71

(186 replies, posted in Afpersing)

Geen chantage

De mogelijkheid wordt soms geopperd, dat de Delhaize-supermarkten worden bedreigd of gechanteerd en daarom het mikpunt worden van bloedige overvallen zoals te Aalst. Dit wordt echter stellig ontkend door de onderdirecteur van de Delhaize-keten.

"Ik weet niet waarom die overvallen bij ons worden gepleegd", zegt hij. "Wij maken het voorwerp uit van bedreigingen noch chantage. Wij hebben de voorzorgsmaatregelen genomen, die wij moeten nemen. Nu verwachten wij van de overheid, dat zij ook haar verantwoordelijkheid opneemt, dat zij de veiligheid rondom de supermarkten herstelt. We moeten immers vaststellen dat de organisatie van onze ordediensten te wensen overlaat in vergelijking met deze van de overvallers."

Bron: Het Laatste Nieuws | 13 November 1985

72

(309 replies, posted in 1985)

Een minuut stilte in Kamer

De Kamer heeft donderdag op voorstel van voorzitter Defraigne een minuut stilte in acht genomen om hulde te brengen aan de slachtoffers van het drama te Aalst. Dergelijke afschuwelijke misdaden van gewetenloze gangsters behoeven geen verdere commentaar, aldus de voorzitter, die hoopte dat de daders zullen aangehouden worden en hun verdiende straf zullen krijgen. Eerste minister Martens sloot zich namens de regering bij die hulde aan.

Bron: Het Laatste Nieuws | 15 November 1985

Ben wrote:

Probeer een bende op 21 november 1985 een overval te plegen op het Delhaize-warenhuis van Kraainem?

Bende van Nijvel te Kraainem?

In de omgeving van de Brusselse randgemeente Kraainem stonden donderdagavond politie- en rijkswachtdiensten in rep en roer. Even na 20u. was immers een voertuig in volle vaart doorheen een rijkswachtversperring gereden. Alle ingrediënten die naar de moorddadige “Bende van Nijvel” verwijzen, waren aanwezig. Het voertuig was een donkerkleurige - waarschijnlijk blauwe - Volkswagen Golf GTI, het type waarmee de gangsters steevast hun moorddadige overvallen pleegden. De rijkswachtpatrouille had zich bovendien opgesteld in de buurt van een Delhaize-warenhuis.

In het voertuig zaten drie personen, het aantal dat, met uitzondering van de laatste overval, steeds de bende vormde. Rijkswacht en politie zetten onmiddellijk na het voorval een grootscheepse speuractie op het getouw, maar bij het ter perse gaan was het voertuig nog steeds spoorloos.

Bron: Het Laatste Nieuws | 22 November 1985

74

(1 replies, posted in 1980-1989)

Met een Golf naar een Delhaize rijden is gevaarlijk

Golf en Delhaize zijn twee woorden waarvoor de politie de oren spitst. Wie eigenaar is van een Golf GTi doet er best aan op vrijdag niet naar een Delhaize te rijden.

Een restauranthouder uit Elsene deed dat vrijdagmorgen echter wel. Het brak hem zuur op. Samen met zijn vriend wilde hij na de aankopen terug naar zijn zaak rijden, toen twee politie-agenten van Elsene opdoken en hen het bevel gaven uit te stappen. Een van de agenten was gewapend met een not-gun.

De zaakvoerder en zijn vriend werden tegen de wagen gedrukt en achteraf tegen een muur, moesten de handen omhoog houden en in gespreide stand staan.

De “verdachte” van de Golf GTi kreeg bovendien de hele tijd de riot-gun in de nek. Er kwam een tweede politiewagen bij te pas, die de twee mannen voor ondervraging eerst naar het commissariaat van de gemeentepolitie bracht en daarna naar de gerechtelijke politie van Elsene, waar men hen enkele uren vasthield. De boeien van de vriend van de restauranthouder werden niet losgemaakt.

Uiteindelijk werden de twee ”verdachten” rond de middag vrijgelaten met de woorden: “Onze excuses, het was een misverstand”.

De restauranthouder doet elke dag met zijn wagen boodschappen in een Delhaize. Het is net zijn “vaste-klant-zijn” dat hem dit nare avontuur bezorgde.

Bron: Het Laatste Nieuws | 23 November 1985

75

(33 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Dit weekend verscheen op de website van Humo een "artikel" over de vondst in de Dender » Nieuws

Ik weet niet of Douglas De Coninck te moe, te lui of te hard heeft gefeest, maar als hij dit artikel als student Journalistiek had ingediend, dan was hij gegarandeerd gebuisd. Geen enkele stelling wordt onderzocht of kritisch bevraagd, het wordt allemaal klakkeloos overgenomen.

Terwijl het allemaal niet zo moeilijk is tegenwoordig. wink Je zoekt wat zaken op via Google, je zoekt in geval van twijfel een tweede bron, je steekt al je gegevens in ChatGPT en voilà ... je krijgt een artikel. smile

Om één van de magneetvissers te citeren: "Wij denken dat men er iets groters van aan het maken is dan wat het was."

Als de onderzoeksjournalist geen onderzoek doet, doen wij het wel

Een stuk autocarrosserie uit de Dender. Een verondersteld kogelgat. Een Golf GTI in Aalst. Een killer die mogelijk werd geraakt. En onderdelen die uiteindelijk voor een paar euro bij de schroothandel belandden. Het is een verhaal dat zichzelf bijna schrijft. Maar precies daarom had het extra controle nodig.

In Humo brengt Douglas De Coninck de vondst van auto-onderdelen in de Dender in verband met de vluchtauto van de Bende van Nijvel na de overval in Aalst. De tekst bevat getuigenissen, herinneringen en hypotheses. Wat ontbreekt, is de noodzakelijke scheiding tussen die drie. De lezer krijgt een spannend verhaal, maar nauwelijks de documentatie waarmee hij kan beoordelen of het klopt.

De belangrijkste vraag is voorlopig eenvoudig: wat is er precies gevonden?

Volgens de berichtgeving haalden magneetvissers onderdelen uit de Dender en vond de brandweer later nog meer stukken. Een achterklep zou bij de schroothandelaar zijn beland. De andere delen liggen volgens het artikel bij de politie, in afwachting van instructies van het parket. Dat is geen identificatie van een voertuig. Het is een verzameling onderdelen waarvan de herkomst nog moet worden vastgesteld.

Toch schuift het artikel al snel op van "auto-onderdelen" naar "de laatste vluchtauto" en van een mogelijke VW Golf naar de in Aalst gebruikte VW Golf. De beweringen worden soms als citaten aan betrokkenen toegeschreven, maar hun plaats in het verhaal maakt ze groter dan het bewijs dat wordt getoond. Een lezer kan na afloop de indruk krijgen dat de link met Aalst bijna vaststaat. Dat is absoluut niet het geval.

Een deskundige die niet wordt genoemd

David De Mey zegt dat "een deskundige" op basis van een foto concludeerde dat de achterklep van een vijfdeurs-Golf uit 1984 kwam. Maar wie was die deskundige? Welke foto kreeg die te zien? Welke kenmerken waren zichtbaar? Was er een schriftelijk verslag? En hoe zeker was de conclusie?

Een paar weken geleden vertelde David De Mey zelf wie die "deskundige" was: ChatGPT. ChatGPT is geen deskundige. ChatGPT is een taalmodel, geen voertuigdeskundige en geen forensisch onderzoeker. Het kan een suggestie doen, maar geen onderdeel identificeren alsof het een expertiseverslag heeft opgesteld. De lezer hoort te weten hoe een belangrijke bewering tot stand kwam.

Zelfs een echte deskundige zou bij een onduidelijke foto voorzichtig moeten zijn. Op basis van de foto die in de media circuleerde, kan je niet zonder meer vaststellen of het onderdeel van een drie- of vijfdeursmodel komt, uit welk bouwjaar het afkomstig is of dat het bij een GTI hoorde.

Volkswagen bracht de Golf II vanaf 1983 op de markt; de GTI was een uitvoering, geen kenmerk dat je zomaar uit een los stuk plaatwerk kan aflezen. Een achterklep bewijst dus niet dat de gevonden auto een GTI was, laat staan de auto uit Aalst.

De juiste aanpak was hier niet om de identificatie als feit te brengen, maar om te zeggen: de herkomst is onbekend en moet technisch worden onderzocht.

Een datum die het verhaal niet kan dragen

Ook de passage over de suikerbietenteler Luc Vindevogel wringt. De Coninck schrijft dat de rijkswacht van Oudenaarde op maandag 11 september 1985 telefoon kreeg. Maar 11 september 1985 was een woensdag. 11 November 1985 was wél een maandag, alleen was de overval in Aalst toen al twee dagen achter de rug.

Daar komt bij dat de tekst zegt dat Vindevogel zijn bieten rooide in de week vóór Aalst. Geen van die gegevens past netjes bij de andere. Misschien staat er een verkeerde datum, misschien klopt de weekaanduiding niet, misschien is er een ander misverstand. Maar zolang het oorspronkelijke proces-verbaal niet wordt geraadpleegd, weten we dat niet.

Een journalist die een historische tip opvoert als mogelijke aanwijzing in een moordonderzoek, hoort die tegenstrijdigheid op te lossen vóór publicatie. De tekst doet dat niet. Hij gebruikt de bivakmuts als suggestieve schakel, maar vertelt niet wat er destijds precies mee gebeurde, wat het onderzoek opleverde of waarom die vondst vandaag relevant zou zijn.

Wat schoot Nevens precies?

In het artikel zegt Eddy Nevens dat hij drie keer schoot en "niet denkt" dat hij op korte afstand kon missen. Dat is een opmerkelijke uitspraak. Maar ze bewijst niet dat hij een bendelid raakte.

Ook de eerdere verklaringen verdienen zorgvuldige vergelijking. In een ouder artikel over Nevens staat dat hij op de vluchtende wagen schoot en dat kogels boven hem floten. Een later profiel van Eddy Vos schrijft dat Nevens verklaarde te denken dat hij iemand geraakt had. Dat maakt het noodzakelijk om de precieze versies naast elkaar te leggen: wat zei Nevens destijds in een proces-verbaal, wat vertelde hij later aan journalisten, en wat bedoelt hij nu met "niet missen"?

De Coninck doet dat niet. Hij legt de nieuwe uitspraak niet naast de eerdere verklaringen en vraagt niet door naar de precieze schietrichting, afstand, houding, zichtlijn of kogels. Een gevoel achteraf is geen ballistisch bewijs.

De redenering rond de achterklep lost dat probleem niet op. Nevens zegt dat hij richtte op het vlak onder de openstaande klep. Dat betekent niet automatisch dat een kogel het deksel moet hebben geraakt. Daarvoor zijn onder meer de positie van de auto, de hoek van het schot en het traject van de kogel nodig. Omgekeerd bewijst een gat in een gevonden stuk evenmin dat het tijdens de vlucht uit Aalst werd geschoten.

Het artikel maakt van twee onzekerheden samen geen zekerheid.

De deurenkwestie vraagt om bronnen

De tekst wijst terecht op een mogelijke tegenspraak: getuigen zouden in Aalst een vijfdeurs-Golf hebben gezien, terwijl de in het Bois de la Houssière teruggevonden Golf drie deuren had. Dat kan relevant zijn voor de vraag of beide waarnemingen over dezelfde auto gingen.

Maar Humo geeft de lezer geen volledige verwijzingen naar de verklaringen. Wie legde die af, wanneer, onder welke omstandigheden en met welke bewoordingen? Hoeveel getuigen spraken werkelijk van vijf deuren? Waren ze het daarover eens? En hoe reageerden de onderzoekers op die verschillen?

Zonder die informatie blijft de tegenstelling een losse bewering. Ze kan belangrijk zijn, maar het artikel maakt haar niet controleerbaar.

De achterklep is mogelijk al verdwenen

Dan is er de meest concrete onderzoekskans in het verhaal. De magneetvissers zeggen dat ze ongeveer twintig kilo metaal naar een schroothandelaar brachten en daarvoor twintig cent per kilo kregen. Als de achterklep daarbij zat, kan het belangrijkste stuk inmiddels zijn verwerkt.

Het artikel vermeldt niet of de journalist de handelaar heeft opgespoord. Geen naam, geen adres, geen datum van verkoop, geen weegbon, geen betalingsbewijs, geen inventaris van wat precies werd binnengebracht. Ook wordt niet duidelijk of iemand de magneetvissers vroeg om de verkoop onmiddellijk te melden, of de handelaar het metaal nog kon bewaren en of de politie naar die plek is gegaan.

Dat zijn geen details voor een later verhaal. Dat ís het onderzoek.

De vondst en de verkoop hadden ook vragen moeten oproepen over bewaring en overdracht. Wanneer haalden de vissers de stukken boven? Wie fotografeerde ze? Welke stukken gingen naar de schroothandel? Welke stukken bleven over? Wie raakte ze aan? Wanneer kreeg de politie ze? Zijn de stukken intussen veiliggesteld en beschreven? Zonder een betrouwbare keten van bewaring wordt het moeilijker om achteraf vast te stellen wat het materiaal is en waar het vandaan komt.

De roestvraag die Humo overslaat

De Coninck schrijft uitvoerig over de mogelijke herkomst van de gevonden auto-onderdelen, maar stelt geen zichtbare vraag over hun staat. Dat is opvallend. Op de gepubliceerde foto’s lijkt de groene lak op sommige plekken nog opvallend gaaf en glanzend, terwijl andere plekken als roestschade worden beschreven. Als die stukken al tientallen jaren in de Dender lagen, verdient dat beeld uitleg.

Een foto volstaat niet om te bewijzen wanneer een onderdeel in het water terechtkwam. De corrosie hangt onder meer af van de staat van de lak, de hoeveelheid zuurstof, de water- en bodemomstandigheden en de manier waarop het stuk na de vondst werd behandeld. Maar juist daarom had Humo een materiaaldeskundige moeten laten kijken en de vraag moeten stellen: strookt de zichtbare staat van dit metaal met tientallen jaren onder water?

Als de coating op de foto inderdaad beschadigd is en het plaatstaal daar al die tijd aan het water blootstond, zou een deskundige moeten kunnen uitleggen of de geringe of plaatselijke roestvorming daarmee verenigbaar is. Als dat niet zo is, moet dat helder worden gezegd. De journalist had minstens moeten vragen of de onderdelen zijn schoongemaakt, behandeld of anderszins veranderd nadat ze boven water kwamen.

De foto’s bewijzen op zichzelf niet dat de stukken pas recent in de Dender zijn beland. Maar ze roepen wel een concrete, toetsbare vraag op. Een deskundige die het materiaal en de laklagen onderzoekt, kan mogelijk aangeven of de zichtbare toestand past bij langdurige onderdompeling. Die beoordeling ontbreekt volledig in het artikel.

Dat is geen detail. Als de onderdelen er volgens een deskundige uitzien alsof ze onmogelijk al dertig jaar in het water hebben gelegen, raakt dat rechtstreeks aan de centrale suggestie van het verhaal. Humo had die mogelijkheid moeten onderzoeken vóór het de vondst aan de vluchtauto uit Aalst koppelde.

Een hypothese is nog geen slotconclusie

Eddy Vos’ theorie dat Nevens de killer raakte, dat die later in het bos stierf en dat de bende daarna ophield, wordt in het artikel verteld als een mogelijke verklaring. Het blijft een hypothese. De Golf in het bos werd volgens de geciteerde deskundige aangetroffen zonder kogelinslagen. Dat roept vragen op, zeker in het licht van de nieuwe uitspraak van Nevens, maar beantwoordt ze niet.

Hetzelfde geldt voor de achterklep, de zakken in de Dender en de oude melding over een bivakmuts. Elk element kan een onderzoeksvraag opleveren. Geen ervan bewijst op zichzelf dat de onderdelen van de vluchtauto uit Aalst komen.

De kop en de anekdotes - ooit de meest gezochte auto ter wereld, twintig cent per kilo, “reken maar uit” - geven het verhaal vaart. Maar vaart is geen verificatie. En citaten zijn geen vervanging voor documenten.

Wat had Humo moeten uitzoeken?

Een degelijk vervolg zou minstens de oorspronkelijke pv’s en verklaringen over de bivakmuts en de schoten van Nevens opvragen. Het zou de getuigenverklaringen over het aantal deuren naast elkaar leggen, de technische verslagen over de Golf in het bos publiceren of samenvatten, en de magneetvissers vragen om foto’s, data en een precieze lijst van de verkochte stukken.

Het zou de schroothandelaar identificeren en nagaan of er nog materiaal, administratie of camerabeelden bestaan. Het zou de onderdelen laten onderzoeken door een onafhankelijke voertuigspecialist en forensisch laboratorium. En het zou de politie of het parket vragen welke stappen zijn gezet om de stukken veilig te stellen en hun herkomst te bepalen.

Dat zijn geen onmogelijke eisen. Het zijn de basisvragen die horen bij een verhaal dat een nieuwe vondst verbindt met een van de zwaarste misdaaddossiers van België.

Voorlopig is er geen bewezen “Golf van de Bende” uit de Dender opgedoken. Er zijn auto-onderdelen gevonden, een achterklep is mogelijk verkocht, en verschillende betrokkenen verbinden die vondst aan hun herinneringen en theorieën over Aalst. Dat verdient onderzoek. Maar zolang dat onderzoek niet is gebeurd, verdient het verhaal vooral één woord: "onbevestigd".

Als onderzoeksjournalisten die stap overslaan, moeten lezers ze zelf terugzetten. Niet door vermoedens tot feiten te verheffen, maar door precies te vragen wat nog niet bewezen is.

76

(7 replies, posted in Bibliografie)

Ben wrote:

De rest van het artikel zit achter een betaalmuur » www.pzc.nl

Het volledige artikel kan je hier lezen » Nieuws

Op 20 oktober 1996 trok een mensenmassa van 300.000 mensen door Brussel. De Witte Mars werd zo een scharniermoment in de Belgische geschiedenis: een uitbarsting van woede, verdriet en ongeloof na de zaak-Dutroux, maar ook een uiting van hoop en burgerlijke verbondenheid. In 'De dag die België veranderde' reconstrueert Dirk Van den Bogaert wat er aan deze historische dag voorafging, hoe de Witte Mars zelf verliep, en wat er nadien veranderde. En ook: wat er niet of onvoldoende veranderde.

Voor dit boek sprak Van den Bogaert met tientallen betrokkenen, onder wie Marc Verwilghen, Heidi De Pauw, Alain Remue, Jef Vermassen, Paul Marchal, Eric Geijsbregts en Louis Tobback. Hun soms verrassende en spraakmakende herinneringen, inzichten en emoties geven dit boek een uitzonderlijke gelaagdheid: van de coulissen van de macht tot de rauwe pijn van ouders, speurders en burgers.

'De dag die België veranderde' is meer dan een terugblik op de historische Witte Mars. Het is een indringend boek over collectieve verontwaardiging, kwetsbaar vertrouwen in de instellingen, en de blijvende vraag wat rechtvaardigheid betekent.

Info

  • Auteur: Dirk Van den Bogaert

  • Aantal pagina's: 376

  • Uitgave datum: 5 oktober 2026

  • EAN-nummer: 9789493551015

Wetstraat-journalist Dirk Van den Bogaert: ‘De blunderende speurders zijn nooit gestraft’

Op 20 oktober 1996 trok de Witte Mars door Brussel. Het had iets sacraals: een mensenzee die spleet voor de ouders van de slachtoffers van Dutroux. Wetstraat-journalist Dirk Van den Bogaert was erbij en schreef een boek over ‘de dag die België veranderde’. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

78

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Roofmoord op een vrouw

  • Wanneer? 27 April 1971

  • Waar? Malolaan 27 in Dilbeek » Google Maps

  • Wie? Gerard Chavatte

  • Status: Opgelost

De 60-jarige weduwe Yvonne Nijs werd op 27 april 1971 in haar villa in Dilbeek met een slagersmes vermoord. Aanvankelijk tastten de onderzoekers in het duister, maar sporen op de plaats delict - waaronder een verloren knoop en een bebloede alpenmuts - leidden naar Gerardus Chavatte, een nachtwaker die Nijs via een huwelijksagentschap had leren kennen.

Hij bekende dat hij haar had gedood omdat hij dacht dat ze hem had behekst en zijn leven ongeluk bracht; na de moord zocht hij naar oude brieven die hij haar had geschreven. In 1973 besliste de raadkamer dat Chavatte niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor zijn daden en beval zijn internering.

Moord op weduwe in villa te Dilbeek blijft onopgelost

In de huidige stand van het onderzoek is omtrent de moordenaar van de 60-jarige weduwe Yvonne Nijs die donderdag 27 april levenloos in haar villa, Malobaan te Dilbeek werd aangetroffen niet gekend. Een versleten alpenmutsje en een stuk van een brilmontuur zijn misschien afkomstig van de dader, doch hierover is het onderzoek nog niet lang beëindigd.

De lijkschouwing bevestigde de vaststellingen gedaan op het ogenblik dat het stoffelijk overschot werd ontdekt. De vrouw vertoonde diepe wonden, vooral in de hals, toegebracht met een snijdend voorwerp. Blijkbaar heeft het slachtoffer zich tegen de dader te weer gesteld wat misschien kan verklaren hoe een brilmontuur werd gebroken.

Het alpenmutsje kan evengoed aan de overleden echtgenoot van het slachtoffer hebben toebehoord. Dat het slachtoffer zocht naar een huwelijkspartner bleek uit de advertentie die ze in verscheidene kranten had geplaatst, waarbij ze telkens vermeldde welstellend te zijn.

Kwam een huwelijkskandidaat haar opzoeken en pleegde hij de misdaad toen het hem duidelijk was geworden dat hij geen kans kreeg bij de weduwe ? Ook de veronderstelling dat de misdaad werd gepleegd door een toevallige zwerver wordt voorlopig mogelijk geacht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Mei 1971

Moordenaar van Dilbeek aangehouden

De dader van de moord te Dilbeek werd woensdagvoormiddag aangehouden. Zijn identiteit werd nog niet meegedeeld. Donderdag 29 april Il. werd het lijk van Mw. Yvonne Nijs (60), weduwe Blondeel, door haar dochter aangetroffen in de gang van haar woning, Malolaan 27, Dilbeek. De vrouw was met messteken om het leven gebracht. De dader had na de misdaad kasten en laden opengebroken, vermoedelijk om geld te vinden. Yvonne Nijs was tamelijk welstellend.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Mei 1971

Wedersamenstelling van moord op weduwe te Dilbeek

De 60-jarige Gerard Chavatte, nachtwaker uit Sint-Pieters-Leeuw, werd woensdag door leden van de gerechtelijke politie naar een villa, gelegen op de hoek van de Malo- en Thinimontlaan te Dilbeek, overgebracht waar hij in de nacht van 27 april de 60-jarige weduwe Yvonne Nijs doodstak.

De man deed heel gewillig de feiten nog eens over in aanwezigheid van diverse leden van het parket, onder wie onderzoeksrechter Durant en substituut Van Oudenhove.

Gerard Chavatte zou volgens de verklaringen die hij na zijn aanhouding aflegde, het slachtoffer hebben gedood omdat ze hem als het ware had behekst. Hij had de vrouw leren kennen via een huwelijksagentschap en was haar als mogelijke huwelijkskandidaat verscheidene keren gaan opzoeken.

Hij had de indruk gekregen dat alles hem begon tegen te slaan sinds hij de vrouw kende, zodanig dat hij aan de kwade hand begon te denken.

Op 27 april had hij er ten slotte genoeg van. Vastbesloten 'n einde te stellen aan deze toestand stak hij een 25 cm. lang slagersmes op zak en verliet tegen de avond zijn woning om zich naar de weduwe te begeven.

Nauwelijks had hij bij de vrouw aangebeld of hij slingerde haar allerlei verwijten naar het hoofd. Het gevolg was dat de weduwe hem een kaakslag toediende.

Plots woedend geworden duwde Chavatte de vrouw naar binnen en ging haar met zijn slagersmes te lijf. Hij sneed haar de keel over en begon toen te zoeken in verschillende kasten naar brieven die hij vroeger naar de vrouw had geschreven, doch die hij niet kon terugvinden. Hij had ondertussen reeds zijn bebloede handen afgeveegd aan een alpenmutsje dat hem toebehoorde en dat hij enkele dagen voordien in de villa had achtergelaten.

Toen hij enkele dagen nadien werd ondervraagd kwam hij eerst met een vals alibi voor de dag. Het duurde evenwel niet lang of hij ging tot volledige bekentenissen over.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Juni 1971

Huwelijkskandidaat bekent moord op Dilbeekse weduwe

De 60-Jarige nachtwaker Gerardus Chavatte, Gustaaf Gibonstraat 41, te Sint-Pieters-Leeuw, bekende woensdagvoormiddag aan onderzoeksrechter Durant, tijdens de avond van dinsdag 27 april, de 60-jarige weduwe Yvonne Nijs uit Dilbeek in haar villa te hebben vermoord. De man viel door de mand door de knoop van een kledingstuk die hij op de plaats van de moord had verloren. Een bezwarend feit was ook het alpenmutsje waaraan hij zijn met bloed besmeurde handen afveegde. Volgens zijn verklaring wilde hij zich van de weduwe, die hij als huwelijkskandidaat had leren kennen, ontdoen, “omdat ze hem behekst had”.

Zoals vroeger reeds werd gemeld zocht het slachtoffer naar een gepaste huwelijkspartner en daartoe had ze zich laten inschrijven in een huwelijksagentschap gevestigd te Kortrijk. Ze was daarbij in contact gekomen met een tiental huwelijkskandidaten, onder wie Gerardus Chavatte van Sint-Pieters-Leeuw. De man, die steeds vrijgezel bleef en zijn moeder in augustus 1970 had verloren, bracht de jongste maanden herhaaldelijk een bezoek aan de weduwe Nijs. De politie vond zijn naam en adres terug in een documentatieboek ten huize van het slachtoffer.

Knoop

Een belangrijk element in het onderzoek was het terugvinden van een knoop in de nabijheid van het stoffelijk overschot van het slachtoffer. Het ging hier om de knoop voor een regenmantel die een buurvrouw aan de dader had geschonken en die door deze vrouw formeel werd herkend. Ondervraagd over deze knoop, zegde Chavatte dat hij misschien wel herkomstig was van zijn regenmantel, maar dat hij ondertussen het kledingstuk verkocht had aan een voddenkoopman.

Een tweede element was een blauwe jas, die de dader placht te dragen en die in zijn woning zopas gewassen werd teruggevonden. Betreffende deze jas verklaarde Chavatte dat hij het kledingstuk had gewassen niet om het van eventuele bloedvlekken te reinigen maar wegens de haartjes van zijn hond die erop waren blijven kleven en die hij er met de borstel maar niet kon van verwijderen.

Hij vertoonde eveneens kwetsuren aan de handen en het aangezicht. Hij beweerde deze verwondingen te hebben opgelopen onder meer door zich te scheren.

Alibi

Om zijn beweringen als zou hij onschuldig zijn geweest nog meer kracht bij te zetten kwam hij met een alibi tevoorschijn, dat weldra geen steek bleek te houden. Hij zou de avond van de feiten verscheidene herbergen bezocht hebben aan de Bergensesteenweg en het Rad te Anderlecht.

Toen de herbergiers aldaar werden ondervraagd, bleek dat niet één onder hen Chavatte tijdens bewuste avond had opgemerkt. Toen wijzigde hij zijn alibi door te verklaren dat hij tijdens dezelfde avond een lange wandeling had gemaakt en daarbij een vriend had ontmoet, die hem had voorgesteld hem met zijn wagen naar huis te brengen. Ook deze vriend wist niets af van enige ontmoeting tijdens voormelde avond.

Toen ondertussen gebleken was dat een met bloed besmeurde alpenmuts bij het slachtoffer werd teruggevonden die aan Chavatte had toebehoord, ging hij ten slotte door de knieën en legde volledige bekentenissen af.

Beenhouwersmes

Hij zou besloten hebben de weduwe te gaan doden, nadat hij de indruk had gekregen dat de vrouw hem als het ware had behekst. Sinds hij haar kende sloeg alles tegen, alles wat hij ondernam mislukte en ten slotte was hij gaan denken aan de “kwade hand”.

Tijdens de avond van 27 april verliet hij zijn woning met in zijn binnenzak een puntig beenhouwersmes dat ongeveer 25 cm. lang was. Zodra hij bij de weduwe kwam aanbellen, kwam het reeds tot scheldwoorden. Hij verweet haar een slechte vrouw te zijn, aan wie hij niets dan ongelukken had te danken.

De weduwe zou hem daarbij een kaakslag hebben toegediend. Na de vrouw te hebben binnengeduwd, ging hij haar met zijn slagersmes te lijf. Hij bracht haar verschillende steken toe en sneed haar ten slotte de hals over. Toen begon hij te zoeken naar de brieven die hij vroeger aan het slachtoffer had gezonden, wat verklaart waarom hij verschillende kasten doorsnuffelde.

Hij vond evenwel de brieven niet. Ten slotte veegde hij zijn bebloede handen af aan een afgedragen alpenmutsje dat hij vroeger in het huis van het slachtoffer had achtergelaten en waar over hij zich verder niet meer bekommerde.

In het naar buiten gaan trapte hij de bril van het slachtoffer stuk en met een deel van het brilmontuur en een gouden uurwerk toebehorende aan de weduwe ging hij naar buiten. Hij gooide beide voorwerpen een twintigtal meters verder weg. Vervolgens begaf hij zich naar Scheut en onderweg ontdeed hij zich van het slagersmes door het ergens weg te gooien.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Mei 1971

Moordenaar van Dilbeekse weduwe wordt geïnterneerd

De 62-jarige Gerardus Ch., wonende Gustaaf Gibonstraat te Sint-Pieters-Leeuw, die op 27 april 1971 de 59-jarige Yvonne Nijs, weduwe Blondeel, in haar Villa Malolaan te Dilbeek doodstak, zal geïnterneerd worden.

Zo beval de raadkamer te Brussel, aan wie een verslag van verscheidene psychiaters werd voorgelegd, waaruit blijkt dat Ch. niet verantwoordelijk kon gesteld worden voor zijn daden. De man had beweerd de vrouw te hebben gedood omdat ze hem had behekst.

Door toedoen van een huwelijksagentschap was Chavatte in aanraking gekomen met Yvonne Nijs. Deze had in 1969 haar echtgenoot verloren en wenste opnieuw te trouwen. Chavatte was een van de kandidaten, die ze via het huwelijksagentschap had leren kennen.

Vreemd genoeg kreeg Chavatte de indruk dat de weduwe een noodlottige invloed op hem uitoefende. Het leek hem alsof ze hem had behekst, want alles wat hij ondernam sinds hij haar kende, viel tegen. Hij zag dan ook geen andere oplossing meer dan de vrouw te doden.

Op 27 april 1971 's avonds bood hij zich, voor de zoveelste maal, bij Yvonne Nijs aan. Hij slingerde haar enkele verwijten naar het hoofd en in de gang van de villa ging hij de vrouw met een slagersmes te lijf: de vrouw liep talrijke steken op, waarvan een recht in het hart, die dodelijk was.

Bij het neersteken van de vrouw had hij een knoop van zijn regenmantel verloren, die later bij het stoffelijk overschot werd teruggevonden.

Door de lijst van de huwelijkskandidaten bij de vermoorde weduwe na te gaan, kwam de politie meteen op het spoor van de dader. Al de huwelijkskandidaten werden ondervraagd en toen Ch. aan de beurt kwam gaf hij dadelijk een vals alibi op. Toen hem later de knoop van zijn regenmantel en zijn met bloed besmeurde alpenmuts werden voorgelegd, ging hij door de knieën.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Mei 1973

79

(1 replies, posted in Andere Personen)

In 1966 steeg het aantal personen dat in Canada werd aangeklaagd voor marihuanamisdrijven tot 398, tegenover 162 in 1965 en 78 in 1964. Een van hen was de Belgische student Paul Pierre Bols, die samen met vier anderen werd aangetroffen terwijl ze marihuana rookten; bij een huiszoeking werden negen pond marihuana en 75 capsules LSD gevonden.

Bols bekende marihuana uit New York te hebben ingevoerd naar Toronto en kreeg daarvoor zeven jaar gevangenisstraf; daarnaast kreeg hij drie jaar voor bezit, gelijktijdig uit te zitten. Zijn medeverdachte Arthur Joseph Parent kreeg tien maanden voor bezit. Na afloop van zijn straf zou Bols worden uitgezet.

During 1966, 398 persons were charged for offences relating to marihuana. This compares with 162 in 1965 and 78 in 1964. The extent of the marihana traffic is illustrated in the following cases investigated during 1966.

On May 23, police found Paul Bols and four other young persons in a garage smoking marihuana. A subsequent search revealed nine pounds of marihuana and 75 capsules of LSD. Bols was a university medical student. He was convicted for importing marihuana, sentenced to imprisonment for seven years and is subject to deportation at the termination of this term.

Bron: Report of the Royal Canadian Mounted Police | 1969

A Belgian who was recently sentenced to seven years for importing marijuana into Toronto from New York, was given three years concurrent yesterday for possession of the drug.

Paul Pierre Bols, 28, pleaded guilty to the charge when he appeared before Judge E.L. Weaver. His co-accused, Arthur Joseph Parent, 30, was sentenced to 10 months on the same charge.

Bols was given the minimum penalty by Judge Weaver last month for importing nine pounds of the drug. During Bols’ trial, Detective Ivor Graham testified he and members of the RCMP narcotics squad found the two with three others in a marijuana smoke-filled shed by a Balliol St. house last May.

A search of the house, where Bols and Parent lived, revealed nine pounds of the drug in a suitcase.

Special prosecutor Arthur Whealy said he was not asking a consecutive sentence for Bols because he didn’t want to further burden taxpayers with his upkeep in penitentiary. Bols, he said, will be deported on completing his sentence.

Bron: Cases and Materials on Criminal Law and Procedure (1978) | Martin L. Friedland

80

(37 replies, posted in Filière Boraine)

Dit is een artikel dat deze zomer in Le Vif verscheen.

De zogenoemde Borains, een groep randfiguren uit de Borinage, werden verdacht van betrokkenheid bij misdrijven van de Bende van Nijvel uit 1982 en 1983. De verdenking steunde onder meer op bekentenissen die onder druk zouden zijn verkregen en op ballistisch onderzoek dat later onjuist bleek. In 1988 sprak het assisenhof hen vrij.

De vrijspraak betekende niet dat de verdachten hun leven weer onbezorgd konden oppakken: de verdenking en de publieke aandacht bleven hen achtervolgen. De zaak geldt bovendien als voorbeeld van een ontspoord onderzoek, terwijl vragen over mogelijke betrokkenheid of kennis van sommige leden van de groep bleven bestaan.

La filière boraine, des acquittés condamnés à vie

Quelques acquittements, retentissants, ont marqué les esprits et fait évoluer le regard de la Justice. Quatrième volet estival: la filière boraine, ces marginaux accusés d’être les tueurs du Brabant, même après leur mort.

Le logement de Michel Cocu à Boussu était, paraît-il, bien tenu lorsque les policiers l’ont fouillé quelques jours après ses funérailles, dans le courant du mois de décembre 2016. Ce qu’ils cherchaient: d’éventuels indices laissés par cet ancien policier communal à la vie cabossée, décédé des suites d’un cancer à l’âge de 65 ans. Michel Cocu était le principal suspect de la filière dite “boraine”, une demi-douzaine d’individus originaires de la région montoise que les enquêteurs tenaient pour être les “tueurs fous du Brabant”. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws