Er blijkt een (klein) verband te zijn tussen Toumaniantz en de vermoorde Brusselse zakenman Paul Cams. Dat verband wordt gevormd door een andere beruchte gangster, namelijk Yvan Somville:
Cams koopt de villa aan de Sermonlaan, ontworpen door de vermaarde Belgische architect Gérard Pompe. Hij gooit er enkele miljoenen voor herstellings- en aanpassingswerken tegenaan, onder andere voor de aanleg van een zwembad. (...) Op 17 december 1979 spelen er zich bloederige taferelen af voor de woning van Cams, waarover vandaag nog altijd vragen rijzen. Al enkele dagen zijn de politiediensten op zoek naar Yvan Somville, een berucht gangster die zich vroeger verdienstelijk had gemaakt met het uitvoeren van illegale geldtransporten. Door een list slagen de politiemensen er in Somville naar Brussel te lokken, waar hij over vier contactadressen beschikt. Toeval of niet maar Somville rijdt met zijn auto regelrecht naar de Sermonlaan en houdt halt voor de woning van Cams. Leden van de anti-terreureenheid van de rijkswacht, de groep Dyane, manen Somville aan zich over te geven. De misdadiger weigert en wordt doorzeefd door een regen van kogels. Eén van de afgevuurde kogels treft bovendien de auto van Cams. Cams legt daarvoor klacht neer bij de politie.
Deze door de rijkswacht neergeschoten Somville zou de persoon zijn die Toumaniantz heeft vermoord:
Onder de minder goede vrienden rekenen we Robert Van Oirbeek, alias Le Petit Robert. Als die op 17 augustus 1979 met vier kompanen, onder wie Yvan Somville en Michel Anthemus, ontsnapt uit de Luikse gevangenis, weet hij waar naartoe: de villa van de dan 53-jarige Steyaert in Heverlee. Haar woonst is plots van onderen tot boven gevuld met het kruim van de onderwereld. Toumaniantz lijkt genoeg charisma te hebben om haar ervan te overtuigen dat het fidele kerels zijn. Wekenlang doet de vrouw de was en de plas van 's lands meest gezochte gangsters. Toumaniants is vanuit deze positie de bendeleider geworden. Hij plant hold-ups, stippelt vluchtroutes uit en beheert geld, wat niet zijn sterkste kant is. Begin oktober komt het tot een conflict met Somville: die jaagt een kogel door Toumaniantz' rechterteelbal. Zij die hem daarna nog hebben gezien, zeggen dat hij mankt.
Op 14 oktober 1979 laat Ghislaine Steyaert zich opnemen in een kliniek voor een facelift. Ze wordt gebracht door Toumaniantz, de afspraak is dat hij haar vijf dagen later zal komen ophalen. Ze ziet hem nooit meer terug. Op 28 november wordt Somville betrapt bij een inbraak in Heverlee. Hij knalt twee rijkswachters neer, is plots Belgiës mos wanted en wordt op 11 december 1979 doodgekogeld door de rijkswacht in Ganshoren. Somville kan niets meer navertellen en dat is jammer, want Van Oirbeek en Anthemus beweren achteraf dat hij Toumaniantz heeft geliquideerd. Het lijk zou zijn begraven in het Bertembos, waar het gerecht in Leuven eind 1979 ook driftig begint te graven. Maar geen spoor van een lijk.
