7,641

(4 replies, posted in Politiek & Business)

Nicole Andrien was de maîtresse van Jacques Le Clercq, de baas van het Amerikaanse filiaal van Delhaize. Ze ontmoette hem voor het eerst in 1975 toen ze als sm-specialiste aan de kost kwam in de hoerenbuurt van het Noordstation. Het kostte me heel wat moeite om haar te ontmoeten, mediaschuw als ze was geworden door de felle perscampagne van Albert Mahieu. Deze handelsingenieur en financieel analist poneerde koudweg dat de Bende van Nijvel niet meer was dan een racket tegen de Delhaize op bevel van een Amerikaanse concurrent om wraak te nemen voor een mislukte overname. De maffia werd met de klus bedacht.

De eerste golf van aanslagen en overvallen was het werk van het Brussels prostitutiemilieu nadat Andrien van haar rijke cliënt en lover acht bars in de Aarschotstraat cadeau gekregen had. De prostitutiemaffia vreesde concurrentie en zou de hulp hebben ingeroepen van de Amerikanen. Toen er later een overnamedispuut bijkwam tussen Delhaize en Super Value Stores was het hek van de dam.

Op het eerste gezicht voldoende ingrediënten voor een stationsromannetje maar volgens Mahieu vormde dit vreemde amalgaam de Bende van Nijvel. De timing van zijn persconferentie om die theorie toe te lichten was in elk geval goed gekozen, mei 1999, exact vijf dagen voor de parlementsverkiezingen waarin hijzelf als lijsttrekker fungeerde voor Vivant in Brussel. Stichter en zakenman Roland Duchâtelet zat trouwens op de eerste rij te genieten van het spektakel onderbouwd met cijfers, grafieken en tabellen en met veel verve en poeha verdedigd.

Ik stond sceptisch omdat de visie van Mahieu heel wat leemtes vertoonde en mijn twijfel nam nog toe toen ik hem later thuis opzocht. Hij zat aan een groot ellipsvormig bureau met vijf laptops en computers en ik waande me eerder in het hol van een geheim agent dan van een klokkenluider. In de enorme ruimte op de eerste verdieping stonden twee metalen rekken. Het ene was volgestouwd met papier en tientallen kopies van het persdossier dat hij nog altijd angstvallig bijhield.

Toen ik hem vroeg wat hij zoal voor de kost deed, wees hij naar het andere rek waarop tientallen doosjes, pakjes en zakjes Herbalife stonden, een vermageringsproduct dat via een soort verkapt piramidesysteem aan de man wordt gebracht. Mahieu was niet aan zijn proefstuk toe. Eerder haalde hij de geniale meester-oplichter Jean-Pierre Van Rossum van zijn voetstuk en won hij na een lange juridische procedure een rechtszaak tegen het verzekeringsbedrijf Assubel, dat zijn aandeelhouders jarenlang had bedrogen door de balansen te vervalsen om zware verliezen te verdoezelen bij een filiaal in de herverzekeringsbranche. Niet minder dan acht Delhaize-beheerders maakten toen deel uit van het bestuur van Assubel.

Maar in de zaak van de Bende van Nijvel overschreed hij mijns inziens zijn eigen soortelijk gewicht en ging in de traditie van het Peter Principle ten onder aan zijn vermeende genialiteit. Hij waande zich een Hercule Poirot of een Maigret die het enigma van de Bende eens ging oplossen. Eerst was in 1983 dus het Brussels milieu aan zet geweest om een concurrente, een hoerenmadame nota bene, uit te schakelen en twee jaar later organiseerde de Amerikaanse maffia de dodende raids tegen Delhaize die de uitvoerders 25.000 dollar (17.000 euro) per dodelijk slachtoffer opleverden, dus in totaal 17 x 25.000 dollar. Er moesten volgens Mahieu zeventien doden vallen want Delhaize was Super Value Stores 17 miljoen dollar (11.5 miljoen euro) verschuldigd, dus 1 miljoen dollar per slachtoffer. Deze theorie verklaart absoluut niet de talrijke overvallen in 1982 en 1983 waarbij dezelfde dader of op zijn minst hetzelfde wapen minstens acht mensen ombracht (niet alleen bij Delhaize maar ook bij Colruyt).

Ze biedt evenmin een verklaring voor de drugs- en wapenhandel en de overval bij Dekaise waar men een prototype van een geluidsdemper zocht of de inbraak in Temse waar zeven prototypes van kogelvrije vesten werden ontvreemd. Volgens Mahieu waren dit allemaal valse sporen. Hij zag in de aanvallen op de Delhaizes in 1983 een escalatie. Eerst in februari een gewone hold- up in Genval, een maand later één gewonde in Ukkel, op 7 oktober drie gewonden en ten slotte de moord op de gerant in Beersel.

Het financiële dispuut tussen Delhaize en zijn Amerikaanse concurrent leek theoretisch goed onderbouwd maar klopte het met de werkelijkheid? Nergens kregen de betrokken partijen kans om op de aantijgingen te reageren. Journalistiek dus hoogst betwistbaar. Toch gedroeg Mahieu zich als een onderzoeksjournalist, wat hij in feite niet was. Toen ik hem vroeg hoeveel Delhaize betaalde om de racket te doen stoppen, gaf hij toe het bedrag en de modaliteiten niet te kennen. De warenhuisketen had betaald, daar was hij zeker van. Hoewel, één dag na Aalst gooiden de daders of hun medewerkers twee zakken met Bendewapens en spullen in het Kanaal van Ronquières waarmee ze duidelijk maakten dat er een link was tussen de liquidaties en overvallen van 1982-83 en de dodende raids van 1985. [we weten nu dat dit niet klopt, Ben]

Maar hoe kon in zulke korte tijd afpersingsgeld zijn betaald? En waarom dokte Delhaize niet af na de overvallen in Eigenbrakel en Overijse die zes weken voor Aalst plaats hadden? En wat bedoelde hij met de Amerikaanse maffia? De Gambino's in New York? De gokmaffia in Las Vegas? De Teamsters of de transportvakbond? De drugskartels in Miami verbonden met generaal Rodriquez in Asunción en Pablo Escobar in Medellín? Mahieu wist het niet.

Het enige waar hij naar verwees was de vlucht van ex-rijkswachter Lekeu naar Orlando en van Buslik naar Miami. Maar op mijn repliek dat Lekeu een vriend was van CIA-agent Frank Eaton en Buslik een informant van de DEA en het maatje van Bouhouche hoorde hij het in Keulen donderen. Onderzoeksrechter Troch van de Deltacel liet de hele Delhaize-boekhouding plus het commercieel conflict met Super Value Stores uitvlooien maar kon niets verdachts naar boven spitten.

Plots geleek Mahieu op een onbetrouwbaar personage, opvliegend en vol haat, belust op wraak tegen degenen die zijn carrière van financieel analist hadden gefnuikt. Toch zag hij in mij een bondgenoot en wou me daarom me per se in contact brengen met zijn vriend Xavier Magnée, gewezen stafhouder in Brussel die in Neufchâteau de psychopaat Dutroux verdedigde. Maar de topadvocaat gaf niet thuis. In zijn ogen wist Magnée alles want hij bewaarde in zijn huis een kopie van het volledige Bende-dossier ten behoeve van de burgerlijke partijen.

Toen ik twee uur later het bureau verliet trapte ik bij het buiten gaan op een Jack Russel die kermend naar binnen kroop. Ik was zo verdwaasd door zijn urenlang gedram dat ik het hondje nauwelijks had opgemerkt terwijl zijn broertje me met treurige oogjes nakeek.

Bron: De Bende van Nijvel | Guy Bouten

7,642

(10 replies, posted in Terrorisme)

Waarom Jean Debbaudt interessant kant zijn? Michel Libert heeft het in een verhoor op 9 april 1986 over ELO, een organisatie waar hij niets meer over kan zeggen. Na een kleine zoektocht heb ik ontdekt wat ELO was. ELO staat voor European Liaison Office en is - voor zover ik heb kunnen ontdekken - een Europese extreem-rechtse groepering. Jean Debbaudt was één van de leidende figuren binnen de Belgische afdeling van ELO. Ook Léon Degrelle wordt genoemd als een sympathisant van ELO. Andere namen zijn: Robert Eburin en Bob Maes (de leider van de Belgische afdeling van ELO en oprichter van de Vlaamse Militanten Orde).

Zie hier voor de originele bron op het forum » Forum

7,643

(8 replies, posted in Organisaties)

Ook Jean Debbaudt is nog lid geweest van deze organisatie.

7,644

(10 replies, posted in Terrorisme)

Ook La Libre Belgique bracht een artikel over Debbaudt na zijn overlijden:

Le dernier héritier de Léon Degrelle

Jean-Robert Debbaudt, qui vient de s'éteindre à l'âge de 76 ans, en avait dix-sept à peine quand il fit partie des quelque 7500 hommes de la Légion Wallonie, combattant sur le front de l'Est sous l'uniforme SS. Capturé à la fin de la guerre, puis jugé en 1946, il fut acquitté en raison de son jeune âge. Une foi aveugle l'avait lié à Léon Degrelle. Avec lui, confondant anticommunisme et national-socialisme, il s'était engagé sur la voie de la collaboration avec l'occupant allemand. Comme lui, il voulait figurer parmi "les camarades de sang et de grandeur de ceux qui libèrent l'Europe et le monde". De lui, il aura été en Belgique le dernier héritier.

Dès 1950, l'ex-petit soldat, Croix de fer première et deuxième classe selon sa nécrologie, participait à la constitution du Mouvement Social Européen (MSE) et créait sa section belge. Par la suite, son militantisme allait passer par de nombreux changements d'étiquette, mais non de contenu: Nouvel Ordre européen (1951, avec Maurice Bardèche), Front fédéral fasciste (1966), Faisceau belge (1972), Front national (ou nationaliste) populaire (1976), Mouvement Social Nationaliste (1982)...

Aux élections législatives de 1974, il se présentait sans masque, dans l'arrondissement de Bruxelles, à la tête du Front rexiste qui obtenait 2.764 voix pour la Chambre. Mais il devait faire face à une de ces dissidences qui foisonnent dans la nébuleuse brune, en l'occurrence Rex national, qui se voulait nettement plus activiste. Les autres tentatives électorales se soldèrent comme la première par des résultats inférieurs à 1 pc. Dernier scrutin, dernier avatar: en mai dernier, Debbaudt figurait sur une liste Nation à Bruxelles-Hal-Vilvorde.

"Je considère comme l'honneur de ma vie d'avoir été mené au combat par un chef, un homme de la trempe de Léon Degrelle", écrivait le dirigeant néorexiste en 1967 dans une lettre adressée à l'hebdomadaire Spécial. On le connut parfois plus soucieux de respectabilité, notamment quand il affirma, au cours d'un débat radiophonique dans les années 70, que "même s'il n'y avait eu qu'un seul mort dans les camps de concentration allemands, ç'aurait été un mort de trop". Mais c'est le même qui, interrogé dans la série d'émissions 'L'Ordre Nouveau' (BRT et RTB), répondit à la question de savoir s'il rêvait d'un nouveau Degrelle: "Pourquoi un nouveau? On en a déjà un, il est toujours là". C'était avant la mort du chef, en 1997 à Malaga.

Constatant l'impossibilité de refonder une mouvance rexiste, Jean-Robert Debbaudt avait, au début des années 90, rejoint le Vlaams Blok et participé aux tentatives de lancement d'un Bloc wallon. Toujours actif dans les réseaux de "l'internationale noire", éditeur de journaux et de livres de son maître, il avait aussi des faces cachées dont la révélation dut, à tout le moins, semer le trouble dans ses rangs: en 1981, il fut condamné pour incitation à la débauche de mineurs et tenue d'une maison de débauche...

Bron: La Libre Belgique | 6 juli 2003

7,645

(10 replies, posted in Terrorisme)

Jean Debbaudt stierf op 28 juni 2003:

L'ex-bras droite de Degrelle est mort

Le 2 juillet dernier, Jean-Robert Debbaudt était enterré discrètement, après être décédé quelques jours auparavant, le 28 juin. Sa disparition tourne la page du rexisme. En effet, militant dès son plus jeune âge de Rex (le parti politique d'extrême droite fondé avant la Deuxième guerre mondiale par Léon Degrelle), il partit sur le Front de l'Est avec les SS wallons pour combattre le "bolchévisme". Par la suite, Jean-Robert Debbaudt défendra bec et ongles les couleurs du rexisme jusqu’à sa récente mort.

Après l'occupation nazie, le jeune Debbaudt avait été de quasi toutes les tentatives de renaissance du "fascisme à la belge". Et ceci jusqu'aux élections législatives du 18 mai de cette année. Après avoir rejoint le Vlaams Blok, le Front national français (Debbaudt vivait alors entre Bruxelles et Lille) et le Bloc wallon, ainsi que le cercle culturel ethniciste Renaissance européenne, il termina sa carrière politique (et sa vie) au sein du groupuscule Nation, dont le dirigeant principal, Hervé Van Laethem, avait, comme Debbaudt jadis, été un partisan acharné du négationnisme, ce concept politique visant à blanchir le nazisme.

L'ancien "compagnon de route" de Léon Degrelle collaborait également, encore tout récemment, à la revue Devenir, animée par des activistes de Nation. Le titre de Devenir n'a pas été choisi par hasard. Durant la dernière guerre mondiale, un autre journal portait le même titre, et était édité par la SS française. Auparavant, une partie de la rédaction de Devenir, avait participé à L'Assaut, un mensuel réalisé autour d'Hervé Van Laethem, dont le titre, durant la dictature hitlérienne, avait été celui de l'organe de presse de la Division SS Wallonie. Des intitulés (et des contenus) de journaux qui ne pouvaient que séduire Jean-Robert Debbaudt.

Après la mort de Léon Degrelle, son "guide", en mars 1994, Debbaudt avait encore mis sur pied une structure chargée de faire perdurer sa mémoire politique, la Fondation européenne Léon Degrelle (FELD). Il anima cette dernière avec un ancien dirigeant du Parti des forces nouvelles (PFN), un groupuscule néonazi bruxellois actif de 1983 à 1991 et parrainé par Degrelle avant sa fusion au sein du Front national de Daniel Féret. L'hégémonie de la FELD sur le "degrellisme" n'était pas du tout totale puisque la majorité des ex-SS wallons et autres admirateurs du "Duce" belge méprisaient celle-ci. Il faut dire que Jean-Robert Debbaudt était particulièrement honni dans le milieu rexiste, certains remettant même en cause sa présence sur le Front de l'Est…

En 1999, notre revue, RésistanceS avait consacré un article détaillé au parcours politique de Jean-Robert Debbaudt et à ses liens avec le Vlaams Blok. Cet article est toujours consultable sur notre site.

La mort de Debbaudt, fait certes d'actualité marginale, montre cependant que certains "acteurs" de l'Histoire du fascisme, de la Guerre 40-45, de l'occupation nazie et de la collaboration, sont toujours bel et bien présents au sein de "notre" extrême droite locale. Les nostalgiques de cette tranche d’histoire sont encore nombreux dans ses rangs.

Bron » www.resistances.be | 3 juli 2003

7,646

(10 replies, posted in Terrorisme)

Jean Debbaudt is een extreem-rechtse militant. Hij is een voormalig SS'er en oostfronter, die betrokken was bij de aanslag tegen de Magdalenazaal in maart 1951 (waar een congres van de KP plaats vond) en op 1 april 1952 exemplaren van Le Drapeau Bouge had helpen verspreiden. 

Debbaudt is ook een verdachte geweest in het onderzoek naar de moord op Julien Lahaut:

(...) De advocaten van de weduwe Lahaut blijven de zaak van nabij volgen en verzoeken de onderzoeksrechter op 26 april om de banden tussen Delcourt en Jean Debbaudt te onderzoeken. Op 5 mei laat de onderzoeksrechter zich inlichten over Debbaudt en de volgende ochtend verklaart [Emile] Delcourt dat hij Debbaudt inderdaad kent. Tijdens een volgend verhoor op 14 mei noemt Delcourt uiteindelijk Debbaudt als 'voornaamste dader van de aanslag. Dat was de uitkomst van het onderzoek dat we zelf na de moord instelden en is ook gebaseerd op de bekentenissen van Debbaudt zelf'.

Op 17 mei wordt Debbaudt, na verhoor, door de Luikse onderzoeksrechter onder aanhoudingsmandaat geplaatst. Wanneer hij op 19 mei door [onderzoeksrechter] Louppe verhoord wordt, blijft Delcourt bij zijn eerdere verklaringen en voegt er zelfs aan toe dat die bevestigd kunnen worden door André Moyen en Gaston Jacqmin. (...)

Het onderzoek beslaat dus op hetzelfde ogenblik verschillende pistes. In essentie gaat de aandacht uit naar: Debbaudt en zijn alibi, Delcourt en het FNBI, de groep Jeunesse Fidèle et Roi onder leiding van Gaston Jacqmin, waarvan ook Debbaudt lid was geweest. Elk detail wordt minutieus onderzocht. Het onderzoek naar het alibi van Debbaudt (hij had nachtdienst in het bedrijf waar hij werkte) wordt bemoeilijkt door het feit dat het bedrijf intussen over de kop is gegaan.

Een ander bewijs van de grondigheid waarmee het onderzoek gevoerd werd, is het aantal leden van Jeunesse Fidèle au Roi dat ondervraagd werd. De bijeenkomsten van royalistische verenigingen in allerhande cafés - L'Horloge in het bijzonder - worden onderzocht. Toch is het voor de onderzoekers onmogelijk om te achterhalen of er een dergelijke bijeenkomst werd belegd na de eedaflegging van Boudewijn. Het onderzoek richt zich ook op andere royalistische groeperingen waarvan Debbaudt lid was zoals de Concentration Nationale Solidariste. 

Vanaf 20 mei worden Debbaudt en Delcourt geconfronteerd met de weduwe Lahaut en mevrouw Orban, maar hun gelaat of stemgeluid zegt beide vrouwen niets. De confrontatie tussen beide heren levert evenmin iets op. Terwijl Delcourt bij zijn eerdere verklaringen blijft, ontkent Debbaudt van zijn kant alle beschuldigingen met klem. (...) Bij gebrek aan bewijs wordt Debbaudt op 22 mei weer op vrije voeten gesteld door de raadkamer van Luik. Hij blijft desondanks in de cel aangezien het parket verzet aantekent tegen de invrijheidstelling.

Op 30 mei, twee dagen na de vrijlating van Debbaudt, wordt Delcourt opnieuw ondervraagd door Louppe. Hij legt de verantwoordelijkheid voor de invrijheidstelling van Debbaudt bij de onderzoeksrechter. "Nu heb ik u niets meer te vertellen. Ik heb al een naam, die van Debbaudt, gegeven, maar nu vraag ik om niets meer te ondernemen tot ik de belangrijkste informatie heb die naar de moordenaars zou kunnen leiden."

Bron: Wie heeft Lahaut vermoord? | Emmanuel Gerard, Widukind De Ridder en Françoise Muller

Bommeleeër: Cela fait un an que le procès est suspendu

Comme le temps passe: Harpes, Bourg, Reuland, Stebens, Schockweiler et Weydert-6 anciens gendarmes sur lesquels on enquête à cause de l'affaire Bommeleeër. Et cela depuis 1 an.

Il y a précisément un an, la juge Sylvie Conter a, dans un jugement intermédiaire, arrêté le procès Bommeleeër après 177 séances. Quelques jours auparavant, le Procureur Georges Oswald avait cité les noms des 6 futurs inculpés. Ces 6 anciens gendarmes s'étaient faits remarquer au cours du procès par des déclarations incohérentes, contradictoires ou incroyables.

Lors d'une conférence de presse, le Procureur Oswald avait expliqué pourquoi on allait enquêter sur ces 6 hommes: ou bien ils avaient eux-mêmes participé, ou bien ils avaient organisé ou toléré ces faits. Aujourd'hui, on peut dire: on travaille beaucoup, quelque-chose a été découvert à la Villa Chomé et Ben Geiben a été une nouvelle fois interrogé. Et il  a un an, le procès a été interrompu. Nico Graf a joint par téléphone le Procureur Oswald qui se trouvait à l'étranger.

Le Procureur Oswald assure que l'on travaille intensivement sur l'affaire et que l'équipe d'enquêteurs est toujours au complet. En novembre, Ben Geiben avait donné une interview à RTL Radio an Télé Lëtzebuerg et avait involontairement placé la Villa Chomé au centre du dossier Bommeleeër. Quelque-chose a été découvert à Dommeldange, mais rien qui n'apporte une ouverture dans le dossier, selon le procureur, qui n'a pas voulu faire de commentaires sur d'éventuelles traces d'explosifs.

A la suite de l'interview et de la perquisition, l'ancien chef de la Brigade mobile a été une nouvelle fois interrogé. Si le juge d'instruction trouvait là que ce dernier doit aussi être inculpé, on en arriverait là.

Le Procureur Oswald souligne qu'il y a davantage que 6 personnes qui travaillent actuellement sur le dossier Bommeleeër. Elles évaluent principalement les actes du procès. Tout cela doit être analysé. Les rapports de synthèse prendraient beaucoup de temps. Il ne faut pas attendre une décision du juge d'instruction Ernest Nilles avant la fin de l'année quant à une inculpation.

Bron » 5minutes.rtl.lu | 1 juli 2015

7,648

(467 replies, posted in Algemeen)

Ik kreeg onderstaand verslag doorgestuurd over de avond in Wortegem-Petegem (waarvoor mijn dank):

Ik wou graag ingaan op het verzoek van de forumleden, wiens onverdroten ijver om het enigma van de Bende van Nijvel te ontcijferen ik zeer op prijs stel. Daarom hieronder een verslag van de uiteenzetting die ik bijwoonde van David Van De steen op dinsdag 2 juni 2015 in Wortegem-Petegem.

Na een korte introductie door Annemie Bulté rond de feiten te Aalst en de daden van de Bende van Nijvel in het algemeen, bracht David zijn persoonlijke getuigenis over de gebeurtenissen tijdens en na overval van de Delhaize te Aalst op 9 november 1985.

Nu en dan stelde Annemie Bulté hem een aantal gerichte vragen om diverse facetten van de gebeurtenissen te belichten. Veel nadruk lag, om voor de hand liggende redenen, op het traumatische aspect van de gebeurtissen die David tijdens de raid en gedurende de moeilijke revalidatie heeft moeten ondergaan.

De feiten

Eerst beschreef David de feiten te Aalst zoals hij die heeft beleefd. Hoe hij en zijn ouders en zus werden beschoten op de parking. Zijn vlucht naar binnen in de Delhaize. De reus die hem daar na de overval nogmaals van dichtbij beschoot. Het gevoel dat hem toen bekroop dat hij daar doodbloedend aan zijn einde zou komen.

Bij wijze van sneer naar critici, die beweren dat een jongen van 9 zich niet alles zo in detail kon herinneren, haalde David het detail aan van het blauwe ballonnetje. Het beeld van dit blauwe ballonnetje, dat hij toen van een caissière had gekregen, was steeds in zijn hoofd blijven hangen, doch het materiële bestaan ervan was steeds enigszins onzeker geweest. Tot die dag in 2014, toen hij het blauwe ballonnetje toevallig terugvond tussen oude bezittingen. Dit detail sterkt David in de overtuiging dat de feiten zoals hij die zich 30 jaar later nog herinnert, wel degelijk op de werkelijkheid berusten en niet op fantasie.

Na uur 0

Vervolgens had hij het hij over de periode na uur 0, het uur waarop het leven van een burger kantelt en niets meer is zoals voordien. De lange periode van revalidatie. Het voortdurend aanwezige gevoel van ongerustheid. De excessieve bezorgdheid om het eigen gezin dat David later zou stichten.

Hij sprak met woorden van grote dankbaarheid over zijn beide grootouders, die hem na de feiten hadden opgevangen en een warm nest hadden bezorgd, hetgeen hem heeft in staat gesteld om terug een relatief normaal leven op te bouwen. Een relatief normaal leven, doch wel met steeds in de achtergrond de schaduw van de Bende van Nijvel.

Grootvader Albert Van den Abiel

David vertelde hoe zijn grootvader, ontgoocheld door het immobilisme van het gerecht, zelf een onderzoek startte naar de mogelijke daders. Doch na verloop van tijd ontving grootvader Van den Abiel bedreigingen die hem aanmaanden zijn onderzoek te stoppen. Details over de bron van die bedreigingen gaf David niet. Wel kwam het verhaal kwam aan bod van de nummerplaat van de auto van grootvader die door onbekenden was nagemaakt en geplaatst op voertuigen die door de politie in overtreding werden geverbaliseerd. Ook zou ‘men’ ermee gedreigd hebben om met een dergelijke nummerplaat op een auto schoolkinderen te overrijden om dit in de schoenen van Van den Abiel te schuiven. Uiteindelijk is hij gezwicht en is hij gestopt met zijn onderzoek.

De daders

Dan had David het over de daders. Volgens David waren er 3 gewapende overvallers de Delhaize binnengedrongen, terwijl 3 andere medeplichtigen wachtten in een valse politiewagen voor de ingang. Ik ben niet helemaal zeker, maar meen me te herinneren dat David het eveneens had over een zevende dader, die  buiten op de parking zou aanwezig zijn geweest (op basis van het relaas over de persoonlijke ervaringen van David kan je afleiden dat hij deze informatie over de andere daders wellicht niet persoonlijk heeft geobserveerd, doch van anderen (getuigen of politiemensen?) heeft).

David verklaarde in Wortegem-Petegem met stellige zekerheid dat hij twee daders heeft herkend. De eerste dader die David noemt is Patrick Haemers. Ten tijde van de overval kende hij Haemers nog niet. Maar het gezicht deze persoon was David steeds duidelijk bijgebleven. Deze persoon had David immers van dichtbij beschoten en was herkenbaar geweest omdat de doek die zijn gezicht moest bedekken, was omlaag geschoven.

Toen jaren later Haemers media exposure verkreeg, herkende David het gezicht van de man met de pukkel meteen als zijnde reus van Aalst die op hem had geschoten. De persoonsbeschrijving van de dader gegeven door David ligt overigens naar eigen zeggen aan de basis van robotfoto nr 21 (pukkelman). David klonk zeer resoluut in de beschrijving van deze persoon.

Hij noemde met evenveel overtuiging de naam van de tweede dader die hij meent te hebben herkend. Het gaat om een persoon die momenteel nog leeft en als vrij man rondloopt in België. In de getuigenissen die ik tot dusver van David heb kunnen lezen (hetzij zijn interviews weergegeven op deze website, hetzij zijn boek dat ik aangeschafte) heb ik hem deze tweede naam tot dusver nooit zien noemen. Ik wens bijgevolg persoonlijk niet de verantwoordelijkheid te dragen om deze naam op het internet te gooien. Ik wil de veiligheid van David en zijn gezin niet in gevaar te brengen. Ik kan er wel aan toevoegen dat deze naam hoog op de lijst van mogelijke verdachten staat. David heeft beide namen uiteraard aan het gerecht doorgegeven.

Het onderzoek

David sprak met grote misnoegdheid over het immobilisme van politie en gerecht in deze zaak. Zijn getuigenis werd pas na lang aandringen aanhoord, hoewel het hier gaat om de kroongetuige van de feiten te Aalst. Voor David is dit duidelijk een doofpotoperatie. Hij sprak wel met veel lof over Eddy Vos. Hij loofde diens grondige dossierkennis, diens grote misnoegdheid omdat Vos tegen wil en dank van het onderzoek is afgezet ("als Vos ooit een boek gaat schrijven, dan gaan we nog wat meemaken").

Door het publiek gevraagd naar wat volgens hem de reden van de doofpot operatie kon zijn, verwees David naar de compromitterende videocassette van de roze balletten, waarmee men hooggeplaatste mensen op sleutelposities zou hebben kunnen onder druk zetten. Ook een zekere VDB zou hierbij betrokken zijn geweest ("ik heb dit niet gelezen maar ik weet het"). Volgens David worden momenteel heel wat stukken uit het dossier systematisch verwijderd om voorgoed te verdwijnen.

De opdrachtgevers

Het publiek vroeg David wat volgens hem de achterliggende reden van de raids was. Hij houdt het bij de theorie van de Delhaize-chantage. Iemand wou de aandelen van de Amerikaans tak van Delhaize overkopen, doch dit werd geweigerd door de Belgische eigenaars. Waarop de raqueteering strategie werd ontvouwd om Delhaize onder druk te zetten. (David gaf geen verwijzing naar enige bronnen van informatie, dit is dus wellicht gewoon zijn persoonlijke mening.)

Het WNP verhaal: gelooft hij niet in naar eigen zeggen. Het Gladio/staatsveiligheid-verhaal: heeft David op geen enkel moment naar verwezen.

Verfilming

David kon ten slotte melden dat dit najaar de opnames beginnen van de film over de Bende van Nijvel, door Stijn Coninx. De film zal gebaseerd zijn op David's boek 'Niet schieten, dat is mijn papa'. De film zal dus niet opzoek gaan naar antwoorden, maar een schets trachten te geven van hoe de verschrikkelijke feiten zijn beleefd door de slachtoffers.

Het getuigt ontegensprekelijk van veel moed en kracht vanwege David om deze getuigenis publiekelijk te brengen. Hij refereerde naar andere getuigen die in de Delhaize van Aalst aanwezig waren die vermaledijde dag, maar die door angst benomen tot op de dag van vandaag - dertig jaar later - nog steeds niets durven te zeggen. Dit is jammer omdat meerdere gelijklopende getuigenissen er zouden kunnen toe leiden de 2e gekende dader supra of een nabestaande van Haemers (cfr. Denise Tyack) tot bekentenissen over te halen.

7,649

(1,250 replies, posted in 1985)

Vond nog dit in een oud artikel over De Marlets:

Dertig jaar lang waren ze de bekendste en actiefste orkestband van Vlaanderen. In 1994 - na een drieduizendtal optredens en een aantal populaire meestampers op nummer een in de Vlaamse hitparade - lieten de Limburgse Marlets de biertenten en pensenkermissen polonaisegewijs achter zich.

Sinds de wegen van het olijke zestal zich scheidden, is er weinig meer van hen vernomen, tot de Marlets midden vorige week op een wel bijzonder eigenaardige manier tot het hoofdpunt van het journaal werden gebombardeerd. Blijkbaar had de Bende van Nijvel een halfuur voor de bloedigste aanslag (die op de Delhaize van Aalst, waarbij acht doden vielen) op een regionale radiozender de carnavalsklassieker "Te voet naar Scherpenheuvel" aangevraagd.

"Dat was heel vreemd voor ons", reageert René Schroyen (57), die altijd de leiding over de Marlets heeft gehad. "Het was vooral contradictorisch omdat we altijd feest- en ambiancemuziek hebben gemaakt, en dan worden we gelinkt aan zo iets lugubers. We kunnen alleen hopen dat het er niets mee te maken heeft, of dat het tot een opheldering leidt. Toen ik het bericht op het nieuws hoorde, heb ik meteen opgezocht in welk jaar we 'Te voet naar Scherpenheuvel' precies hebben uitgebracht. Toen bleek dat het in juni 1985, in de periode rond de aanslag, inderdaad de nummer-1-hit was. Ik zal het vanaf nu nooit meer vergeten, maar dat betekent nog niet dat het liedje een wrange nasmaak krijgt. Het blijft onze grote hit, en daar bewaar je goede herinneringen aan."

Bron: De Standaard | 8 februari 2003

7,650

(9 replies, posted in Organisaties)

Baron de Bonvoisin die met zijn firma PDG uitstekende contacten had in Saoedi-Arabië, was goed bekend in het milieu rond Eurosystem. Hij kende Sevrin, beheerder bij Eurosystem en PRB. Zijn familie zat trouwens in de Société Générale. (...) Hij verwittigde persoonlijk Sevrin over de moeilijkheden bij de bouw van het Saoedische ziekenhuiscomplex door Eurosystem. Knack schreef hierover in 1979:

de Bonvoisin is "onder meer in Saoedi-Arabië zo goed thuis dat hij destijds wijlen Joseph Sevrin als toenmalig beheerder-directeur-generaal van PRB en beheerder van Eurosystem Hospitalier (een dochter van de PRB) waarschuwde voor de moeilijkheden bij de hospitaalbouw. Afgevaardigd-beheerder Detournay liet ons 's anderendaags bovendien een brief geworden, waarin hij duidelijk stelt dat PDG in de Eurosystem-zaak slechts is tussengekomen 'door op het gepaste ogenblik het bestuur van de Generale Maatschappij van Belgïe, van PRB en van Eurosystem te waarschuwen betreffende de problemen die in de toekomst zouden rijzen en oplossingen aan te duiden zolang er nog tijd was'."

"PDG, zo vervolgt de brief, heeft bij die gelegenheid de nadruk gelegd op het betreurenswaardig gevolg dat een gebrekkige regeling van die problemen zou hebben op andere Belgische maatschappijen 'die ernstig werk leveren in Saoedi-Arabië'. Deze firma's behoorden wel allemaal tot de Vanden Boeynants-lobby. 'Deze brief werd op 25 oktober overhandigd door Benoît de Bonvoisin, de schatbewaarder van het (...) CEPIC'. (...)"

"Wij hadden zelf contact opgenomen met de CEPIC-schatbewaarder omdat er blijkbaar toch veel gebeurt aan de Belliardstraat 39. Zoals u weet zijn daar niet alleen de lokalen van CEPIC en van de firma PDG gevestigd, maar verhuurt deze maatschappij ook een auditorium op het gelijkvloers, waar bijvoorbeeld de heer en mevrouw Roger Boas-Vangeyte op 31 maart 1977, enkele dagen voor de verkiezingen, een aantal streng geselecteerde vrienden uitnodigden om in het kader van een steuncomité aan Vanden Boeynants hem nog eens te komen aanhoren."

Over de relatie tussen de Bonvoisin en Eurosystem verklaarde parketmagistraat Godbille voor de Bendecommissie bis:

"De voornaamste geldschieters van de nv PDG zijn de aannemers die voordeel hebben gehaald uit de overeenkomsten gesloten in Saoedi-Arabië in het kader van het Eurosystem Hospitalier Consortium en die hebben meegewerkt aan de bouw van het World Trade Center in Brussel."

Godbille doelde hier duidelijk op de Brusselse vastgoedmakelaars Charly De Pauw en Ado Blaton, goede vrienden van Vanden Boeynants. Ze waren de belangrijkste oprichters van Parc Savoy, het milieu waar in de jaren tachtig de seks- en cocaïnefuiven met onder meer Nihoul georganiseerd werden. Maar daarover later meer.

In de beheerraad van PDG zaten verschillende Libanezen. Zo had een Libanese PDG-vennoot er bijvoorbeeld voor gezorgd dat Ado Blaton van het World Trade Center een postbuilding in Saoedi-Arabië kon bouwen. Volgens het boek De Bonvoisin et Cie had PDG hiervoor een bijdrage van 60 miljoen frank ontvangen. Volgens parlementslid Mangelschots beschikte ook de firma Eurosystem Hospitalier over een schimmig filiaal in Beiroet, namelijk Eurosystem Health Testing Center, dat alleen dienstig was - want er waren ogenschijnlijk geen andere activiteiten - om in het belastingparadijs Libanon kapitaalvlucht te organiseren.

De firma ASE-Europe van Herman Geschier had op haar beurt een bijdrage van 6.922.000 frank geleverd aan de firma PDG van de Bonvoisin. Deze firma ASE-Europe dook op in het Eurosystem-verhaal en werkte vooral via de Christelijke Falangisten van Libanon.

Dezelfde Geschier speelde samen met het Front de la Jeunesse een sleutelrol in het transport door België van de internationaal gezochte extreem-rechtse Duitse terrorist Eckehardt Weil. Volgens het magazine Pour ging Francis Dossogne, de leider van het Front de la Jeunesse, samen met Geschier op reis naar Libanon om er militaire oefenkampen te organiseren.

Toen de relaties tussen de Bonvoisin en het extreem-rechtse Front de la Jeunesse aan het licht kwamen, interpelleerde Serge Moureaux op 9 juli 1981 in de Senaat Justitieminister Philippe Moureaux en verwees naar de rol van Geschier in Eurosystem:

"Geschier is eerst en vooral zakenman. Hij is commercieel directeur van een belangrijke onderneming. Als we sommige kranten mogen geloven, is hij bevriend met de Bonvoisin. Volgens een andere bron van een compleet andere strekking, onderhandelde hij in Libanon voor de onderneming ase Europe omtrent een contract Eurosystem-Libanon. In Libanon zelf had hij als vertegenwoordiger van de firma een zekere Eli El Turk, voorzitter van het Libanese Front de la Jeunesse."

Het tijdschrift Europe Magazine, dat het Front de la Jeunesse promootte en samenwerkte met de Bonvoisin, schreef in 1979 dat Eurosystem samen met de firma ASE van Geschier plannen had om de infrastructuurwerken aan het Saoedische ziekenhuisproject uit te breiden.

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens