281

Re: Oudergem: 13 Februari 1984

Johnny Tasnier is gboren op 15 oktober 1972 en was lid van de Lada-bende. Vanwege die misdaden werd hij in december 1993 veroordeeld tot 17 jaar dwangarbeid. In het onderzoek naar de moord op Christine Van Hees werd hij verschillende keren ondervraagd door de Gerechtelijke politie van Brussel.

Verhoor 29 augustus 1991:

Heeft Serge Braeckman nooit horen zeggen dat hij een meisje had verkracht, gemarteld, vermoord of verbrand...

6 september 1991

Hij bevestigt dat hij heeft gehoord dat Braeckman een jonge vrouw aan zee zou hebben aangereden en gedood.

Hij heeft echter niet gehoord dat Braeckman een vrouw zou hebben verkracht, gemarteld en vermoord, waarna haar lichaam verbrand zou zijn.

Hij zegt dat hij hierover nooit met Mottry heeft gesproken.

Verhoor 24 oktober 1991:

Hij zegt dat hij over de gebeurtenissen is ondervraagd en verklaarde niets te weten. Hij wil zijn verklaring corrigeren. Hij zegt dat hij in de buurt heeft gehoord dat Serge Braeckman de dader van de moord was.

Hij had samen met Mottry en Devick besloten Braeckman te pakken en "zijn lul eraf te snijden". Hij zegt dat ze gelukkig niet de kans hebben gekregen om het te doen.

Verhoor 30 oktober 1991:

Hij zei dat hij bereid was de waarheid te vertellen. (…)

Hij zei dat hij in 1987/88 van Philippe Colin had vernomen dat Serge Braeckman had opgeschept over een verkrachting in een champignonkwekerij. Er werd echter geen melding gemaakt van marteling, moord of het verbranden van het lichaam.

Hij stelde Mottry voor om een "feestje" te vieren met Braeckman, omdat hij Braeckman niet mocht vanwege de seksuele misdrijven tegen de minderjarigen David Galmart en Jean Pol Rousseau, maar ook vanwege de verkrachting.

Ze waren van plan hem te castreren. D. wilde niet meedoen. Ze (Mottry en hij) hebben Braeckman niet gevonden.

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat Tasnier vastzit voor bepaalde misdrijven, waarvan sommige oud zijn. Hij bevestigt zijn verklaring, maar wil niet getuigen in de rechtbank.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

Re: Oudergem: 13 Februari 1984

Het schrift van Brand-Witlock: ernstige twijfel over Bille's voorstelling

Iets wat mij bij herlezing van het dossier bijzonder opvalt, is het schrift dat werd gevonden in het kraakpand aan de Brand-Witlocklaan 161.

Bille stelt in zijn synthese duidelijk dat het gevonden schrift leeg was: een schrift met “feuilles quadrillées vierges”. Maar er zijn ernstige redenen om daaraan te twijfelen.

Dat is belangrijk, want het schrift was potentieel relevant bewijsmateriaal. Het werd gevonden op een adres dat werd bezocht of bewoond door personen uit het punkmilieu die in het oorspronkelijke onderzoek in beeld waren gekomen, onder wie Serge Clooth. Bovendien zochten de onderzoekers uitdrukkelijk naar een mogelijk dagboek van Christine.

In de synthese van Bille wordt de vondst gekoppeld aan PV 12.637 van 22 mei 1984. Hij schrijft:

"Découverte au 161 du Boulevard Brand Witlock d'un cahier à couverture plastifiée avec feuilles quadrillées vierges. Plusieurs feuilles ont été arrachées. Ce cahier a été présenté au père de Christine VAN HEES qui le reconnaît formellement."

Bron: Synthèse Bille, p. 46

De voorstelling is dus duidelijk: een schrift met lege ruitjesbladen, waaruit meerdere bladzijden waren gescheurd. Tegelijkertijd herkende Christines vader het schrift formeel als eigendom van zijn dochter.

Maar andere elementen in het dossier roepen ernstige vragen op over de bewering dat het schrift leeg was.

Een officieel verslag van de Rijkswacht vermeldt dat bij de voortzetting van het onderzoek in het kraakpand een geplastificeerd schrift met ruitjespapier werd gevonden, waaruit zichtbaar bladzijden waren uitgescheurd. Omdat de onderzoekers ervan overtuigd waren dat het mogelijk om het dagboek van Christine ging, legden zij het aan haar ouders voor. Haar vader verklaarde met zekerheid dat het schrift aan Christine had toebehoord en motiveerde die herkenning.

Ook Eric Van Hees verklaarde op 25 januari 1997 tegenover Bille zelf:

“De onderzoekers zochten een tweede dagboek van mijn zus.”

“Er ontbraken bladzijden in het schrift dat zij hadden gevonden.”

De cruciale vraag is dan: was dat schrift werkelijk leeg, zoals Bille het voorstelt?

Om dat te controleren heb ik rechtstreeks contact opgenomen met Fabienne Kirby, een vriendin van Christine die destijds als getuige werd gehoord.

Op 5 mei 2026 bevestigde zij mij schriftelijk dat het schrift volgens haar niet leeg was. Op mijn vraag of het een echt dagboek met teksten was of eerder een leeg schrift, antwoordde zij:

“Het was geen dagboek zoals je dat elke dag bijhoudt, maar eerder met neergekrabbelde teksten.”

Zij bevestigde daarnaast dat er bladzijden in het schrift beschreven waren. Volgens haar werd zij na de ontdekking opnieuw verhoord en kreeg zij van de politie te horen dat de laatste dagen ontbraken.

Dat is moeilijk te verenigen met Bille's voorstelling van een schrift met uitsluitend blanco ruitjesbladen.

Fabienne herinnerde zich bovendien dat zij na de vondst bijzonder indringend werd ondervraagd, juist omdat de laatste bladzijden of “laatste dagen” waren uitgescheurd. Het PV van dat specifieke verhoor heb ik in de stukken waarover ik momenteel beschik nog niet teruggevonden.

Daar komt nog iets bij.

Serge Clooth werd na de ontdekking van het schrift een belangrijke verdachte. Hij had verschillende verklaringen afgelegd, waaronder bekentenissen die hij later weer introk. Tijdens zijn verhoor van 14 januari 1985 verklaarde hij volgens Bille, “pour prouver sa sincérité”:

"Les pages du cahier de Christine VAN HEES qui a été retrouvé dans le squat du Boulevard Brand Whitlock ont été utilisées comme papier de toilette."

Bron: Synthèse Bille, p. 96, résumé du PV 3623

Op dezelfde pagina vermeldt Bille vervolgens een inbeslagname uit het kraakpand:

"différentes feuilles de papier quadrillées vierges présentant des taches brunâtres pouvant être de la matière fécale"

Bron: Synthèse Bille, p. 96, dépôt n° 1300/85

We hebben dus op dezelfde pagina twee opvallende elementen:

  • Clooth zegt dat bladzijden uit Christines schrift als toiletpapier zijn gebruikt;

  • in hetzelfde kraakpand worden losse ruitjesbladen gevonden met bruinachtige vlekken die mogelijk ontlasting waren.

Dat bewijst niet dat die bladen daadwerkelijk uit hetzelfde schrift kwamen. Maar juist daarom zou een vergelijking tussen de losse bladen en het schrift een zeer voor de hand liggende onderzoeksverrichting zijn geweest.

In de synthese van Bille heb ik tot nu toe geen vermelding gevonden van een PV waaruit blijkt dat zo'n vergelijking ooit is uitgevoerd.

Voor mij blijft daarom vooral dit punt overeind: Bille schrijft dat het schrift leeg was. Maar er bestaan serieuze aanwijzingen dat er wel degelijk teksten in stonden en dat juist beschreven bladzijden ontbraken.

Als dat klopt, gaat het niet om een klein verschil in formulering, maar om een wezenlijk andere voorstelling van potentieel belangrijk bewijsmateriaal.

283

Re: Oudergem: 13 Februari 1984

Hallo swansongunsung,

De zin:

"Découverte au 161 du Boulevard Brand Witlock d'un cahier à couverture plastifiée avec feuilles quadrillées vierges. Plusieurs feuilles ont été arrachées. Ce cahier a été présenté au père de Christine VAN HEES qui le reconnaît formellement."

"Ontdekking op Boulevard Brand Whitlock 161 van een notitieboek met een plastic kaft en blanco, geruite pagina's. Er waren enkele pagina's uitgescheurd. Dit notitieboek werd getoond aan de vader van Christine VAN HEES, die het met zekerheid herkende."

Voor mij, als Franstalige, betekent dit niet dat het notitieboek volledig leeg was; het betekent veeleer dat er nog enkele blanco, geruite pagina's in zaten (dus geen lijnen).

Als het notitieboek helemaal leeg was geweest, zou ik niet weten hoe de vader van Christine het met zekerheid had kunnen herkennen – dergelijke notitieboeken waren waarschijnjlijk immers vrijwel overal te vinden. Er moeten dus bepaalde kenmerken zijn geweest – tekeningen of tekst – waardoor kon worden bevestigd dat dit specifieke notitieboek van Christine was.

Re: Oudergem: 13 Februari 1984

Ik vind dat toch een nogal gekunstelde lezing.

“Feuilles quadrillées vierges” betekent in normaal Frans gewoon blanco/onbeschreven ruitjesbladen. “Quadrillées” zegt dat het om ruitjespapier gaat; “vierges” dat er niets op geschreven staat.

Je kunt natuurlijk semantisch aanvoeren dat de zin niet letterlijk bewijst dat élke overgebleven bladzijde blanco was. Maar als je in een synthese schrijft dat je “een schrift met blanco ruitjesbladen” hebt gevonden waaruit enkele bladzijden zijn gescheurd, dan wek je evident de indruk dat het om een leeg schrift ging.

Ook de redenering dat de vader het alleen kon herkennen als er tekst of tekeningen in stonden, lijkt mij niet houdbaar. Hij kan het aan de kaft, beschadigingen, stickers of andere kenmerken hebben herkend. Daarvoor zouden we het oorspronkelijke PV moeten zien.

Wat ik bovendien opvallend vind, is dat precies deze voorstelling van het schrift als “leeg” later ook de interpretatie van het dossier heeft gestuurd. Zelfs ervaren amateuronderzoekers, zoals Michel Leurquin, zijn op basis van de synthese tot de conclusie gekomen dat het schrift eigenlijk niet belangrijk was, juist omdat het daar als leeg wordt voorgesteld.

Dat is niet zonder betekenis. Bille reageert bovendien zeer fel wanneer wordt gesuggereerd dat de piste van de punks nog ernstig genomen zou moeten worden.

De kernvraag blijft daarom heel eenvoudig: stonden er teksten van Christine in dat schrift?

Als het antwoord ja is, verandert dat de betekenis van de vondst fundamenteel. Een schrift van Christine met haar eigen teksten, aangetroffen in dat kraakpand, zou de bewoners en bezoekers van dat pand vanzelfsprekend veel belangrijker maken binnen het onderzoek. Dan spreken we niet meer over een willekeurig leeg schrift dat toevallig van haar was geweest, maar over een persoonlijk voorwerp van Christine dat zich bevond op een plaats die rechtstreeks verbonden was met personen die al als verdachten in beeld waren.

In dat geval is “feuilles quadrillées vierges” niet alleen een ongelukkige formulering, maar een voorstelling die de onderzoekswaarde van die vondst aanzienlijk kleiner doet lijken dan zij mogelijk werkelijk was.

Re: Oudergem: 13 Februari 1984

Van het schrift naar een belangrijke nieuwe piste: Marc Goesens

Het schrift staat niet op zichzelf. Zodra je het opnieuw zijn werkelijke belang geeft, leidt het rechtstreeks naar een andere belangrijke piste: de para-commando Marc Goesens.

Aanvankelijk doet Bille precies wat je van een onderzoeker zou verwachten die het oude dossier opnieuw ernstig onderzoekt.

In een PV van 15 januari 1997 noteert hij onder de rubriek “DEVOIR À EFFECTUER” onder meer:

« Recherches du groupe sanguins de ces personnes (armée belge). »

Met andere woorden: nagaan welke bloedgroep deze personen hadden, onder meer via het Belgische leger.

Dat was geen vrijblijvende onderzoeksdaad. Er bestond immers een concreet vergelijkingspunt: het sperma dat bij Christine was aangetroffen, was afkomstig van iemand met bloedgroep A, secretor.

Marc Goesens had bloedgroep A+.

Dat betekent uiteraard niet dat hij daarmee geïdentificeerd is als donor van het sperma. Een bloedgroep kan iemand alleen uitsluiten of als mogelijk compatibel aanwijzen. Voor een individuele identificatie zou DNA-onderzoek nodig zijn geweest.

Maar binnen de context van dit dossier was die mogelijke compatibiliteit wel degelijk belangrijk.

Marc Goesens dook namelijk niet toevallig ergens in de marge van het onderzoek op. Verschillende elementen rond Christine wezen al in de richting van een jonge para-commando met de voornaam Marc.

Christine had zelf in haar correspondentie melding gemaakt van een parachutist die zij had ontmoet. Een vriendin had verklaard dat Christine onlangs een “Marc” had leren kennen. Een andere verklaring vermeldde dat zij bij metrostation Pétillon een parachutist zou ontmoeten. En er was ook een getuige die verklaarde Marc Goesens met Christine te hebben zien praten.

Daarom is het des te opvallender wat er in 1997 gebeurt.

Wanneer Aimé Bille Marc Goesens opnieuw verhoort, vraagt hij hem blijkbaar niet eens rechtstreeks of hij Christine kende.

Dat is opmerkelijk, omdat bepaalde gegevens over Goesens zelfs in Christines eigen schrift voorkwamen, onder meer dat hij para was geweest en naar Corsica was gegaan voor oefeningen.

Volgens de synthese van Bille was Goesens diezelfde vraag in 1984 overigens wel gesteld, en had hij toen ontkend Christine te kennen.

De synthese van Vergnon neemt op pagina 658 het verhoor van Goesens door Aimé Bille van 8 juni 1997 over:

« 151.935 08/06/97 BILLE

AUDITION de GOESENS Marc (10/12/62)

Il fréquentait le café “LES BOUFFONS”

Sur photos il reconnaît CHRISTINE

Il a été au 3° Para à TIELEN - groupe sanguin A+

Il a été à la Légion de 85 à 90

[..]

Dans le carnet de CHRISTINE il était fait mention du fait qu’il est para, qu’il est allé en CORSE et d’autres manoeuvres

[..]

GOESENS a été identifié suite à la déclaration de LAMARQUE Dominique

GOESENS se prénomme MARC et a été aux para-commandos

[..] »

Dit fragment bevat een aantal behoorlijk belangrijke elementen.

Goesens kwam in café Les Bouffons, hij herkende Christine op foto, hij had gediend bij het 3de Para in Tielen, hij had bloedgroep A+, en in Christines schrift stonden gegevens die overeenkwamen met zijn persoonlijke parcours: dat hij para was en dat hij onder meer in Corsica oefeningen had gedaan.

Maar hier ontstaat ook een bijzonder ongemakkelijke vraag: hoe kon Bille eigenlijk weten wat er in dat schrift over Goesens stond?

Eerder beschrijft hij het in zijn synthese immers als een schrift met “feuilles quadrillées vierges” — blanco ruitjesbladen.

Toch schrijft hij hier zelf dat in Christines schrift concrete informatie stond over Goesens: dat hij para was, naar Corsica was geweest en aan andere manoeuvres had deelgenomen.

Als dat over hetzelfde schrift gaat, zijn die twee voorstellingen nauwelijks met elkaar te verzoenen.

De meest voor de hand liggende verklaring is dan dat Bille wel degelijk beschikte over, of kennis had van, de inhoud van het schrift dat in het kraakpand aan Brand-Witlock was gevonden.

En als dat zo is, wordt zijn eerdere omschrijving van dat schrift als bestaande uit “blanco ruitjesbladen” nog moeilijker te begrijpen.

Dat maakt de vraag of Christine en Goesens elkaar werkelijk kenden veel belangrijker dan de synthese uiteindelijk doet vermoeden.

Er is bovendien nog een ander gevolg.

Het profiel A secretor past niet bij een specifiek onderdeel van de verklaringen van Regina Louf. Zij verklaarde dat vijf personen Christine zouden hebben verkracht, onder wie Michel Nihoul en Marc Dutroux.

Maar zowel Nihoul als Dutroux hadden bloedgroep O.

Zij konden dus niet de donor zijn van sperma dat afkomstig was van iemand met bloedgroep A secretor.

Dat bewijst op zichzelf niets over wie de donor dan wél was. Maar het verzwakt wel dat specifieke onderdeel van Loufs verklaring, terwijl Goesens op ABO-niveau juist niet werd uitgesloten.

En precies daarom lijkt mij de piste-Goesens veel belangrijker dan zij later in het dossier is voorgesteld.

286

Re: Oudergem: 13 Februari 1984

In dat geval is “feuilles quadrillées vierges” niet alleen een ongelukkige formulering, maar een voorstelling die de onderzoekswaarde van die vondst aanzienlijk kleiner doet lijken dan zij mogelijk werkelijk was.

Helemaal mee eens!

Heb je al geprobeerd contact op te nemen met Aimé Bille?

Re: Oudergem: 13 Februari 1984

Bille zei dit tegen mij: toen hij Goesens in 1997 verhoorde, vertelde Goesens zelf wat hij zich herinnerde van wat er in 1984 in Christines carnet stond. Volgens Bille hoefde hij in 1997 dus niet noodzakelijk het oorspronkelijke carnet met die tekst voor zich te hebben.

Daarna heeft hij mij op Facebook geblokkeerd.

Ik vind die uitleg hoogst ongeloofwaardig.

De synthese van Bille was geen vrijblijvend werkdocument. De ploeg van De Baets vertrouwde erop dat zij een correcte en volledige weergave gaf van het oorspronkelijke dossier toen het onderzoek opnieuw werd geopend.

Sterker nog: toen het dossier onder onderzoeksrechter Vandermeersch opnieuw werd geopend, stelde ook hij zijn vertrouwen in Bille en in diens synthese. De synthese van Bille bevindt zich in het dossier-Vandermeersch. De oorspronkelijke PV’s niet.

Volgens die synthese was er geen enkel forensisch spoor dat de plaats delict rechtstreeks in verband bracht met één of meer daders.

Maar de oorspronkelijke PV’s vertellen iets heel anders:

"Les expertises effectuées par le laboratoire du Professeur ANDRE démontrent que le groupe sanguin de la victime est O+, que dans le frottis vaginal on découvre du sperme qui doit provenir d’un individu du groupe sanguin A sécréteur et que le sang dans ce frottis provient certainement des règles de la victime. Sur le tampax on retrouve du sang qui provient probablement de la victime."

Dat is geen detail. Het gaat om sperma van een A-secretor in het vaginale uitstrijkje en om bloed dat volgens het laboratorium afkomstig was van de menstruatie van het slachtoffer.

Wie een synthese maakt waarop andere speurders en een onderzoeksrechter hun onderzoek baseren, kan zulke informatie niet zomaar weglaten zonder dat dit ernstige vragen oproept.