661

(15 replies, posted in 1990-1999)

Moord uit ’91 opgelost door bierflesje

Na 19 jaar is de moord op de 69-jarige herbergier André Maroy alsnog opgelost. De daders hadden op de avond van de roofmoord in zijn café vrolijk van bierflesjes gedronken, die altijd bewaard zijn gebleven. Door dat DNA kan het parket de daders, vier zigeuners, nu met bewijzen in de hand aanhouden. “Een opluchting”, zucht dochter Nellie (61). “Ik had de moed al opgegeven.” (...)

Lees hier het hele artikel uit 2010 » Nieuws

662

(1 replies, posted in Onderzoekspistes)

Oplichters: criminelen zonder scrupules

Een andere categorie van parasieten zijn de oplichters. Het voor ons bekendste voorbeeld in dit dossier is Peter Van Haperen. Lange tijd op dit forum actief onder de naam "Insider", nu niet meer welkom.

Peter van Haperen is niet zomaar een “omstreden getuige”, maar iemand met een lange geschiedenis van fantasieverhalen, dubieuze claims en beschuldigingen van oplichting. Dat maakt het bijzonder problematisch dat Douglas De Coninck hem gebruikt als bron in een artikel over de vermeende geënsceneerde dood van Madani Bouhouche.

Van Haperen dook jarenlang op in verhalen rond staatsgrepen, geheime operaties en internationale complotten. In Suriname presenteerde hij zichzelf als ex-commando en medewerker van Nederlandse militaire inlichtingendiensten. Hij beweerde betrokken te zijn geweest bij plannen om het regime van Desi Bouterse omver te werpen. Volgens zijn eigen versie van de feiten zou hij in de jaren tachtig huurlingen hebben getraind, wapens hebben geregeld en betrokken zijn geweest bij een geheime invasieoperatie waarbij ook Belgische doodseskaders een rol speelden.

Dat verhaal bevatte echter hoogstens een beperkte kern van waarheid, maar dan uitsluitend in de context van een oplichtingsconstructie. In Nederland bestond destijds effectief een kleine kring van fanatiekelingen met een uitgesproken anti-Bouterse ideologie. Dat moet ook gezien worden in de context van de relatief grote Surinaamse gemeenschap in Nederland en de politieke spanningen van die periode. Men kan dit vergelijken met een hypothetische situatie waarin zich in België rond 1960 een kleine groep burgers had georganiseerd met als droomscenario de afzetting van Patrice Lumumba om vervolgens een Belgischgezinde regering te installeren.

Van Haperen speelde handig in op die ideologische overtuigingen. Hij benaderde leden van die groep onder een valse hoedanigheid en presenteerde zichzelf als een soort “geheime” trainer, organisator en contactpersoon met banden binnen Nederlandse militaire structuren. Hij beweerde kandidaten te rekruteren voor deelname aan een staatsgreep in Suriname en stelde dat zij na een korte, intensieve opleiding zouden worden ingezet, bewapend en begeleid richting Suriname.

Om zijn verhaal geloofwaardig te maken organiseerde hij effectief trainingssessies, onder meer rond gevechtstechnieken. Die vonden plaats op een terrein naast een militair domein, maar in werkelijkheid ging het om publiek toegankelijk terrein. Door die locatie zorgvuldig te kiezen, wekte hij bewust de indruk dat de activiteiten een officiële militaire achtergrond hadden. Dat soort mise-en-scène paste perfect binnen zijn methode: genoeg militaire symboliek gebruiken om indruk te maken op mensen die zelf weinig zicht hadden op echte militaire structuren.

Voor de organisatie van de operatie, en vooral voor de vermeende aankoop van wapens, was volgens Van Haperen financiering nodig. Daar zat het eigenlijke oplichtingsmechanisme. Hij bouwde een schijnbaar geloofwaardig verhaal op om geld los te krijgen onder het voorwendsel dat dit nodig was voor een “hoger doel”. De deelnemers werd voorgehouden dat het geld niet voor persoonlijk gebruik bestemd was, maar diende voor de uitvoering van de staatsgreep, mogelijk zelfs met de impliciete belofte dat zij later beloond zouden worden zodra het regime was omvergeworpen.

Wie daar kritisch over nadenkt, merkt uiteraard meteen hoe absurd dat verhaal eigenlijk was. Een overheid of geheime dienst die werkelijk een staatsgreep organiseert, gaat normaal gezien geen geld inzamelen bij burgers om wapens te kopen. Maar precies daar spelen oplichters op in: ze verklaren zulke inconsistenties met argumenten als “het mag nergens officieel geregistreerd staan” of “alles moet volledig clandestien gebeuren”. Dat soort redeneringen klinkt geheimzinnig en plausibel genoeg om goedgelovige mensen mee te krijgen.

Nadat de groep fondsen had verzameld en overgemaakt aan Van Haperen, verdween hij met het geld. De zogenaamde commando-operatie bleek niets meer dan een opgezette zwendel. Wanneer Van Haperen jaren later beweerde dat hij effectief een commando-eenheid had samengesteld met het oog op een staatsgreep in Suriname, bevatte dat dus enkel een element van waarheid in de zin dat hij mensen had samengebracht binnen een fictief operatieverhaal dat in werkelijkheid diende om hen financieel op te lichten.

Dat patroon is belangrijk, want exact dezelfde technieken keren later opnieuw terug in zijn communicatie met Douglas De Coninck. Ook daar profileerde Van Haperen zich als iemand met exclusieve contacten, geheime informatie en toegang tot verborgen netwerken. Hij beweerde dat hij Bouhouche in Spanje zou kunnen opsporen omdat hij “de juiste mensen” kende. Aanvankelijk werd daarbij benadrukt dat hij het zogezegd “niet voor het geld deed”, maar uiteindelijk kwam opnieuw hetzelfde mechanisme naar boven: reizen naar Spanje, contacten aanspreken en onderzoek voeren zouden uiteraard geld kosten en moesten dus gefinancierd worden. Het verschil met de Suriname-affaire is vooral dat men hier blijkbaar niet verder op dat voorstel is ingegaan.

Die werkwijze zie je trouwens vaker bij fantasten en oplichters die zich in de sfeer van geheime diensten, militaire operaties en complotten bewegen. Ze strooien met namen van hogere officieren, obscure militaire functies of vermeende insiders die voor buitenstaanders moeilijk controleerbaar zijn. Juist daardoor maken ze indruk. Mensen denken dan: “Die naam kan hij alleen kennen als hij echt verbonden is met die wereld.” In werkelijkheid waren zulke namen vaak perfect terug te vinden in publieke bronnen zoals militaire tijdschriften, het Staatsblad of andere officiële publicaties. Vandaag kan men dat snel online controleren, maar in de jaren tachtig was diepgaande verificatie voor de meeste mensen veel moeilijker.

Zelfs uiterlijk speelde Van Haperen volgens sommige getuigen bewust een rol. Hij droeg militaire kledij die gemakkelijk verkrijgbaar was in winkels zoals een Stock American, maar tegelijk merkten sommigen op dat hij helemaal niet de uitstraling had van een echte commando. Zo werd onder meer gewezen op zijn haarsnit, die veel te lang was voor iemand uit een professionele commando-eenheid, waar een zeer korte militaire coupe eerder de norm was. Dat soort details lijkt banaal, maar toont hoe zijn imago vooral steunde op oppervlakkige symboliek en gecreëerde indrukken.

Het Nederlandse ministerie van Defensie verklaarde bovendien expliciet dat Van Haperen niet voorkomt in de personeelsbestanden en dat men hem daar niet kende. Ook in Suriname zelf werd hij door verschillende betrokkenen omschreven als een fantast. Nabestaanden van de slachtoffers van de Decembermoorden en critici van Bouterse noemden hem zelfs openlijk een “notoire oplichter”.

Dat patroon is cruciaal. Van Haperen lijkt telkens op te duiken in dossiers waar grote complotten, geheime diensten en spectaculaire theorieën circuleren. Zijn verhalen zijn sensationeel, moeilijk controleerbaar en draaien opvallend vaak rond zijn eigen vermeende centrale rol. Daardoor is hij precies het soort figuur dat aantrekkelijk wordt voor complotdenken: iemand die beweert toegang te hebben tot verborgen informatie die niemand anders kan verifiëren.

Dat maakt het journalistiek bijzonder onverantwoord om hem als geloofwaardige bron op te voeren in een dossier als dat van Bouhouche. Zeker wanneer het gaat over zware beweringen zoals het in scène zetten van een overlijden. Zo’n hypothese vereist harde bewijzen: officiële documenten, forensische elementen, controleerbare getuigenissen of concrete materiële aanwijzingen. Niet het woord van iemand die al decennia gelinkt wordt aan fantasieverhalen en oplichtingspraktijken.

Bovendien toont dit opnieuw een fundamenteel probleem in een deel van de berichtgeving rond de Bende van Nijvel: spectaculaire theorieën krijgen soms meer aandacht dan kritische broncontrole. Wanneer journalisten zich laten meeslepen door kleurrijke figuren als Van Haperen, vervaagt de grens tussen ernstig onderzoek en sensatie. Dat is des te problematischer in een dossier dat al decennialang gebukt gaat onder mythes, desinformatie en zelfverklaarde “insiders”.

Het wrange is dat een minimale achtergrondcheck al voldoende was geweest om ernstige vragen te stellen bij de geloofwaardigheid van Van Haperen. Wie enkele minuten zoekt, vindt meteen artikels over zijn dubieuze verleden, zijn onbewezen claims over geheime operaties en de controverse rond zijn rol in Suriname. Dat net zo iemand vervolgens wordt gebruikt om nieuwe speculaties rond Bouhouche kracht bij te zetten, zegt uiteindelijk misschien meer over de journalistieke methode van De Coninck dan over Bouhouche zelf.

663

(38 replies, posted in Overzicht Bendes)

Arrestation

Il y a une semaine, une collision se produisait dans le bois d'Havre entre une voiture dont le conducteur, un ingénieur montois, fut tué une camionnette dans laquell se trouvaient Marcel et Henri Becker, bien connus des milieux judiciaires. Les deux Becker, blessés, furent transférés à l'hôpital Saint-Georges, à Mons, ou ils sont toujours en traitement.

Lundi, le juge d'instruction a mis sous mandat pour homicide involontaire et avoir conduit un véhicule alors qu'il était déchu du permis de conduire, Marcel Becker, domicilié à Casteau, mais résidant en roulotte dans les dépendances de l'ancien charbonnage de l'Epinette, à Quaregnon. Il sera transféré dans une annexe de la prison de Saint-Gilles.

Bron: Le Soir | 5 Maart 1968

664

(20 replies, posted in Plaatsen)

'k Ga mezelf al moeten corrigeren. Het lijkt er op dat de straat ook gekend was onder de naam "Rue de l'Appât". Vermoedelijk is dit een lokaal dialect of was dit de vorige naam van de straat en hebben ze op een bepaald moment besloten om de naam te veranderen.

665

(0 replies, posted in Filière Boraine)

Michel Lepoint wordt genoemd in verband met de Filière Boraine. Ober Landini zou tegenover Michel Cocu verteld hebben dat hij samen met een zekere Lepoint de Saab heeft gestolen. Het was Lepoint die de hond heeft doodgeschoten omdat deze begon te blaffen.

Hij wordt door Michel Cocu ook genoemd in het onderzoek naar de overval in Halle:

(…) Vanaf 23 november 1983 heeft Michel Cocu beweerd dat 3 of 4 maart 1983 werd uitgekozen omdat de bende ervan op de hoogte was dat de brandkoffer die avond een som van zeven miljoen zou bevatten. Hij voegde hieraan toe dat de Golf (*) werd aangepast door een zekere Lepoint, die onder meer de autoradio en de zetel van de begeleider had weggenomen. In maart 1984 wijzigde Cocu deze verklaring door te stellen dat de Volkswagen, drie of vier dagen voor de hold-up doorging, werd aangepast door Vittorio en Estiévenart.

Bron: De Bende: een documentaire | Paul Ponsaers en Gilbert Dupont

(*) De in Plancenoit gestolen VW Golf.

Hij komt voor in een nota van commissaris Meurillon van de Gerechtelijke Politie van 20 november 1985:

Tot de bende behoorde een zekere LEPOINT, Michel ongeveer 30 jaar oud, wonende te Brussel + een persoon uit het Brussel.

666

(20 replies, posted in Plaatsen)

Ben wrote:

Jean-Claude Estiévenart: Rue de l'Appât 18 in Colfontaine (*).

(*) Deze straat kan ik niet vinden met Google Maps.

Het staat fout in de nota van Guy Wezel van februari 1984 en Ponsaers en Dupont nemen de fout over in hun boek "De Bende: een documentaire". De juiste naam van de straat is Rue Appâa in Colfontaine » Google Maps

Het is een vrij groot huis dat Estiévenart heeft moeten verkopen toen zijn zaak failliet ging:

(...) Jean-Claude Estiévenart had zich omgeschoold en een kleine bouwonderneming opgezet. Op zeker moment had hij zelfs drie of vier werklui in dienst, maar eind 1982 was zijn zaak bankroet. Het huis dat hij gekocht had in de rue de l’Appât [sic] in Wasmes, moest openbaar verkocht worden. Na deze faling heeft Jean-Claude samen met zijn vrouw en kinderen zijn intrek genomen op nummer 95 van de rue de la Louise.

Bron: De Bende - een documentaire | Paul Ponsaers en Gilbert Dupont

667

(1 replies, posted in Onderzoekspistes)

Fantasten, mythomanen en aandachtszoekers: de parasieten van grote gerechtelijke dossiers

Bij elk groot gerechtelijk dossier duiken ze op. Mensen die “iets weten”. Mensen die plots verklaren dat ze een ex-rijkswachter kennen, ooit in een obscure garage een gesprek hebben opgevangen of toevallig aanwezig waren op een cruciaal moment. Sommigen beweren zelfs rechtstreeks betrokken te zijn geweest bij de feiten. Anderen insinueren dat ze toegang hebben tot geheime informatie waar politie en justitie geen weet van hebben.

In dossiers met een enorme publieke impact - zoals de zaak rond de Bende van Nijvel, de zaak Dutroux of de moord op president John F. Kennedy - vormen fantasten en aandachtszoekers een bijna onvermijdelijk nevenverschijnsel. Het gaat om mensen die zich bewust of onbewust in het verhaal proberen binnen te werken. Soms uit behoefte aan aandacht, soms uit geldgewin, soms vanuit psychologische drijfveren zoals mythomanie of grootheidsfantasieën.

Het fenomeen wordt in de forensische psychologie vaak gelinkt aan "pseudologia fantastica" (pathologisch liegen): een vorm van chronisch fabuleren waarbij feit en fictie steeds meer door elkaar lopen. Zulke personen construeren verhalen waarin zijzelf een centrale rol spelen in historische of sensationele gebeurtenissen. Opvallend is dat deze leugens vaak zeer gedetailleerd en overtuigend kunnen zijn. Sommige fantasten beginnen na verloop van tijd zelfs gedeeltelijk in hun eigen verhalen te geloven.

Dat grote misdaadzaken dit soort figuren aantrekken, is niet verwonderlijk. Hoe mysterieuzer een dossier wordt, hoe groter de aantrekkingskracht op mensen die erkenning, status of aandacht zoeken. In zekere zin ontstaat rond zulke dossiers een parallel universum van pseudo-getuigen, amateuronderzoekers, complotdenkers en zelfverklaarde insiders. De publieke fascinatie voor het mysterie creëert een voedingsbodem waarin fantasie en werkelijkheid langzaam in elkaar overvloeien.

In het dossier van de Bende van Nijvel is dat fenomeen bijzonder zichtbaar. Het onderzoek sleept al tientallen jaren aan, leverde duizenden tips op en werd voortdurend omringd door speculaties, geruchten en alternatieve theorieën. Dat klimaat maakt het voor fantasten relatief eenvoudig om geloofwaardig over te komen. Hoe minder duidelijkheid er bestaat, hoe makkelijker iemand zichzelf kan presenteren als ontbrekende schakel in het verhaal.

Bovendien spelen media hierin soms onbedoeld een versterkende rol. Wanneer spectaculaire verklaringen ruime aandacht krijgen, ontstaat een mechanisme waarbij nieuwe fantasten worden aangemoedigd om eveneens naar voren te treden. Sensationele pistes genereren immers aandacht, clicks, interviews en boekcontracten. In sommige gevallen groeit rond een gerechtelijk dossier bijna een kleine industrie van vermeende insiders en “experten”.

Beloningen voor de gouden tip kunnen dat effect nog versterken. Delhaize en Colruyt loven bijvoorbeeld 250.000 euro uit voor informatie die leidt tot de identificatie van de daders van de Bende van Nijvel. Hoewel zulke beloningen begrijpelijk zijn, trekken ze onvermijdelijk ook opportunisten aan: mensen die hun verhaal aandikken, informatie verzinnen of bewust manipuleren in de hoop financieel voordeel te halen uit de chaos rond het onderzoek.

De schade die dit veroorzaakt, wordt vaak onderschat. Elke valse piste kost tijd, mankracht en middelen. Speurders moeten verklaringen controleren, getuigen verhoren, alibi’s natrekken en documenten analyseren. In omvangrijke dossiers kan de informatiestroom zo groot worden dat relevante gegevens verdrinken in een zee van ruis. Onderzoekers spreken in dat verband soms over “informatiecontaminatie”: het proces waarbij waardevolle informatie steeds moeilijker te onderscheiden valt van fantasie, manipulatie en speculatie.

Geschiedenis toont bovendien aan dat fantasten onderzoeken effectief kunnen ontsporen. In het onderzoek naar de Yorkshire Ripper stuurde een onbekende man jarenlang brieven en cassettebandjes naar de politie. De speurders waren ervan overtuigd dat de afzender de echte dader was, waardoor het onderzoek zich jarenlang op de verkeerde persoon concentreerde. Ook de Amerikaanse seriemoordenaar Henry Lee Lucas bekende honderden moorden die hij onmogelijk gepleegd kon hebben. Toch werden veel van die bekentenissen aanvankelijk ernstig genomen, deels omdat politie en media meegezogen werden in het verhaal.

Dat laatste is misschien het gevaarlijkste aspect van dit fenomeen: niet alleen fantasten creëren problemen, ook onderzoekers, journalisten en het publiek kunnen vatbaar worden voor tunnelvisie en confirmation bias. Een spectaculair verhaal dat perfect lijkt te passen binnen een bestaande theorie krijgt vaak sneller geloofwaardigheid dan droge, banale feiten. Zeker in dossiers die al decennia aanslepen ontstaat daardoor een risico dat mythologie langzaam de plaats inneemt van kritisch onderzoek.

Hoe langer een zaak onopgelost blijft, hoe groter die vervorming wordt. Het dossier krijgt bijna een eigen folklore, bevolkt door schimmige getuigen, verdwenen documenten, mysterieuze informanten en figuren die telkens opnieuw opduiken met nieuwe onthullingen. Na verloop van tijd wordt het steeds moeilijker om nog een duidelijke grens te trekken tussen historische feiten en verhalen die later rond het dossier zijn gegroeid.

Misschien is dat wel één van de grootste tragedies van grote onopgeloste misdaadzaken: niet alleen de waarheid raakt zoek, maar ook het onderscheid tussen werkelijkheid en fictie.

Meer informatie:

668

(325 replies, posted in 1983)

Ja. Dat heb ik geschreven. Maar dat kan evengoed fout zijn. Nergens zeg ik dat het de waarheid is. Want ik heb geen theorie. Ik heb enkel de feiten.

669

(43 replies, posted in Onderzoekspistes)

Politie en justitie hebben de CCC kunnen pakken, waarom de Bende van Nijvel dan niet?

De vergelijking tussen de CCC en de Bende van Nijvel wordt vaak gebruikt als argument dat er “meer achter de Bende van Nijvel moet zitten” omdat de CCC wel werd ontmanteld en de Bende nooit officieel werd opgelost. Maar die redenering houdt weinig rekening met de fundamentele verschillen tussen beide dossiers.

De CCC opereerde als een ideologische organisatie. Ze communiceerden via pamfletten, eisten aanslagen op en bewogen zich binnen een milieu van extreemlinkse activisten dat al jarenlang in het vizier stond van de Staatsveiligheid. De Belgische inlichtingendiensten hadden bovendien al infiltranten en informanten in linkse subversieve milieus.

Daardoor ontstonden vrij snel concrete pistes over wie bij de CCC betrokken kon zijn. De CCC-leden maakten ook fouten: ze lieten sporen na, onderhielden contacten binnen gekende netwerken en hun acties hadden een politieke logica die onderzoekers konden analyseren.

Bij de Bende van Nijvel lag dat volledig anders. Het ging niet om een openlijke ideologische organisatie die communiceerde met de buitenwereld, maar om extreem gewelddadige criminelen die tijdens korte overvallen opereerden en nauwelijks bruikbare sporen achterlieten.

Bovendien moet men het dossier bekijken binnen de bredere criminaliteitscontext van de jaren ’80. De ophelderingsgraad van zware criminaliteit in België was toen bijzonder laag. In 1985 bedroeg de globale ophelderingsgraad van criminele feiten amper 21%. Voor hold-ups lag dat nog lager: van de 754 hold-ups in België in 1985 werden er slechts 106 opgelost, goed voor amper 14,06%.

Over de periode 1976-1985 werden 3.345 hold-ups gepleegd, waarvan slechts 674 werden opgelost, ongeveer één op vijf. In 1984 zakte de oplossingsgraad zelfs tot 10,86%.

Dat betekent dat het niét uitzonderlijk was dat gewapende overvallen en moorden onopgelost bleven. Integendeel: het was in die periode bijna de norm. Achteraf ontstaat gemakkelijk mythevorming omdat de Bende van Nijvel zoveel media-aandacht kreeg en door de extreme geweldpleging een traumatische plaats in het collectieve geheugen heeft ingenomen.

Maar het feit dat de CCC werd ontmaskerd terwijl de Bende van Nijvel onopgelost bleef, is op zichzelf geen bewijs van een complot of bewuste sabotage van het onderzoek. Het zegt vooral iets over het verschil tussen een ideologisch netwerk dat reeds onder observatie stond en een vorm van gewelddadige banditisme waarvan in die periode heel veel dossiers nooit opgelost raakten.

Meer informatie:

670

(8 replies, posted in Overzicht Bendes)

De leeftijden van de veroordeelden:

  • Johnny Tasnier is geboren op 15 oktober 1972

  • Philippe Colin is geboren op 18 januari 1972

  • Michel Brusselaars was in 1994 24 jaar oud