3,761

(11 replies, posted in Andere Personen)

Samenvatting

  • In Januari 1985 werd hij gearresteerd in het centraal station van Amsterdam. Hij was sinds juli 1982 spoorloos verdwenen.

  • In september 1985 werd hij uitgeleverd aan ons land.

  • Hij stierf in augustus 1986 aan een hartaanval in zijn cel.

Frans Van Reeth bij zijn uitlevering in 1985. Een 'reus' is hij zeker, dan zou ik eerder de agent achter Van Reeth omschrijven als een 'reus':

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/frans_10.jpg

“De Kleerkast” zit weer in de gevangenis

Frans Van Reeth, alias “De Kleerkast”, een Antwerpse zware jongen die een groot deel van zijn 48-jarig leven in de gevangenis doorbracht en daarover zelfs het boek “De helft van mijn leven” publiceerde, zit weer op het droge.

Of hij een nieuw boek voorbereidt is nog niet bekend, al lijkt ook daartoe voldoende stof voorhanden te zijn.

Sinds 6 juli 1982 op de autostrade te Mechelen, aan de afrit Zuid, een Antwerps koerier die voor rekening van een wisselagent een lading goudstaven ter waarde van 30 miljoen vervoerde, werd overvallen, hield “De Kleerkast” zich stil. Zijn naam werd onmiddellijk in verband gebracht met deze spectaculaire roof, die hem naast het goud ook nog een half miljoen aan guldens, 28.000 pond sterling en 800.000 fr. deviezen opleverde. De koerier werd op de autostrade staande gehouden door twee in douane-uniformen geklede overvallers.

De “Kleerkast” en zijn medeplichtige bleken daarna van de aardbodem verdwenen te zijn. De partij goudstaven bleef de inspecteurs bij de gerechtelijke politie niettemin zwaar op de maag liggen en twee jaar onderzoek leidde er thans toe dat de “Kleerkast” in het buffet van het centraal station te Amsterdam door rechercheurs in de boeien kon worden geklonken.

Samen met Van Reeth - die zich meer dan twee jaar lang las Van Beethoven liet doorgaan - werd ook Lodewijk S., 33 jaar, uit Berchem, gegrepen. Op het criminele vlak moet Lodewijk niet veel onder doen voor de “Kleerkast” en net als deze had hij in Amsterdam een onderkomen gevonden.

Geen weerstand

Frans Van Reeth, wiens bijnaam afgeleid wordt uit zijn fysieke kracht hoewel hij nooit geweld gebruikt, leek volkomen uit zijn lood geslagen toen hij vorige dinsdag GP-commissaris Rotens en een aantal van diens Mechelse medewerkers op de nek kreeg. Amsterdamse rechercheurs staken maar al te graag een handje toe toen het tweetal, nietsvermoedend, kon worden ingerekend. Ze bleken ongewapend.

Bij een huiszoeking in het appartement van Lodewijk S. werden twee vuistwapens die toebehoren aan Van Reeth teruggevonden.

Ondergedoken

Het lijkt er op het eerste gezicht nochtans niet naar dat de “Kleerkast” zich in Nederland aan enig misdrijf zou hebben schuldig gemaakt. Na de roof in juli 1982 te Mechelen was hij samen met een blonde Antwerpse vriendin naar Amsterdam gevlucht.

Het parket te Mechelen heeft inmiddels de uitlevering van Van Reeth gevraagd. “De Kleerkast” wordt over een drietal maanden weer in ons land verwacht.

Zijn de onderzoekers er zo goed als zeker van dat ze de dader van deze overval uiteindelijk hebben te pakken gekregen, de buit is nog steeds spoorloos. Frans Van Reeth gaat algemeen door als iemand van het zwijgzame type wanneer hem naar dergelijke zaken gevraagd wordt.

Wie ook verheugd is over de aanhouding, is de Mechelse onderzoeksrechter Mw. Doom uit wiens werkkabinet in de nacht van 1 op 2 november 1982 een partij dossiers werd gestolen. Onder die bundels bevond zich ook het werkdossier over de zaak “Van Reeth-goudtransport”. Men vermoedt dat de “Kleerkast” door de inbraak in het Mechelse gerechtshof een zoveelste staaltje van vermetelheid heeft ten beste gegeven.

Om spectaculaire exploten zit hij trouwens niet verlegen. Zo rukte Van Reeth enkele jaren geleden te Lier, bij de wedersamenstelling van een inbraak, zijn boeien los, sprong in de Net en zwom naar de overkant. De rijkswacht kon hem meteen weer inrekenen.

Opvallend is ook dat de “Kleerkast” steeds slechts korte tijd in de gevangenis zat. Hij wist de situatie telkens weer in zijn voordeel te laten uitdraaien, zodat hij geïnterneerd werd. Daarna slaagde hij erin zich spoedig “genezen” te laten verklaren.

Of Van Reeth, buiten de roof op het goudtransport waarvoor voldoende bewijzen voorhanden zijn, ook nog andere overvallen op zijn actief heeft, staat nog niet vast. Zijn naam werd in verband gebracht met de “zaak-Zwarts” op de luchthaven van Zaventem, maar de Mechelse onderzoekers zegden gisteren weinig tastbare bewijzen te hebben om in deze zaak en Van Reeths betrokkenheid te geloven.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Januari 1985

De Kleerkast zit in Mechelse gevangenis

Rechercheurs van de gerechtelijke politie bij het parket van Mechelen stonden gisteren reeds in de voormiddag aan de Belgisch-Nederlandse grenspost de hen reeds vertrouwde Frans Van Reeth (48), alias “De Kleerkast”, op te wachten.

Onder strenge escorte van de speurders kwam “De Kleerkast” naar de Dijlestad waar de Mechelse onderzoeksrechters Pourteois en Hellemans een eerste “gespreksronde” met Van Reeth hadden.

Het waren slechts voorbereidende contacten want het lijdt geen twijfel dat “De Kleerkast”, die in de plaatselijke gevangenis onder een streng oog wordt gehouden, de eerstvolgende dagen nog meermaals tussen gevangenis en gerechtshof zal pendelen.

Overvallen

Frans Van Reeth wordt in ons land verdacht van een ganse reeks gewapende overvallen, die hij tot op heden ontkent. De rechercheurs hebben ook redenen te geloven dat hij het brein is achter een spectaculaire goudroof op de E10 (*) te Mechelen op 6 juli 1982. Onbekenden in rijkswachtuniform hielden toen een goudtransport ter waarde van 30 miljoen op de snelweg staande en gingen met gans de partij aan de haal.

Deze overval vertoont veel gelijkenissen met de overval op een postwagen twee jaar voordien in Zoersel. Na de Mechelse goudroof bleek Van Reeth van de aardbodem verdwenen.

Ingerekend

Mechelse GP’ers kwamen, begin dit jaar, de voortvluchtige op het spoor toen ze zijn liefje opmerkten in Antwerpen. Zij bracht de onderzoekers naar Amsterdam. Van Reeth - die in Nederland als Frank Van Beethoven leefde - werd in zuivere Chicagostijl voorgeleid toen hij zich naar het buffet van het station te Amsterdam begaf.

“Joop met de blokken”, zoals “De Kleerkast” in Nederland heette, kon snel in de boeien geklonken worden maar Antwerpenaar Walter D. die de gerechtelijke instanties al haast even graag tot een gesprek willen krijgen, bleef buiten schot.

Intussen had Van Reeth twee jaar lang een ongestoord leventje kunnen leiden in een flatgebouw in de buurt van de Amsterdamse walletjes. In de plaatselijke herbergen stond hij bekend als een graag geziene gast.

“De Kleerkast” zit overigens niet om een stunt verlegen. Een aantal van zijn gangsterbelevenissen heeft hij destijds te boek gesteld onder de titel “De helft van de tijd”. Hierin heeft Van Reeth het over zijn bewogen leven als brandkraker.

Onmiddellijk na zijn aanhouding in Amsterdam vroeg de Belgische justitie de uitlevering van de Antwerpenaar. Ook al konden er geen klare bewijzen worden voorgelegd van de schuld van de verdachte, ging het Nederlandse gerecht uiteindelijk op het Belgisch verzoek in wegens de vele elementen in een voor Van Reeth uiterst bezwarend dossier.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 September 1985

(*) Nu E19

Het aantal doden bij overvallen:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/doden_10.png

Noten:

  • Voor de jaren 1977-1979 heb ik geen cijfers.

  • Voor het jaar 1985 had ik ook geen cijfer. Daar heb ik dit proberen te reconstrueren. Het omvat op dit moment de 16 doden van de Bende van Nijvel, de dood van geldkoerier Willy Pans in Waver en de dood van een juwelier in Jumet.

  • Bij de 8 doden in 1986 zijn ook de drie gangsters meegeteld die toen gestorven zijn tijdens overvallen.

(...) Voorts raakte bekend dat het grootste aantal hold-ups [in 1984] in Brussel werd gepleegd, gevolgd door de provincie Luik, Henegouwen en Antwerpen. In december werd een piek bereikt.

Doorgaans werden de hold-ups door twee personen gepleegd, gewapend met pistolen of revolvers en gebruik makend van gestolen auto's. De politiediensten hebben 111 daders aangehouden, onder wie 107 mannen en 4 vrouwen. Van de gearresteerden was 57% van Belgische nationaliteit. Een andere vaststelling is dat het geweld in het algemeen is toegenomen. Er vielen vier doden te betreuren en dat was ook al zo in 1983. In 1982 waren er 2 doden, in 1981 één dode en in 1980 eveneens één dode.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Januari 1985

Nog twee interessante grafieken (cijfers komen uit de jaarrapporten van de rijkswacht):

Aantal autodiefstallen:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/aantal10.png

Aantal hold-ups:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/aantal11.png

1985 was het jaar met de meeste hold-ups uit de Belgische geschiedenis.

3,764

(12 replies, posted in Politiek & Business)

finn wrote:

Hoe komt een madame van een zakenman aan contactgegevens van moordenaars?

Het is via een privé-detective, Herman Van Herzele, gelopen. Het was hoogstwaarschijnlijk ook Herman Van Herzele die Clementine Leclerc aanraadde om haar man te laten vermoorden. Zie het uitgebreide verhaal » Forum

3,765

(2 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Slachtoffer: Alfred Vlassenroot (65), industrieel en eigenaar van het bedrijf “Ateliers Vlassenroot PVBA” in Groot-Bijgaarden.

  • Wat? Die avond keert Vlassenroot terug van een etentje in een restaurant in Knokke met zijn wettige vrouw, Clémentine Vlassenroot. Wanneer hij bijna thuis is, wordt hij klemgereden door een auto en hij wordt onmiddellijk doodgeschoten met een riot gun. Er werd vanop korte afstand geschoten, dwars door het ruitje naast het slachtoffer.

  • Wanneer? 10 Januari 1986, omstreeks 21u55.

  • Waar? De de Perckestraat in Ukkel, aan de grens met de gemeente Linkebeek » Google Maps

  • Waarom? Clémentine Leclerc wilde de erfenis van Alfred Vlassenroot veilig stellen. De moord heeft dus niets te maken met de Bende van Nijvel of de moord op Juan Mendez, drie dagen eerder.

  • Status: Opgelost

Daders:

Er waren vier mensen betrokken bij het complot om Alfred Vlassenroot te vermoorden.

  • Clémentine Vlassenroot / Leclerc (75). Zij was de opdrachtgeefster voor de moord maar was hoogstwaarschijnlijk aangestoken door Van Herzele. Ze werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf.

  • Herman Van Herzele (44), brandweerman en eigenaar van het privé-detectivebureau Le Renard in Elsene. Hij kreeg een een half miljoen fr. voor de moord. Hij was de organisator en degene die mannen zocht om de moord te plegen. Hij heeft altijd zijn onschuld staande gehouden maar werd veroordeeld tot de doodstraf (omgezet in levenslang).

  • Luc Van Hollenbeke (25), een brandweerman die ook werkte in het bureau van Van Herzele. Hij kreeg 480.000 fr. voor de moord. Hij was degene die met de riot gun Vlassenroot doodschoot. Hij werd veroordeeld tot 20 jaar dwangarbeid.

  • Jarcques Swaelens (24), een te Schaarbeek wonende Rwandees. Hij kreeg 20.000 fr. Voor de moord. Hij zat achter het stuur van de auto waarmee Vlassenroot werd klemgereden. Hij kreeg elf jaar gevangenisstraf voor zijn aandeel in de moord.

Er was ook sprake van een derde man die aanwezig was tijdens de moord. Hij zat achter het stuur van een witte auto. De moordenaars hebben de naam van die man nooit willen noemen en hij werd nooit gevonden. Het is dus nooit bewezen kunnen worden dat er effectief een derde man aanwezig was tijdens de moord.

Industrieel doodgeschoten in zijn Mercedes te Ukkel

De 65-jarige Alfred Vlassenroot, industrieel, wonende Bremlaan nr. 3 te Sint-Genesius-Rode, werd woensdagavond omstreeks 21u55 vermoord aangetroffen aan het stuur van zijn Mercedes in de wat verder gelegen De Perckstraat te Ukkel. Zoals uit de eerste vaststellingen blijkt, werd hij door vier schoten uit een riot gun of een jachtgeweer kaliber 12, gedood. Er werd vanop korte afstand geschoten dwars door het ruitje naast het slachtoffer.

Doordat de Mercedes van de industrieel sporen van aanrijding vertoont, wordt gedacht aan een afrekening na een botsing met een andere wagen. Het gaat alleszins niet om een roofmoord. Een portefeuille met een aanzienlijke soms geld werd nog in het bezit van het slachtoffer teruggevonden.

Het is echter niet helemaal uitgesloten dat de drijfveer van de moord verband houdt met de beroepsactiviteiten van de industrieel. Hij stond aan het hoofd van een firma, gespecialiseerd in bewaking van non-ferro-metalen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Januari 1986

Industrieel uit Rode vermoord te Ukkel

Terwijl het parket van Nijvel moet toegeven dat het momenteel geen enkel precies spoor volgt in de moord op Juan Mendez, een van de FN-topmannen, die dinsdag 7 januari te Rosières (Waals-Brabant) in zijn auto werd doodgeschoten, zijn Brusselse speurders minder pessimistisch. Ze zijn geconfronteerd met een bijna identieke moord op de 65-jarige industrieel Alfred Vlassenroot, die woensdagavond even voor tien uur, te Ukkel in zijn auto werd neergeknield. En dan nog met een riot gun.

In Brusselse politiekringen gelooft men niet dat de twee moorden enig verband hebben, al is het zo dat zowel bij Juan Mendez als bij Alfred Vlassenroot niets werd gestolen, niettegenstaande beiden veel geld op zak hadden. Voor de moord op Alfred Vlassenroot, die te Jette werd geboren en te Groot-Bijgaarden administrateur directeur-generaal was van een groot bedrijf in de metaalsector, dat hij een kwarteeuw geleden had opgericht, sluit de recherche te Brussel een passioneel motief zeker niet uit.

Het slachtoffer woonde in Sint-Genesius-Rode samen met een vriendin en zijn vrouw verbleef te Sint-Pieters-Woluwe. Die echtgenote had nog geregelde contacten met haar man en ze kwam ook nog vaak naar het bedrijf te Groot-Bijgaarden. Een schoonzoon van het echtpaar, die te Ukkel woont, is overigens bij “Ateliers Vlassenroot PVBA” te Groot-Bijgaarden tewerkgesteld.

De relatiekring van Alfred Vlassenroot is echter zo groot dat de “afdeling misdaad” van de Brusselse gerechtelijke politie veel werk op de plank heeft om alles na te trekken. Alfred Vlassenroot was ook goed bekend in de mondaine kringen te Knokke, wat niet hoeft te verbazen aangezien hij zeer rijk was.

Opgewacht

Het lijkt er op dat Vlassenroot door zijn moordenaar(s) werd opgewacht. De directeur-generaal hield er welbepaalde gewoonten op na. Zo ging hij elke woensdagavond (dus ook de avond van de moord) eten met zijn gewezen echtgenote in een bekend restaurant in de streek. Toen hij werd neergeschoten kwam hij terug van dat restaurant en hij reed, gewoontegetrouw, altijd met zijn Mercedes langs dezelfde weg terug naar huis. Dat moeten zijn belagers goed geweten hebben. In de Perckestraat te Ukkel, niet ver van het voetbalveld van Ukkel-Verrewinkel, aan de grens met de gemeente Linkebeek, liep Alfred Vlassenroot in de valstrik.

In die verlaten buurt werd de Mercedes van de industrieel uit Rode plots langs rechts voorbijgestoken door een andere auto, die bruusk rechtsomkeer maakte en de doorgang versperde. Alfred Vlassenroot stopte, doch kreeg niet de minste kans zich te verdedigen.

Een onbekende vuurde vier keer met zijn riot gun door het raampje langs de kant van de chauffeur. De industrieel stortte ineen op het stuur van zijn Mercedes.

Vermoedelijk heeft de Brusselse onderzoeksrechter Françoise Cudell, dochter van de burgemeester van Sint-Joost, reeds de echtgenote van het slachtoffer verhoord, want mogelijk is zij de laatste persoon, behoudens de moordenaar, die Alfred Vlassenroot nog levend heeft gezien. Na het wekelijkse dineetje van woensdagavond reden zij elk met hun eigen wagen naar hun woonplaats terug.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Januari 1986

Vrouw van vermoorde Brusselse industrieel aangehouden

Samen met de gerechtelijke brigade van de Ukkelse politie heeft de gerechtelijke politie van Brussel een spoor gevonden dat naar de moordenaar(s) van de 65-jarige Brusselse industrieel Alfred Vlassenroot leidt.

Twee verdachten, de wel tien jaar oudere wettige vrouw van het slachtoffer en een privédetective uit het Brusselse werden opgepakt. Ze werden vrijdag door onderzoeksrechter Mw. Françoise Cudell onder aanhoudingsmandaat geplaatst.

Restaurant

Alfred Vlassenroot werd woensdagavond 15 januari, even voor 10u, te Ukkel, op 500 meter van zijn woning, in zijn Mercedes 500 neergekogeld met een riot gun.

De schatrijke industrieel had te Groot-Bijgaarden een groot bedrijf in de metaalsector. Vlassenroot woonde in Ukkel samen met een vriendin, zijn echtgenote in Woluwe. Deze laatste, Clementine Vlassenroot, had nog heel wat belangen in het bedrijf te Groot-Bijgaarden waar ze overigens nog veel werd gezien.

Het slachtoffer had de loffelijke gewoonte elke woensdagavond met zijn wettige vrouw, ofschoon ze gescheiden leefden, te gaan dineren in een restaurant te Knokke. Telkenmale bracht hij nadien zijn vrouw met zijn Mercedes naar haar woning te Woluwe waarna hij dan naar huis reed te Ukkel.

Woensdagavond 15 januari was hij met zijn vrouw gaan avondmalen te Knokke en hij zette Clementine af aan haar woonst te Woluwe. Van daar reed hij steeds langs dezelfde weg naar Ukkel. Op 500 meter van zijn verblijf werd hij in een donkere en verlaten buurt plus langs rechts door een andere automobilist ingehaald.

Kennissenkring

De onbekende chauffeur zwenkte bruusk naar links, maakte rechtsomkeer en kwam zo weer ter hoogte van Vlassenroot. Die stopte, doch de onbekende vuurde vier keer met een riot gun door het raampje van de Mercedes, langs de kan van de bestuurder. Alfred Vlassenroot was op slag dood.


De gerechtelijke politie van Brussel en de gerechtelijke brigade van Ukkel hadden het aanvankelijk niet gemakkelijk om een spoor te vinden. Overigens was de kennissenkring van Alfred Vlassenroot bijzonder groot. Uit het onderzoek zou blijken dat Clementine Vlassenroot redenen had om haar man uit de weg te ruimen en daartoe ook besloten had.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Februari 1986

Industrieel uit Rode werd vermoord door huurdoders

Na een uitgebreid onderzoek van de gerechtelijke politie van Brussel en van de gerechtelijke brigade van de Ukkelse gemeentepolitie is de moord op Alfred Vlassenroot, de 65-jarige industrieel uit Sint-Genesius-Rode die op 15 januari in zijn wagen in de Perckstraat te Ukkel werd doodgeschoten, opgehelderd en zitten de vier verantwoordelijken achter slot en grendel.

Aanvankelijk gingen de speurders ervan uit dat het hier om een afrekening ging, maar na enige tijd zou blijken dat de man in opdracht van zijn vrouw uit de weg werd geruimd. Clementine Leclerc (77) leefde gescheiden van haar man op de Tervurenselaan te Sint-Pieters-Woluwe.

Het was Mw. Leclerc enkel om de erfenis te doen. Daartoe nam zij contact op met de baas van het privé detectivebureau “Le Renard” aan de Kapitein Crespelstraat te Elsene. Het betreft zekere Van Herzele (41), wonende Leeuwerikenlaan te Grimbergen. De man heeft los van zijn speurdersbestaan een baan als brandweerman bij de Brusselse agglomeratie. Mw. Leclerc bood hem één miljoen aan om haar man te laten vermoorden.

Het “karwij” werd geklaard door een detective van het bureau, Luc Van Hollenbeke (22), wonende Maarschalk Fochstraat te Schaarbeek, die geholpen werd door Jarcques Swaelens, een te Schaarbeek wonende Rwandees. Van Hollebeke streek 480.000 fr. op, Swaelens 20.000 fr. en Van Herzele een half miljoen.

Op 15 januari ’s avonds wachtten Van Hollebeke en Swaelens in een huurauto in de Perckestaat. Na een aanrijding sneden zij de wagen van de h. Vlassenroot de doorgang af en schoten de industrieel dood met een riot gun. Aan de hand van de op de plaats van de aanrijding gevonden scherven konden de speurders de daders identificeren. Het bleek immers dat de moordenaars zich verplaatsten met een Mitsubishi Lancer van het jaar 1976, waarvan er op dit ogenblik in België nog 3.200 in het verkeer zijn. Uiteindelijk werd de Japanse auto aangetroffen in een garage te Schaarbeek. Hij was gehuurd door Luc Van Hollebeke.

Clémentine Leclerc, Luc Van Hollebeke en Jacques Swaelens werden vrijdag aangehouden en legden bekentenissen af. Daags nadien werd Van Herzele opgepakt, maar hij loochent elke betrokkenheid bij de moord.

Clémentine Leclerc, Luc Van Hollebeke en Jacques Swaelens werden vrijdag aangehouden en legden bekentenissen af. Daags nadien werd Van Herzele opgepakt, maar hij loochent elke betrokkenheid bij de moord.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Februari 1986

Vierde arrestatie na moord op industrieel te Ukkel

Naar aanleiding van de moord op de 65-jarige industrieel Alfred Vlassenroot te Ukkel op 15 januari 1986, werd een vierde verdachte aangehouden in Brussel. Het is een 33-jarige man uit Dilbeek.

In deze zaak waren reeds drie andere personen gearresteerd, namelijk de 73-jarige vrouw van het slachtoffer, die in Sint-Pieters-Woluwe woont, een 23-jarige man uit Schaarbeek en een eveneens 23-jarige man uit Grimbergen.

Even voor tien uur, die avond van 15 januari 1986, werd Alfred Vlassenroot met een riot gun neergeschoten. Hij kwam terug van een restaurant waar hij regelmatig heen ging. Gewoontegetrouw reed hij altijd langs dezelfde weg met zijn Mercedes terug naar huis in Sint-Genesius-Rode. Daar woonde de industrieel die te Groot-Bijgaarden de “Ateliers Vlassenroot PVBA” had opgericht, samen met een jongere vriendin. Zijn echtgenote verbleef te Sint-Pieters-Woluwe.

Zijn belagers moeten goed geweten hebben dat hij langs een doodverklaren weg naar huis reed. In de Perckstraat te Ukkel, niet ver van het voetbalveld van Ukkel-Verrewinekl, aan de grens met de gemeente Linkebeek, liep Alfred Vlassenroot in de val.

Daar werd de Mercedes van de industrieel langs rechts voorbijgestoken door een andere auto, die plots rechtsomkeer maakte en de doorgang in het smalle straatje versperde. Alfred Vlassenroot, van geen kwaad bewust, stopte, maar kreeg dadelijk de volle lading. Een onbekende vuurde vier keer met zijn riot gun door het raampje langs de kant van de industrieel. Alfred Vlassenroot was dood.

Het onderzoek liep aanvankelijk niet van een leien dakje, maar er kwam schot in toen de aanrijdende wagen werd teruggevonden. De politie achterhaalde aan wie de auto toebehoorde en er volgden arrestaties. De vouw van Alfred Vlassenroot, Clementine Leclerc, werd opgepakt en bekende. Ze had haar man uit de weg doen ruimen om zijn erfenis te kunnen opstrijken. Daarvoor had ze circa 1 miljoen fr. betaald aan de doders.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 November 1987

Plots een derde man in zaak-Vlassenroot

Maandag begon voor het assisenhof van Brabant de zaak Vlassenroot. De 74-jarige Clémentine Leclerc wordt beschuldigd van aanstichting tot moord op haar 65-jarige echtgenoot, Alfred Vlassenroot. De industrieel werd dood aangetroffen achter het stuur van zijn auto. Hij werd geveld door schoten met een riot gun.

Haar medeplichtigen zijn drie privé-detectives: de 44-jarige Herman Van Herzele, die ontkent als tussenpersoon te zijn opgetreden tussen Leclerc en zijn twee werknemers, die de moord op 15 januari 1986 zouden gepleegd hebben, met name de 25-jarige Luc Van Hollebeke en de 24-jarige Jacques Swaelens. Maandag kwamen de twee uitvoerders plots vertellen dat er nog een “derde man” betrokken was.

Leclerc vertelde tijdens haar ondervraging dat haar echtgenoot een verhouding had, en dat zij op aanraden van haar advocaat wachtte om te scheiden. De voorzitter merkte op dat ze in eerdere verklaringen zei niet van plan te zijn geweest te scheiden omwille van de gemeenschappelijke belangen die zij en haar man hadden in de “SPRL Ateliers Vlassenroot”.

Leclerc is ervan overtuigd dat Vlassenroot veel geld uit het bedrijf ontvreemdde, “voor zijn avontuurtjes, denk ik”. Vlassenroot woonde samen met zijn vriendin Jacqueline, bij wie hij twee kinderen had, en bezat ook een appartement in Knokke.

“Maar u kreeg wel geld van uw man”, vroeg de voorzitter. “Ja, 35.000 fr. per week voor mijn persoonlijke uitgaven”. Daarmee kocht ze schoenen en kleren, met de rest kon ze “niet meer dan een miljoen per jaar” opzij zetten.

Haar appartement in Sint-Pieters-Woluwe en alle andere kosten werden ook door haar man betaald. Meestal gaf ze dat spaargeld aan haar dochter, behalve in 1985, waardoor ze geld beschikbaar had voor de doders van haar man. Leclerc zegt dat ze vreesde dat Vlassenroot de kinderen die hij met zijn bijzit had zou bevoordelen ten nadele van haar dochter en kleinkinderen.

Mislukte wielrenner

Dan komt Herman Herzele aan de beurt, die beroepsrenner wou worden maar te jong trouwde. Als amateur valt met wielrennerij niet veel te verdienen en hij wordt brandweerman en start tevens een bureau als privé-detective. Hij was twee keer getrouwd en leeft nu samen met een derde vrouw.

Luc Van Hollebeke heeft nauwelijks gestudeerd en kwam na een aantal omwegen bij Van Herzele terecht waar hij ongeveer 30.000 fr. per maand verdiende. Jacques Swaelens zat op school tot zijn zestiende en deed voor het detectivebureau hetzelfde werk als de twee anderen: informatie verzamelen over overspel, maar ook afluisteren van telefoongesprekken via apparatuur die door Van Herzele geplaatst werd.

Leclerc wordt dan over de feiten ondervraagd: ze herhaalde dat ze enkel met Van Herzele contact had, die haar informeerde over de waarde van het appartement dat haar echtgenoot in Knokke bezat, en waar hij geregeld met zijn vriendin verbleef.

De twee andere beklaagden zag ze voor het eerst na hun arrestatie. Voor het “andere” zou ze anderhalf miljoen moeten neertellen. “Ik heb toen enkel gezegd dat ik maar een miljoen had, wat door Van Herzele gretig aanvaard werd, zeggende dat hij het andere halve miljoen later wel zou krijgen”.

“Dat was om hem te doen verdwijnen?”, vroeg de voorzitter, “ja” antwoordde beklaagde.

De derde man

Van Hollebeke en Swaelens maken voor het eerst allusie op de aanwezigheid van een derde man, de avond van de feiten. Het zou gaan om iemand die niet op de hoogte was van de moordplannen van de twee kompanen en dacht dat het om een onderzoek ging voor overspel. Die derde zou de twee op de hoogte gebracht hebben van de thuiskomst van Vlassenroot. De twee willen echter niet zeggen wie die derde Manis.

De voorzitter probeert er achter te komen waarom Van Hollebeke tijdens het onderzoek Van Herzele eerste beschuldigde, dan vrijpleitte. Die zegt dat hij dat deed op herhaalde vraag van Van Herzele.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Februari 1989

Leclerc contacteerde ook een Fransman

Voor ze Herman Van Herzele inhuurde om haar man Alfred Vlassenroot te vermoorden had Clementine Leclerc een Franse privé-detective gecontacteerd om de moord te plegen, zo getuigde gisteren onderzoeksrechter Françoise Cudell voor het Assisenhof van Brabant. Het plan werd niet uitgevoerd omdat de Fransman bij een verkeersongeval om het leven kwam.

De onderzoeksrechter getuigde verder dat familieleden van Vlassenroot haar vertelden dat daags na de dood van Vlassenroot reeds een privé-detective Leclerc kwam opzoeken. Volgens getuige was er een overeenkomst tussen Leclerc en het detective-agentschap van Van Herzele betreffende een onderzoek naar de waarde van twee eigendommen van Vlassenroot.

Tijdens de ondervragingen heeft Van Herzele dit ontkend. Hij beweerde dat hij Leclerc pas kende na een telefoontje van haar daags na de feiten. Ze zou hem toen gevraagd hebben eens langs te komen in Vlassenroots bedrijf.

Leclerc heeft een andere versie. Zij beweert dat Van Herzele haar voordien liet verstaan dat hij speciale opdrachten aanvaardde en in zijn team mensen had die in de gevangenis gezeten hadden. Van het ene woord zou het andere gekomen zijn en zou, steeds volgens Leclerc, sprake geweest zijn van de fysische uitschakeling van Alfred Vlassenroot.

Een lid van de gerechtelijke politie, die tijdens de namiddagzitting getuigde, zei Clementine Leclerc in kennis stelde van de dood van haar man enkel: “Dat is vervelend voor de zaak”. De politieman vond dit schikkend, maar acteerde het toch niet in zijn verslag.

Aan dezelfde getuige zei Leclerc tijdens het verdere onderzoek dat ze niet wilde scheiden van Vlassenroot omwille van haar belangen in het bedrijf. Maandag verklaarde Leclerc echter dat ze kost wat kost had willen scheiden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Februari 1989

Vrouw Vlassenroot wou feesten: “We zijn uit de problemen”

De dochter en de schoonzoon waren in hun getuigenis niet mals voor hoofdverdachte Clémentine Leclerc (74), die voor het Hof van Assisen van Brabant terechtstaat voor de moord op haar echtgenoot Alfred Vlassenroot. Ze deed dat samen met brandweerman en privé-detective Herman Van Herzele (44), en de twee rechtstreekse uitvoerders van de moord, privé-detectives Luc Van Hollebeke (25, de man die Vlassenroot met een riotgun neerschoot) en Jacques Swaelens (24). Leclerc zei op de dag van de begrafenis: “We zijn uit de problemen.” Ze wou zelfs een feestje organiseren.

Anne-Louise Vlassenroot verscheen voor het hof. Ze spaarde haar moeder niet. Ze vertelde dat ze werd opgevoed door haar grootouders. Tot ze 17 was gingen haar ouders ook alleen met vakantie. Haar moeder bekommerde zich nauwelijks om haar kleinkinderen, haar vader had er iets meer tijd voor over en “speelde hem hen wanneer we bij hem op bezoek waren”.

Geld

Het geld dat Leclerc zogenaamd aan haar dochter gaf was haar enkel “toevertrouwd”: Anne-Louise zette het voor haar moeder op een Zwitserse bankrekening, want “mijn moeder gaf nooit geschenken”.

Leclerc werkte tot 1970 mee in het bedrijf, later ging ze er enkel om in de vergaderzaal te lezen of piano te spelen. Rond het tijdstip waarop Lerclerc ophield in het bedrijf te werken leerde Vlassenroot Jacqueline kennen - met wie hij later ging samenleven - en werd Anne-Louise’s eerste kind geboren.

Getuige verdacht haar moeder meteen: “Er was geen andere mogelijkheid, mijn vader had geen vijanden”. Nochtans had ze de dreigementen van haar moeder nooit ernstig genomen, omdat ze steeds werden geuit tijdens uitbarstingen van jaloezie of woede.

Sjofele kerels

De dag na de feiten was ze op het bedrijf getuige van het bezoek dat Herman Van Herzele aan haar moeder bracht. Een bezoek dat Anne-Louise verbaasde: “Mijn moeder had niet de gewoonte bezoek te krijgen op het bedrijf, zeker niet van dat soort sjofele kerels”.

Van Herzele en Leclerc hadden een gesprek dat niet langer dan vijf minuten duurde, maar wachtten wel tot Anne-Louise uit de buurt was.

Over een mogelijke scheiding tussen haar ouders had haar moeder nooit gesproken. Haar vader wel, maar die scheidde niet, omdat hij dan het bedrijf had moeten verkopen. Vlassenroot had het nooit over bedreigingen, maar was wel bang geworden nadat in 1986 zijn wagen gestolen werd.

Anne-Louise Vlassenroot’s echtgenoot voegde daaraan toe dat Leclerc tijdens haar huwelijk toch weleen onderdanige echtgenote was, die de beslissingen aan haar man overliet, en hem bijvoorbeeld altijd de vakantie liet kiezen, of het menu in restaurants. Vlassenroot behandelde zijn vrouw ook altijd met respect, ook tijdens de ergste crisissen, “zelfs wanneer hij het gevoel had in een wespennest te zitten”.

De dag na de feiten maakte Leclerc tegenover haar schoonzoon een aantal opmerkingen die hem schokten: toen hij zijn medeleven betuigde zei Leclerc: “Laat me niet lachen”, en dat er al genoeg vervelende zaken waren gebeurd. En op de dag van de begrafenis zei ze: “We zijn uit de problemen”, en stelde zelfs voor een feestje te houden.

Jacqueline, 46 jaar en vriendin van Alfred Vlassenroot, vertelde dat ze elkaar in 1968 of 1969 voor het eerst ontmoetten en in 1970 gingen samenwonen. Ze beschreef Vlassenroot als “een vechter, een moedige en energieke man” die ze “bewonderde”, voor haar is dat de basis van liefde. De twee hadden samen twee kinderen, hadden geen vrienden en geen mondaine activiteiten, want elkaars gezelschap volstond.

Wat de wekelijkse ontmoetingen van Vlassenroot met zijn echtgenote betreft, zei Jacqueline dat zij ze “noodgedwongen aanvaardde”, maar vermeed erover te praten omdat dat steevast tot ruzies aanleiding gaf. Vlassenroot deed zijn plicht tegenover zijn gezien, zoals het een echtgenoot betaamt”.

Over een eventuele scheiding zegt ze dat ze in 1973 op heterdaad betrapt werden op overspel, maar daar later nooit meer wat van hoorden. Vlassenroot wilde geen scheiding: “Dat was voor hem ondenkbaar, daarvoor zou het bedrijf in twee worden gehakt, en dat bedrijs was zijn hele leven, dat had hij met eigen handen uit de grond gestampt”.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Februari 1989

Vlassenroot wa een beste baas, zijn vrouw een stug mens

Donderdag werd voor het hof van Assisen van Brabant het defilé van getuigen voortgezet. Vier personen staan er terecht wegens de moord op de 65-jarige Alfred Vlassenroot. Deze werd met een riot gun afgemaakt toen hij huiswaarts keerde naar de woning waar hij reeds zestien jaar met zijn vriendin Jacqueline en hun twee kinderen samenwoonde. Naast zijn 74-jarige vrouw, Clémentine Leclerc, verdacht van het geven van de opdracht tot het doden van haar man, staan ook de 44-jarige Herman Van Herzele, de 25-jarige Luc Van Hollebeke en de 24-jarige Jacques Swaelens terecht.

Donderdagmorgen doet het anekdotische ter zitting zijn intrede als de voormalige vriendin van beklaagde Van Hollebeke, Liliane, komt getuigen. Als de voorzitter een vraag stelt die belangrijk is voor de debatten, zegt Liliane: “moet ik U de waarheid zeggen?” “Natuurlijk”, antwoordt de voorzitter die haar op haar eed wijst.

De meeste andere getuigen zijn familieleden of bedienden van Alfred Vlassenroot. Allen beschrijven hem als een heel goede baas. Een der bedienden zegt over hem: “Hij was de baas die elke beginneling zich zou wensen. Hij was zeer menselijk en gaf eenieder de kans zich in zijn job waar te maken.”

Veel minder gunstig spreken de getuigen zich over Clémentine Leclerc uit. Ze is een eerder stugge, afstandelijke en kregelige vrouw, zeggen ze.

Piano spelen

Over haar bedrijvigheid op de zaak zijn ze kort. Als ze zich voor haar echtscheiding met haar dochter Anne-Louise met de facturatie bezig hield, dan was dat na de scheiding al veel minder het geval. Volgens de personeelsleden deed ze niets meer dan piano spelen in de raadszaal. Clémentine Vlassenroot zelf verklapte ooit eens aan een der getuigen dat ze naar de fabriek kwam om er een zekere orde te handhaven. Dat kwam er op neer dat ze wilde verhinderen dat de vriendin van Vlassenroot er over de vloer kwam.

De dag na de feiten zag een der getuigen trouwens een man de raadszaal betreden waar Clémentine Vlassenroot vertoefde. Anne-Louise, dochter van het slachtoffer, en haar man waren nogal ongerust over dit bezoek en raadpleegden een telefoongids. Ze lazen erin dat de man die zich aanbood, en die zich als Van Herzele voorstelde, een privé-detective van het agentschap “Le Renard” was.

Alle getuigen weten niets dan goed te vertellen van beschuldigde Herman Van Herzele. Het zijn wel allemaal familieleden. Geen van hen zegt Van Herzele tot zoiets in staat te zien. Twee uitzonderingen nochtans, met name Van Herzeles twee gewezen echtgenotes.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Februari 1989

Getuige barst in tranen uit

Voor het hof van assisen van Brabant, waar vier personen terechtstaan voor moord, werden vrijdag nog twee getuigen gehoord. De beschuldigden zijn de 74-jarige Clémentine Leclerc die de opdracht gaf en betaalde voor de moord op haar man, de 65-jarige bedrijfsleider Alfred Vlassenroot, de 44-jarige brandweerman Herman Van Herzele die tevens het beroep uitoefent van privé-detective, de 25-jarige Luc Van Hollebeke en de 24-jarige Jacques Swaelens, beiden eveneens privé-detectives. Drie beschuldigden wijzen Van Herzele aan als de man die achter het plan van de moord zat. Hij ontkent dit evenwel.

Vrijdag verscheen in de getuigenbank een bevriend echtpaar van Van Herzele. De getuigenverklaring van de vrouw, Geneviève, werd onderbroken door lange stiltes die voor velerlei interpretaties vatbaar waren. De getuige verklaarde dat Hermen Van Herzele niet bij de zaak betrokken was. Anderzijds zei ze ook dat Van Herzele, “lang voor het ongeval” nog voor mevrouw Leclerc had gewerkt. Volgens haar moest hij uitmaken of Vlassenroot een relatie had met een andere vrouw.

Mevrouw Leclerc van haar kant ontkende dit en zei volle weet te hebben gehad van de relatie. Het enige wat zij wou weten was de waarde van het appartement in Knokke. Het gaat hier om een appartement dat haar man voor zijn vriendin Jacqueline had gekocht. Met Jacqueline leefde hij 16 jaar samen; hij had bij haar twee kinderen. Mevrouw Leclerc en Van Herzele hadden hierover, de dag na de feiten, een gesprek.

Stiltes

Tijdens het getuigenverhoor waren de stiltes van Geneviève zo opmerkelijk dat zelfs de advocaat van de verdediging van Van Herzele aandrong op antwoord. Herman Van Herzele stond op een bepaald ogenblik recht om te zeggen: “Ik geloof dat de getuige buiten zichzelf is.” Hij werd evenwel door de voorzitter van de rechtbank tot de orde geroepen, de getuige was ondertussen in tranen uitgebarsten. Ze zal later nog eens gehoord worden.

De man van Geneviève, Roland, is een 34-jarige rijkswachter die als mecanicien werkt bij de rijkswachtschool. Zijn verklaringen waren duidelijker en meer coherent. Hij zei evenwel dat met Van Herzele vrijwel niet over de feiten werd gesproken. De voorzitter van de rechtbank merkte op dat ook deze getuige niet erg spraakzaam was.

Ook familieleden van twee beklaagden, Luc Van Hollebeke en Jacques Swaelens, werden verhoord. Ze lieten zich lovend uit over de beschuldigden. Brandweercommandant Hugo Van Gompel van zijn kant was ook positief over brandweerman Van Herzele.

Uit het verhoor van Geneviève, vrijdag tijdens de middagpauze door leden van de gerechtelijke politie, blijkt dat de vrouw momenteel om andere redenen in een depressieve toestand verkeert en dat haar huidige gezondheidstoestand haar niet in staat stelt om geconfronteerd te worden met een situatie zoals vrijdagmorgen voor het hof van assisen van Brabant. Van de voorzitter mocht zij dan het gerechtsgebouw verlaten.

Voor het hof van Assisen werden dan nog de directeur van de gevangenis gehoord en een sociale werkster van de gevangenis, dit op verzoek van de verdediging van Van Hollebeke. Zij verklaarden dat Van Hollebeke in de gevangenis een certificaat van lager onderwijs had behaald.

Dochter

De 16-jarige Jessica, dochter van Alfred Vlassenroot en van Jacqueline, zei dat haar vader zeer liefdevol was voor haar en voor haar broer, dat haar ouders veel van elkaar hielden, dat de verstandhouding goed was en dat zij thuis nooit haatdragende woorden had gehoord aan het adres van mevrouw Leclerc.

Vrijdagnamiddag kwamen nog verscheidene getuigen verklaren dat Alfred Vlassenroot een buitengewoon iemand was “van wie je wel moest houden”. Volgens een getuige voelde Vlassenroot voor mevrouw Leclerc soms medelijden en soms irritatie. Volgens deze getuige was Alfred Vlassenroot toen hij met Jacqueline was gaan samenwonen helemaal veranderd: “Hij was als het ware tot leven gekomen”.

Een vrouw die Clémentine Leclerc in de jaren ’30 op school had gekend verklaarde over haar dat zij “speciaal was en weinig spraakzaam”. Zij had haar teruggezien na veertig jaar en vond haar nog steeds even antipathiek en weinig sociaal.

Volgende zitting maandagmorgen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Februari 1989

Verdediging wil derde man kennen

In de zaak Vlassenroot heeft maandag op het einde van de zitting de verdediging gevraagd het verder verloop van het proces uit te stellen. De advocaten willen dat eerst getracht wordt te achterhalen wie de derde man is over wie de beklaagden Van Hollebeke en Swaelens het hadden en over wie ook enkele getuigen spraken.

De getuigen zagen een man in een witte auto op de plaats waar industrieel Vlassenroot werd doodgeschoten. Andere getuigen zagen zo’n witte auto voor de feiten op de parking van het bedrijf Vlassenroot. Vandaag zal voorzitter Wezel een beslissing nemen betreffende de vraag van de verdediging.

Bij het begin van de zitting maandag werden de laatste moraliteitsgetuigen gehoord. Dat waren o.a. collega’s van Herman Van Herzele, een tante van Jacques Swaelens en drie vrouwen die ooit met Clementine Leclerc samenwerkten, lang voor ze met Vlassenroot huwde. Alleen waren vol lof over de beklaagden. De drie vrouwen getuigden dat Leclerc een uitstekend collega was, een charmante vrouw die met iedereen goede relaties had.

Vervolgens getuigden de psychiaters Crochelet, Delattre en Dumont dat alle beklaagden hun daden kunnen beheersen en geen gevaar voor de maatschappij betekenen. Clémentine Leclerc beschreven ze als een rigide persoonlijkheid met zekere affectieve koude en paranoïde trekken. Deze gevoelsarmoede wordt verklaard door haar voorbije leven: eerst het meisjespensionaat, dan haar huwelijksleven dat haar verbitterde omdat haar activiteit in het bedrijf minder intens werd en omdat Vlassenroot haar bedroog.

Van Herzele werd door de psychiaters beschreven als iemand die het oordeel van anderen wantrouwt en die zichzelf in de kijker werkt. Luc Van Hollebeke is volgens getuigen op affectief vlak niet rijp. Hij vroeg de psychiaters hem te helpen, omdat hij verbaasd was over zijn gebrek aan wroeging en schuldgevoel. Van Jacques Swaelens sluiten de psychiaters niet uit dat hij in een min of meer nabije toekomst geestesziek kan worden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Februari 1989

Burgerlijke partijen pakken Van Herzele aan

Voor het assisenhof van Brabant waren dinsdag de advocaten van de burgerlijke partijen aan het woord. Marc Preumont en Philippe De Page pleitten voor Anne-Louise Vlassenroot, dochter van het slachtoffer, maar ook van beschuldigde Clémence Leclerc.

Meester Preumont pakte daarbij vooral Herman Van Herzele hard aan en onderstreepte dat hij alles in het werk zou stellen om te beletten dat “deze man nog 12 bijkomende slachtoffers zou maken”, zijnde de leden van de jury, die zich wel eens door de strategie van beklaagde zouden kunnen laten misleiden.

Voor meester Preumont aan het woord kwam, verwierp het hof een verzoek van Van Herzeles verdediging om het proces tijdelijk te schorsen. Het verzoek steunde op het onderzoek naar de “derde man”, die voorkomt in de verklaringen van Van Hollebeke en Swaelen en die door sommige getuigen op de dag van de feiten werd opgemerkt aan boord van een witte auto.

Daarna kwamen nog twee advocaten van de burgerlijke partijen aan het woord voor de twee kinderen die Alfred Vlassenroot heeft gehad met zijn vriendin Jacqueline.

Mr. Renchon hing een bijna idyllisch beeld op van de gezinsvreugde die Alfred Vlassenroot deelde met Jacqueline en hun twee kinderen, de 16-jarige Jessica en de 10-jarige Anthony. De advocaat ging vooral in de aanval tegen Herman Van Herzele, die volgens hem grote verantwoordelijkheid in het drama draagt. Hij werd o.m. omschreven als een “beroepsleugenaar”.

Mr. Spreutels had evenmin een goed woord over voor Van Herzele. Hij noemde hem een koele kikker die nooit zijn zelfbeheersing verliest. Volgens de advocaat is Van Herzele het brein, de inspirator en de organisator van de misdaad. Mr. Spreutels haalde ook uit naar Clementine Leclerc die hij verweet de nagedachtenis van Vlassenroot door het slijk te halen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Maart 1989

Een spinnenweb rond Van Herzele

“Een afgrijselijke, laaghartige en seder weken geplande misdaad.” Dat was de hoofdtoon van het rekwisitoor van advocaat-generaal Mazy in het proces van de moord op industrieel Vlassenroot.

De aanklager had het vooral gemunt op Van Herzele en haalde twaalf punten aan die “zich als een spinnenweb rond Van Herzele zullen weven en waaruit hij niet meer kan ontsnappen.” De advocaat-generaal waarschuwde de jury voor het door de verdediging van Van Herzele aanvoeren van een derde man op de plaats van de misdaad. De aanwezigheid van een man die op wacht stond vermindert trouwens niet de aansprakelijkheid van Van Herzele, aldus de aanklager.

Alle beklaagden zijn volgens het openbaar ministerie schuldig aan moord met voorbedachtheid. Leclerc liet haar man uit eigenbelang tegen betaling vermoorden. Van Herzele was de “drijfriem”, Van Hollebeke pleegde op beestachtige manier de moord en Swaelens blokkeerde koelbloedig het voertuig van het slachtoffer.

In hun pleidooi wezen Mrs. Vanderveeren en Delfosse op de totaal veranderde persoonlijkheid van Clementine Leclerc. De olijke dame werd een eenzaat omdat ze met niemand over haar onfortuinlijk huwelijksleven kon praten. Geestelijk ondermijnd kon ze uiteindelijk niet meer “neen” zeggen op het aanbod dat Van Herzele haar deed.

De pleidooien worden vandaag voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Maart 1989

Swaelens verantwoordelijk voor zijn daden

Donderdag kwamen voor het Assisenhof van Brabant de advocaten van beschuldigden Luc Van Hollebekeen Jacques Swaelens aan het woord. Beiden staan er met Herman Van Herzele en de bejaarde Clémentine Leclerc terecht wegens de moord op 65-jarige Alfred Vlassenroot.

Na een laatste verklaring van de psychiaters, die Jacques Swaelens nogmaals onderzochten en hem verantwoordelijk voor zijn daden achten, neemt mr. Eric Vergauwen het woord voor Luc Van Hollebeke. Mr. Vergauwen stelt dat zijn cliënt ofwel een doder is die de waarheid zegt over zijn eigen rol en over die van de anderen, ofwel heeft hij - “en deze hypothese zal ik nooit kunnen bijtreden”, aldus Vergauwen - niet enkel Alfred Vlassenroot doodgeschoten, maar ook al drie jaar lang getracht om een onschuldige te doen veroordelen. “Zoiets zou afschuwelijk zijn”, zegt Vergauwen die vervolgens de redenen geeft waarom zijn cliënt pas tijdens het dertiende verhoor gewag maakte van een derde man op de plaats van de misdaad in de Perkstraat te Ukkel.

Wat er ook van zei, aldus de advocaat, de aanwezigheid van een derde man bij de misdaad verandert niets voor Van Herzele. “Mijn cliënt of de andere beklaagden konden Van Herzele trouwens niet ten onrechte betichten omdat ze geen enkel motief of belang hadden. Er kan geen samenzwering tegen Van Herzele geweest zijn.

Medeplichtige

Mrs. Christine Callewaert en Carine Couquelet, verdedigers van Jacques Swaelens, probeerden niet alleen aan te tonen dat hun cliënt geen leugenaar is, maar ook dat hij slechts een medeplichtige is. “Geld was voor Jacques Swaelens niet de drijfveer zoals dat wel het geval was voor de drie andere beklaagden.”

“Mijn cliënt is trouwens de enige die berouw heeft getoond en die zelfs getracht heeft zich van het leven te benemen. Zonder Swaelens, maar me de drie anderen in de Ukkelse Perkstraat, zou Vlassenroot toch vermoord zijn”, aldus Mr. Couquelet.

Tijdens de replieken van donderdagnamiddag was, zoals te verwachten, Van Herzele opnieuw het belangrijkste doelwit van zowel het openbaar ministerie als de advocaten. De advocaten Fernande Motte-De Raedt en Guy François, die Van Herzele verdedigen, bleven niettemin de thesis verdedigen dat hun cliënt onschuldig is. Ze kwamen nog eens terug op “de derde man” die bij de moord aanwezig zou geweest zijn. “Er zijn nog steeds geen bewijzen”, aldus Mr. François.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Maart 1989

Twintig jaar voor Leclerc en Van Hollebeke, elf jaar voor Swaelens, doodstraf voor Van Herzele

Voor het Hof van Assisen van Brabant werd Clementine Leclerc vrijdagavond veroordeeld tot 20 jaar dwangarbeid. Herman Van Herzele kreeg de doodstraf, Luc Van Hollebeke kreeg 20 jaar dwangarbeid en Jacques Swaelens elf jaar. Na minder dan één beraadslaging had de jury vrijdagochtend “ja” geantwoord op alle schuldvragen. De vier beklaagden werden dus allen schuldig bevonden aan de moord op Alfred Vlassenroot.

Clémentine Leclerc had voordien nog gezegd dat ze betreurt wat er gebeurd is en dat ze veel wroeging heeft. Ook Herman Van Herzele weende, verontschuldigde zich en hield vol onschuldig te zijn. Hij had het ook over Clémentine Leclerc “die monsterachtige, diabolische vrouw”.

Luc Van Hollebeke keerde zich dan weer tegen Herman Van Herzele en gaf toe verkeerd te hebben gedaan voor die “funeste zaak met Van Herzele te aanvaarden”. Jacques Swaelens tenslotte beschuldigde ook Herman Van Herzele.

Advocaat-generaal André Mazy wilde voor Herman Van Herzele geen verzachtende omstandigheden aanvaarden omdat hij de organisator is geweest. Clémentine Leclerc scheert hij, als mede-auteur van de moord, over dezelfde kam. Noch het leven dat ze moest leiden, noch haar hoge ouderdom vergoelijken wat ze gedaan heeft. Wegens haar leeftijd kan wen een gratieverzoek ingediend worden.

Volgens de advocaat-generaal heeft Luc Van Hollebeke terecht de nefaste invloed van Van Herzele ingeroepen. Toch mogen het gruwelijke van zijn daad en zijn koelbloedigheid niet vergeten worden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Maart 1989

3,766

(2 replies, posted in 1970-1979)

Christian Lebon: Hij werd in oktober 1975 tot levenslange dwangarbeid veroordeeld voor het vermoorden van een man die hij wilde bestelen.

Michel Ghassoul: Hij ging op 18 april 1974 aan de haal met 3 miljoen fr. uit het postkantoor van Gilly. Daarvoor werd hij tot 7 jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Dat is de wereld van de beroepsmisdadigers van de jaren '70. Als je daarop verder zoekt, kom je terecht bij Freddy Vandeputte, de zaak Graindorge, de bende Anthemus, Heinrich Toumaniantz, ... en ontzettend veel ontsnappingen die al dan niet op een bloedige manier eindigden (zie bv. de schietpartij in Heverlee en de dood van Yvan Somville). Allemaal heel interessant, ook in het kader van het Bende van Nijvel-dossier, maar nog ontzettend veel werk om dat allemaal over te nemen. smile

Ik heb deze zaak overgenomen omdat er een aantal opvallende gelijkenissen zijn met de moord op Constanin Angelou en het feit dat die Francis Tislaire na zijn ontsnapping blijkbaar van de aardbodem verdwenen is.

3,767

(2 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Moord op een taxichauffeur in Namen.

  • Wanneer? 10 April 1973, omstreeks 5u ’s ochtends.

  • Waar? De taxichauffeur werd opgeroepen om naar de Chemin des Sauverdias nr. 2 in Namen [» Google Maps] te gaan. Daarna was er geen contact meer. Het lichaam van de man werd later gevonden in de koffer van zijn taxi in de Maas bij Waulsort, tussen Dinant en de Franse grens. [» Google Maps]

  • Wie? Michel Poisseroux (20) uit Bouge en Francis Tislaire (23) uit Namen. Beide mannen werden in 1975 veroordeeld tot de doodstraf (automatisch omgezet in levenslange dwangarbeid).

  • Waarom? De daders zochten een auto om een overval te kunnen plegen.

  • Hoe? De taxichauffeur werd met drie schoten uit een .22 Long Rifle-karabijn om het leven gebracht. Er werden ook inwendige bloedingen gevonden wat er op wijst dat hij ook geslagen werd.

  • Slachtoffer: Léon Legros, een 50-jarige taxichauffeur uit Namen.

Op 7 september 1976 ontsnapte Francis Tislaire samen met Christian Lebon en Michel Ghassoul uit de gevangenis van Leuven Centraal. Begin jaren '80 was hij nog steeds voortvluchtig. Wat er nadien met hem is gebeurd, heb ik niet kunnen ontdekken.

Francis Tislair (links) en Michel Poisseroux (rechts) tijdens hun assisenproces in 1975:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/franci12.jpg

Michel Poisseroux:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/michel10.jpg

Taxichauffeur uit Namen spoorloos

Sedert dinsdagochtend 4u50 is men zonder nieuws over Leon Legros, wonende rue du Bailli, Namen. Deze 50-jarige taxichauffeur was per telefoon naar een staat nabij de citadel geroepen om iemand op te halen. Daar gekomen, aan nr. 2 van de Avenue de la Vecquée, nam hij contact op over de boordradio met de taxicentrale. “Het huis schijnt onbewoond”, zei hij, “maar op het ogenblik dat mijn wagen stilhield ging er licht uit, dat eerst brandde”.

Dat was het laatste dat van Legros werd gehoord. Hij is niet meer opgedoken na zijn laatste rit en zijn taxi is niet teruggevonden. De politie heeft vlak tegenover het huis waarheen Legros werd geroepen, twee hulzen van een .22 Long Rifle-karabijn gevonden alsmede een gebroken bril en bloedsporen. Ook kon worden uitgemaakt dat die nacht in het anders onbewoonde huis onbekenden aanwezig waren.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 April 1973

Twintigjarige bekent moord op taxichauffeur

De 50-jarige taxichauffeur Leon Legros uit Namen, wiens verdwijning we gisteren meldden, werd vermoord. Reeds dinsdagavond werd een eerste verdachte aangehouden en woensdagochtend volgde een tweede arrestatie. Een van de twee, de 20-jarige Michel Poisseroux uit Bouge, schreef gisteren een brief aan onderzoeksrechter Marotte. Hierin bekende hij de taxichauffeur te hebben vermoord. Samen met de 23-jarige Francis Tislaire uit Namen, de tweede aangehoudene, heeft hij dan het lichaam van Legros en de taxi in de Maas geduwd tussen Dinant en de Franse grens.

We schreven reeds dat Legros, die sinds enkele jaren in dienst is van de stedelijke taximaatschappij Burnonville te Namen, dinsdag in de vroege ochtend per telefoon in de rue des Sauverdias nr. 2 werd ontboden om een cliënt op te laden. Vanuit die straat, vlakbij de citadel, telefoneerde Legros even later vanuit zijn wagen naar de centrale, om te melden dat het huisnummer 2 er niet bestond, echter wel een nummer 3, waar licht brandde toen Legros er aankwam, maar dat toen plots werd gedoofd. De chauffeur werd verzocht terug te keren, doch sindsdien heeft men noch de man, noch de taxi teruggezien.

Bloedsporen

Dat Legros vermoord werd, daaraan twijfelde van bij het begin van het onderzoek niemand.

Een eerste aanwijzing in de richting van een misdaad kwam enkele uren na de verdwijning van de taxichauffeur, toen mevr. Lebeau haar nieuwe woning aan de rue des Sauverdias, waar zij eerstdaags haar intrek zou nemen, binnenging en het hele huis overhoop vond. Zij verwittigde haar echtgenoot, een legerluitenant in de Leopoldkazerne te Namen. Het enige positieve feit uit hun eerste vaststellingen was, dat minstens twee personen in het huis hadden geslapen, vermits desbetreffende sporen te vinden waren op een matras die in de woonkamer lag. De onbekende gasten hadden ook een paar gebroken ruiten achtergelaten, terwijl hun sporen in alle vertrekken te vinden waren.

De thesis moord kreeg nog meer gewicht, toen buiten op de stoep bloedsporen ontdekt waren, alsmede twee lege hulzen van een long trifle .22 karabijn. In dezelfde omgeving lagen de jas en de halsdoek van de vermiste taxichauffeur, alsook twee kapotte trilglazen.

In de woning van Lebeau vonden de speurders kledingstukken die niet aan d heer des huizes toebehoorden. Die aanduidingen waren voor de rijkswacht voldoende om, geholpen door een zorgvuldig bijgehouden kaartensysteem, twee hoogst verdachten te identificeren.

Kledingstukken

Dinsdagavond om 5u kon de eerste verdachte worden aangehouden. De speurtocht op grote schaal leidde woensdagmorgen tot de aanhouding van de tweede verdachte, de eigenaar van de achtergelaten kleren in de woning nabij de citadel. De man had zijn intrek genomen in een hotel nabij het station te Namen.

Weliswaar gaf hij toe dat de kleren die hem onder de neus werden gehouden, hem toebehoren, doch verklaarde dat een onbekende ze gestolen had en dat hij in het huis van Lebeau nooit geweest was. Onderzoeksrechter Marotte, die de zaak in handen heeft, hechtte nochtans weinig waarde aan het verhaaltje en liet de man dan ook achter de tralies zetten.

Intussen wint de mening veld dat er drie daders moeten gezocht worden. De derde man wordt thans ijverig opgespoord, niet enkel door de gerechtelijke politie en de rijkswacht, maar ook door Interpol.

In zijn brief aan de onderzoeksrechter vermeldt de moordenaar nochtans niets over een derde man.

Hulzen

De speurders schenken wel zeer bijzondere aandacht aan de hulzen die op straat gevonden werden. Op het eerste gezicht zijn ze namelijk identiek aan de hulzen die bij een ander misdrijf werden achtergelaten. Over welk misdrijf het hier gaat, weten we niet maar het feit dat de nabij de citadel gevonden hulzen naar Brussel zijn gebracht om in het laboratorium van de gerechtelijke politie grondig te worden ontleed, wijst er wel op dat men meent belangrijk bewijsmateriaal in handen te hebben.

Intussen blijft de vraag: waarom werd Legros in de val gelokt? Aan een roofmoord gelooft men nauwelijks, vermits de taxichauffeur amper duizend frank op zak had. Waren de bandieten op wraak uit of was het er hun enkel en alleen te doen om de Mercedes 200 Diesel van de taximaatschappij?

Als de twee aangehouden verdachten tot de daders behoren, zal de juiste toedracht van het geheimzinnige drama wel spoedig gekend zijn. Hun namen werden nog niet vrijgegeven, al schijnt het dat beiden een zwaar strafregister hebben en dat de tweede gearresteerde - de hotelgast met de kledingstukken - bij de taximaatschappij Burnonville bekend staat als een regelmatige klant, doch tevens al een slechte betaler en een herrieschopper.

Dit laatste blijkt dan echter te worden weerlegd door het feit dat de moordenaars de taxi in de Maas duwden. Misschien zijn ze in paniek geraakt en wilden zo rap mogelijk de taxi en het lijk laten verdwijnen.

Woensdagavond werden Poisseroux en Tislaire naar de plaats gebracht waar ze de taxi met het lijk van Legros in de Maas duwden. Tislaire heeft, alhoewel hij door zijn maat beschuldigd wordt, nog niet bekend iets met de moord op Legros te maken te hebben.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 April 1973

Moord op Léon Legros het werk van twee jonge kerels

Het geheimzinnige drama rondom de Naamse taxichauffeur Léon Legros, die dinsdagochtend spoorloos verdween na in de nabijheid van de citadel te zijn opgeroepen, is nu opgelost. Twee jonge boefjes, de ene 20, de andere 23 jaar, hebben de man met geweerschoten om het leven gebracht en met zijn wagen in de Maas geworpen.

In een gedeelte van onze vorige uitgave meldden we reeds dat woensdagavond één van de twee aangehouden verdachten na een urenlange ondervraging, eindelijk tot bekentenissen overging. De 20-jarige Michel Poisseroux, uit Bouge, viel door de mand toen hij in de gangen van het gerechtshof van Namen de vier kinderen van Léon Legros zag passeren. “Kom, kom”, zei de politieofficier, “zeg ons ten minste waar ge met het lijk gebleven zij, opdat we het aan de familie kunnen bezorgen.”

Murw

En dan gebeurde wat men reeds uren voordien verhoopt had en waaraan niemand nog twijfelde, nadat men enkele kledingstukken van Poisseroux had teruggevonden in de nieuwbouw aan de rue des Sauverdias 3, waar de niets vermoedende taxichauffeur naartoe gelokt wa. De murw ondervraagde jongeman vroeg een blad papier. Met bevende hand schreef hij betrokken te zijn geweest bij de moord op Léon Legros, doch de misdaad zelf schreef hij toe aan de tweede aangehoudene, de 23-jarige Francis Tislair, uit de rue Roger te Namen, die de nacht na de moord in een hotel aan het station te Namen werd opgepikt.

Tislair blijft nog steeds loochenen. Hij ontkent zelfs enige medeplichtigheid in de moord, alhoewel Poisseroux staande houdt dat het Tislair is geweest die de ongelukkige taxichauffeur met drie geweerschoten heeft omgebracht.

De ware oorzaak van het drama is nog duister. Volgens de verklaringen van Poisseroux had hij met Tislair het plan opgevat een auto te stelen om ermee naar Nice te rijden en daar werk te zoeken. Een weinig aanvaardbare uitleg weliswaar, als men het verloop van het drama nagaat. Misschien hadden de twee boefjes het enkel maar gemunt op het geld van de chauffeur, hoe weinig dat ook bleek te zijn. Een derde veronderstelling is, dat Poisseroux een eitje te pellen had met Legros waarmee hij onlangs ruzie maakte.

In de Maas

Onmiddellijk na zijn bekentenissen werd Poisseroux naar Waulsort gereden, waar volgens zijn verklaring de taxi met het lijk van Legros in de Maas was gereden. Na enige tijd zoeken in het nachtelijk duister, vonden brandweerlieden van Dinant, bijgestaan door drie duikers, de Mercedes in kwestie. In het koffer lag het ontzielde lichaam van de vermoorde man. Een lijkschouwing werd bevolen. Heden worden de twee daders voor onderzoeksrechter Marotte gebracht. Zal Tislair dan nog blijven loochenen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 April 1973

Tislair beschuldigt Poisseroux van moord op taxichauffeur te Namen

Francis Tissulaire, een van de twee jogen mannen die aangehouden werd i.v.m. de moord op taxichauffeur Léon Legros te Namen, heeft thans zijn versie van de misdaad gegeven. Hij beschuldigt de 20-jarige Michel Poisseroux ervan Legros te hebben vermoord. Deze had in de loop van de week reeds bekentenissen afgelegd, maar gezegd dat Tislair de moordenaar was. Volgens de leden van het parket is de versie van Tislair echter de meest aanvaardbare.

Tislair verklaarde donderdagavond ten overstaan van de onderzoeksrechter dat hijzelf en Poisseroux zaterdag besloten hadden ’s maandags een overval op het postkantoor te Soye te plegen. Maar toen het zover was waagden zij het niet hun slag te slaan. Onbeslist slenterden zij de hele dag rond in de omtrek van Namen.

Zij aten bij Tislair, oefenden er zich in het karabijnschieten en trokken een huis binnen in de rue des Auberdias op de citadel. Hier overlegden zij hoe aan een wagen te geraken om een overval te plegen. Zij zouden een taxi vragen, de bestuurder bedreigen en in de kelder van de woning opsluiten. Voorts zouden zij van het voertuig alle kentekens wegnemen die de wagen er als een taxi deden uitzien. Tislair zou een zak dragen om de taxibestuurder zijn bagagekoffer te doen openen.

Drie schoten

En zo gebeurde. Maar toen de bestuurder de bagagekoffer opende, werd hij bedreigd door Poisseroux die Legros herkende als de man met wie hij in het begin van het jaar al eens ruzie maakte.

Poisseroux vuurde alvorens Legros ook maar een woord kon zeggen. Een verkeerde beweging deed het schot vroegtijdig afgaan. Toen Legros in elkaar zakte vuurde Poisseroux nog tweemaal.

Vast staat dat Poisseroux niet kon weten dat Legros de taxi zou besturen. Tislair hielp Poisseroux het lijk van de taxichauffeur in de bagagekoffer stoppen. Ze reden daarop enkele tijd rond en stopten alleen om de brieventas van Legros, met 6.400 fr., weg te nemen. Te Waulsort duwden zij het voertuig in de Maas. Zij verstopten de karabijn in een bos en namen de trein te Hastière. Tot zover het verhaal van Tislaire.

Poisseroux vertelt ongeveer hetzelfde, maar beschuldigt Tislair ervan te hebben geschoten. Kennelijk had Tislair, die Legros niet kende, geen reden om hem te doden, hetgeen overigens niet gepland was.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 April 1973

Vermoorde taxichauffeur begraven te Namen

Maandagochtend had in aanwezigheid van een ingetogen menigte de uitvaart plaats van Leon Legros, de taxichauffeur die dinsdag te Namen door twee jonge kerels werd vermoord. De aanwezigheid werd opgemerkt van een goede honderd taxichauffeurs uit alle hoeken van het land, zo o.m. uit Luik, Charleroi, Gent en Oostende. Onder de talrijke bloemen was er ook een krans van de taxichauffeurs uit Parijs. Onmiddellijk na de teraardebestelling hielden de aanwezige taxichauffeurs een optocht, waarbij ze de claxons van hun wagens voortdurend aanhielden. Onder leiding van de Luikse chauffeurs trok de karavaan vooreerst naar de woning van Poisseroux, één der overvallers, daarna naar de gevangenis van Namen en ten slotte naar de rue Roger voor de woning van Tislaire.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 April 1973

Wedersamenstelling moord op taxichauffeur te Namen

Dinsdagnamiddag had te Namen de wedersamenstelling plaats van de moord die er onlangs werd gepleegd op de taxibestuurder Léon Legros. Dit lokte een aanzienlijke menigte nieuwsgierigen die op een afstand werd gehouden door politie en rijkswacht.

De twee jonge daders, Michel Poisseroux en Francis Tislaire, werden geboeid naar de plaats van de misdaad gebracht. Met hun tweeën deden zij de handelingen over die werden gepleegd vooraleer de taxibestuurder ter plaatse kwam. Vervolgens hebben Poisseroux en Tislair afzonderlijk hun versie gegeven van de daaropvolgende feiten.

De wedersamenstelling werd geleid door onderzoeksrechter Marotte en werd tevens bijgewoond door de procureur des konings, de h. Montpellier, door vertegenwoordigers van de gerechtelijke politie en van de BOB, door gerechtsarts Dr. Baeken, door de h. Demanet, deskundige in de ballistiek en door de artsenijbereidkundige Dr. Henrioul.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 April 1973

Poisseroux en Tislair blijven elkaar wederzijds beschuldigen

Honderden nieuwsgierigen hebben dinsdagnamiddag de regen en de kou getrotseerd om de wedersamenstelling bij te wonen van de brutale moord op de taxichauffeur Léon Legros (51), die op 10 april jl. omstreeks 5 uur ’s morgens te Namen in de val gelokt werd door twee jongemannen en laffelijk vermoord.

Dankzij enkele grove fouten die de jeugdige misdadigers maakten, gekoppeld aan de speurzin van onderzoeksrechter Marotte en zijn medewerkers, konden de twee daders enkele uren later worden ingerekend. Het zijn zoals men weet de 20-jarige Michel Poisseroux uit Bouge en de 23-jarige Francis Tislaire, uit Namen.

De twee jongelui hebben de moord steeds in elkaars schoenen willen schuiven. Ook tijdens de wedersamenstelling wijzigden zij hun verklaringen niet.

In tweemaal

Zo kreeg men het ongewoon schouwspel, dat de moord op de ongelukkige taxichauffeur tweemaal moest worden overgedaan, de eerste keer met Poisseroux volgens diens aanduidingen, vervolgens nog eens met Tislair, die een heel andere versie gaf van de misdaad.

Wie de dodelijke schoten afvuurde, Poisseroux of Tislair, heeft, strikt juridisch gezien, geen enkel belang, verklaarde onderzoeksrechter Marotte na de wedersamenstelling, want beiden zijn op dezelfde hoogte verantwoordelijk, zowel voor de diefstal als voor de moord. Vooraleer beide misdadigers in de assisenzaal worden gebracht, wil het gerecht evenwel de zaak volledig in het reine trekken voor wat de schoten betreft, opdat de jury zich niet zou laten misleiden door eerder overbodige wederzijdse beschuldigingen tijdens het proces.

De onderzoeksrechter hoopt nog steeds, mede door de vaststellingen tijdens het onderzoek en de uitleg van beide daders tijdens de wedersamenstelling, uit te maken wie van beiden de waarheid spreekt.

De bevindingen van de lijkschouwing op het slachtoffer zijn ook niet zonder belang. Deze hebben uitgewezen dat Legros door drie kogels geraakt werd, terwijl het lijkt tevens sporen van een inwendige bloeding vertoonde. Poisseroux heeft altijd volgehouden dat de taxichauffeur door Tislair werd afgemaakt met twee karabijnschoten en een slag met de kolf van het vuurwapen. Tislair van zijn kant beweert dat Poisseroux drie kogels heeft afgevuurd op Legros, maar over slagen heeft hij nooit gesproken.

Woensdag werden de twee jongelui naar de streek van Godinne gebracht, waar zij even verbleven vooraleer zich van de auto van Legros en van het lijk te ontmaken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 April 1973

Poisseroux schreef brief aan de Libre

In de woensdageditie van La Libre Belgique verscheen een brief waarin Michel Poisseroux, één van de moordenaars van de Naamse taxibestuurder Léon Legros, recht van antwoord vraagt i.v.m. de verslagen over bedoelde misdaad.

Deze brief, in een uitdagend krasse terminologie opgesteld, houdt een zelfbeschuldiging in, maar valt tevens onze samenleving aan als oorzaak van de toenemende golf van misdaden. Van een recht op antwoord kan op eerste gezicht ternauwernood sprake zijn.

De brief, eigenhandig geschreven door Poisseroux, werd onverholen uit de gevangenis gesmokkeld door Mr. Bouvier, die de tekst overigens corrigeerde. Wat de Libre ertoe aanzette deze advocaat even te interpelleren. Mr. Bouvier vond het allemaal normaal.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 April 1973

Bekentenis in oude moordzaak te Namen

Op 10 april 1973 werd nabij de Citadel te Namen een taxibestuurder vermoord. Twee jonge mannen werden verdacht deze man met een .22 long rille-karabijn te hebben neergeschoten, in de taxi geladen en vervolgens in de Maas te hebben gegooid.

Francis Tislair en Michel Poisseroux bleven mekaar echter beschuldigen. Woensdag heeft Poisseroux eindelijk toegegeven dat hij de karabijn hanteerde en de dodelijke schoten loste.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Januari 1974

Moordenaars van taxichauffeur voor Naams Assisenhof

Voor het Hof van Assisen te Namen begint maandag het proces ten laste van de 23-jarige Francis Tislair uit Namen en de 20-jarige Michel Poisseroux uit Bouge. Zij dienen zich te verantwoorden voor de moord op taxichauffeur Léon Legros, die op 10 april 1973 te Namen met drie schoten werd geveld, in de koffer van de taxi geworpen en te Waulsort in de Maas gegooid.

Dezelfde dag betrad Mw. Lebeau haar nieuw, onbewoond huis in de Allée des Sauverdias nabij de Naamse citadel. Zij kwam er wat orde scheppen en zag dat er een ruit was gebroken en onbekenden in het huis hadden verbleven. Bovendien merkte zij de bloedsporen naast de weg. Zij belde dadelijk de politie. Inmiddels meldde het taxibedrijf Burnonville dat één der chauffeurs spoorloos was. Léon Legros was te 5 uur ’s morgens voor een rit vertrokken. De radioverbinding met het taxikantoor werd verbroken. De laatste woorden van de chauffeur waren: “Het huis ziet er verlaten uit, maar op hetzelfde ogenblik dat ik stop wordt het licht uitgedraaid.”

De speurders bezaten aanvankelijk weinig gegevens. Vlucht van de taxichauffeur werd niet weerhouden. In het huis van Lebeau worden oude kleren aangetroffen naast schoenen en een op de grond gelegde matras. Op weg naar het huis werden naast bloedsporen twee hulzen en een stuk sigaar van Legros aangetroffen, evenals zijn bril. Daaruit leidden de speurders af, dat Legros aan het hoofd werd geraakt en vermoedelijk al dood was.

Overval beraamd

Later op de dag kwam de naam naar voren van een persoon uit Namen die niet aan zijn eerste taxiritje zonder betalen toe was. Het zou een waardevolle tip blijken. Enkele uren later rekende de Naamse gerechtelijke politie twee jonge Naamse kerels in die bekentenissen aflegden. Het waren Francis Tislair en Michel Poisseroux. Zij ontmoetten elkaar in de gevangenis, waar zij voor kleinere vergrijpen verbleven. Na hun gevangenisstijg pleegden zij eind 1972 samen enkele diefstallen.

Het was Poisseroux die bekende en de speurders naar Waulsort bracht. Beide kerels weigerden de verantwoordelijkheid voor de schoten, maar bekenden enkele dagen voordien een overval op het postkantoor te Soye te hebben beraamd. Zij bezaten bivakmutsen en een wapen dat de vader van Poisseroux aan Tislair had verkocht. Maar op het laatste ogenblik weigerde Tislair mee te doen. Zij hadden een wagen nodig. Op de weg naar Wepion ontdekten zij het huis Lebeau en dokterden aan hun duister plan: een taxi opbellen, de auto stelen en de overval plegen met de gestolen taxi. Zo gebeurde het: Legros werd opgeroepen en achteraf vermoord. De auto werd, toen de kerels in paniek geraakten, in de Maas gereden.

Doodslag en diefstallen

Acht maanden na de feiten bekende Poisseroux aan rechter Marotte dat hij heeft geschoten. Nadien trok hij die bekentenis weer in. Juridisch stelt de identiteit van de schutter geen probleem, beiden komen voor het hof onder de beschuldiging van doodslag.

Samen dienen zij zich te verantwoorden voor zeven diefstallen, Poisseroux nogmaals voor twaalf alleen gepleegde diefstallen en Tislair voor acht persoonlijke diefstallen. Dat alles van december tot april 1973. Naast de doodslag op de taxichauffeur Legros worden zij eveneens beschuldigd van diefstal van een wagen met geweld en met de bezwarende omstandigheid dat een moord werd gepleegd om de diefstal vergemakkelijken.

Poisseroux zal worden verdedigd door Mr. Graindorge uit Brussel en Tislair door Mr. Derenne en Mr. Jamart ui Namen. De burgerlijke partij zal worden waargenomen door Mr. Henry en Mr. Michel Massart uit Namen. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door substituut Delooz en voorzitter van het hof is Mr. Lejeune.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Oktober 1975

Moordenaars van Naamse taxichauffeur leerden mekaar kennen in gevangenis

Maandag is te Namen het eerste proces van het nieuwe gerechtelijke jaar begonnen. Daar gevreesd werd voor een ontsnappingspoging van beklaagden of rekken door taxibestuurders, was een beroep gedaan op een uitgebreide ordedienst. De beklaagden zijn de 23-jarige Michel Poisseroux uit Bouge, en de 25-jarige Francis Tislair.

Poisseroux liet zijn lange haren een beetje knippen en verwisselde zijn bluejeans tegen een keurig bruin pak met ruiten. Tislair draagt een donkerblauw pak met streepjeshemd. Beiden worden beschuldigd van moord op de Naamse taximan Léon Legros op 10 april 1973. Verder worden zij beschuldigd van diefstal met geweld van de taxi en de portefeuille van Legros, met de verzwarende omstandigheid dat er een moord werd gepleegd. Benevens deze feiten, waarvoor de beklaagden de doodstraf kunnen krijgen, worden zij nog beschuldigd van een vijftiental andere diefstallen en van wapendracht.

Het Hof wordt voorgezeten door raadsheer Lejeune, ter zijde gestaan door de hh. Lecocq en Helvetius. Openbaar aanklager is substituut van de procureur des konings Delooz. De jury is samengesteld uit negen mannen en drie vrouwen.

Mooie plannen

Poisseroux en Tislair maakten met elkaar kennis in de gevangenis te Namen. Poisseroux werd op vrije voeten gesteld op 31 oktober 1972, Tislair enkele weken later, op 3 december 1972. Zij hadden toen een straf uitgezeten wegens diefstal. Reeds bij hun ontslag uit de gevangenis droomden zij ervan een grote slag te slaan. Poisseroux had het gemunt op het postkantoor van Soye, Tislair wou een bank in Philippeville overvallen. Zij wilden zich aan de Azurenkust vestigen maar beschikten daartoe niet over de nodige middelen.

Meesters Octave Henry en Michel Massart stelden zich burgerlijke partij en vroegen de symbolische frank schadevergoeding namens de kinderen van het slachtoffer.

Eerst komt de levensloop van Poisseroux aan de beurt. In de lagere school reeds wordt hij betrapt bij het stelen van snoepgoed en geld van zijn onderwijzer. Hij is nochtans een goed leerling en haalt bij het kantonnaal examen zelfs 71 t.h. Gezinsleven kent Poisseroux bijna niet, want zijn ouders scheiden vlug. Hij wordt bij zijn grootouders grootgebracht, terwijl zijn jongste broer bij zijn moeder blijft inwonen. Van zodra Michel Poisseroux begint te werken, steelt hij ten nadele van zijn werkmakkers, en in het leger deserteert hij nog voor hij wordt afgekeurd. Hij raakt ook betrokken bij een zedenzaak met een minderjarige.

Zonderlinge voorkeur

Wat Tislair betreft, deze heeft een voorkeur voor ziekenhuizen. Wanneer hij niet meer weet waar de nacht door te brengen, gaat hij naar een ziekenhuis, verstopt zich in de toiletten, en wanneer het ziekenhuis gesloten is gaat hij slapen in een of ander verwarmd vertrek, zoals het kabinet van een geneesheer. ’s Morgens verlaat hij dan het ziekenhuis zoals hij gekomen is … als bezoeker. De jeugd van Tislair was al niet veel gelukkiger dan die van zijn medeplichtige. Zijn vader is een dronkaard en regelmatig zijn er hoogoplopende ruzies, zo erg zelfs dat de vader van Francis Tislair op zekere dat het huis uit stormt en zich in de Samber werpt om zelfmoord te plegen. Hij verdrinkt onder de ogen van zijn zoon.

Francis Tislair wordt beschreven als een uiterst zenuwachtige, gevoelige jongen met weinig karaktervastheid. Hij laat zich vlug meeslepen. Nochtans is Francis Tislair opgeruimd en sociaal voelend. Hij belandt in kindertehuizen en wordt vervolgens afgekeurd voor militaire dienst wegens astma. Wanneer hij de nacht niet kan doorbrengen in een of ander ziekenhuis, gaat hij naar een luxehotel, eet er, blijft er overnachten en laat zijn reistas achter. Zo kan hij iedere keer ongemerkt verdwijnen.

Poisseroux en Tislair hebben samen 7 diefstallen gepleegd. Poisseroux pleegde er nog een zestal alleen en deed nog zes pogingen tot diefstal. De reeks wordt ingezet in februari 1973 en neemt pas een einde de dag van de moord op taximan Legros.

De namiddagzitting was volledig gewijd aan de betichtingen nopens diefstal, en duurde slechts één uur. De zaak wordt dinsdagochtend om 9u verder gezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Oktober 1975

Wie schoot op taxichauffeur?

Dinsdagmorgen werd voor het Hof van Assisen van Namen het proces tegen de 25-jarige Francis Tislair en de 23-jarige Michel Poisseroux voortgezet. Beide jonge mannen worden ervan beschuldigd op 10 april 1973 de taxichauffeur Leon Legros te hebben vermoord.

De beschuldigden hebben elk hun eigen kijk op de feiten. De hoofdlijnen van hun verhaal lijken wel te kloppen, maar daar waar er gesproken wordt over wie nu op de taxichauffeur heeft geschoten, blijken de versies nogal uiteen te lopen. Ook de twee wedersamenstellingen hebben daar geen klaarheid in kunnen brengen.

In januari 1974 heeft Poisseroux aan de onderzoeksrechter wel bekend geschoten te hebben, maar die bekentenissen heeft hij zes maanden later herroepen. Noch uit de verklaringen voor het hof noch uit het dossier kan men duidelijk opmaken wie in feite de moordenaar van Leon Legros is. De beschuldigden zijn het eens over het verloop van de feiten. Maar hun versie verschilt wanneer de moord zelf ter sprake komt.

Dat komt onderzoeksrechter Marotte voor het hof verklaren zonder er echter al te zwaar aan te tillen. De beide beschuldigden hebben met dezelfde graad van medeplichtigheid aan de diefstal deelgenomen. Geen van beiden heeft de ander belet op de taxichauffeur te schieten, aldus de onderzoeksrechter.

De namiddagzitting was gewijd aan de verdere ondervraging van de speurders, die hun bevindingen in het lang en het breed weergeven.

De zoon van het slachtoffer kwam verklaren dat zijn vader en Poisseroux elkaar kenden. Daarop ontstond een incident tussen de verdediger van Poisseroux (Mr. Graindorge uit Brussel) en de voorzitter van het Hof in verband met de ondervraging van een getuige, een auteur die een boek heeft geschreven over de ongelukkige jeugd van de uitbestede kinderen.

De voorzitter wou van dit subjectief getuigenis niet weten.

De gezworenen hoorden eveneens de vroegere verloofde van Poisseroux die nog tijdig inzag dat er van een huwelijk geen sprake kon zijn omdat haar echtgenoot de helft van zijn leven in de gevangenis zou doorbrengen.

De zitting werd te 17u30 onderbroken en zal woensdagochtend worden voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Oktober 1975

Auteur vertelt over tehuizen

De derde dag in het proces ten laste van Michel Poisseroux en Francis Tislair, beschuldigd van de moord op de Naamse taxibestuurder Legros, begon woensdagochtend met de ondervraging van de getuigen die door de verdediger van Poisseroux werden opgeroepen.

Terwijl de h. Wertz, hoofdbewaker van de gevangenis van Namen zich achter het beroepsgeheim verschool, kwam een opvoeder uit Mol getuigen dat Poisseroux een beste vent is. Van dit getuigenis maakte de verdediging gebruik om uit te weiden over de levensvoorwaarden in de tehuizen. De moeder van betichte kwam verklaren dat zij haar zoon amper heeft gekend, omdat vader Poisseroux het kind kwam opeisen toen het vier jaar was.

Daarna was het de beurt aan schrijver Jules Brunin om een beeld te komen ophangen van het leven in de tehuizen. “Daar worden de Belgische misdadigers gevormd”, zei hij bij van conclusie.

Dr. Hocq, psychiater, meende als deskundige dat Poisseroux een gevaarlijk heerschap is dat echter alle hulp van anderen afwijst. Hij is zich ten volle bewust van zijn daden maar hij dient tegen zichzelf te worden beschermd. Tislair is nog moeilijker want hij is een mooiprater, een mythomaan en wordt verteerd door een grote geldingsdrang.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Oktober 1975

Twee doodstraffen te Namen

Gisteren was het de laatste dag niet het proces tegen Tislair en Poisseroux voor het assisenhof van Namen. Ze werden ervan beschuldigd de Naamse taxichauffeur Legros te hebben vermoord. Na de pleidooien, het rekwisitoor en de replieken, antwoordde de jury bevestigend op alle vragen. De moord, samen met de gewelddadige diefstal, werden weerhouden. Uiteindelijk veroordeelde het Hof Michel Poisseroux en François Tislair tot de doodstraf.

Woensdagnamiddag reeds was de openbare aanklager, substituut Delooz aan het woord geweest. In zijn rekwisitoor had hij de gelijke schuld van de twee beklaagden benadrukt. De jury werd gevraagd bevestigend te antwoorden op alle vragen.

De laatste dag van het proces begon met de pleidooien. Mr. Jamart, verdediger van Tislair, zei dat zijn cliënt niet schuldig is aan moord op Legros. Poisseroux heeft geschoten, hij heeft immers vroeger bekend.

Mr. Graindorge pleitte voor Poisseroux. Het is niet zijn cliënt, aldus verdediger, die geschoten heeft, maar wel Tislair. Die heeft namelijk schrik gekregen en de trekker overgehaald.

Mr. Henry van de burgerlijke partij haalde de briefwisseling van de twee beklaagden na de feiten aan. Daarin kwam nooit een woord van spijt voor. Volgens Mr. Henry zijn Poisseroux en Tislair beiden schuldig aan moord.

“Moordenaars!”

Op het ogenblik dat de voorzitter de voormiddagzitting ophief, liepen de kinderen van het slachtoffer naar voor en riepen “moordenaars, moordenaars”.

Donderdagmiddag was er een grote menigte aanwezig voor het horen van de replieken. Het publiek zat op de vensterbank en op de bankleuningen. Substituut Delooz herinnerde eraan dat de beschuldigden de moord samen hadden bedreven. Mr. Derenne pleitte vervolgens voor Tislair. Hij sprak over het verloop der feiten waarbij hij aantoonde dat Poisseroux steeds het wapen in de hand had. “Er is geen voorbedachtheid”, zei hij, “daar ze niet wisten dat Legros zou komen, dat hij het huis niet zou vinden en dat hij niet uit de auto zou stappen.”

“Zelfs wat de moord betreft kan slechts gezegd worden dat Tislair een medeplichtige is, daar er nooit voorheen sprake is geweest van moord. Tislair heeft geenszins bewust aan de moord deelgenomen”, aldus zijn advocaat. Mr. Graindorge was erover verwonderd dat zijn cliënt nog steeds de moord in de schoenen wordt geschoven. Volgens hem is Poisseroux onschuldig. Na deze repliek zei Poisseroux “Ik ben niemand gedood”. En Tislair “reeds van bij de aanvang heb ik gezegd dat ik onschuldig was. Ik heb niet geschoten op iemand die zich zelfs niet verdedigde”.

Om 16u30 gaf voorzitter Lejeune lezing van de 93 aan de jury gestelde vragen. Drieëntwintig hadden betrekking op de moord.

De gezworenen trokken zich dan terug om te beraadslagen. Na beraadslaging antwoordde de jury bevestigend op alle vragen. De moord en de gewelddadige diefstal werden dus weerhouden. De procureur vorderde de doodstraf voor Poisseroux en Tislair. In de zaal schreeuwde een toehoorder zijn instemming uit.

Voor Poisseroux kwam Mr. Graindorge dan verklaren dat het ten slotte toch de maatschappij is die verantwoordelijk is voor het wangedrag van zijn cliënt.

Voor Tislair zijn het meester Jamart en Derenne die verzachtende omstandigheden pleiten, gezien de affectieve onevenwichtigheid van hun cliënt.

Te 19u50 trekt de jury zich terug, om ditmaal over de straf te delibereren. Het hof sprak dan het vonnis uit en veroordeelde Michel Poisseroux en Francis Tislair tot de doodstraf.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Oktober 1975

Twee doodstraffen te Namen

Daar het verdict in het proces tegen Poisseroux en Tislair voor het Assisenhof van Namen pas donderdagavond laat werd uitgesproken, konden wij die uitspraak niet meer melden in onze eerste edities van gisteren. Nadat de jury bevestigen geantwoord had op alle vragen vorderde de openbare aanklager de doodstraf. Het hof sprak dan het vonnis uit en veroordeelde Michel Poisseroux en Francis Tislair tot de doodstraf.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Oktober 1975

Francis Tislair in cassatie

Op 16 oktober jl. werd Francis Tislair (23), uit Namen, door het Hof van Assisen, samen met Michel Poisseroux (20), eveneens uit Namen, ter dood veroordeeld wegens moord op 10 april 1973 op de Naamse taxichauffeur Léon Legros. Tislair is in cassatie gegaan. In het geval dat een vormgebrek zou worden vastgesteld, zal de zaak naar een ander hof van assisen worden verwezen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 November 1975

3,768

(177 replies, posted in Robotfoto's)

Ik neem geen standpunt in over de zin of onzin van robotfoto's die gemaakt worden onder hypnose. Ik geef enkel een antwoord op je bovenstaande vraag. wink

3,769

(177 replies, posted in Robotfoto's)

Die gebruikt men wel. Je kan ze hier zien » Forum

3,770

(22 replies, posted in Overzicht Bendes)

Nog in 1985 wordt een familie Montalto het slachtoffer van een brandstichting. Ik heb geen idee of er een verband is met de "bende Montalto", maar het is een interessant detail:

Brandstichting te Vorst

Een onbekende stichtte maandag even voor middernacht opzettelijk brand in de slaapkamer van een appartement, Neerstallesteenweg 290 te Vorst. Volgens een deskundige goot de dader een hoeveelheid alcohol op het bed alvorens het in brand te steken. Op het ogenblik van de brand vertoefden de eigenaars, de familie Montalto, bij vrienden in de streek van Luik. Dankzij een buurvrouw die de brandweer tijdig verwittigde, bleef de schade beperkt tot de slaapkamer.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Januari 1985