieski die op 4 december 1981 in haar villa te Waterloo door Goedleven en Van Impe, als gevolg van een tip van Dehasse werd overvallen. Mw. Stobieski, die op het ogenblik van de feiten zes maanden zwanger was, werd samen met haar secretaresse, Mevr. Peeters, en haar bediende, Mw. Pagnanini, door de indringers gebrutaliseerd. De drie vrouwen dienden al hun juwelen af te geven. Er werd ook beslag gelegd op een hoeveelheid cheques die later op verschillende plaatsen door Van Impe werden gebruikt en die uiteindelijk tot zijn aanhouding leidden.
Eén van de juwelen waarvan Mw. Stobieski werd beroofd, was een familiestuk, nl. een gouden ring versierd met diamanten die ze als Joodse vrouw nog uit Polen had weten te smokkelen en die ze van haar moeder had gekregen.
Eveneens pleitend voor Mw. Stobieski verwees Mr. André Dumont toen vooral naar beklaagde Dehasse. Deze beweert thans onder dwang te hebben gehandeld, nl. uit vrees voor Goedleven. Indien Dehasse in dergelijke toestand terecht kwam, was het alleen zijn eigen schuld, aldus de advocaat die er op wees dat Dehasse immers vroeger tot tweemaal toe had samengewerkt met een beruchte beroepsdief, zekere Rebillard, die ondertussen in Spanje is aangehouden.
Dehasse had zich toen in een zaak van gestolen cheques respectievelijk 60.000 en 100.000 fr. laten overhandigen door Rebillard. Goedleven was op de hoogte van die zaken en Dehasse was bang dat Goedleven hem bij zijn werkgever zou verklikken, indien hij niet op zijn eisen zou ingaan.
Goedleven ontkent een aantal feiten die hem ten laste worden gelegd (hij meent die feiten te kunnen loochenen omdat de daders onder wie hij gerekend wordt, bij hun optreden gemaskerd waren). Toch werd hij in het bezit gevonden van een Smith en Wesson-revolver die Dehasse toebehoorde, evenals van de identiteitskaart van een van de slachtoffers en van nog een aantal stukken die er duidelijk op wijzen dat hij aan verschillende zaken die hij ontkent heeft deelgenomen.
Vervolgens pleitten Mrs. Demoulin en Thiry voor het slachtoffer Mw. Goffart. Deze is thans 73 jaar oud en baatte tot voor de feiten een winstgevende winkel uit in de Louisalaan te Brussel. Ook zij werd in haar villa aan de Braziliëlaan te Brussel bij een overval zo hardhandig aangepakt dat zij zich sindsdien niet alleen meer kan behelpen. Van deze overval worden Goedleven en Van Impe beschuldigd, die handelden op een tip van Dehasse. Bij deze overval werd 166.000 fr. buit gemaakt.
Vandaag volgen het rekwisitoor van het openbaar ministerie en het pleidooi voor beklaagde Goedleven.
Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Februari 1985
Verdediging heeft kritiek op onderzoek
Woensdag werden het rekwisitoor en de eerste pleidooien gehoord in de zaak tegen Serge Goedleven, Marc Van lmpe en Jacques Dehasse, vervolgd voor hun aandeel in een reeks inbraken en diefstallen met geweld.
Voor M. Jaspar, openbaar aanklager, leed het geen twijfel, dat men hier te maken heeft met een echte, goed georganiseerde misdadigersbende. Vooral Dehasse werd zwaar aangepast. Het openbaar ministerie bleek iets milder voor Marc Van Impe, die werd afgeschilderd als “eigenlijk wel een brave jongen, die spijtig genoeg alles deed wat zijn vrouw hem vroeg”.
In verband met Goedleven onderstreepte de procureur het feit, dat deze door verschillende getuigen in gezelschap van Dehasse werd gezien.
In de namiddagzitting ontstond een incident tussen de verdediging en advocaat-generaal Jaspar. Meester Krynin oefende kritiek uit op het onderzoek in deze zaak. Volgens de advocate zijn de onderzoekers van de hypothese vertrokken dat Goedleven loog en dat de beide andere beklaagden de waarheid vertelden. Steeds volgens haar zijn alle noodzakelijke stappen in het onderzoek vanuit die optiek gebeurd.
Zo onderstreepte de advocate dat Goedleven verscheidene keren had gevraagd geconfronteerd te worden met Van Impe, aangaande een diefstal in Nederland. Haar cliënt gaf die toe terwijl Van Impe ontkende. Men geloofde echter deze laatste want hij werd er niet voor vervolgd.
Vervolgens toonde Krywin aan dat het echtpaar Van Impe verscheidene keren had gelogen. Tenslotte vroeg zij zich af hoe het mogelijk was dat Goedleven meer dan een jaar diende te wachten op een tip van Dehasse, terwijl deze laatste verklaart door Goedleven te zijn bedreigd.
Olivier Klesse, de tweede verdediger van Goedleven, trachtte door middel van het gedrag van zijn cliënt aan te tonen dat Goedleven de waarheid sprak en niet schuldig is aan alles wat hem wordt ten laste gelegd.
Indien men volgens de advocaat van de hypothese vertrekt dat Goedleven niet schuldig is en dat hij de waarheid spreekt, lijkt zijn gedrag logisch.
In het tweede deel van zijn pleidooi overliep hij de verschillende beschuldigingen, waarbij hij tot de conclusie kwam dat ze niet allemaal steek houden. Hij heeft er de jury dan aan herinnerd dat twijfel in het voordeel speelt van de beklaagde.
Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Februari 1985
Verdedigers geven schuld aan elkaars cliënten
Tijdens de voormiddagzitting van het Brabantse hof van assisen duurden de replieken vrijdag bijna even lang als de pleidooien. Ter herinnering: beklaagden Goedleven, Dehasse en Van Impe staan terecht voor verscheidene overvallen met geweldpleging in het Brusselse.
De advocaten van de burgerlijke partijen hebben vooral geprobeerd aan te tonen dat in het geval van Dehasse geen “onweerstaanbare dwang" kan worden ingeroepen; volgens hen had Dehasse wel degelijk zijn verantwoordelijkheid in het raderwerk der overvallers.
Goedleven van zijn kant had inderdaad deelgenomen aan de overvallen die hij ontkent. In zijn repliek stelde advocaat-generaal Jaspar dat Goedleven momenteel wordt vervolgd voor een aantal feiten die van dezelfde aard zijn als degene waarvoor hij eerder reeds 28 jaar gevangenisstraf had opgelopen.
Hij merkte eveneens op dat in een tas, die Goedleven bij had op het ogenblik van zijn arrestatie, zich een aantal stukken bevonden die te maken hebben met overvallen.
Vervolgens had hij het over “gerechtelijke dwalingen”. Hij stelde dat in 24 van de 26 assisenzaken die hij heeft meegemaakt “gerechtelijke dwaling" werd ingeroepen. In dit verband melde hij dat Goedleven veel beter "was aangekleed dan hij verdient”.
Met betrekking tot Dehasse verwierp de advocaat-generaal de stelling dat beklaagde had gehandeld onder morele dwang. Dehasse had zich reeds eerder laten meesIepen tot misdrijven en er stonden hem andere middelen ter beschikking om de overvallen te vermijden. Hij is trouwen de enige die van morele dwang gewag maakt, aldus nog Jaspar.
De eerste verdediger van Goedleven, Mw. Krywin, herinnerde eraan dat zij vooral had geprobeerd aan te tonen dat de schuld van haar client in het dossier niet was bewezen. Volgens haar zijn er lacunes geweest in het vooronderzoek; de jury beschikt niet over voldoende elementen om Goedleven schuldig te achten voor diefstal met geweldpleging.
Ten slotte stelde ze nog dat noch het openbaar ministerie, noch de advocaten van de andere beklaagden hadden geantwoord op haar vragen, zij hebben daarentegen geantwoord via andere vragen.
Tweede verdediger van Serge Goedleven, Basile Risopoulos, stelde in zijn repliek dat beklaagde Jacques Dehasse niet zo'n eerbiedwaardig man is als werd voorgesteld. In de jaren '70 zou hij misdrijven hebben gepleegd die slechts na het huidig onderzoek aan het licht kwamen. Hij pleit Goedlevens onschuld voor de overvallen die tussen oktober en december 1981 werden gepleegd en vraagt de jury zijn cliënt voor deze feiten vrij te spreken.
Raadsheer Delfosse van beklaagde Marc Van Impe meent dat de verdediging van Goedleven de zaken ingewikkelder heeft gemaakt dan ze zijn, om diens onschuld aan te tonen. Anderzijds herinnert hij eraan dat zijn cliënt, eens aangehouden, het gerecht daadwerkelijk heeft geholpen door tot bekentenissen over te gaan. Hij verwacht dan ook van de juryleden dat ze positief antwoorden op de vragen inzake Goedlevens schuld. Behalve echter op de vraag over de fysieke en psychische restverschijnselen bij een 78-jarige vrouw die door Van Impe werd aangerand. In dit verband vatte hij de argumenten samen die hij in zijn pleidooi had uiteengezet.
Advocaat François van beklaagde Jacques Dehasse, de verzekeringsmakelaar die tips gaf aan de daders van de diefstallen met geweld, viel ook uit tegen het pleidooi van de Goedlevens verdediger. Hij wees er nogmaals op dat Van Impe en Dehasse het volgens hem niet op een akkoord hadden gegooid en dat zijn cliënt het slachtoffer was van morele dwang.
De zitting wordt maandag om 9u hernomen. Dan zullen 15 vragen worden voorgelezen waarop de jury moet antwoorden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Maart 1985
Jaren cel en dwangarbeid voor Goedleven, Van lmpe, Dehaesse
Na beraadslaging die ongeveer twee uren duurde werden door het Hof van Assisen van Brabant gisteren Serge Goedleven veroordeeld tot 15 jaar dwangarbeid, Marc Van Impe tot 10 jaar gevangenisstraf en Dehasse tot 13 jaar dwangarbeid.
Zij stonden terecht voor een aantal diefstallen en inbraken in het Brusselse. De voorbereidende debatten hebben twaalf dagen geduurd en maandag werden de drie betichten door de jury schuldig bevonden aan alle de hen ten laste gelegde feiten, zonder verzwarende omstandigheden.
In zijn rekwisitoor zei openbaar aanklager meester Jaspar dat hij geen uitspraak zou doen over de straffen die moeten toegekend worden, omdat dit volgens hem de zaak is van de rechters. Hij weer wel op dat de maximumstraf voor de aangeklaagde feiten 15 tot 20 jaar dwangarbeid bedraagt, waarbij dan nog 5 jaar kan gevoegd worden indien blijkt dat er geen aaneenschakeling van dezelfde misdaden heeft plaatsgevonden. Hij beklemtoonde vervolgens de brutaliteit waarmee beschuldigden te werk gingen, en het feit dat Goedleven, kort nadat hij de gevangenis had ,verlaten opnieuw met de misdaad aanknoopte. Voor Goedleven zijn er volgens Jaspar geen verzachtende omstandigheden.
Volgens de openbare aanklager had Dehasse inderdaad geen gerechtelijk verleden, “maar daar kon hij zelf niet aan doen”. Hij had in de jaren zeventig reeds op glibberige paden begeven. Ook Van Impe heeft een gerechtelijk dossier, “maar hij aarzelt niet te pakken wat hij kan krijgen”.
Advocaat Anne Krywin, die Goedleven verdedigt, zei dat het onlogisch is verzachtende omstandigheden te vragen voor een beschuldigde die de hem ten laste gelegde feiten ontkent. Zij deed beroep op het geweten van de gezworenen.
Advocaat Guy Delfosse die Marc Van Impe verdedigt, vroeg de juryleden mild te zijn voor zijn cliënt. Hij wenste hen geluk met hun verdict, waarbij zij de fysieke en psychische nasleep die een aantal slachtoffers nog permanent ondergaan, als verzwarende omstandigheden hebben afgewezen. “Jullie hebben beslist over de toekomst van mensen, zowel die van de beschuldigden als die van de slachtoffers”. Hij vroeg de leden van de jury "zich te gedragen als beroepsmagistraten”, en over te gaan tot het uitspreken van straffen die in overeenstemming zijn met straffen die door een correctionele rechtbank zijn toegewezen voor gelijkaardige feiten. Hij meende dat een straf van 5, 6, 7 of 8 jaar een evenwichtige straf is voor zijn klant.
Meesters Joelle Noel en Guy François, raadsheren van Dehasse, stelden vast dat uit het verdict van de jury blijkt dat zij meent dat Dehasse anders had kunnen handelen. Ook zij verwezen naar veroordelingen in correctionele voor gelijkaardige feiten en wezen erop dat de maximumstraf daarbij 10 jaar opsluiting was. Zij vroegen de gezworenen deze 10 jaar als uitgangspunt te nemen voor hun besluit daarbij rekening houdend met verzachtende omstandigheden.
Nadien werd het woord verleend aan de beschuldigden. Goedleven wenste niets te zeggen, Marc Van Impe vroeg hem een kans te geven om terug te keren naar zijn gezin. Hij zei dat hij onmiddellijk aan het werk kan en dat hij zijn schulden zal betalen. Dehasse vroeg een kans te krijgen zijn zoon op te voeden. Hij beloofde ook alles terug te zullen betalen. Nadien trokken het Hof en de jury zich terug om te beraadslagen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Maart 1985