Beste web-beheerder of mag ik Ben zeggen?
Je mag Ben zeggen. (net zoals iedereen trouwens)
Oh ik kan mij in deze materie zo opwinden.
Je bent in ieder geval niet alleen. Ik heb zelf nooit de gebeurtenissen meegemaakt, ik ben enkele dagen na de laatste overval geboren. Maar ook ik heb me in deze materie vastgebeten, met deze site als gevolg, en ook ik kan me soms eindeloos opboeien in dit dossier. Wetende dat de daders nooit gevonden zullen worden en dat we waarschijnlijk nooit zeker zullen weten waarom al die mensen moesten sterven.
En waar ik dat intervieuw met de kinderen kan vinden?
Het is een interview met het weekblad Humo uit 1997, ten tijde van de Tweede Bendecommissie. Ik heb niet het hele interview overgetypt maar enkel dat kort fragment omdat het relevant was. Hieronder lees je nog wat fragmenten uit het artikel :
In april 1984 keert Jan Palsterman terug uit Zaïre/Congo. Kort na zijn thuiskomst gingen hij en zijn vrouw uit elkaar. De kinderen woonden eerst bij hun moeder en dan bij hun vader. De reden is niet simpel en doet niet ter zake. Het drama heeft het gezin niet opnieuw bij elkaar gebracht, integendeel. Zijn weduwe vraagt zich sinds ze het dossier heeft kunnen doornemen af of Jan echt een toevallig slachtoffer is van de Bende. Enkele van de zes kinderen zien dit als een aanval op hun vader die zich niet meer kan verdedigen. Je kunt je ook nauwelijks voorstellen dat acht mensen zouden worden vermoord om de moord op één van hen te camoufleren.
Diederik Palsterman: 'Tegen het sluitingsuur gingen we winkelen, mijn zus, Irena, mijn vader en ik. Mijn vader reed het parkeerterrein op en ik en mijn zus stapten uit. Onze va bleef in de wagen zitten. (...) We waren al een poos in het warenhuis toen er plots paniek uitbrak. (...) Mijn zus heeft Frans horen praten. (...) Toen het schieten voorbij was, durfden we nog steeds niet bewegen, tot iemand bars riep : 'Kom daar achteruit, armen omhoog!' Ik dacht dat ik afgemaakt zou worden, maar het was een politieman in burger met een pistool in zijn hand.
Nathalie Palsterman: 'Ik werkte als jobstudente in de Picknick, een broodjeszaak op de Grote Markt in Aalst. Een oom heeft me daar gebeld. Hij had in het televisiejournaal gehoord dat er iets gebeurd was in de Delhaize. Ik wist dat onze va daar na de middag met Irena boodschappen ging doen.'
Advocaat Jacobs : 'Omdat er geen wedersamenstelling geweest is, is er nog altijd twijfel of Jan Palsterman het eerste of het laatste slachtoffer van de Bende geweest is.'
Diederik : 'Als ze het op vader gemunt hadden, zouden ze ook wel geweten hebben dat hij daar nooit inkopen ging doen. Het was heel toevallig dat het die dag wel gebeurde. (...)'
De avond dat Jan Palsterman met zeven andere mensen werd doodgeschoten aan de Delhaize in Aalst, stond de moeder van zijn kinderen - Marie-Jeanne Callebaut - samen met tientallen andere mensen in paniek aan te schuiven voor het politiekantoor om te vernemen waar hun familie was. Marie-Jeanne wist dat haar dochter Irena van plan was in de loop van de middag in het warenhuis babyvoeding te kopen.
Marie-Jeanne Callebaut : 'In mijn ogen is er paniek gezaaid om een afrekening toe te dekken, namelijk de moord op mijn man. Hij werd omsingeld. Elk van de drie vluchtwegen die hij uitprobeerde, was afgesneden door een schutter. Jan kon niet naar de ingang van het warenhuis, hij kon niet weg via de uitgang van het parkeerterrein, en hij kon ook niet naar een ander deel van de parking. Hij werd getroffen door twee dodelijke schoten, uit riotgun 1 en uit riotgun 2, van op korte afstand en van op achttien meter.'
die diamantensmokkel is een afleidingstruc van zijn
Uit verschillende - betrouwbare - bronnen blijkt inderdaad dat het hele verhaal van (diamant) smokkel niet waar is. Zo zou uit rekeninguittreksels blijken dat Jan Palsterman amper geld had. Uit het zelfde artikel citeer ik : 'Moeder zegt nu dat hij had verteld dat hij diamant trafiqueerde. Maar een maand voor hij vermoord werd, had hij nog een brief naar de Koningin geschreven met de vraag zijn situatie te regulariseren. Hij was nergens mee in orde. (...) Die brief was een hulpkreet omdat hij niet meer voor- of achteruit kon. Als hij in de diamanttrafiek zou hebben gezeten zou hebben, had hij toch geen geld nodig gehad?'