1,571

(2 replies, posted in 1990-1999)

Enkele jaren na de moord op Guy Mariavelle verdwijnt een kennis van hem, een zekere Claude Deblandre. De man stapte op 10 mei 1995, om 13.40 uur, in een auto die voor zijn huis was gestopt. Sindsdien ontbreekt elk spoor van hem.

De man was op het moment van zijn verdwijning 48 jaar en hij werkte als brandweerman-ambulanceman op de buitenpost van de VUB bij het Atomium. Hij was 1m96 groot en woog 140 kg. Hij had een tatoeage van een adelaar op zijn rug en een andere tatoeage van Harley Davidson motor op zijn arm. Hij was fan van Johnny Hallyday en had vroeger een Harley Davidson.

Hij was in bezit van twee wapens: een 357 magnum en een 9 mm. Hij had deze twee wapens niet meegenomen toen hij in de wagen stapte. Dit doet vermoeden dat hij de persoon in de wagen kende en vertrouwde.

(...) Claude Deblandre behoorde tot motorclubs. Hebben we goed genoeg gezocht? In die tijd wist niemand dat clubs betrokken waren bij criminele activiteiten. Er waren ook geruchten. Over sigarettensmokkel. Over een oude moord in 1971. En een andere moord drie jaar eerder in Brussel, die op Harley Davidson importeur Guy Mariavelle, die Deblandre kende. Bij de zaak was een milieu van informanten van de PJ en de gendarmerie betrokken. De moordenaar van Mariavelle werd nooit geïdentificeerd.

Het dossier naar zijn verdwijning is verdwenen - hoogstwaarschijnlijk al vernietigd - en op de website van de federale politie is er geen opsporingsbericht te vinden van zijn verdwijning.

De informatie komt uit een artikel van La Dernière Heure:

Claude est sorti “juste un instant” il y a 22 ans

Quand la voiture s’est arrêtée devant la maison, Claude Deblandre qui se trouvait près de la fenêtre au salon à l’étage, s’est levé de son fauteuil.

À sa femme qui préparait le dîner, il a lancé: “Il y a un type en bas pour moi, je descends.” De la cuisine, sa femme l’a vu parler au conducteur. Puis Deblandre est remonté pour prendre son portefeuille. Elle lui a dit: “Pas longtemps, hein, c’est quasi prêt.” Claude a acquiescé. Nous étions le 10 mai 1995, 13 h 40. Et vingt-deux ans plus tard, Guy et Danielle s’interrogent toujours: “Qu’est-il advenu de notre ami Claude?”

Claude Deblandre venait d’avoir 48 ans. C’était un jour de repos pour ce pompier-ambulancier au poste avancé de la VUB près de l’Atomium. “Un taiseux”, soupire Guy, son ancien collègue. Au physique, une masse d’1,96 m et 140 kilos. Avec un aigle tatoué dans le dos et sur le bras, un moteur de Harley Davidson. Cet inconditionnel de Joh-nny Hallyday possédait une Harley. “Nous avions le projet de faire la Route 66, jusqu’à Milwaukee.” Et Guy rappelle cet autre souvenir: “Claude s’était mis en congé de maladie quelques jours plus tôt. Pourquoi? C’était inhabituel de sa part.”

À 13 h 30 ce mercredi 10 mai 1995, Claude a dit: “À ce soir” à son fils policier qui partait travailler. Dix minutes plus tard, il s’est levé de son fauteuil – un fauteuil à bascule – quand cette voiture s’est arrêtée devant l’allée de garage. Il serait logique de déduire qu’il connaissait le conducteur, et peut-être l’attendait. L’homme est resté au volant. Depuis la cuisine, l’épouse n’a pas discerné ses traits.

Deblandre possédait un 357 magnum et un 9 mm, il ne les a pas pris. S’il avait senti le danger, il ne serait pas monté dans la voiture. Et Guy rappelle hier qu’il “fallait se lever tôt pour impressionner ce fort gaillard d’1,96 m...”

L’enquête s’acheva en débâcle. Deux ans après la disparition, le frère de Claude menace le procureur de Bruxelles Dejemeppe: “L’affaire n’est toujours pas mise à l’instruction. C’est un scandale. Si vous ne vous bougez pas, j’alerte la presse.” Et le dossier fut confié au juge Van Aelst, maintenant pensionné depuis longtemps.

Claude Deblandre faisait partie de clubs de motards. A-t-on suffisamment cherché? On ignorait en ce temps-là que des clubs avaient des activités criminelles. Il y a eu des rumeurs aussi. Sur des trafics de cigarettes. Sur un vieux meurtre de 1971. Et un autre meurtre trois ans plus tôt à Bruxelles, celui de l’importateur Harley Davidson Guy Mariavelle que Deblandre connaissait. L’affaire trempait dans un milieu d’indics de la PJ et de la gendarmerie. Le tueur de Mariavelle n’a jamais été identifié.

Mme Deblandre ne pouvait pas être plus précise: “Une voiture de couleur sombre”. Noire? Bleue? “Sombre”. Le conducteur a forcément appris la disparition du pompier. S’il n’avait rien à se reprocher, il se serait manifesté. Or il ne l’a jamais fait.

Il y a quelque part quelqu’un – une ou plusieurs personnes – qui a du sang sur les mains et s’en est tiré à bon compte. La justice a complètement échoué à l’identifier. L’affaire mal embouchée fut incroyablement vite classée: “Le 2 septembre 2002”, selon le parquet de Hal-Vilvorde. Et le dossier Deblandre mal archivé a disparu, “helaas waarschijnlijk al vernietigd”: probablement détruit, selon le même parquet!

Et l’avis de recherche n’a pas seulement disparu du site de la police fédérale. Il n’y a jamais figuré.
Parmi les anciens collègues, ils ne sont plus très nombreux à penser à Claude Deblandre. Hier, Danielle et Guy, ce couple d’amis avec lequel Claude allait faire la Route 66, ont retrouvé deux photos en noir et blanc. Les dernières traces.

Bron: La Dernière Heure | Gilbert Dupont | 7 April 2017

1,572

(7 replies, posted in Westland New Post)

In 1994 gebeurde er iets uitzonderlijks in de Belgische geschiedenis: een persmisdrijf werd behandeld door een hof van Assisen. De twee personen die zich moesten verantwoorden waren Xavier Sandron en Didier De Becker. Ze werden vrijgesproken voor het maken van racistische pamfletten maar werden wel veroordeeld omdat ze lid waren van een racistische groepering.

De artikels over het proces kan je hier lezen:

  • Primeur sinds 1941: persmisdrijf voor assisen » Nieuws

  • Twee extremisten tegen 87 Tubekenaars » Nieuws

  • Verdedigers snoeren RTBF-journalist de mond » Nieuws

  • Parket-generaal kookt innerlijk over » Nieuws

  • Maximumstraf voor leden racistische club » Nieuws

  • Naar Straatsburg tegen racismewet » Nieuws

Xavier Sandron en Didier De Becker tijdens het proces:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/xavier12.jpg

1,573

(323 replies, posted in Algemeen)

Gezien de locatie leek me dit wel interessant om te delen:

Skelet gevonden tijdens renovatiewerkzaamheden in Vorst

In Vorst is bij de uitvoering van renovatiewerkzaamheden in een woning een skelet aangetroffen. Parket en politie onderzoeken de zaak.

“Op woensdag 16 juli werd een skelet gevonden in de kelder van een woning in de Korporaal Trésigniestraat in Vorst”, (*) zegt Laura Demullier van het Brusselse parket. “Het waren arbeiders die bezig waren met renovatiewerken die het skelet aantroffen.”

“Het parket heeft een onderzoek geopend en stelde een wetsdokter, het labo van de federale gerechtelijke politie en het DVI (Disaster Victim Identification, nvdr.)  aan voor verder onderzoek, zoals onder meer voor de identificatie. Ook een antropoloog wordt betrokken bij het onderzoek.”

Meer commentaar kan het parket voorlopig niet geven.

Bron: VRT Nieuws | 17 Juli 2025

(*) Locatie » Google Maps

1,574

(2 replies, posted in 1990-1999)

(*) Over de overval bij juwelier Axel Mees:

De grote juwelenroof is grotendeels opgelost

In het onderzoek naar verval op de juwelierszaak Axel Mees in de Louizawijk in Brussel is grote vooruitgang geboekt. Op 17 apri 1992 werd de zaak door twee mannen overvallen. De verkoopster werd gekneveld en de daders verdwenen met juwelen ter waarde van miljoenen.

Ruim een maand later werd de 27-jarige Axel Mees zelf opgepakt en enige tijd opgesloten omdat hij getracht had de verzekeringsmaatschappij op te lichten. Hij had beweerde dat de buit 4 miljoen waard was. De verzekering betaalde 12 miljoen uit, maar er werden bij Mees twee sieraden ter waarde van 5 miljoen teruggevonden die hij op de lijst had gezet. Na verloop van tijd werd de juwelier weer vrijgelaten.

In juli van dit jaar nam het onderzoek en vrij bruuske wending ingevolge de aanhouding van de twee overvallers. Jean-Pierre Slootmaekers (26) bekende de juwelier te hebben overvallen. Zijn medeplichtige, de bestuurder van de vluchtwagen, werd eveneens aangehouden. Constantino Ordonez y Amigo (35), gaf toe voorafgaandelijk de winkel te hebben verkend en aanwijzingen te hebben gegeven. Ook een zekere Véronique (31), die klant was bij Mees in de periode dat de overval plaatshad, werd aangehouden. Zij bekende voor rekening van de dieven te hebben gewerkt.

Toen de gerechtelijke politie bezig was met het uitspitten van de zaak stootte zij op twee personen die tot de vriendenkring van Axel Mees behoren en die in feite de opdrachtgevers van de overval zouden zijn. Het betreft Patrick Ngelessy, die momenteel wordt vastgehouden, en Abdel Hakim die in voorlopige vrijheid is gesteld.

Heler

De twee worden er bovendien van verdacht getracht te hebben de gestolen juwelen naar Montpellier te brengen. Die overbrenging ging nochtans niet door, want intussen was zekere André D. (46) (*) opgedoken die voor een bedrag an 25 miljoen fr. als heler van de juwelen optrad.

Tot nog toe konden de juwelen niet worden teruggevonden. Het onderzoek naar de overval op de zaak van Axel Mees leidde eveneens naar opheldering van twee gelijksoortige overvallen in Zwitserland, in 1986 in Zürich en in juni 1992 in Lausanne.

In Lausanne werd juwelierszaak Grosjean van 14 miljoen fr. beroofd door Constantinos Ordonez y Amigo, Aissa Cheik (38) en de 32-jarige Eric Cornelis. Op 15 oktober van dit jaar werd Cheikh in ons land aangehouden. Eric Cornelis onderging tien dagen later hetzelfde lot op Ibiza.

De overval van 24 april 1986 in Zürich betreft, leverde de daders 11 miljoen fr. op. Ter plaatse werden toen vingerafdrukken aangetroffen van Aissa Cheikh.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 November 1993

(*) André D. is André De Bever.

1,575

(1 replies, posted in Andere Personen)

Eric Cornelis is een gewezen gangster. Begin 1980 pleegde hij met twee andere gangsters een overval op een benzinestation in Etterbeek. Hij was ook betrokken bij overvallen in Zwitserland en Spanje.

Hij heeft gewerkt als barman in Club Jonathan. Daarnaast stond hij in contact met Kapllan Murat en Jean-Luc Baugniet.

Na de moord op Guy Mariavelle verklaarde Eric Cornelis dat er een contract stond op het hoofd van Mariavelle.

Over de overval in Etterbeek:

Overval op benzine-pompstation te Etterbeek opgehelderd

De overval, die een paar weken geleden door drie mannen werd gepleegd, op een benzinestation aan de Generaal Jacqueslaan te Etterbeek, en waarbij enkele duizenden fr. werden buitgemaakt, is volledig opgehelderd.

De drie daders werden aangehouden. Het gaat om de 19-jarige Eric Cornelis, Waterloosesteenweg te Sint-Gillis, de 24-jarige Tunesiër Jeilm Oergli, Bordeauxstraat, eveneens te Sint-Gillis, en een minderjarige Fransman.

De drie daders legden volledige bekentenissen af en werden ter beschikking gesteld van het gerecht.

De politie wist het spoor van het drietal te vinden dankzij de vingerafdrukken van Cornelis in een gestolen wagen. De drie daders verschenen inderdaad op de plaats van de overval met een voertuig dat ze hadden ontvreemd en dat achteraf door de politie werd teruggevonden en een aan grondig onderzoek werd onderworpen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Mei 1980

1,576

(2 replies, posted in 1990-1999)

Samenvatting

  • Wat? Moord op Guy Mariavelle

  • Wanneer? 12 Augustus 1992

  • Waar? Kasteellaan 8-12 in Koekelberg » Google Maps

  • Wie? André De Bever

  • Status: Opgelost

Guy Mariavelle was een tipgever van de politie. Hij was gekend als heler en stond in contact met Kapllan Murat. Mariavelle was de 23ste betichte in het proces-Godfroid. Het zou door de verklaringen van Mariavelle zijn geweest dat de politie zo veel te weten kwam over de misdrijven van de zogenaamde "Bende Godfroid", vernoemd naar Freddo Godfroid.

Mariavelle had een motozaak en was invoerder van Harley Davidson en van politiemotoren.

De verdachten van deze moord stonden in 2000 terecht voor de moord. Enkel André De Bever werd veroordeeld voor de moord. De andere gingen vrijuit wegens een gebrek aan bewijzen.

Moord in Koekelberg wellicht afrekening

De gerechtelijke politie van Brussel vermoedt dat de moord die in de nacht van dinsdag op woensdag in Koekelberg werd gepleegd, te maken heeft met een afrekening in het milieu. Het slachtoffer. de 42-jarige Guy Mariavelle, stond onder meer bekend wegens heling en diefstal. Guy Mariavelle kwam die nacht in het gezelschap van zijn vriendin Josiane even voor middernacht thuis aan de Kasteelstraat 8-12 in Koekelberg. Zoals gewoonlijk opende hij de garagedeur vanop afstand. In die garage stond een man gewapend met een pistool die zonder aarzelen Guy Mariavelle van op korte afstand een kogel door het hoofd joeg.

Daar het slachtoffer bekend staat voor feiten als heling en diefstal en door de stijl van de moord, houden de onderzoekers sterk rekening met de veronderstelling dat het om een afrekening gaat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Augustus 1992

Vermoorde man bleek tipgever van politie te zijn

De 43-jarige man die dinsdagavond even voor middernacht voor de garage van zijn woning in Koekelberg met één kogel werd afgemaakt, was na eerst zelf het slechte pad te hebben bewandeld, een tipgever van de politie.

Guy MariaveIle gaf de politie heel wat nuttige informatie over de bende van de gewezen commissaris van de Brusselse gerechtelijke politie Fréderic Godfroid, die in het voorjaar werd veroordeeld. Mariavelle was de 23ste betichte in dat proces. Het zou door de verklaringen van Mariavelle zijn geweest dat de opsporingsdiensten zo veel te weten kwamen over de misdrijven van de zogenaamde "Bende Godfroid". Hijzelf werd tot één maand voorwaardelijk veroordeeld wegens heling.

Voor de rechtbank kwam duidelijk aan het licht dat de meeste betichtingen van de bendeleden leunden op verklaringen van Guy Mariavelle. Ofschoon Mariavelle een anonieme getuige werd genoemd, identificeerde de bendeleden tamelijk gemakkelijk de klikspaan. Te meer dat in een proces-verbaal de BOB had geschreven dat de anonieme getuige Guy Mariavelle was. Dit PV zit immers in het dossier omtrent de "Bende Godfroid" en dus toegankelijk voor alle verdachten. Vandaar dat de meeste verdachten ervan op de hoogte waren wie hen aan de galg had gepraat.

Guy Mariavelle was allang geen onbekende meer voor het gerecht. Tegen hem werd in de jaren tachtig een dossier opgesteld omdat hij als een pooier leefde. Voort raakte hij bekend als een heler van gestolen juwelen en invoerder van politiemotoren. Hij werd zelfs in gezelschap gezien van Kapllan Murat maar de Anderlecht Albanees verdacht Mariavelle ervan tipgever te zijn van de politie.

Het gerecht gaf reeds te verstaan dat Mariavelle het slachtoffer werd van een afrekening maar andere bronnen wijzen er op dat Guy Mariavelle van kant werd gemaakt omdat hij de politie tipte over het reilen en zeilen van de "Bende Godfroid". Van de man die Mariavelle dinsdagavond voor eeuwig het zwijgen oplegde, was er gisteren nog geen spoor.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Augustus 1992

Minnaar huurde moordenaar

Een bijna vier jaar oude moord is uiteindelijk toch opgelost. De opdrachtgever en een medeplichtige werden aangehouden, maar de moordenaar zelf is nog voortvluchtig. Hij verblijft voor het ogenblik in Spanje.

Het heeft echter vier jaar geduurd voor de speurders konden besluiten dat Guy Mariavelle door een huurmoordenaar om het leven kwam. De toen 43-jarige man werd op 12 augustus 1992 met één kogel fataal door het hoofd geschoten toen hij de garagepoort van zijn woning langs de Kasteelstraat wilde openmaken. Zijn vriendin, Josiane Delongueville, bleef ongedeerd.

Pas nu is duidelijk dat Mariavelle werd omgebracht in opdracht van de jaloerse minnaar van Josianne Delongueville. De Schaarbekenaar André De Bever dacht dat hij met de moord op Mariavelle twee vliegen in een klap zou vangen, want hij had niet alleen Josianne op het oog maar ook het fortuin van Mariavelle. De huurmoordenaar werd door een dienster uit een bar van verdacht allooi naar de plaats van de feiten gevoerd.

De Bever en Delongueville werden beiden aangehouden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 April 1996

Gangsters, geld en vrouwen

Bijna acht jaar na de moord op Guy Mariavelle, de uitbater van een Harley Davidson-garage, start vandaag voor het assisenhof van Brussel het proces tegen de vermeende opdrachtgevers en de uitvoerders van de aanslag. Het belooft een ongewikkelde rechtszaak te worden met gangsters, geld, vrouwen en blinkende motoren als hoofdingrediënten.

Levensgezellin, Josiane Delongueville, en haar minnaar, André De Bever, zouden de moord “besteld” hebben, in de hoop zo Mariavelles fortuin te bemachtigen. Constantino Ordonez wordt ervan beschuldigd de dodelijke schoten te hebben afgevuurd. Zijn minnares, Yasmina Charbonnel, zal moeten uitleggen waarom ze chauffeur speelde...

Guy Mariavelle werd op 11 augustus 1992 met een welgemikt schot afgemaakt, toen hij in Koekelberg zijn auto in zijn garage reed. Hij was die avond op restaurantbezoek geweest met zijn vriendin Josiane Delongueville, André De Bever - haar geheime minnaar, zo bleek - en Bruno di Paola, één van zijn werknemers. Na het etentje was Mariavelle naar huis gereden met Delongueville. Ze was de enige getuige van de aanslag, maar houdt nog altijd vol dat ze de schutter “niet gezien heeft omdat het donker was en alles zo vlug ging…”

Loslippig

Het onderzoek spitste zich toe op de entourage van Mariavelle en zo kwam men terecht bij de loslippige Eric Cornelis. Deze gangster, die betrokken was bij overvallen in Zwitserland en Spanje, vertelde het gerecht dat er een contract stond op het hoofd van Mariavelle. Volgens informatie uit de onderwereld zou het moordplan in elkaar geknutseld zijn door Josiane Delongueville en haar minnaar, André De Bever. De twee zouden zouden koste wat het kost de bloeiende motorenzaak en het fortuin van Mariavelle hebben willen bemachtigen. Bovendien zou niemand uit de onderwereld hebben getreurd om Mariavelles dood, want de man zou ooit een paar gangsters aan het gerecht hebben verklikt...

“Ik werd gecontacteerd door Ordonez, die mij een half miljoen frank beloofde als ik Mariavelle zou doodschieten”, beweerde Cornelis, die het aanbod, naar eigen zeggen, weigerde. “Ik heb vernomen dat Ordonez het moordplan dan maar zelf heeft uitgevoerd”, aldus nog Cornelis. De vier beschuldigden blijven ontkennen. Volgens André De Bever zit het Brusselse misdaadmilieu achter de moord. Josiane Delongueville beweert nu dat ze zelf het slachtoffer was van De Bever en dat hij, en niemand anders, de moord beraamde.

Bron: Het Laatste Nieuws | 24 Januari 2000

Koelbloedig doodgeschoten voor fortuin

Vandaag start voor het assisenhof van Brussel het proces van de verdachten in de moord op Guy Mariavelle. De man, voormalig Harley Davidson-verdeler, werd op 11 augustus '92 koudweg met een kogel in het hoofd doodgeschoten aan zijn woning in Koekelberg. Mariavelles vriendin Josiane Delongueville en haar minnaar André De Bever worden ervan verdacht de opdrachtgevers te zijn. Constantino Ordonez wordt ervan verdacht de moordenaar van dienst te zijn geweest terwijl diens vriendin Yasmina Charbonnel Ordonez zou gevoerd hebben.

Het was hem allemaal om Guy Mariavelles geld en bloeiende motorzaak te doen. Na een etentje met zijn toenmalige levensgezellin Josiane, haar minnaar De Bever en een vriend werd Guy koudweg doodgeschoten terwijl hij zijn wagen in de garage van zijn woning parkeerde. Josiane beweerde dat ze de dader niet had gezien. Het ging allemaal zo snel en het was donker. Het onderzoek zat eerst muurvast. Tot ene Cornelis, een zware jongen die overvallen in Spanje en Zwitserland op zijn actief had, loslippig werd. Hij vertelde dat hij gecontacteerd was door Ordonez om Mariavelle koud te maken voor anderhalf miljoen frank. Cornelis weigerde en vernam later dat Ordonez de klus zelf klaarde. De vier ontkennen alles. Volgens hen zit 'het milieu' achter de moord.

Bron: Het Laatste Nieuws | 13 Maart 2000

Beschuldigde vriendin van Mariavelle op rooster gelegd

Gisteren ging het assisenproces van start tegen de beschuldigden van de moord op voormalig Harley Davidson-verdeler Guy Mariavelle. Zijn toenmalige vriendin Josiane Delongueville, die ervan verdacht wordt de opdracht te hebben gegeven voor de moord, werd door de voorzitter op de rooster gelegd. “Denken jullie nu echt dat, als ik de opdracht zou gegeven hebben om mijn vriend neer te schieten, ik er zou staan op kijken?”, barstte de vrouw in tranen uit.

Het proces had eigenlijk op 24 januari moeten starten, maar door een ongelooflijke blunder die enkele miljoenen frank kostte, moest het proces worden uitgesteld en een nieuwe jury samengesteld. Verdachte André De Bever had nooit zijn oproeppapieren gekregen. Ze waren naar zijn oud adres gestuurd.

Eén kogel

Gisteren probeerde de voorzitter aan de hand van de getuigenis van Josiane Delongueville te reconstrueren wat er zich de avond van 11 augustus 1992 had voorgedaan. Guy, zijn vriendin Josiane, haar geheime minnaar André De Bever en Bruno Di Paolo, een werknemer van Guy die na de dood van Mariavelle zelfmoord pleegde, hadden gezellig getafeld.

Op het moment dat Guy zijn Chevrolet in de garagebox 64 aan zijn woning in de Kasteellaan in Koekelberg wilde binnenrijden, werd hij met 1 kogel in het hoofd koelbloedig afgemaakt. “Ik heb de garagepoort opengedaan en ben dan naar de woning gewandeld. Guy zou wel achter komen. Plots zie ik iemand opduiken. De kerel was in het het zwart gekleed. Ik hoor een schot”, verklaarde Josiane tijdens haar eerste verhoor.

Gisterenmiddag wist ze het allemaal zo goed niet meer. De voorzitter legde haar op de rooster. Vraag na vraag moest Josiane beantwoorden. Brandde het licht boven de garagebox? Heb je eerst niet gezegd dat je de schutter zou kunnen beschrijven? Josiane kon enkel maar zeggen dat het allemaal zo snel ging, dat het donker was, ... dat ze het niet meer wist. Net als de andere betichten - haar minnaar André De Bever, de vermeende schutter Constantino Ordonez en diens vriendin Yasmina Charbonnel - ontkent Josiane elke betrokkenheid.

“Het milieu zit achter de dood van Guy.” Mariavelles naam duikt weliswaar in enkele dossiers van zwendel op. De woorden afrekening, maffia, huurmoordenaars hangen als een nevel rond deze moordzaak.

Bron: Het Laatste Nieuws | 14 Maart 2000

Vermeende moordenaars Harley Davidson-verdeler blijven ontkennen

Op de tweede dag van het assisenproces waarin de vermeende moordenaars van ex-Harley Davidson-verdeler Guy Mariavelle terechtstaan, bleven Mariavelles vriendin Josiane Delongueville, haar minnaar André De Bever, de vermeende schutter Constantino Ordonez en diens vriendin Yasmina Charbonnel staalhard ontkennen. Ook gisteren hielden de beklaagden vol dat de moordenaars die Mariavelle op 11 augustus 1992 neerschoten, in 'het milieu' moeten gezocht worden.

Advocaat-generaal Rans heeft zo zijn bedenkingen bij al die 'spelletjes van het milieu' waarover beklaagde André De Bever het gisteren voortdurend had. Vooreerst herinnert die zich van heel de zaak niet veel meer. “Het is allemaal zo lang geleden.” Dat op de plaats van de moord een naamkaartje van De Bever gevonden werd met op de rugzijde de semafoonnummers van Charbonnel en De Bever, deed de vermeende opdrachtgever De Bever af als een spel van het milieu. “Ik ben slachtoffer van een complot. Ik wist van niets en ben niét de opdrachtgever. Men beschuldigt mij van verraad in bepaalde zaken en men wil mij er op die manier inluizen.” Op de vraag wie die 'men' dan zijn, kon De Bever enkel vaag 'het milieu' aanduiden. Met 'bepaalde zaken' doelt De Bever op een inbraak bij een juwelier waarover hij te loslippig geweest is.

Huurmoordenaar

De vermeende schutter Constantino Ordonez, alias Tino, zei een voorstel te hebben gekregen om Mariavelle te vermoorden. “Ik heb hiervoor bedankt.” Voor de telefoongesprekken tussen De Bever en Ordonez had Tino ook een uitleg. “Ik belde met De Bever over een gestolen diamant die Mariavelle aan de man moest brengen. Moord kwam niet ter sprake.”

Fortuin

Yasmina Charbonnel, het toenmalige vriendinnetje van Ordonez dat ervan beschuldigd wordt Tino naar de plaats van de moord te hebben gevoerd, verklaarde enkel Tino te kennen en geen van de andere verdachten ooit te hebben ontmoet.

Voor de openbare aanklager is het allemaal klaar en duidelijk: Josiane Delongueville en minnaar André De Bever wilden zich meester maken van het fortuin van Mariavelle. Delongueville had al enkele miljoenen van Mariavelles rekening gehaald. Ze opende er een zaak mee met De Bever, die tegelijkertijd met het geld een boot, een auto en een deel van zijn schulden betaalde.

Bron: Het Laatste Nieuws | 15 Maart 2000

Politieoorlog doorkruist assisenproces

In het assisenproces van Guy Mariavelle, de Harley Davidson-verdeler die op 11 augustus met één schot door het hoofd koelbloedig werd afgemaakt, speelden de speurders van de politie en de rijkswacht de hoofdrol. Duidelijk werd dat achter het onderzoek in deze moordzaak een politieoorlog schuilt tussen de BOB en de Gerechtelijke Polite (GP).

André De Bever, de vermeende opdrachtgever voor de moord en de minnaar van Mariavelles levensgezellin Josiane Delongueville, bleek goede relaties te hebben met de mensen van de BOB. De Bever wilde bij het ontdekken van het lijk niet door de gemeentepolitie van Koekelberg ondervraagd worden. Hij wilde eerst met de BOB praten. De GP zei gisteren voor de rechter dat de BOB geen informatie over haar onderzoek wilde doorspelen. “Wij hebben maanden verloren in dit dossier. De BOB wist wie Mariavelle bedreigde, waarom en hoe”, stelde de GP.

Diamant

Gisteren kwam ook weer het verhaal van dé diamant ter sprake. De bewuste diamant werd voor de moord bij juwelier Axel Maes gestolen. (*) Mariavelle zou die volgens De Bever aan de man brengen. “Waarom zou ik mijn 'vriend' Mariavelle laten vermoorden als we samen nog een zaak af te werken hadden.”

De agenten geloven niet veel van De Bevers argument. Voor de moord plaatsvond werd er tijdens een 'gezellig' etentje fiks ruzie gemaakt door beide heren. De ruzie had niets te maken met de diamantzaak.

Bron: Het Laatste Nieuws | 16 Maart 2000

Vermeende moordopdrachtgever was goede maatjes met politie en rijkswacht

In het assisenproces van Guy Mariavelle, de gewezen Harley Davidson-verdeler die op 11 augustus 1992 met één schot koelbloedig werd afgemaakt, stapelen de mogelijke moordscenario's zich op. Gisteren werd duidelijk dat slachtoffer Mariavelle en de vermeende opdrachtgever voor de moord André de Bever informanten waren van respectievelijk de GP en de BOB.

De jury kreeg een kluwen te verwerken tussen de hoofdverdachten, de Bijzondere Opsporingsbrigade van de rijkswacht (BOB), de Gerechtelijke Politie (GP) en de maffia. Duidelijk werd dat Mariavelle en De Bever informanten waren voor respectievelijk de BOB en de GP.

Advocatenkosten

“Mariavelle wilde zich graag uit al die duistere zaakjes terugtrekken en verklikte ons zijn kompanen”, legde GP-commissaris Ceuppens uit. De BOB wist dan weer te vertellen dat Mariavelle zich de avond van de moord bedreigd voelde. “Niet door 'het milieu' want Mariavelle had geboet voor zijn verraad door de advocatenkosten van één van zijn verdachte 'vrienden' uit de affaire van de juwelendiefstal te betalen”, lichtte de BOB toe. De zaak wordt steeds ingewikkelder.

Ontkennen

Aan mogelijke motieven ontbreekt het De Bever echter wel niet: 'vriend', liefdesrivaal, concurrent en kompaan in de misdaad. De beklaagden blijven met klem ontkennen ook maar iets met de moord te maken te hebben.

Bron: Het Laatste Nieuws | 17 Maart 2000

15 jaar cel voor opdrachtgever moord Mariavelle

Het hof van assisen heeft vrijdag André De Bever veroordeeld tot vijftien jaar cel voor de moordopdracht op motorhandelaar Guy Mariavelle.

Donderdagavond laat besliste de jury na 7 uur beraadslagen de drie overige beschuldigden bij gebrek aan bewijzen niet te vervolgen. Guy Mariavelle kreeg voor zijn woning in Koekelberg in 1992 een dodelijke kogel in het hoofd. De jury achtte bewezen dat De Bever de opdracht heeft gegeven om de Harley Davidson-verkoper te vermoorden. Na het verdict werd André de Bever onmiddellijk naar zijn cel geleid. De openbare aanklager vroeg 20 jaar. De jury vond de bewijslast tegen de overige drie beschuldigden te licht wegen.

Josianne Delongueville, Mariavelles vrouw en minnares van De Bever, heeft altijd ontkend dat zij de opdrachtgeefster was. Constantino Ordonez was volgens zijn advocaten “enkel en alleen beschuldigd als de schutter omdat hij van wapens houdt en een gerechtelijk verleden heeft”. Ook zijn vriendin gaat vrijuit.

Bron: Het Laatste Nieuws | 25 Maart 2000

Verdict Brussels assisenhof neemt vraagtekens niet weg

Het hof van assisen van Brussel heeft vrijdagmorgen, na een twee uur durende beraadslaging, André De Bever veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. Donderdagavond had de jury beslist de overige verdachten, Josianne Delongueville en Constantino Ordonez y Amigo, niet meer te vervolgen voor de moord op Guy Mariavelle, de Brusselse Harley Davidson-concessiehouder. Die werd op 11 augustus 1992 afgemaakt met een schot tussen de ogen.

Wie dat schot heeft gelost, blijft tot vandaag onduidelijk. De als uitvoerder aangewezen Constantino 'Mitraillette' Ordonez pleitte onschuldig. Ook al had hij kort na de moord tegen getuigen opgeschept dat hij een 'contract' van drie miljoen had uitgevoerd. Zijn advocate, Françoise Moreau, heeft zich dagen naeen uitgesloofd om aan te tonen dat 'Tino' alleen maar een opschepper is, die altijd zijn ijdelheid op de verkeerde manier zoekt te laten strelen. De jury heeft die thesis gevolgd en sprak de man vrij.

Ook Mariavelles echtgenote, Josiane Delongueville gaat vrijuit, al werd vrij snel duidelijk dat zij samen met haar vriend 'Dédé' De Bever kort na de dood grote sier maakte met de zes miljoen die zij en haar echtgenoot op een Luxemburgse rekening hadden staan. Het openbaar ministerie kon de jury evenwel niet overtuigen van haar motief voor de moord. Haar relatie met De Bever was geen geheim voor Mariavelle en door diens dood zette zij alleen haar eigen materiële en affectieve toekomst op het spel, had de verdediging aangevoerd.

Bleef dus alleen De Bever, van wie de jury aannam dat hij de zoniet de dader van, dan toch de opdrachtgever voor de moord was. De Bever had zich tijdens het hele onderzoek zwaar verdacht gemaakt door de speurders telkens opnieuw - maar tevergeefs - op andere, verse sporen en motieven te wijzen.

Bron: De Morgen | 25 Maart 2000

1,577

(249 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Een artikel uit 1997 over de samenwerking tussen Noord-Franse en Belgische bendes:

Speurders doorzoeken huizen van Frans-Belgische bendes

De Noord-Franse gangsters hebben zich verbroederd met hun Belgische collega’s. Alleen een internationale actie kan effectief zijn. Vanuit die denkpiste hebben Franse en Belgische onderzoekers, op vraag van een Nijvelse onderzoeksrechter de voorbije dagen meer dan 20 huiszoekingen uitgevoerd op Belgisch grondgebied. De speurders drongen binnen in huizen en panden en deden zelfs vorige nacht nog een huiszoeking in een Waalse gevangenis. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

1,578

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Dubbele roofmoord op twee bejaarde broers

  • Wanneer? In de nacht van 23 op 24 juni 1983

  • Waar? Brusselsesteenweg 408 in Brussegem » Google Maps

  • Wie? Paul Barrez en Moussa Benchaqroudi

  • Wapen? Een mes

  • Status: Opgelost

De twee broers werden vermoord met verschillende messteken nadat ze een inbreker hadden betrapt. De twee daders waren Paul Barrez, broer van Albert Barrez, en Moussa Benchaqroudi. Ze werden in juni 1986 allebei veroordeeld tot de doodstraf.

Ze stonden eveneens terecht voor een diefstal met geweld in de nacht van 9 op 10 juni 1983 gepleegd in Dendermonde, een inbraak bij een slager in Schellebelle en vier andere diefstallen.

De twee daders tijdens het assisenproces in 1986:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/moussa10.jpg

Twee bejaarde vrijgezellen doodgestoken te Opwijk

In Brussegem, een deelgemeente van Opwijk, heerste vrijdag grote opschudding toen bekend geraakte dat Petrus (81) en Frans (74) Schampaert in hun woning aan de Brusselsesteenweg werden neergestoken, waarschijnlijk in de nacht van donderdag op vrijdag.

Zo goed als zeker gaat het om een roofmoord, want het was geweten dat de twee vrijgezellen er warmpjes in zaten, hoewel bij een eerste onderzoek zou blijken dat zij wellicht niet zoveel in huis hadden als hun moordenaars vermoedde. Onderzoeksrechter Guy Bellemans kwam ter plaatse, samen met de gerechtelijke politie van Brussel, de rijkswacht van Opwijk en Asse en deze laatste gemeente ook de BOB.

Aan de hand van achtergelaten sporen kon al duidelijk vastgesteld worden dat de inbreker langs achter in de woning van de broers geraakte. De woonkamer lag overhoop, wat doet veronderstellen dat er een vechtpartij moet geweest zijn. Werd de inbreker door de broers verrast en heeft hij, zich niet aan een taaie weerstand verwachtend, toegestoken?

De twee bejaarden, gepensioneerde handelaars, waren nog flink te been. Zij kweekten groenten, waarvoor zij hun vaste klanten hadden.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 25 Juni 1983

Marktkramer verdacht van moord op bejaarde broer

De moord, gepleegd op 23 juni 1983 te Brussegem op de bejaarde broers Petrus (81) en Frans (74) Schampaert, is bijna opgelost. Door de BOB van Asse werd een 33-jarige marktkramer uit Willebroek aangehouden.

Marktkramer Paul B. blijft hardnekkig loochenen iets met de dubbele moord te maken te hebben, maar de rijkswacht van Asse is optimist. Paul B. zal naar alle waarschijnlijkheid voor nog andere onopgehelderde diefstallen met geweld op de rooster worden gelegd. Er zijn redenen om aan te nemen dat hij een beroepsdief is. Bij de broers Schampaert werd voor honderdduizenden gestolen.

Vechtpartij

Petrus en Frans Schampaert, die vrijgezellen waren, zaten er warmpjes in. Ondanks hun leeftijd waren ze nog flink te been en kweekten ze groenten waarvoor ze vaste klanten hadden. Aan de hand van achtergelaten sporen kon worden vastgesteld dat de inbrekers langs achter in de woning van de broers waren binnen geraakt. De woonkamer lag overhoop zodat men veronderstelde dat de dieven door de broers werden verrast en dat er een vechtpartij ontstond. Beide broers moesten echter het onderspit delven en werden door een van de boeven met ene mes neergestoken. Naar verluidt waren de bejaarde slachtoffers erg toegetakeld.

Vrij vlug kon de gerechtelijke politie van Brussel in een café van de Brusselse Marollen, een 20-jarige Marokkaan uit Buggenhout arresteren. Op de plaats van de moord waren vingerafdrukken gevonden die op de zijne geleken. Maanden aan een stuk ontkende de Marokkaan bij de moord te zijn betrokken. Wellicht viel hij thans door de man en heeft hij aan zijn ondervragers een en ander opgebiecht.

Wat dan weer tot de arrestatie van Paul B. heeft geleid. Het onderzoek is nog niet afgerond want er zijn redenen om aan te nemen dat, behalve de twee thans aangehoudenen, er nog andere medeplichtigen kunnen zijn. Enkele dagen na de moord werd ook een 15-jarige ondervraagd, doch hij werd toen niet ter beschikking van het gerecht gesteld.

Omdat er in de streek van Asse, Dendermonde, en zelfs Mechelen een aantal diefstallen met geweld nog steeds geen ontknoping kregen, acht men het niet uitgesloten dat Paul B. daar eventueel meer kan over weten. Het onderzoek is sinds de moord, nu zeven maanden geleden, toevertrouwd aan de Brusselse onderzoeksrechter Guy Bellemans.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 27 Januari 1984

Dubbele moord te Brussegem volledig opgelost

Op 23 juni van vorig jaar werden de bejaarde gebroeders Frans en Jozef Schampaert, 81 en 86 jaar, in hun woning te Brussegem op brutale manier om het leven gebracht. Drie dagen na de feiten werd een 20-jarige Marokkaan uit Buggenhout aangehouden, doch hij legde slechts gedeeltelijke bekentenissen af. Andermaal de BOB van Asse verhoord viel de jonge Marokkaan thans volledig door de mand. Het is hij die alleen bij de gebroeders Schampaert, die er warmpjes inzaten, is binnengedrongen en ze beide heeft vermoord.

Een vriend van de Marokkaan, de Vlaming P.D., een kermisreiziger van amper 20 uit Blaasveld, hield buiten de wacht en dacht dat de Marokkaan aan het inbreken was. Die P.B. werd op 22 januari van dit jaar gearresteerd.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 18 Mei 1984

Jonge Marokkaan neemt schuld op zich

Op 23 juni 1983 werden te Brussegem twee bejaarde broers op brutale manier om het leven gebracht. Twee kerels, een jeugdige Marokkaan en een dertigjarige Belg werden nadien aangehouden en ze legden bekentenissen af. Voor onderzoeksrechter Bellemans, aan wie het onderzoek werd toevertrouwd, was de zaak rond nadat ook tijdens een wedersamenstelling, de feiten schenen te kloppen.

Maar nu zou Ben M., de jonge Marokkaan uit Buggenhout, hebben verklaard dat hij op zijn eentje Petrus (81) en Frans Schampert (74) heeft doodgestoken. Wat dan de schuld die op Paul B. werd gelegd, zou verlichten. Hoe dan ook, zal de Brusselse onderzoeksrechter verplicht zijn tot een nieuwe wedersamenstelling over te gaan. Die zal eerstdaags plaatsvinden.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 5 Juni 1984

Dubbele roofmoord in Brussegem voor assisen Brabant

Het hof van assisen van Brabant behandelt vanaf vandaag het proces tegen de 35-jarige foorreiziger Paul Barrez, uit Willebroek, en de 22-jarige Marokkaan Moussa Benchaqroudi, ingeschreven te Buggenhout. Zij worden beschuldigd van dubbele roofmoord, gepleegd tijdens de nacht van 23 op 24 juni 1983, op de 74-jarige Frans Schampaert en zijn 80-jarige broer Petrus in de woning van het bejaarde broederpaar, aan de Brusselsesteenweg 408, te Brussegem.

Barrez blijkt opgetreden te zijn als tipgever en uitkijkpost. Benchaqroudi trok met een pistool en een slagersmes bij het broederpaar binnen. De Schampaerts stonden bekend om hun geld dat ze thuis bewaarden. Beide bejaarden werden met messteken toegetakeld en overleden later. Benchaqroudi legde beslag op een brieventas met 400.000 fr. inhoud. Barrez kreeg daarvan 20.000 fr.

Het duo was ook berucht voor tal van inbraken met geweld in de streek van Dendermonde. Bijzonder brutaal was de overval in de nacht van 9 op 10 juni 1983 op de 81-jarige alleenwonende Alfonius Willocx te Dendermonde. Benchaqroudi diende de man verscheidene kolfslagen op het hoofd toe.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 9 Juni 1986

Barrez en Benchagroudi beschuldigen elkaar

Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Jos Durant, begon maandag het proces tegen de 35-jarige Paul Barrez, een kermisreiziger uit Willebroek, en de 22-jarige Marokkaan Moussa Benchaqroudi uit Buggenhout. Het tweetal wordt beschuldigd van diefstallen met geweld, waarbij in juni 1983 de bejaarde broers Frans en Petrus Schampaert te Brussegem om hun geld werden vermoord.

Barrez wordt verdedigd door Mrs. August Gooris en Luc Deleu. Benchaqroudi door Mrs. Jan Scheers en Charles Van Olmen. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Moens.

Barrez ging slechts tot zijn veertiende jaar naar school en ging dan zijn vader helpen, die ook kermisreiziger was. Nadien ging hij bij andere familieleden werken die ook de kermissen afreisden. Tijdens zijn dienstplicht trad Barrez in het huwelijk met Micheline. Met deze vrouw bezocht hij later de kermissen, elk afzonderlijk met een molen. Doordat Barrez en zijn vrouw telkens naar verschillende kermissen gingen, kwam het tot een feitelijke scheiding.

Barrez maakte in 1983 kennis met Benchaqroudi die hem op de kermissen kwam helpen. Benchaqroudi stelde hem voor om een handel te beginnen naar Marokko toe vor het importeren van hasj. Voor een investering van 500.000 fr. kon men volgens Benchaqroudi gemakkelijk 2 miljoen fr. verdienen.

Uit de ondervraging van Benchaqroudi blijkt dal hij in het Rif-gebergte in Marokko werd geboren in een Berbergezin met tien kinderen. Op 14-jarige leeftijd komt hij zich met zijn vader in Buggenhout vestigen. Hij was in Marokko reeds betrokken geweest bij het plunderen van vrachtwagens. Op zekere dag diende hij rattenvergif toe aan zijn vader, zogezegd om hem te kalmeren. Wegens zijn gedrag kwam hij in het rijksopvoedingsgesticht te Ruiselede terecht en moest later ons land verlaten, maar keerde in 1979 naar België terug. Wegens motordiefstallen kwam hij andermaal in Ruiselede terecht. Later bleek de handel in drugs zijn voornaamste bron van inkomsten te zijn geworden.

Beiden staan nu ondermeer terecht om diefstal tijdens de nacht van 6 op 7 juni 1983 bij een slager te Schellebelle. Het tweetal roofde twee slagersmessen, een fototoestel, een identiteitskaart en wat kleingeld.

In de nacht van 9 op 10 juni 1983 waren ze betrokken bij de diefstal bij de 81-jarige Alfons Willocx te Dendamonde. Barrez geeft wel toe dat hij samen met Benchaqroudi tot bij de woonplaat van Willocx reed, maar hij zou heel de tijd buiten zijn gebleven. Volgens Benchaqroudi was het Barrez die de bejaarde met de kolf van zijn pistool op het hoofd had geslagen.

Betreffende de tweevoudige moord gepleegd op de bejaarde gebroeders Frans en Petrus Schampaert in de nacht van op 24 juni 1983 houdt Barrez vol dat hij, net zoal bij Willocx, wel zijn gezel ter plaatse bracht maar de woning niet betrad.

Volgens Benchaqroudi echter ging hij hier ook samen met Barrez het huis binnen na een ruit te hebben verbrijzeld. Toen ze via de badkamer tot in een gang kwamen, hoorden ze de stem van één van de broers die weldra in de deuropening verscheen. Barrez was volgens Benchaqroudi op dat ogenblik gewapend met een pistool en een slagersmes. Barrez hield volgens Benchaqroudi één van de broers met zijn vuurwapen in bedwang.

Benchaqroudi zou toen op zoek zijn gegaan naar geld en een portefeuille hebben gevonden waarin 611.000 fr. zat. Toen hij terugkeerde, stelde hij vast dat éen van de broers messteken had gekregen. De andere broer was ook aanwezig en zegde in aanwezigheid van Benchaqroudi tot Barrez: “Sakkerloot, gij zijt Paul, wat komt gij hier doen deugniet”. De tweede broer zou toen ook door Barrez zijn neergestoken. Benchaqroudi zou alles bij mekaar 425.000 fr. in de woonplaats van de broers hebben ontdekt, doch hij zou alleen maar hebben gestolen en zeker niet hebben gestoken, wat formeel door Barrez wordt tegengesproken. Deze zegt immers dat alle messteken aan beide broers alleen door Benchaqroudi werden toegebracht.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 10 Juni 1986

Benchaqroudi bleef zeven maanden ontkennen

Voor het Hof van Assisen van Brabant, waarPaul Barrez en Moussa Benchaqroudi terechtstaan wegens diefstallen met geweld en een roofmoord op twee bejaarde broers te Brussegem, werden dinsdagvoormiddag de onderzoeksrechter en twee gerechtsartsen als getuigen ondervraagd.

Onderzoeksrechter Bellemans trof in de villa van de twee slachtoffers de grootste wanorde aan. De meeste kastladen waren opengetrokken en de inhoud ervan was gedeeltelijk over de vloer verspreid. In de gang lag het lichaam van de 74-jarige Frans Schampaert, die zeven messteken had gekregen. Wat verder in de living werd het lichaam van de 80-jarige Petrus Schampaert aangetroffen, die twee messteken had gekregen.

Er werden ook afdrukken van schoenen met rubberen zolen gevonden. Deze bleken van Benchaqroudi te zijn, terwijl op een blikken doos zijn vingerafdrukken voorkwamen. Dank zij deze vingerafdrukken kon de Marokkaan vijf dagen nadien in een Brusselse herberg worden aangehouden.

Benchaqroudi bleef zeven maanden lang de feiten loochenen. Eerst in januari 1984 legde hij bekentenissen af. Ook bekende hij met Barrez een overval te hebben gepleegd op de 81-jarige Alfons Willocx te Dendermonde. Tijden de wedersamenstelling van de roofmoord te Brussegem weigerde Banez medewerking aangezien hij er volgens zijn verklaring niet had aan deelgenomen. Men was nochtans van zijn deelname overtuigd, nadat hij in januari 1984 aan de BOB van Asse had verteld dat hij telkens had deelgenomen aan de feiten waarvan Benchaqroudi werd beschuldigd, maar nooit ergens binnen was gegaan.

Terwijl het onderzoek nog aan de gang was, wijzigde Benchaqroudi volgens Bellemans al zijn vorige verklaringen. Hij beweerde ineens dat hij alleen was binnengedrongen in de woningen van de gebroeders Schampaert en Alfons Willockx, terwijl Barrez telkens buiten bleef wachten. Benchaqroudi verklaarde achteraf dat hij zijn versie had gewijzigd in de hoop dat Barrez hem aan een goede advocaat zou helpen. Later herhaalde Benchaqroudi zijn eerste bekentenissen.

Tijdens de namiddagzitting werden prof. Cosyns en Dr. Mommaerts gehoord die als psychiater de twee beklaagden onderzochten. Benchaqroudi was tegen zijn zin naar België overgebracht door zijn vader. Deze overbrenging had hij aangevoeld als een ontvoering. Hij kon moeilijk het gezag van zijn vader verdragen en op 12-jarige leeftijd diende hij zijn vader rattenvergif toe. Het zou niet in de bedoeling van Benchaqroudi gelegen hebben zijn vader te doden. Hij wilde hem alleen maar kalmeren omdat hij te veel slaag kreeg.

Benchaqroudi getuigt van een erg onafhankelijke persoonlijkheid. Hij wil overal zeer vlug resultaten bekomen. Dat zette hem ertoe aan geld te verdienen door middel van een handel in drugs. Hijzelf gebruikt slecht sporadisch marihuana. Volgens de psychiaters is Benchaqroudi een man die gemakkelijk liegt en die de zaken zo kan uitleggen dat men hem wel moet geloven. Toch is zijn fantasie niet zo erg groot. Zijn verstand is middelmatig. Hij wentelt gemakkelijk de schuld af op de anderen. Hij is volkomen toerekeningsvatbaar voor zijn daden en betekent een gevaar voor de maatschappij.

Wat Barrez betreft, verklaarden de deskundigen dat hij lijdt aan grootheidswaanzin en hij een mooiprater en geldverspiller is. Hij werd steeds door vrouwen aangetrokken en is weinig begaan met het familieleven. Hij aarzelde niet geld te verspillen in casino's en speelhuizen. Zijn intelligentie ligt eerder aan de lage kant. Barrez is geen vechtersbaas. Om aan geld te geraken zijn echter alle middelen goed. Barrez is een asociale persoonlijkheid. Reeds van jongsaf had hij met delinquentie te maken. Volgens de psychiater is ook Barrez toerekeningsvatbaar voor zijn daden. Hij levert echter geen gevaar op voor de maatschappij.

Vandaag gaat het getuigenverhoor verder.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 11 Juni 1986

Vingerafdrukken voetsporen wijzen naar Benchaqroudi

Voor het Assisenhof van Brabant, waar Paul Barrez en Moussa Benchaqroudi terechtstaan voor diefstallen met geweld en roofmoord, kwamen leden van de recherche hun vaststellingen toelichten. Bij de diverse inbraken werden meerdere vingerafdrukken en voetsporen aangetroffen, die alle wijzen naar Benchaqroudi.

Gerechtelijk commissaris De Petter had het over de diefstal met geweld gepleegd in de nacht van 9 op 10 juni 1983 op de 81-jarige Alfonsius Willocx te Dendermonde. Deze man werd daarbij met de kolf van een pistool een hersenschudding geslagen en van 196.000 fr. beroofd. Ter plaatse werden vingerafdrukken van Benchaqroudi aangetroffen. Benchaqroudi kon daarvoor geen enkel deugdelijk alibi voorleggen. Hij kon alleen verklaren dat hij tijdens bewuste nacht bij Barrez, die toen zijn werkgever was, had doorgebracht.

Als gevolg van de verschillende verhoren begon Benchaqroudi zichzelf voor te stellen als een slachtoffer. Hij beweerde dat men hem ten onrechte allerlei dingen ten laste wilde leggen. Benchaqroudi kon overigens niet geloven dat vingerafdrukken volstonden om hem als één van de daders aan te duiden.

Gerechtelijk commissaris Meurillon deed het onderzoek in de roofmoord op de gebroeders Schampaert te Brussegem. Ook hier werden vingerafdrukken maar ook voetsporen teruggevonden. Nadat was gebleken dat ze aan Benchaqroudi toebehoorden, werd deze vijf dagen later in herberg “Casablanca”, nabij het Zuidstation te Brussel gearresteerd.

Nog een getuige was opperwachtmeester Van Coensel van de BOB te Asse. Benchaqroudi legde ten overstaan van hem zijn eerste bekentenissen af in oktober 1983. Het ging toen om bekentenissen over het stelen van fietsen en bromfietsen. Pas op 23 januari 1984 bekende Benchaqroudi dat hij bij de tweevoudige moord op de gebroeders Schampaert was betrokken. Ook dat hij deelgenomen had aan de diefstal met geweld op Alfonsius Willocx te Dendermonde en ten slotte dat hij slagersmessen was gaan stelen bij een beenhouwer te Schellebelle.

Volgens Benchaqroudi werd hij telkens vergezeld door Barrez. Deze zou niet alleen Willocx hebben neergeslagen, maar later ook de gebroeders Schampaert hebben doodgestoken. Als gevolg van de beschuldigingen van Benchaqroudi werd toen ook Barrez aangehouden. Deze ontkende aanvankelijk maar ging weldra tot bekentenissen over. Wel verklaarde Barrez dat hij niet bij de slachtoffers was binnen geweest en dat het geweld dat herhaaldelijk plaatsvond alleen het werk was van Benchaqroudi.

Op 8 mei 1984 wijzigde Benchaqroudi plots zijn versie. Hij gaf toe dat hij alleen schuld droeg aan het geweld bij de verschillende slachtoffers. Een maand later echter keerde Benchaqroudi tot zijn eerste bekentenissen terug. Hij verklaarde toen zijn versie op zeker ogenblik te hebben gewijzigd omdat hij gehoopt had dat Barrez hem 200.000 fr. zou voorschieten voor een degelijke advocaat.

Tijdens de namiddagzitting kwam wachtmeester Lommens uit Opwijk aan het woord. Lommens was op patrouille in de nacht van 24 juni 1983 toen hij per radio werd verwittigd van een tweevoudige moord in een bungalow te Brussegem. In de bungalow stelde hij een grote wanorde vast. Hij trof de twee lijken aan en merkte dat het raam van de badkamer en het venster van de living waren verbrijzeld.

Opperwachtmeester Van Leuven uit Wetteren werd ter plaatse geroepen bij beenhouwer Burgerman te Schellebelle voor een inbraak in de garage waaruit o.a. twee jagersmessen en een fototoestel verdwenen. Bij de garage werden voetsporen teruggevonden. Het ging om sporen van pantoffels met rubberen zolen zoals Benchaqroudi er bezat.

Adjunct-commissaris Bourgoi was belast met het onderzoek naar de diefstal met geweld gepleegd bij de 81-jarige Alfonsius Willocx te Dendermonde. Het was duidelijk dat iemand naar binnen was gekomen via de achterzijde van de woning waar een ruit was verbrijzeld en een raam volledig open stond. Er werden vingerafdrukken aangetroffen op een muziekdoosje op de nachttafel. Uit dat doosje was meer dan 100.000 fr. weggenomen. Toen Willocx later werd ondervraagd, verklaarde hij dat hij slechts één enkele aanrander had opgemerkt. Deze had hem aanvankelijk op het hoofd geslagen en was hem vervolgens beginnen wurgen.

De indringer had nagelaten aan de kapstok in de broekzakken van het slachtoffer te kijken, waarin een portefeuille met 265.000 fr. stak. Er was elders ook nog een geldbeugel aanwezig met 50.000 fr.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 12 Juni 1986

Slachtoffers en familie getuigen over overvallen

In het proces van Paul Barrez en de Marokkaan Moussa Benchaqroudi, beiden beschuldigd van verscheidene diefstallen met geweld, waaronder de tweevoudige moord op de gebroeders Schampaert te Brussegem, kwamen donderdag slachtoffers of hun familieleden en kennissen getuigen.

Jan Van Belle, een handelaar die erg goed bevriend was met Petrus en Frans Schampaert, had beide broers nog de avond voor de feiten ontmoet. De gezondheid van beiden was toen uitstekend. De daaropvolgende morgen vernam getuige wat er gebeurd was.

Louisa Van den Bossche, nicht van de twee vermoorde broers Schampaert, zorgde regelmatig voor de schoonmaak in het huis van haar ooms. Toen ze vernam wat er gebeurd was, begaf ze zich met een paar familieleden ter plaatse. Aan de achterkant van de bungalow zag ze dat een ruit van de badkamer was verbrijzeld en dat de keukendeur dicht was maar niet slotvast. Getuige verklaarde dat haar ooms waardevolle documenten verborgen hielden bij de schoorsteen op zolder. Ze kon niet geloven dat er een geldbedrag verstopt was achter de kleerkast. Benchaqroudi beweert daar een belangrijke som geld te hebben ontdekt.

Daarna kwam Kamiel Burgelman, slager uit Schellebelle, getuigen. Bij hem werd op 7 juni 1983 ingebroken. De daders, de twee beklaagden, gingen er vandoor met twee slagersmessen, een waardevol fototoestel, wat pasmunt en ook een identiteitskaart. Alvorens de diefstal te plegen hadden ze de koehond van het slachtoffer in een hok opgesloten.

De bejaarde Alfons Willocx, die op 10 juni 1983 te Dendermonde werd neergeslagen en beroofd, kon om gezondheidsredenen niet komen getuigen. Zijn zoon Eugene zei Barrez, die een kilometer voorbij zijn deur woonde, te kennen. Getuige kende ook Benchaqroudi die een tijdje in een naburige fabriek had gewerkt. De morgen na de feiten trof getuige zijn vader in comateuze toestand in bed aan. Het aangezicht van de bejaarde was stukgeslagen en de hele kamer zat onder het bloed. Het slachtoffer diende veertien dagen in het ziekenhuis te blijven. Sindsdien lijdt hij aan evenwichtsstoornissen. Volgens getuige werd een omslag met 192.000 fr. bij zijn vader gestolen.

Twee op rust gestelde veldwachters uit de streek van Brussegem zegden dat de vader van Barrez een kermisreiziger was die een hele tijd een autoscooter uitbaatte, maar aan de gevolgen van drankmisbruik ten onder ging. De moeder van Barrez kwam uit een eerbare en gegoede familie. Barrez zelf kwam reeds op 18-jarige leeftijd wegens diefstal met het gerecht in aanraking. Getuigen beschouwden hem als een eerder loense kerel. Ze achten hem wel in staat tot het plegen van diefstallen, maar konden moeilijk geloven dat hij bij een tweevoudige roofmoord was betrokken.

Vrouwen

Tijden de namiddagzitting getuigde René De Staebel, die ooit samen met Barrez een kermismolen uitbaatte, dat de zaak failliet ging omdat beklaagde “te veel achter de vrouwen liep” en zijn werk verwaarloosde.

Yvette V., herbergierster uit Ramsdonk, woonde samen met Barrez en noemde hem gisteren een joviale man, aangenaam in de omgang. De verhouding was kort, want na vier maanden had Barrez kennis gekregen met een andere vrouw.

Karin C. uit Antwerpen was 18 jaar toen de relatie begon. Ze werd door Barrez met dure geschenken overladen. Na ruim drie jaar gingen ze uit elkaar. In juni 1983, toen de gebroeders Schampaert werden vermoord, toonde Barrez zich volgens getuige bijzonder zenuwachtig. Hij toonde zich verontwaardigd toen hij vernam dat zijn knecht Benchaqroudi van de tweevoudige moord werd beschuldigd.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 13 Juni 1986

Familie van beklaagden komt getuigen

In het proces tegen Paul Barrez en Moussa Benchaqroudi, beschuldigd van diefstallen met geweld waaronder de roofmoord op de gebroeders Schampaert te Brussegem, werden vrijdag opnieuw getuigen ondervraagd voor het Hof van assisen van Brabant.

Francine Barrez, zuster van Paul, kwam als eerste aan het woord, gevolgd door haar zuster Anita. Deze laatste bezoekt haar broer regelmatig in de gevangenis. Ook de jongere broer van de beklaagde, Albert, kwam getuigen.

Daarna was het de beurt aan Robert Verhelst, directeur van de technische school te Buggenhout. Benchaqroudi liep daar school vanaf 1976, toen hij 13 jaar was. Volgende getuige was de 53-jarige moeder van Benchaqroudi. Ze spreekt alleen het Berberdialect uit het Rifgebergte. Ze vertelt dat haar zoon Moussa een goede jongen is. Ze was er niet van op de hoogte dat Moussa ooit zijn vader had willen vergiftigen. Ze zei ook nog dat Moussa door zijn vader naar België werd overgebracht zonder dat hem vooraf werd verteld waar ze naartoe zouden gaan.

Daarna kwam de 19-jarige Mohammed Benchaqroudi, broer van Moussa getuigen. Hij studeert voor automecanicien. In 1978 kwam hij naar ons land. Nog vooraleer hij was aangehouden had Moussa hem verteld dat Barrez hem geld had gegeven voor de aankoop van een pistool. Na zijn aanhouding vertelde hij hem dat hij samen met Barrez bij de gebroeders Schampaert te Brussegem was binnengedrongen.

Een andere getuige was Frieda Dauwe. Ze kende de vader van Benchaqroudi toen die nog werkte in een fabriek in de streek van Dendermonde. De vader was belast met het reinigen van vaten en deed zijn werk voortreffelijk. Getuige vernam op zekere dag dat Moussa zijn vader rattenvergif had toegediend. De familie Benchaqroudi woonde toen kosteloos in een werkmanshuisje dat aan de fabriek toebehoorde.

Jan De Handschutter is de vroegere directeur van de school voor kinderen van kermisreizigers, die destijds in Rixensart was gevestigd. Paul Barrez liep er een paar jaren school en was alles behalve een puike leerling. Dit was blijkbaar voor een deel te wijten aan het feit dat hij de taal niet voldoende kende. Johan Schmidt is zelf een kermisreiziger. Hij zei dat Barrez een goede reputatie had bij de andere kermisreizigers. Volgens getuige wou Barrez naar het einde toe een winkel van video-apparaten openen.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 14 Juni 1986

Beklaagden even schuldig zegt openbaar ministerie

In het proces tegen Paul Barrez en Moussa Benchaqroudi, beiden beschuldigd van diefstallen met geweld waaronder de roofmoord op de gebroeders Schampaert te Brussegem. volgden maandagvoormiddag voor het Hof van Assisen van Brabant het rekwisitoor en het eerste pleidooi van de verdediging.

Het openbaar ministerie betoogde dat ze allebei even schuldig zijn. Wel werden Willock en later bij de gebroeders Schampaert alleen voetsporen of vingerafdrukken an Benchaqroudi gevonden, maar het openbaar ministerie achtte het niet uitgesloten dat ook Barrez bij deze slachtoffers binnen ging.

Het slagersmes waarmee de gebroeders Schampaert werden gedood, werd door Barrez een hele tijd verstopt in zijn woning. Hij was ook het brein achter de tweevoudige roofmoord bij de gebroeders Schampaert. Hij duidde ook de plaats aan waar beide broers woonden. Barrez had op dat ogenblik 4 miljoen frank schuld en had alle belang bij een winstgevende overval. Zonder Barrez zouden de diefstal met geweld bij Willocx en bij de gebroeders Schampaert zeker niet plaats hebben gevonden.

Mr. Luc Deleu van zijn kant wilde vooral bewijzen dat zowel bij de gebroeders Schampaert, als bij Willocx en bij beenhouwer Burgelman te Schellebelle, Benchaqroudi alleen naar binnen ging. De voetsporen en vingerafdrukken zijn alleen van Benchaqroudi afkomstig. Willocx zegde dat hij slechts door één enkele man werd overvallen. Enkele uren na deze feiten ging Benchaqroudi zijn bebloed hemd in de Schelde weg gooien. De advocaat gaf wel toe dat zijn cliënt Barrez financieel voordeel haalde uit de feiten.

Tijdens de namiddagzitting nam Mr. August Gooris het woord als tweede advocaat van Paul Barrez. In tegenstelling tot de Openbare Aanklager, die beide beklaagden als moordenaars bestempelde, mag dit volgens Mr. Gooris niet gezegd worden van zijn cliënt. Mr. Gooris verwees toen naar Moussa Benchaqroudi, die hij beschreef als een sluwe kerel die reeds diefstallen pleegde in Marokko en dat later bleef doen in België. Hij smeerde zich ook met de verkoop van verdovende middelen. Benchaqroudi is bovendien een gewelddadig iemand, die steeds rond liep met een mes op zak. Reeds op 12-jarige leeftijd mengde hij rattengif m het eten van zijn vader.

Net zoals Mr. Luc Deleu was Mr. Gooris de mening toegedaan dat zijn cliënt nergens bij de slachtoffers binnendrong. Barrez aanvaardde weliswaar een deel van het geld dat Benchaqroudi was gaan stelen. Maar, omdat Barrez, volgens de verdediging niet doodde, vroeg de advocaat dat aan de jury twee bijkomend vragen zouden worden voorgelegd. Uit deze vragen moet blijken, aldus Mr. Gooris dat Barrez de gebroeders Schampaert wel bestal, maar niet doodde.

Voor Moussa Benchaqroudi pleitten vervolgens Mr. Johan Scheers en Kris Van Olmen. De verdediging van de Marokkaan vroeg zich af waarom haar cliënt zeven maanden lang wachtte alvorens tot bekentenissen over te gaan. Dat was volgen de advocaten omdat Benchaqroudi juist aarzelde de mededader in deze zaak, nl. Paul Barrez, te verklikken. Anderzijds beklemtoont zij dat Benchaqroudi zijn eerste verklaringen tijdens het huidige proces helemaal niet wijzigde, berouw heeft en spijt heeft over hetgeen er gebeurde.

Wel is het juist, zo stellen de verdedigers, dat Benchaqroudi op een gegeven ogenblik van het onderzoek zijn versie helemaal wijzigde in het voordeel van Barrez. Benchaqroudi deed zulks - niet omdat hij zelf de slachtoffers doodde of neersloeg - maar alleen omdat hij hoopte aldus geld te bekomen van Barrez, teneinde een beroep te kunnen doen op een degelijk advocaat.

Wat de dubbele roofmoord bij de gebroeders Schampaert betreft, staat het vast dat beide slachtoffers, ondanks hun gevorderde leeftijd, nog kloek en gezond waren. Mocht Benchaqroudi deze twee kloeke mannen alleen hebben aangerand met een mes - want er mocht niet worden geschoten teneinde de buurt niet te wekken - dan had hijzelf wel het slachtoffer van de broers kunnen worden. Om dit risico te vermijden, was het nodig dat Barrez hem vergezelde.

Toen Barrez door één van de broers werd herkend, bleef niets anders over dan beide slachtoffers te doden, aldus Benchaqroudi’s verdedigers.

Vandaag volgen de replieken en het verdict.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 17 Juni 1986

Barrez en Benchaqroudi schuldig aan roofmoord

De gezworenen van het Hof van Assisen van de provincie Brabant hebben gisteren Paul Barrez en Moussa Benchaqroudi schuldig bevonden aan de moord op de gebroeders Frans en Petrus Schampaert te Brussegem.

Eerder hadden hun respectieve verdedigers hun pleidooi gehouden. Pleitend voor Barrez zei Mr. August Gooris dat hij door twee bijkomende vragen de jury in de mogelijkheid wou stellen uit te maken wie van beide beschuldigden de gebroeders Schampaert doodstak. Mr. Johan Scheers die voor Benchaqroudi pleitte betoogde dat zijn cliënt geen enkele reden had om te gaan doden.

Na een beraadslaging die drie uur duurde antwoordde de jury positief op de eerste 22 vragen en negatief op alle andere. Het arrest wordt echter pas vandaag in de namiddag verwacht.

Barrez en Benchaqroudi pleegden de roofmoord om de diefstal van 425.000 fr. te vergemakkelijken. Ze werden ook schuldig bevonden aan het neerslaan van de bejaarde Alfonius Willocx te Dendermonde. Voorts antwoordde de jury positief wat betreft hun schuld bij een inbraak hij slager Burgelman te Schellebelle en aan een poging tot diefstal bij Emiel Leemans te Dendermonde.

Blijkbaar hebben de beschuldigden toch wroeging over hun daden. Toen hen het woord werd verleend zei Barrez spijt te hebben. Hij zei geen moordenaar te zijn. Benchaqroudi drukte ook zijn spijt uit en vroeg vergiffenis aan de families, de slachtoffers, aan God en zijn eigen familie.

De vijf eerste vragen verwezen naar de diefstal met dodelijke afloop, gepleegd op de gebroeders Schampaert waarbij 425.000 fr. werd geroofd. De zesde tot en met de 12de vraag hadden betrekking op de diefstal met geweld gepleegd op Alfons Willocx te Dendermonde, waarbij 192.000 fr. werd geroofd. De 13de en 14de vraag hadden betrekking op de bij beenhouwer Burgelman te Schellebelle gepleegde diefstal met braak waarbij slagersmessen en fototoestellen werden gestolen. De 11de tot 22ste vraag hebben betrekking op een poging diefstal bij Emile Leemans. De 23ste tot en met de 43ste vraag ten slotte hadden betrekking op drie andere pogingen tot diefstal van beide beklaagden, met verschillende verzwarende omstandigheden.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 18 Juni 1986

Doodstraf voor Barrez en Benchaqroudi

Het Assisenhof van Brabant heeft woensdagmiddag zowel Paul Barrez als Moussa Benchaqroudi tot de doodstraf veroordeeld. Ze werden schuldig bevonden aan roofmoord op de gebroeders Schampaert te Brussegem, aan een diefstal met geweld te Dendermonde, aan een inbraak te Schellebelle en aan een poging tot diefstal met geweld te Dendermonde.

Advocaat-generaal Moens had tegen de twee beklaagden de doodstraf geëist, “omdat ze een ploeg vormden”. Barrez was op zoek naar geld en vond in Benchaqroudi de ideale partner om zijn plannen uit te voeren, aldus het openbaar ministerie. Mr. Deleu pleitte dat Barrez zijn medebeklaagde niet gedwongen heeft te slaan of te doden, terwijl mr. Van Olmen op de jeugdige leeftijd wees van Benchaqroudi en op zijn moeilijke aanpassing aan de westerse beschaving.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 19 Juni 1986

1,579

(15 replies, posted in 1980-1989)

Systermans en Reynders opnieuw voor assisenhof

Vanaf maandag wordt voor het hof van assisen van de provincie Brabant het proces van de gewezen Luikse advocaat en plaatsvervangend vrederechter Jean-Marie Systermans overgedaan. Vermoedelijk wordt het, net zoals het eerste proces in Luik, een marathondebat. Men rekent op minstens een maand. Systermans en zijn medeplichtige Francis Reynders worden ervan beschuldigd op 6 december 1985 een bomaanslag te hebben gepleegd op het Luikse gerechtshof. Deze misdaad kostte het leven van 20-jarige student in de rechten Philippe Balis.

Systermans en Reynders werden begin dit jaar door het Luikse Assisenhof schuldig bevonden en veroordeeld tot respectievelijk de doodstraf en levenslange dwangarbeid. Een derde verdachte, Christian Zeggers, werd vrijgesproken. Het Hof van Cassatie besliste echter dat het proces van Systermans en Reynders moet worden overgedaan wegens een procedurefout.

Jean Gol

Op 6 december '85 ontplofte een zware bom in een zaaltje van het Luikse gerechtshof, palend aan de zaal der plechtige vergaderingen. Daar zou even later in aanwezigheid van de toenmalige justitieminister Jean Gol de openingszitting van de Conferentie van de Jonge Luikse Balie plaats vinden. Dat de aanslag "slechts" één dodelijk slachtoffer vergde en meerdere lichtgewonden was toeval omdat het moordtuig vroeger ontplofte dan gepland.

Aan de moorddadige bedoelingen van de terroristen kon amper getwijfeld worden. Deskundigen van de ontmijningsdienst schatten de lading van het springtuig op ruim 3 kilogram TNT, DMT en Nytroglycerine. Aanvankelijk werd, mede gezien de aanwezigheid van de justitieminister, gedacht aan een aanslag van de CCC. Dit bleek echter niet zo te zijn. Twee jaar lang bleven de onderzoekers ter plaatse trappelen.

Het was uiteindelijk Systermans zelf die het onderzoek in de juiste richting stuwde. De man verwittigde de Luikse rijkswacht dat onbekenden een documentenkoffertje hadden vastgeklonken aan de trap van zijn woning te Luik. De ontmijningsdienst kwam ter plaatse en identificeerde het springtuig als een zogenaamde "pipe-bomb" die, eveneens, nytroglycerine en TNT bevatte. De bom ontplofte en veroorzaakte andermaal grote, maar louter materiële schade. Het was de onderzoekers echter onmiddellijk opgevallen dat de samenstelling van het springtuig sterk geleek op die van het moordtuig in het Justitiepaleis.

Bovendien riep ook de persoonlijkheid van het zogenaamde doelwit, Jean-Michel Systermans veel vraagtekens op. Die stond in gerechtelijke kringen aangeschreven als een meer dan vreemd heerschap. De man lag bestendig in de clinch met zijn balie en beweerde herhaaldelijk en zonder duidelijke redenen met de dood te zijn bedreigd.

Wapenarsenaal

Het parket besliste de levenswandel van de ongewone advocaat uit te pluizen en ditmaal bleek de denkpiste te kloppen. Er kwamen steeds meer belastende getuigenissen over het ongewone gedrag van de man en diens extremistisch gedachtengoed. Er volgden huiszoekingen en uiteindelijk ontdekten de speurders in een bos te Aubin-Neufchâteau een waar wapenarsenaal, met inbegrip van liefst 20 ton TNT.

De plaatsvervangende vrederechter loochende aanvankelijk iets met de bomaanslag op het justitiepaleis te maken te hebben, maar gaf uiteindelijk toe de aanstichter te zijn. Als mededaders noemde hij Francis Reynders, een elektrotechnicus verbonden aan de Luikse universiteit, en Christian Zeggers, een autobuschauffeur. Volgens Systermans hadden zij de aanslag gepleegd om opschudding te verwekken in de Luikse justitiële middens en was hun groot voorbeeld de CCC geweest, de Strijdende Communistische Ccellen die op dat ogenblik voor een golf van terreur zorgden.

Systermans bleek een deskundige inzake explosieven te zijn en Reynders de ontwerper van het onstekingsmechanisme. Reynders gaf bovendien toe nog andere aanslagen te hebben gepleegd, o.m. in november '83 op de Luikse Sint-Paulkathedraal.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 September 1990

Michel Systermans haalt uit naar advocaten

“Toen ik destijds alles bekende, volgde ik alleen de raad van mijn advocaten, om aldus mijn verwanten te beschermen. Nu kan ik vrij spreken en ik blijf er bij dat ik onschuldig ben.” Dit zei ex-advocaat Jean-Michel Systermans woensdag voor het assisenhof van Henegouwen.

Systermans en Reynders worden onder meer beticht van de bomaanslag op 6 december 1985 in het Luikse justitiepaleis. Onder het puin vonden de hulpdiensten het lijk van een student in de rechten. Systermans wordt ook beschuldig van moordpoging op de mensen die op de dag van de feiten in het justitiepaleis een zitting van de jonge balie wilden bijwonen.

Hij gaf in 1987 tijdens ondervragingen de feiten toe, maar is daar sindsdien herhaaldelijk op terug gekomen. Dinsdag zei hij dat de bekentenissen die de gerechtelijke politie destijds optekende, waardeloos zijn omdat hij ze afgelegd onder invloed van de champagne die de speurders voor zijn neus zetten.

Woensdag haalde Systerman tijdens zijn ondervraging door de voorzitter uit naar de advocaten die hem in Luik verdedigden. "Zij suggereerden mij te bekennen en ik deed dat ook om mijn gezin te beschermen”, aldus de ex-advocaat.

Voorzitter Vereecke vroeg Systermans dan waartegen zijn gezin moest worden beschermd. "'Ik wilde ten allen prijze vermijden dat hen iets zou overkomen en vermijden dat men mijn vrouw zou gaan verdenken. Mijn verdedigers zeiden dat men mijn vrouw met rust zou laten als ik schuldig zou pleiten", antwoordde Systermans.

CCC

De vroegere advocaat en plaatsvervangend vrederechter herhaalde woensdag dat niet hij maar de terroristen van de CCC de aanslag pleegden. Hij deed ook nog eens uit de doeken dat hij het slachtoffer is van een complot. Hij ontkende zich te hebben gespecialiseerd in het gebruik van explosieven. In verband met het vinden van ontstekingsmechanismen, verbindingsdraden en dynamiet in zijn woning en in een bos, zei hij: "De bazen van twee sloopbedrijven gaven me dynamiet om twee rotsblokken in mijn tuin te laten springen".

Bij het begin van de namiddagzitting trok de verdediging van leer tegen het feit dat er nog geen arrest was over haar conclusies. Daarna kwam een aantal getuigen aan het woord die allen op een of andere manier te maken hadden met materieel voor de aanslag. Bouwondernemer Pol Thirion bekende Systermans dynamiet te hebben gegeven. "Hij legde me uit dat hij het nodig had om een en ander tegen de vlakte te gooien". Volgens Thirion kreeg de ex-advocaat slechts een dozijn staven dynamiet. De akte van beschuldiging heeft het over 13 kg. springstoffen.

Louis Pierre zou samen met Systermans experimenten hebben uitgevoerd met explosieven, maar ontkende dat ter zitting. Hij nam de praktijken van de speurders fel op de korrel. Zo zouden politiemensen hem ooit meegenomen hebben naar een steengroeve en “met alle middelen" geprobeerd hebben hem te doen bekennen.

Speurders drongen tijdens mijn afwezigheid ook binnen in mijn flat en namen juwelen en documenten mee, zei hij. Hij betwistte ook het proces-verbaal dat de BOB opstelde over zijn ondervraging. "Die duurde negen uren en de omstandigheden waren onmenselijk. Rijkswachters hadden de bedoeling elementen te noteren die tegen Systermans konden worden gebruikt".

Dit getuigenis leidde tot een evenredige discussie tussen het openbaar ministerie en de verdediging die "de manier waarop het onderzoek werd gevoerd" verwierp en parallellen maakte met het speurwerk naar de Bende van Nijvel en de moordenaar(s) van FN-topman Juan Mendez.

Tenslotte kwam Raymond Brose, hoofdcommissaris van de gerechtelijke politie van Luik, aan het woord. Hij bevestigde dat Systermans beide aanslagen - in het Luikse justitiepaleis en in zijn eigen huis - had toegegeven, maar zijn aandeel minimaliseerde en alle schuld op de rug van Reynders schoof.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Maart 1991

1,580

(1 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Dubbele moord op twee Zweedse toeristen

  • Wanneer? 8 Mei 1980

  • Waar? Aan het Bois Saint-Jacques in Samree » Google Maps

  • Wie? Onbekend

  • Wapen? .22 (drie schoten, slechts twee hulzen gevonden)

  • Status: onopgelost

De twee Zweedse meisjes werden niet mishandeld. Zo goed als al hun spullen en geld werden gestolen. Men gaat er dus van uit dat het om een roofmoord gaat.

Er zijn aanwijzingen dat de Nederlandse seriemoordenaar Koos Hertogs de moordenaar is. Er zijn echter niet genoeg bewijzen en geen bekentenis van Hertogs. Hij is dus nooit veroordeeld voor deze dubbele moord. De zaak blijft dus onopgelost.

Gewezen hoofdcommissaris bij de Gerechtelijke Politie in Marche-en-Famenne, Claude Gosset, zei ooit over deze dubbele moord: "We hebben die dubbele moord op die Zweedse meisjes nooit echt begrepen. Hij leek zo zinloos. Die meisjes waren niet beroofd, er waren geen sporen van seksueel misbruik. Ze leken vermoord zonder reden of motief. Zomaar."

Twee 19-jarige Zweedse meisjes doodgeschoten nabij La Roche

Donderdagochtend werden op een veldweg te Samrée (nabij La Roche) de lijken gevonden van twee jonge Zweedse vrouwen. Een houtvester uit Hebronval, de h. Godfrint, deed de ontdekking op een paar honderd meters van het kasteel van de Limburg-Stirum en op een kilometer van de rijksweg 28. De twee lijken lagen aan weerszijden van de weg. Uit de eerste vaststellingen bleek dat zij met een vuurwapen van kaliber 22 waren doodgeschoten.

Het eerste meisje vertoonde een schotwonde aan de slaap en bij het tweede was een kogel in de mond afgevuurd. Toen de houtvester de lijken aantrof, waren zij nog lauw. In de onmiddellijke omgeving werden handtassen noch reisgoed gevonden. De speurders vonden wel een prospectus uit Göteborg (Zweden) en een retourbiljet voor de veerboot tussen Denemarken en Duitsland. Dat document was afgestempeld op 6 mei 's avonds.

Volgens het onderzoek werd er op de meisjes geen geweld gepleegd. Alles wijst meer in de richting van een terechtstelling dan van een sluipmoord.

Het parket van Luik deelde mee dat de eerste Gun Johansson (19) is. Zij heeft blauwe ogen, licht kastanjekleurig haar, gekleed meteen roze trui, blauwe jeans, rode halsdoek en bordeaux-kleurige herfstlederen laarzen.

De tweede is Anne-Louise Johnson (19), 1,71 m. groot, blauwe ogen, blond haar. Zij droeg een zwart lederen jas, een rood-zwarte T-shirt, blauwe jeans en zwarte halsdoek.

Personen die in contact zijn geweest met de meisjes, gelieve zich te wenden tot de gerechtelijke politie.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Mei 1980

Vermoorde Zweedse meisjes zonder bagage, zonder geld

In verband met het bericht in onze krant van gisteren over de twee Zweedse meisjes die donderdagmorgen op een veldweg in de buurt van La Roche vermoord werden, kon de Zweedse politie mededelen dat zij geen studentinnen waren. Anne-Louise Johnson (19) was verpleegster en haar even oude vriendin Gun Johansson werkte in een grootwarenhuis. In Zweden zelf had geen van beiden een wagen, en daar houdt de Belgische recherche rekening mee, zodat het mogelijk is dat de slachtoffers in België een lift van iemand hebben gekregen.

Anderzijds werd bij de Zweedse politie van Göteborg ook nog vernomen dat Gun Johansson een zware heelkundige ingreep aan het hoofd had ondergaan. Interpol liet dit aan de Belgische recherche weten en aan de hand van die informatie kon de wetsdokter inderdaad het stoffelijk overschot van Gun Johansson identificeren. Omtrent het motief van deze weerzinwekkende moord tast men nog in het duister. Gisteren werd nog eens medegedeeld dat er op de meisjes geen geweld werd gepleegd.

Er werd geen bagage gevonden en de meisjes hadden geen geld bij, waardoor ook aan mogelijke roofmoord gedacht wordt. Het zou in ieder geval vaststaan dat de meisjes ter plaatse werden doodgeschoten. Eén had twee kogels in het hoofd, het andere één in de slaap. Tenzij die intussen nog gevonden werd, werden slechts twee hulzen aangetroffen nabij de lijken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Mei 1980

Vermoedelijke moordenaar van Zweedse meisjes aangehouden

De vermoedelijke moordenaar van de twee Zweedse 19-jarige meisjes, die vorige donderdag in het domein van “Bois Saint - Jean” nabij La Roche-en-Ardenne werden vermoord, werd maandag aangehouden.

De verdachte is eveneens een Zweed, die werd gearresteerd in de omgeving van Bergen. Hij werd maandagnamiddag door de gerechtelijke politie ondervraagd en na afloop naar de plaats van de moord gevoerd.

De ouders, die op foto's hun respectievelijke dochters herkenden, vertelden dat de twee vriendinnen op 2 mei vertrokken waren voor een vakantie in Denemarken. Op 5 mei telefoneerde Ann-Louise naar haar ouders om te vragen een telefonisch mandaat te willen sturen van ongeveer 3.500 fr. Zij zei de gelegenheid te hebben samen met haar vriendin naar het zuiden te trekken. Sindsdien bleven de ouders van de meisjes zonder enig nieuws.

Alleen staat vast dat zij op 6 mei van Denemarken naar Duitsland voeren. Interpol-België coördineert de opzoekingen van de politie van Zweden, Denemarken, Duitsland, Nederland en België. De intrigerende vraag is: “Wat deden de meisjes in dat bos, waar zij in de vroege morgen van 8 mei werden neergeschoten, op negenhonderd meter van de grote weg tussen Samrée en de Baraque Fraiture?”

Het parket van Luik hoorde een persoon, die beweert woensdag in de voormiddag samen met de meisjes in de trein gezeten te hebben die om 11u32 Namen en om 12u27 in Luik-Guillemins arriveerde.

Zijn gedetailleerde beschrijving van de meisjes stemde volkomen overeen met hun signalement. Volgens deze persoon werd het gesprek eerst gevoerd in het Engels en dan verder in het Duits. Zij zegden van zins te zijn België te verkennen. Zij wilden naar Houffalize en naar Bastenaken. Hun bagage voerden ze mee in grote linnen rugzakken. Zij gaven de indruk over aardig wat geld te beschikken en beweerden langere tijd in België te willen blijven om er nog veel te zien.

De onderzoekers trekken elke informatie grondig na, zoals de bewering dat de meisjes zouden gezien zijn nabij de jeugdherberg van Bastenaken en ook in Houffalize.

De opsporingen naar de auto die donderdagmorgen de weg nr. 28, die Samrée met de Baraque Fraiture verbindt, zou verlaten hebben om een achthonderd meter het bos in te rijden en dit “in achteruit” weer te verlaten, bleven eveneens zonder resultaat. Dat een wagen dit manoeuvre uitvoerde, bleek duidelijk uit de aanwezige wielsporen, juist op de plek waar de meisjes door de houtakker Albert Godfriend werden teruggevonden.

De moord op de Zweedse meisjes heeft in hun vaderland grote beroering gewekt. Talrijke Zweedse journalisten kwamen reeds naar La Roche. Zij hechten aan deze duistere zaak veel belang en gewagen zelfs van een tweede zaak-Dominic.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Mei 1980

De vermoorde Zweedse meisjes

De onderzoeksrechter van Marche-en-Famenne doet een oproep tot iedereen die inlichtingen kan verschaffen over de twee 19-jarige Zweedse meisjes die per autostop op weg waren van Den Haag naar Parijs en die op 8 mei 1980 tussen 6u en 7u 's morgens vermoord werden aangetroffen te Samrée.

Persoonsbeschrijving:

1. Jonsson Ann - Louise. 1m71, blauwe ogen, bruine haren, lederen vest, rood-zwarte t-shirt, blauwe jeans, zwarte sjaal, licht purperen schoenen.

2. Johannesson Gun: blauwe ogen, lichtbruine haren, roze trui, blauwe jeans, rode sjaal, rode daim-laarzen.

Beide jonge vrouwen waren in bezit van volgende voorwerpen die vermoedelijk door de moordenaar werden meegenomen:

juwelen (vermoedelijk roze oorbellen), polsuurwerk, roestbruine laarzen, zwart lederen vest, broekjes, opschikartikelen, roze schoenen, plastiek rode armband, zwarte broek in leder of in zijde, geneesmiddelen (Fenantoin), Zweeds paspoort afgeleverd op naam van Jonsson. Johannesson was in bezit van een rode linnen zak van 7 op 40 cm met een heldere sluiting. Johnsson was in het bezit van een handtas, vermoedelijk bruin. De beide vrouwen bezaten voorts een derde zak met het opschrift “Vi är paa fri fot”. (…)

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Mei 1980

Zweedse meisjes niet enige slachtoffers van doder?

De twee 19 - jarige Zweedse meisjes die op 8 mei vermoord werden gevonden In het Bois-Saint-Jean bij La Roche, zijn mogelijk niet de enige slachtoffers van de man die hun kilweg drie kogels door het hoofd jaagde. In het Nederlandse plaatsje Nistelrode (Noord-Brabant) werd het lijk aangetroffen van de 18-jarige Emi Den Boer uit Schiedam: zij werd op identieke wijze om het leven gebracht. Enkele Nederlandse rechercheurs werken nu nauw samen met de Gerechtelijke Politie van Marche-en-Famenne: ze zijn net terug van een bezoek aan hun collega's in Wallonië.

Den Haag

Emi Den Boer werd op 6 april dood gevonden met twee gerichte pistoolschoten in het hoofd. Het meisje had twee dagen tevoren in Schiedam de trein genomen naar Den Haag, waar ze studente is aan de academie voor Lichamelijke Opvoeding. Ze werd het laatst gezien toen ze in Den Haag van de trein slapte. De rijkspolitie van De Bosch, waaronder Nistelrode ressorteert, verrichte een doorgedreven onderzoek, maar dat leverde niets op. Alle sporen liepen dood rond het Haagse station. Pas toen in het Ardens bos de Zweedse vriendinnen Anne-Louise Jonsson en Gun Johannesson werden gevonden, kreeg de zaak van Emi Den Boer plots weer vaart.

De Nederlandse rijkspolitie begon ernstige belangstelling te krijgen voor de Belgische zaak. De gelijkenissen tussen de moorden zijn inderdaad zo treffend, dat nu al wordt rekening gehouden met het feit dat beiden wel eens door dezelfde hand zouden kunnen gedood zijn.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Mei 1980

Meer bewijzen tegen vermoedelijke moordenaar van Zweedse meisjes

De bewijzen tegen de 31-jarige Nederlandse nachtclubportier Koos Hertogs stapelen zich op. De politie verdenkt hem van de moord op zes meisjes, waaronder de twee Zweedse liftsters wier lichamen op 9 mei gevonden werden in een bos in de Belgische Ardennen.

Hertogs werd eind september aangehouden na de moord op een elfjarig meisje in de duinen nabij Den Haag. In zijn woning vond de politie een oorring van het slachtoffer van een andere moord, de 18-jarige Emi De Boer die werd neergeschoten in een bos in Noord-Brabant.

De analogie tussen deze moord en de moord op de twee Zweedse meisjes in de Ardennen heeft de politie tot de verdenking gebracht dat Hertogs ook hier de dader zou kunnen zijn.

Gun Johansson (18) en Ann Johnsson (19) werden voor het laatst gezien door een automobilist toen ze stonden te liften tussen Den Haag en Rotterdam. Er zijn ook kogelgaten gevonden in de woning van de verdachte, waar hij volgens de buren regelmatig jonge meisjes ontving die hij liet doorgaan voor zijn nichtjes.

De plaats waar Hertogs is opgesloten wordt geheim gehouden, omdat men represailles vreest tegen magistraten. De verdachte, die al zo'n vijftig keer veroordeeld werd voor de meest diverse misdrijven, had in 1974 deelgenomen aan een “misdaadsyndicaat” dat getracht had politiemensen met vuurschoten te intimideren om de vrijlating van een bekende gangster af te dwingen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 November 1980