381

(309 replies, posted in 1985)

JML wrote:

Hum, bizarre non?

Er is niets bizar aan. De bende liet hun gijzelaar altijd vrij voor ze vertrokken. Enkel in Overijse hebben ze hun gijzelaar vlak voor hun vertrek vermoord en in Aalst werd de gijzelaar reeds vermoord vooraleer ze in het warenhuis waren.

382

(9 replies, posted in Onderzoekspistes)

Willem van Occham wrote:

Bij post 1 hierboven: Is er iemand die een idee heeft hoe/waarom Michel Dispa vermeld staat in het lijstje Staatsveiligheid/SDRA?

Dat lijkt een fout te zijn. Er is geen enkele link tussen Dispa en de Staatsveiligheid of SDRA.

383

(86 replies, posted in Andere Personen)

Op basis van de artikels in de notities komt Willy De Schepper naar voren als een beroepscrimineel uit Mollem (Asse) die eind jaren zeventig en begin jaren tachtig uitgroeide tot de spil van een omvangrijke dievenbende. Hoewel hij zelf hardnekkig ontkende de leider te zijn, beschouwden zowel de speurders, het parket als de rechtbank hem als de organisator van de groep.

Biografie

  • Willy De Schepper was een garagist uit Mollem.

  • Hij was 28 à 29 jaar tijdens het grote proces in 1981.

  • Hij was gehuwd met Sonia Cortvrindt, maar onderhield ook een relatie met een minnares.

  • Volgens de artikels begon de bende als een vriendengroep of motorclub, waarna steeds meer gelegenheidscriminelen zich aansloten.

  • Zijn garage fungeerde volgens het gerecht als ontmoetingsplaats van waaruit de activiteiten werden georganiseerd.

  • Hij stond bekend als een fysiek imposante en gewelddadige man, die zijn mededaders domineerde en intimideerde.

  • Verschillende artikels vermelden dat hij anderen bedreigde wanneer hij vreesde verraden te worden.

Criminele activiteiten (1978-1980)

Volgens de dagvaarding en de processen pleegde de bende tussen 30 april 1978 en 13 november 1980 een uitzonderlijk groot aantal misdrijven. De Schepper werd beschouwd als:

  • organisator en leider van de bende;

  • initiatiefnemer van verschillende gewapende overvallen;

  • leverancier van wapens;

  • organisator van autodiefstallen;

  • organisator van de verkoop van gestolen onderdelen;

  • opdrachtgever van vervalsingen van voertuigpapieren.

De bende hield zich onder meer bezig met:

  • gewapende overvallen op banken, banklopers en benzinestations;

  • tientallen autodiefstallen;

  • inbraken;

  • heling;

  • vervalsing van chassisnummers en boorddocumenten;

  • verzekeringsfraude;

  • brandstichtingen;

  • bedreigingen en geweld tegen politie, rijkswachters en burgers.

Specialisatie in autodiefstallen

Uit de artikels blijkt dat auto’s de voornaamste bron van inkomsten vormden.

Kenmerken:

  • voorkeur voor BMW’s, Mercedessen en later ook Porsches;

  • auto’s werden:
    - ontmanteld;
    - voorzien van vervalste papieren;
    - verkocht in onderdelen;
    - of gebruikt bij andere misdrijven.

  • Voertuigen die niet konden worden gestolen werden soms uit wraak in brand gestoken.

Volgens het parket werkte De Schepper zelfs op bestelling voor Griekse auto-opkopers in de buurt van het Brusselse Zuidstation. Die afzonderlijke zaak was tijdens het proces nog in onderzoek.

Geweld en intimidatie

De artikels beschrijven De Schepper als bijzonder gewelddadig. Hij werd onder meer beschuldigd van:

  • slagen aan rijkswachters;

  • bedreigingen van politieagenten;

  • bedreigingen van eigen bendeleden;

  • verboden wapendracht;

  • gebruik van vuurwapens met geluidsdemper;

  • vernielingen tijdens zijn opsluiting.

Een opvallende getuigenis kwam van Armand Vanhaute, die verklaarde dat De Schepper hem met een geweer en later met een pistool had bedreigd om hem het zwijgen op te leggen.

Proces van 1981

Het proces tegen de bende-De Schepper was uitzonderlijk omvangrijk.

  • 32 beklaagden

  • tientallen burgerlijke partijen

  • misdrijven verspreid over bijna heel België

  • negen zittingsdagen

Het parket beschouwde De Schepper als de onbetwiste leider. Procureur Cerckel noemde hem:

  • onverbeterlijk;

  • een gevaar voor de samenleving;

  • iemand die onmiddellijk opnieuw zou beginnen zodra hij vrijkwam.

Hij vorderde 10 jaar gevangenisstraf.

Eerste veroordeling (1981)

Op 24 april 1981 sprak de correctionele rechtbank haar vonnis uit. Willy De Schepper kreeg 7 jaar effectieve gevangenisstraf. Hij werd veroordeeld voor onder meer:

  • meerdere gewapende overvallen;

  • talrijke diefstallen;

  • brandstichting;

  • verboden wapendracht;

  • valsheid in geschrifte;

  • valse naamdracht;

  • slagen;

  • bendevorming.

In beroep bleef hij grotendeels schuldig, al begon hij toen voor het eerst enkele feiten toe te geven.

Nieuwe feiten na vrijlating

Na het uitzitten van een deel van zijn straf kwam De Schepper opnieuw vrij. Volgens de artikels:

  • begon hij vrijwel onmiddellijk opnieuw auto’s te stelen;

  • concentreerde hij zich nu vooral op BMW’s en Porsches;

  • pleegde hij geen nieuwe gewapende overvallen meer.

In 1983 en 1984 werd opnieuw een organisatie rond hem ontdekt. De groep:

  • stal luxevoertuigen;

  • ontmantelde ze;

  • bewaarde de onderdelen in loodsen in:
    - Dendermonde;
    - Mollem;
    - Schepdaal.

De politie ontdekte uiteindelijk deze opslagplaatsen.

Nieuwe processen (1984)

Naast de nieuwe autodiefstallen liep De Schepper nog andere veroordelingen op wegens:

  • bezit van een Beretta-machinepistool;

  • bezit van een revolver;

  • slagen;

  • houtdiefstal.

Na verzet werd een deel van die straf verminderd. In december 1984 volgde opnieuw een zware veroordeling: 27 maanden effectieve gevangenisstraf voor de nieuwe reeks autodiefstallen. Omdat hij reeds eerder veroordeeld was, kwam hij niet meer in aanmerking voor uitstel.

Vermelding in verband met de Bende van Nijvel

Eén artikel vermeldt dat De Schepper tijdens zijn periode van onderduiken een tijdlang ten onrechte als mogelijke leider van de Bende van Nijvel werd beschouwd. De krant preciseert uitdrukkelijk dat dit onterecht was.

Samenvatting

Op basis van de artikels ontstaat het beeld van Willy De Schepper als een professionele autodief en bendeleider uit Mollem die tussen 1978 en 1984 herhaaldelijk veroordeeld werd voor een breed scala aan misdrijven. Hij bouwde een omvangrijke criminele organisatie uit die zich toelegde op gewapende overvallen, autodiefstallen, brandstichtingen, vervalsingen en heling.

Het gerecht beschouwde hem als de centrale figuur die de bende aanstuurde, wapens leverde en de gestolen voertuigen liet ontmantelen of verkopen. Na een eerste zware veroordeling tot zeven jaar gevangenisstraf herviel hij vrijwel onmiddellijk na zijn vrijlating in de autodiefstal, wat in 1984 opnieuw leidde tot een effectieve gevangenisstraf.

De artikels schetsen hem als een dominante en gewelddadige figuur die zowel zijn mededaders als zijn omgeving intimideerde en door het parket werd omschreven als een “gevaar voor de samenleving”.

Samenvatting gemaakt met ChatGPT met volgende artikels als bron:

Dievenbende van 34 man opgerold

Na een onderzoek, dat in april 1980 startte, zijn de BOB en de rijkswacht van het district Asse er thans in geslaagd een dievenbende op te rollen, die de streek van Asse en Dilbeek meer dan een jaar onveilig heeft gemaakt. In totaal werden 34 personen, die meer dan 70 criminele feiten zouden hebben gepleegd, in betichting gesteld. Daarvan werden er 17 aangehouden en naar de gevangenis van Sint-Gillis overgebracht.

De betrokkenen, waartoe ook verscheidene minderjarigen zouden behoren, hebben o.m. 14 gewapende overvallen, die in ons land werden gepleegd, op hun kerfstok. Sommigen worden voorts verdacht van opzettelijke brandstichting bij nacht in een bewoond pand (wat hen voor het Assisenhof kan brengen) en van diefstal met wapendracht en geweld.

De feiten deden zich het afgelopen jaar voor en de bende was vooral actief in de streek van Asse en Dilbeek. Tijdens hun rooftochten zouden de betrokkenen voor meer dan 1 miljoen fr. aan juwelen, geld en auto's hebben buitgemaakt.

De sleutelfiguur zou de 29-jarige Willy De Schepper, een “zware jongen” uit de gemeente Mollem, zijn. Naar verluidt stond hij aanvankelijk aan het hoofd van enkele vrienden, maar nadien zouden heel wat gelegenheidsdiefjes de bende vervoegd hebben.

Bron: Het Laatste Nieuws | 23 Januari 1981

Vlaamse rechtbank verhuist naar Krijgshof voor proces van bende van Willy De Schepper

Voor de 20ste kamer van de correctionele rechtbank, een Vlaamse kamer die wegens plaatsgebrek zal zetelen in het Krijgshof, begon donderdag het monsterproces van de zogenaamde bende-De Schepper, Gelukkig heeft het alfabet 26 letters: op de dagvaarding is men, wat het aantal verschillende soorten misdrijf, die door deze bende werden gepleegd, precies tot aan de letter Y geraakt.

Zowat het hele strafwetboek komt, met uitzondering van de misdaden waarvoor het Assisenhof bevoegd is, ter sprake: brandstichting, overvallen, inbraken, vervalsingen, gewone diefstallen. bedrog, heling, slagen, smaad, bedreigingen, wapendracht, bendevorming, vernieling en valse naamdracht.

De verschillende feiten werden gepleegd tussen 30 april 1978 en 13 november 1980, Er zijn 32 betichten in deze zaak, onder wie 12 gedetineerden. De meeste betichten zijn afkomstig uit de streek van Asse (ook Merchtem, Meise, Essene, Aalst) maar er zijn ook twee betichten uit het West-Vlaamse Zwevegem.

Hoofd van de bende is volgens de betichting Willy De Schepper, een nu 28-jarige garagist uit Mollem (Dorp 55). Hij is ook de enige die hardnekkig al de hem ten laste gelegde feiten ontkent.

Dozijn aangehoudenen

Wie zijn de overige betichten?

Ivo Briosi, 22 jaar geleden geboren te Mol, woonde aan de Romeinsebaan 12 te Merchtem. Metser Gilbert Colot, 21 jaar, geboren te Merchtem, woont aan de Oppemkerkstraat 34 te Meise, net als zijn een jaar oudere broer Freddy, een tuinier. Alfons Nevens, stadswerkman, woonachtig aan de Kleistraat 31 te Erembodegem, werd geboren te Essene, 27 jaar geleden. De 23-jarige bakker André De Mol woont aan de Mollestraat 6/18 te Asse. Plaatslager Hubert Vercammen, 23 jaar geleden geboren te Buizingen, woonde aan de Geestdriftstraat te Anderlecht. Jean-Pierre Ruysseveldt, begeleider, 21 jaar, woont aan de Nerviërsstraat 103-te Asse.

Fabrieksarbeider Albert De Coster, 22 jaar, woonde Kalkoven 21 te Asse. Vrachtwagenchauffeur Michel Schaukens, op kerstavond 1957 geboren te Asse, woont op hetzelfde adres als Ruysseveldt. Handlanger François Plattiau, 22 jaar, woont Heedstraat 23 te Asse. En Luc Mertens, autogeleider, bijna 26 jaar, woont Hoogstraat 15 A te Asse.

Zij zijn de twaalf aangehoudenen.

De overige betichten zijn schildersbaas Armand Boriau (50) uit Dilbeek; de garagisten Jan en Luc Deboosere (26 en 25 jaar oud) uit Zwevegem en Deerlijk; werkman Rudy D. (19 jaar) uit Asse; de 40-jarige Simone Chalmagne uit Hekelgem; haar 60-jarige buurman Armand Vanhaute; Sonia Contvrindi, de 27-jarige ega van De Schepper; de 28-jarige Roger Masson, nog een buurman van Simone; automekanieker Jozef Meert (25) uit Opwijk; Jean-Michel De C. (19 jaar) uit Wemmel; de 21-jarige beenhouwersgast Erwin Vercammen uit Anderlecht; de 29-jarige autogeleider Jean Leemans uit Bornem (maar geboren te Asse); de 27-jarige werkman Frans De Coninck uit Affligem; de 38-jarige garagist André Ghyssens uit Merchtem; de 25-jarige meubelmaker Jozef Vercammen uit dezelfde gemeente; lasser Marc Keymolen uit Brussegem (die donderdag zijn 21ste verjaardag viert met zijn verschijning in de rechtszaal); de 21-jarige mecanicien Dirk Meskens uit Asse; de 47-jarige mecanicien Kamiel Strick uit Erpe-Mere (Aaigem); de 36-jarige schrijnwerker Pierre De Vinck uit Vilvoorde en ten slotte de 44-jarige Blondine Cockaert uit Merchtem.

Zeven gewapende overvallen

De zwaarste betichting valt niet ten laste van De Schepper zelf, maar wel ten laste van Briosi, de gebroeders Colot en Jean-Michel. Het is de opzettelijke brandstichting, die in de nacht van 4 op 5 april 1980 werd gepleegd te Asse. Een grote partij autobanden, toebehorend aan Henry Bodarwe, werden in brand gestoken. De bedoeling was magazijnen, werkplaatsen, loodsen, een voetbalkantine en de bijhorende kleedkamer te vernielen van de FC Walfergem, eigendommen van de heren De Bondt en De Meersman.

De bende heeft ook zeven gewapende overvallen op het actief. Op 30 november 1979 maakten De Schepper, De Mol en De Coster 213.210 fr. buit bij de ASLK te Sint-Gillis-Dendermonde. Op 25 januari 1980 haalden Nevens, De Mol en De Coster ongeveer 50.000 fr. buit bij Makro. Op 18 februari 1980 overvielen Briosi, De Schepper, Nevens, De Mol, en Vercammen de ASLK te Brussel met 706.888 fr. buit.

Het benzinestation Chevron. te Groot-Bijgaarden werd 22 maart overvallen voor 16.000 fr. buit door De Mol en De Coster. De Coster alleen bezocht hetzelfde station op 18 juni met 27.000 fr. buit. En De Mol. Schaukens en Plattiau overvielen op 10 augustus 1980 Octaaf Van der Eecken te Drongen en beroofden hem van 21.000 fr.

Mislukt

De Schepper, Briosi, Colot, Nevens, De Mol, Ruysseveldt ,De Coster, Vanhaute en Mertens pleegden in dezelfde periode nog een groot aantal overvallen in bende (soms twee, soms drie, soms zeven of acht samen) die echter mislukten: 30 november 1979 te Lebbeke, 25 januari 1980 te Sint-Gillis ten nadele van Intergaz, 17 februari weer bij Chevron te Groot-Bijgaarden, 25 maart op de Spaarkas te Dilbeek en diezelfde nacht op de rijke bakker Michel Jespers, te Rebecq (Nijvel). Die slaagde er in, de bange bende te verjagen door met bloempotten te gooien.

De bende pleegde 45 diefstallen met braak, bijna steeds in auto's waaronder een De Tomaso Panthera, gestolen te Ciney in oktober 1978, Mercedessen, Auto-bianchi's. Ford Escorts en Capri’s, Mini Coopers, een Datsun, een Ford Transit met waardevolle inhoud (te Leuven ten nadele van de nv H.W.Z.), 88 boormachines van Black & Decker, twee Citroens GS, een bandopnemer en ander materiaal uit het Koninklijk Atheneum van Sint-Jans-Molenbeek (14 maart 1980), een inbraak bij de nv Miele te Asse op 5 april 1980 en liefst tien verschillende modellen van BMW.

De voertuigen, waarop zij hun zinnen hadden gezet maar die zij niet open kregen, staken zij wraaklustig in brand. Met vervalste papieren (cheques, facturen, identiteitskaarten) lieten zij zich voor honderdduizenden franken goederen overhandigen. Zij vervalsten de papieren en de nummering van gestolen auto's en gingen zelfs zo vervalste ongevallenverklaringen met valse getuigschriften van valse deskundigen door te sturen naar de verzekeringen.

Verder zijn er tien gevallen van gewone diefstal (fietsen, flessen whisky, lasapparatuur, een peperdure compressor) en natuurlijk de daaruit voortvloeiende 18 gevallen van heling.

Op 24 maart 1980 ranselden Nevens en de gebroeders Colos te Dendermonde de advocaat Herman De Smedt af, Vercammen gaf op 9 maart 1979 slaag aan politieagent Gigas van Anderlecht en Schepper gaf op 14 juni 1980 te Brussel slaag aan rijkswachter Jean Marie Mortier en hij bedreigde en beledigde op 12 november 1980 adjudant Verlinden en opperwachtmeester De Coensel.

De Schepper bedreigde ook zijn mede-bendeleden Vanhaute, Chalmagne en Masson en hij overtrad meermaals de wapenwet met een jachtgeweer, een revolver en een long-rifle, uitgerust met geluidsdemper en vizier.

Uiteraard worden de heren ook beticht van bendevorming en van het opzettelijk vernielen van afsluitingen. Daaronder vallen ook de vernielingen die De Schepper op 22 oktober 1980 aanbracht in zijn cel in de rijkswachtbrigade Asse, de celdeur die hij daar 18 dagen later instampte en de celwagen van de brigade Etterbeek, die hij op 14 juni 1980 vernielde.

Ook sommige gestolen auto's werden in brand gestoken. De Schepper en De Mol ten slotte, en dat is betichting Y, hebben zich in het openbaar uitgegeven voor de personen, van wie zij blanco cheques stalen, en dat is valse naamdracht.

Op de eerste dag is het proces amper verder geraakt dan de-aanstelling van tientallen burgerlijke partijen en een eerste, oppervlakkige ondervraging van de vijf eersten.

Ook de zittingen van 12, 13 en 20 maart zijn voorbehouden aan dit monsterproces.

Bron: Het Laatste Nieuws | 6 Maart 1981

Bende De Schepper stal auto's op bestelling van Griekse opkopers

Het monsterproces ten laste van de bende De Schepper, die ervan beticht wordt tussen einde april 1978 en november 1980 cen bijna eindeloos lange waslijst overvallen, inbraken, gewone diefstallen, vernielingen, brandstichtingen en vervalsingen te hebben gepleegd, hoofdzakelijk in Brabant, was donderdag aan zijn tweede zitting toe. De zaal van het Brussels Krijgshof, die voor de gelegenheid deze van de 20e kamer van de correctionele rechtbank verving, zat stampvol. Er staan immers 32 betichten terecht onder wie 12 gedetineerd zijn. Omdat sommigen van geen kleintje vervaard zijn, had de rijkswacht bijzondere veiligheidsmaatregelen genomen. Er liep zelfs een politiehond aan de leiband.

Het onderzoek in de ongelooflijke reeks misdrijven ging aan het rollen toen op 14 april 1980 de rijkswacht van Asse een diefstal probeerde op te helderen en per toeval stuitte op Ivo Briosi (22) uit Merchtem en een van de gebr. Colot. Bij hen werd een indrukwekkende voorraad gestolen machines aangetroffen. De daarop volgende dagen konden Willy De Schepper (28), garagist uit Mollem, André Demol (23) uit Asse en nog andere medeplichtigen bij de kraag worden gevat.

Afgezien van een reeks hold-ups op benzinestations, een spaarkas en een bankloper, had de bende het hoofdzakelijk gemunt op auto's, waarvan honderden wisselstukken van de hand werden gedaan bij garagisten. Deze laatste staan mee terecht wegens heling, maar de meesten houden staande dat ze niet wisten dat ze van diefstal afkomstig waren. De voertuigen, die de bendeleden niet openkregen, staken ze uit wraaklust gewoon in brand. Boordpapieren en de inschrijvingsnummers werden vervalst.

Sommige betichten bleken ook agenten, rijkswachters en zelfs een advocaat uit Aalst te hebben afgetuigd of zwaar beledigd. Uiteraard staan ze ook terecht wegens bendevorming, maar de moeilijkheid zal zijn ieders rol bij elk van de vele misdrijven precies te bepalen.

Voor de rechtbank wordt als het ware sysifusarbeid, wat verklaart waarom voorzitter De Smedt donderdag nog zittingen voorzag op 13, 20, 25 en maart en ook op 2 en misschien zelfs 3 april. Tientallen burgerlijke partijen kwamen zich reeds melden en donderdag kwam er nog een half dozijn bij.

De Schepper, het brein van de bende, loochent alles halsstarrig, hoewel hij “werkte” op bestelling van Griekse auto-opkopers in de buurt van het Brussels Zuidstation. Zij uitten hem hun wensen betreffende bepaalde merken en types van voertuigen en De Schepper vervulde die of liet die uitvoeren.

Minnares thuis

Omdat het wijdvertakt onderzoek nog niet voltooid is, krijgen deze Grieken later afzonderlijk hun proces. De Scheppers echtgenote, Sonia Cortvrindt, die zich moet verantwoorden wegens valsheid in geschrifte, heling, oplichting met cheques en lid van de bende, kreeg tegen haar zin de minnares van haar man onder haar dak.

“Willy vestigde zich einde 1979 als zelfstandig garagist. Ikzelf ging overdag werken. Hij vertelde me niets van zijn nachtelijke bedrijvigheid. Nooit ik heb daarvan iets gemerkt. Ik sliep vast. Om de 14 dagen kreeg ik van hem een paar duizend fr. en daarmee was ik tevreden.”

Achtereenvolgens werden alle nog 27 resterende belichten door de h. De Smedt aan de tand gevoeld. BMW's en Mercedessen waren de auto's, waarop de bende het bij voorkeur gemunt had, maar van boormachines, een compressor, bandopnemers, lasapparatuur, fietsen, Datsuns, Fords en Citroens was ze ook niet vies.

In bepaalde gevallen speelden De Schepper en Demol voor wapenleverancier. Voorzitter De Smedt tot sommige opkopers van gestolen goed: “Toch eigenaardig dat u nooit uitleg vroeg over de herkomst ervan en nooit een factuur werd gemaakt, terwijl u toch wist dat u niet met de handelaars te maken had.”

Een van de betichten, een militair, zwoer bij hoog en laag niet te hebben deelgenomen aan de overval op een bankloper te Elsene. “Ik wandelde daar alleen voorbij en ging lopen.” Toch gaf hij toe 50.000 fr. van de buit te hebben opgestreken. De h. De Smedt: “Dik betaald om te gaan lopen.”

Marc Keymolen uit Brussegem bleek bij vergissing in het dossier te zijn beland, maar moet toch nog op het bankje blijven zitten. “Men moet nog nagaan of hij soms geen lid van de bende was.”

Tegen Erwin Vercammen uit Anderlecht liet procureur Cerckel de betichting vallen, zodat die ongemoeid thuis mag blijven.

François Platteau uit Asse: “lk nam deel aan de overval op de bankloper te Elsene. De buit werd broederlijk verdeeld. Voor een andere diefstal kreeg ik een geweer van Demol.”

Spektakel

Chauffeur Michel Schakens uit Asse, beticht van hold-up en brandstichting: “Ik wist nooit waar ze naartoe reden. Met de brandstichting te Sint-Pieters-Leeuw heb ik niets te maken. Ik hoorde De Schepper en Demol toevallig zeggen: we gooien die auto in de vaart en ik wou dat spektakel zien.”

Demol gaf een reeks misdrijven toe en schetste de rol van De Schepper. Albert De Coster uit Asse bekende hold-ups en pogingen daartoe, maar loochende heling en oplichting. Armand Boriau uit Dilbeek betaalde De Schepper 40.000 fr. voor de te Herent gestolen compressor, ofschoon die er 200.000 fr. meer voor gevraagd had.

Armand Vanhaute uit Hekelgem, beticht van poging tor hold-up bij een bakker te Rebecq: “Ik zag De Schepper benzine op auto's gieten. Hij voerde het bevel uit.”

Hij was ook betrokken bij diefstallen en braak, doch loochende een Citroën te hebben gestolen te Wemmel, hoewel De Schepper dat bevestigde. Jozef Meert uit Opwijk: “Ik kocht slechts eenmaal van De Schepper. Ik betaalde 40.000 voor twee autozetels, maar ik wist niet dat die gestolen waren.”

D.C. (19) uit Wemmel, ervan belicht vuur te hebben gestookt met autobanden en bij FC Walfergem: “Ik weet daar niet veel van. Ik was dronken van bier en whisky. Ik lag suf te slapen op de achterbank.” Hij gaat nu stempelen.

In de prak

Jean Leemans uit Bornem, beticht van autodiefstal: “Ik reed met De Schepper naar Ciney, zette hem daar af op een parking want hij zou daar een auto kopen, en reed alleen naar huis. Later zag ik hem met een gestolen en herschilderde Citroen rijden.”

André Ghijssens uit Merchtem gaf toe op verzoek van De Schepper het inschrijvingsnummer van een Ford Capri te hebben vervalst. “Ik deed dit als wederdienst, vroeg er geen geld voor, maar kreeg van hem 5.000 fr.”

Dirk Meskens uit Asse bekende een autoraamnummer te hebben vervalst. Anders was het met Kamiel Strick uit Erpe-Mere: “Ik ben geen heler. Ik ken niemand van de bende, die hier zit. Als meubelopkoper kocht ik toevallig van Vanhaute en Masson een antieken kast en tafel. Vanhaute zei me dat hij die geërfd had van familie in Frankrijk.”

Op het einde van de zitting bleek dat ook nog een wagen - op bestelling - in de prak was gereden om een verzekeringsmaatschappij te kunnen oplichten. Normaal moet procureur Cerckel vandaag beginnen aan een urenlang requisitoir.

Bron: Het Laatste Nieuws | 13 Maart 1981

Procureur vordert 78 jaar tegen kopstukken bende De Schepper

Procureur Cerckel had vrijdag honderd minuten nodig voor zijn requisitoir tegen de bende De Schepper, beticht van een ellenlange waslijst misdrijven allerhande. “En dan beperk ik me nog tot de voornaamste feiten, want anders sta ik hier morgen nog”, voegde hij er gevat aan toe.

In bijzijn van twintig waakzame rijkswachters, die waren opgeroepen om een oogje in het zeil te houden, vorderde hij voor de voornaamste van de 32 betichten in totaal 78 jaar en zes maand gevangenis, slechts voor een gering deel met uitstel. Tegen acht andere zag hij geen bezwaar in een kleine straf met uitstel en nog een andere, Erwin Vercammen uit Anderlecht, werd witgewassen met een verzoek tot vrijspraak.

Onverbeterlijk

Voor Freddy Colot en zijn broer Gilbert uit Merchtem en ook voor Ivo Briosi, eveneens uit Merchtem, vroeg hij telkens zes jaar.

Willy De Schepper uit Mollem is een speciaal geval. Zijn leidersrol staat vast. Hij was betrokken bij zeven hold-ups als dader en initiatiefnemer. Hij streek ook telkens een deel van de buit op of verdeelde die. Verder pleegde hij eigenhandig 32 diefstallen met braak, sloeg rijkswachters, stichtte twee branden, maakte zich schuldig aan verboden wapendracht, het dragen van een valse naam en valsheid in geschrifte.

“Deze man is onverbeterlijk. Zodra hij uit de gevangenis komt, zal hij herbeginnen. Hij is een gevaar voor de samenleving. Technisch gezien zou ik twintig jaar tegen hem moeten vorderen, maar ik herleid de eis tot tien jaar.”

De h. Cerckel bestempelde ook Allons Nevens uit Erembodegem, André De Mol uit Asse en Albert De Coster uit Asse als leiders van de twee jaar lang bedrijvige bende. Een organisatie, die gebruik maakte van schietensklare, gevaarlijke wapens, maskers, pruiken en handschoenen.

Een bende ook waarvan bepaalde leden gek waren op nachtelijk spektake door brand te stichten. Drie van hen gingen advocaat Herman De Smedt thuis te Dendermonde aftuigen en met hun schoenhakken bewerken. Vermoedelijk uit wraak, want diezelfde dag had mr. De Smedt gepleit in een zaak, waarin de gebroeders Colot gewikkeld waren.

Alfons Nevens, beticht van vijf hold-ups, 21 diefstallen en de slagen aan de advocaat, hoorde zes jaar tegen zich eisen.

Zware jongens De Mol en De Coster, die onderscheidenlijk terechtstaan voor tien en acht gewapende overvallen en een reeks diefstallen met braak, kregen in de strafvordering ieder zeven jaar aangesmeerd.

Tegen Jean-Pierre Ruysseveldt uit Asse, beticht van twee pogingen tot hold-up en heling, vorderde de h. Cerckel vier jaar. Veel milder toonde hij zich voor Armand Boriau uit Dilbeek (zes maand). Rudy D. uit Asse kwam er in de eis van af met twee jaar en Simone Chalmagne uit Hekelgem met één jaar voorwaardelijk.

Tegen Armand Vanhaute uit Hekelgem, Michel Schaukens uit Asse, François Plattiau en Luc Mertens uit Asse werd achtereenvolgens drie jaar met een deel uitstel, vier jaar, vijf jaar en drie jaar gevorderd.

Moeilijk geval

Sonia Cortvrindt, echtgenote van Willy De Schepper, achtte de procureur een moeilijk geval. Zij wordt beticht van heling en valsheid in geschrifte, maar moest ten slotte leven met de bendeleider. “Ik doe een beroep op de wijsheid van de rechtbank, maar vorder toch éen jaar gevangenis”, zei de h. Cerckel.

Van de overigen hoorden nog André Ghyssens uit Merchtem, Roger Masson uit Hekelgem en J.D.C. uit Wemmel een jaar tegen hen eisen, deze laatste echter met een deel uitstel. Al de anderen konden volgens het requisitoir aanspraak maken op een lichte straf met uitstel, hoofdzakelijk omdat ze een blanco strafregister bezitten en toch geen lid waren van de bende.

Vooraf bracht de h. Cerckel hulde aan het prachtig werk van de rijkswacht van Asse. Door haar toedoen werd de hele bende ontmanteld en de waslijst misdrijven opgehelderd.

“Dat de kopstukken wel degelijk een bende vormden, wordt ten overvloede bewezen door de organisatie der misdrijven, de samenspraak die eraan voorafging, de opslagplaats van de buit, de autodiefstallen op bestelling en de georganiseerde verkoop van de wisselstukken der gekraakte voertuigen. Aan de hold-ups zit zonder zweem van twijfel ook een doelbewust misdadig aspect vast.”

Hoeveel personen wel bij de misdrijven schade werd berokkend, blijkt uit het feit dat bij de tientallen burgerlijke partijstellingen van de eerste twee zittingen er vrijdag nog een paar dozijn meer kwamen opdagen. Zelfs de gemeente Asse is er bij.

De volgende zitting in het monsterproces is voorzien tegen 20 maart. Dan komen normaal de eerste advocaten van de verdediging aan het woord.

Bron: Het Laatste Nieuws | 14 Maart 1981

Nachtelijke afstraffing van advocaat weegt zwaar door

Op de dagvaarding heet het gewoon betichting L. Maar in de waslijst van betichtingen (25 waarvan er sommige onderverdeeld in 45) is de aanranding van advocaat Herman De Smedt te Dendermonde op 24 maart 1980 wellicht een van de zaken die het hardst gaan doorwegen voor drie van de 32 bendeleden. Zoals mr. Jean Gooris zei: “Wij mannen van het kleed (en hij bedoelde rechters, procureurs en collega's) reageren daar allen misschien opgeschroefd op.” Drie onbekenden waren die nacht binnengedrongen in de studie van de Dendermondse advocaat en hadden hem een ware afstraffing gegeven.

Later kreeg de advocaat een brief waarin zekere “Zwarte Panter” stelde dat dat nog maar een eerste communie was, dat er een plechtige communie op komst was en dat pleiter desnoods ook nog de vorming kon krijgen.

In het proces van de zogenaamde bende-De Schepper wordt deze afstraffing weerhouden tegen de gebroeders Gilbert en Freddy Colot en tegen Alfons Nevens. In dit proces worden zowat alle kleine en middelgrote schurkjes uit de driehoek Brussel-Aalst-Dendermonde beticht van een hele reeks brandstichtingen, overvallen, autodiefstallen, inbraken en andere wapenfeiten.

Vooral de BOB van Asse lichtte de bende ten slotte uit het zadel.

Hij eevd

Maar behalve de afstraffing van mr. De Smedt wordt er tegen de gebroeders Colot uit Meise weinig weerhouden: met opzet tegen een boom rijden om een verzekering op te strijken, twee brandstichtingen waarbij zij een passieve rol speelden, en bendevorming (terwijl de Colots maar meelopers zijn).

Mr. Gooris noemde de eis van de procureur (zes jaar) dan ook fel overdreven, te meer daar hij de afstraffing van de Dendermondse advocaat betwist: de getypte dreigbrief is foutloos, intelligent en bijna humoristisch terwijl Freddy “hij heeft” schrijft als “hij eevd” en dom is op het randje van het debiele af.

Geen der getuigen herkenden Colot en hij had een alibi: na zijn verschijning voor het hof van Beroep was hij cafés gaan bezoeken. Die verschijning wordt beschouwd als motief, maar Freddy was de enige die voor een andere zaak bij verstek veroordeeld was en die afzonderlijk verzet had aangetekend: mr. De Smedt kwam toen niet meer tussen.

Pleiter wijst er op dat Colot al een jaar voorarrest heeft gedaan. “Zijn werkgever wil hem nog altijd weer opnemen en zijn verloofde zal een betere invloed op hem hebben dan een cipier. Maar na zes jaar is er voor Colot geen werk of verloofde meer en zal hij in de gevangenis een woestaard geworden zijn.” Mr. Gooris vroeg voor zijn cliënt een zware gevangenisstraf, maar met een probatoir uitstel.

Broer

Aan dit schitterend pleidooi had mr. Marc Van Vlaenderen weinig toe te voegen voor de andere Colot, Gilbert. Ook hij wees er op dat Colot, Gilbert dan, een meeloper was geweest, een chauffeur, iemand die zich wilde manifesteren maar die thuis correct en braaf is. Ook hij wees op het lange voorarrest: een jaar.

Mr. Lievens pleitte voor Alfons Nevens uit Erembodegem en ook hij spitste de aandacht toe op de afstraffing van de advocaat. Nevens had volgens pleiter geen enkel motief, zelfs niet de vriendschap met de Colots: de drie komen samen slechts in twee belichtingen voor.

Mr. Dubois pleitte dan voor Nevens wat betreft de gewapende overvallen: hij betwiste er een paar en vroeg de mildheid van de rechtbank. Aan het begin van de zitting pleitten mrs. Pascal Van der Veeren en Van Haesendonck voor Willy De Schepper, die algemeen beschouwd wordt als de leider van de hele bende. Dat wordt door mr. Van der Veeren betwist.

In een scherpzinnig, zuiver juridisch pleidooi wees hij op de onvolmaaktheden van het dossier, het gebrek aan bekentenissen, de onvolledige processen-verbaal.

Dochtertje

Lang handelde pleiter over het begrip medeplichtigheid. Hij wees op de voorwaarden voor deze betichting: de absolute vrije wil om mee te werken, het besef “a priori” en de beperking tot één daad per keer, dus niet in het algemeen.

Mr. Van Haesenconck handelde over de gewelddaden die De Schepper als aangehoudene pleegde. Op 14 juni 1980 vernielde De Schepper een celwagen. Het was een zaterdag, hij wist dat zijn 7-jarig dochtertje hem ging komen bezoeken. Toch leidde men hem (met opzet?) weg voor verhoor. Door de celwagen zag hij zijn dochtertje staan wachten voor de gevangenispoort...

Voorzitter De Smedt laat opmerken dat de rechtbank niet zo zwaar tilt aan die betichtingen. Mr. Van Haesendonck hoopt dat de rechtbank De Schepper niet te lang in de gevangenis zal laten en hij haalt Goethe en Stendhal aan. Goethe: “het karakter vormt zich in de stroom van de wereld” en Stendhal: “in de eenzaamheid kan men alles verwerven behalve karakter”.

Bron: Het Laatste Nieuws | 21 Maart 1981

“Ik heb er niets mee te maken”, zegt bendeleider De Schepper

“Ik heb met heel de zaak niets te maken”, bromde nors de 28-jarige garagist Willy De Schepper, uit Mollem, toen de voorzitter van de correctionele rechtbank hem een laatste commentaar vroeg. Negen zittingen wijdde de 20w kamer aan deze zaak, waarin 32 personen uit de driehoek Brussel-Aalst-Dendermonde, vooral uit de buurt van Asse, beticht worden van meer dan 20 verschillende misdrijven, gaande van brandstichting en gewapende overval voor de zwaarste jongens tot heling en vervalsing van cheques.

Iedereen is het er over eens: De Schepper was de leider, de man die zelf aan weinig operaties deelnam maar die de leden van zijn bende (begonnen als motorclub) vanuit zijn garage leidde en overheerste.

De Schepper zelf is de enige die hardnekkig blijft ontkennen. De anderen ontkennen links of rechts een kleine betichting, de gebroeders Colot en Nevens ontkennen ook de aanranding van mr. De Smedt, uit Dendermonde. Op 24 april zal voorzitter Julien De Smedt zijn vonnis uitspreken.

De laatste dag was gewijd aan de laatste pleidooien, meestal voor de kleinste garnalen uit de hoop. Voor garagist André Ghyssens, uit Merchtem, vroeg mr. José Van der Veeren de mildheid. Deze boezemvriend van De Schepper, collega ook, zou hem hebben geholpen bij het invullen van valse papieren voor gestolen auto's. Mr. Van Nieuwenhuyzen pleitte voor Jozef Meert, uit Asse, die 40.000 fr. betaalde voor een ruil-motor van een BMW. Betichte werkt immers als mecanicien voor een BMW-garage en had zo De Schepper leren kennen.

Volgens pleiter was het voor BMW de gewoonte, het nummer uit een ruilmotor te slijpen. Het ontbreken van een factuur kan volgens de advocaat nog geen bewijs van heling zijn.

Sinterklaas

Mr. Johan Lievens pleit voor Armand Vanhaute. Zestig jaar, zilverwitte haren, sinterklaasbaard Op 29 december 1979 werd zijn Chevrolet Monza gestolen door de bende. Op 13 februari 1980 kreeg hij voor 30.000 fr. een te Kortrijk gestolen Mazda voor de deur. Toen hij die terug ging brengen naar De Schepper werd hij onthaald op schoten uit een geweer met demper. “Ge ziet dat ik van schieten geen schrik heb en nu moet ge alleen nog zwijgen”, zei De Schepper. Rijkswachters stelden later inderdaad kogelgaten vast in de muren van de garage. Sindsdien was Vanhaute lid van de bende.

Zij kwamen hem thuis ophalen: “Baard, gij moet mee, wij hebben u van doen.” Hij trok naar de rijke bakker te Rebecq (Vanhaute was immers de enige die precies wist waar de bakker woonde) en stak daar de fik aan twee auto's. Toen Vanhaute zeker dag met een onbekende (Masson) afstapte bij De Schepper werd hij weer bedreigd: “Gij gaat er mij toch niet inlappen” en weer loste De Schepper een schot, nu met een pistool op 30 cm. afstand.

Hij moest ook mee gaan inbreken in het atheneum van Molenbeek: “Zwijgen, smeerlap, of het is hier uw feest.” Met de kruiwagen moest hij de buit naar buiten dragen, terwijl De Schepper piano speelde.

Doodstraf

Vanhaute is 100 t.h. oorlogsinvalide en mag alleen bijzonder voedsel nemen: een verblijf in de gevangenis zou een doodstraf zijn. Opmerkelijk is ook dat deze man, die altijd al aan auto's heeft geprutst, na veertig jaar nog steeds een blanco strafregister heeft.

Zijn vriendin Simone heeft ook een paar feiten op de kerfstok, gestolen cheques die zij uitgaf om de droom van hun leven te kopen: een koffiezetapparaat.

François Plattiau wordt verdedigd door mr. Steppé. Hij heeft deelgenomen aan twee overvallen, telkens met ongeladen wapens. De jongen werd reeds als kleuter geslagen, met de zweep nog wel, en werd aan het toezicht van zijn ouders onttrokken en opgevoed in tehuizen. Hij leert nu in de gevangenis lezen en schrijven en wil, na zijn vrijlating, naar de steenkoolputten van Zolder.

Mr. Albert Calewaert, uit Aalst, pleit kort voor de derde Vercammen, broer van Johnny, en vraagt de opschorting. Dat doet ook mr. Grouwels voor “letterlijk en figuurlijk de allerlaatsten”.

Pierre De V. wist dat zijn wagen kapot was gereden en ontving toch 10.000 fr. van de Royale Belge. Blondine, voor wie pleiter de vrijspraak vraagt, bracht het geld naar Colot.

Mr. Jan Van Hoof pleit voor Camiel S., die een antieke eiken kast en tafel kocht, afkomstig van een inbraak bij graaf de Limburg Stirum. Men had hem gezegd dat de kast uit Frankrijk kwam. “Ik heb gehandeld zoals iedere handelaar”, zei S. persoonlijk eerder boos tot de rechter.

Self-service in het kasteel

Mr. Guido Verdeyen pleit voor Marc K., die zekere dag meereed met een paar bendeleden om te gaan dansen te Kapelle-op-den-Bos. Op de terugweg stopten zij in de nabijheid van de fabriek te Zellik waar Briosi werkte. Briosi had de dag tevoren enkele manometers gestolen en in de buurt verborgen in het gras. Arme K. wordt daarom beticht van medeplichtigheid aan de diefstal. Hij wist van niets.

Mr. De Lat pleit voor Luc Mertens, die “uit nieuwsgierigheid” mee trok naar de rijke bakker te Rebecq en die, enkele dagen voor Nieuwjaar, sterke drank wilde stelen ten nadele van zijn werkgever, GB-Inno-BM, waar hij vorkheftruckbestuurder was. Samen met een jonge medeplichtige wilde hij de flessen door de afwateringssystemen laten glijden om ze later te gaan oppikken. Het tweetal werd betrapt en bange Luc zette het op een lopen.

Mr. P.R. Nyssen probeerde Roger Masson te verdedigen, die in maart binnendrong in het kasteel van graaf de Limburg Stirum te Sint-Pieters-Leeuw. “Het is daar een echte self-service, iedereen dringt daar geregeld binnen om er een en ander te stelen”.

Ten slotte kwam mr. Vic Van Aelst aan het woord voor Lue Meskens. Die kocht van de bende een Datsun 1976 voor 60.000 fr. en hij wist “dat er een reukje aan zat”. Het gekke was dat de auto, in beslag genomen en weergegeven aan de verzekeringsmaatschappij, herverkocht werd aan Meskens!

Pleiter vindt dat betichte, die van in het begin de waarheid heeft gezegd, beloond moet worden voor zijn eerlijkheid.

Bron: Het Laatste Nieuws | 28 Maart 1981

40 jaar gevangenis voor kopstukken bende De Schepper

Voor de 20ste kamer van de correctionele rechtbank te Brussel viel vrijdag een regen van gevangenisstraffen. De 32 betichten in de zaak en laste van de bende De Schepper aanhoorden er hun vonnis. De voorlezing ervan vergde een uur. Geen wonder. Alleen reeds de 12 betichten, die aangehouden verschenen, werden in totaal bedacht met meer dan 40 jaar gevangenis.

De overigen kwamen er meestal vanaf met veel lichtere en vaak voorwaardelijke straffen. Er vielen ook een half dozijn vrijspraken. De bendeleden, stonden terecht voor een bijna eindeloze lijst misdrijven, die tussen 30 september 1978 en 13 november 1980 gepleegd werden in de Brusselse agglomeratie, te Aalst, Asse, Eke, Opwijk, Dilbeek, Hekelgem, Wemmel, Sint-Pieters-Leeuw, Lebbeke, Meise, Kortrijk, Antwerpen, Grimbergen, Kraainem, Leuven, Ninove en Ciney.

Hoofdzakelijk ging het om een reeks al dan niet gewapende hold-ups en om diefstallen van auto's waarmee deze misdrijven werden gepleegd of waarvan de onderdelen later werden versjacherd. In andere gevallen ging het om oplichting en zelfs een paar brandstichtingen.

Om de verscheidenheid van de misdrijven vrijwel volledig te maken vermeldden de dagvaardingen ook inbraken, vervalsingen, bedrog, heling, slagen, smaad bedreiging, wapen-dracht, bendevorming, vernieling en valse naamdracht.

Procureur Cerckel kreeg in deze zaak niet wat hij vroeg. In zijn ruim anderhalf uur lang requisitoir had hij voor de kopstukken van de bende 78 jaar gevangenis gevorderd.

Bendeleider Willy De Schepper (28), garagehouder uit Mollem, beet de spits af met 7 jaar zonder uitstel. Het tegen hem weerhouden aantal betichtingen was dan ook indrukwekkend. Tweede zwaarst gestrafte is André Demol (23), bakker uit Asse. Hij kreeg 5 jaar.

Lasser Ivo Briosi (22), uit Merchtem, werd van verscheidene betichtingen vrijgesproken, maar hoorde zich toch veroordelen tot 3 jaar. Metselaar Gilbert Colot (21) uit Meise kwam er vanaf met 3 jaar waarvan 1 jaar met uitstel. Zijn broer Freddy (23), tuinier te Meise, werd verwezen tot 3 jaar waarvan de helft met uitstel.

Alfons Nevens (27), werkman te Aalst, kreeg 3 jaar en 6 maand. Plaatslager Hubert Vercammen (23) uit Anderlecht kwam er met 18 maand vanaf. Begeleider Jean-Pierre Ruysseveldt (21) uit Asse met 3 jaar waarvan 2 jaar met uitstel. Voor fabriekswerker Albert De Coster (22) uit Asse is er echter volle 4 jaar brommen bij.

Vrachtwagenchauffeur Michel Schaukens (23) uit Asse werd verwezen tot 3 jaar waarvan één met uitstel. Handlanger François Plattiau (24) eveneens uit Asse tot 3 jaar maar dan slechts 6 maand met uitstel. Luc Mertens (26), autogeleider uit Asse, werd witgewassen voor verscheidene betichtingen, maar kreeg toch nog 18 maand waarvan de helft met uitstel.

Voor de betichten, die vrij verschenen, vielen volgende straffen. Schildersbaas Armand Boriau uit Liedekerke: vrijspraak; Jan Deboosere, garagehouder uit Zwevegem: 5 maand met uitstel; Luc Deboosere, eveneens garagehouder te Zwevegem: 5 maand met uitstel en 10.000 fr. boete; Rudy D. uit Asse: 2 jaar met uitstel voor het deel dat hij nog niet uitzat; Simone Chalmagne uit Hekelgem (Essene): 6 maand met uitstel en 6.000 fr. boete; Armand Vanhaute uit Hekelgem (Essene): 3 jaar met uitstel; Sonia Cortvrindt, handels-bediende uit Asse (echtgenote Willy Schepper): 6 maand met uitstel en 4.000 fr. boete; regelaar Roger Masson uit Hekelgem: 1 jaar met uitstel en 8.000 fr. boete.

Automechanicien Jozef Meert uit Mazenzele, vleeshouwersgast Erwin Vercammen uit Anderlecht, autogeleider Jean Leemans uit Bornem, mechanicien Camiel Strick uit Erpe-Mere en lasser Marc Keymolen uit Merchtem werden alle vijf vrijgesproken.

De rest van de straffen luidde als volgt: Jean D.C. uit Wemmel (1 jaar met uitstel en 8.000 fr. boete); Frans De Coninck, werkman uit Hekelgem (3 maand met uitstel en 4.000 fr. boete); garagehouder André Ghyssens uit Merchtem (6 maand en 20.000 fr. boete); meubelmaker Johnny Vercammen uit Merchtem (6 maand met uitstel en 10.000 fr. boete); mechanicien Dirk Meskens uit Asse (6 maand met uitstel en 8.000 fr. boete); schrijnwerker Pierre De Vinck uit Vilvoorde (6 maand met uitstel en 10.000 fr. boete) en Blondine Cockaert uit Merchtem (6 maand met uitstel en 10.000 fr. boete).

De in beslag genomen wapens werden verbeurd verklaard. De meeste betichten werden ook veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan burgerlijke partijen, maar niet al deze partijen kregen voldoening.

Bron: Het Laatste Nieuws | 25 April 1981

De Schepper in beroep veel braver

Willy De Schepper, de garagist uit Mollem, die twee jaar lang paniek zaaide in de streek van Asse met zijn bende, is samen met vier medebetichten in beroep gegaan regen zijn zware straf: zeven jaar opsluiting. De vakantiekamer van het Hof van Beroep behandelt deze zaak nog tot en met dinsdag.

De bende pleegde een aantal gewapende overvallen, brandstichtingen, vervalsingen en autodiefstallen. De Schepper zelf was daar zelden bij aanwezig maar de plannen werden gesmeed in zijn garage, hij leende dikwijls de wapens en hij wist alles. Vandaar dat hij beschouwd werd als het hoofd van de bende. In eerste aanleg gaf De Schepper (28) niets toe. Hij zei volkomen onschuldig te zijn.

Nu heeft hij ingebonden. Hij bekent toch al een en ander. Hij geeft toe, nog even lachend en joviaal als tevoren, alsof hij de rechters een pretje gunt. Voor elke verplaatsing wordt hij bewaakt door zes rijkswachters en een getrainde hond.

De vier die met hem in beroep zijn gegaan, zijn kleine helers die vooral op burgerlijk vlak ongemakkelijk zitten. Het betreft de gebroeders Deboosere, garagisten uit Zwevegem, een van de gebroeders Vercammen en Blondine C. uit Merchtem.

Bron: Het Laatste Nieuws | 11 Juli 1981

Beruchte autodief uit Asse weer aangehouden

Op het appartement van zijn vriendinnetje Patricia te Zellik werd de beruchte autodief uit Asse, Willy De Schepper, aangehouden.

Eind januari werd De Schepper bij verstek veroordeeld tot 8 maanden effectief wegens diefstal en wapenbezit. Hij was toen reeds ondergedoken nadat nabij Ninove een garage vol gestolen BMW's was ontdekt.

Dat is trouwens de specialiteit van de 28-jarige struise kerel uit Mollem. Eind juli 1981 werd hij veroordeeld tot vijf jaar cel wegens een resem autodiefstallen, inbraken en enkele gewapende overvallen.

Nadat hij een deel van zijn straf had uitgezeten, herbegon De Schepper blijkbaar onmiddellijk met stelen. Overvallen zou hij echter niet meer gepleegd hebben.

Voor een aantal van die nieuwe feiten moet hij zich trouwens al op 22 mei verantwoorden voor de 24ste kamer van de correctionele rechtbank Brussel, samen met zijn vrienden Nevens en Colot. Telefonisch had hij ons laten weten, dat hij zich bij die gelegenheid zou komen aangeven. De gerechtelijke politie is hem voor geweest.

Bron: Het Laatste Nieuws | 7 April 1984

Willy De Schepper even voor de rechter

Breed glimlachend verscheen Willy Schepper (31) maandagochtend voor de 24ste kamer van de correctionele rechtbank Brussel. Die rechtbank veroordeelde hem een paar weken geleden tot acht maanden cel voor vier feiten: het bezit van een Beretta mitrailleur, het bezit van een Smith Ostheim revolver, slagen aan zijn (gewezen) vriend Marc en de diefstal van een partij hout. Willy was toen voortvluchtig, nadat men nabij Ninove een garage vol gestolen BMW's had gevonden.

Hij werd dus bij verstek veroordeeld. Vorige week werd Willy opgepakt bij zijn vriendinnetje te Zellik en hij tekende dus verzet aan, zodat de zaak maandag al voorkwam. Maar De Schepper heeft alle tijd: hij moet immers ondervraagd worden over de zaak van de gestolen BMW's, waarin ook zijn vrienden Nevens en Collot beticht zijn. Die zaak staat vastgesteld op 22 mei.

Bovendien zal Willy nu wellicht de straf, die hij op 29 juli 1981 kreeg, helemaal moeten uitzitten. Hij werd toen veroordeeld tot vijf jaar cel als leider van een beruchte bende uit de streek van Asse, een bende die ook nog een paar gewapende overvallen op het actief had. Van die straf zat hij slechts de helft uit.

Daarna vestigde Willy zich aan de Koensborre te Asse, naast een leegstaand pand. Zekere dag ontmantelde hij, samen met zijn vriend Marc, het dak van dat huis: dat is de houtdiefstal, die men hem nu ten laste legt. Op verzoek van de verdediging werd het verzet uitgesteld tot woensdag 25 april.

Bron: Het Laatste Nieuws | 10 April 1984

Bende De Schepper weer voor de rechter

Meer dan drie jaar geleden stonden zij samen voor de rechtbank: Freddy Colot uit Meise, Alfons Nevens uit Affligem en Willy De Schepper uit Asse. Toen waren de betichtingen heel wat zwaarder: gewapende overvallen, opzettelijke brandstichtingen, gewelddaden tegenover personen. Zij werden toen, 24 april 1981, veroordeeld tot straffen tussen 3 en 5 jaar.

Eind 1982 kwamen de eersten vrij en de bende herbegon bijna onmiddellijk te werken, met de nadruk op de zomer van 1983. En dus stonden zij woensdag weer voor de 20ste kamer van de correctionele rechtbank Brussel.

Ditmaal echter zijn de betichtingen minder zwaar: een hele reeks autodiefstallen (zeven Porsches, een achttal BMW's en nog wat kleinere rommel), wat inbraken en één feit van bedrog tegenover de verzekeringen.

Bovendien was Freddy Colot, alhoewel medebeticht, er niet bij. Hij is de man die uit de biecht heeft geklapt en hij is nu doodsbang geworden voor struise Willy, die gezworen heeft zich te wreken.

Ook al omdat er nog andere zaken in onderzoek zijn tegen hem, en om Incidenten te vermijden, werd de zaak-Colot ontvoegd. Een beetje een eigenaardige beslissing, want Colot heeft nog een aantal zaken verklapt uit dezelfde periode, waarbij de andere twee ook betrokken zijn en die nog niet ter sprake kwamen. Een inbraak in Zele, een zaak van valse nummerplaten, een stoutmoedige inbraak in een leegstaande brouwerij te Neder-Overheembeek.

Woensdag echter ging het hem vooral over de diefstal van luxe-auto's. Dit is de lijst: een donker-groene Porsche 924 ten nadele van pvba Thermelec te Heusden op 17 augustus 1983, een grijze Porsche Carera te Willebroek 22 augustus ten nadele van Jean-Pierre Gaban, een VW bestelauto, een witte Porsche 911, een grijze Porsche 911 en een rode Porsche 911 coupé te Herent op 25 augustus op een garageparking, een groene Honda Accord op 31 augustus ten nadele van Paul Bergmans (een vriend had een Honda-motor nodig), een BMW te Anderlecht op 17 september ten nadele van Yves Willem, een zwarte BMW 315 ten nadele van Carel Jansen te Brussel, een witte BMW 320 te Deurne ten nadele van Daniel D'assonville, en dan nog een zevental Porsches en BMW's te Zwijndrecht, Asse, Strombeek, Tienen en Mechelen, diefstallen die Colot bekent maar Nevens ontkent.

Al die voertuigen werden ontmanteld en in stukken in opslagplaatsen gezet, eerst te Dendermonde, dan te Mollem en tenslotte te Schepdaal, aan de Ninoofsesteenweg. Degene die die opslagplaats verraden heeft, dat wil De Schepper zo graag weten, want zo kwam alles aan het licht. Willy moest weer onderduiken, werd zelfs een tijdje gezocht als de leider van de “bende van Nijvel”, sliep bij zijn ex-echtgenote of zijn nieuwe jonge vriendin of in een lege fabriek te Asse en werd tenslotte in de lente van dit jaar gevat.

De meeste feiten geeft De Schepper grif toe. Nevens ontkent wat Color zegt dat zij samen gedaan hebber. Een derde dief is Pierre Van T. uit Ternat, die de bende soms aanwijzingen verschafte en optrad als hun chauffeur. In een paar gevallen verplaatste hij ook de gestolen auto’s.

Verder staan in deze zaak ook een achttal helers terecht en de haarkapper uit Aalst, die zijn Porsche liet stelen om 707.000 fr. op te strijken van de verzekering Dat geld heeft hij ondertussen terugbetaald.

Volgens substituut Soetemans gaat het hier duidelijk om georganiseerde beroepsmisdadigers. Immers steeds dezelfden werken samen, zij doen beroep op dezelfde helers, hun actieterrein ligt soms ver buiten de eigen streek en zij specialiseren zich in twee welbepaalde automerken.

Nevens komt uit een slecht milieu, meent de procureur: “In de gevangenis is het properder dan bij zijn ouders.” Hij eist 4 jaar cel. De Schepper denkt er niet aan zijn slachtoffers te vergoeden of hoe hij zich na zijn vrijlating zal aanpassen aan de maatschappij.

Het enige waar hij belang in stelt is: wie heeft mij verraden en hoe ga ik die straffen. Feit is, dat het heel wat rustiger is geworden in de cafés van Asse en Mollem sinds De Schepper vast zit, en de procureur eist voor Willy 3 jaar.

Van T. heeft zich losgemaakt uit het milieu en is naar zijn moeder teruggekeerd, Die heeft een boerderijtje nabij Avignon en daar werkt Pierre nu. Het parket zal zich niet verzetten tegen een straf met uitstel.

Garagist Etienne J. uit Dilbeek had de Honda-motor nodig voor een klant, die last had met zijn auto. Die auto had Etienne hen onder waarborg verkocht. In ruil voor de motor verschafte hij onderdak aan de buit en hielp hij soms mee bij het ontmantelen. Volgens mr. Rosenoer heeft hij geen financieel voordeel gehad. Voor de andere helers wordt de opschorting van de uitspraak gevraagd.

Vandaag wordt gepleit voor Nevens en De Schepper, de uitspraak volgt wellicht op 6 december.

Bron: Het Laatste Nieuws | 16 November 1984

Minder cel voor De Schepper

Willy Schepper, bekend in Asse en omstreken voor zijn harde vuisten, heeft dinsdag in de correctionele rechtbank Brussel vijf maanden minder cel gekregen.

In 1981 kreeg Willy vijf jaar cel omdat hij met zijn bende een aantal overvallen en brandstichtingen gepleegd had. In 1983 kwam hij voorlopig vrij. Hij herviel bijna onmiddellijk al beperkte hij zich ditmaal tot autodiefstallen en inbraken. Hij werd zelfs een tijdje (onterecht) beschouwd als mogelijk leider van de “bende van Nijvel” en moest onderduiken. Hij werd opnieuw aangehouden en op 6 december valt het vonnis inzake de autodiefstallen.

Maar tijdens zijn periode van onderduiking werd Willy ook bij verstek veroordeeld door de correctionele rechtbank Brussel. Omdat hij het dak van een krotwoning naast hem had afgebroken (hij had het hout nodig om te stoken) kreeg hij één maand cel.

Omdat hij slagen had gegeven aan Marc De S. kreeg hij ook één maand cel. Omdat hij in het bezit werd gevonden van een revolver Smith Ostein en een machinegeweer Beretta kreeg hij bij verstek zes maanden cel.

Na zijn aanhouding tekende Willy verzet aan tegen dit vonnis. Voor de feiten van wapenbezit bracht rechter Winderickx de straf terug tot één maand, zodat De Schepper voor deze feiten nu 3 maanden moet zitten in plaats van acht.

Bron: Het Laatste Nieuws | 28 November 1984

BMW-dieven uit Asse veroordeeld

Alfons Nevens uit Affligem en Willy De Schepper uit Mollem, de beruchte BMW-dieven uit de streek van Asse, zijn door de correctionele rechtbank van Brussel veroordeeld tot onderscheidenlijk drie jaar en 27 maanden cel. Door hun vorige veroordelingen (wegens overvallen en brandstichting) kunnen zij geen uitstel meer krijgen.

Nadat zij een deel van hun straf voor de vorige zaak hadden uitgezeten, werden de vrienden vrijgelaten. Onmiddellijk herbegonnen zij met het stelen van auto's, vooral dan Porsches en BMW's. Zij bleven niet alleen actief in eigen streek maar trokken ook naar Heusden, Willebroek, Dendermonde, Herent, Anderlecht, Deurne, Zwijndrecht, Strombeek-Bever, Tienen en Mechelen.

Hun buit stalden zij in loodsen te Dendermonde, Mollem en Schepdaal, tot alles ontdekt werd. Nevens werd aangehouden, De Schepper kon eerst vluchten maar werd later ook ingerekend. Van zijn vlucht maakte populaire Willy gebruik om met zijn vriendinnetje Patricia naar Spanje en het zuiden van Frankrijk te reizen.

Pierre Van Truyen, een garagist uit Ternat die eveneens deel uitmaakte van de bende, kreeg 18 maanden cel met uitstel voor wat de voorhechtenis overtreft gedurende 5 jaar. Pierre woont thans nabij Avignon bij zijn moeder, en werkt er in een boerderij.

Kapper Luc R. uit Aalst-Nieuwerkerken, die zijn Porsche “liet” stelen door de bende om de verzekeringen te bedriegen, kwam er van af met 7 maanden voorwaardelijk. Zijn vrouwtje werd vrijgesproken. Alle andere helers en voortverkopers in deze zaak (een zestal) kwamen er van af met de opschorting van de uitspraak.

Nog een bendelid, Freddy Colot uit Meise-Oppem, stond niet samen met de bende terecht. Hij is immers bang van De Schepper omdat hij een en ander bekend heeft. Ondertussen zijn trouwens nog andere diefstallen en inbraken aan het licht gekomen en Colot zou ook vervalsingen en verduisteringen gepleegd hebben. Zijn proces volgt nog.

Bron: Het Laatste Nieuws | 7 December 1984

384

(0 replies, posted in Overzicht Bendes)

Johnny Karnier was een jonge veelpleger die in de tweede helft van de jaren zeventig uitgroeide tot de leider van een omvangrijke Brusselse dievenbende. Zijn criminele carrière werd gekenmerkt door een groot aantal inbraken, diefstallen en recidive, terwijl zijn persoonlijke achtergrond volgens de gerechtelijke stukken werd getekend door een problematische jeugd.

Jeugd

Volgens de verslagen kende Karnier een moeilijke jeugd. Hij verbleef al op jonge leeftijd in verschillende instellingen en groeide op in een omgeving met weinig ouderlijk gezag. Tijdens zijn processen werd herhaaldelijk gewezen op problemen zoals alcohol- en drugsgebruik, een gebrekkige opleiding en een gevoel van verzet tegen de overheid. Zijn advocaten gebruikten deze achtergrond meermaals als verzachtende omstandigheid.

De bende van Karnier

Tussen september 1975 en december 1976 stond Karnier aan het hoofd van een bende van voornamelijk twintigers uit Ganshoren, Molenbeek en Sint-Agatha-Berchem. Tot de vaste kern behoorden onder meer zijn jongere broer Alain Karnier, de broers Danny en Serge Thirionet en Bernard en Fernand Bjoko, aangevuld met een tiental andere jongeren.

De bende pleegde een indrukwekkend aantal vermogensdelicten. Hun doelwitten waren vooral grootwarenhuizen, winkels en handelszaken in Brussel en omgeving, maar ook in Oost-Vlaanderen, Henegouwen en zelfs Nederland. Ze stalen onder meer alcohol, sigaretten, televisies, radio’s, fototoestellen, uurwerken, wapens, motorfietsen en auto’s. Daarnaast pleegden zij ook fraude met cheques, gebruikten en verkochten cannabis, droegen illegaal wapens en maakten zich schuldig aan heling en valsheid in geschrifte.

Opvallend is dat de activiteiten zich ook over de landsgrens uitstrekten. Zo pleegde de bende inbraken in Bergen op Zoom en roofde zij in Putte materiaal uit een sekswinkel.

Eerste grote proces

Begin 1978 verscheen Karnier samen met 23 medeverdachten voor de correctionele rechtbank van Brussel. De aanklacht besloeg dertien pagina’s en omvatte tientallen misdrijven. Karnier, toen 24 jaar, werd door de rechtbank beschouwd als de leider van de bende. Op het ogenblik van het proces zat hij al 22 maanden in voorhechtenis. De voorzitster maakte duidelijk dat een milde behandeling voor hem uitgesloten was, mede omdat hij reeds eerder was veroordeeld.

Gevangenismuiterij

Tijdens zijn detentie nam Karnier deel aan de gevangenismuiterij van Oudenaarde op 30 april 1978. Een dertigtal gevangenen bezette het dak van de gevangenis om betere detentieomstandigheden te eisen. Voor zijn aandeel werd hij in februari 1979 veroordeeld tot één maand extra gevangenisstraf en werd hij samen met de andere deelnemers burgerlijk aansprakelijk gesteld voor de aangerichte schade.

Nieuwe vervolgingen

Ondanks eerdere veroordelingen bleef Karnier in aanraking komen met justitie. In 1980 stond hij opnieuw terecht als leider van een groep die zich bezighield met diefstallen in grootwarenhuizen, handtasdiefstallen en diefstallen in slaapwagens van treinen. Bovendien werd hij beschuldigd van aanranding van de eerbaarheid van een 15-jarig meisje.

Het openbaar ministerie omschreef hem als een “onverbeterlijke misdadiger” en eiste tien jaar gevangenisstraf. De verdediging voerde aan dat de bewijzen grotendeels steunden op de verklaringen van een medeverdachte en wees opnieuw op zijn moeilijke jeugd. Uiteindelijk veroordeelde de rechtbank hem tot drie jaar gevangenisstraf, aanzienlijk minder dan de geëiste straf.

Laatste vermelding

Ook na zijn vrijlating bleef Karnier actief in het misdaadmilieu. In december 1985 werd hij opnieuw gearresteerd na een inbraak in een restaurant in Sint-Jans-Molenbeek. Hij werd samen met een man en een vrouw op heterdaad betrapt. Karnier probeerde zich te verstoppen onder een kast in een appartement, maar werd gearresteerd. Volgens het parket werd hij bovendien nog gezocht voor andere feiten.

Samenvatting

Uit de notities komt Johnny Karnier naar voren als een recidiverende beroepscrimineel die al op jonge leeftijd uitgroeide tot de leider van een omvangrijke dievenbende. Zijn bende pleegde tussen 1975 en 1976 tientallen inbraken en diefstallen in België en Nederland, met een brede waaier aan buit.

Ondanks meerdere veroordelingen en langdurige gevangenisstraffen bleef Karnier ook in de jaren tachtig strafbare feiten plegen. Zijn moeilijke jeugd en verblijf in instellingen werden tijdens verschillende processen aangehaald als verklaring voor zijn criminele parcours, maar verhinderden niet dat justitie hem bleef beschouwen als een hardnekkige veelpleger.

[Samenvatting met ChatGPT op basis van onderstaande artikels.]

Bende van Karnier spaarde ook Nederlandse “sex-shops” niet

“Deze zaak gaat nog maanden aanslepen, heren advocaten. Als uw cliënt er zou kunnen af geraken met een lichte straf, waarom wendt ge u dan niet tot de bevoegde kamers voor de invrijheidstelling?”

Mevr. Schmidt, die de correctionele rechtbank te Brussel voorzit, wendde zich zo tot de verdedigers van een paar van de 24 betichten die voor haar verschijnen onder de algemene noemer van “de bende Karnier”.

“Uiteraard geldt dat niet voor u, meneer Karnier”, zegt de voorzitster en zij wendt zich tot hoofdbetichte, een soort overjaarse bengel van 24, die voortdurend de debatten onderbreekt en met iedereen lacht en praat, ook met de voorzitster.

Maar soms wordt hij bitter, zoals nu: “Ja maar, ik zit daar nu ook al 22 maanden, 24 uren per dag, rond te lopen in een cel van 2 bij 2 meter. Ik word het beu…»”Johnny had maar beter moeten nadenken. Aan het hoofd van een bende jeugdige dieven en inbrekers heeft hij tussen september 1975 en december 1976 een indrukwekkende lijst misdrijven gepleegd. De dagvaarding telt liefst dertien pagina's.

Zijn trawanten waren meestal leeftijdgenoten, zoals zijn vier jaar jongere broer Alain en de gebroeders Thirionet, 24 en 23 jaar oud, Danny en Serge, en de gebroeders Bjoko, 20 en 21 jaar oud, Bernard en Fernand en nog een dozijn anderen. Bijna allen afkomstig uit Ganshoren, Molenbeek, Sint-Agatha-Berchem.

Met hen staan ook een paar caféhouders terecht, beticht van heling. Behalve diefstal en inbraak komen bij de betichting ook fraude voor, fysieke bedreiging, wapendracht en het gebruik en de verkoop van cannabis. En valsheid in geschrifte.

Want een Amerikaanse toeriste, Ruth Phillips, moest zomer vorig jaar te Elsene bij een overval haar chequeboekje afstaan aan Claudio Velsesia (23) en Dominique Salesse (21), nog twee bendeleden. Laatstgenoemde laat verstek gaan.

Van alles wat

Wat er voor de rest zoal op de waslijst staat? Ontelbare diefstallen, al dan niet met inbraak, in het Brusselse en de streek van Dendermonde. Vooral grote warenhuizen kregen hun bezoek: GB-Inno-BM, Sarma-Penney, Westland Shopping, noem maar op. Alcohol, sigaretten, muziekcasettes, televisietoestellen.

In de streek van Doornik maakten zij in dezelfde periode Oosterse kunst en wijnflessen buit, bij Vanden Borre te Brussel stalen zij voor 260.000 fr. elektrische toestellen in december 1975, bij C.D.R. voor 56.000 fr. radio's, bij Copilac uurwerken, bij Herman Borghmans te Aalst voor 260.000 fr. foto-apparaten, in Strombeek-Bever in september 1976 voor 165.000 fr. sigaretten, bij Teurlings te Halle voor meer dan 100.000 fr. foto-apparaten, bij Monique Ulin te Ninove ook zoiets en bij Pol Oosterlinck te Lebbeke een pistool en vier geweren.

Verder staan zij terecht voor diefstallen van motorfietsen en auto's (vooral Fiat), o.m. te Kapelle-op-den-Bos, Merchtem, Jette, Halle en Doornik, van acht karabijnen te Aalst (waarde 23.000 fr.), een samoerai-zwaard, een kruisboog, diefstallen nog te Twee-Arken, Woluwe, Dendermonde, Wemmel, noem maar op. Hun activiteit breidde zich zelfs uit tot ver over de grenzen. Zo stalen zij in september 1975 te Bergen-op-Zoom o.m. een projectie-apparaat en in december 1976 gingen zij. daar filmpjes voor zoeken in de sex-shop van Paul Metz te Putte.

Johnny Karnier en nog vier trawanten hebben al eerder straffen, soms met uitstel, gekregen zodat voor hen een zwaardere straf dreigt.

Ongelukkige jeugd

Bijna alle betichten hebben in hun jeugd kennis gemaakt met tehuizen, ziekenhuizen, sanatoria, ontwenningsoorden. Hun problemen zijn alcoholisme, drugs, de afwezigheid van ouderlijk gezag. een aan analfabetisme grenzende onwetendheid. En een gevoel van bitter verzet tegenover de overheid.

Dat blijkt plots wanneer het hof zich terugtrekt en de jongens op de betichtenbank een sigaretje opsteken. Het mag niet van de aanwezige rijkswachters, er wordt geduwd, getrokken, gevloekt.

Al weken slepen de pleidooien aan, steeds hoort men hetzelfde trieste verhaal. Zoals dat van de 21-jarige J.P. Daerden uit Molenbeek, die in de bende werd meegesleurd omdat hem drugs werden beloofd die hij dikwijls niet eens kreeg. Hij volgt nu een ontwenningskuur.

Of serge Dupont, die al 13 maanden in voorarrest zit en in feite maar een paar motor-diefstallen op zijn geweten heeft maar ook mee ten val kwam met Karnier.

Of Johny's jongere broer Alain, die amper kan lezen en schrijven en die voor het eerst in zijn leven nu inwoont bij zijn moeder. Hij zoekt werk. Een betichte is een meisje. De 21-jarige Patricia Cnops, dactylo uit Etterbeek, ziet er veel ouder uit, vermoeid. Zij was een tijdje werkloos, hing rond in cafés, ontmoette een paar van de jongens.

Er groeiden hechte banden. Patricia nam deel aan de tweedaagse strooptocht naar Lebbeke (wapens) en Putte (sex-shop). Zij ging later tot bekentenissen over, onthulde de namen van andere bendeleden. Een paar dagen geleden werd haar autootje volledig vernield. Met geweld. Haar advocaat legt foto's van de vernieling voor aan het hof. En procureur Jaspar veert recht: “Als ik die kerel te pakken krijg, die dat gedaan heeft, die zal er niet goed van zijn!”

De zaak wordt op 11 januari voor de zoveelste maal voortgezet.

Bron: Het Laatste Nieuws | 7 Januari 1978

Muiters van gevangenis te Oudenaarde gestraft

De correctionele rechtbank van Oudenaarde beslechtte maandag de muiterij, die zondag 30 april 1978 uitbrak in de gevangenis aldaar. Om de aandacht te vestigen op de noodzaak van een regimeverbetering en een menswaardiger behandeling maakten een 30-tal gedetineerden van de middagwandeling gebruik om op het dak te kruipen.

Zij verdedigden zich met metalen voorwerpen, die een aannemer daar had laten liggen tijdens het uitvoeren van herstellingswerken.

Bijgeroepen brandweerlieden probeerden de muiters van het dak te spuiten, maar ze werden bekogeld met beitels en hamers. Hierbij werd niemand gewond. Ondertussen verscheen de rijkswacht met twee helikopters.

Na een halfuur kwamen een 20-tal gevangenen druipnat naar beneden. Anderen volgden, maar drie van hen hielden stand: Antonio Carbone (28) uit het Italiaanse Soldano, handlanger Abdelkader Ben Omar(23) uit Brussel en mechanicien Etienne De Ceuninck uit Gent. Deze laatste, die niet aan zijn proefstuk was, moest zelfs naar beneden worden gehaald door de anti-terreurgroep. Op dat ogenblik bleken een deel van het dak en een schoorsteen afgebroken.

Acht gedetineerden moesten zich thans verantwoorden wegens weerspannigheid met geweld en vernieling van gebouwen. Carbone, Ben Omar, Johannes De Graaf (28) uit Mechelen en Antonio Quattrocchi (29) uit Seraing kregen elk 4 maand gevangenis. De Ceuninck, Henri Cesius (27) uit Seraing, Francis Guyonnet (27) uit Brussel en Johnny Karnier (26) uit Molenbeek
kwamen ervan af met een maand.

Samen dienen ze ook 148.687 fr. te betalen voor de door hen aangerichte schade. De Graaf en Quattrocchi maakten verstek.

Bron: Het Laatste Nieuws | 13 Februari 1979

Tien jaar geëist tegen jonge dief uit Jette

Samen met nog een vijftiental andere jongelingen stond de 27-jarige Johnny Karnier, uit Jette voor de correctionele rechtbank te Brussel. Samen met de anderen werd hij beticht van een reeks diefstallen in grootwarenhuizen, diefstal van handtassen en ontvreemden van goederen in slaapwagens van treinen. Voor elk van hen werd ook de betichting weerhouden van verzet bij aanhouding en smaad aan de politie. Voor Karnie zelf kwam daar dan ook nog de betichting bij van aanranding op eerbaarheid van een minderjarige.

Het openbaar ministerie waargenomen door subsituut Jockmans, was helemaal niet mals voor Arniet en gezien het feit dat de jonge man vroeger al een reeks veroordelingen had opgelopen, werd prompt 10 jaar gevangenisstraf gevraagd.

Volgens het openbaar ministerie is Karnier een onverbeterlijke misdadiger. Mr. Lancaster die de verdediging van Karnier waarnam trachtte de pil wat te vergulden. Hij begon met er op te wijzen dat hij de eis van het openbaar ministerie toch wat al te zwaar vond. Volgens de verdediger waren er praktisch geen bewijzen voor de tegen Karnier ten laste gelegde feiten. Alles sproot volgens verdediger voort uit de verklaringen van een andere betichte, een zekere Wanyberg.

Beiden waren verliefd op het zelfde meisje, maar Karnier genoot de voorkeur. Uit wraak zou Wanyberg, Karnier dan van al de diefstallen beschuldigd hebben. De verdediging gaf toe dat Karnier bepaalde zaken had gedaan.

Zo had hij in een grootwarenhuis het prijsetiket op een boormachine veranderd, maar dat kwam snel aan het licht. Karnier had destijds wel eens twee gestolen beeldhouwwerkjes in zijn bezit van elk 50.000 fr., maar had met de diefstal daarvan niets te maken. Dus kon hij in dit geval alleen maar als heler beschouwd worden. De aanranding op de eerbaarheid van een meisje van amper 15, gaf de verdediging wel toe, maar dat alles was volgens mr. Lancaster toch niet van aard om tien jaar gevangenisstraf te eisen.

Bovendien, zo zei de verdediger, kende Karnier een zeer ongelukkige jeugd, verbleef hij reeds in verschillende instellingen, maar is hij in wezen niet zo slecht. Wanneer hij iets bezit, is hij onmiddellijk bereid mee te delen.

Of het pleidooi van de verdediging iets aan de zaak heeft kunnen veranderen verneemt men tijdens de uitspraak op 19 augustus.

Bron: Het Laatste Nieuws | 13 Augustus 1980

Drie jaar voor dief uit Jette

De 27-jarige Johnny Karnier werd door de vakantiekamer van de correctionele rechtbank Brussel veroordeeld tot 36 maanden gevangenis. Het openbaar ministerie had 10 jaar geëist.

Samen met nog een zestiental jongeren uit het Brusselse werd Karnier, hoofd van de bende, beticht van een resem diefstallen in warenhuizen en slaaptreinen. Karnier zelf werd ook beticht van de aanranding op de eerbaarheid van een 15-jarig meisje. De overige betichten kregen lichtere straffen.

Bron: Het Laatste Nieuws | 20 Augustus 1980

Molenbeek: politie snapt drie inbrekers

Tijdens een patrouille bemerkten agenten van het gemeentelijke politiekorps, omstreeks 5u. 's morgens, dat een dubbele ruit was uitgeslagen van het restaurant Lancaster, nr. 101 aan de Eeuwfeestlaan te Sint-Jans-Molenbeek. Drie inbrekers, twee mannen en een vrouw, konden ter plaatse worden ingerekend.

Terwijl Isabelle Simatsek, uit Jette, voor de deur op uitkijk bleef staan en om de gestolen goederen aan te nemen, gingen beide mededaders op pad. Achter de hoek, in de Lakenveldstraat, kon Daniel Duvivier uit Molenbeek worden aangehouden met twee zakken vol met flessen alchohol. De derde van het trio, Johnny Karnier uit Koekelberg, werd in een appartement op de tweede verdieping door een agent aangehouden. Karnier had zich onder een kast weggestopt.

Het trio verklaarde aan de politie hoe zij twee goed geladen vreemdelingen uit het pand zagen weglopen en dat zij enkel waren binnengegaan om een kijkje te nemen. Het parket hechtte daar echter geen geloof aan deze verklaring en het drietal werd ter beschikking
gesteld.

Karnier was reeds op te zoeken voor andere feiten. De buit bedraagt zowat tienduizend frank.

Bron: Het Laatste Nieuws | 21 December 1985

385

(38 replies, posted in Bende De Staerke)

Wat had je nodig om een auto te kunnen stelen bij D'Ieteren in Erps-Kwerps? Een tang.

Audidieven hebben te maken met Franse onderwereld

De Rijkswacht en de politie van Leuven, Luik en Brussel hebben een net gestrikt rond de Franse gangster Dominique Salesse, verlengstuk van de Franse onderwereld in ons land onder de valse naam van Dominique Boinet. Hij werd na een achtervolging door de Luikse politie aangehouden en ter beschikking gesteld van onderzoeksrechter Decoux te Leuven. Hij is betrokken bij het vakkundig stelen van dure auto's op het terrein van de Volkswagenvestiging te Erps-Kwerps.

Met hem kwam men ook op het spoor van de gebroeders Luc en Patrick Van Hamme, die in hun woning te Brussel hasjies en marihuana stapelden. Op zoek naar de autodieven van Erps-Kwerps is de BOB van Leuven terecht gekomen in het wereldje van de beroepslui inzake diefstal en overval, want Dominique Salesse wordt voor dergelijke zaken al lange tijd gezocht.

De eerste diefstal gebeurde op 1 december 1977. Op nieuwjaarsdag werd een van deze gestolen voertuigen weergevonden te Jette (Brussel). Begin deze maand werden alweer dure Audi's gestolen op het nochtans afgesloten en bewaakt terrein te Erps-Kwerps. Op 13 maart weigerde een Audi te stoppen bij een verkeerscontrole te Luik. Er werd zelfs geschoten.

De Audi, gestolen te Erps-Kwerps werd weergevonden door de politie van Luik, op een parkeerterrein in de stad. De politie daar schaduwde het voertuig op de parking tot nog een Audi kwam aangereden. Twee personen stapten uit en drentelden eveneens rond het gestolen voertuig.

Tang

De politie greep ín. Eén man werd gegrepen, de andere ontsnapte. Achteraf bleek dat de Luikse politie Dominique Salesse had gevangen. In Salesses auto werden benevens een identiteitskaart op naam van Boinet, een rijbewijs en andere paperassen ook sporen gevonden, die naar Brussel verwezen. Zo o.m. naar een Brusselse garage en de Van Dammes.

Tijdens huiszoekingen werd de tang gevonden die werd gebruikt om de draad van de omheining te Erps-Kwerps door te knippen. Bij de Van Dammes werden drugs gevonden. Al met al voldoende redenen ook om de gebroeders Van Damme te doen aanhouden. Toevallig werd maandag te Ganshoren-Brussel een vierde gestolen Audi teruggevonden. Het Leuvens gerecht die de zaak in handen heeft zoekt nu nog een vierde man. Of de bende daarmee is opgerold blijft een vraag.

Bron: Het Laatste Nieuws | 21 Maart 1978

386

(76 replies, posted in Wagens)

Golf van Lennik pas gestolen na overvallen

De VW Golf, die in stukken gesneden werd terug gevonden te Lennik, kan niet gebruikt zijn geweest bij de overvallen van vrijdagavond. Het voertuig werd pas in de nacht van vrijdag op zaterdag te Elsene gestolen. Dat heeft de pers moeten vernemen van de h. Jean Deprêtre, procureur des Konings bij het parket van Nijvel.

Op het parket te Brussel zei de woordvoerder dat hij op bevel helemaal niets over deze zaak aan de pers mocht mededelen. De Golf GTI kon gemakkelijk geïdentificeerd worden dank zij het chassisnummer. Het voertuig (of wat er van overbleef) werd officieel herkend door de eigenaar.

Die verklaarde met stelligheid dat de Golf GTl vrijdagavond tussen 20 en 21u. nog niet gestolen was. Het wrak zat trouwens helemaal onder de vingerafdrukken. Algemeen wordt aangenomen dat het gestolen is door specialisten, op bestelling.

Verscheidene onderdelen, de banden en de motor zijn immers op deskundige wijze losgemaakt en verdwenen. Meer en meer autodiefstallen gebeuren op bestelling (van garagisten of uit het buitenland) en de voertuigen worden dan ijlsnel gesloopt om de begeerde onderdelen.

Procureur Deprêtre hecht geen geloof aan een stelling, die wil dat de bende van Nijvel zelf met het wrak de politie op een vals spoor heeft willen brengen.

Bron: Het Laatste Nieuws | 2 Oktober 1985

387

(1 replies, posted in 1970-1979)

De schoonvader van Christian Verhoeven, Julian Santa-Cruz-Claessens, schoot in 1978 een barman dood.

Brusselse barman schoot collega dood

De baas van de bar “Santa Cruz” heeft donderdagochtend omstreeks 3u.30 de barman van een andere bar “Club Seven”, gevestigd aan de Pletinckxstraat te Brussel, neergeschoten. De feiten gebeurden in de bar “Santa Cruz”, Pletinckxstraat 16, toen Jean-François Roudeix, 31 jaar, van Franse nationaliteit, wonende aan de Wereldtentoonstellingslaan te Jette, en barman in de “Club Seven” in de “Santa Cruz” aan de uitbater kwam vragen zijn schulden te betalen.

De uitbater van de “Santa Cruz”, Julian Santa-Cruz-Claessens, geboren te Oostende in 1928, moest Roudeix nog een bedrag van 12.000 fr. betalen voor zijn verbruik in de “Club Seven”. Wat er precies gebeurde tussen beide mannen is nog niet duidelijk. Op een bepaald ogenblik heeft Santa-Cruz-Claessens een pistool boven gehaald en zes schoten afgevuurd die Roudeix dodelijk troffen. Santa-Cruz-Claessens verwittigde zelf de politie. Er waren geen getuigen. Het parket stapte ter plaatse af.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Juni 1978

Drie jaar cel voor “verschoonbare moord” te Brussel

De Correctionele Rechtbank te Brussel heeft woensdag de 51-jarige barhouder Julian Santa Cruz-Claessens veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf en 10.000 fr. boete wegens “verschoonbare moord” en tot 3 maanden en 4.000 fr. wegens verboden wapendracht.

De feiten deden zich voor in de bar van Julian, de “Santa Cruz”, Plettinckxstraat 16 te Brussel, in de nacht van 28 op 29 juni 1978. Omstreeks 3.30 u. kreeg Santa-Cruz-Claessens het bezoek van de 31-jarige Jean-Claude Roudeix uit Jette.

Roudeix was de uitbater van de nabijgelegen bar “Club Seven”. Hij kwam eisen dat Santa-Cruz zijn schulden zou betalen. Naar verluidt voelde Santa Cruz zich bedreigd. Op een bepaald ogenblik werden zes schoten gelost met een revolver. Roudeix was op slag dood. Santa-Cruz belde zelf de politie op. Er waren geen getuigen van de feiten.

Deze zaak kwam ook even ter sprake toen in maart jl. de schoonzoon van Santa-Cruz, Christian Verhoeven, voor het Brabants Hof van Assisen verscheen. Deze werd veroordeeld tot 12 jaar dwangarbeid wegens zijn aandeel in een moordpoging op een industrieel uit Nantes.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Juni 1979

388

(40 replies, posted in Organisaties)

patrick111 wrote:

Over die (poging tot) huurmoord in Frankrijk vond ik het volgende terug (vrij vertaald):

Eind mei 1974 vernamen onderzoekers van de Belgische politie dat Christian Verhoeven, een café-eigenaar in Brussel, en Jean-Paul Jaccachoury, zijn barman, de daders van de aanslag [op de Franse industrieel Serge Brethomé] zouden zijn.

Bron » www.lemonde.fr

Meer informatie over deze moordpoging en het proces van Christian Verhoeven vind je hier » Forum

389

(1 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Poging tot moord op de Franse industrieel en aannemer Serge Bréthome.

  • Waar? Saint-Herblain, nabij Nantes (Frankrijk).

  • Wanneer? 26 Januari 1974, omstreeks 7.10 uur ’s morgens.

  • Wie?
    - Jean (Paul) Graton, opdrachtgever
    - Christian Verhoeven, organisator
    - Paul Jaccachoury, schutter

  • Status: Opgelost

Op 26 januari 1974 werd de Franse aannemer Serge Bréthome voor zijn woning in Saint-Herblain, nabij Nantes, het slachtoffer van een zorgvuldig voorbereide huurmoordaanslag. Terwijl hij zijn krant uit de brievenbus haalde, opende Paul Jaccachoury het vuur met een pistool van kaliber 6,35 mm.

Een eerste kogel ketste af op de brievenbus en trof Bréthome in de dij; een tweede schot miste zijn doel doordat het slachtoffer opnieuw in elkaar zakte. De aanslag was opgezet door de Brusselaar Christian Verhoeven, die in opdracht van Bréthomes voormalige zakenpartner Jean Graton huurmoordenaars had gerekruteerd.

Graton wilde Bréthome laten uitschakelen na een jarenlange zakelijke ruzie over hun gezamenlijke ondernemingen. Dankzij de bekentenissen van Verhoeven en Jaccachoury kon de volledige organisatie van de moordpoging worden blootgelegd. Graton werd in Frankrijk veroordeeld als opdrachtgever en Verhoeven kreeg in België twaalf jaar dwangarbeid wegens zijn rol als organisator van de mislukte moordpoging.

Frans industrieel wilde vennoot laten vermoorden

De gerechtelijke politie van Nantes heeft zaterdag de 48-jarige Paul Graton, directeur-generaal van een grote steengroeve in de agglomeratie van Nantes, aangehouden wegens medeplichtigheid aan doodslag met voorbedachtheid.

Volgens de officieren die met het onderzoek in deze zaak werden belast, zou Graton, die aandeelhouder was in verscheidene maatschappijen van openbare werken, een bedrag van 630.000 fr. hebben uitbetaald aan huurdoders. Hun opdracht zou er hebben in bestaan zijn vennoot, Serge Brethome, eveneens directeur van een maatschappij van openbare werken, uit de weg te ruimen.

Zo waren er op 26 januari jl. enkele schoten afgevuurd op Brethome toen hij zich te Saint-Herbiain (Loire) op straat bevond. Brethome werd vrij ernstig aan het been gewond.

Safe met steekkaarten

De dader van de aanslag was de 28-jarige uitbater van een nachtclub Christian Verhoeven, die afkomstig is uit Anderlecht. Hij werd in april van dit jaar te Brussel aangehouden als een van de drie mannen die de safe van het Bureau voor Crimineel Inlichtingen in de hoofdstad hadden gestolen. In de brandkoffer staken 1.200.000 fr. en een reeks steekkaarten over tipgevers uit het milieu.

De koffer en de steekkaarten werden later in het kanaal van Charleroi teruggevonden. Tijdens een huiszoeking bij Verhoeven werd een grote som geld gevonden. De man bekende dat een deel van de buit kwam van de diefstal in Brussel en dat de rest een voorschot was op een tot dan toe mislukte aanslag. Hij vertelde bovendien dat een andere persoon was belast met een nieuwe poging om Brethome te vermoorden.

De Franse politie was op haar hoede en nam Brethome onder haar bescherming. Op het einde van augustus slaagde zij erin de tweede doder te Eure (Savoie) bij de kraag te vatten: het betrof de 24-jarige Paul Jaccachoury, een barman die bij Verhoeven werkte. De bekentenissen van Jaccachoury en Verhoeven leidden dan tot de aanhouding van Graton. Paul Graton en Serge Brethome werden in 1963 vennoten in een en dezelfde onderneming “Brethome en Cie”. Geleidelijk aan kwamen er misverstanden en in 1972 braken zij met mekaar en ging ieder zijn weg.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Oktober 1974

Brusselse huurdoder voor Assisenhof van Brabant

Maandag begint voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Mathoux, het proces ten laste van Christian Verhoeven, een 38-jarige handelaar uit Brussel. De man wordt ervan beschuldigd gepoogd te hebben vrijwillig, met de bedoeling te doden en met voorbedachtheid Serge Brethome te doden. De bedoeling de misdaad te begaan is aangetoond door daden, die een begin van uitvoering van de misdaad inhielden, en die slechts zijn onderbroken of die hun effect hebben gemist door omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de dader.

De beschuldigde zal worden verdedigd door Mrs. Edmond Weyten en Eduard van Huyleghem. het Openbaar Ministerie zal worden waargenomen door eerste substituut Du Jardin. Het is een geschiedenis van huurdoders. Voor een niet onbelangrijk bedrag werd Christian Verhoeven door een zekere Jean Graton geronseld om een zakenrelatie van deze laatste in Nantes (Frankrijk) te gaan afranselen. Na een eerste mislukte poging luidde de opdracht “doden”.

Christian Verhoeven zocht nu op zijn beurt helpers om dit karweitje op te knappen. Na herhaalde reizen slaagden hij en een helper er uiteindelijk in hun slachtoffer te benaderen, maar de man werd slechts licht in de dij geraakt. De twee keerden ijlings naar België terug.

Zij wachtten echter vergeefs op hun beloning want Jean Graton, de opdrachtgever, werd inmiddels door een Frans assisenhof veroordeeld en langs deze weg vernam België de aan Verhoeven ten laste gelegde feiten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Maart 1979

Graton had plan om Verhoeven te laten ombrengen

In het proces tegen de 33-jarige Christian Verhoeven, beschuldigd van moordpoging op de Fransman Serge Bréthome, werd dinsdag als eerste getuige de Franse onderzoeksrechter Dubigeon uit Nantes voor het Hof van Assisen van Brabant ondervraagd.

Hij gaf een beschrijving van de aanstoker tot de moord poging, de Franse aannemer Jean Graton, die zijn vennoot Bréthome uit de weg wilde laten ruimen.

Graton was volgens de rechter een erg autoritair man die niet kon dulden dat iemand hem iets in de weg zou leggen. Samen met Bréthome stond Graton aan het hoofd van twee belangrijke steengroeven, waar beiden elk een aandeel van 45% in bezaten. Graton had het kapitaal geleverd voor de exploitatie van de groeven, terwijl Bréthome als deskundige de vereiste technische kennis had.

Nadat Graton vaststelde dat Bréthome achter zijn rug bouwmaterialen bestelde in andere steengroeven tegen goedkopere prijzen, besloot hij zich van zijn vennoot te ontdoen. Graton maakte eerst gewag van een pak slaag maar achteraf bleek duidelijk dat hij Bréthome eenvoudig uit de weg wilde laten ruimen. Nochtans had Graton er volgens de rechter geen rechtstreeks voordeel bij Bréthome te laten verdwijnen, omdat hij zijn technische hulp moeilijk kon missen. Tijdens het onderzoek bleek dat Graton een beroep op huurmoordenaars had gedaan.

Schrik voor Graton

De Franse rechter die tijdens het onderzoek herhaaldelijk Verhoeven had ondervraagd, vernam van hem dat hij er niet erg op gesteld was Bréthome om te brengen, en dat hij alles in het werk stelde om de zaak zo lang mogelijk te laten aanslepen om ondertussen Graton zoveel mogelijk geld afhandig te maken.

Dat had echter tot gevolg dat Verhoeven zelf bang werd voor Graton. Verhoeven had kunnen vaststellen dat Graton een zwaar pistool verborgen hield waarmee deze heftige man weleens zou kunnen schieten. Maar er is geen formeel bewijs dat Graton werkelijk gepoogd heeft Verhoeven te doden. Nadat Graton in de gevangenis van Nantes werd opgesloten, stuurde hij vanuit zijn cel kleine briefjes naar bepaalde medeplichtigen met de boodschap hoe ze tijdens de ondervragingen moesten antwoorden. Van de twee mannen die Verhoeven opdracht gaf Bréthome in zijn plaats neer te schieten, nl. Faucheux en Jaccachoury, werd alleen de laatste vervolgd.

Toen Graton was opgesloten, poogde hij vanuit de gevangenis Bréthome te laten doden. Hij liet 2 miljoen oude Franse fr. deponeren in een bank te Nantes, geld dat bestemd was voor een andere huurmoordenaar. Graton koesterde ook plannen om Jaccachoury te laten verdwijnen in een bad zuur en Bréthome met een spuit curare. Hij wilde ook de minnares van Verhoeven laten vermoorden, en Verhoeven zelf laten doodschieten op de begrafenis van de vrouw.

Dan kwamen de Belgische onderzoeksrechter De Brabandere en eerst aanwezend gerechtelijk commissaris Esser nog enige uitleg geven over de feiten, zonder evenwel nieuwe elementen te onthullen. Een rijkswachter en twee inspecteurs van de gerechtelijke politie uit Nantes kwamen vertellen hoe ze tot de vaststelling kwamen dat bij de aanslag op Bréthome vooral in de richting van het hoofd werd gevuurd.

Een van de politie-inspecteurs, die Jaccachoury over de feiten had ondervraagd, vernam dat Verhoeven had voorgesteld een duchtig pak slaag te gaan toedienen aan een handelaar in verdovende middelen, doch Jaccachoury voegde eraan toe dat hij moest zorgen dat de sporen werden uitgewist, terwijl de aanslag zelf door Verhoeven zou worden gepleegd.

Roger Van Malder, politiecommissaris te Brussel, ging destijds naar Nantes en vernam er van Verhoeven dat Bréthome op aandringen van Graton diende gedood, of ten minste zodanig gekwetst te worden dat hij niet langer zijn beroep zou kunnen uitoefenen. Wat Jacca-choury betreft, deze was ervan overtuigd Bréthome dodelijk te hebben getroffen, wat er hem toe aanzette achteraf te gaan dansen.

Vervolgens werd hetslachtof-fer Serge Bréthome, een ingenieur van beroep, als getuige ondervraagd. Op het ogenblik van de feiten bewoonde Brétho-me een paviljoen in een buitenwijk van Nantes met eromfeen een tuintje met een metalen hek. De dag van de feiten, n.l. op 26 januari om 7.10 u. in de ochtend, toen het nog donker was, kwam Bréthome uit zijn garage en legde een zevental meters af om uit zijn brievenbus de krant weg te halen. Hij merkte toen op de stoep een man die tegen een bromfiets leunde.

Defect

Deze verklaarde dat hij een klein defect had. Toen Bréthome een knie op de grond zette om zijn krant te nemen en even later weer wou rechtstaan, nam hij plotseling een geel-oranje vlam waar en hoorde een knal. Meteen voelde hij een hevige pijn in het linkerdijbeen, zodat hij weer in elkaar zakte. Toen zag hij dadelijk een tweede vlam en een kogel flitste boven zijn hoofd in de garagepoort Bréthome was ervan overtuigd dat hij de tweede kogel recht in het hoofd zou hebben gekregen indien hij niet opnieuw in elkaar was gezakt.

Onmiddellijk zou hij toen aan een aanslag hebben gedacht vanwege Graton. Bréthome vond nog de kracht zich in zijn garage te gaan opsluiten zodat hij niet langer in gevaar verkeerde. De opgelopen verwonding maakte hem vier weken lang werkonbekwaam.

Toen hij later werd geconfronteerd met Verhoeven en Jaccachoury, meende Bréthome laatstgenoemde te herkennen als de aanrander. Bréthome verklaarde dat er voor Graton redenen te over waren om hem uit de weg te ruimen. Bréthome en Graton hadden beiden voor 45 procent aandelen in twee belangrijke maatschappijen voor het aanleggen van wegen.

De dood van Bréthome zou Graton toegelaten hebben de meerderheid van de aandelen op te kopen en dus heer en meester te zijn. Vanop de beklaagdenbank zegde Verhoeven toen dat hij weliswaar zelf niet schoot, maar toch zijn excuses aanbood. Bréthome stelde zich burgerlijke partij.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1979

Verhoeven bedreigde ook ex-inspecteur van BCI

Voor het Hof van Assisen van Brabant zijn woensdag de laatste getuigen gehoord in het proces tegen de 33-jarige Christian Verhoeven, beschuldigd van moordpoging op de Fransman Serge Bréthome.

Eerste getuige was Paul Garnier, een op pensioen gestelde wapenhandelaar, die als wapenkundige verklaart dat de 6,35 mm kogel, waarmee het slachtoffer werd gekwetst, afgevuurd werd van op een afstand van meer dan 20 centimeter, daar er nergens sporen van kruit op de kleren van het slachtoffer werden teruggevonden en ten hoogste van op een afstand van 4 meter gezien de straat waar werd gevuurd niet breder was. Omdat een huls werd teruggevonden op de stoep nabij het huis van Bréthome, mag worden aangenomen dat werd geschoten vanaf ongeveer 1,5 m.

De afgevuurde kogel ketste eerst tegen de brievenbus af alvorens Bréthome te treffen. Zonder dit voorval zou de kogel in de romp van het slachtoffer zijn gedrongen.

De volgende getuigen zijn de psychiaters, nl. de Drs. Owieczka en Van Vijve. Zij stelden vast dat Verhoeven een gelukkige jeugd kende, maar reeds vrij jong als delinquent optrad. “Hij is erg koel, intelligent en zeker verantwoordelijk voor zijn daden. Hij ondervond steeds moeilijkheden om zich aan de maatschappij aan te passen omdat hij de gewone normen niet aanvaardt”, aldus de artsen.

Vervolgens is het de beurt aan een gewezen lid van het Bureau voor Criminele Informatie. Deze had op het ogenblik van de feiten nauwe contacten met Verhoeven. Bij het uitoefenen van zijn ambt ging deze gewezen politieman vaak Verhoeven opzoeken in zijn bar “Le Milord”, in de Beenhouwerswijk te Brussel. Deze getuige hoorde er toevallig spreken over de aanslag te Nantes op de Fransman Bréthome.

Bedreiging

Toen Verhoeven begreep dat deze getuige alles had gehoord, begon hij te dreigen en zei hij: “U weet er nu genoeg van. Wees op Uw hoede voor Uw vrouw en Uw kinderen. Mocht U Uw mond voorbijpraten, dan mag U deze personen vergeten.” Enkele maanden later, na arrestatie van Verhoeven, schreef deze getuige een brief naar de onderzoeksrechter te Nantes om te melden dat hij bang was, niet alleen voor zich zelf maar ook voor zijn vrouw en kinderen.

Dezelfde getuige was tijdens de nacht van 19 op 20 april 1974 betrokken bij de diefstal in de kantoren van het Bureau voor Criminele Informatie, waarbij 1.250.000 fr. werd gestolen. Hij gaf aan Verhoeven en aan de Fransman Jaccachoury de sleutel die hen moest toelaten de brandkast zonder veel hinder te komen weghalen. Zowel Verhoeven als Jaccachoury liepen voor deze diefstal verscheidene jaren gevangenisstraf op.

Vervolgens kwam de tweede echtgenote van Verhoeven, de 24-jarige Virginia Santa Cruz, getuigen. De dag dat Bréthome in Nantes werd neergeschoten, nl. op 26 januari 1974, bevond de jonge vrouw zich met Verhoeven en Jaccachoury in de streek van Nantes. Om 6 uur 's morgens stelde ze vast dat Jaccachoury zich aan het schminken was, dat hij een bivakmuts opzette, verscheidene vestjes aantrok met daarover een oude versleten jas en wegreed met een splinternieuwe bromfiets. Enkele uren nadien keerde Jaceachoury terug en zei toen: “Ik ben geslaagd Ik ben een caid”.

Vervolgens ging hij de bromfiets in een rivier gooien en eveneens de verschillende vestjes samen met de oude jas. Er had dan een twist plaats tussen Jaccachoury en Verhoeven.

Een andere getuige, de 33-jarige eerste echtgenote van Verhoeven, vernam de feiten uit de kranten. Ze beschreef haar gewezen echtgenoot als een onstandvastig persoon. De 28-jarige Yves Verhoeven, broer van beklaagde, kwam vertellen dat hij nooit moeilijkheden ondervond.

Tijdens de namiddagzitting werden aanvankelijk nog enkele getuigen ten gunste gehoord, onder wie een gewezen werkgever van beklaagde, die zich allen in positieve zin uitlieten over Verhoeven.

Vervolgens begon Mr. Guy Delfosse met zijn pleidooi voor de burgerlijke partij, het slachtoffer Serge Bréthome. De advocaat verwees dadelijk naar de thesis van Verhoeven, volgens welke de feiten gepleegd op het slachtoffer een soort van afrekening tussen twee industriëlen uitmaakten. Als advokaat van de burgerlijke partij vroeg Mr. Delfosse niet om een sanctie, maar wel eiste hij dat gerechtigheid zou geschieden.

Graton, die een losbandig leven leidde, wilde Serge Bréthome uit de weg laten ruimen om de alleenheerschappij te verwerven over twee machtige vennootschappen en daarbij deed hij vooral een beroep op Verhoeven. Deze had op dat ogenblik al verscheidene veroordelingen opgelopen. Hij stond bekend om zijn sluwheid en valsheid. Verhoeven ging in op het voorstel van Graton om, mits een fors bedrag, Serge Bréthome te gaan doden. Het slachtoffer ontsnapte echter op het nippertje aan de dood en achteraf leefde hij in een bestendige vrees dat er een nieuwe moordpoging tegen hem zou worden ondernomen. Ook indien Verhoeven niet zelf heeft geschoten, toch is hij even schuldig als de man die het wapen hanteerde, aldus Mr Delfosse.

Het arrest wordt verwacht tegen donderdagavond.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Maart 1979

Twaalf jaar dwangarbeid voor Verhoeven

De jury bij het Assisenhof van Brabant heeft Verhoeven schuldig bevonden aan mededaderschap, en poging tot doodslag met voorbedachte rade op Serge Bréthome. Na de beraadslaging antwoordde de jury positief op de eerste vraag met zeven stemmen voor en vijf stemmen tegen.

Verder: positief op de tweede vraag. Het Hof diende derhalve afzonderlijk te beraadslagen over de eerste vraag (zien de zeeven stemmen voor en de tegen) en sloot zich na een korte afwezigheid bij de meerderheid hierover aan.

Vervolgens eiste advocaat-generaal Du Jardin een strenge en voorbeeldige straf, daarbij rekening houdend met het zwaar strafregister van Verhoeven.

De twee advocaten van de verdediging, Mr. Weythen en Van Huyleghem, betoogden dat hun cliënt zich ondertussen heeft gebeterd en dat hij alle contacten met het milieu heeft verbroken zodat hij een milde straf verdient.

Verhoeven wendde zich tot de jury en verzocht hem een kans te bieden en hem spoedig naar de maatschappij terug te laten keren, te meer daar hij ondertussen typograaf is geworden.

Na een beraadslaging die ongeveer vijftig minuten duurde, werd hij tot twaalf jaar dwangarbeid veroordeeld.

In het proces tegen de 33-jarige Christian Verhoeven, beschuldigd van moordpoging op de Fransman Serge Bréthome, nam advocaat-generaal Du Jardin donderdagvoormiddag het woord voor het Hof van Assisen van Brabant. Bij de aanvang van zijn rekwisitoor zei hij dat een nuchtere kijk op de feiten tot het besluit leidt dat de realiteit hier de fictie van de meest sombere politie-roman overtreft.

Hij had het uitgebreid over het verloop van de feiten: De talrijke reisjes van Verhoeven naar Nantes om het slachtoffer te gaan bespieden, zijn contacten met Faucheux en Jaccachoury, met de bedoeling uiteindelijk Serge Bréthome te laten doodschieten. De hele operatie op touw gezet door de Fransman Graton, maakte zonder de minste twijfel een poging tot moord uit. Indien van de twee afgevuurde kogels slechts één in het dijbeen van het slachtoffer terechtkwam, was dat louter omdat het slachtoffer telkens een onverwachte
beweging maakte.

De kogels werden niet afgevuurd om te intimideren, maar wel om te doden. Na het tweede schot raakte het 6,35 mm-pistool klem, zodat het leven van Bréthome uiteindelijk gespaard bleef.

Hoofdaanstoker Graton had het plan opgevat zijn concurrent Bréthome uit de weg te doen ruimen om zijn eigen financiële toestand te verbeteren. Daarom kwam hij herhaaldelijk Verhoeven te Brussel opzoeken. Die was dadelijk bereid op de voorstellen van Graton in te gaan.

Faucheux en Jaceachoury voerden uit, maar het was Verhoeven die aan de touwtjes trok. Verhoeven maakte zich als mededader schuldig aan de moordpoging. Zonder de tussenkomst van Verhoeven zou de poging niet eens plaats hebben gehad.

Geen doder

Als eerste advocaat van de verdediging gaf Mr. Van Huyleghem toe dat Verhoeven heel wat kan worden verweten. Hij werd reeds herhaaldelijk veroordeeld wegens diefstallen, maar in het milieu staat hij niet bekend als een doder wel als een gewone inbreker. De advocaat betoogde dat het slachtoffer in feite per toeval werd getroffen, want Verhoeven noch Yaccachoury hadden de bedoeling hem te raken. Ze wilden Bréthome alleen maar bang maken.

De tweede advocaat van de verdediging, Mr. Weyten, heeft het eerst over de zonderlinge procedure die in Frankrijk in deze zaak werd gevolgd en waarbij Graton niet als de dader van de aanslag kan worden veroordeeld, ook al was hij de aanstoker. Graton speelde immers een essentiële rol in deze zaak. Hij is een soort monster en beschikt over een enorme macht in de streek van Nantes.

Verhoeven is slechts “een dikke nek”. Herhaaldelijk kwam Graton naar Brussel om er Verhoeven aan te sporen een pak slaag aan Bréthome te geven. Doch het wapen, een 6,35 mm-pistool, is weinig precies en slechts een van de twee kogels raakte het slachtoffer en slechts na tegen een brievenbus te zijn afgeketst.

De advocaat ziet er een bewijs in dat Jaccachoury van op zeer grote afstand schoot en zeker niet de bedoeling had Bréthome te raken. Hij wilde hem enkel bang maken. Hij had Bréthome gemakkelijk kunnen doden indien hij het werkelijk had gewild. Volgens de advocaat bestaat er twijfel over het het toedienen van slagen en verwondingen aan Bréthome.

Tijdens de namiddagzitting had Verhoeven nog wat te zeggen na de gebruikelijke replieken. Hij verklaarde: “Ik bied de h. Bréthome mijn verontschuldigingen aan. Het spijt mij wat hem is kunnen. overkomen. Ik begrijp niet hoe ik op dergelijke wijze heb kunnen handelen. Ik had niet de bedoeling hem enig kwaad te berokkenen. Van mijnentwege heeft hij niets meer te vrezen.”

Toen las voorzitter Mathoux de vier vragen voor die de juryleden dienen te beantwoorden. Ze luiden:

1. Is Verhoeven schuldig als mededader aan een poging tot doodslag op Serge Bréthome?
2. Trad hij als mededader op met voorbedachten rade?
3. Is Verhoeven schuldig als medeplichtige aan een poging tot doodslag op Serge Bréthome?
4. Trad hij als medeplichtige op met voorbedachten rade.

Daarna trokken de gezworenen zich terug om te beraadslagen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Maart 1979

390

(2 replies, posted in 1980-1989)

Lijk ontdekt bij Ronquières

In Ecaussines, nabij het hellend vlak van Ronquières, is een lijk ontdekt. Het stoffelijk overschot lag in een deken gerold en was reeds in staat van ontbinding.

Uit zijn rijbewijs en zijn uurwerk kon worden afgeleid dat het gaat om Mario Carmelo, een man van tussen de 20 en de 30 jaar. Hij kreeg een kogel van groot kaliber door zijn hoofd.

Bron: De Standaard | 14 December 1985

Lijk in riool nabij Ronquières

Tijdens een routinecontrole van de riolering bij het hellend vlak van Ronquières (op het kanaal Brussel-Charleroi), meer bepaald te Ecaussinnes, werd het ondergedompelde lijk gevonden van een man tussen de 20 en de 30 jaar. Hij had een kogel van groot kaliber door het hoofd gekregen.

Zijn stoffelijk overschot was in een deken gerold, maar was al in een ver gevorderde staat van ontbinding. Aan de hand van een rijbewijs dat op het lijk is gevonden, dacht men dat het om Mario Carmelo uit La Louvière ging. Maar deze laatste is springlevend en diende al verscheidene maanden geleden een klacht in voor de diefstal van zijn portefeuille.

Bron: Het Laatste Nieuws | 14 December 1985