Topic: Garagisten
In het onderzoek naar de Bende van Nijvel vind je veel namen van garagisten, automecaniciens en uitbaters van kleine garages. Dat lijkt op het eerste gezicht misschien toevallig, maar wie de automobielsector van de jaren zeventig en tachtig kent, begrijpt waarom.
De garagewereld zag er toen heel anders uit dan vandaag. Naast de officiële merkgarages bestonden duizenden kleine zelfstandige bedrijven. Vaak ging het om een woning met achteraan of op het gelijkvloers een werkplaats waar één of twee mensen auto's herstelden. Velen combineerden onderhoud, carrosseriewerk, depannage, de verkoop van tweedehandswagens en de handel in onderdelen. De sector was kleinschalig en de controle door de overheid was beperkter dan vandaag.
Ook de handel in tweedehandswagens verliep veel minder transparant. De identificatie van voertuigen was minder doorgedreven, databanken bestonden nauwelijks en de uitwisseling van informatie tussen politiediensten verliep moeizaam. Gestolen auto's konden daardoor relatief gemakkelijk worden voorzien van andere nummerplaten, worden doorverkocht of volledig worden gedemonteerd. De onderdelen verdwenen vervolgens in het normale circuit, waar ze vaak nauwelijks nog te traceren waren.
Autodiefstal vormde in die periode bovendien een groot maatschappelijk probleem. Vooral populaire modellen zoals de Volkswagen Golf, Opel Ascona, Ford Taunus en verschillende Franse wagens werden op grote schaal gestolen. Sommige criminele netwerken specialiseerden zich in de diefstal van voertuigen, terwijl anderen zich toelegden op het "witwassen" ervan of op de handel in onderdelen. Niet elke garagist was daarbij betrokken, maar de sector bood vanzelfsprekend mogelijkheden aan wie over technische kennis beschikte en weinig scrupules had.
Daarnaast beschikten garagisten over vaardigheden die ook voor andere vormen van criminaliteit nuttig konden zijn. Ze konden gestolen voertuigen herstellen, schade na een overval wegwerken, auto's overspuiten, chassisnummers manipuleren, verborgen ruimtes maken of voertuigen snel demonteren. Ze hadden toegang tot werkplaatsen waar buitenstaanders weinig zicht op hadden en waar voertuigen tijdelijk uit het oog van politie of eigenaars konden verdwijnen.
Dat verklaart waarom onderzoekers in het dossier van de Bende van Nijvel geregeld uitkwamen bij zo’n garagisten. Dat betekent uiteraard niet dat garagisten als beroepsgroep verdacht waren, maar wel dat de automobielwereld een logische omgeving vormde voor speurders die op zoek waren naar personen met kennis van voertuigen, toegang tot garages en mogelijke contacten met de onderwereld.
In de jaren tachtig bestond er een nauwe verwevenheid tussen de garagewereld, de autosport (rally en autocross), sloperijen, carrosseriebedrijven en de handel in tweedehandswagens. Heel wat criminelen, maar ook rijkswachters, informanten en autoliefhebbers kenden elkaar uit die milieus. Dat netwerk komt in het Bende-onderzoek regelmatig terug en helpt verklaren waarom dezelfde namen steeds opnieuw opduiken rond gestolen Golfjes, vervalste nummerplaten en schuilplaatsen voor voertuigen.
Onderstaande lijst geeft een overzicht van verdachten in het Bende-dossier die een eigen garage uitbaatten of als garagist hebben gewerkt. Het is een inventaris van personen die in het onderzoek zijn genoemd en mag niet worden opgevat als een aanwijzing van schuld. Zoals voor alle verdachten in het dossier geldt, is hun betrokkenheid nooit definitief bewezen. (Noot: Lijst aan te vullen.)
Zie ook het topic Autodieven.
Eigen garage
Als garagist gewerkt
Feiten Bende van Nijvel
De Bende van Nijvel heeft twee keer ingebroken in een garage om een auto te stelen. De diefstal in Waterloo is hoogstwaarschijnlijk gepleegd door de "Bende" maar dat weten we niet zeker.