Voor de geïnteresseerden: het proces-Bommeleeër is in Luxemburg na 195 procesdagen nog steeds bezig.
Rechter Sylvie Conter probeert nog altijd de waarheid te achterhalen achter het mysterie van de Bommeleeër, waarbij bommenleggers tussen mei 1984 en maart 1986 in het Groothertogdom Luxemburg pylonen van de elektriciteitsmaatschappij Segedel, de hoofdzetel van de rijkswacht, regeringsgebouwen, een krant en de radarinstallaties van de nationale luchthaven opbliezen. Eén keer eiste men zelfs losgeld, maar dat werd nooit opgehaald. Er vielen geen doden, wel enkele gewonden. De achttien aanslagen veroorzaakten in de kleine bankenstaat veel onrust, maar kregen in de buurlanden nauwelijks weerklank. Twee rijkswachters stonden terecht, zes anderen - van wie enkele topofficieren - werden verdacht van mededaderschap, maar de echte opdrachtgevers ontsprongen voorlopig de dans.
De doelstellingen van de Bommeleeër pasten in de Strategie van de Spanning. Een daarvan was de versterking van de rijkswacht en de politie. Het Luxemburgse budget voor de ordestrijdkrachten steeg eind 1986 met 64 procent. Iets vergelijkbaars gebeurde in België na de bommencampagne van de CCC en de overvallen van de Bende van Nijvel.
En net zoals in ons land verdwenen er in het Groothertogdom belangrijke documenten die naar de opdrachtgevers konden leiden. Een premier werd zelfs afgeluisterd, een prins kwam in opspraak, de Luxemburgse inlichtingendienst bleek een bergplaats te bezitten voor geheime archieven en het gerecht werd geconfronteerd met de leugenachtige verklaringen van de rijkswachttop, met op de achtergrond de schaduw van de CIA. Dat verklaarde de uitspraak van de eerste onderzoeksrechter Prosper Klein:
"La campagne d’attentats était une affaire de l'état qui ne pourrait jamais être résolue. Les bénéficiaires sont à chercher au niveau de la gendarmerie."
De aanslag op de krant Luxemburger Wort was bedoeld als waarschuwing voor een journalist die tijdens de aanslagen altijd ter plaatse ging en al snel de bedoelingen van de bommenleggers achterhaalde.
Een officier van de Brigade Mobile de la Gendarmerie (BMG), de elite-eenheid van de rijkswacht, nam ten tijde van de bomaanslagen bewijsstukken in beslag, die nadien spoorloos verdwenen. Zijn motto luidde: "La justice ne doit pas tout savoir." Hij werd later in beschuldiging gesteld. Zijn chef, Pierre Reuland, die het tot grote baas van de Luxemburgse politie had geschopt, ging nog een stap verder:
"Le Bommeleeër était quelqu'un de très haut placé et qu’il ne fallait pas croire que celui-ci avait agi seul et de toute façon l'enquête n’aboutirait pas."
Meteen kwam prins Jean, de broer van de Groothertog, in opspraak. Hij werd op 9 november 1985 in zijn blauwe BMW opgemerkt in de onmiddellijke omgeving van de luchthaven Findel, waar een bom die dag de radarinstallatie vernietigde en een arbeider zwaar verwondde. Een getuige werd later door leden van de mobiele rijkswacht en de inlichtingendienst zwaar onder druk gezet om zijn eerdere verklaring in te trekken op de Luxemburgse televisie.
De prins deed in 1986 prompt afstand van zijn adellijke titel en van het recht op troonsopvolging. Prins Jean was lid van de anti-communistische WACL, de internationale anticommunistische liga die in België en Italië een hand had in het uitstippelen van de zogenaamde Strategie van de Spanning. Hij had een militaire opleiding gekregen in Sandhurst, werkte later als financieel analist voor het New Yorkse bedrijf W. R. Grace en ging in 1983 zes maanden aan de slag bij president Reagan. Daarna ging hij in dienst bij Booz Allen Hamilton, een gerenommeerde commerciële denktank die sterke banden heeft met de CIA en NSA.
Jean Disewiscourt, de toenmalige onderzoeksleider, identificeerde de Bommeleeër met de hulp van een belangrijke getuige, op voorwaarde dat hij de identiteit van de getuige nooit zou vrijgeven. Uiteindelijk werden de rijkswachters Marc Scheer en Jos Wilmes in beschuldiging gesteld. Advocaat Lorang wond er geen doekjes om:
"On arrête des lampistes. Chacun sait que la CIA devrait être sur le banc des prévenus."
Zijn collega Vogel preciseerde later dat het spoor leidde naar een Stay Behindnetwerk, maar hij verwachtte heel wat procedurekwesties, waardoor het proces een snelle dood zou sterven. Het onderzoek bracht onder andere ook aan het licht dat enkele Luxemburgse toppolitici zoals ex-premier Jacques Santer mogelijk op de hoogte waren van de terroristische plannen van de Bommeleeër. Ook de Luxemburgse Staatsveiligheid, de Service de Renseignement de l'Etat Luxembourgeois (SREL), ging niet vrijuit. Een gewezen lid van Stay Behind getuigde dat Patrick Heck, de vader van de Luxemburgse spionnenmeester, fungeerde als officier-coördinator van Stay Behind. Hij verbleef in Mons, vlak bij Casteau, waar de SHAPE - het Europese militaire hoofdkwartier van de NAVO - was gevestigd.
[Noot: Christian Hoffmann, de chef van de officiële Luxemburgse Stay Behind, ontkent dat hij ook maar iets met de Bommeleeër te maken heeft. Hij beschikte in totaal maar over tien agenten, onvoldoende voor de omvang van de aanslagen.]
Armand Schockweiler, de toenmalige chef van de Luxemburgse geheime dienst, kwam in het vizier nadat bleek dat twee van zijn geheim agenten sinds het begin van de aanslagen Ben Geiben, de chef van de BMG, schaduwden. De intelligente Geiben werd ervan verdacht de Bommeleeër te zijn, maar hij nam plots ontslag, onder het voorwendsel dat hij zich als homoseksueel niet langer geschikt achtte voor de job. Ook ex-minister Emile Krieps wees hem aan als het brein.
Op 20 oktober 1985, de dag van de aanslag op het Justitiepaleis, werd de schaduwoperatie op Geiben door de SREL afgeblazen. Geiben gaf voor die dag een vals alibi op. Een getuige zag hem in een café in Grund in het gezelschap van een andere man. Geiben stond plots op, vertrok en keerde niet meer terug. Na zijn ontslag richtte Geiben een privé-inlichtingendienst op die tot taak had politici en zakenlui te observeren. Guy Santer, de neef van de toenmalige premier, weigerde met Geiben samen te werken omdat die laatste terroristen de hand boven het hoofd hield. Geiben koos dan maar andere partners: een Fransman en een Belgische para, die hun opleiding hadden gekregen in de VS en Groot-Brittannië. Ze maakten deel uit van een Stay Behindnetwerk dat over een basis beschikte in Heidenscheid en trainde op afgelegen boerderijen in Ripping en Mersch. Leden van de SAC en de 11ième Choc, een Franse elite-para-eenheid, namen aan de oefeningen deel.
Volgens NAVO-document nr. 00176 bedankte de Amerikaan Bill de organisatoren van de oefening op 19 november 1985 voor de ontmoeting waarin de oefening Origan 4 werd voorbereid en sprak hij lovend over de cocktail en het diner. De Stay Behindoefening vond plaats onder het bevel van het Allied Clandestine Committee van de NAVO, dat om de zes maanden van voorzitter-coördinator wisselde. In België kwam Albert Raes voor die functie in aanmerking. Bill sprak echter met geen woord over de bomaanslag tien dagen eerder op de nationale luchthaven van Findel, nochtans van strategische betekenis door het grote aantal Amerikaanse legervliegtuigen dat er landde en opsteeg. (...)
De SREL schaduwde in dezelfde periode tal van linkse partijen en organisaties. Materiële bewijslast van de aanslagen verdween of keerde nooit terug na expertise door de FBI. Het parket ontdekte in 2004 na een huiszoeking in het kasteel van Senningen stukken uit het bommendossier die eigenlijk bij het gerecht thuishoorden. Het kasteel was eigendom van de SREL.
Oud-magistraat Gérard Reuter was tussen 1980 en 1990 voorzitter van het Luxemburgse Rekenhof, onder meer belast met de controle van de rekeningen van de SREL.
"Au SREL des agents ont dit que les attentats n'étaient pas une affaire luxembourgeoise. La CIA et les Américains étaient impliqués. Les attentats auraient été commis par des adeptes d’une fraction dure de la cellule Stay Behind qui auraient appliqué les plans pensés par l'agence de renseignement américaine. L'objectif devait être de créer un climat d’incertitude afin d'affaiblir l’extrême gauche."
Een Belgische privédetective kreeg de opdracht procureur Robert Biever tijdens zijn vakantie naar Thailand te volgen, in de hoop de man op pedofilie te betrappen en zo het proces te dwarsbomen. Het leek wel een karwei op het lijf geschreven van Robert Beijer, die al jaren in Pattaya woonde, met zijn bordelen en buitenlandse pedofielen. Beijer beschikte nog altijd over een appartement op de Scheutlaan in Anderlecht en was vertrouwd met het Luxemburgse reilen en zeilen. Zo kende hij het Luxemburgs WNP-lid Marcel Feiereisen, die in juli 1983 van Latinus de opdracht kreeg om munitie vanuit Keulen naar België te smokkelen. (...)
Bron: Guy Bouten | De Bende van Nijvel, Verraad. Manipulatie. Geheime diensten