8,711

(118 replies, posted in Politiek & Business)

(...) In Antwerpen krijg je figuren als een Andre Gantman, de ooit wegens fraude in ongenade gevallen schepen, en Claude Marinower. In Luik is er dan Jean Goldstein, beter gekend als Jean Gol, die zal uitgroeien tot de sterke man binnen de Franstalige liberale partij PRL en nadien de MR. Hij was ook een der grote namen binnen de internationale zionistische beweging.

In zijn spoor duiken ook een aantal andere duistere figuren op zoals jeansfabrikant Pierre 'Pinkus' Salik en vooral George Gutelman, Luikenaar en schoolmaat van Jean Gol. De voortijdige dood van Gol in 1995 maakte geen einde aan die nauwe relatie tussen de MR en Israël. Zo staat minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders gekend als een goede vriend van Israël.

Bron » mediawerkgroepsyrie.wordpress.com

8,712

(118 replies, posted in Politiek & Business)

Jean John Gol, geboren op 8 februari 1942 in Hammersmith als Jean Goldstein, was een Waals-Belgisch politicus voor de liberale partij PRL en vrijmetselaar. Hij werd geboren in Engeland, waar zijn ouders vanwege hun Joodse afkomst naartoe waren gevlucht. Jean Gol was verscheidene keren minister en medeoprichter van de PRL in 1979. Hij overleed op 53-jarige leeftijd - op 18 september 1995 - aan de gevolgen van een hersenbloeding.

Zijn politieke loopbaan:

  • In 1968 werd hij als lid van de Rassemblement wallon verkozen in de provincieraad van Luik.

  • In 1971 werd hij gedeputeerde van Luik.

  • In 1974 werd hij staatssecretaris voor Waalse Economische Zaken in de regering-Tindemans I.

  • Tijdens de regeringen-Martens V, VI en VII, van 17 december 1981 tot 9 mei 1988: vicepremier, minister van Justitie en Institutionele Hervorming. Van 6 januari 1985 tot 28 november 1985 verving Jean Gol Willy De Clercq op Buitenlandse Handel.

  • Lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers van 1971 tot 1994.

  • Lid van het Europees Parlement

  • In 1992 werd Jean Gol benoemd tot minister van Staat.

http://www.dbnl.org/tekst/mart043memo01_01/mart043memo01ill29.gif
Jean Gol, links naast Wilfried Martens.

Bron: Wikipedia

8,713

(9 replies, posted in Onderzoekspistes)

Joël L.: Deed zijn legerdienst in 1970 in Duitsland, bij de Ardense Jagers. Hij opereerde onder bevel van majoor Jean Bougerol.

8,714

(8 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Janssens was ook als agent van de Staatsveiligheid betrokken bij het onderzoek naar de dubbele moord in de Herderliedstraat. Jozef Kausse: "Toen Barbier en Lammers werden aangehouden voor de moorden inde Pastorale vaardigde Raes niet iemand van onze sectie af om de onder- vragingen bij te wonen, maar Claude Janssens, bijgenaamd Viandox, lid van de contraspionage die niets afwist over extreem rechts."

De vraag is waarom Janssens altijd bij de ondervragingen aanwezig was? Was dit om de inhoud van de gesprekken door te geven aan Smets of Raes?

8,715

(8 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Claude Janssens was een agent van de Staatsveiligheid met als bijnaam Viandox. Hij was de trouwe rechterhand van Christian Smets.

8,716

(118 replies, posted in Speurders)

En ondertussen heeft Lionel Ruth ook goed nieuws gekregen. Hij is vrijgesproken » Nieuws

Ter info: deze rechtszaak staat los van de Bende van Nijvel of zijn werk binnen de Cel Waals Brabant.

8,717

(218 replies, posted in Getuigen)

CleverTrevor wrote:

Bovendien spreken de artikelen in De Morgen en op Resistancesnews.be elkaar tegen. In De Morgen zegt hij de verkenning op de dag vóór de holdups te hebben gedaan, op Resistancesnews.be wordt de dag zelf genoemd. Dat is nogal een verschil. Wie zit er fout? De schrijver van het artikel of weet Joël het zelf niet? In het laatste geval is het getuigenis meteen minder waardevol.

Lijkt me eerder een vertaalfout van de journalist van De Morgen.

8,718

(7 replies, posted in Overzicht Bendes)

Zou er misschien geen verband kunnen zijn met de groep Zwarte Orde?

8,719

(325 replies, posted in 1983)

Het verslag van de Tweede Bendecommissie over het onderzoek naar de moord op Van Camp:

In de loop van 1984 werd het onderzoek naar Van Camp stukje bij beetje voortgezet. Waarom precies, blijkt niet uit het dossier. De onderzoeken waren met name gericht op de bedrijfsvoering van de Aux Trois Canards. Zo werd inapril 1984 huiszoeking gedaan bij de familie Van Camp; hierbij werden - naast een wapen (1) - allerlei stukken in beslag genomen betreffende de werking van het restaurant.

En op een andere plaats werd injuni de boekhouding van het bedrijf in beslag genomen. Later werd daarenboven gesignaleerd dat Van Camp zich in maart 1983 ten overstaan van de politie nogal "vreemd" had gedragen naar aanleiding van een bericht dat zijn Porsche mogelijk opnieuw was gestolen. Ook werd nagegaan of Van Camp zich niet, in het bijzijn van potentiele verdachte personen, had opgehouden in bars, onder meer in Eigenbrakel en Waterloo. 

De expertise die op verzoek van Schlicker in de zomer van 1984 werd doorgevoerd op de boekhouding van de Aux Trois Canards, werd in september 1984 afgerond met een rapport waarin werd vastgesteld dat sinds 1975 het merendeel van de inkomsten voor de fiscus was verzwegen en dat een deel van het aldus opgebouwde vermogen was omgezet in een privé-lening aan iemand.

Deze conclusie was voor Schlicker mogelijk de reden om op 17 september 1984 diverse kantschriften uit te schrijven waarin werd gevraagd om een verdergaand onderzoek van de persoon van Van Camp, zijn beroepsactiviteiten en levenswandel, en zijn naaste omgeving. De - het weze meteen gezegd: kleinschalige - deelonderzoeken die hieropvolgend werden uitgevoerd, leverden allerlei informatie op, in het bijzonder over het zwart-geld-circuit in de "Aux Trois Canards", maar aanwijzingen in de richting van de Bende van Nijvel bleven uit. En van de beruchte overvallers waarvan even werd verondersteld dat die met Van Camp onder één hoedje speelde, ontkende ten stelligste dat hij ooit met hem van doen had gehad.

Deze achtergrondonderzoeken liepen door tot begin 1985 en bleven toegespitst op de herkomst en de besteding van het zwarte geld van Van Camp. Kennelijk sloten de speurders niet uit dat de overval iets met dit geld te maken had - in de vorm van een (mislukte) afpersing bijvoorbeeld. Ook probeerde men nog wat meer inzicht te krijgen in zijn kennissenkring en in zijn besteding van de vrije tijd. Meer bepaald, maar opnieuw tevergeefs, werd gezocht naar aanknopingspunten in het gokmilieu. Toch gaven de speurders niet op.

Zij hadden blijkens stukken uit 1985 kennelijk het gevoel dat Van Camp in werkelijkheid niet helemaal voldeed aan het beeld dat zijn naaste omgeving van hem had geschetst. En hierom zetten zij ook nog in dit jaar het onderzoek onder bekenden van Van Camp voort, tot in het casino van Chaudfontaine toe. Maar steeds weer zonder resultaat, in welke richting dan ook: banditisme, politiek, zeden ... Geen van de bekenden van Van Camp zag ook maar één enkel aanknopingspunt tussen diens leven en werken enerzijds, en de Bende van Nijvel anderzijds. Ook het verdere onderzoek naar de auto's van Van Camp leverde geen nuttige aanwijzingen op.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 3)

(1) Het verslag van de Bendecommissie preciseert niet wat voor wapen er werd gevonden.

8,720

(26 replies, posted in Wagens)

(...) Maar verhalen als deze vormden niet de allereerste aanleiding van een nader onderzoek betreffende Van Camp. Dat was de ontdekking van het feit, nog in 1983, dat de Porsche van Van Camp al een keer - (vermoedelijk) in 1981 - was gestolen in Sint-Lambrechts-Woluwe. Zij was de volgende dag wel teruggevonden in dezelfde gemeente, maar later werd ontdekt dat een dubbel van de nummerplaat van deze auto ook was bevestigd op een Porsche die in 1982 te Parijs werd verkocht.

Wees deze gang van zaken niet op de werkwijze van de Bende van Nijvel die immers op haar auto's ook nummerplaten bevestigde die een kopie waren van de nummerplaten van reëel bestaande auto's? Onderzoeksrechter Wezel vond ook dat deze veronderstelling nog zo gek niet was en stuurde een speurder naar Parijs om aldaar een en ander uit te zoeken. Dit onderzoek leverde een nauwkeurig relaas op van wat er administratief in Frankrijk was misgelopen.

Nader onderzoek naar de omstandigheden waaronder de Porsche in 1981 was ontvreemd, werd door de verbalisanten wel aanbevolen maar werd, volgens de stukken, niet daadwerkelijk verricht. In december 1983 werd er alleen de aandacht op gevestigd dat een zeer beruchte Brusselse overvaller wel eens betrokken kon zijn geweest bij die diefstal.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (deel 3)

Die "zeer beruchte Brusselse overvaller" is natuurlijk Kapllan Murat.