Walter Keyenberg was gedurende tien jaar tot aan zijn pensioen in 2009 verantwoordelijk voor de opleiding en rekrutering van kandidaat-politiemannen. Daarvoor stond hij twintig jaar aan het hoofd van de gerechtelijke identificatiedienst en zag hij het schaarse bendemateriaal passeren.
Keyenberg vertelde: "In die periode hadden wij een cartotheek met de vingerafdrukken van 250.000 tot 300.000 criminelen. Daarin zaten er een paar miljoen want een mens heeft tien vingers. Wel, die hebben we maanden na elkaar, de weekends incluis, met heel de dienst stuk voor stuk vergeleken met de fragmentarische vingersporen uit het Bendedossier. Elke verdachte en alle personen die aan de dactyloscopische verzameling werden toegevoegd, werden systematisch bekeken. De opzoekingen bleven negatief."
"Later werden de foto's van alle digitale sporen, via Interpol, naar diverse landen verzonden. Zonder resultaat, niets, nada. En nu het systeem gedigitaliseerd is, worden ze nog altijd vergeleken met de nieuwe vingerafdrukken van personen die toegevoegd worden aan de centrale databank."
"Maar in een dossier in Doornik hadden we een persoon geïdentificeerd op basis van zijn vingerafdrukken. Het misdrijf waarom het ging, stond op de lijst van bendefeiten. Wel, toen de dader via de Printrak-computer werd gevonden, werd de zaak geschrapt uit die 'bendelijst'." Keyenberg herinnerde zich niet om welk feit het ging.
Bron: Beetgenomen | Hilde Geens