4,661

(119 replies, posted in Onderzoeksdaden)

dhrlanden wrote:

Daarstraks eens tot daar gefietst. Men heeft ongeveer zo'n 15 x 35 m omgewoeld, ongeveer 25m vanaf de Ruelle du Curée. De Ruelle du Curée is daar trouwens een onverhard baantje waar geen auto doorkomt.

Het is de auto van Google Street View wel gelukt want in augustus 2019 is hij er door gereden. smile

Het leuke aan Street View is dat het een teletijdmachine geworden is. Door de Ruelle du Curée is hij nog maar één keer gereden maar door de Rue de Pécrot is hij al drie keer gereden. Hierdoor zie je het stukje bos waar gegraven is, veranderen:

Mei 2009:

Blijkbaar was er toen ook iemand aan het graven. smile

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/ruelle10.png

September 2019:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/ruelle11.png

November 2020:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/ruelle12.png

Op zich niet zo relevant, vooral een beetje reclame maken voor deze functie in Google Street View.

4,662

(68 replies, posted in Andere Personen)

L'assassinat des diamantaires anversois aux assises de Liège - Portraits des cinq accusés

(...) Francis Verzar est décrit comme un être nerveux, tendu, manquant d'esprit de collaboration, mais poli et correct. Il répondait à côté des questions, dit l'un des psychiatres, il voulait expliquer longuement des choses qui n'avaient rien à voir avec le sujet abordé, sans rien révéler sur lui-même. C'est un intelligent mais aussi un asocial, en conflit permament entre sa raison et ses sentiments. Fugueur à 15 ans, après avoir tâté de diverses études, Verzar n'a pris qu'une seule direction: celle de la criminalité, dit un des experts. Ce qui fait bondir la défense qui rappelle que Verzar n'a plus été condamné depuis 1981.

Bron: Le Soir | 26 Januari 1991

Vertaalt met Deepl geeft dat dit resultaat:

Francis Verzar wordt beschreven als nerveus, gespannen, gebrek aan samenwerking, maar beleefd en correct. Hij zou onzinnige vragen beantwoorden," zegt een van de psychiaters, "hij wilde uitgebreid dingen uitleggen die niets met het onderwerp te maken hadden, zonder iets over zichzelf prijs te geven. (*) Hij is intelligent maar ook asociaal, in voortdurend conflict tussen zijn verstand en zijn gevoelens. Een wegloper op 15-jarige leeftijd, na verschillende studies te hebben geprobeerd, koos Verzar slechts één richting: die van de misdaad, zegt een van de deskundigen. Dit deed de verdediging springen, erop wijzend dat Verzar sinds 1981 niet meer was veroordeeld.

(*) Wat bedoelt hij met "uitgebreid dingen uitleggen die niets met het onderwerp te maken hadden"?

4,663

(201 replies, posted in Plaatsen)

Ben wrote:

1983 - onbekende datum: In een groeve aan de Chemin aux Loups in Ecaussines - aan de rand van het Bois de la Houssière - worden 135 hulzen kaliber 12 van verschillende merken gevonden.

Gezien WNP en Front de la Jeunesse deze regio gebruikten om te oefenen met wapens, lijken zij de meest waarschijnlijke bron van deze vondst.

4,664

(21 replies, posted in Organisaties)

Toen generaal Charles De GaulIe in 1959 als eerste president van de Vijfde Republiek werd verkozen, waren de onderhandelingen allang aan de gang. Hoe de president en zijn politieke aanhang beschermen tegen de almaar toenemende oppositie, vooral vanuit Frankrijks kolonie Algerije? Dat was de hamvraag. Men dacht de oplossing te vinden in de oprichting van een parallelle politie, de Service d'Action Civique, kortweg SAC. De SAC had officieel tot doel: 'Het verzamelen van alle personen, zonder onderscheid van mening of ras, die de acties van Generaal De GaulIe wensen te ondersteunen. Hiertoe zal de vereniging een burgerlijke actie voeren op cultureel en sociaal gebied, en buiten alle politieke actie om.’ Apolitiek?

Wat de grondleggers precies van hun geesteskind verwachtten, zou al vlug blijken. Tussen 1961 en 1967 moest de nieuwe politie met alle middelen de macht indijken van de leden van de 'Organisation Armée Secrète' (OAS), de gewapende voorstanders van een Frans Algerije. Immers, met de afkondiging van de onafhankelijkheid van Algerije in 1962 was de kous nog niet af: vele OAS-leden en -sympathisanten bleven zich verzetten tegen De Gaulle's dekoloniseringspolitiek.

In nauwe samenwerking met de SDECE, de officiële Franse geheime dienst, rekruteerde de SAC 'harde mannen' uit de onderwereld en bij extreem-rechts. Om de geheime acties tot een goed einde te brengen, moest men beroep kunnen doen op 'mannen met baarden', mannen, van geen kleintje vervaard en tot alles in staat! Via dergelijke kringen kreeg de parallelle politie ook contacten met de PIDE, de Portugese politieke politie. Stilaan draaide rond de politie van De GaulIe een netwerk van gangsters.

In 1968 kraakte de Vijfde Republiek in haar voegen. De memorabele mei-dagen trokken uiteraard de belangstelling van de SAC. De studentenopstand zorgde er ook voor dat vele ex-OAS'ers hun rancunes ten aanzien van de gaullisten opzij schoven en de rangen van de parallele politie gingen vervoegen om het 'marxistisch geweld' te bekampen. Met dit doel werden her en der knokploegen op het getouw gezet en provocateurs ingeschakeld. Er bestond zelfs een gedurfd plan om, in samenwerking met lokale neo-fascistische groeperingen, op 24 mei 1968 'subversieve elementen' over geheel Frankrijk te interneren in het Charletty stadion. De 'Opération Stade' ging evenwel niet door wegens een juist op die dag bereikt akkoord tussen de regering en de CGT, de Franse communistische vakbond. Toen dictator Pinochet in 1973 aanhangers van Allende opsloot in het voetbalstadion van Santiago, was dat dus een weinig origineel idee.

Als gevolg van die ontwikkelingen werden de SAC-lokalen - toen gevestigd in de Rue de Solférino te Parijs (waar ook de burelen van het spionagenetwerk van Foccart, gespecialiseerd in acties op het Afrikaanse continent, en de burelen van De GaulIe te vinden waren) - ontmoetingsplaatsen voor neo-nazi's, drugtrafikanten en wapenhandelaars. Drugs en wapens zorgden trouwens samen met de later aan het licht gekomen afpersings-, oplichtings- en chantagepraktijken voor de nodige financiële middelen. Betekende dit dat de SAC uit de handen van de gaullisten glipte en virtueel werd overgenomen door gangsters? De in 1982 geïnstalleerde parlementaire onderzoekscommissie spreekt dit flagrant tegen: in haar rapport staat bijvoorbeeld vermeld dat tenminste van 20 maart 1967 tot 30 oktober 1969 ene Charles Pasqua eerste ondervoorzitter was. De vroegere gauIlist Pasqua is anno 1987 minister van Binnenlandse Zaken, Industrie en Veiligheid van Frankrijk.

Op het einde van de jaren zestig begonnen sommige elementen van de SAC aandacht te krijgen voor een vreemde, mysterieuze organisatie die, zo bleek, reeds doordrongen was van inlichtingsagenten van andere diensten. Het oog van de SAC viel op de 'Ordre Souverain et Militaire du Temple de Jérusalem'. De infiltratie kon beginnen. In 1970 neemt Charly Lascorz, 48 jaar en ex-SAC-verantwoordelijke, in opdracht van de SAC contact op met Groot-Prior Zdrojewski die, zoals reeds gezegd, goed gekend is in gauIlistische kringen en Europese inlichtingsmilieus. Charly wordt door Zdrojewski prompt tot 'Chargé de Mission' van de Orde benoemd. Blijft één probleem: hoe zich ontdoen van de Portugese graaf Sousa Fontes, die de grote baas van de Orde is? Waarom moet Sousa Fontes weg? Om via Zdrojewski zelf het roer in handen te nemen, zeggen de meeste publicaties. Maar er is wellicht nog een andere reden: juist rond die tijd vertroebelen de relaties tussen de SDECE en de inlichtingsdiensten van Foccart enerzijds en de PIDE en haar annex Aginter Press anderzijds. De toenemende verschillen tussen Frankrijk en Portugal inzake de te voeren Afrika-politiek is daar waarschijnlijk de oorzaak van. En Sousa Fontes was, zo schreef een ex-SAC agent, nauw gelieerd met de PIDE. Moest Sousa Fontes daarom verdwijnen?

Hoe dan ook, in oktober 1970 is het zover. In het Salon des Républicains te Parijs, wordt na druk voorafgaand overleg met de uiterst sterke Duitse afdeling van de Tempelorde een internationaal convent van de 'Ordre Souveraine et Militaire du Temple de Jérusalem' belegd.

SAC-agent Lecavelier, Tempelridder en latere verantwoordelijke voor de fichier van de Orde, schrijft hierover: '... mij is opgedragen om de partisanen van Sousa Fontes op alle mogelijke manieren te dwarsbomen. Volmachten van commandeurschappen die hem gunstig gestemd zijn, verdwijnen; stembiljetten worden vervangen door andere, sommige afgevaardigden die verkeerd kiezen, worden meegenomen voor een 'wandelingetje' tijdens de stemming. Omdat ze zulke gespierde maatregelen niet gewoon zijn, begrijpen die arme mensen er helemaal niets van. Zdrojewski wordt met een overweldigende meerderheid gekozen.'

'Om de verkiezing van de nieuwe grootmeester te vieren, wordt er een mis opgedragen in de tempelierskerk Saint-Nicolas-des-Champs, rue Saint-Martin; wij worden officieel ontvangen door de adjunct-president van de Conseil de Paris, die herinneringsmedailles en diploma's uitdeelt aan de grootmeesters van buitenlandse Ordes. Het geleide bezoek aan het stadhuis wordt gevolgd door een lunch. Vervolgens wordt er een bos bloemen neergelegd aan de voet van het standbeeld van Jacques de Molay, aan de Square du Vert-Galant... Het hoogtepunt van de dag blijft onze optocht aan de Champs Elysées, in vol ornaat (grote witte kapmantel en een groot rood kruis) en met Charly Lascorz aan het hoofd. Opnieuw wordt een bos bloemen neergelegd, ditmaal onder de Arc de Triomphe, tijdens een officiële plechtigheid waarbij de volgende personen aanwezIg zijn: Camy-Perret, verantwoordelijke van de SAC voor de Pyreneeën, rechterhand van Pierre Messmer; ... , Lamirand, secretaris-generaal voor de Jeugd tijdens het Vichy-regime; Meunier, afgevaardigde van het 1ste Arrondissement; twee afgevaardigden in functie; en een hele reeks generaals, kolonels, etc.'


Wat betekende die overwinning voor Zdrojewski en de SAC? Charly beschikte over een spookfirma, de 'Société d'Etudes Techniques et Commerciales (SETEC), om, in het kader van de gaullistische strijd, zowel extreem-links als extreem-rechts te ficheren. Dat ook extreem-rechts niet onmiddellijk als een onvoorwaardelijke bondgenoot werd beschouwd, heeft vooral te maken met de Algerijnse perikelen en de naweeën ervan. Via die fichering trachtte de SAC dan ook de 'Ordre Nouveau’ verder en doelmatiger te manipuleren. Maar SETEC diende zich noodzakelijkerwijze tot het Franse grondgebIed te beperken. Dank zij de Orde van de Tempel kon plots heel Europa worden bestreken!

De 'Chargé de Mission' van de Orde liet er uiteraard geen gras over groeien: 'Charly Lascorz knoopt contact aan met de hoogste rangen, in federaal Duitsland, in het bijzonder met leiders van het CDU, zoals Rainer Barzei of Max Wemer. In München had hij interessante gesprekken met: de Beierse leider Franz-Jozef Strauss; Dr. Gerhard Frey, directeur van de 'Deutsche National Zeitung und Soldaten Zeitung'; Dr. Emilian, bezieler van de extreem-rechtse beweging Aktion Widerstand'; afgevaardigde en oud-minister Schroeder; Berthold Beitz, directeur van Krupp; majoor Krajewski en Michael Hotzendorf twee nauwe samenwerkers van generaal Wessel, van de BND, de zeer officiële federale inlichtingendienst. Openlijk ging het om niets anders dan het oproepen tot een nieuwe, internationale kruistocht tegen het marxisme en de revolutionaire krachten.' Een nieuwe kruistocht, na al die jaren. Wie had daarvan nog durven dromen?

Ook in Frankrijk worden de gevolgen van Charly's enthousiasme ervaren. In bijna alle Franse commanderijen van de Orde komen SAC-leden en oud-SAC-figuren aan de top te staan. De Tempelorde wordt als het ware de militie van de SAC. Of omgekeerd... Na meer dan 600 jaar beschikte de Orde opnieuw over een militaire vleugel!

Door valse diplomatieke paspoorten, valse adelbrieven en valse perskaarten, afkomstig van de Orde, kregen de nieuwe kruisvaarders bovendien onverhoopte mogelijkheden. Grenzen vormden geen onoverkomelijke hindernissen meer, en men kon terecht in de hoogste kringen. Gouden tijden dus voor illegale wapentransporteurs, drughandelaars en hun spitsbroeders. Een andere merkwaardige relatie van de Tempelorde in die tijd was de 'Grande Loge Nationale de France', een maçonnieke orde van extreem-rechtse signatuur. Aan het hoofd ervan stond toen een zekere Baylot, oud-prefect van politie. Die was in 1950 medestichter van de beweging 'Paix et Liberté' , gesteund door de CIA en de NATO. Paix et Liberté zou, naast het voeren van hevige anti-commumstische propaganda, ook anti-arbeiders-commando's op poten zetten om te ageren in syndicale kringen. Baylot en zijn 'vrijmetselaars' waren dus welgekomen wapenbroeders.


Er kwam echter een kink in de kabel. Op 10 december 1972 barstte het schandaal los. Op die dag viel de 'anti-gang' brigade van de Franse gerechtelijke politie de lokalen van SETEC en de Tempelorde binnen. Ze waren beide gevestigd op hetzelfde adres. Zes werknemers of geassocieerden werden aangehouden en beschuldigd van 'omkoping van overheidspersonen, chantage en afpersing'. De permanente oorlog tussen officiële inlichtingsdiensten en de parallelle polities werd Charly en zijn bende fataal. De kruistocht was blijkbaar afgelopen … Op 23 augustus 1973 signeerden Zdrojewski en de toenmalige Grand Sénéchal van de Orde, Georges Lamirand, nog minister van de Jeugd tijdens en Nazi-gezinde Vichy-regime, de ontbinding van het Franse Groot-Ploraat. Was de kruistocht werkelijk ten einde?

De slachtpartij

Het is 18 juli 1981. Vakantie in Frankrijk. Niet voor iedereen. Het is 10 uur. Bij leraar Jean-Bruno Finochietti rinkelt de telefoon. Meneer 'Z' wil hem onmiddellijk spreken. Op de plaats van de afspraak, zo'n half uur later, treft Finochietti zijn vrienden Ange Poletti en Lionel Collard, een ex-legionair. Meneer 'Z' geeft er zijn instructies. Een plan is rijp... Van daaruit trekt het gezelschap, zonder meneer 'Z' naar Didier Campana, ook al een goeie kennis van Finochietti. De vier mannen wachten op Jean-François Massoni. Die zou pas arriveren rond 13 uur, na zijn werk op de PTT. Intussen etaleren de mannen enkele merkwaardige attributen op een tafeI in Campana's huis: wapens, matrakken, gasbommen, chirurgische maskers, verrekijkers, touwen en commando-messen. Dat materiaal wordt zorgvuldig in een enkele dagen eerder gestolen Estafette opgeborgen. Zodra Massoni is aangekomen, vertrekt het gezelschap met de bestelwagen richting Auriol, nabij Marseille.

Die dag raast een hevige mistral rond de Franse Middellandse Zee-kust. De dakpannen van het luxueuze landhuis in Auriol, waar de groep halt houdt, klapperen onheilspellend. Een voorteken? Jacques Massie, stagiair politie-inspecteur, eigenaar van het landjuweeltje, is blijkbaar niet alleen thuis. Voor het landhuis staan drie auto's geparkeerd: een Mercedes, toebehorend aan de schoonouders van Massie, een R5 van de werkmannen die het huis opknappen; en de AMI-8 van Massie zelf. Even wachten dus... Drie uren houdt het gezelschap nauwlettend het huis in de gaten. Eindelijk vertrekken de Mercedes en de R5. Blijft de AMI-8. Jacques Massie is dus alleen: de tijd is rijp! Het is nu 18 uur.

Campana en Poletti stappen uit de Estafette en begeven zich naar de voordeur. Daar wacht hen een verrassing: Massie is er niet. Hij is met een geleende auto naar Orange, een stadje dichtbij de Rhône, honderd kilometer landinwaarts. Marie-Dominique, Massie’s vrouw, en de vriend van Massie's zuster, Georges Ferrarini zijn wel in het huis. Wat nu? Campana slaat Ferrarini neer met de kolf van zijn pistool en Poletti verdooft Marie-Dominique met een gasbom. Beiden worden naar boven gesleept, gekneveld en vastgebonden aan een stoel. Het is rustig nu. De andere commando-leden kunnen binnenkomen. Wanneer arriveert Massie?

Nauwelijks 45 minuten na de gewelddadige raid wordt er op de deur geklopt: Massie's schoonouders staan met Alexandre, hun achtjarige kleinzoon, voor de deur. Alexandre valt bijna om van de slaap. De schoonouders vormen geen enkel probleem voor de bandieten. Ze worden op geen tijd onschadelijk gemaakt en op de eerste verdieping bij de rest van de familie gebracht. Voor hij In slaap valt, fluistert de kleine Alexandre Finochietti smekend: 'doe mijn moeder geen kwaad, ik zal braaf zijn'. Alexandre kent Finochietti. Hij kwam regelmatig bij de Massie’s thuis. De leraar neemt het kind in zijn armen en draagt het naar boven, waar hij nerveus de bewakingstaak op zich neemt. De spanning stijgt.

Massie duikt maar niet op. Bovendien werd Finochietti ook herkend door Massie's vrouw Marie-Dominique. Hij is ontmaskerd. Dat zou het einde betekenen. Tenzij … Georges Ferrarini wordt als eerste gedwongen de trap af te dalen. Hij wordt gewurgd met een rijgsnoer en in de bestelwagen geworpen. Collard bewerkt hem vervolgens met zijn mes, want Ferrarini lijkt wel onsterfelijk. Dan is het de beurt aan Massie's 70-jarige schoonvader. Die krijgt een plastiek zak in de mond gepropt. Zeventien messteken maken een einde aan zijn leven. Ook de schoonmoeder van Massie ondergaat hetzelfde lot. Het bloed gutst langs alle lanten. De lijken worden in allerijl in de Estafette geworpen.

Marie-Dominique en haar zoontje zijn de laatste overlevenden. Niet voor lang. Marie-Dominique daalt de trap af en tracht te vluchten. Maar Poletti is haar te vlug af. Hij rukt een pook van de schouw en verbrijzelt er haar schedel mee. Marie-Dominique wordt verkracht. Tenslotte komt Finochietti met het kind in de armen naar beneden. Poletti, de pook nog in de handen, bewerkt Alexandre. Finochietti voelt de stuiptrekkingen van het kind. Alexandre kermt. De leraar brengt het kind vervolgens naar de Estafette en maakt met zijn commando-mes een einde aan het lijden. Alle lijken liggen nu in de bestelwagen.

Collard en Massom rijden naar een verlaten mijn, zo'n honderd kilometer verderop. Daar worden de lichamen gedropt. In het landhuis blijven Finochietti, Poletti en Campana achter. Ze wachten nog steeds op Massie. Eindelijk! Rond 3 uur 's morgens houdt een wagen halt voor het huis. Het is Massie! Finochietti gooit een gasbom naar Massie's hoofd, maar de mistral devieert het projectiel. Massie trekt onmiddellijk zijn trouwe 357-Magnum. Poletti reageert prompt. Met de pook slaat hij het wapen uit de handen van de inspecteur. Finochietti slaat Massie neer en vermoordt hem met zijn mes. De slachting is ten einde. De opdracht is volbracht. Alles zit onder het bloed. De mistral doet de dakpannen nog steeds kletteren.

Enige tijd later worden de vijf mannen aangehouden, samen met Jean-Joseph Maria, de chef van het gezelschap. Finochietti had op de plaats van de slachting vingerafdrukken achtergelaten... Op vrijdag 17 mei 1985 valt het verdict: Maria Collard en Poletti krijgen levenslange opsluiting, Finochietti en Campana 20 jaar, terwijl Massoni er met 15 jaar internering vanaf komt. De uitspraak op vrijdag 17 mei 1985 betekende het einde van een wel zeer turbulente periode in de Franse gerechtsgeschiedenis. Want het proces van de slachtpartij in Auriol was ook een politiek proces. Wat was het motief voor de moorden? Een duidelijk antwoord werd nooit gegeven. 'We zochten belangrijke documenten', verklaarde Finochietti tijdens het proces. Welke documenten?

De vijf moordenaars waren allemaal lid van de Marseillaise SAC. Maria was bovendien interim-chef voor Marseille. Hij verving ... Jacques Massie, die stagiair politie-inspecteur was geworden. Was de slachtpartij een interne afrekening? Chanteerde Massie sommige vooraanstaanden? Moest hij daarom verdwijnen? Vragen die wellicht nooit een antwoord zullen krijgen. Er zijn echter hypothesen... Een daarvan is uiterst merkwaardig. Ze kreeg relatief weinig aandacht in de media en werd meermaals afgedaan als al te fantastisch. Nochtans betrof het een van de weinige hypothesen die ondersteund werden door een getuige, anoniem weliswaar. Paul Tesseire, journalist bij het communistische dagblad 'La Marseillaise', vertelt te Nice een man te hebben ontmoet die beweert dat Massie's dood in verband moet worden gebracht met een wapentrafiek tussen Frankrijk en Italië.

Volgens die man zijn het 'Italiaanse zakenrelaties van de P2 die de verzonden wapens bij ontvangst controleerden. Dit gebeurde onder toezicht van machtige personen die verenigd zijn in een geheim genootschap van het vrijmetselaarstype, en die de Tempeliers worden genoemd. Deze Tempeliers werden in het begin van de jaren zeventig gesticht door verscheidene leden van de SAC, onder wie mijnheer M., een van de mannen die de organisatie moesten zuiveren van ongewenste elementen, en in 1969 naar Marseille werd gezonden door Jacques Foccart... In 1977 verschijnt Massie voor het eerst bij de Tempeliers, en wordt er zeer actief en ambitieus. Dit brengt hem uiteindelijk ten val. De mannen die verantwoordelijk waren voor die trafiek konden zijn ongegeneerde en uitdagende houding niet toelaten. Vier maanden geleden heeft hij inderdaad deelgenomen aan een levering van wapens die in Turkije aangekocht werden. Massie was van plan de 558 miljoen Anciens Francs, die deze handel had opgebracht, voor zich te houden. Hij beweerde dat hij niet genoeg betaald was geweest. En aangezien dit gebeurde in de periode van de presidentsverkiezingen, lag het voor de hand dat deze onbezonnen daad confrontaties zou uitlokken.'

'Daarbij komt dat Massie... zijn vrienden gaat verraden door een deel van de som te gebruiken om bij te dragen aan de financiering van twee kandidaten van de UDF-lijst in twee kiesdistricten van Marseille. Om deze reden werd hij herhaaldelijk geschaduwd. Zo heeft hij de toorn op zich geladen van Mijnheer M. en van een van zijn naaste bloedverwanten, een zekere R., uitbater van een gekende nachtkroeg te Marseille. In Parijs kon men ook niet toelaten dat Massie zich als weerhaan gedroeg. Bovendien was het hoog tijd om de rekening te vereffenen met de financiers, die eigenlijk zeer zware jongens zijn, die beschermd worden en zich in het zakenleven hebben teruggetrokken. Uiteindelijk heeft Massie het gevaar voelen naderen en heeft zich tot bevriende politiemannen gewend, die echter niets voor hem konden doen. Alles was reeds beslist. Men moest het geld en enkele belastende documenten recupereren, en indien nodig, een voorbeeld stellen. Zonder het toeval en enkele onhandigheden was deze zaak misschien nooit publiek geworden. Bovendien is het zeer onwaarschijnlijk dat de mensen die belast waren met deze operatie ooit geweten hebben waar het precies om ging'. De wapens, zo vertelt de man nog, waren bestemd voor de Italiaanse terroristische 'Rode Brigades' ...


Onwaarschijnlijk? Vooreerst de bestemming van de wapens. Waarom zou bijvoorbeeld P2 de Rode Brigades steunen? Past dat niet in de zogenaamde 'Strategie van de Spanning' zoals uitgedokterd door vooral de Italiaanse neo-fascist Stefano della Chiaie, die zeer zeker in verbinding stond met topfiguren van P2? Niet onmogelijk. De getuige van Paul Tesseire verhaalt dat de Tempelorde in het begin van de jaren zeventig door leden van de SAC werd gesticht. Dat klopt niet hoewel die onnauwkeurigheid bij gebrek aan kennis omtrent occulte groepen te vergeven valt. Maar wie is die mysterieuze Mijnheer M ...? Als die kan worden ontmaskerd, zou de verklaring in 'La Marseillaise' zeer zeker aan geloofwaardigheid winnen.

Betrof het misschien Georges Michelon, SAC-verantwoordelijke rond 1968 voor Exterieure Relaties én 'Baljuw' van de Marseillaise commanderij van de Tempelorde onder het grootmeesterschap van Zdrojewski? Hij leidde een 23-tal 'ridders' en een 200-tal ‘schildknapen' die ‘een gevorderde militaire vorming genieten en degelijk geoefend worden in stadsguerilla’. Bijna allen hebben inderdaad deelgenomen aan de strijd tegen het OAS. De rest komt uit extreem-rechts. Zeer wel mogelijk! Hoewel Michelon, volgens de officiële kanalen slechts in 1971 en 1972 de functie van 'baljuw' uitoefende, dus tien jaar voor de moordpartij in Auriol. Maar misschien bleef de Orde in Frankrijk toch op een of andere manier voortleven. Is Mijnheer M... Michelon? Feit is, dat Jacques Massie in 1977 verantwoordelijke werd voor de SAC van Marseille, in opvolging van advocaat Yves Destrem, een zeer goede kennis van Michelon. Michelon had immers als taak de relaties te verzorgen met de provinciale afdelingen van de SAC.

Er is nog iets... Op 28 juli 1981, amper één dag nadat Paul Tesseire het verhaal publiceerde, verstrekt ene Alfred Zappelli vanuit Genève een communiqué aan het Franse persagentschap 'France-Presse’. Hierin zegt hij in naam te spreken van de 'Ordre Souverain et Militaire du Temple de Jérusalem'. Zappelli ontkent dat inspecteur Massie lid was van de Tempeliers-organisatie. Wie is Zappelli? Wat maakt dat Zappelli kan optreden in naam van de, of van een OSMTJ? En tenslotte, waarom moet Zappelli zich zonodig aangevallen voelen door de publicatie van het artikel in 'La Marseillaise'? Vragen, vragen, vragen. Vind ik er ooit een antwoord op?

Bron: Ridders van Nu | André Van Bosbeke

4,665

(6 replies, posted in Organisaties)

Ridderorde afstammend van de militaire arm van de Orde der Dominicanen die de opdracht had ketters op te sporen. Momenteel is Houdard de la Motte grootmeester. De 'Milice', waartoe vooral Bernard Mercier behoort, sloot een samenwerkingsakkoord of ridderpakt af met de Ordre du Rouvre en de Militia Sanctae Mariae.

Bron: Ridders van Nu | André Van Bosbeke

De kreeft met de zwarte scharen - 50 jaar rechts en uiterst rechts in België

Een boek over fascisme en extreem-rechts in België. Uitgebracht in 1981, dus voor de feiten van de Bende van Nijvel.

Specificaties

  • Auteur: Frank Uytterhaegen, Etienne Verhoeyen

  • Uitgever: Masereelfonds N.V., Uitgeverij

  • ISBN: 9789064170539

  • Aantal Pagina's: 174

  • Jaar: 1981

https://www.deslegte.com/images/cached/resample/jpg/data/uploads/297/450/cms_visual_1586103.jpg_1618501948000_297x450.jpg

Als iemand het heeft, wil ik er gerust eens in komen kijken. smile

4,667

(8 replies, posted in Terrorisme)

Sowieso in de jaren '80 blijkbaar want uit dit document van het Staatsblad van 30 januari 1986 staat zijn naam met dit adres » www.stichtingargus.nl

7. Francis Dessart, rue Moncrabeau 6, 5000 Namur, de nationalité belge.
Professeur, ministre de l’Eglise protestante.
Délégué général de l’Université nouvelle transnationale (Uni-T). Membre de l’Association de l’Eglise évangélique internationale. Représentant permanent de l’« International Progress Organization ».
Chargé dun cours de psychologie et de communication à l’Ecole d’Anthropologie, à Paris.
Chargé de mission pour l’Université de la Paix.
Aumônier diaconal special, pasteur et attaché de presse de la direction générale de l’Aumônerie auprès du Ministère de la Justice belge, Administration des Etablissements pénitentiaires, Aumônerie protestante.
Aumônier pour la branche protestante de l’O.S.J.
Grand Commandeur du Prieuré royal de Castille et de Leon de l’O.S.J., et Ministre plénipotontiaire.

4,668

(8 replies, posted in Terrorisme)

De afstand tussen die garage en de woonplaats van Dessart is exact 60 meter! Van wanneer tot wanneer woonde Dessart daar?

4,669

(10 replies, posted in Terrorisme)

Ben wrote:

Onder de naam "Operatie Overleven" organiseerde WNP tijdens twee weekends oefeningen in de Ardennen.

Michel Libert over deze oefenkampen:

Les bois de la Houssière et de Hourpes furent-ils un lieu d'entrainement pour le WNP?

"Au risque de décevoir le lecteur, je ne peux honnêtement répondre à cette question relavant d'une géographie précise. Ces bois reviennent en boucle dans  de très nombreux dossiers. L'ai-je un jour traversé? ... Y suis-je un jour resté? ... Probablement ... car ces bois sont pour les wallons de la région l'équivalent de la forêt de Soignes pour les Bruxellois."

"Personnellement, tous les camps auxquels je participais étaient principalement ceux liés au scoutisme, en Ardenne, avec l'assentiment/l'autorisation des propriétaires des bois et terrains et la bénédiction écrite du garde forestier concerné par le secteur occupé."

Bron » sites.google.com/site/tueriesdubrabant/interviews/

4,670

(8 replies, posted in Terrorisme)

Rond 1981 meldde zich een ander figuur bij het prestigieuze instituut [IRS: Institut Relations Diplomatiques]. Hij werd al vlug bestuurder en afgevaardigde. Zijn naam: Francis Dessart. In april 1983 begaven Van Huynegem en Dessart zich naar Tripoli om er hun prijs uit te reiken aan kolonel Kadhafi omdat die de Lybische ambassades omvormde tot 'volksbureaus'. De kolonel moet blij geweest zijn met de onverwachte attentie. Onverwacht? Misschien toch niet, want Dessarts contacten reiken ver, heel ver ...

Het mysterie

'Francis Dessart: beschouwd door sommigen als een "mol" van het Oosten in de schoot van rechtse bewegingen in België.' Dat kan je lezen in 'Enquêtes et Réportages', een trimestrieel blad, gepatronneerd door Aldo Mungo, een man die tenminste rond 1978 zeer nauw betrokken was bij de Europese verenigingen van aartshertog Otto van Habsburg. Misschien... 'Dessart is een agent van een of andere westerse inlichtingendienst, geïnfiltreerd in linkse bewegingen', vertelden me mensen uit linkse milieus. Misschien... Dit laat het al vermoeden. Francis Dessart is zonder enige twijfel een zonderling figuur, een man die er in slaagt zich zowel ter linker als ter rechterzijde, en dit soms tegelijkertijd, verdienstelijk te maken. Ik zit met de handen in het haar voor een berg documentatiemateriaal.

Ik kan het raadsel niet oplossen. Toen ik hem om uitleg vroeg betreffende een ridderorde en een aantal organisaties waarvan hij lid is, antwoordde hij me: 'Waar u mee bezig bent, intrigeert mij... Als u verduidelijking over de Orde wenst, schrijft u dan naar haar commandeur, dat is logischer. Ik heb het veel te druk. Wat mijn functies betreffen, die dient zeker niet voor te komen in uw boek over het ridderschap. Ze hebben niets bijzonders om het lijk.' Kort en duidelijk.

Gesprekken met andere mensen leverden ook al weinig tastbaars op. Het mysterie werd almaar groter. En nochtans moet het ontsluieren van het mysterie Dessart bijzonder interessant zijn. Als je de quasi-ontelbare filiaties en activiteiten van Dessart - die zich protestants aalmoezenier, journalist, professor, commandeur en nog veel meer noemt - naast mekaar zet, kom je tot zeer merkwaardige vaststellingen. Het ene probleem schept het andere. Hoe slaag ik erin de informatieberg te zuiveren van trivialiteiten? Wat is belangrijk en wat niet? Wat moet ik met die met mekaar vervlochten feiten? Ik moet me maar eens neerleggen bij het feit dat in het rijk der ridders menig verhaal ongeschreven zal blijven.

Op het einde van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig voerde Francis Dessart duidelijk een linkse koers. Hij militeerde in kringen van gewetensbezwaarden en steunde openlijk Afrikaanse en Arabische bevrijdingsbewegingen. De interesses die hij toen had voor de Afrikaanse en Arabische politieke situatie zouden trouwens zijn verdere carrière blijven bepalen. In het midden van de jaren zeventig werd hij redacteur van het blad 'Demain Ie Monde', een uitgave van het 'Centre National de Coopération au Développement' (CNCD), de Franstalige tegenhanger van het Nationaal Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (NCOS), organisator van de overbekende 11.11.11.-acties.

De 11.11.11.-acties kregen rond 1977 nogal wat tegenwind vanuit extreem-rechtse hoek. Vooral de kringen rond het extreem-rechtse blad 'Nouvel Europe Magazine' (NEM), waarrond ook de privé-militie 'Front de la Jeunesse' draaide, hadden nogal wat kritiek. Het CNCD zou betrokken zijn bij wapenhandel met landen van de Derde Wereld, zou complotten smeden ten voordele van de communistische bevrijdingsbewegingen in Derde Wereld-landen, en zou Chileense vluchtelingen helpen. Dat 'Nouvel Europe Magazine' dictator Pinochet verdedigde was overduidelijk. Het CNCD kreeg trouwens bezoek van het Front de la Jeunesse. 'Dierenvrienden'-militanten van het 'Front' lieten in de lokalen van het CNCD een stel witte muizen de vrije loop. Maar NEM ging nog verder. Het blad pakte ook uit met verhalen over het privé-leven van sommige CNCD-leden. Het moest duidelijk worden dat het CNCD geïnfiltreerd was door Moskou.

En wat blijkt na al die jaren? De toenmalige medewerker van het CNCD, Francis Dessart, was reeds in 1976 lid van het 'Comité Exécutif van het Comité Hongrie '56-'76, waarin ook Emile Lecerf zetelde, de hoofdredacteur van Nouvel Europe Magazine! Bovendien verkeerden beide heren in bijzonder gezelschap: Florimond Damman en Ernest Tottosy, beiden betrokken bij de Europese bewegingen van aartshertog Otto van Habsburg, en ook Jacques Borsu, stichter-voorzitter van de nazistisch geïnspireerde Europese Partij - 'militeren voor de Europese partij is Europa dienen met "eer en trouw”. Tussen haakjes, Etienne Verhoeyen en Frank Uytterhaegen vermelden in hun boek 'De kreeft met de zwarte scharen' dat de Europese Partij van Borsu trainingskampen in de Ardennen organiseerde samen met de Vlaamse Militanten Orde (VMO). Het 'Comité Hongrie '56-'76' was er vooral op uit anti-communistische propaganda te verspreiden naar aanleiding van de bloedige onderdrukking door de Sovjets van de Hongaarse volksopstand in 1956. Dat die anti-communistische propaganda nog wel andere, zelfs neo-nazistische, belangen diende, was wel duidelijk. Daar stonden bepaalde leden van het 'Comité Exécutif' garant voor.

Een ander lid van het 'Comité Exécutif van het 'Comité Hongrie '56-76' was toen Bernard Mercier, ridder van de Milice de Jésus-Christ. Die lag in 1976 ook aan de basis van 'Les Amitiés Arabes', een vereniging die ijverde voor de Arabische zaak. Tot 1981 was Francis Dessart er beheerder. Secretaris-generaal was Jean Dagonnier, die Dessart goed kende bij het CNCD, en die ook redacteur was bij 'Demain Ie Monde'. Maar Jean Dagonnier had nog andere interesses. Hij was - zo stelt Frédéric Laurent in zijn boek 'l'Orchestre Noir' - een Belgisch correspondent van Aginter Presse, een annex van de vroegere Portugese PIDE, de privé-politie van dictator Salazar. 'Aginter Presse' deed dienst als spionage-agentschap, als huurlingen- en terroristenrekruteringsbureau en stond bekend als fascistische internationale.

Jean Dagonnier verklaarde aan Frédéric Laurent dat hij als een ex-lid van de SRR (Service de Renseignement de la Résistance) geïnfiltreerd was in Aginter-Presse voor rekening van een weerstandsbeweging. Een ander contactman van de vroegere Aginter-Presse, schrijft Laurent, was Jean Thiriart, een man die samen met Emile Lecerf van Nouvel Europe Magazine aan de wieg stond van Jeune Europe, waaruit veel gevormde rechtse militanten zijn gekomen. Aginter-Presse beschuldigde de groep van Jean Thiriart er later van gelieerd te zijn met inlichtingsdiensten van Arabische landen. Inlichtingsdiensten van Arabische landen? Zowel Jean Dagonnier als Francis Dessart beschikken over goede contacten in Arabische landen. Toeval? Interessant is dat Dessart in 1983 de prijs van het 'Institut des Relations Diplomatiques' ging uitreiken aan kolonel Kadhafi.

Frédéric Laurent meldde verder dat Aginter-Presse ook gelieerd was met de entourage van Frans-Joseph Strauss, een intimus van aartshertog van Habsburg. De Spaanse contacten - aldus Laurent - liepen via CEDADE, Circulo Espanol de Amigos de Europa, een organisatie door Spaanse fascisten en Duitse nazi's opgericht in 1966 te Barcelona. Ze bestaat nu nog steeds en ijvert voor een 'Europa der Volkeren'. Het CEDADE is zeer anti-semitisch geïnspireerd.

Een van hun stickers luidt: 'pas op, jood op 50 meter'. Het CEDADE beschikt zelfs over para-militaire organisaties. De 'Alianza Apostolica Anticommunista' (AAA), waarin een gedeelte van Lopez Rega's Argentijnse doodseskaders zijn opgegaan, worden regelmatig geciteerd. In 1981 maakte de Franse pers melding van het bestaan van een Frans filiaal van het Spaanse CEDADE, dat het blad 'Projets et Références' verspreidt. De organisatie, waarvan sprake, heette 'Cercle Ecologique des Amis de l'Europe' (CEDADE). Die groep verwees expliciet naar de Spaanse organisatie met dezelfde initialen, had hetzelfde symbool, verspreidde posters van fascistische leiders en zat ideologisch in hetzelfde, zij het ietwat meer genuanceerd vaarwater. 'Bescherm de etnische eenheid van je volk', 'Weiger verarming door rassenkruising', 'Verwerp ontaarde vormen van seksualiteit', 'Bescherm je afkomst'. Dit waren de principes waarop een 'nieuw Europa' moest gebouwd worden.

CEDADE-Frankrijk gaf wel toe dat er contacten waren geweest met de Spaanse zusterorganisatie, maar beweerde dat die sinds kort verbroken waren en dat de beschuldigingen dus overdreven waren. Nochtans bleek dat de directeur van 'Projets et Références' in die tijd een man was die nauwe banden had met CEDADE-Spanje. Bovendien zetelden in het 'Erecomité' van het blad verscheidene heren die zeer nauw gelieerd waren met extreem-rechtse en zelfs nazistische kringen. Puur toeval, beweerde 'Projets et Références', dat maakt duidelijk hoe open we wel zijn. Maar wat blijkt? Ook Francis Dessart behoorde toen tot de 'comité d'honneur'. Ook toeval? Feit is dat Francis Dessart sommige medewerkers van de vroegere Aginter-Presse kende...

Maar laten we niet speculeren. Alleen de feiten tellen. Francis Dessart voelde zich inderdaad ook geroepen Om het 'Europa der volkeren' te propageren. Daartoe richtte hij in 1978 tesamen met PRL-eminentie Charles Petitjean het 'Institut de Documentation et d'Etudes Européennes' (IDEE) op, aangesloten bij de 'Beweging voor de Verenigde Staten van Europa', dat indertijd vanuit Vlaams-nationalistische hoek steun kreeg. Die 'Beweging', ook 'Union of European Federalists' (UEF) genoemd, is op zijn beurt geaffilieerd met de Paneuropese Unie van aartshertog Otto van Habsburg. Hoe een dubbeltje rollen kan. In 1979 werd Dessart lid van het 'Kuratorium' van de 'Ludwig Frank-Stiftung fur ein Freiheitsliches Europa', een Duitse organisatie die overal KGB-agenten ontwaart en vindt dat de vredesbewegingen door Moskou gesteund worden. De Münchense stichting wordt gedragen door voorname CSU'ers rond Frans-Joseph Strauss en Otto van Habsburg.

Welk spel speelt Dessart? Is Dessart in de invloedssfeer van de aartshertog terechtgekomen? Alles wijst erop. Immers... Dessart werkt samen met Jacques Jonet, vertrouweling van de aartshertog, met Tottosy, met Damman... Dessart spreekt op internationale bijeenkomsten van de World Anti-Communist League (WACL), publiceert zijn conferentie in Damocles, het blad van de 'Ligue Internationale pour la Liberté', waar Paul Vankerkhoven voorzitter was
 Dessart wordt in 1979 hoofdredacteur van het blad 'Les Européens' dat verspreid wordt in de milieus van de 'Europese Gemeenschap'. Hij werkt samen met Bernard Henry, Luc Beyer de Rycke, beiden bekend in Otto's Europese organisaties... Intussen (tot 1981) werkt Dessart nog steeds als redacteur in 'Demain Ie Monde' van het CNCD. Op zijn minst een merkwaardige combinatie.

Datzelfde jaar 1981 gebeurt er heel wat. De CEPIC wordt ontmanteld en gedeeltelijk gerecupereerd door de PRL. Blijkt dat Dessart kabinetsmedemerker wordt van PRL-staatssecretaris Etienne Knoops. Tot 1985 is hij ook hoofdredacteur van het blad 'Liberté', het officiële orgaan van de Liberale Ontwikkelingssamenwerkingsorganisatie DELIPRO. Voorzitter van DELIPRO is volksvertegenwoordiger Charles Petitjean. Beheerders zijn onder meer Herman De Croo en Willy Schollaert. Kortom, Dessart komt in de hoge liberale kringen terecht. Je zou kunnen stellen dat met Dassart, DELIPRO er een kenner van de Arabische en Afrikaanse problematiek bij heeft. Maar in dat officiële blad van de liberalen verschijnen, sinds de aanstelling van Dessart als hoofdredacteur, zeer positieve artikels over zeer vreemde organisaties. Organisaties als het 'Institut des Relations Diplomatiques' van 'paltsgraaf' Emile van Huynegem, waarbij Dessart intussen is aangesloten, 'Pax Mundi', de 'World Anti-Communist League' en... de Moon-sekte krijgen bijzonder veel positieve aandacht. Dit is toch wel zeer merkwaardig.

Zonder ze bij naam te noemen (het gaat om schermorganisaties als bijvoorbeeld 'International Cultural Foundation') prijst Dessart de Moon-sekte en feliciteert de initiatiefnemers... Trouwens, in dezelfde periode schrijft Dessart ook pro-Moon-artikels in het tijdschrift van de Moon-sekte zelf. Wel, wel, wel ... Dessart prijst in 'Liberté' ook een andere sekteleider, 'professor' Norman William. Dit heerschap noemt zich ook 'Man', indiaan van de stam der 'Mic-Mac'. (…)

In een officieel PVV-PRL-orgaan als 'Liberté' komen dus wel zeer eigenaardige zaken aan bod. Duidt dat op de infiltratie van bijvoorbeeld de Moon-sekte - die er zeer veel propaganda krijgt - in liberale kringen? Ik heb vroeger reeds gewezen op bestaande coëxistenties sinds 1981 tussen bepaalde liberale milieus, aanhangers van aartshertog Otto van Habsburg en adepten van de Moon-sekte. Dat komt onweerlegbaar ook in 'Liberté' tot uiting. De centrale figuur schijnt Francis Dessart te zijn. Voor wiens rekening? Dessart zelf beweert op te komen voor minderheidsgroepen en de vrijheid van godsdienst. Die argumentatie vormde trouwens ook de basis voor zijn verdediging van de Hare-Krishna-beweging tijdens haar persconferentie in september 1986. Toen verdedigde Dessart 'Hare Krishna' openlijk. Later zou hij dat ook voor andere 'minderheidsgroepen' doen. Je zou kunnen stellen dat Dessart handelde zonder dat zijn opdrachtgevers in 'Liberté' op de hoogte waren van wat al die organisaties nu precies voorstelden. Met andere woorden dat Dessart de PRL en PVV-excellenties in de luren heeft gelegd.

Maar wat dan te denken van een plechtige ceremonie die doorging in 1982, georganiseerd door het 'Institut des Relations Diplomatiques' van 'paltsgraaf' Emile Van Huynegem, waarbij Charles Petitjean, de eminente voorzitter van DELIPRO, tot ridder werd geslagen van een ander verzinsel van Van Huynegem, de 'Ordre du Mérite Eurafricain'? In 'Liberté' staat het zo: 'Tijdens een officiële plechtigheid werden de onderscheidingstekens en het diploma van Ridder in de 'Ordre du Mérite Eurafricain' aan hem (Petitjean, nota van de auteur) overhandigd door M. Emile van Huynegem, president van het 'Institut des Relations Diplomatiques'. Hier werd het meest briljante publiek bijeen gebracht. Meer dan honderd personaliteiten van de Belgische Regering, van de Ambassades, van de Internationale Diplomatieke Kringen, hebben door hun aanwezigheid en door hun gelukwensen, hun waardering voor Meneer de Afgevaardigde Petitjean willen tonen, evenals het belang dat zij hechten aan de ere-onderscheidingen van de "Institut des Relations Diplomatiques”.’

Er waren inderdaad liberale ministers aanwezig op de huldiging van Petitjean die avond in de salons van de Westburg, als ook Sylvère Lebon van de "Association Belgo-Hispanique', Belgisch vertegenwoordiger van de pretendent op de Azteekse kroon prins Moctezuma, en generaal Omer Van Houtte, dignitaris van de 'Ordre de Saint-Jean Baptiste d'Amérique'... De 'paltsgraaf' is dus doorgedrongen tot de hogere - liberale - politieke kringen, wellicht dank zij zijn vertegenwoordiger Francis Dessart. Misschien laten de heren en dames ministers zich binnenkort kronen door 'Son Altesse Royale Timour, Grand Khan de toute la Tartarie et la Mongolie’, alias 'Monseigneur Ivan Busà I’! Dat zou pas mooi zijn ...

Opeens wordt veel verklaarbaar. Decroo's naam op de lijst van de 'Fédération des Combattants Alliés d'Europe', een zusterorgamsatte van de 'Ordre de Saint-Jean Baptiste d'Amérique'; de coëxistenties; de aanhang die gefantaseerde ridderordes in hogere kringen hebben. Ik herinner me Dessarts woorden: 'Wat mijn functies betreft, die dienen zeker niet voor te komen in uw boek over het ridderschap. Ze hebben niets bijzonders om het lijf.'

Op 30 januari 1986 verschenen in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad de statuten van de 'Commanderie Royale de l’Ordre Souverain, hospitalier et militaire de Saint-Jean de Jérusalem, Chevaliers Oecuméniques de Rhodes et de Malte en Royaume de Belgique, Commanderie Royale de I'O.S.J. en Royaume de Belgique'. Tot die ridderorde behoort... Francis Dessart, 'Grand Commandeur du Prieuré royal de Castille et de Léon de I'O.S.J., et Ministre plénipo-tentiaire'. Lezer, 'fasten your seatbelts' …

Bron: Ridders van Nu | André Van Bosbeke