Het verslag van de Tweede Bendecommissie over het onderzoek naar de moord op Van Camp:
In de loop van 1984 werd het onderzoek naar Van Camp stukje bij beetje voortgezet. Waarom precies, blijkt niet uit het dossier. De onderzoeken waren met name gericht op de bedrijfsvoering van de Aux Trois Canards. Zo werd inapril 1984 huiszoeking gedaan bij de familie Van Camp; hierbij werden - naast een wapen (1) - allerlei stukken in beslag genomen betreffende de werking van het restaurant.
En op een andere plaats werd injuni de boekhouding van het bedrijf in beslag genomen. Later werd daarenboven gesignaleerd dat Van Camp zich in maart 1983 ten overstaan van de politie nogal "vreemd" had gedragen naar aanleiding van een bericht dat zijn Porsche mogelijk opnieuw was gestolen. Ook werd nagegaan of Van Camp zich niet, in het bijzijn van potentiele verdachte personen, had opgehouden in bars, onder meer in Eigenbrakel en Waterloo.
De expertise die op verzoek van Schlicker in de zomer van 1984 werd doorgevoerd op de boekhouding van de Aux Trois Canards, werd in september 1984 afgerond met een rapport waarin werd vastgesteld dat sinds 1975 het merendeel van de inkomsten voor de fiscus was verzwegen en dat een deel van het aldus opgebouwde vermogen was omgezet in een privé-lening aan iemand.
Deze conclusie was voor Schlicker mogelijk de reden om op 17 september 1984 diverse kantschriften uit te schrijven waarin werd gevraagd om een verdergaand onderzoek van de persoon van Van Camp, zijn beroepsactiviteiten en levenswandel, en zijn naaste omgeving. De - het weze meteen gezegd: kleinschalige - deelonderzoeken die hieropvolgend werden uitgevoerd, leverden allerlei informatie op, in het bijzonder over het zwart-geld-circuit in de "Aux Trois Canards", maar aanwijzingen in de richting van de Bende van Nijvel bleven uit. En van de beruchte overvallers waarvan even werd verondersteld dat die met Van Camp onder één hoedje speelde, ontkende ten stelligste dat hij ooit met hem van doen had gehad.
Deze achtergrondonderzoeken liepen door tot begin 1985 en bleven toegespitst op de herkomst en de besteding van het zwarte geld van Van Camp. Kennelijk sloten de speurders niet uit dat de overval iets met dit geld te maken had - in de vorm van een (mislukte) afpersing bijvoorbeeld. Ook probeerde men nog wat meer inzicht te krijgen in zijn kennissenkring en in zijn besteding van de vrije tijd. Meer bepaald, maar opnieuw tevergeefs, werd gezocht naar aanknopingspunten in het gokmilieu. Toch gaven de speurders niet op.
Zij hadden blijkens stukken uit 1985 kennelijk het gevoel dat Van Camp in werkelijkheid niet helemaal voldeed aan het beeld dat zijn naaste omgeving van hem had geschetst. En hierom zetten zij ook nog in dit jaar het onderzoek onder bekenden van Van Camp voort, tot in het casino van Chaudfontaine toe. Maar steeds weer zonder resultaat, in welke richting dan ook: banditisme, politiek, zeden ... Geen van de bekenden van Van Camp zag ook maar één enkel aanknopingspunt tussen diens leven en werken enerzijds, en de Bende van Nijvel anderzijds. Ook het verdere onderzoek naar de auto's van Van Camp leverde geen nuttige aanwijzingen op.
Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 3)
(1) Het verslag van de Bendecommissie preciseert niet wat voor wapen er werd gevonden.