Samenvatting
Hubert Baeyens werd in april 1981 veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf door het Oost-Vlaamse assisenhof.
Hubert Baeyens tijdens zijn proces:

Meisje neergeschoten te Aalst
Dinsdagavond omstreeks 20u. werd in de Botermelkstraat te Aalst de 20-jarige Carla Baeyens neergeschoten. Ze overleed ter plaatse. De vermoedelijke dader is haar vader, de 50-jarige onderwijzer Hubert Baeyens, Dorp 40, Ottergem. De man is voortvluchtig.
Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Januari 1979
Onderwijzer schoot dochter dood te Aalst
Een onderwijzer die gescheiden leefde van zijn gezin, heeft dinsdagavond in Aalst met enkele schoten uit een revolver zijn 20-jarige dochter neergeschoten. Het meisje stierf bijna onmiddellijk. Het drama gebeurde in de straat waar ze met haar moeder woonde.
Het slachtoffer had er een afspraak met haar vader, die wilde dat ze bij hem kwam wonen. Enkele uren later werd de dader in Dambrugge aangehouden Hubert Baeyens (51) leefde sinds geruime tijd niet meer bij zijn gezin. Zijn zoon verblijft als beroepsmilitair in Turnhout, maar de beide dochters Carla (20) en Vera (16) verblijven bij hun moeder Willienne Winnepenninekx in de Botermelkstraat 122 in Aalst. De man zelf had zijn intrek genomen op het Dorp 40 te Ottergem, een deelgemeente van Erpe-Mere.
Regelmatig zocht Hubert Baeyens nog contact. Niet zozeer om de relatie met zijn echtgenote te herstellen, maar om zijn dochters ervan te overtuigen hun moeder te verlaten en bij hem te komen. Een verzoek waarop de meisjes nooit waren ingegaan.
Tweemaal geraakt
Dinsdagnamiddag had hij een briefje in de bus gestopt van het huis aan de Aalsterse Botermelkstraat, waarin hij hen nog eens om een gesprek over dit thema verzocht. Rond 20 u. zou hij met zijn wagen geparkeerd staan, enkele tientallen m. voorbij hun woning.
Zowel Carla als Vera waren op de afspraak en tijdens het onderhoud in de auto toonde Hubert Baeyens hun een schietensklare revolver. “Ik zal eens duidelijke afspraken maken met uw moeder”, zei hij, en dwong zijn dochters hem te vergezellen in de richting van het huis nr. 122.
Doodsbang om wat er zou kunnen gebeuren, zette Carla het plots op een lopen, en dat was meteen het sein voor een drama. Zonder haar te raken, schoot de man meteen in de richting van zijn vluchtende dochter. Een buurman, de postbediende Jean Van de Velde, kwam door het lawaai op straat en het meisje zocht haar toevlucht in zijn woning.
Tevergeefs, want vanop de stoep vuurde Hubert Baeyens nog enkele malen. Carla werd tweemaal geraakt, in de longen en de zij, en bleek dodelijk getroffen. Maar ook de h. Van De Velde werd vrij ernstig aan de benen gewond, en een andere kogel drong door tot de badkamer, waar kinderen in het bad zaten.
Niet gewapend
Vera was intussen in bescherming genomen door een andere buurman, Roger Bockstael. De woede van de dader was nog niet gekoeld. Hij probeerde de woning van zijn vrouw binnen te dringen door tweemaal in het slot te schieten, maar dat mislukte.
Uiteindelijk vluchtte hij met zijn wagen. De ganse schietpartij had nauwelijks enkele minuten geduurd. Woensdagmorgen kon hij rond 3 u. door leden van de gerechtelijke politie van Aalst worden aangehouden in Dambrugge. Wat gevreesd werd, bleek niet waar: de man was niet meer gewapend. De revolver werd trouwens in de loop van de dag teruggevonden. Onderzoeksrechter Leo Tas leidde het onderzoek door het parket van Dendermonde.
Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Januari 1979
Bewogen wedersamenstelling van dochtermoord te Aalst
De wedersamenstelling van de dramatische schietpartij in de Botermelkstraat te Aalst, waarbij Carla Baeyens (20) door haar vader werd neergeschoten, is donderdagavond niet zonder emoties verlopen.
Deze emoties waren niet te zien bij verdachte Hubert Baeyens (51) die totaal onbewogen toonde hoe de aanloop is geweest tot de feiten, die tot het doden van zijn dochter hebben geleid.
Er was heel veel publieke belangstelling voor deze reconstructie. Bij de omstaanders was Dirk Baeyens, zoon van de verdachte en broer van het slachtoffer. De jongeman is sedert 1 december bij het leger, en had een bord om de hals hangen met de tekst: “Waarom heb je gewacht tot ik weg was om weerlozen aan te vallen, lafaard”.
Hij werd bestendig door twee rijkswachters omringd. Ook buurman Roger Bockstael, waarbij de dochter Vera bescherming had gevonden, stelde zich bijzonder agressief op tegen Hubert Baeyens en moest door onderzoeksrechter Tas herhaalde malen tot kalmte aangemaand worden.
Even werd de wedersamenstelling onderbroken, toen in een huis rechtover de plaats van het drama de verloofde van het slachtoffer in shocktoestand geraakte. Hij zou in mei met Carla Baeyens trouwen. Doktershulp bleek noodzakelijk.
Aan de onderzoekers heeft Hubert Baeyens verklaard het moordwapen een revolver FN 7.65 in een bar in Aalst te hebben gekocht van een onbekende. De thesis voorbedachtheid wordt steeds waarschijnlijker.
Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Januari 1979
Wapen verkocht aan moordenaar te Aalst
In de avond van 16 januari jl. schoot onderwijzer Hubert Baeyens (51), in de Botermelkstraat te Aalst zijn 20-jarige dochter Carla dood, nadat hij zijn twee dochters op straat om een gesprek had gevraagd, als gevolg van de echtscheiding die tussen hem en zijn vrouw hangende is.
Baeyens ontkende na zijn aanhouding enige voorbedachtheid en zei, dat hij het het wapen kon aanschaffen door bemiddeling van een 28-jarige herbergier uit Aalst, Herman C., en het op die wijze kon kopen bij de handelaar José F., uit Brussel. Deze beide personen worden nu beschuldigd van verboden wapenbezit en verboden handel in wapens, ook van medeplichtigheid aan de moord hoewel deze laatste beschuldiging wel niet zal kunnen staande gehouden worden.
Gebleken is dat Baeyens zich het wapen van de moord, een revolver, in een herberg van een onbekend iemand had gekregen. Gisteren werden in Dendermonde echter twee personen onder aanhoudingsmandaat geplaatst als gevolg van het lopende onderzoek.
Zij beweren dat zij niet wisten waarvoor de revolver moest dienen. In elk geval zal Baeyens moeilijk de voorbedachtheid kunnen blijven loochenen, nu ook zou gebleken zijn dat hij sinds maanden poogde aan een wapen te geraken.
Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Februari 1979
Hubert Baeyens naar Assisenhof van Oost-Vlaanderen
De Kamer van Inbeschuldigingstelling van Gent heeft Hubert Baeyens (52) van Ottergem bij Aalst naar het Assisenhof van Oost-Vlaanderen verwezen. Hubert Baeyens wordt beticht van moord op zijn 20-jarige dochter Carla en van moordpoging op Jean Van de Velde, een buurman van zijn dochter.
Het drama had zich voorgedaan te Aalst in de straat, waar de vrouw van Baeyens woonde met haar twee dochters. Onderwijzer Baeyens leefde gescheiden van zijn gezin. Hij had reeds verscheidene malen geprobeerd zijn kinderen bij hun moeder weg te halen. Op 16 januari 1979 kende een nieuwe poging om zijn kinderen te overhalen een fatale afloop.
Die avond had Hubert Baeyens een afspraak met zijn dochters in de buurt van de woning van zijn vrouw, Botermelkstraat te Aalst. Hij toonde zijn dochters een revolver en zei dat hij eens duidelijke afspraken zou maken met hun moeder.
Hij dwong zijn dochters dan hem te vergezellen naar de woning van de moeder. Eén van de dochters, de 20-jarige Carla, sloeg echter op de vlucht. Zij zocht haar toevlucht bij postbediende Jean Van de Velde, die buitengekomen was door het lawaai op straat.
Hubert Baeyens vuurde dan enkele malen vanop de stoep. Carla werd dodelijk getroffen in de longen en de zij. De h. Van de Velde werd vrij ernstig gewond aan de benen. Inmiddels was de andere dochter, Vera, bij een andere buurman gevlucht. Baeyens probeerde nog de woning van zijn vrouw binnen te dringen.
Hij trachtte het slot van de voordeur stuk te schieten, maar dat mislukte. Vervolgens vluchtte hij met zijn auto weg. Enkele uren later kon hij te Dambrugge aangehouden worden.
Baeyens verklaarde tijdens het onderzoek dat hij het moordwapen in een bar te Aalst van een onbekende gekocht had.
Bron: Gazet van Antwerpen | 13 November 1980
Onderwijzer uit Erpe-Mere schoot dochter dood
Meer dan twee jaar na de feiten, verschijnt maandag voor het Assisenhof van Oost-Vlaanderen onderwijzer Hubert Baeyens (53) uit Erpe-Mere, onder betichting van moord op zijn dochter Carla Baeyens (toen 20), en van moordpoging op Jean Van de Velde, een man die totaal toevallig bij de gebeurtenissen betrokken raakte.
Hubert Baeyens had uit zijn huwelijk met Willienne Winnepenninckx drie kinderen: Carla (geb. 1958), Dirk (geb. 1960) en Vera (geb. 1961). Na een reeks moeilijkheden van allerlei aard, besloten de echtgenoten in 1976 uit elkaar te gaan. De drie kinderen namen hun intrek op het adres van hun moeder, Botermelkstraat 122 in Aalst.
De vrouw vermeed angstvallig elke poging tot toenadering, maar belette niet dat de kinderen met hun vader contact hielden. Wanneer Hubert Baeyens een ontmoeting wou, schreef hij meestal een briefje met plaats en uur van de afspraak.
Zo was er voor 16 februari 1979 een gesprek gevraagd rond 19 u., in de buurt van de woning van de kinderen.
Aanvankelijk verliep het gesprek vriendelijk, maar plots haalde Hubert Baeyens een pistool boven, en dwong zijn dochters Carla en Vera hem te vergezellen naar hun moeder, om er een onderhoud te kunnen hebben. Toen een andere voetganger opdaagde, maakten de meisjes hiervan gebruik om hulp in te roepen. Een man uit de buurt, Jean Van de Velde, opende de deur en nodigde Carla uit binnen te lopen.
Hierop schoot Hubert Baeyens eerst de man een kogel in het been, en vuurde dan driemaal vanop korte afstand naar zijn vluchtende dochter. Hulp kon voor haar niet meer baten. Ten slotte nam hij met zijn wagen de vlucht, en werd dezelfde nacht rond 2.30 u. aangehouden in Dambrugge.
De debatten zullen geleid worden door raadsheer Marcel Laurens, bijgestaan door rechters Rita Van Peteghem en Christine Van de Putte. Substituut procureur-generaal Philippe Goeminne is openbaar aanklager, de burgerlijke partij wordt vertegenwoordigd door Mr. Christian Rasschaert. Hubert Baeyens wordt bijgestaan door Mrs. Piet Van Eeckhaut en John Bultinck.
Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Maart 1981
Niemand kan echt uitleggen waarom onderwijzer dochter neerschoot
Hoe broos moet het mechanisme zijn van de menselijke geest, dat een man van 50 zonder enig uiterlijk teken van aarzeling zijn dochter van 20 neerschiet? Een man bovendien die zichzelf, zowel voor zijn huishoudelijke als zijn professionele omgeving zo graag opdrong als het symbool van waardigheid en rechtvaardigheid.
Hoe dan ook, op 16 januari 1979 doodde onderwijzer Hubert Baeyens uit Ottergem zijn dochter Carla met drie schoten uit een pistool.
Twaalf Oost-Vlaamse juryleden zoeken sinds gisteren voor het Assisenhof naar de uiteindelijke schuld van deze schijnbaar zo hooghartige man. De gewelddadige dood van Carla Baeyens, in de avonduren van die strenge winterdag twee jaar geleden, is hoe dan ook het dramatisch eindpunt van de echtelijke moeilijkheden tussen de beklaagde en zijn vrouw, die feitelijk gescheiden leefden sedert half oktober 1976.
In tegenstelling met zijn echtgenote, bleef Hubert Baeyens permanent pogingen ondernemen om tot een verzoening te komen. Misschien wel tegen beter weten in. De moord op zijn dochter is een misdadige afrekening van een gefrustreerde afgewezen echtgenoot, die vanuit zijn ongenaakbaarheid dan maar besloten had in een soort tabula-rasa-sfeer wraak te nemen en daarvoor zelfs het leven van zijn oudste dochter wou offeren. Zo kan men summier de thesis van openbaar aanklager Geminne samenvatten, zoals die bleek uit de akte van beschuldiging.
Neen, stellen verdedigers Van Eeckhaut en Bultinck in hun akte van verdediging. Hubert Baeyens heeft nooit willen doden. De fatale seconden in de Botermelkstraat te Aalst moeten gezien worden als een uit de hand gelopen wanhoopsreactie van een koppig man, die kost wat kost de gezinseenheid wou herstellen. Steevast vasthoudend aan het beeld van mens en maatschappij dat hijzelf erop nahield, over alle andere feitelijke omstandigheden heen.
Het huwelijk van Hubert Baeyens en Willienne Winnepenninckx of het huwelijk tussen de onderwijzer en de extraverte marktkramersdochter, is sedert het begin van 1957 wellicht nooit geweest beiden ervan verwacht hadden.
Voor hem zijn de rollen duidelijk verdeeld. De term “gezinshoofd” moet in de meest strikte zin geïnterpreteerd worden. Met alle pedagogische plichten ten overstaan van de kinderen, maar ook met alle kleine en grote voorrechten als man, echtgenoot en onderwijzer.
Dat Willienne Winnepenninckx zeer vroeg in het huwelijk haar ouders bleef helpen in hun handelszaak, was in het door haar man ontworpen en gekoesterd beeld zeker niet de gedragsregel. Er was ook wat wrevel over financiële aangelegenheden met zijn schoonouders, maar dat bleef allemaal binnen de perken.
De echte grote moeilijkheden, die stilaan maar onafwendbaar naar de crisis in en naar het einde van het huwelijk zullen leiden, groeien rond de opvoeding van de groter wordende kinderen.
“Mijnheer de voorzitter”, zei Hubert Baeyens gisterennamiddag tijdens de ondervraging door voorzitter Marcel Laurens, “het gaat niet over de gezelligheid, die er volgens u door mijn optreden bij ons niet zou geweest zijn. Het gaat wel over het feit dat mijn vrouw en ik over deze opvoeding vaak een andere mening hadden, en dat zij bovendien nooit overleg bereid was.”
En dat was erg voor het schema dat “pater familias” Hubert Baeyens aan zijn gezin had willen opleggen. Hij bepaalde immers het huishoudelijk reilen en zeilen. Dus geen andere meningen. En indien er toch iets scheef liep, dan moest alles binnenskamers geregeld worden. Geen pottenkijkers. niemand mocht weten hoe ten huize Baeyens-Winnepenninekx de zaken ervoor stonden. De inbreuk op deze code is de onmiddellijke aanleiding tot de feiten van 16 januari 1979.
Na een reeks kleinere en grotere moeilijkheden tussen de beklaagde en zijn vrouw - waarbij vooral de dochter Carla haar moeder volgt wanneer deze voor een korte periode het huis verlaat - volgde op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen, 10 oktober 1976, de definitieve breuk. Voor het eerst vielen er werkelijk harde klappen en de vrouw verliet de echtelijke woning te Ottergem, nam haar intrek in de Botermelkstraat te Aalst en werd korte tijd nadien gevolgd door de kinderen Carla (geb. 1958), Dirk (geb. 1960) en Vera (geb. 1961).
“Nooit heb ik er rekening mee gehouden”, aldus Hubert Baeyens ter zitting, “dat ik werkelijk alleen zou achterblijven. Zij had voordien ook nog gezegd dat de scheiding definitief was, en het liep telkens anders uit. Daarom bleef ik voor een verzoening ijveren, twee jaar lang. Daarom ook heb ik bij het gesprek met mijn dochters Carla en Vera het pistool als argument gebruikt. Omdat ik een familiaal gesprek wou en het geweigerd werd.”
Hubert Baeyens kocht inderdaad in augustus 1978 van een bevriend herbergier een pistool, dat hem vanuit Brussel door een “specialist” geleverd werd. Voor de openbare aanklager een aanwijzing voor de voorbedachtheid. “Ik weet niet precies waarom ik het kocht”, zei Hubert Baeyens zelf, “maar in een normaal gezinsleven zou ik het nooit gedaan hebben.”
Nochtans werd hem door alle gezinsleden duidelijk gemaakt dat niemand zin had in een hereniging van de familie. Ook na het ellendig hoofdstuk van een later ingetrokken klacht tegen hem wegens zedenfeiten, die zelfs tot een aanhouding leidde en waarvoor veel later de vrijspraak volgde, trok Hubert Baeyens de conclusie niet dat alles gedaan was.
Op 16 januari 1979 nodigde hij zijn dochter Carla en Vera uit voor een gesprek. Aanvankelijk verliep alles normaal, maar plots trok hij het pistool en dwong de doodsbange meisjes hem voor te gaan naar het huis van hun moeder. Maar het scenario klopte niet, want er volgde een ontmoeting met een toevallige voorbijganger, waardoor zij om hulp begonnen te roepen en de hele buurt alarmeerden.
Eerst schoot Hubert Baeyens naar een buurman die Carla beschermde, onmiddellijk daarop werd de in een woning vluchtende dochter op slag gedood door drie kogels uit het pistool van haar vader.
Waarom? De stellingen van openbaar aanklager en verdediging staan lijnrecht tegenover elkaar. En Hubert Baeyens zelf? Deze eerlijke, maar zo hautaine man heeft aan Hof en jury de uitleg niet kunnen geven. Niet willen geven, zullen zijn talrijke tegenstanders zeggen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Maart 1981
Inzicht te doden hamvraag van tweede procesdag
Heeft Hubert Baeyens op de gure winteravond van 16 januari 1979 zijn dochter Carla in koelen bloede gedood? Of werden de drie pistoolschoten helemaal niet afgevuurd met een dergelijk misdadige intentie?
Tijdens het getuigenverhoor gisteren in het Oost-Vlaams Assisenhof waren andere vragen heel wat minder belangrijk. Van ongemeen groot belang is in dit verband de zekerheid over de precieze plaats waar Hubert Baeyens stond toen hij naar zijn vluchtende dochter schoot.
Kan inderdaad aangetoond worden dat de beklaagde op het fatale moment niet in de gang stond van de woning van Jean Van de Velde, waar het slachtoffer een toevlucht had gezocht, dan moet men ook aannemen dat hij moeilijk kon mikken. En dan komt de stelling van het inzicht te doden toch wel op losse schroeven. In het andere geval ziet het er veel slechter uit voor Hubert Baeyens.
Vandaar dat openbaar ministerie en verdediging gisteren herhaaldelijk een discussie aangingen over enkele centimeters. Stond de man op straat, op de stoep of werkelijk in de gang? Ook bij de getuigen bleven de meningen verdeeld.
Bovendien heeft de andere dochter, Vera, de dramatische slotfase niet meegemaakt. Zij hoorde enkel schieten, want toen was ze reeds in het huis van een buurman gevlucht.
Gestrekte arm
Jean Van de Velde is niet alleen een belangrijk ooggetuige van het gebeuren, hij is ook een slachtoffer. Want hij werd door het eerste schot van Hubert Baeyens in het rechterscheenbeen getroffen.
“Net toen het TV-journaal zou beginnen, mijnheer de voorzitter, hoorde ik een ongewoon lawaai op straat. Ik zag vier personen, waarvan ik alleen Carla en Vera goed kende. De twee mannen waren Hubert Baeyens en Roger Bockstael, de voetganger waarbij Carla bescherming had gezocht.”
“Jean, help ons, hoorde ik roepen. Toen sprong Carla bij mij binnen. Ik moest me een beetje omdraaien om haar te laten passeren. Plots stond haar vader op de stoep, en schoot met gestrekte arm. Een eerste schot ging door mijn been onderaan, maar dat besefte ik eerst niet. Of er dan naar Carla echt werd gemikt, weet ik niet. Alles gebeurde heel vlug. Er werd hoe dan ook vanop zeer korte afstand gevuurd, zeker en vast was het onmogelijk om haar niet te treffen.”
Roger Bockstael, de man die vader en dochters Baeyens op straat ontmoette toen hij bij zijn ouders op bezoek wou gaan, is veel meer zelfzeker wat de plaats betreft vanwaar de dodelijke schoten vielen. “Indien Hubert Baeyens beweert dat hij niet in de gang van het huis van Jean Van de Velde is geweest, liegt hij, mijnheer de voorzitter.”
Wel bevestigde de getuige, op een vraag van de verdediging, dat hij beklaagde verscheidene malen hoorde roepen “dat hij niets zou doen”. Het was eveneens Roger Bockstael die het eerst bij Carla in de gang kwam en vermoedde dat het meisje dood was.
Hendrik De Wulf, stoere bink van 24, bracht gisteren ter zitting een verhaal over het gebeuren in de Aalsterse Botermelkstraat, zoals hij het graag had willen zien gebeuren. Vooral dan met een persoonlijke rol, die werkelijk aan het heldhaftige grensde. Zelfs de herhaaldelijke verwijzingen van een rustige voorzitter Marcel Laurens naar zijn vroegere verklaringen tijdens het onderzoek, brachten hem niet van zijn stuk.
Een ongewild komisch intermezzo eigenlijk.
Een hel
Met heel veel gespannen aandacht werd geluisterd naar wat Vera Baeyens vertelde, die haar zuster Carla op 16 januari 1979 vergezelde.
Haar relaas was zeer onbarmhartig voor Huber Baeyens, haar vader. Thuis was het een hel, zowel voor de moeder als voor de kinderen. Met de regelmaat van een klok vielen er voor iedereen klappen, vaak omwille van de meest banale aanleiding.
“Een voorbeeld, mijnheer de voorzitter. Een 7 op een rapport was automatisch een pak rammel. Het moest steeds 9 of 10 zijn, en minstens 8,5.”
Even formeel bleef ze bij haar versie dat op weg naar huis, met hun gewapende vader achter zich, duidelijke en net mis te verstane doodsbedreigingen werden geuit. “Als mama de deur niet opent, shciet ik U beiden neer.” Waarop Carla zou gerepliceerd hebben: “Vera is 17, ik 20, en we hebben geen zin om voor U het leven te laten.”
Verrassend sober ten slotte was het getuigenis van echtgenote Willienne Winnepenninekx. “Reeds na die weken huwelijk”, zei de vrouw, “kreeg ik slaag. En dat ik het zo lang heb willen verduren, was alleen omdat ik een huishouden bij elkaar wou hebben zoals iedereen. Maar na de grote scène van 10 oktober 1976 stond mijn besluit vast. Ik kon het leven met hem niet meer aan, ik wou alleen met de kinderen blijven. De ene keer dat ik hem nog ontmoet heb, was om hem dit persoonlijk te zeggen.”
En wat zei Hubert Baeyens zelf gisteren? Bitter weinig. Toen Vera sprak, zat hij met de handen voor de ogen. Blijkbaar voor hem de uiterste grens om zijn gevoelens in het openbaar de vrije loop te laten.
Bron: Gazet van Antwerpen | 1 April 1981
Psychiater laat van beklaagde geen spaander heel
De meeste aandacht ging woensdag in het Assisenhof van Gent naar het getuigenis van psychiater Dr. Jules De Wilde over Hubert Baeyens, de Ottergemse onderwijzer die op 16 januari 1979 zijn dochter Carla neerschoot. In iets meer dan een uur hing hij van beklaagde een beeld op, waarin geen moment plaats was voor clementie.
“Ik hou mijn hart vast”, zei de psychiater, toen hem door de voorzitter gevraagd werd naar de draagwijdte van de rancuneuze gevoelens ten overstaan van de overige gezinsleden, die de beklaagde nog altijd zou koesteren.
Wat de psychiater vooral was opgevallen, was het helder bewustzijn dat Hubert Baeyens gedurende de ganse wedersamenstelling had. Steeds poogde hij de eigen versie krachtdadig door te drukken, met een inzet die soms aan het agressieve grensde.
Even opvallend noemde getuige de breedsprakerigheid van de beschuldigde. Een kort relaas geven over een eenvoudig feit bleek onmogelijk. Maar men mag rustig aannemen dat de man zelf dit ziet als een middel om een rad voor de ogen te draaien. Want het gaat daarbij nooit om emotionele elementen.
Onverkwikkelijk
Is dit toch eens het geval, dan wordt zonder uitzondering de schuld naar anderen doorgeschoven. “Niet ik heb schuld aan de dood van Carla”, zei hij eens tijdens een van de gesprekken met de psychiater, “maar wel mijn echtgenote.”
Hubert Baeyens werd door getuige verder beschreven als een man met meer dan normale intellectuele mogelijkheden. Een van de meest typische kenmerken is wat de psychiater een “overwaardig zelfbeeld” noemde. Dit imago steunde dan op fysieke kracht, autoriteit, integriteit, status. Voor zijn relaties betekent dit in de praktijk dat hij onderdanig is tegenover meerderen, joviaal met gelijken en meedogenloos voor minderen.
“Nergens kan”, aldus steeds Dr. Jules De Wilde, “bij deze man een spoor van echte emotie aangetroffen worden. Over de dood van Carla demonstreerde hij een hevig verdriet, maar stiekem hield hij in de gaten welk effect dit optreden had. Een toch wel onverkwikkelijke scène”, vond de psychiater.
Andere “eigenschappen” van Hubert Baeyens op een rijtje, zoals ze door deze ademloos beluisterde deskundige keihard werden geformuleerd: eindeloos vitten over details, contactarm, gebrek aan psychische energie, fundamenteel oneerlijk, theatraal, blijvend rancuneus, onbekwaam tot echte diepgaande gevoelens.
Roddelpraat
Nochtans, zo beaamde Dr. Jules De Wilde op een vraag van verdediger Mr. Van Eeckhaut, denkt Hubert Baeyens zelf dat hij is zoals hij zich in oppervlakkige contacten voordoet: joviaal, plichtbewust, ernstig waar het moet.
Dezelfde raadsman kon de psychiater ook nog doen relativeren met het gezegde dat “Hubert Baeyens zichzelf niet gemaakt heeft”. Maar de slotbedenking van de getuige was dan weer onverbiddelijk: “Als psychiater heb ik gedurende vele jaren honderden mensen onderzocht, mijnheer de voorzitter, maar volgens mij is deze man werkelijk een “pièce unique”.”
De rest van de getuigenrij gisteren was minder negatief over Hubert Baeyens. Al kon het geheel dat moraliteitsgetuige Erwin Smekens van de gerechtelijke politie Aalst schetste, vanzelfsprekend het tegendeel niet aantonen van de uiteenzetting van Dr. Jules De Wilde. “Voor de beweringen van zwaar drinken heb ik geen formele bevestigingen kunnen krijgen”, zei deze getuige.
En over het slachtoffer Carla: “Ze was gedienstig, aangenaam in de omgang, ze werd overal graag gezien. De laatste maanden voor haar dood leefde ze echt naar haar huwelijk toe.”
Het vriendelijkst werd gisteren over de beklaagde gesproken door enkele onderwijsmensen en enkele bekenden uit Ottergem, die op verzoek van de verdediging waren opgeroepen.
“Misschien van de oude stempel, maar een goede collega en een toegewijde onderwijzer”, zei een directrice van een school waar Hubert Baeyens enkele jaren les gaf. “Het is niet altijd gemakkelijk in een volksschool, mijnheer de voorzitter.”
“We hoorden ook wel eens wat zeggen, maar met roddelpraat houden we ons niet bezig”, affirmeerde een Ottergemse bekende. “Het zal wel voor een zeer groot stuk oncontroleerbare roddel geweest zijn”, zei ook nog een vroegere onderwijscollega.
Vandaag worden de laatste getuigen gehoord en komen de burgerlijke partijen en de openbare aanklager aan het woord.
Bron: Gazet van Antwerpen | 2 April 1981
Hubert Baeyens dacht aan zelfmoord
Het heeft tot donderdag geduurd vooraleer Hubert Baeyens, voor het Oost-Vlaams Hof van Assisen gedagvaard wegens moord op zijn dochter Carla duidelijk laten blijken heeft dat ook hij dankbaar kan zijn. Zijn zuster Maria bracht hij in het openbaar hulde om wat zij voor hem deed, broer Frans kreeg een groet met de hand. Daarmee toonde deze zo moeilijk te benaderen man wat de solidariteit dan toch betekent in “de stam Baeyens”, zoals zijn broer alles onder één noemer wou brengen.
Maria Baeyens speelde gisteren geen verstoppertje. Zij stond en staat onvoorwaardelijk achter haar broer, wat ook over hem gezegd wordt en wat hij ook gedaan heeft. Voor haar staat het muurvast dat veel schuld voor het uiteenspatten van het huwelijk tussen Hubert Baeyens en Willienne Winnepenninekx bij de vrouw moet gezocht worden. Het verschil in intellectuele mogelijkheden, en dus in levensvisie, was te groot om tot een gelukte verhouding te kunnen leiden.
Het was echt niet altijd omwille van slagen dat Willienne het huis verliet. Soms was het ook gewoon omdat zij op het eigen niveau eens wou terugvallen.
Kinderen
Volgens Maria Baeyens waren de klachten van haar schoonzuster op zijn minst overdreven. Een typisch voorbeeld was toch wel het feit dat zij niet kwam opdagen op de plechtige communie van één van de kinderen, een belediging die Hubert Baeyens moeilijk kon verwerken.
Het staat volgens deze getuige wel vast dat Hubert Baeyens echt veel hield van zijn kinderen, en er ook in de praktijk veel voor deed. Om Carla te kunnen helpen bij haar middelbare studies bv., zag hij er niet tegen op om op eigen houtje avond na avond moderne wiskunde te studeren. Ook toen het gezin na oktober 1976 uit elkaar viel, bleef hij naar het wel en wee van Carla, Dirk en Vera informeren.
De klacht wegens zedenfeiten en de ganse nasleep ervan, maakten hem “zwaar depressief”. Toch bleef zijn eerste en enige bedoeling het gezin te herenigen. Hoewel ze voor de psychische lijdensweg van haar broer veel begrip opbracht, kan ze de feiten vanzelfsprekend niet goedkeuren. “Ik ben naar de rozenkrans geweest, om duidelijk aan te tonen hoezeer ik tegen zijn daad was.”
Stommiteit
Het is naar zijn broer Frans, verbonden aan de rijkswachtbrigade van 'sGravenwezel, dat Hubert Baeyens vrijwel onmiddellijk na de feiten telefoneerde met de mededeling dat “hij een stommiteit had gedaan, dat hij naar zijn Carla had geschoten en niet wist of ze gewond of dood was”.
Ter zitting legde Frans Baeyens er de nadruk op hoezeer het hem toen opgevallen was dat zijn broer bij dit gesprek weende, want dat deed hij uiterst zelden. Toen deze getuige, intussen zelf door collega's verwittigd over de ware toedracht van de schietpartij in de Botermelkstraat te Aalst, in een tweede telefonisch contact aan de beklaagde zei dat zijn dochter dood was. werd over zelfmoord gesproken: “Ze zullen mij wel ergens vinden in het water. Ik heb nooit enig kwaad willen doen aan de kinderen. Denk steeds daaraan.”
Het is ook met zijn broer dat Hubert Baeyens na oktober 1976 is blijven praten over een verzoening met vrouw en kinderen. “De vele keren dat hij bij mij kwam, werd in feite over niets anders gepraat. Na de geschiedenis met de zedenfeiten geloofde ik persoonlijk niet meer aan die mogelijkheid, maar hij blijkbaar wel.”
Op een vraag van de burgerlijke partij ontkende Frans Baeyens ten slotte dat hij druk had uitgeoefend op de meisjes Carla en Vera om hun klacht over zedenfeiten tegen hun vader in te trekken.
Gijzeling
Als slot van de donderdagzitting kwamen de raadslieden van de burgerlijke partijen aan bod. Namens echtgenote Willienne Winnepenninekx en de kinderen Dirk en Vera Baeyens, hing Mr. Christiaan Rasschaert eerst een beeld op van de mooie figuur die het slachtoffer Carla Baeyens was.
“Te weinig”, aldus deze pleiter, “wordt bij assisenprocessen aan het slachtoffer gedacht. In dit geval mag niet uit het oog verloren worden dat over Carla geen enkele negatieve verklaring werd afgelegd, ook niet door haar vader. Is een moord op een bloedeigen kind reeds een verschrikkelijke gebeurtenis, dan moet hier onderlijnd worden dat niets in de figuur van de amper 20-jarige dochter een motief kon vormen voor de feiten.”
“Want de feiten van 16 januari 1979 in de Aalsterse Botermelkstraat zijn uitermate zwaar. Het begon als een zorgvuldig voorvoorbereide gijzeling, die in de geest van Hubert Baeyens een vaste vorm kreeg toen hij de avond voordien het wapen klaarmaakte. Deze gijzeling verliep volgens een door Hubert Baeyens uitgedacht scenario, waarin ook het element voorbedachte rade om de gijzelaars te doden inbegrepen zat.”
“Er moet dus positief geantwoord worden op de vragen, zoals ze door de akte van beschuldiging worden aangebracht.”
Namens de toevallig gewonde Jean Van de Velde vroeg Mr. Vertommen dat het toegebrachte fysisch en psychisch leed zou kunnen vergoed worden. Ook de werkgever van Jean Van de Velde, de Regie der Posterijen, stelde zich burgerlijke partij daar er toch een volledige werkonbekwaamheid is geweest gedurende 155 dagen.
Vandaag komen openbaar ministerie en verdediging aan het woord. Het arrest wordt in de avonduren verwacht.
Bron: Gazet van Antwerpen | 3 April 1981
Zestien jaar voor Hubert Baeyens
Om twintig voor elf viel gisteren voor het Assisenhof van Gent het vonnis voor onderwijzer Hubert Baeyens die zijn bloedeigen dochter Carla (20) heeft neergeschoten. De man kreeg zestien jaar dwangarbeid. Voordien had de jury ruim twee uur beraadslaagd om Baeyens schuldig te bevinden aan moord.
Openbaar aanklager Philippe Geminne zei dat in het dagenlang proces één aspect nooit uit het oog mag worden verloren: Het gaat om een vader die zijn bloedeigen dochter van nauwelijks 20 jaar heeft neergeschoten.
Om welk motief? Het is verschrikkelijk in zijn eenvoud: dochter Carla bood weerstand aan het vaderlijk woord ze wou niet gehoorzamen. Om dit te kunnen begrijpen moet men vooraf nagaan welk figuur Hubert Baeyens is. Een man met een normale opvoeding, die op volwassen leeftijd op een dubbel vlak moeilijkheden ondervindt: professioneel en huishoudelijk.
Psychiater De Wilde, aldus de openbare aanklager, gaf de perfecte uitleg voor deze moeilijkheden. Tegenover zwakkeren is Hubert Baeyens meedogenloos. Baeyens legt steeds het accent op zijn verzoeningspogingen. Iedereen weet welk ideaal hulpmiddel hierbij een geladen pistool is. Beklaagde heeft de stellige bedoeling gehad dit wapen op de avond van 16 januari 1979 te gebruiken, anders waren alle bekende voorbereidingen totaal nutteloos.
Indien zijn dochters Carla en Vera niet zouden capituleren voor zijn bedreigingen, werd er geschoten. Bovendien blijkt hieruit de voorbedachtheid. Het inzicht te doden kan moeilijk geloochend worden, meende ten slotte de h. Goeminne. Als vanop een dergelijke korte afstand met een dergelijk wapen geschoten wordt, staan bij de schutter bij voorbaat de gevolgen vast.
Tederheid
Met grote moed heeft eerste verdediger Mr. Piet Van Eeckhaut dan gepoogd minstens enkele stenen af te breken van het somber gebouw, dat de laatste dagen rond Hubert Baeyens was opgetrokken.
Het is niet goed zich bij de besluitvorming te laten leiden door de uiterlijke schijn, die zeker niet in het voordeel is van de hautaine betweter, die Hubert Baeyens is en blijft. Een gruwelijke vergissing over zijn intenties is zeer goed mogelijk. Ten tweede moet een jury op haar hoede zijn voor onbewezen maar hardnekkige geruchten. En ook deze zijn talrijk. Ze worden aangebracht door mensen die de ondergang van beklaagde hebben gezworen.
De uitspraken over de gevaarlijkheid van Hubert Baeyens moeten volgens Mr. Van Eeckhaut sterk gerelativeerd worden. De feiten in de Aalsterse Botermarkstraat zijn niet voor herhaling vatbaar, het moet beschouwd worden als een unieke situatie. Als men dan toch over emoties spreekt, mag niet vergeten worden dat in het huwelijk van Hubert Baeyens en Willienne Winnepenninckx een wezenlijk bestanddeel ontbrak, en dat was tederheid. Zeker ook vanwege de vrouw.
Tweede verdediger Mr. John Bultinck zag het als zijn taak de volgens hem foutieve kwalificatie van de feiten van 16 januari 1979 aan te tonen. Dit betekent in de praktijk dat Hubert Baeyens door de Oost-Vlaamse jury niet schuldig mag geacht worden aan doodslag met voorbedachte rade op zijn dochter Carla, maar aan opzettelijke slagen en verwondingen zonder het oogmerk te doden, maar met de dood als gevolg.
Waaruit blijkt de voorbedachtheid bij de beschuldiging? Uit geen enkel element. Toch niet reeds uit de aankoop van het pistool, zoals door de openbare aanklager werd gesuggereerd. Talloos waren de ontmoetingen met zijn kinderen, nooit werd het gebruikt.
Waarom kocht hij het dan? Om zijn geschonden beeld van integere en sterke man op te kalefateren. Alleen daarom. Ook tijdens de droevige wandeling onder bedreiging, de avond van de feiten, speelde bij Hubert Baeyens nooit de idee van schieten door het hoofd. Wel van desnoods onder druk van een wapen een ontmoeting af te dwingen.
Het inzicht te doden? Dit wil concreet zeggen dat men bij het stellen van de daad alleen de dood wil. Geen ander gevolg. Het uitrafelen van de laatste seconden van het leven van Carla Baeyens kunnen inderdaad de illusie wekken dat Hubert Baeyens wetens en willens de dood van zijn dochter heeft gewild. Maar het is onjuist. Er vielen drie ongelooflijk snelle schoten, die hun vreselijk effect niet hebben gemist omdat het lichaam viel in een draaiende beweging. “Het hoofd bood zich aan”, verklaarde onderzoeksrechter Leo Tas, luguber maar precies.
De betichting van moordpoging op de toevallige aanwezige Jean Van de Velde is eigenlijk absurd. Daar ontbrak elke intentie. Alleen de kwalificatie onopzettelijke slagen met werkonbekwaamheid als gevolg is hier een ernstige formulering. In die optiek vroegen de verdedigers negatief te willen antwoorden op de vragen over moord en moordpoging, positief op deze over de slagen.
Het hof weigerde echter in verband met Carla de feiten te herkwalificeren als onopzettelijke slagen en verwondingen, zonder het doel te doden. Het verzoek om in verband met Jean Van de Velde geen moordpoging te weerhouden werd wel ingewilligd.
Bron: Gazet van Antwerpen | 4 April 1981