691

(7 replies, posted in Overzicht Bendes)

Informatie uit België bevestigt Italiaanse vermoedens - "Bende van Nijvel" krijgt navolging in Italië

De "falange armata" (gewapende schare) heeft weer toegeslagen. Woensdagavond werd Graziand Mirri, een 55-jarige pomphouder uit Cesena, het slachtoffer van de bende terroristische bandieten die sinds oktober vorig jaar in en rond Bologna al 17 moorden heeft gepleegd. Toen Mirri, die aanvankelijk dacht dat het om een grap ging, niet direct aanstalten maakte om de kas te legen, werd hij getroffen door een mitrailleursalvo waarna de beide overvallers zonder buit verdwenen in een witte Fiat Uno.

De absurde gewelddadigheid waarmee de overval is uitgevoerd, is niet alleen typerend voor de "falange", maar was dit eveneens voor de Belgische Bende van Nijvel. De Italiaanse senator Libero Gualtieri, voorzitter van de parlementaire terrorisme-commissie, gelooft daarom dat het voorbeeld van de terroristen van Bologna uit België komt.

"Ook de Belgische bende moordde met ongekende wreedheid voor weinig geld, elimineerde getuigen, en maakte overvloedig gebruik van wapens", verklaarde Gualtieri. Hij had daar aan toe kunnen voegen, dat zowel de Bende van Nijvel als de "falange" altijd van hetzelfde type auto, respectievelijk een Volkswagen Golf en een witte Fiat Uno, gebruik hebben gemaakt.

De moorden op getuigen, bedienden, carabinieri en zigeuners staan inderdaad in geen verhouding tot de schaarse buit, die de overvallen op juwelierszaken, postkantoren en pompstations de "falange" tot nu toe hebben opgeleverd. Ook bij de overvallen van de Bende van Nijvel was dit zo. Evenals in België wordt nu ook in Italië de hypothese geformuleerd, dat de "falange" die ook dreigbrieven heeft gezonden naar het dagblad La Republica, niet uit gewone criminelen zou bestaan, maar uit rechtse extremisten, wellicht afkomstig uit kringen van carabinieri en geheime diensten. Dat laatste zou dan de meedogenloze eliminatie van getuigen verklaren.

In dat geval zouden de moordpartijen zijn bedoeld om de "rode" stad Bologna in diskrediet te brengen, onder de burgers een gevoel van onzekerheid te scheppen, en de roep naar een sterke overheid te scheppen.

De Bolognese bandieten hebben in enkele gevallen geschoten met een Beretta SC70, een geweer dat normaal alleen door elitekorpsen van leger en carabinieri wordt gebruikt. En kortgeleden is gebleken dat een carabiniere in Bologna het onderzoek heeft gesaboteerd naar de zogeheten "Coop-bende", die eerder dan de "falange" werkzaam was, en het uitsluitend voorzien had op (rode) supermarkten.

Gualtieri voelt zich echter gesterkt door informatie uit België. Zaterdagavond verklaarde hij dat (niet nader genoemde) "leden van de Belgische onderzoekscommissie, die zich bezig houdt met de geheime Gladio-organisatie, het vermoeden dat de Bende van Nijvel niet uit gewone misdadigers bestond, maar samengesteld was uit of handelde in opdracht van oncontroleerbare leden van overheidsorganen, hebben bevestigd."

Gualtieri zei er echter niet bij, dat in België deze stelling door de overheid al van bij de eerste Gladio-geruchten onmiddellijk werd ter zijde geschoven. Maar hij heeft ontegenzeggelijk gelijk, wanneer hij beweert dat er met de Bolognese moordpartijen "iets niet klopt". Bologna heeft een lange traditie van politiek geweid. Na de beruchte aanslag op het station van Bologna in 1980, ontplofte in december 1984 een zware bom in een passagierstrein met verschillende doden als gevolg.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Juni 1991

692

(3 replies, posted in 1980-1989)

Kunstschilder vermoord gevonden aan autoweg

Het lijk van de 49-jarige kunstschilder René Claessens uit Grez-Deiceau werd gisterochtend gevonden op de parking aan de autoweg Brussel-Namen in Maleizen-Overijse. Claessens was doorzeefd met kogels. Zijn lijk lag tussen de struiken naast de parking. De moord had veel weg van een terechtstelling.

De BOB van Leuven ondervroeg gisteravond de vrouw van Claessens in de hoop te weten te komen waarom de man in het holst van de nacht naar Maleizen was gereden met de auto die zijn vrouw vorige week in Leuven had gekocht.

In de voorbije maanden zijn heel wat misdrijven gepleegd aan de Brabantse autowegen. Geen van die misdaden is tot nu toe opgelost.

Bron: De Standaard | 19 Mei 1989

Huiszoekingen na moord op kunstschilder

Onderzoeksrechter Johan Vlogaert ondervroeg gisteren enkele mannen in verband met de moord op kunstschilder-etser René Claessens (49) uit Nethen, die donderdagochtend doodgeschoten werd op een parking langs de autoweg Brussel-Namen in Maleizen-Overijse. Het onderzoek gaat in de richting van het homofiele prostitutiemilieu. De personen, die ondervraagd en vrijgelaten werden, waren op de parkeerplaats aanwezig tijdens de nacht van woensdag op donderdag.

Vrij snel na het ontdekken van de moord kwam de BOB van Leuven te weten dat het slachtoffer bekend was in het homofielenmilieu. Zijn relaties werden nagetrokken. Dat leidde gisterochtend tot drie huiszoekingen in het Brusselse en één in Wallonië.

Enkele mannen werden voorgeleid. Onderzoeksrechter Vlogaert ondervroeg de verdachten. Hij liet proeven uitvoeren om na te gaan of de mannen op hun handen geen sporen meer droegen van kruit, wat normaal is na het gebruik van een vuistvuurwapen.

De resultaten van de testen waren gisteravond nog niet bekend en de verdachten werden vrijgelaten.

Bron: De Standaard | 20 Mei 1989

693

(9 replies, posted in Andere Personen)

Autoweg-moordenaar ingerekend

In de rosse buurt aan het Noordstation hield de Brusselse BOB de Fransman Daniël Tinchon aan. De 42-jarige Fransman wordt ervan verdacht op een parking langs de autoweg in Overijse de 49-jarige kunst schilder René Claessens uit Grez-Doiceau vermoord te hebben, en misschien iets te maken te hebben met andere moorden.

Men denkt aan de dubbele moord op twee kampeerders in Halle, de moord op een politieman en het neerschieten van zijn collega in Zellik, de moord op een Brussels taxichauffeur, het verdwijnen van een pompbediende uit Elsene en het neerschieten van zijn opvolger, het beschieten van een politiepatrouille in Halle en verscheidene gewapende overvallen op benzinestations langs de Brusselse Ring.

Bron: De Standaard | 14 Juni 1989

694

(84 replies, posted in Overzicht Bendes)

Onderstaand artikel noemt volgende leden van de zogenaamde "bande des Sudistes":

  • Christian Bordin (25 jaar, Waterloo), beschouwd als de leider van de bende.

  • Jean Bordin (23 jaar), broer van Christian.

  • Alain Bordin (19 jaar), broer van Christian.

  • Paul Pasteleurs (Braine-l’Alleud).

  • Didier Van Den Bosche (Braine-l’Alleud).

  • Philippe Derijcke (30 jaar, Braine-l’Alleud).

  • William Dejaiffe (18 jaar, Braine-l’Alleud).

  • Daniel Brasseur (20 jaar, Braine-l’Alleud).

Daarnaast waren er nog:

  • vijf minderjarigen die samen met de groep werden opgepakt;

  • twee minderjarige meisjes die later werden vrijgelaten.

Feiten waarvoor de bende werd aangepakt;

Volgens het artikel terroriseerde de groep gedurende vier à vijf maanden vooral Waterloo en Braine-l’Alleud. Ze stonden bekend om gewelddadig en zinloos vandalisme. Hun "handelsmerk" was het dragen van het Zuidelijke Confederatie-vlagmotief op hun jassen, vandaar de naam “Sudistes”.

De feiten die aan de bende worden toegeschreven:

  • talrijke vernielingen;

  • geweldplegingen en vechtpartijen;

  • beschadiging van geparkeerde voertuigen (lek steken van banden, vernielen van radioantennes);

  • diefstallen;

  • verboden wapenbezit;

  • slagen en verwondingen;

  • vandalisme tijdens buurtfeesten en in cafés.

Meer concreet vermeldt het artikel:

  • een aanval op een voormalig bendelid;

  • een caféruzie waarbij met motorkettingen en straatstenen vernielingen werden aangericht;

  • een agressie tijdens een feest in het Collège Cardinal Mercier;

  • een andere aanval tijdens een wijkfeest;

  • plannen om het commissariaat van Braine-l’Alleud aan te vallen om de gearresteerde broers Bordin te “bevrijden”.

Il n'y aura plus “d’orange mécanique” à Waterloo et Braine-l"Alleud - “La bande des sudistes” démantelée par la police

Les habitants de Waterloo et de Braine-l’Alleud pourront fréquenter à nouveau les fêtes de quartier sans risquer d'être impliqués dans une bagarre, laisser leur voiture en stationnement sans la retrouver pneus crevés ou antenne de radio brisée.

En quelques heures effet, les autorités judiciaires de Nivelles ont démantelé vendredi et samedi la bande dite “des Sudistes” et mis leur chef a l'ombre.

Déjà jeudi, la police de Braine-l'Alleud avait arrêté déféré devant le juge d'instruction deux mineurs d'age et deux majeurs, Paul Pasteleurs et Didier Van Den Bosche, de Braine-l'Alleud tous deux. Ils ont commis plusieurs vols et de nombreuses déprédations dans la localité, et constituaient une sorte de “dissidence” des sudistes. Cette bande était appelée ainsi parce qu'elle arborait le drapeau des Etats confédérés et que ses membres portaient sur leur blouson une réplique de ce drapeau.

La bande ne faisait que détruire. frapper et créer des incidents. sans discernement, concentrant son activité dans les régions de Waterloo et Braine-l'Alleud depuis quatre à cinq mois environ. La bande comptait une bonne quinzaine de membres majeurs, autour desquels gravitaient des sympathisants, surtout mineurs d'age.

Vendredi soir, un sérieux coup d'arrêt a été mis à leurs activités, lorsque la police de Braine-'Alleud a décidé d’arrêter celui qui devait étant leur chef Christian Bordin, 25 ans, de Waterloo. En même temps, la police a arrêté deux des frères de Bordin, Jean 23 ans, et Alain, 19 ans. Les deux premiers ont été arrêtés pour coups volontaires, le troisième pour bris de clôture.

Tous deux avaient également participé a une agression contre un ancien membre de la bande, à une rixe dans un café. accompagnée de destructions a coups de chaines de moto et de pavés, a une autre agression lors d'une fête au collège Cardinal Mercier, et à une dernière agression lors d'une fête de quartier.

L'affaire ne devait pas en rester là, puisque dans la nuit de vendredi à samedi des policiers de Waterloo qui enquêtaient sur des vols ont décidé de vérifier si tout se déroulait normalement sous le chapiteau installé au lieu-dit Joli-bois, dans la commune. Les policiers y ont entendu dire que des jeunes gens avaient l'intention de prendre la route du commissariat de Braine pour “délivrer les Bordin”.

Prévenu, le commissaire de Braine-l'Alleud s'est retranché avec ses agents dans son commissariat et a attendu l'expédition de pied ferme. Vers deux heures du matin, au moment où elle est arrivée sur les lieux, toute la bande a été appréhendée, soit huit personnes, dont cinq mineurs. Les trois majeurs sont Philippe Dericke, 30 ans, qui conduisait la voiture dans laquelle toute la bande avait pris place, William Dejaiffe, 18 ans et Daniel Brasseur, 20 ans, tous trois de Braine.

Les deux premiers reconnaissent les faits, partiellement en tous cas. Quant au troisième, il nie.

Samedi soir, au terme d'une journée consacrée entièrement aux interrogatoires, le juge d'instruction Wezel a dressé le bilan suivant: six mandats d'arrêt pour les six majeurs arrêtés, des mesures de placement pour trois mineurs qui ont été emmenés à la maison d'arrét de Nivelles, arrestation et remise en liberté de deux jeunes filles mineures. Tous les membres de la bande habitent Braine-l'Alleud, et à l'exception d'une jeune fille qui aura quatorze ans dans quelques semaines, l'âge des mineurs oscille autour de seize ou dix-sept ans.

La plupart étaient connus des autorités pour des faits similaires (port d'armes prohibées, coups et blessures, vandalisme). Quant au procureur du Roi, M. Depêtre, Il a qualifié les activités de cette bande “d’orange mécanique sans Beethoven”, et rappelle que beaucoup de victimes n'osaient pas porter plainte de peur des représailles. Il s'est félicité de voir la bande mise aujourd'hui hors d'état de nuire, pour le plus grand bien de l'intérét général, et pour éviter à des jeunes de glisser irrésistiblement sur la voie de la délinquance.

Bron: Le Peuple | 28 September 1981

695

(0 replies, posted in Terrorisme)

Philippe Goraj is lid geweest van het Front de la Jeunesse. Hij werd in 1982 op het einde van het Front de la Jeunesse-proces voor het Hof van Beroep vrijgesproken.

Hij is geboren op 9 juli 1955 in Gosselies en stierf op 63-jarige leeftijd op 9 mei 2019 in Vorst. Zijn bijnaam was "Captaine Philippe". Hij is een gewezen huurling en was onder andere bevriend met Eric Lammers.

696

(133 replies, posted in Andere Personen)

In het artikel is sprake van een zekere Guéret, die in de rue des Carmélites 144 in Ukkel woonde. Meer informatie over die man kan ik momenteel niet vinden.

Deux voleurs de voitures arrêtés à Ixelles

Depuis trois semaines, toutes les polices du royaume recherchaient les auteurs de vols de voitures commis spécialement au détriment des possesseurs de certaines voitures de marque français Une trentaine de véhicules avaient été dérobés pendant ce laps de temps.

Vendredi matin, les soupçons se portèrent sur un certain Sokolowsky, né le 2 janvier 1946, en Allemagne, et demeurant 95, avenue de l'Université, à Ixelles. Son domicile fut l'objet d'une discrète surveillance de la part de la brigade judiciaire d'Ixelles. Mais il fallut cependant la perspicacité d'un inspecteur de quartier gui aperçut Sokolowsky au volant d'une voiture, chaussée de Boitsfort, vendredi matin. L'agent interpella ce dernier et lui demanda la provenance du véhicule. Le jeune homme déclara que l'auto appartenait à un de ses camarades.

La brigade judiciair de la place Communale d'Ixelles fut alertée aussitôt et l'enquête fut ouverte sur provenance de l'auto. Elle devait établir que le véhicule venait d'être volé quelques instants auparavant.

Sokolowsky, qui avait été amené dans le bureau de la police communale, fut interrogé jusqu'à samedi matin. Finalement, il reconnut être l'auteur du vol de douze autos, dont quatre purent être retrouvées, notamment au boulevard de Waterloo, au rond-point de l'Etoile, avenue Re Soiest et tante cière, chaussée de Boitsfort, à laquelle il se trouvait au volant lorsqu'il fut arrêté.

Sokolowsky, qui était élève à l'Athénée d'Etterbeek, n'avait plus reparu à cet établissement, ni au domicile paternel, depuis le 27 septembre dernier. Il était activement recherché. Au cours de son interrogatoire, il a reconnu agir avec la complicité d'un certain Guéret, demeurant 144, rue des Carmélites, à Ucclè, qui a été appréhendé samedi matin.

Les deux voleurs, qui sont soupconnés d'être les auteurs de la trentaine de vols de véhicules signalés, ont été mis à la disposition du procureur du Roi. On s'attend à d'autres aveux.

Bron: Le Soir | 6 Oktober 1963

Il aimait trop les automobiles

La même chambre a jugé le cas d'un autre tres jeune détenu, Genasy Sokolowsky, étudiant, né à Homberg (Allemagne), résidant avenue de l'Université, à Bruxelles. Alors qu'il avait été libéré en septembre dernier de Mol, où l'avait placé le juge des enfants, le prévenu s'était empressé de voler, à sept reprises, une voiture, toujours la même marque de construction française, pour effectuer l'une ou l'autre randonnée.

Arrêté pour ces faits, il avait été remis en liberté au mois de février. sous la promesse que ses parents allaient s'occuper fermement de lui.

Un matin du mois d'avril. il fut découvert à nouveau par la police. ivre-mort au volant d'une voiture volée qui se trouvait dans le fossé d'une route. Le tribunal a estimé qu'il fallait donner à l'administration des prisons un temps suffisamment long pour entreprendre la rééducation morale du prévenu. qui a été condamné à trois ans de prison pour vol simple, vol qualifié et recel.

Bron: Le Soir | 23 Juni 1964

Voleurs condamnés

Le tribunal correctionnel de Bruxelles condamné Genasy Sokollowsky étudiant, âgé de 18 ans, habitant avenue de l'Université, à Ixelles, à trois anis de prison pour vol de sept voitures.

Le même tribunal a condamné à un am Willy R., âgé de 19 ans, habitant rue Willems, à Saint-Josse, pour vol et recel de postes de radio.

Bron: Le Peuple | 23 Juni 1964

697

(13 replies, posted in Andere Personen)

Jean‑Luc Peteau werd op 2 juni 1983 gearresteerd kort nadat hij in Luttre, deelgemeente van Pont-à-Celles, binnen vijf minuten twee gewapende overvallen had gepleegd: één op het postkantoor nabij het station en één op een agentschap van het Crédit Agricole.

Peteau, gewapend met een karabijn en gemaskerd met een bivakmuts, maakte in totaal ongeveer 1,5 miljoen Belgische frank buit en vluchtte met een krachtige Citroën CX. Na een achtervolging en verschillende wegversperringen werd de verdachte opgemerkt in Buzet, waar hij een woning langs de Chaussée de Nivelles binnenvluchtte.

In die woning vonden speurders belastende bewijzen: schoenen waarvan de zolen overeenkwamen met sporen in het postkantoor, kleding en een bivakmuts die door getuigen werden herkend, en een houten kolf die bij een karabijn hoorde zoals gebruikt bij de overvallen.

De vluchtwagen werd vlakbij teruggevonden, terwijl in een nabijgelegen garage - die Peteau huurde - de volledige buit werd ontdekt.

Peteau, een 30-jarige aannemer afkomstig uit Fayt-lez-Manage, was officieel nog gedomicilieerd in Lembeek maar had reeds een aanvraag ingediend om zich in Buzet te domiciliëren en verbleef daar al enige tijd. Ondanks de overvloed aan bewijzen bleef hij tijdens de verhoren verklaren dat hij “niets te zeggen had”, waarna hij door onderzoeksrechter Dumonceaux onder aanhoudingsmandaat werd geplaatst en opgesloten in de gevangenis van Jamioulx.

De Chaussée de Nivelles bevindt zich hier » Google Maps

L’auteur de deux hold-up de Luttre arrêté à Buzet

Deux hold-up en l'espace de cinq minutes dans la même localité: c'est le record que vient d'établir un homme seul, armé et masqué, réussissant par la même occasion a s'emparer d'un butin de quelque 1.500.000 francs. Les faits se sont déroulés à Luttre (entité de Pont-a-Celles) et nous en avons rendu compte dans notre précédente édition.

Mais la suite de la compétition engagée entre les autorités judiciaires et le malfaiteur-recordman a mal tourné pour celui-ci. Il était en effet appréhendé peu de temps après les deux agressions à main armée qu'il venait de commettre. Il a été longuement interrogé mais s'est contenté de répondre qu'il n'avait rien à déclarer. II la cependant été placé sous mandat d'arrêt par le magistrat instructeur carolorégien: on a retrouvé chez lui le butin des deux hold-up, une arme et le passe-montagne qu'il avait utilisé pour dissimuler son visage.

A n'en pas douter, c'est un beau coup de filet que viennent de réaliser les gendarmeries de Charleroi et de Nivelles, en parfaite collaboration avec la police judiciaire de Charleroi...

Les faits

En l'espace de cinq minutes, deux hold-up ont été commis mercredi en fin d'après-midi dans la paisible commune de Luttre.

Il était environ 15 h. 45 lorsqu'un homme faisait irruption dans les bureaux de la poste, à proximité de la gare. Il était armé d'une carabine et il avait le visage masqué par un passe-montagne. Il escaladait aussitôt le comptoir et passait dernière les guichets. Il mettait alors les quatre employés en joue et se faisait remettre le contenu des coffres, soit une somme évaluée à un million de francs.

Cinq minutes plus tard, le même scénario se déroulait a l'agence du Crédit Agricole, rue Escavée. Le gérant, M. Van Dierendonck, était tenu en respect par un homme armé et masqué qui s'emparait des 500.000 F. que contenait le coffre.

Les quatre empioyés de la poste et le gérant du Crédit Agricole étaient formels: ils avaient vu le malfaiteur prendre la fuite à bord d'une puissante Citroën CX, ils donnaient le même signalement de l'individu qui les avait agressés. A n'en pas douter, c'était le méme homme qui avait opéré dans les deux cas a Luttre.

Une chasse mouvementée

Après le méfait de la rue Escavée, la CX avait pris la direction de Liberchies où se trouve une bretelle de l'autoroute A54 (Charleroi/Bruxelles). En réalité, c'est l'ancienne route reliant Gosselies à Nivelles qu’emprunta la voiture du fuyard. Les autorités judiciaires accablants qui avaient rapidement été alertées avaient dressé des barrages un peu partout dans la région et la CX échoua devant l'un d'eux, peu avant d'entrer dans la ville de Nivelles. Le conducteur effectua en catastrophe une manoeuvre de demi-tour et revint vers Gosselies.

En cour de route, il tomba sur un autre barrage, fit demi-tour encore et réussit à échapper aux représentants de l'ordre par des petits chemins a travers champs.

Le filet se resserrait pourtant et c'est ainsi qu'a Buzet, chaussée de Nivelles toujours, des enquêteurs repérait un homme suspect qui courait et se précipitait dans une maison bordant la route. lis faisaient irruption dans cette habitation et appréhendait l'occupant. Aussitôt, ils se livraient à une fouille des lieux.

Des éléments accablants

Dans cette maison de la chaussée de Nivelles à Buzet, les enquêteurs découvraient une paire de chaussures dont les semelles portaient les mêmes dessins que les traces relevées notamment au bureau des postes de Luttre.

On trouvait également des vêtements et un passe-montagne formellement reconnus par la suite par les employés de la poste et le gérant du Crédit Agricole. Enfin on mettait la main sur une crosse en bois qui avait été séparée d'une carabine, une carabine comme celle qu'avait utilisée l'auteur des deux hold-up.

L'homme fut aussitôt appréhendé et on commença à l'interroger. Aux enquêteurs, il fit pourtant toujours la même réponse: “Je n'ai rien à déclarer.” Les recherches se poursuivirent donc et elles devaient apporter d'autres preuves accablantes. La CX ayant servi a commettre les hold-up était retrouvée à quelques dizaines de mètres de la abandonnée dans la cour d'une ferme.

Plus encore, dans un garage voisin, on retrouvait l’entièreté du butin des hold-up de Luttre!

Mandat d'arrêt

Cet homme, le principal suspect. l'occupant de la maison de la chaussée de Nivelles à Buzet, c'est Jean-Luc Peteau, 30 ans, entrepreneur, originare de Fayt-lez-Manage. Il était domicié à Lembeek mais venait d'introduire une demande de domiciliation à Buzet, chaussée de Nivelles. En fait, il occupait déjà cette maison depuis quelque temps et c'est la qu'il a été appréhendé.

Peteau louait un garage à quelques mètres de sa maison, garage dans lequel le butin a été retrouvé.

Après avoir été longuement entendu par la police judiciaire de Charleroi, Peteau a été mis hier matin à la disposition du juge d'instruction Dumonceaux. Il a continué à nier les faits, à prétendre qu'il n'avait rien à déclarer. li a néanmoins été placé sous mandat d'arrêt et écroué à la prison de Jamioulx, suffisamment de preuves semblant être réunies contre lui.

L'auteur des deux hold-up de Luttre n'aura pas couru loin. Son arrestation est le résultat d'une remarquable collaboration entre les gendarmeries de Nivelles et de Charleroi et la police judiciaire de Charleroi.

Bron: Le Peuple | 3 Juni 1983

698

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Een man schiet drie mensen neer in een café

  • Wanneer? 14 Juni 1976

  • Waar? Café “Le Grill” in Ham-sur-Sambre » Google Maps

  • Wie? Michel Duquet

  • Status: Opgelost

Michel Duquet verscheen eind jaren zeventig voor het Assisenhof van Namen nadat hij op 14 juni 1976 in café “Le Grill” in Ham-sur-Sambre na een ruzie het vuur had geopend op meerdere klanten. Daarbij kwam Jacques Hubeaux om het leven, terwijl Alfred Warmont zwaar gewond raakte en later een voet moest laten amputeren; een derde slachtoffer - Jules Becker - liep lichte verwondingen op. (*)

Tijdens het proces werd Duquet afgeschilderd als een impulsieve, alcoholverslaafde vechtersbaas en leider van een motorrijdersbende, maar verschillende getuigen verklaarden tegelijk dat Hubeaux zelf een gewelddadige reputatie had en Duquet zou hebben uitgedaagd en bedreigd.

De jury aanvaardde uiteindelijk provocatie als verzachtende omstandigheid en verwierp voorbedachtheid en poging tot moord, waardoor Duquet in december 1977 veroordeeld werd tot vijf jaar gevangenisstraf.

(*) Of dit Jules Becker van de Becker-clan is, weet ik niet zeker.

Michel Duquet tijdens zijn proces:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/michel14.png

Drama in herberg te Ham-sur-Sambre

Een onbegrijpelijk en onthutsend drama speelde zich maandagavond af in het café “Le Grill” te Ham-sur-Sambre (niet ver van Charleroi). Onverwachts haalde een man een revolver te voorschijn en schoot twee medeverbruikers zonder meer neer... Eén van hen werd gedood, terwijl de andere met zware verwondingen naar het ziekenhuis werd overgebracht.

Het was enkele minuten voor 21 u., toen een verbruiker, Michel Duquet, wonende in de Rue Prise des Batis, te Ham-sur-Sambre, plotseling een revolver bovenhaalde en er twee herbergbezoekers mee neerschoot. Eén van hen, Jacques Hubeau, wonende te Mornimont, werd gedood. De tweede. de 22-jarige Alfred Warnant uit Velaine-sur-Sambre, werd zwaar gewond en moest naat het ziekenhuis van Auvelais worden overgebracht. Daar werd zijn toestand kritiek genoemd. Ook Jules Becker uit Tongrinnes, werd door een kogel licht gewond aan de schouder.

Vlucht en aanhouding

Onmiddellijk na de misdaad sloeg de dader op de vlucht met een bromfiets. Even voor middernacht kon hij echter aangehouden worden door commissaris Bastin van de Naamse gerechtelijke politie, in café “Le Rubens”, Kaaiplaats te Moustier-sur-Sambre.

De oorzaak van de schietpartij kon nog niet achterhaald worden. Michel Duquet is vader van twee kinderen: de 7-jarige Nathalie en de 5-jarige Christophe.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Juni 1976

Duquet naar Assisenhof

De Kamer van Inbeschuldigingstelling te Luik heeft maandag Michel Duquet (27), fabrieksarbeider uit Ham-sur-Sambre, naar het Assisenhof van Namen verwezen. Duquet wordt vervolgd omdat hij op 14 juni in zijn dorp een moord pleegde op Jacques Hubeaux (37) uit Monimont en een moordpoging op Alfred Warmont (25) uit Velaine en Jules Becker uit Tongrinnes. De feiten, gevolgen van een twist, grepen plaats in een herberg te Ham-sur-Sambre.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 September 1977

Schietgrage Waal voor Assisenhof van Namen

Maandag begint voor het hof van assisen van Namen het geding te laste van de 27-jarige fabrieksarbeider Michel Duquet, uit Ham-sur-Sambre. Hij wordt beschuldigd van moord en twee moordpogingen.

Op 14 juni 1976 begaf hij zich te Ham-sur-Sambre naar de herberg “Les Caves”, waar hij herrie kreeg met andere verbruikers, onder wie Jacques Hubeaux (35), uit Ham-sur-Sambre, die pochte met de verdiensten van zijn overleden tweelingbroer, een bendeleider, die twee weken tevoren gestorven was.

Een vergelijking met Duquet viel in diens nadeel uit en de woedende Duquet ging thuis een pistool halen, waarop hij terugkeerde naar de herberg en er aan de tapkast een glas water dronk. Hubeau begon daarom opnieuw te spotten, bijgevallen door zijn metgezellen. Duquet haalde zijn wapen te voorschijn en vuurde vijf keren.

Hubeau stortte ineen, dodelijk getroffen in het hart. Nog twee andere kogel troffen hem. Een vierde kogel raakte de klant Alfred Warmont en de vijfde Jules Becker, die poogde te vluchten. Warmonts voet diende afgezet te worden. De debatten zullen 4 dagen duren en er zullen ongeveer 40 getuigen gehoord worden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 December 1977

Moordenaar Duquet wil er een lolletje van maken

Maandagmorgen is voor het Hof van Assisen te Namen het proces begonnen van de 27-jarige fabrieksarbeider Michel Duquet, uit Ham-sur-Sambre. Hij wordt ervan beschuldigd op 14 juni 1976 in een drankgelegenheid te Ham-sur-Sambre de 37-jarige Jacques Hubeaux te hebben vermoord en gepoogd te hebben twee andere personen eveneens om het leven te brengen.

Het Hof wordt voorgezeten door raadsheer Viatour. Duquet zit bij de aanvang van het proces ontspannen in de beschuldigdenbank. Bij het betreden van de assisenzaal groet hij enkele in de zaal aanwezige vrienden. Tijdens de ondervraging blijkt Duquet goed geluimd. “Ik ben een plezante kerel”, zegt hij en dat blijkt snel wanneer hij iedereen aan het lachen krijgt.

Spijtig genoeg schijnt hij zich geen rekenschap te geven van de ernst waarmee het juridisch apparaat werkt. Hij vergeet te licht dat het gaat om een dode, een zwaargewonde en een lichtgewonde.

Naar verluidt haalt hij de gemiddelde intelligentiegraad niet en is hij een vechtersbaas. Hij is echter handiger dan normaal. Na de lagere school ging Duquet werken onder meer in een glasfabriek. Hij verdiende goed zijn brood en daar kwam nog een centje bij toen hij in de ouderlijke herberg meewerkte. Nadien nam hij de leiding van een motorrijdersbende.

Duquet dronk graag en was opvliegend. Over de feiten zelf vertelt hij niet te hebben gemikt. “Ik heb al die mensen op mij zien afkomen. Warmont had een stoeltje in de hand. Dan heb ik geschoten. Het was een grote zwarte ruimte voor mijn ogen. Ik heb niemand zien vallen, maar achteraf heb ik gemeend dat, wanneer men van zo dichtbij schiet, er doden moeten vallen. Ik heb enkel geschoten om hen tegen te houden.”

Na de feiten heeft Duquet zijn wapen uiteengehaald om te zien waarom het klem geraakt was.

De namiddagzitting begon met het getuigenis van de gerechtsarts, die uitleg verstrekte over de aard van de verwondingen die de dood van Jacques Hubeaux tot gevolg hadden, en er de oorzaak van waren dat Alfred Warmont een helft văn de rechtervoet verloor.

Vervolgens getuigde Alfred Warmont en zijn zuster Marie-Jeanne, die de verklaring van beklaagde tegenspraken. Warmont beweert dat hij al het mogelijke deed om een gevecht te voorkomen, terwijl Duquet staande houdt dat hij geslagen werd en bedreigd door Warmont.

Het getuigenverhoor wordt hedenochtend voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 December 1977

Getuigenissen niet ongunstig voor Duquet

Dinsdag is voor het Hof van Assisen van Namen het proces ten laste van de 28-jarige Michel Duquet uit Ham-sur-Sambre verder behandeld.

De eerste getuige, die wordt opgeroepen, is Jojo, een dame die zich de dag van de feiten in het café «Aux Caves» bevond. Zij was er getuige van hoe Warmont de beklaagde een vuistslag toediende en hem met een klapstoeltje bedreigde.

Vervolgens worden door het hof en de juryleden nog drie getuigen waaronder twee knapen gehoord. Zij waren op het ogenblik van de feiten in het café bijeen. Zij hebben de aanleidingen tot het tragisch voorval van zeer nabij kunnen volgen, omdat zij toen op de elektrische biljart aan het spelen waren. Het verhaal dat zij over de feiten brengen verloopt hortend maar stemt toch overeen met wat Duquet heeft verteld.

Op een bepaald ogenblik stelt de voorzitter van het hof volgende vraag: “Heeft iemand op Jacques Hubeaux geschoten?”

A: “Natuurlijk. want hij is toch dood.”

Tot zo ver de logica van de getuigen, die eensluidend verklaren dat Warmont bijzonder opgewonden was en moeilijkheden zocht met Duquet.

Ook vrienden van Duquet, die hij naar het café had meegebracht, zullen in die zin getuigen.

De getuigenissen Kloppen ook met wat de echtgenote van de beklaagde komt verklaren: “Mijn echtgenoot verkeerde werkelijk niet in een normale toestand, hij was zeer geprikkeld.”

De echtgenote die als laatste getuige van de voormiddag wordt gehoord, zegt dan al snikkend en met tranen in de ogen: “Mijn man is koppig en zeer vlug geprikkeld. Nochtans is hij nooit stout geweest met mij of met de kinderen. Toen de rijkswacht arriveerde dacht ik dat er hem iets was overkomen.”

De namiddagzitting is gewijd aan de getuigen, die de feiten van nabij hebben gevolgd. Die getuigen lijken elkaar soms tegen te spreken. Zo ontstond er heel wat heibel over het feit of de slachtoffers en hun vrienden al dan niet aan tafel zaten, op het ogenblik dat de vuurschoten werden gelost. Ook inzake de al of niet dreigende houding van de slachtoffers raken de getuigen het niet eens.

Een weldaad

Een van de getuigen beweert dat de slachtoffers op stoelen aan tafel zaten. Een andere beweert echter het tegendeel en voegt eraan toe dat Hubeaux zelfs recht sprong in de richting van Duquet.

Alle getuigen waren het echter eens om te verklaren dat Hubeaux een vechtersbaas was. Zelfs de uitbaters van de herberg hadden angst voor hem, vermits zij, toen Hubeaux bij hen binnenkwam, hun kinderen naar familie stuurden, ondanks het feit dat Hubeaux hun instelling slechts driemaal had bezocht. Maar zijn reputatie was hem voorafgegaan, gegaan, zo wordt opgemerkt.

De broer van de beschuldigde beweert dat de verdwijning van Hubeaux voor de inwoners van de gemeente een weldaad is.

Dat lokt van de burgerlijke partij, die Hubeaux vertegenwoordigt, een heftige reactie uit: “Niemand mag zich verheugen over de dood van een medemens”, aldus Mr. Heger.

In de zaal, waar talrijke inwoners van Basse-Sambre hebben plaatsgenomen, wordt echter een instemmend gemompel gehoord, alsof deze mensen de woorden van de getuige willen beamen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 December 1977

Onverdraaglijk karakter maakte Marcel Duquet onbemind

Woensdagvoormiddag is voor het Hof van Assisen van Namen de zaak voortgezet van de 28-jarige Michel Duquet, uit Ham-sur-Sambre. Als eerste getuige kwam de zenuwarts Goffaux aan h woord, die de persoonlijkheid van de beklaagde op een zeer menselijke manier belichtte.

Michel Duquet is verantwoordelijk voor zijn daden, hoewel een lichte vermindering moet worden aangerekend. De arts is van oordeel dat de verslaafdheid aan de alcohol van de beschuldigde meer is dan een neiging tot alcohol. Voorts geniet Duquet een goede gezondheid.

Het is geen slecht kerel en, in tegenstelling tot de uiterlijke tekenen, lijdt hij zoals de meeste mensen aan een bestaansangst die hij door opschepperij en pocherij tracht te verbergen. Hij is impulsie maar dat dient slechts om te verhinderen dat zijn angst zal toenemen. Duquet is scherpzinnig, met een gezond verstand en kan het onderscheid tussen goed en kwaad onderkenner. Hij liegt weinig. Duquet heeft zijn angst tot zich getrokken en zijn onzekerheid gericht op de persoon van Hubeaux.

De beklaagde heeft angst om zijn gezicht te verliezen voor zijn dood: daarom heeft hij geschoten. “Hij is een papieren caïd”, zo zegt de arts.

Agressief

Tijdens de zitting van woensdagvoormiddag kwamen ook de inspecteurs aan het woord, die het moraliteitsonderzoek verrichtten. Uit hun getuigenis blijkt dat de familie van he slachtoffer in de streek een zeer goede naam en faam genoot.

Hubeaux zelf toonde zich van zijn jeugd af een moeilijk kind. Zijn ouders ondervonden moeilijkheden bij zijn opvoeding. Later toonde hij zich, wanneer hij gedronken had, agressief, wat leidde tot vechtpartijen in herbergen en in zijn familie. Zijn vader had schrik voor hem en ook de herberguitbaters slaakten een zucht van verlichting, wanneer hij hun instelling verliet. Naar verluidt zou het als gevolg van een meningitis zijn dat hij een onverdraaglijk karakter kreeg.

De juryleden hoorden voorts nog enkele spontane getuigenissen onder hen de onderwijzeres van de zoon van de beklaagde: het kind noemt ze getraumatiseerd, omdat zijn vader in de gevangenis vertoeft.

Daarmee wordt de zitting geschorst. Ze wordt heden voormiddag hervat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 December 1977

Michel Duquet tot vijf jaar veroordeeld

Donderdagavond is voor het Hof van Assisen te Namen vonnis geveld in de zaak ten laste van de 28-jarige Michel Duquet, die terechtstond wegens moord op Jacques Hubeaux uit Ham-sur-Sambre, en poging tot moord op Alfred Warmont, eveneens uit Ham-sur-Sambre, en op Jules Becker uit Moustier. Duquet werd veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf.

Gehoord worden de pleidooien en het rekwisitoor. Namens de beproefde familie Hubeaux voert Mr. Wouters het woord. “Ik kom hier niets vragen, geen verzoek doen, ik houd hier een pleidooi voor een weduwe die achterblijft met drie kinderen, een familie die op vreselijke wijze werd beproefd. Men zou makkelijk begrijpen dat de weduwe van Hubeaux om wraak zou gaan roepen, maar neen, deze vrouw doet dat niet. Het enige wat zij vraagt is rechtvaardigheid, omdat haar man zulk een schandelijke dood niet heeft verdiend.”

“Ook mag ik stellen dat Hubeaux zijn moordenaar niet heeft uitgedaagd. Men schildert Hubeaux hier ter zitting af als een stoute jongen, als een vechtersbaas. Niets is minder waar. Wat ik wens dat is dat Duquet zou inzien dat hij een man heeft gedood en dat er geen rechtvaardiging voor dat misdrijf bestaat. Iedere moord is natuurlijk het antwoord of de reactie op iets, maar ze kan nooit door een of andere provocatie gerechtvaardigd worden. Een normaal mens reageert niet op iets door iemand te doden.”

Nadat de verdediging verzachtende omstandigheden had gepleit, moest de jury zich uitspreken over de schuld van Duquet. Na anderhalf uur beraadslaging kwam de jury terug meteen bevestigend antwoord wat betreft de moord op Hubeaux met de provocatie als wettelijke verontschuldiging. De voorbedachtheid en de poging tot moord op Warmont en Becker werden verworpen.

De aanklager vordert de zwaarste straf, rekening houdend met de wettelijke verschoning van uitdaging, wat neerkomt op 5 jaar. De verdediging van haar kant vraagt ten hoogste drie jaar met uitstel.

Te 19.50 u. viel het vonnis, Duquet werd veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf en 100 fr. boete. Ingevolge de Wet Lejeune kan hij binnen twee maanden de gevangenis verlaten. De burgerlijke partij zal als provisie 1 frank schadevergoeding eisen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 December 1977

Cafémoord te Ham-sur-Sambre voor correctionele rechtbank

In december 1977 verscheen Michel Duquet uit Ham - sur - Sambre voor het Assisenhof van Namen. Bij een hoogoplopende ruzie in een café, een jaar tevoren, was Duquet naar huis een revolver gaan halen, was naar de drankgelegenheid teruggekeerd en had in het wilde weg op de klanten geschoten. Jacques Hubeaux die bij de ruzie betrokken was geweest bleef op slag dood, twee andere klanten werden gewond.

Michel Duquet werd door het Assisenhof tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat het argument dat Hubeaux hem geprovoceerd had zwaar had doorgewogen. Over de twee personen die verwondingen hadden opgelopen werd op het Assisenhof niet gesproken.

Daarna hebben het parket van Namen en de burgerlijke partij de zaak voor de correctionele rechtbank gebracht en staat Duquet nu terecht voor slagen en verwondingen van een van de caféklanten. Alfred Warmont.

Warmont had een kogel in het been gekregen en zijn voet moest afgezet worden. Warmonts advocaat vraagt voorlopig 20.000 fr. en een onderzoek door deskundigen.

Op het proces donderdag werden de feiten nog eens op een rijtje gezet. Voor Mr. Delooz van het openbaar ministerie staan de beschuldiging van vrijwillige slagen en verwondingen evenals de voorbedachtheid vast.

De verdediging is helemaal niet deze mening toe gedaan en meent dat het Hof van Assisen door slagen en verwondingen niet meer ter sprake te brengen al een vonnis heeft geveld. De correctionele rechtbank zou dus onbevoegd zijn. Verder stelde de verdediger, Mr. Saels, dat de slagen en verwondingen op Warmont samen met de moord gebeurden en dat voor dit feit Duquet al veroordeeld werd.

De rechtbank doet uitspraak op 6 december.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 November 1979

Naamse rechtbank deed uitspraak over schadevergoeding in assisenzaak

De correctionele rechtbank van Namen heeft uitspraak gedaan in een zaak van het vrijwillig toebrengen van slagen en verwondingen, die eerder al door het assisenhof was behandeld.

In juni 1976 vuurde Michel Duquet, een jongeman uit Ham-sur-Sambre, na een ruzie in een plaatselijk café verscheidene kogels af op de caféklanten. Een zekere Hubeau, zijn voornaamste tegenstander bij de woordenwisseling, was op slag dood. Twee andere cafébezoekers werden gewond. Eén van hen, Alfred Warmont, kreeg een kogel in het been en zijn voet diende te worden geamputeerd.

Het hof van assisen veroordeelde Duquet voor de moord tot vijf jaar gevangenis. Maar het hof had geen enkele vraag gesteld over Warmont. Daarom spande Warmont een proces aan voor de correctionele rechtbank.

De rechtbank stelde vrijdag dat Duquet reeds door het hof van assisen was veroordeeld voor de slagen tegen Warmont, maar was voorts van oordeel dat deze slagen blijvend letsel tot gevolg hebben en recht geven op een eis tot schadevergoeding. Het bedrag van die eis werd op 3 miljoen geschat. De rechtbank stelde een medisch expert aan en veroordeelde Duquet tot de procedurekosten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 December 1979

699

(932 replies, posted in Bende Bouhouche-Beijer)

Ik heb een kritische analyse gemaakt van het artikel in Humo:

De hypothese dat voormalig rijkswachter en Bende van Nijvel-verdachte Madani Bouhouche zijn dood in scène zou hebben gezet, spreekt vanzelfsprekend tot de verbeelding. In een dossier als dat van de Bende van Nijvel - waar wantrouwen, geheimhouding en onbeantwoorde vragen al decennialang centraal staan - vinden alternatieve scenario’s gemakkelijk een publiek. Maar precies daarom blijft een elementair onderscheid essentieel: het verschil tussen een intrigerende hypothese en een onderbouwde conclusie.

Het recente artikel van Douglas De Coninck in Humo, waarin wordt gesuggereerd dat Bouhouche mogelijk nog in leven zou zijn, levert voor die stelling uiteindelijk geen enkel concreet bewijs. De argumentatie steunt voornamelijk op het uitvergroten van procedurele onregelmatigheden, op suggestieve verbanden en op verklaringen van dubieuze bronnen, zonder dat daar harde verificatie tegenover staat.

De kern van de redenering is eenvoudig samen te vatten: Belgische magistraten zouden Bouhouche’s lichaam nooit persoonlijk hebben gezien, de identificatie gebeurde in Frankrijk en het lichaam werd snel gecremeerd. Daaruit wordt vervolgens afgeleid dat er "misschien" sprake was van een geënsceneerde dood.

Dat is echter geen bewijsvoering, maar een speculatieve sprong. Het ontbreken van bijkomende Belgische verificatie bewijst op zichzelf niets. Er bestaat wel degelijk een officieel overlijden, behandeld door Franse autoriteiten na het ongeval met een kettingzaag waarbij Bouhouche in 2005 om het leven kwam. Familieleden waren aanwezig bij de crematie en Belgische speurders onderzochten nadien de woning van Bouhouche in het kader van het onderzoek naar de Bende van Nijvel.

Een hypothese van een geënsceneerde dood zou minstens positieve aanwijzingen vereisen: sporen van een valse identiteit, financiële transacties na het overlijden, reisbewegingen, communicatie, getuigenissen van directe betrokkenen of tegenstrijdigheden in officiële documenten. Geen van die elementen wordt aangebracht.

Integendeel: sommige elementen die in het artikel zelf worden vermeld, lijken net moeilijk verenigbaar met de hypothese van een zorgvuldig georganiseerde verdwijning. Zo zouden in Bouhouche’s woning nog diskettes, administratieve documenten en zelfs stempels van de rechtbank zijn aangetroffen. Dat roept een evidente vraag op: waarom zou iemand die bewust zijn dood in scène zet, compromitterend of persoonlijk materiaal achterlaten dat rechtstreeks naar hem kan worden teruggeleid? Zeker voor iemand als Bouhouche - die bekend stond als paranoïde, berekend en veiligheidsbewust - lijkt het weinig logisch dat hij gevoelige documenten of diskettes gewoon zou laten liggen indien hij effectief een verdwijning op lange termijn voorbereidde.

De omstandigheden rond Bouhouche’s overlijden - zijn afgezonderde leven in de Franse Pyreneeën, het dodelijke ongeval met een kettingzaag en de daaropvolgende crematie - blijven uiteraard vragen oproepen en mogen journalistiek onderzocht worden. Alleen volstaat het bestaan van merkwaardige elementen op zich niet om daaruit te besluiten dat zijn dood in scène werd gezet. Tussen "ongewone omstandigheden" en "bewijs van een geënsceneerde verdwijning" ligt een grote stap die het artikel uiteindelijk niet hard maakt.

Ook het argument van de "verdacht snelle crematie" houdt bij nader onderzoek minder stand dan het artikel suggereert. Jaren geleden heb ik er reeds op gewezen dat de chronologie van Bouhouche’s overlijden en crematie niet afwijkt van normale Franse administratieve procedures. In mijn analyse uit 2018 heb ik bijvoorbeeld gedetailleerd uiteengezet dat de tijdspanne tussen overlijden, administratieve afhandeling en crematie niet abnormaal kort was voor een overlijden in Frankrijk. Dat relativeert sterk de suggestie dat snelheid op zichzelf een aanwijzing van manipulatie zou vormen.

De tekst maakt daarbij gebruik van een bekende retorische techniek: suggestie door opeenstapeling van anomalieën. Formuleringen als "vreemd", "merkwaardig" of "wat als?" creëren een sfeer van mysterie, maar vervangen geen bewijs. In historische en journalistieke methodologie werkt men normaal omgekeerd: eerst feiten, daarna hypothesen, vervolgens verificatie.

Dat patroon duikt ook elders in het artikel op. Zo wordt verwezen naar de beschieting van de woning van rijkswachtmajoor Herman Vernaillen in Hekelgem, die wordt omschreven als "de allereerste aanslag van de Bende van Nijvel". Dat is echter geen vaststaand feit, maar een interpretatie die later vooral werd gepopulariseerd door onder meer Vernaillen zelf, speurders als Eddy Vos en auteurs zoals Hilde Geens. Het artikel presenteert die these impliciet als consensus, terwijl daar binnen het historisch en gerechtelijk onderzoek nog steeds discussie over bestaat.

Ook de verwijzing naar de spectaculaire wapendiefstal bij de Groep Diane illustreert hoe suggestie soms belangrijker wordt gemaakt dan feitelijke analyse. De buit was zonder twijfel indrukwekkend: vijf automatische riotguns van een nieuw type, vijf FAL-machinegeweren, twee pistolen, vijftien Heckler & Koch MP5SD-machinepistolen met tien geluiddempers, 28 laders en in totaal ongeveer 2.500 kogels. Het soort arsenaal dat gemakkelijk aanleiding geeft tot theorieën over geheime operaties, internationale netwerken of staatsgrepen.

Alleen blijft een fundamentele vraag grotendeels onbeantwoord: wat gebeurde er uiteindelijk concreet met die wapens? Een aanzienlijk deel van het materiaal bleek later simpelweg opgeslagen, verborgen of begraven te zijn. Sommige wapens lagen jarenlang in privébezit van betrokkenen zoals Bouhouche of zijn entourage, andere werden teruggevonden zonder ooit gebruikt te zijn in een grote gecoördineerde operatie. Dat contrasteert sterk met de voorstelling van een perfect uitgewerkt clandestien plan waarvoor het arsenaal noodzakelijk operationeel zou zijn geweest.

Met andere woorden: de omvang van de diefstal bewijst op zichzelf nog niet het bestaan van een internationaal complot. De historische realiteit lijkt eerder die van een groep criminelen die spectaculaire feiten pleegde, maar waarbij een groot deel van de buit uiteindelijk nauwelijks strategisch werd gebruikt.

Die problematiek wordt nog duidelijker wanneer het artikel de theorie aanhaalt dat de wapens bestemd zouden zijn geweest voor een staatsgreep in Suriname ten voordele van Desi Bouterse. Volgens het artikel zou die piste ondersteund worden door verklaringen van Peter Van Haperen.

Maar net daar wordt de bronproblematiek bijzonder ernstig.

Van Haperen is geen neutrale, betrouwbare of onafhankelijk bevestigde bron. Integendeel. Openbare berichtgeving over hem toont dat zijn verklaringen rond Suriname jarenlang als ongeloofwaardig werden beschouwd. Hij beweerde onder meer leider te zijn geweest van een geheime Nederlandse militaire dienst in Suriname, maar voor die claim bestaat geen enkel onafhankelijk bewijs. Integendeel, Nederlandse instanties hebben dergelijke verhalen altijd ontkend.

Dat is cruciaal, want het artikel neemt verschillende van zijn uitspraken grotendeels over zonder grondige kritische toetsing. Van Haperen voert in zijn verhalen een amalgaam op van geheime diensten, Belgische doodseskaders, internationale operaties en connecties met Bouhouche en de Bende van Nijvel. Het probleem is niet dat zulke scenario’s theoretisch onmogelijk zouden zijn, maar wel dat ze nooit hard werden aangetoond en er geen enkel bewijs voor bestaat.

Zelfs de concrete details die worden aangehaald blijken soms problematisch. Zo situeert het artikel een vermeende geldoverdracht, in het kader van Bouhouche en Beijers plan om warenhuizen af te persen, in een huis in de Brusselse Washuisstraat "pal boven de overdekte Zenne". Alleen stroomt de Zenne daar in werkelijkheid niet onder de Washuisstraat. Het lijkt een detail, maar precies zulke onnauwkeurigheden illustreren hoe gemakkelijk sfeer en mythologie feitelijke controle beginnen te vervangen.

Een ander fundamenteel probleem is dat het artikel voortdurend plausibiliteit verwart met waarschijnlijkheid. Natuurlijk is het denkbaar dat iemand zijn dood in scène zet. Zeker iemand als Bouhouche, die bekend stond als manipulatief, intelligent en paranoïde. Maar een plausibel scenario is nog geen bewezen scenario.

Vandaag bestaat er geen enkel concreet spoor dat Bouhouche na 2005 nog in leven was: geen financiële activiteit, geen administratieve anomalieën, geen geloofwaardige getuigen, geen communicatie en geen materiële aanwijzingen. Daartegenover staan wél een officieel overlijden, een ongevalsonderzoek en een crematie in aanwezigheid van familie.

Het dossier van de Bende van Nijvel blijft een voedingsbodem voor speculatie, juist omdat zoveel vragen onbeantwoord zijn gebleven. Maar hoe groter het mysterie, hoe belangrijker de bronkritiek wordt. Anders vervaagt de grens tussen onderzoek en mythologie.

De hypothese dat Bouhouche nog leeft, blijft vandaag vooral wat ze al jaren is: een intrigerend complotscenario waarvoor geen concreet bewijs bestaat.

700

(932 replies, posted in Bende Bouhouche-Beijer)

Inderdaad, er is geen enkel argument waarom Bouhouche dat zou gedaan hebben. Noch in dit artikel, noch in alle andere bronnen zijn aanwijzingen te vinden voor deze "verdwijntruc". De man is gestorven bij een ongeval, werd volgens de juiste procedures gecremeerd en het onderzoek naar zijn dood heeft niets verdachts naar boven gebracht.

In zijn huis werden diskettes en nagemaakte stempels van zowel de Brusselse als de Nijvelse rechtbank gevonden. Indien de man een nieuw leven begonnen is, zou hij die zaken wel meegenomen hebben.