Als er één technisch probleem veel aandacht krijgt in de literatuur, dan is het wel de lijdensweg van de ballistische analyses van "de Ruger 38 van Cocu". Deze grote belangstelling is begrijpelijk. De Ruger vormde het enige materiële houvast voor de verdenking van de Borains, maar uiteindelijk - na inderdaad een vreselijke lijdensweg - bleek dit wapen het bewijs van het tegendeel te vormen: de kogels die op enkele plaatsen delict waren gevonden, werden met een ander pistool afgevuurd? La Dernière Heure schreef in dit verband al in 1986:
"Il est vraiment triste de voir comment cette enquête tourne à la farce. Pour nombre de journalistes, la filière boraine n'existe plus; pour la justice, elle ne tient plus qu'à un fil."
Het heeft weinig zin hier heel die lijdensweg af te schilderen, temeer omdat het belangrijke procedurele aspect ervan - de verdonkeremaning van het rapport van het BKA - hiervoor al is behandeld. Wel mag er nog eens op worden gewezen dat het niet alleen een probleem is geweest dat zoveel Belgische deskundigen (in totaal zeker zeven, alleen of in commissie) ballistische onderzoeken met het omstreden wapen hebben uitgevoerd, maar ook dat diverse van deze onderzoeken waarschijnlijk niet deugden.
Dit kan niet alleen worden opgemaakt uit het feit dat het BKA met groot gezag de resultaten van de meeste Belgische onderzoeken compleet van tafel veegde, maar ook uit wat een enkele getuige heeft verklaard omtrent deze onderzoeken. Volgens Moerman, de advocaat van Cocu, verklaarde de ballistisch expert Dery in oktober 1983 met bijna absolute zekerheid dat dit wapen werd gebruikt bij de overval op de Delhaize te Genval, en achtte hij het, ondanks een belangrijke technische tegenindicatie, toen eveneens zeer goed mogelijk dat hetzelfde wapen werd gebruikt bij de overval te Halle.
Enkele maanden later, in januari 1984, kwam een college van drie deskundigen (waaronder Dery) tot de conclusie dat het wapen inderdaad bij de diverse overvallen was gehanteerd, maar de heer Moerman merkte wel op dat deze keer andere afmetingen aan het wapen waren toegeschreven dan de eerste keer: ging het wel om hetzelfde wapen ...? (*) Hoe dan ook, zoals de heer Vereecke, voorzitter van het hof van assisen in de zaak van de Borains, verklaarde bij de eerste parlementaire onderzoekscommissie:
"Een ander heeft catastrofale gevolgen gehad. Indien men in ons land van in het begin over een gegevensbank had kunnen beschikken, waarin alle gegeven gecentraliseerd waren met betrekking tot verdachte wapens en projectielen, had het gerecht heel wat tijd gewonnen."
Volgens de pers heeft het BKA overigens in 1992 opnieuw een ballistisch onderzoek uitgevoerd op de wapens en de munitie die een rol hebben gespeeld in de overvallen van de bende van Nijvel, en heeft toen bevestigd "de manière plus scientifique que par le passé les liens ballistiques entre toutes les aggressions".
Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 1 en 2)
(*) Het verslag geeft hierbij volgende voetnoot: Le Soir beschreef in december 1986 uitgebreid hoe de ballistisch deskundige Van der Stock in september 1983 niets terecht bracht van zijn onderzoek in verband met de overval op de Colruyt te Nijvel (LS, 6-7 december 1986).
Ter info, diezelfde Van der Stock klaagde op 5 december 1983, dus bijna drie maanden na de overval in Nijvel, over het uitblijven van de autopsie-rapporten. Pas in mei 1985 kreeg hij de stukken van onderzoeksrechter Schlicker en hij deed zijn beklag over het uitblijven van bepaalde vaststellingen door ballistisch expert Dery: "Est-ce-que Dery a établi le trajectoire de tir?"
Bron: De Bende van Nijvel - verraad, manipulatie, geheime diensten | Guy Bouten