1,461

(0 replies, posted in Wapenhandel)

Albert Hanquet, geboren in juni 1915 en gestorven in december 2003, werd in 1944 directeur van de wapenfabriek FAUL. Hij hield zich bezig met de administratie en het dagelijks beheer. In de jaren '70 was hij eveneens schepen van Financiën en gemeenteraadslid voor de PSC in Luik. Hij was ook ere-consul van Libanon.

In maart 1972 werd er tweemaal ingebroken in zijn buitenverblijf in Ninane-Chaudfontaine. Er werd toen antiek, wijn en een aantal waardevolle voorwerpen gestolen.

In maart 1979 werd Hanquet zelf aangehouden wegens illegale wapenhandel met Libanen. Hij had in totaal 38 wapens verkocht aan een Libanese delegatie. De rechtbank veroordeelde in november 1980 Albert Hanquet tot vier maanden gevangenisstraf, met uitstel voor twee-derde, en 8.000 fr. boete wegens verkoop van wapens zonder vergunning

Ter info: de Bende van Nijvel heeft een wapen van de FAUL-fabriek gestolen. Dit jachtgeweer kaliber 10 werd in november 1986 met afgezaagde loop teruggevonden in het kanaal van Ronquières.

Dievenbende aangehouden te Luik

De rijkswacht heeft woensdag zeven jonge dieven ter beschikking van de jeugdrechter te Luik gesteld. In de loop van deze week hadden zij te Ninane-Chaudfontaine, tot tweemaal toe, ingebroken in het buitenverblijf van de h. Albert Hanquet, gewezen schepen van Luik.

Het gaat om een georganiseerde bende waarvan de leden, leerlingen van de technische school te Luik, sedert enkele weken haagschool hielden.

De dieven werden aangehouden tijdens hun tweede inbraak in het buitenverblijf. Hun buit bestond uit antiek, wijn en een aantal waardevolle voorwerpen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Maart 1972

Luiks gemeenteraadslid aangehouden voor wapenhandel

Vorige week werden in Luik twee Libanezen aangehouden na de ontdekking in hun wagen van 38 pistolen, verborgen in een omgebouwde benzinetank. Nu volgde, in verband hiermee, de arrestatie van het Luikse gemeenteraadslid Albert Hanquet, wapenfabrikant, en tevens ere-consul van Libanon te Luik.

Hanquet geeft wel toe onderhandeld te hebben met de aangehouden Libanezen maar beweert dat hij achteraf de zaak liet afwikkelen door zijn commercieel directeur Dominique Collet, terwijl hijzelf naar een politieke vergadering was.

De vraag is in hoeverre Hanquet op de hoogte was van wat in zijn fabriek gebeurde: er werden wapens verkocht aan personen die geen machtiging tot aankoop hadden, de aankoop werd nergens geboekt en niemand loochent het feit dat de benzinetank in de wagen van de twee Libanezen speciaal werd omgebouwd om de 38 pistolen te verbergen.

Het gerecht is er in ieder geval van overtuigd op het spoor te zijn gekomen van een uitgebreide clandestiene wapenhandel ten behoeve van de Palestijnen in Libanon.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Maart 1979

Luikse schepen van financiën blijft aangehouden

De raadkamer van Luik heeft woensdag het aanhoudingsbevel tegen de 63-jarige Albert Hanquet, directeur van een wapenfabriek, en dat vat de handelsdirecteur Dominique Collet, 26 jaar, voor een maand verlengd. Ze werden vorige vrijdag gearresteerd onder de beschuldiging van onwettige wapenhandel.

Die dubbele arrestatie was het gevolg van de aanhouding op 26 februari te Luik, van drie Libanezen, die bij Hanquet zonder vergunning een veertigtal pistolen hadden gekocht. Inmiddels is gebleken dat voor de wapens in dollars werd betaald. Een tussenpersoon zou een commissie van 10 t.h. hebben opgestreken.

De wapens waren verborgen in de speciaal daartoe bewerkte benzinetank van de auto van een der Libanezen. Hanquet houdt staande dat hij van mening was, dat de vergunningen voor de wapenhandel in orde waren. Hanquet is schepen van financiën van de stad Luik.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Maart 1979

Wapensmokkelaars te Luik

Op vrijdag 14 november zal de correctionele rechtbank te Luik uitspraak doen in de zaak van de internationale wapenhandel met bestemming Libanon, waarin drie Libanezen, het 65-jarig Luiks PSC-gemeenteraadslid Albert Hanquet, tevens wapenhandelaar en ere-consul van Libanon, en zijn handelsdirecteur, de 28-jarige Dominique Collet, zijn betrokken.

Vrijdag werd de zaak al behandeld. Substituut Anne Gouguignont eiste een zware bestraffing voor twee van de drie Libanezen, die niet ter zitting verschenen. De derde Libanees, Mahmoud Kaoussarani, die als tolk optrad bij de transactie, zei dat hij van de zaak niets afwist, en bijgevolg vroeg het openbaar ministerie zijn vrijspraak op grond van twijfel.

Hanquet wil al zijn verantwoordelijkheid afwentelen op een van zijn werknemers, die bij de zaak geen belang had. Hanquet mag worden beschouwd als het brein van de bende. Collet handelde alleen in opdracht van zijn baas, Hanquet, en mag dus worden beschouwd als een slachtoffer in de zaak. De vervolging tegen hem wordt opgeschort.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Oktober 1980

Milde straffen voor wapenhandel zonder vergunning

De correctionele rechtbank te Luik heeft vrijdag uitspraak gedaan in de internationale wapensmokkel met Libanon. Buiten drie Libanezen, waren bij de zaak betrokken: Albert Hanquet (65), PSC-gemeenteraadslid van Luik, industrieel beheerder-directeur van de wapenfabriek "Fabrique d'Armes Unies Centaure" en ere-consul van Libanon, en zijn verkoopsdirecteur Dominique Collet (28).

De rechtbank veroordeelde Albert Hanquet tot vier maanden gevangenisstraf, met uitstel voor twee-derde, en 8.000 fr. boete wegens verkoop van wapens zonder vergunning. Dominique Collet, die volhoudt dat zijn goede trouw werd verschalkt, kreeg twee maanden, met uitstel voor twee-derde.

Zij werden vrijgesproken van de beschuldiging dat de firma niet was ingeschreven in het handelsregister, en van valsheid in geschriften. De Libanezen Ibrahim Kaoutarani (45) en Said Rida (44), beiden uit Beiroet, werden bij verstek veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, met onmiddellijke aanhouding, en 20.000 fr. boete, wegens verboden wapenbezit en verkoop zonder vergunning. De Libanees Mahmoed Kaoutarami die als tolk optrad en voor zijn wee landgenoten te Luik een hotelkamer zocht, werd vrijgesproken.

De zaak kwam aan het licht toen de rijkswacht in februari 1979 in de rue Saint-Gilles te Luik, nabij de “Firma Centaure”, een Mercedes aantrof waarin twee Libanezen zaten, Said Rida en Ibrahim Kaoutarani. Een sterke benzinereuk trok hun aandacht.

In de benzinetank van de wagens was een opening aangebracht, afgedekt met een teerstop. In de benzine lagen 38 nieuwe pistolen en revolvers en 14 in een plastieken huls gewikkelde laders. De Libanezen waren niet in het bezit van een vergunning voor wapenbezit of wapenuitvoer.

Uit het onderzoek bleek dat de twee bij Hanquet wapens hadden willen kopen, en dat Hanquet de kopers naar een wapenhandelaar had gestuurd. Er werd later een valse factuur opgemaakt op naam van de wapenhandelaar. Er was ook een uitvoervergunning nodig, en dat kwam in vijf dagen in orde.

Hanquet kreeg overigens 1.000 dollar “om zijn vertrouwen te winnen”. Uiteindelijk kregen zij de wapens rechtstreeks, zonder dat de kleinhandelaar erbij te pas kwam.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 November 1980

1,462

(12 replies, posted in 1980-1989)

Een aantal van de bij Mendez gestolen wapens, uitgestald als bewijsmateriaal tijdens het proces Bouhouche-Beijer:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/wapend10.jpg

1,463

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Overval op een wisselagent

  • Wanneer? 4 Juli 1975

  • Waar? Rue Leopold 15 in Charleroi » Google Maps

  • Wie?
    - Maurice Guillaume (52)
    - André Bagnolatti (40)
    - Antonio Machado

  • Status: Opgelost

Twee gangsters, Maurice Guillaume en Antonio Machado, overvallen een wisselagent in Charleroi. Daarbij vermoorden ze de eigenaar. Zijn zoon raakt zwaargewond. Machado raakt waarschijnlijk gewond tijdens de overval en wordt door Guillaume afgemaakt.

Maurice Guillaume werd in 1978 tot levenslange opsluiting veroordeeld. André Bagnolatti werd enkel veroordeeld wegens heling.

Wisselagent en bandiet neergeknald te Charleroi

Bij een overval die vrijdagmorgen gepleegd werd op het kantoor van een wisselagent in het centrum van Charleroi, zijn twee personen doodgeschoten. Het zijn de wisselagent Paul Bruyhai (75), uit de rue de Ia Science te Charleroi, en een onbekende - meer dan waarschijnlijk één der bandieten - een nog jonge man van het zuiderse type. Beiden waren neergekogeld. De 28-jarige zoon van de wisselagent, Michel Bruyhal, woonachtig te Binche, werd zwaar gewond.

Het bloedbad werd ontdekt door een vrouwelijke bankbediende, die omstreeks 11u in de voormiddag het kantoor gelegen rue Leopold 15, wilde binnengaan, doch tot haar niet geringe verbazing vaststelde dat het rolluik nog niet was opgetrokken, terwijl de deur gesloten was. Er werd een slotenmaker bijgehaald, die de toegang tot het bureau forceerde.

Op de vloer lagen de lijken van de bejaarde wisselagent en de vreemdeling; vlak ernaast, zieltogend, de 28-jarige zoon van de wisselagent, de handen en voeten op de rug gebonden en met een bloedende schotwonde in de hals. Bij hoogdringendheid werd hij in een kliniek opgenomen, waar men zijn leven in gevaar achtte.

Vraagtekens

De omstandigheden waarin het drama zich afspeelde zijn nog met veel vraagtekens omgeven. Voorlopig moet men het dus stellen met vage veronderstellingen, die vertrekken van het ene vaststaande feit, namelijk dat vader en zoon Bruyhai vrijdagmorgen omstreeks 8u30 het wisselkantoor zijn binnengegaan om hun dagtaak te beginnen. Vanaf dat moment is het drama vooralsnog een volkomen mysterie.

Zijn de bandieten - die naar men aanneemt met twee of drie waren - samen met de Bruyhai's naar binnen gegaan, of waren zij reeds van tevoren het kantoor binnengedrongen en wachtten zij daar op de komst van de wisselagenten?

Een tweede onduidelijk punt: wie maakte het eerst gebruik van een vuurwapen? Vader Bruyhai bezat een revolver. Logischerwijze zou men kunnen veronderstellen dat de verraste wisselagent direct naar zijn wapen gegrepen heeft en een der bandieten neerknalde alvorens die gevaarlijk kon worden. In dezelfde orde van gedachten klinkt het aanvaardbaar dat een tweede bandiet op zijn beurt Paul Bruyhai heeft doodgeschoten en zijn zoon gewond, die vervolgens aan handen en voeten werd vastgebonden.

Nog raadselachtiger werd de zaak toen bij het eerste onderzoek bleek dat de revolver van de wisselagent onaangeroerd in de lade lag. Na de schietpartij, die blijkbaar door niemand op straat of door geburen gehoord werd - ook niet door de politie die op enkele stappen van het wisselkantoor haar bureaus heeft - hebben de bandieten de deur langs de binnenkant gesloten om dan langs een aanpalend onbewoond huis ongemerkt te verdwijnen.

Volgens een nog voorlopige raming bedraagt de buit 45.000 fr. in baar geld en een aantal goudstukken. Alhoewel onmiddellijk na de ontdekking van de misdaad alle wegen rond Charleroi versperd werden, in de hoop de gevluchte daders te kunnen grijpen, heeft zulks geen enkel resultaat opgeleverd. Heel begrijpelijk natuurlijk, als men bedenkt dat de bandieten een ruime voorsprong hadden op de wetsdienaars.

De voornaamste hoop om het onderzoek tot een goed einde te brengen ligt momenteel in de identificering van de achtergelaten dode bandiet, die evenwel geen enkel papier op zak had. Mocht de man in België reeds een strafregister bezitten, dan zal het de speurders wel niet moeilijk vallen om aan de hand van vingerafdrukken zijn ware identiteit te achterhalen. Vanaf dat ogenblik zal het er voor zijn medeplichtigen niet zo best uitzien.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Juli 1975

De gedode gangster van Charleroi werd door trawanten afgemaakt

De bloedige schietpartij in het kantoor van wisselagent Paul Bruyhai, rue Léopold 15 te Charleroi, in de ochtenduren van vorige vrijdag, heeft bij de bevolking grote verontwaardiging gewekt. Men is er het hart van in dat een hooggeachte burger die Paul Bruyhai, op zo’n weerzinwekkende wijze de dood werd ingejaagd terwijl zijn zoon in de kliniek nog steeds een zware strijd levert met de dood.

Sinds het dramatisch gebeuren van vorige vrijdag is het onderzoek al een heel eind gevorderd. Zo heeft men de identiteit van de achtergebleven doodgeschoten bandiet kunnen achterhalen. Het betreft Antonio Machado (24), uit La Calahorra in Spanje.

Van Spaanse nationaliteit, heeft hij, ondanks zijn jeugdige leeftijd, reeds voor verscheidene Franse benden gewerkt. Drie jaar geleden werd hij in Antwerpen opgepikt wegens wapentrafiek. In Frankrijk liep hij reeds verscheidene veroordelingen op en nog niet zo lang geleden werd hij uit de gevangenis van Lyon ontslagen.

Verschillende getuigen herkenden in de gangster de man die een week voor de overval in de rue Leopold rondzwierf. Nog de vooravond van de overval werd Machado in de bewuste straat opgemerkt in gezelschap van verscheidene personen. De politie zet haar onderzoek naar de medeplichtigen voort.

Hoe hij in het wisselkantoor te Charleroi aan zijn einde kwam, is een verhaal op zich zelf. In tegenstelling met wat aanvankelijk gedacht werd, zou de bandiet door zijn eigen trawanten zijn afgemaakt, met een kogel in het voorhoofd, nadat hij door de wisselagent met diens wapen - een automatisch pistool - was gekwetst geworden.

Dat wijst meteen op een gloednieuwe versie van het gebeuren. Door het onderzoek en de lijkschouwing van de wisselagent en de gangster heeft men thans een klaarder inzicht gekregen in het verloop van de gebeurtenissen, die zich als volgt zouden hebben afgespeeld.

Om 8u15, die bewuste vrijdagmorgen 4 juli arriveerde Michel Bruyhai op het kantoor waar hij door de bandieten werd verrast en vastgebonden. Enkele minuten later betrad vader Bruyhai het kantoor. Ziende wat er gaande was greep hij zijn automatisch pistool en vuurde in de richting van de bandieten, waarvan er een geraakt werd. Hijzelf werd daarop door een revolverschot dodelijk getroffen.

Vermoedelijk omdat de gangsters geen kans meer zagen hun gekwetste trawant te vervoeren en wellicht uit angst dat hij hen zou verraden werd hem in koelen bloede van vlakbij een kogel tussen de ogen gejaagd. Om het bloedbad te beëindigen, werd Michel Bruyhai bedacht met een kogel in de nek, waarna de bandieten de vlucht namen met hun karige buit van amper 45.000 fr.

Ongeveer in die volgorde moeten de feiten zich hebben voorgedaan, al hoopt men nog steeds precieze gegevens te bekomen van Michel Bruyhai, wiens toestand evenwel tamemijk hopeloos is. Vrijdagavond heeft men door een chirurgische ingreep getracht de kogel te verwijderen die zich in de schedel heeft vastgezet, doch die operatie kon niet tot een goed einde worden gebracht.

Waar de massa is, vindt men gewoonlijk zakkenrollers en ander gespuis. Bij het vertrek van de Ronde van Frankrijk vrijdag 27 juni, werd Charleroi overrompeld met sportliefhebbers, waaronder zich ook enkele duistere figuren mengden van over de Franse grens.

Nog waren de aanmoedigingen aan het adres van Poulidor, Merckx en cons. niet uitgestorven in de overkropte straten, of er werd een hold-up gepleegd bij “Match Center” aan de avenue Mascaux in het naburige Marcinelle, die een buit van nagenoeg 600.000 fr. opleverde. De volgende morgen werd in de rue du Collège een zekere Christian Mittout, een Franse bandiet, door twee kogels getroffen, vermoedelijk aIs slachtoffer van een afrekening in het milieu. Alhoewel zwaar gewond, is Mittout thans buiten gevaar.

Precies acht dagen later volgde de hold-up in het wisselkantoor Bruyhai te Charleroi, die op een bloedige sisser uitliep. Het heeft er alle schijn van dat beide overvallen, nl. die van Marcinelle en die van Charleroi, het werk zijn van een en dezelfde uit Frankrijk overgewaaide bende, die vanuit Charleroi opereert. Het is dan ook in die richting dat de speurders zoeken om de gangsters op het spoor te komen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Juli 1975

Auto moorddrama Charleroi gevonden

In gerechtelijke kringen was dinsdag, inzake het moorddrama van vorige vrijdag te Charleroi, een zeker optimisme waar te nemen. Voor het station van Namen werd immers de auto aangetroffen waarmede hoogstwaarschijnlijk de gangsters zich hadden verplaatst.

De recherche won inlichtingen in te Parijs en daar kwam men vrij vlug aan de weet aan wie de wagen heeft toebehoort en aan wie hij werd verkocht. Meteen is de identiteit bekend van tenminste een der daders van de moord op de 75-jarige wisselagent Paul Bruyhai.

Er bestaat goede hoop dat met het ontdekken van de auto (waarvan men zich wel afvraagt of hij inderdaad van vorige vrijdag tot dinsdag voor het station van Namen heeft gestaan) men ook de hand zal kunnen leggen op de daders.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juli 1975

Met lichte meisjes kwamen ook zware jongens afgezakt

De tragische gebeurtenis te Charleroi waar een wisselagent en ook een berucht gangster door medeplichtigen werd afgemaakt, houdt de volle aandacht gaande van de recherche. Er zijn voldoende redenen om aan te nemen dat het Franse milieu de moord op zijn geweten heeft. En dit verontrust in zekere mate de Belgische speurders.

Invloed

Men weet dat in Frankrijk een grote kuis werd gehouden in kringen van prostitués en bijhorende zware jongens. Dit had als gevolg dat reeds tal van lichte meisjes naar ons land zijn afgezakt. En dit is ondermeer het geval te Charleroi en ook in het Brusselse “high-life”-kwartier van de Louizapoort.

Maar de mensen, die de hand over deze meisjes houden, bleven ook niet in Lyon en Parijs achter. Ze willen immers zo dicht mogelijk bij de prostituées zijn, wel wetende dat dergelijke meisjes in bars en andere loense instellingen een en ander opvangen en zelfs gemakkelijk te weten komen waar er ergens een zaak die geld opbrengt kan worden afgehandeld.

België zal, als het zo verder gaat, met een steeds toenemende invloed van het Franse milieu worden geconfronteerd. En de Franse zware jongens slaan hard toe. Dit kwam overigens tijdens de recente overval te Charleroi maar al te duidelijk aan het licht. Zal de Belgische justitie niets ondernemen om dit nieuwe verschijnsel inzake criminaliteit te beletten?

Uit ingewonnen inlichtingen blijkt dat minister Vanderpoorten en zijn naaste medewerker op de hoogte zijn van de recente ontwikkelingen.

Grenscontrole

Op dit ogenblik ziet men het niet door de vingers om clandestien personen het land uit te zetten. Dit gebeurt overigens dagelijks. Wat nu de prostitués uit Frankrijk betreft, daarvoor zijn nog geen schikkingen genomen. Maar het departement van Justitie, zo liet men ons dinsdag duidelijk verstaan, volgt de evolutie van dichtbij. In het geval dat er bv. een toename zou zijn van dit probleem inzake Franse prostitués en zware jongens, dan zullen onverwijld maatregelen worden getroffen om de kwaal uit te roeien.

Onwettig verblijf in ons land is strafbaar doch het ligt voor de hand dat talrijke "uitgewezen" vreemdelingen na een korte tijd opnieuw naar België komen. Het wordt in bevoegde kringen niet uitgesloten dat er ministeriële besluiten worden uitgevaardigd om de als gevaarlijk beschouwde vreemdelingen, die clandestien in ons land verblijven, definitief te verbieden nog ooit een voet in België te zetten.

Maar dan, zo’n menen we toch, moet de controle aan de grens verscherpt worden, want wat gebeurt er nu na een misdaad? Er worden gewoonlijk versperringen aangebracht in de streek van de overval. De rovers duiken echter enkele dagen onder om dan als het ontij voorbij is de grens weer over te trekken. En geen mens ziet dat nog naar hen uit...

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juli 1975

Verdachten gezocht in Brussel

Sedert de gewapende overval te Charleroi, waarbij een 75-jarige wisselagent werd doodgeschoten en ook een gangster door medeplichtigen om het leven werd gebracht, hebben de gerechtelijke politie van Charleroi, geleid door commissaris André Rousseaux en de BOB onder leiding van majoor Quinet en commandant Sion, zich geen ogenblik verpozing gegund om de zaak op te lossen.

Vernomen werd nu dat dinsdagavond twee verdachten te Bergen werden aangehouden. Ook zouden in Brussel drie personen zijn gearresteerd van wie men veronderstelt dat ze meer afweten van de schietpartij te Charleroi. De identiteit van die kerels is bekend. Noch te Brussel bij de rijkswacht, noch bij majoor Quinet te Charleroi hebben we bevestiging van die aanhoudingen kunnen bekomen.

Meer zelfs: het bleek dat die drie Fransen nog steeds spoorloos waren. Wel werd toegegeven dat ze als zeer gevaarlijk worden beschouwd. Maar het onderzoek is nog ver van beëindigd.

De wagen die voor het station te Namen werd teruggevonden, nieuws dat we gisteren in primeur brachten, is een Simca-bestelwagen van beige kleur. De auto werd bestuurd door een gewezen Belgisch catcher uit de streek van Charleroi. Omdat deze man contacten had met de Franse onderwereld, werd hij onder aanhoudingsmandaat geplaatst.

Men vermoedt dat hij de daders ter plaatse bracht, hoewel hij zulks ontkent.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Juli 1975

Twee vrouwen aangehouden in moordzaak te Charleroi

In verband met de overval op een wisselkantoor aan de rue Léopold te Charleroi op 4 juli, waarbij de wisselagent werd vermoord, zijn zoon ernstig gewond en een overvaller door zijn medeplichtigen afgemaakt, werden donderdag twee vrouwen aangehouden. De 25-jarige prostituée Chantale Robin, echtgenote van de omgekomen gangster Machado, en de even oude Eleanore Sanchez, werden te Brussel en Bergen opgesloten omdat ze onderdak hadden verleend aan Machado of zijn medeplichtigen.

Gisteren meldden we dat er arrestaties te Brussel waren verricht, alhoewel de Franstalige krant Le soir" schreef dat drie Fransen in de hoofdstad waren aangehouden. Toen we informeerden naar de juistheid van dit bericht, werd ons gezegd dat het onjuist is. Integendeel, de drie Fransen worden ijverig gezocht.

Lek

Vervelend bij het Le Soir-bericht was voor de speurders vooral het feit dat de drie Fransen met voornaam en familienaam werden vernoemd. Dit heeft kwaad bloed bij de speurders gezet en er zijn donderdag harde woorden gevallen jegens de voorbarige berichtgeving van sommige kranten. Er wordt ook naar het lek gezocht ergens te Brussel, maar niet bij de rijkswacht.

Donderdagvoormiddag had er overigens te Charleroi een belangrijke vergadering van voorname politiefunctionarissen plaats en werden de relaties politie-pers onder de loep genomen.

Intussen, zo vernamen we te Charleroi, zijn geen nieuwe elementen aan het licht gekomen in het onderzoek naar de moordenaar van de 75-jarige wisselagent, gangsters die ten andere ook en medeplichtig afmaakten.

Catcher

Wel wordt de nodige aandacht besteed aan de bestelwagen die vóór het station van Namen werd teruggevonden, hetgeen we reeds dinsdag meldden. Die wagen, met Franse nummerplaat afgeleverd te Parijs, werd door een Belg van Charleroi, die geen onbekende is voor het gerecht, bestuurd. De man, een zekere D. en gewezen catcher, werd aangehouden en men weet dat hij op goede voet leefde met Franse zware jongens. Het is natuurlijk nog niet bewezen dat hij de daders van de overval te Charleroi ter plaatse heeft gebracht ofwel heeft geholpen te ontvluchten. Maar sommige speurders hopen toch met de arrestatie van D. een spoor van de daders te kunnen terugvinden.

Bij de recherche blijft men zich ook zorgen maken over de steeds toenemende invloed van de Franse onderwereld. Het valt op dat meer en meer verdachte zuiderburen hun werkterrein in ons land zoeken. Dit gebeurt zowel te Brussel, Charleroi en Luik als elders in het land.

Het gebrek aan samenwerking tussen de verschillende politiediensten is echter niet van aard om met kans op succes de wapens uit de handen van de Franse gangsters te slaan.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Juli 1975

Gangsters van overval te Charleroi gekend

Het gerecht heeft de medeplichtigen geïdentificeerd van Antonio Machado, de Spanjaard die tijdens de overval te Charleroi, in de ochtenduren van vrijdag 4 juli jl. werd neergeschoten door zijn eigen kameraden. Het betreft André Bagnolati, 40 jaar, uit Lyon, en een zekere “Maurice le Bagnard”, 52 jaar, die reeds 15 jaar in de gevangenis doorbracht.

Men zal zich herinneren dat tijdens die overval op een wisselkantoor, de uitbater, de 75-jarige Paul Bruyhai, die door een nekschot levensgevaarlijk gewond werd, is thans aan de beterhand. Tijdens zijn ondervraging heeft hij kunnen zeggen dat de overvallers allen een kap over het hoofd hadden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Juli 1975

Een der moordenaars van Charleroi te Parijs gepakt

De gerechtelijke diensten van Parijs hebben dinsdag een van de overvallers en moordenaars van wisselagent Paul Bruyhai te Charleroi aangehouden. Het is de 52-jarige Fransman Maurice Guillaume, in het milieu bekend als "Maurice le Forçat” (Maurice de Dwangarbeider). Die bijnaam heeft hij te danken aan het feit dat hij al 25 jaren in gevangenissen heeft doorgebracht.

Op 4 juli werd het wisselkantoor van de h. Bruyhai aan de rue Léopold te Charleroi overvallen. De gerechtelijke diensten vonden er twee lijken en een zeer ernstig gewonde man. De doden waren de h. Bruyhai zelf en een van de overvallers, de Spanjaard Antonio Machado.

De zoon van de wisselagent was door de overvallers in de nek geschoten. Zeer ernstig gewond wordt hij thans nog steeds in een ziekenhuis verzorgd. Uit het onderzoek bleek dat de overvallers - thans staat vast dat het er drie waren - reeds voor de aankomst van de wisselagent in het kantoor waren.

Toen de h. Bruyhai en zijn zoon binnen kwamen, zag de vader de kans een revolver te grijpen en Machado neer te schieten. Hijzelf werd daarop doodgeschoten door de gangsters, die ook de zoon neerschoten en hun gewonde medeplichtige afmaakten.

Maurice Guillaume en de derde gangster, de Fransman André Bagnolati (40), zijn daarop naar Frankrijk gevlucht. Bagnolati, alias "DéDé", wordt nog steeds gezocht. Hij staat bij het Franse gerecht bekend als een beroepsdoder en is uiteraard zeer gevaarlijk. Gedurende zeven maanden zat hij samen met de afgemaakte Machado in een Franse gevangenis.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Juli 1975

Laatste moordenaar van wisselagent aangehouden

In het zuiden van Frankrijk werd opnieuw een bandiet aangehouden in verband met de bloedige overval die 4 juli werd gepleegd op een wisselkantoor in de Rue Leopold te Charleroi. Tijdens de overval werd de 73-jarige wisselagent Paul Bruyhai vermoord, terwijl zijn zoon ernstig werd gewond. Een der overvallers, de 23-jarige Antonio Machado, werd door zijn medeplichtigen afgemaakt.

Later werd in Frankrijk de gangster Maurice Guillaume (le Bagnard) aangehouden. De nieuwe arrestant is een zekere Bagnolati.

De zaak is dus nagenoeg rond, dankzij een nauwe samenwerking tussen de Belgische en de Franse politie. Zoals bekend werd de eerder magere buit van de overval (een tas vol goudstukken voor een waarde van ongeveer 150.000 fr.) dinsdag teruggevonden te Havay, bij Bergen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Juli 1975

Confrontatie tussen gangsters en overlevende van overval te Charleroi

In het kantoor van douanen op de Frans-Belgische grens te Erquelinnes werd maandag Michel Bruyhai, de overlevende van een bloedige overval Charleroi, geconfronteerd met twee Franse gangsters om na te gaan wie van de twee bij de overval betrokken was.

Op 4 juli 1975 werd het wisselkantoor van vader en zoon Bruyhai aan de rue Leopold te Charleroi overvallen. Het drama kwam omstreeks 10u in de voormiddag aan het licht, toen een bediende van een ander wisselagentschap het kantoor binnenging. Op de vloer lagen de lijken van vader Paul Bruhai (75) en een onbekende man en ook de geboeide en zwaargewonde Michel Bruhai. Al spoedig kon de onbekende geïdentificeerd worden als Antonio Machado, een Spanjaard die tot het milieu van Lyon behoorde. Uit het wisselkantoor was een grote som geld gestolen en bijgevolg moest Machado medeplichtigen gehad hebben. Die zocht men in zijn kennissenkringen zo kwam men op het spoor van de Franse gangsters Maurice Guillaume (52) en André Bagnolatti (40).

Guillaume werd enkele dagen later gepakt in Parijs en Bagnoletti meldde zichzelf in de Franse hoofdstad.

Wie?

Na een maand was Michel Bruyhai, die een kogel in het hoofd had gekregen, zover hersteld dat hij kon ondervraagd worden. Hij verklaarde dat er twee overvallers waren, maar meer kon hij zich niet herinneren. Zijn vader en Machado waren al dood of stervende toen hij het kantoor binnenkwam.

Hij werd geboeid en daarna trachtte de overblijvende gangster hem te executeren. Wie die overblijvende gangster is, werd nog niet geheel opgehelderd. Guillaume zegt dat het Bagnoletti is, maar deze beschuldigt Guillaume. Wel zegt Bagnoletti dat hij met Machado en Guillaume naar Charleroi is gereden, maar toen hij zag dat er in de buurt van het wisselkantoor een politiepost was, is hij weggereden.

Tijdens de confrontatie maandag meende Michel Bruyhai trouwens ook Guillaume aan zijn stem te herkennen als de man die bij de overval aanwezig was. Over de dood van Machado bestaan nog onzekerheden. Guillaume beweert dat Bagnoletti, en Bagnoletti zegt dat Guillaume hem verteld heeft dat Machado door vader Bruyhai werd aangeschoten

De Spanjaard sloeg daarop met zijn pistool op het hoofd van de wisselagent, doch toen ging het wapen af en verwondde de gangster dodelijk. De gerechtelijke diensten zijn eerder geneigd te geloven dat de zwaar gewonde Machado door zijn medeplichtige werd geëxecuteerd.

De buit van de overval werd door Bagnoletti, die beweert het geld van Guillaume te hebben gekregen, verstopt in de buurt van Havré. Op zijn aanduiding werd het daar trouwens terug gevonden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Maart 1976

Moord te Charleroi voor Assisenhof te Parijs

Maandag begon voor het Hof van Assisen te Parijs het proces tegen Maurice Guillaume, die beschuldigd wordt van moord op een effectenmakelaar te Charleroi. De tweede dag van het proces werd dinsdag ingezet met het getuigenis van Michel Bruynay, zoon van het slachtoffer.

Deze 31-jarige man is zelf erg getekend uit het drama gekomen. Hij kreeg immers van een van de aanranders een kogel in het hoofd, achter het oor, juist op een plaats waar een chirurgische ingreep onmogelijk is, zodat de kogel er nog steeds vastzit.

“Die ochtend”, aldus getuige, “werd ik in ons bureau overvallen door twee overvallers, die een kap over het hoofd hadden getrokken. Zij bedreigden ons met hun revolvers en door paniek bevangen wierp ik mij op de grond. Om de gangsters te vermurwen opdat ik het er levend zou afbrengen, sprak ik hen over mijn gehandicapt kind, dat mij nodig heeft. Ik herinner mij verder niet veel meer, want ik lijd nu aan geheugenverlies en aan doofheid links. Ik heb gaten in mijn herinneringen en ik kwam pas bij in het ziekenhuis, waarheen ik na het drama werd overgebracht.”

“De robotfoto's, die men mij heeft getoond, herinneren mij nergens aan tenzij, dat de ene gangster iets kleiner dan de andere was. Nochtans heb ik tijdens de wedersamenstelling de stem van een hunner herkend, nl. die van Guillaume en wel omdat hij met zulk een echt Frans accent sprak.”

Het getuigenis van Michel Bruyhay is thans heel wat korter dan bij het begin van het politieonderzoek, toen hij juist na de feiten heel wat uitvoeriger op de vragen van de inspecteurs kon antwoorden. Daarom leest voorzitter Diener zijn eerste getuigenis voor.

De h. Bruyhay zal zich ter herinnering aan zijn vader burgerlijke partij stellen, aldus zijn raadgever. Mr. Braunschweig.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Oktober 1978

Maurice Guillaume te Parijs tot levenslang veroordeeld

Maurice Guillaume, die sinds het begin van de week voor het Assisenhof van Parijs terechtstond voor de moord op een Belgisch wisselagent te Charleroi op 4 iull 1975, werd donderdagavond laat tot levenslange opsluiting veroordeeld.

Guillaume, die reeds tienmaal veroordeeld was wegens diefstal en geweldpleging, heeft van bij de aanvang van het proces elke betrokkenheid bij de moordzaak ontkend. “Die dag was ik in Frankrijk. Ik pleegde een inbraak te Aubervilliers, een voorstad van Parijs”, zo beweerde hij.

Maar het onderzoek bracht aan het licht dat de inbraak in het wisselkantoor te Charleroi reeds geruime tijd door Guillaume was voorbereid. Bovendien zei een medeplichtige, André Bagnolati, die alleen wegens heling veroordeeld werd, tijdens het proces dat Guillaume wel degelijk de ochtend van 4 juli naar het wisselkantoor te Charleroi gegaan was om er in te breken.

De inbraak liep echter slecht af omdat wisselagent Edouard Bruynay arriveerde. Deze werd gedood toen hij zich tegen de diefstal verzette. Tijdens een schotenwisseling werd Tony Machado, medeplichtige van Guillaume, “per ongeluk gedood" door een verdwaalde kogel.

Kort voor het rekwisitoor had Maurice Guillaume nog eens verteld “dat er geen bloed aan zijn handen kleefde”. Tijdens het verhoor door de voorzitter van de rechtbank riep hij uit: “Ik ben wel een dief, maar geen moordenaar. Veroordeel mij ter dood als u wil, maar dat zal een gerechtelijke dwaling zijn, omdat ik niet betrokken ben bij de moord te Charleroi”.

Doodstraf geëist

Tijdens zijn rekwisitoor trachtte de openbare aanklager de schuld van Guillaume aan te tonen. Aan het slot zei hij: “Guillaume was wel degelijk in België met zijn medeplichtige Tony Machado, die hij eveneens doodde. Deze kerel verdient geen enkele verzachtende omstandigheid. Ik eis tegen hem de doodstraf.”

De verdedigers van Maurice Guillaume, Mr. Colette Lacordaire en Mr. Remi Crausté, trachtten aan te tonen dat er geen formeel bewijs tegen hun cliënt bestond. “Ik vind het afschuwelijk dat de openbare aanklager in deze omstandigheden een onomkeerbare straf eist”, zo zei Mr. Crausté. In België wordt de doodstraf sinds 1867 niet meer toegepast, en dat strekt dit land tot eer. In Frankrijk staat de doodstraf eveneens op het punt niet meer uitgevoerd te worden. Nog slechts enkele weken, en het is zover.”

Vervolgens richtte Mr. Crausté zich tot de jury: “Zult u de laatste gezworenen zijn die een man naar het schavot sturen?”

Na meer dan drie uur beraadslagen heeft de jury Maurice Guillaume veroordeeld tot levenslange opsluiting. André Bagnolati kreeg een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan 18 maanden met uitstel.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Oktober 1978

1,464

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Een moord op een jonge vrouw

  • Wanneer? 10 Juli 1975, rond 1u ’s middags

  • Waar? Chemin du Beau Site 2, Rebecq » Google Maps

  • Wie? Louis Goemare

  • Status: Opgelost

Louis Goemare legde volledige bekentenissen af tegenover de politie en het moordwapen, een mes, werd gevonden. De toen 41-jarige man was kelner van beroep en woonde in de Dublinstraat te Elsene. Artikels over het proces heb ik niet gevonden. Ook het motief voor deze moord is me onbekend.

Vrouw neergestoken te Quenast

Omstreeks 12.30 uur is op nr. 2 van de rue du Beau-Site te Quenast, in afwezigheid van de echtgenoot, een jonge vrouw door een onbekende neergestoken. Het betreft de 25-jarige Yvette Servais, die pas onlangs met haar man, S. Ezio, en hun tweejarig dochtertje aldaar kwamen wonen. Zij is kort na de feiten bezweken. Het kind verklaarde aan de speurders dat de foto van de man - vermoedelijk de moordenaar - die ze gezien had alvorens te gaan slapen, in moeders koffertje stak. Het parket van Nijvel stapte ter plaatse af.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Juli 1975

Yvette Servais werd met elf messteken afgemaakt

IJselijke kreten verscheurden de kalmte van het middaguur. Gustaaf Vogeleer (71), die zich ophield in zijn tuin achter het huis, haastte zich naar de haag die zijn tuin met dia van zijn geburen, het jong gezin Sanguinetti-Servais, scheidt. Hij bemerkt niets verdachts. Het waren nochtans duidelijk wanhoopskreten, meent de brave man, die zich naar de straat spoedt. Er moet wel degelijk iets ernstigs gebeurd zijn bij de Sanguinetti’s, stelt hij dadelijk vast, want de vensterruit lag aan diggelen - het glasgerinkel had hij trouwens van in zijn tuin gehoord - en vanuit de bovenverdieping hoorde hij het gehuil van het tweejarig dochtertje Valèrie. Gustaaf Vogeleer keek naar binnen. Met één oogopslag zag hij dat de jonge vrouw dood lag.

In weinig woorden brachten we gisteren een onvolledig verhaal van de moord op de 25-jarige Yvette Servais, die met haar echtgenoot Ezio Sanguinetti, een handelsafgevaardigde, een paar jaar geleden in de rue du Beau-Site te Rebecq-Rognon (en niet in het naburig Quenast, zoals we gisteren schreven) was komen wonen.

Het drama voltrok zich donderdagmiddag, even vóor 1u, waarop Mevr. Sanguinetti wel eens bezoek ontving van “een nette heer met een mooie lichtgekleurde wagen”. Doch donderdag had de onbekende - vermoedelijk een intieme vriend van het slachtoffer - zich niet laten zien, want volgens de buurtbewoners hadden zij zijn wagen die onveranderlijk voor de deur stond wanneer hij op bezoek kwam, niet gemerkt.

Elf messteken

Het was een totaal uit zijn lood geslagen Gustaaf Vogeleer die bij een andere gebuur binnenliep en met horten en stoten vertelde dat Yvette Servais vermoord lag op de vloer in de keuken. Weinige minuten later verschenen een opgeroepen dokter en de rijkswacht van Quenast ter plaatse. Zij vonden er het ontzielde lichaam van de jonge vrouw, die enkel in bikini gekleed was, in een plas bloed.

Haar lichaam was doorkerfd met elf messteken, waarvan er een het hart had doorboord. Een hulpvaardige buurvrouw bekommerde zich om de kleine Valérie. Het tweejarig kindje dat, gelukkig voor haar, nog niet beseft dat ze haar moeder verloren heeft, vertelde heel spontaan dat haar mama het bezoek had gekregen van een heer.

Wie die heer is moet nog worden uitgemaakt. Een paar uren na het gebeuren kwam Ezio Sanguinetti naar huis. Hij werd langdurig ondervraagd.

Orgieën

Mensen uit de buurt laten zich slechts aarzelend uit over het gezin Sanguinetti-Servais. Wel zullen ze u zeggen dat er dikwijls vrienden op bezoek kwamen, dat er regelmatig dansavonden plaatsvonden die tot in de kleine uurtjes voortduurden. Boze tongen beweren zelfs dat die bijeenkomsten soms in orgieën ontaardden.

Intussen is het parket van Nijvel, dat deze moord onderzoekt - de negende misdaad in Waals-Brabant binnen een jaar - druk in de weer om op het spoor te komen van de dader die, als schijn niet bedriegt, een passionele moord op zijn geweten heeft.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Juli 1975

Moord te Rebecq nog niet rond

Sinds men donderdagmiddag omstreeks 1u Yvette Servais in haar woning te Rebecq vermoord heeft aangetroffen, schijnt het onderzoek ter plaatse te trappelen.

De echtgenote van het jeugdige slachtoffer, dat met elf messteken werd afgemaakt, heeft een alibi kunnen voorleggen: hij was sedert donderdagmiddag, en dit gedurende verscheidene uren, in gezelschap van een vrouw uit Brussel, met wie hij vriendschapsbetrekkeningen onderhield. Het is intussen gebleken dat hij vroeger nog andere vriendinnetjes gehad heeft.

Het onderzoek heeft zich vooral toegespitst in het opsporen van de onbekende trouwen bezoeker van Yvette Servais, die regelmatig bij haar aan huis kwam en onveranderlijk zijn wagen voor de deur liet staan. Heeft hij met de misdaad te maken?

Feit is dat die bewuste donderdag zijn auto door geburen niet werd gezien, wat daarom natuurlijk nog niet wil zeggen dat hij het slachtoffer niet zou hebben bezocht. Met behulp van die geburen tracht de Bijzonder Opsporingsbrigade thans een robotfoto te maken en deze te verspreiden, in de hoop de man te kunnen identificeren.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Juli 1975

Moordenaar opgesloten te Nijvel

De man die twee maanden geleden te Roosbeek bij Halle de 25-jarige Yvette Servais om het leven bracht, heeft thans bekentenissen afgelegd. Het betreft de 41-jarige Louis Goemare, kelner van beroep en wonende Dublinstraat te Elsene. De man werd op 26 augustus aangehouden. Hij legde volledige bekentenissen af. Het dolkmes waarmee de moord gepleegd is, werd terug gevonden. Goemare werd in de gevangenis te Nijvel opgesloten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 September 1975

1,465

(163 replies, posted in Andere)

Spectator Of Life wrote:

Ik blijf wel bij mijn standpunt dat we in grote lijnen niet zoveel meer weten dan destijds.

Het enige wat we niet weten, zijn de namen van de daders. Behalve die informatie hebben we nu een heel goed beeld van de modus operandi, het mogelijke motief, de gebruikte wapens, de buit, de zaken die gezegd zijn, de verhalen die kloppen en de verhalen die niet kloppen, ... En het is net op basis van deze informatie dat je een profiel van de daders kan opstellen. (Iets waar ik nu volop mee bezig ben. wink)

Spectator Of Life wrote:

Echter blijft het overkoepelende beeld een bende die zich al dan niet voordoet als overvallers

Ze deden zich niet voor als overvallers. Het waren overvallers. Waarom plunder je anders de kassa's en de brandkast en neem je zakken mee om het geld in te steken?

Spectator Of Life wrote:

waarbij de buit niet in verhouding staat tot 28 doden

Vanaf hoeveel Belgische Frank had de buit wel in verhouding gestaan met het aantal doden?

Je moet niet antwoorden op deze vraag omdat er geen antwoord is op die vraag. Er bestaat geen formule die de verhouding buit-geweld berekent, omdat die verhouding voor iedere crimineel anders is. De ene crimineel probeert geweld en confrontatie te vermijden door in te breken in huizen waarvan de bewoners niet thuis zijn, de andere crimineel vermoordt iemand om zijn MP3-speler te kunnen stelen.

De stelling dat de buit zogezegd niet in verhouding staat met het aantal doden is een door de pers gecreëerde mythe. Het is een nutteloze stelling die op niets gebaseerd is.

1,466

(49 replies, posted in Robotfoto's)

Django68 wrote:

Agenten die de daders achtervolgden verklaarden Amory te herkennen in een van de overvallers die hen onder vuur namen bij de schietpartij in Hoeilaart.

Deze informatie is volgens mij niet correct. Eén agent verklaarde een aantal jaar na de feiten dat hij Mendez herkende, de andere agent verklaarde dat hij mogelijks Bouhouche herkende. De naam Amory is volgens mij nooit vernoemd als een verdachte voor de overval in Waver en de feiten in Hoeilaart.

1,467

(163 replies, posted in Andere)

highonprozac wrote:

Een sentiment wat nog werd verhevigd door de man z’n onverzettelijkheid om op de piste van het banditisme te blijven en zijn team te verbieden te zoeken in een meer politieke richting.

Het is de taak van justitie om de daders te vinden en te berechten. Je moet pistes à charge en à decharge onderzoeken. Misschien zag Deprêtre dat zijn dienst te veel in een bepaalde richting zocht en probeerde hij ervoor te zorgen dat alle pistes, dus ook banditisme, onderzocht werden. Dat zou dan betekenen dat het niet zozeer een verbod was, maar eerder een rechtzetting ("onderzoek alle pistes").

1,468

(163 replies, posted in Andere)

Spectator Of Life wrote:

Uiteindelijk tonen dergelijke hypotheses en discussies aan dat we niet veel meer weten dan 10/20/30 jaar geleden.

Ik ben daar niet mee akkoord. We weten net veel meer dan 10, 20 of 30 jaar geleden. We weten nu veel beter hoe de verschillende feiten verlopen zijn (zie mijn reconstructies), we weten wat de daders gezegd hebben in de warenhuizen, we hebben een volledige inventaris van de buit, we weten veel beter met welke wapens ze waar geschoten hebben, we hebben een tijdlijn van de overvallen in Eigenbrakel en Overijse, we weten dat er steeds één dader een zak bij had tijdens de overvallen, ...

Al die feiten die vast staan, geven ons een veel beter beeld over de gebeurtenissen van toen. Dat overzicht van feiten en bewijzen hebben we nooit gehad.

1,469

(163 replies, posted in Andere)

Als je kijkt naar de reconstructies, de buit, de achtergelaten bewijsstukken en de feiten die vast staan (en niet de verhalen van journalisten) dan kan je alleen maar concluderen dat dit inderdaad banditisme was. De daders zijn waarschijnlijk te vinden in een heel gesloten milieu.

Ik kan me perfect vinden in de titel van je post, namelijk "Zuiver banditisme". Maar bij Waver stap je zelf al af van deze stelling. Het motief hier omschrijf je als "mogelijk een opdracht ". Waarom moet dit in opdracht gebeurd zijn? Deze overval kan je eveneens perfect verklaren vanuit de piste "Zuiver banditisme". Het zijn dezelfde daders die wapens zochten en die gevonden hebben bij Dekaise. Ze hebben zoveel wapens gestolen omdat ze deze verder konden (of wilden) verkopen.

De roofmoord op Angelou omschrijf je als "afrekening in het drugs & gok milieu". Ook deze stelling volg ik niet. Dit lijkt me een banale overval op een taxichauffeur - dat heel vaak gebeurde - waarbij de chauffeur voor de gemakkelijkheid uit de weg werd geruimd omdat de daders niet gemaskerd waren. Iets wat vaak gebeurde.

Ook bij Temse zie ik geen redenen om aan te nemen dat dit een diefstal op bestelling was. We weten dat Wittock reclame maakte voor hun producten. Zo kon je in de Gouden Gids lezen dat je bij Wittock kogelvrije vesten kon bestellen. De daders wisten echter niet dat de vesten niet in Temse maar op een andere locatie werden gemaakt. Ze hebben daar de enige vesten gestolen die ze konden vinden, namelijk degene die in het labo lagen.

De feiten in Ohain waren volgens mij geen afrekening. Een afrekening gebeurt veel eenvoudiger. Je komt aan, je schiet je doelwit neer en je bent terug weg. Je gaat geen autosleutels vragen. Ze kwamen daar om auto's te stelen en Van Camp deed waarschijnlijk te lastig in hun ogen.

highonprozac wrote:

De 3 raids in 1985 zijn mogelijk een opdracht met als doel afpersing van Delhaize?

Bekijk de reconstructies van de warenhuisovervallen. Ze roepen tijdens een overval steeds "geld, geld, geld". Het doel was het geld uit de kassa's en de brandkast, of het nu 1983 of 1985 was.

1,470

(1 replies, posted in Politiek & Business)

Procureur geeft procedurefouten toe

Voor de 49e Correctionele Kamer te Brussel antwoordde openbare aanklager Philippe Ullman gisteren op de thesis van meester Pascal Vanderveeren, waarin die stelde dat de rechtbank zich in deze affaire van valse cheques onbevoegd moet verklaren, omdat tijdens het vooronderzoek een advocaat het beroepsgeheim had geschonden, en omdat procedurefouten waren gebeurd.

Volgens meester Vanderveeren was Grunberg, vóór hij naar Genève trok om daar de valse cheque van 10 miljoen dollar aan te bieden, naar de Brusselse advocaat F.B. om raad gestapt. Na Grunbergs arrestatie werd ook deze advocaat ondervraagd, en had verklaringen afgelegd, die een schending betekenden van het beroepsgeheim. Op deze verklaringen waren volgens meester Vanderveeren vooral de verdere beschuldigingen gebaseerd aan het adres van Grunberg en Van Vreckom.

Daarenboven waren volgens meester Vanderveeren bij het vooronderzoek procedurefouten gebeurd. De Raadkamer had niet willen ingaan op de door het parket voorgestelde buiten vervolgingstelling - op grond van verzachtende omstandigheden - van de beklaagden Huskens en Ullus. Daarbij had de Raadkamer echter verzuimd voor de nodige argumentatie i.v.m. deze verzachtende omstandigheden te zorgen.

Openbare aanklager Ullmann antwoordde hierop dat de betrokken advocaat buiten de zaak was gesteld, en er bijgevolg geen sprake van kon van zich nu op deze feiten te beroepen. De procureur gaf toe dat tijdens het vooronderzoek i.v.m. Huskens en Ullus procedurefouten waren gemaakt, en dat de rechtbank zich daarom voor dit tweetal onbevoegd verklaarde. Voor dit tweetal, maar niet voor de anderen. Dat ontlokte aan meester Vanderveeren de opmerking, dat de procureur toch zelf van het begin af op een onderlinge band had gewezen tussen de beschuldigden, en zeker tussen Huskens, Van Vreckom en Grunberg. Hoe dan ook, voorzitter Sieglinde Voorpoels besloot met de pleidooien verder te gaan.

Het woord was dan aan meester Jean Goossens, die Claude Grunberg verdedigde. Zijn betoog kwam neer op de stelling, dat het rekwisitoor van procureur Ullmann alleszins zeer geestig, en zelfs sarcastisch kon worden genoemd, maar dat alle aanklachten steunen op heel veel geruchten en vermoedens, en op bitter weinig feiten.

Meester Jean-François Terlinden kwam op voor Huskens en Ullus, en pikte opnieuw in op de incompetentie van de rechtbank. Voorzitter Voorspoels viel hem vlug in de rede: “Deze rechtbank heeft zich met betrekking tot Huskens en Ullus al onbevoegd verklaard. Daarover moet u dus niet meer uitweiden."

Vandaag komt de verdediging van Kniffer en Polley aan de beurt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 April 1989