1

(17 replies, posted in Algemeen)

Bossi wrote:

In het verleden heb ik het u al kenbaar gemaakt en doorverwezen. Ik ben dan ook onwetende wat er u zich van kan weerhouden om contact op te nemen met, vermoedelijk uw confrater, Mstr. Peter Callebaut. Over de onwettigheden inzake de overheveling van het dossier en de verjaringstermijnen ligt er voldoende documentatie en rechtspraak die ik ter beschikking heb gesteld. 

Verder kan ik vaststellen dat er onderzoeken die prioriteit vereisten, gewoon werden genegeerd.

Ook aanbevelingen als zijnde opdrachten vanwege de bendecommissie zijn nooit tot uitvoer gebracht. Geen haan die daarover nog kraaide. Al wat men niet tegenkomt in normale procedures en volgens het Gerechtelijk Wetboek, komt wel te voorschijn in gans het BVN onderzoek.

In één zaak de wet aanpassen inzake de verjaringstermijnen? Als ik me niet vergis heeft Armand Vandeplas ook zijn kritiek geuit op de onwettigheid inzake de overheveling van het dossier alsmede de onwettige verlenging van verjaringstermijnen inzake het dossier BVN.

Met alle respect, maar hebt u die arresten nu of niet ? Ik ga de heer Callebaut, inderdaad mijn confrater, hier hoegenaamd niet mee lastigvallen.

Ik blijf bij mijn standpunt dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in het arrest Coëme v. België duidelijk heeft geoordeeld dat een verlenging van verjaringstermijnen geen schending inhoudt. Ook het EU Hof van Justitie schijnt van mening te zijn dat dat de rechtspraak is van het EHRM. Ik verwijs naar de volgende overweging uit het arrest Taricco e.a.:

Deze conclusie vindt steun in de rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens betreffende artikel 7 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950, waarin rechten zijn vastgelegd die overeenkomen met de door artikel 49 van het Handvest gewaarborgde rechten. Volgens deze rechtspraak leiden de verlenging van de verjaringstermijn en de onmiddellijke toepassing ervan immers niet tot een aantasting van de bij artikel 7 van dit Verdrag gewaarborgde rechten, aangezien deze bepaling niet aldus kan worden uitgelegd dat zij aan een verlenging van de verjaringstermijnen in de weg staat wanneer de ten laste gelegde feiten nooit zijn verjaard [zie in die zin, EHRM, Coëme e.a./België, nr. 32492/96, nr. 32547/96, nr. 32548/96, nr. 33209/96 en nr. 33210/96, § 149, EHRM 2000-VII; Scoppola/Italië (nr. 2), nr. 10249/03, § 110 en aldaar aangehaalde rechtspraak, 17 september 2009, en OAO Neftyanaya Kompaniya Yukos/Rusland, nr. 14902/04, §§ 563, 564 en 570 en aldaar aangehaalde rechtspraak, 20 september 2011]. (HvJ 8 september 2015, C-105/14, ECLI:EU:C:2015:555, overweging 57)

In het door de forumlid Bossi geposte filmpje zegt advocaat Callebaut o.a. dat "men de regels van de wedstrijd niet mag veranderen tijdens de wedstrijd" (vrije parafrasering). Dat is m.i. onjuist. Het wordt algemeen aanvaard dat procedureregels onmiddellijk van toepassing zijn. Dat principe vinden we trouwens ook terug in het artikel 3 van het Gerechtelijk Wetboek ("De wetten op de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid en de rechtspleging zijn van toepassing op de hangende rechtsgedingen, zonder dat die worden onttrokken aan de instantie van het gerecht waarvoor zij op geldige wijze aanhangig zijn, en behoudens de uitzonderingen bij de wet bepaald.")

Ik citeer verder uit het gezaghebbende werk van Chris Van den Wyngaert, Steven Vandromme en Philip Traest:

Wetten waardoor de verjaring wordt gewijzigd of die ingrijpen in de regels betreffende de stuiting en schorsing worden geacht procedurewetten te zijn. Zij kunnen onmiddellijk worden toegepast, voor zover de verjaring nog niet werd bereikt krachtens de vroegere wet.

Vroeger werd aangenomen dat wetten i.v.m. de verjaring niet onmiddellijk konden worden toegepast omdat door de verlenging van de verjaringstermijn de positie van de verdachte wordt benadeeld en zijn "verworven rechten" worden aangetast. Terecht is erop gewezen dat deze zienswijze steunt op een fout uitgangspunt, ontleend aan het burgerlijk recht. Met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel komt de huidige rechtspraak alvast niet in aanvaring en evenmin met het EVRM. (Van den Wyngaert, C., Vandromme, S. en Traest, Ph., Strafrecht en strafprocesrecht. In hoofdlijnen, Oud-Turnhout / 's-Hertogenbosch, Gompel & Svacina, 2019, 867-868).

Het is daarnaast ook onjuist om te stellen dat de verjaringstermijnen werden verlengd in "één zaak". De verlengingen van de nieuwe verjaringstermijnen zijn algemeen geldend voor misdaden die strafbaar zijn gesteld met levenslange opsluiting (art. 21 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek der Strafvordering). Het staat nergens bepaald dat deze termijnen alleen gelden voor de aan de Bende van Nijvel toegeschreven feiten.

U zegt verder dat u documentatie en rechtspraak ter beschikking hebt gesteld i.v.m. de overheveling. Mag ik vragen waar, zodat ik deze ook kan bekijken ?

Ik ben trouwens niet thuis in de materie en ik heb dus geen enkel probleem om mijn ongelijk toe te geven mocht ik verkeerd zijn.

2

(17 replies, posted in Algemeen)

In de vorige posts zijn alvast voorbeelden te vinden van kwesties die in een dergelijk strafproces aan bod zouden kunnen komen. Ikzelf denk daar het volgende over:

robert wrote:

Volgens de advocaat van verschillende bende slachtoffers (P. Callebaut)  is het hele dossier al lang verjaard. De verlenging van de verjaringstermijn zou volgens verschillende advocaten zelfs niet wettelijk zijn. Als dit klopt mogen ze nog eender welk bewijs vinden tot een rechtszaak komt het niet meer dan.

Deze kwestie heb ik reeds verder proberen te onderzoeken en toe te lichten in het topic "Verjaring" in een post van 29 januari 2020. Samengevat meen ik dat de kwestie waar advocaat Callebaut op doelt geen probleem doet rijzen omdat de wetten die de verjaringstermijnen aanpassen dit probleem opvangen. Voor een meer uitgebreide bespreking met verwijzing naar rechtspraak en rechtsleer verwijs ik naar de bijdrage in het topic "Verjaring"

Bossi wrote:

Dat heb ik ook al verschillende malen geschreven over de verschillende onwettige verjaringstermijnen in één zaak. Het EHVRM heeft in het verleden al verschillende uitspraken daarover gedaan.

Kunt u verwijzen naar die uitspraken ? Zoals ik reeds eerder heb gezegd in een post in het topic "Verjaring" vond ik alleen deze uitspraak: EHRM 22 juni 2000, Coëme ea / België, nrs. 32492/96, 32547/96, 32548/96, 33209/96, 33210/96 (te vinden op de HUDOC-database van het EHRM. In dat arrest staat de volgende passage:

The extension of the limitation period brought about by the Law of 24 December 1993 and the immediate application of that statute by the Court of Cassation did, admittedly, prolong the period of time during which prosecutions could be brought in respect of the offences concerned, and they therefore detrimentally affected the applicants' situation, in particular by frustrating their expectations. However, this does not entail an infringement of the rights guaranteed by Article 7, since that provision cannot be interpreted as prohibiting an extension of limitation periods through the immediate application of a procedural law where the relevant offences have never become subject to limitation.

Bossi wrote:

De overheveling van het dossier is ook vatbaar voor discussie. Maar net zoals Mstr. Peter Callebaut zijn mening daarover is, heb ik in het verleden ook al geschreven dat deze overheveling een onwettige karakter heeft. Wederom in het voordeel van de verdedigende partijen en vooral voor de procedure pleiters.

Deze kwestie is aan bod zijn gekomen n.a.v. de tweede Bendecomissie. De verwijzingen naar de documenten van die commissie zijn oa terug te vinden in post 273 in het onderwerp "snelle vragen" (14 januari 2020). De twee professoren die zich bogen over de overheveling waren van mening dat die juridisch gesproken "normaal" verliep en lichtten dat toe met verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer. Kunt u uw tegenargumenten hier eventueel uiteenzetten ?

3

(17 replies, posted in Algemeen)

Ik kwam op het forum de volgende passage tegen van forumlid Bossi:

Bossi wrote:

Over het procedurele heb ik mijn visie al lang gegeven inzake de Bende van Nijvel. Men manipuleerde zodanig het gerechtelijk onderzoek dat er voldoende stof ter beschikking is voor, bijvoorbeeld, Mstr. Hans Rieder en gekend als procedurepleiter. Men hoeft maar even te verwijzen naar de 'opzettelijk' verdwenen en zeer belangrijke overtuigingsstukken. Of, de redelijke termijn van het gerechtelijk onderzoek.

Over een termijn van 35 jaar zijn er al enkele belangrijke verdachte vliegen gevallen. Nieuwe confrontaties in die zin zijn sowieso al niet meer mogelijk met derden die daarvoor in aanmerking komen. Het is immers de gedrevenheid van heel wat personen dat er nog werkzaamheden worden verricht rondom de bende. Alles in overweging genomen gedurende de 35 jaar van onderzoek, maak ik me geen illusies dat er nog een oplossing in de wacht komt op basis van veroordelingen.

Na 35 jaren van onderzoek, zouden de feiten dan na 36, 37, 38, 39 of 40 jaar nog enige houvast kunnen bieden om de daders definitief en sluitend te kennen? Ik betwijfel dit ten sterkste maar ook mijn gedrevenheid zet dit nog terzijde.

Een gerechtelijk onderzoek alwaar pv's opzettelijk zijn verdwenen en pv's die zich onmiskenbaar en ontegensprekelijk mekaar tegenspreken, overtuigingsstukken die onderworpen werden aan pres toestanden. Informatie dat nooit tot op heden is onderzocht. Laat ons eerlijk zijn over de rechtvaardigheid in een procedure dat verre van sluitend is op basis van ontbrekende vernietigde overtuigingsstukken. Het geheim van het onderzoek dat op allerlei wijze grondig met de voeten is getreden. Waar kunnen wij hier nog een aaneensluitende rechtvaardigheid vinden dat voordelen zouden moeten berokkenen aan de slachtoffers en nabestaanden?

Volgens mij is er op het forum tot nog toe geen aparte topic over deze kwestie: Wat is de kans dat op het einde van het gevoerde onderzoek een proces kan volgen dat leidt tot veroordelingen.

Ik kan mij althans voor een groot deel vinden in de hierboven geciteerde passage. Ik beschik uiteraard niet over het gehele dossier en het theoretisch is alles mogelijk, zoals de Bende die zichzelf collectief aangeeft. Maar, volgens mij, is het dossier intussen zo omvangrijk, zo mismeesterd geweest en zijn de feiten zo lang geleden, dat de kans groot is dat een eerlijk proces eenvoudigweg onmogelijk is geworden.

Er is reeds een proces gevoerd over enkele Bendefeiten van 1983 voor het Hof van Assisen te Bergen in 1988. In dat proces werden de beschuldigden,de zogenaamde Borains, vrijgesproken, juist omwille van (zware) fouten in het onderzoek. Daarover zei Jean Paul Moerman, destijds advocaat van Michel Cocu het volgende: "Je kon er de fouten en manipulaties bij pakken uit opscheppen" (zie het Boek Beetgenomen van Hilde Geens, pag. 13).

Ik vrees dat indien over het dossier nog een proces wordt gevoerd, de uitkomst wel eens heel gelijklopend zou kunnen zijn.

4

(240 replies, posted in Andere)

Bij het lezen van het genoemde artikel leest u alvast het volgende:

Als rechtstreeks belanghebbende wordt beschouwd : de inverdenkinggestelde, degene tegen wie de strafvordering is ingesteld in het kader van het gerechtelijk onderzoek, de verdachte, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij, de burgerlijke partij, degene die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd, evenals degenen die in hun rechten getreden zijn of die hen als lasthebber ad hoc, curator, voorlopig bewindvoerder, voogd of voogd ad hoc vertegenwoordigen.

In alle andere gevallen wordt de beslissing over het verlenen van inzage van het dossier of het verkrijgen van een afschrift ervan genomen door het openbaar ministerie, zelfs tijdens het gerechtelijk onderzoek.

Gezien de misdrijven van de Bende en het onderzoek ernaar steeds worden beschouwd als één geheel denk ik dat alle slachtoffers van de feiten dezelfde toegang hebben gekregen. Dat weet ik echter niet zeker.

Ik weet ook niet hoe hun toegang gemoduleerd en/of beperkt is.

5

(471 replies, posted in Bende Haemers)

Dat met "ex-collega's" door de schrijver ex-collega's van Haemers worden bedoeld is wat mij betreft niet voor andere interpretatie vatbaar.

Als met "ex-collega's" zou worden verwezen naar ex-collega's van de schrijver doet de volgende zin immers zeker mijn wenkbrauwen fronsen: "Aldus kwam Justitie aankloppen bij de Belgische Luchtmacht om te onderzoeken of de opdracht kon uitgevoerd worden". Een lezing alsof het om de ex-collega's van de kolonel gaat komt dus hierop neer: "omdat mensen uit het leger Haemers dood wilden, werd het leger ingeschakeld om hem over te vliegen". Dat is volgens mij niet wat de schrijver wenste te zeggen.

Om alle twijfel weg te nemen zou de schrijver zelf uiteraard best worden gecontacteerd.

6

(240 replies, posted in Andere)

Darty wrote:

Ex-minister Geens:

"Als er inderdaad manipulaties zouden zijnebeurd in het onderzoek, dan valt het niet uit te sluiten dat er ook andere zouden kunnen geweest zijn. Daarmee heb ik nog niet gezegd dat de politieke piste of de piste waarbij het van binnen het apparaat zelf zou zijn gekomen, dat dat de juiste is, want <sarcasme on> er zijn nog mensen die daar niet in geloven."

Hier heeft een goed verstaander minder dan een half woord nodig.

Kijk, als ik advocaat in België zou zijn en een cliënt-belanghebbende zou zich tot mij wenden met het verzoek in kortgeding, de Belgische staat (federaal parket) te verplichten om binnen 8 dagen na betekening van het toewijzend rechterlijk vonnis in kortgeding, het complete dossier van de Bende van Nijvel te overleggen, dus ook het dossier betreffende de  zaak-Vincx, bij gebreke waarvan de Belgische staat een dwangsom van € 10.000,- per dag verbeurt, in het geval zij die plicht geheel of gedeeltelijk verzaakt, dan zou ik daaraan gevolg geven, Daarbij zou het mij niet kunnen schelen dat dezen en genen mij en mijn cliënt voor gek verklaren, betichten van symboolpolitiek en wat dies meer zij.

Er moet een doorbraak komen!

Rechtstreeks belanghebbenden kunnen mits toestemming van de procureur of de onderzoeksrechter inzage krijgen in het dossier en er zelfs een afschrift van krijgen ingevolge artikel 21bis van het Wetboek van Strafvordering. Uit verschillende berichtgeving blijkt dat de slachtoffers die toegang ook hebben gekregen en afschriften hebben van (delen van?) het dossier. Beroepen tegen beslissingen in dat kader worden ingediend bij de Kamer van Inbeschuldigingstelling.

Voor zover zij inzage krijgen dienen zij echter ook het geheim van het onderzoek na te leven.

7

(240 replies, posted in Andere)

Darty wrote:

Laat ik, in commissie, u dan maar uit de droom helpen. Dit is wat ex-magistraat en ex-lid van Comité P, Walter de Smedt, heeft geschreven:

”De grootste disfuncties die door de parlementaire onderzoeken over om het even welk gerechtelijk onderzoek werden vastgesteld, gingen altijd over het achterhouden van informatie of over het niet delen of het coördineren ervan.

Daar gaat het eerder over het gedrag van de politiediensten onderling (politie - rijkswacht, parketten van andere arrondissementen, etc.) en niet ten aanzien van het publiek. De Tweede Bendecommissie heeft in haar verslag wel een hoofdstuk opgenomen over het informeren van het publiek (het voorlichtingsbeleid) (Verslag Tweede Bendecommissie (te vinden op het forum), pag. 48-51). Daarin lezen we dat de Commissie van mening was dat het publiek recht heeft op informatie en dat er in het Bendeonderzoek te weinig informatie is doorgestroomd naar het publiek. Echter, nergens wordt ook maar de indruk gewekt dat de Commissie van mening is dat het publiek rechtstreeks toegang zou moeten hebben tot het strafdossier of tot de opgemaakte pv's.

Darty wrote:

Het door het federaal parket niet delen van voor het publiek relevante informatie, is zelfs crimineel en ik blijf staan voor wat ik hier zeg. Dat bij het door het federaal parket te delen voor het publiek relevante informatie de privacy van levende personen NIET hoeft te worden geschonden, heb ik hiervoor reeds aangeduid. Tevens is daarbij het openbaar belang juist wel gediend, tenzij het wel best is dat met pappen en nathouden de doofpotten gesloten blijven.

Het niet delen van stukken uit het strafdossier is in overeenstemming met het wettelijke geheim van het onderzoek en kan niet als crimineel worden aangemerkt. De wet schrijft uitdrukkelijk voor dat het aan de procureur is om een belangenafweging te doen en indien hij dat wenst gegevens aan de pers bekend te maken. De wet is niet zo geformuleerd dat er een verplichting bestaat om zaken openbaar te maken indien de privacy van levende personen kan worden gegarandeerd.

8

(240 replies, posted in Andere)

Darty wrote:

Volgens mij blijkt uit uw woorden, waarvoor hartelijk dank, dat vrijgave van het strafdossier, niet onmogelijk is.

Voor zover ik (op zeer korte tijd en met beperkt bronnenonderzoek) kon nagaan, is dat niet expliciet verboden. Het opzet van mijn onderzoek en antwoord was echter beperkt, namelijk het weerleggen van de stelling dat het parket zou verplicht zijn om een dergelijke vrijgave te doen.

Het hangt in de eerste plaats af van wat het parket wenst te doen. Een algemene vrijgave van stukken uit een nog lopend dossier is echter volgens mij zeer ongebruikelijk en druist mijns inziens in tegen de geest van de principiële wettelijke geheimhouding. Om u een idee te geven, het is als burger zonder familieband of academisch oogmerk bijna niet mogelijk om de afgesloten dossiers i.v.m. de vervolging van de collaborateurs na Tweede Wereldoorlog in te kijken. Dergelijke dossiers worden wel beheerst door andere wetgeving en een andere circulaire maar het is een voorbeeld van de mate van geheimhouding van strafdossiers.

Darty wrote:

Ik had het ook over de doden - overleden getuigen/verdachten -,met inachtneming van de (privacy-)rechten van anderen. Bij vrijgave van strafdossiers, hoeven die rechten niet in het gedrang te komen.

In de Bendezaak komt het aanvoeren van het openbaar belang als reden om strafdossiers niet vrij te geven, mij voor als the mother of all fuck-ups. Het im- of expliciet inroepen van dat zogenaamde openbaar belang door politie en justitie, heeft juist in deze zaak gezorgd voor een gigantische berg stront en ellende.

Ik begrijp dat dat uw stelling was, maar de geheimhouding van het onderzoek vindt zijn grondslag niet, of toch slechts deels, in de (privacy-) rechten van verdachten, slachtoffers, getuigen, etc. De geheimhouding van het onderzoek heeft een autonome wettelijke grondslag, waarvan de ratio is gelegen in "het openbaar belang". De wetgever heeft een mogelijkheid geschapen tot (beperkte) openbaarmaking en die het aan de procureur laat om na een belangenafweging desgewenst over te gaan tot het bekendmaken van "gegevens".

De geheimhouding van het onderzoek is de regel en de uitzonderingen daarop, zijn slechts uitzonderingen. Ik denk verder dat er veel fouten zijn gebeurd in het onderzoek naar de Bende, maar het niet vrijgeven van het strafdossier beschouw ik niet als een dergelijke fout. Ik zeg niet dat de zaak misschien niet zou zijn opgelost als heel het dossier voor iedereen op straat lag, maar om van een fout te spreken die alles naar de vaantjes heeft geholpen, gaat me toch iets te ver.

9

(240 replies, posted in Andere)

Darty wrote:

In het kader van de oproep van het federaal parket om informatie te delen, welke informatie zou kunnen leiden tot de oplossing van de Benderaadsel, vroeg ik mij af in hoeverre daarbij de privacy van overleden personen moet worden geëerbiedigd.

Artikel 78 van de (Belgische) Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens: Iedere natuurlijke persoon heeft in verband met de verwerking van persoonsgegevens die op hem betrekking hebben, recht op bescherming van zijn fundamentele rechten en vrijheden, inzonderheid op de bescherming van zijn persoonsgegevens.

Aangezien een overleden persoon na zijn overlijden geen natuurlijk persoon meer is, zijn op hem of haar de rechten van artikel 78 - privacy-rechten -, niet van toepassing. Uiteraard hebben haar of zijn nabestaanden (natuurlijke personen) nog steeds recht op hun privacy. Dit betekent dat zij dat recht kunnen inroepen als publicatie van gegevens van of rondom de overledene inbreuk maakt (of dreigt te maken) op hun privacy.

Het feit dat overleden personen het recht op privacy komt te ontvallen is schitterend en had het federaal parket al lang geleden moeten doen besluiten over te gaan tot publicatie van informatie - volledige informatie - betreffende die overleden personen en hun gedragingen/verklaringen. Dit in het raam van het onderzoek naar de Bende van Nijvel, met inachtneming van de privacy-rechten van de nabestaanden, wier initialen zo nodig gebruikt hadden kunnen worden.

Laat ik het zo formuleren (het kan niet anders!): in naam van de Belgische staat, onthoudt het federaal parket op onrechtmatige, althans onnodige wijze - zonder plausibele redenen - de bevolking (zeer) relevante informatie met betrekking tot overleden getuigen en overleden verdachten, welke informatie zou kunnen leiden naar levende Bende-getuigen en -verdachten. Het vrijgeven van de gangen en verklaringen van die overleden getuigen/verdachten, zou een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van de Bendezaak.

Nader geconcretiseerd, in de ‘zaak Vincx’, die sinds 25-05-1987 draait om een dode, (dus) niet vervolgbare getuige of verdachte (Vincx), kan - moet! - het federaal-parket de processen-verbaal en eventuele andere informatie vrijgeven. Zo ook in de ‘zaak Bouhouche’, de ‘zaak Mendez’ en zo kan ik nog wel even doorgaan, alles met in achtneming van de privacywetgeving, wat mij niet bepaald als een onoverkomelijk probleem toeschijnt.

Bovenstaande is mijns inziens juridisch niet correct.

Allereerst, maar minder belangrijk, is dat artikel 78 van de Wet van 30 juli 2018  betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens volgens mij al niet van toepassing is op de politiediensten en het parket. Dat artikel staat in Titel 3 "De bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door andere overheden dan die bedoeld in titels 1 en 2", Ondertitel 1 "De bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten". Ik denk dat in dit kader eerder Titel 2 van de wet van belang is: "De bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door de bevoegde overheden met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid". Worden in artikel 26 aangemerkt als "bevoegde overheden": de politiediensten in de zin van artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politie gestructureerd op twee niveaus; de gerechtelijke overheden, te verstaan als de gemeenrechtelijke hoven en rechtbanken en het openbaar ministerie; de Dienst Enquêtes van het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten in het kader van zijn gerechtelijke opdrachten zoals bedoeld in artikel 16, 3e lid van de organieke wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse.

Ik zal er niet dieper op ingaan maar het artikel 78 is overgenomen van artikel 2 van de Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

De niet-verspreiding van de inhoud van het strafonderzoek vloeit echter niet voort uit de regelgeving i.v.m. privacy (zoals de vermelde wet, artikel 22 van de Grondwet, artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, etc.). De bescherming van het privéleven van verdachten, getuigen, slachtoffers, etc. is in dat opzicht niet relevant.

De geheimhouding van het strafdossier vindt zijn grondslag in het principiële geheime karakter van het vooronderzoek (artikel 28quinquies, § 1 (voor het opsporingsonderzoek) en artikel 57, § 1 (voor het gerechtelijk onderzoek) van het Wetboek van Strafvordering). Deze artikelen bepalen dat behoudens de wettelijke uitzonderingen het vooronderzoek geheim is. Verder lezen we in die artikelen: "Eenieder die beroepshalve zijn medewerking dient te verlenen aan het gerechtelijk onderzoek is tot geheimhouding verplicht. Hij die dit geheim schendt, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek." Artikel 458 behelst het algemene beroepsgeheim, tarief voor inbreuk: gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en een geldboete van honderd euro tot duizend euro of een van die straffen alleen.

Deze specifieke wettelijke grondslag bestaat pas sinds 1998 (Wet Franchimont. Het geheim van het onderzoek was echter daarvoor ook al erkend als een algemeen kenmerk van het strafonderzoek. Daarvoor werd o.a. verwezen naar het algemene beroepsgeheim van artikel 458 Sw.

De bescherming van het privéleven van de persoon van de verdachte is slechts een van de redenen van dit geheime karakter. Zo oordeelde het Hof van Cassatie reeds dat het geheime karakter bestaat "in het algemeen belang en in het belang van de publieke orde, met het oog op het beschermen van het vermoeden  van  onschuld, teneinde de repressie van inbreuken  te vergemakkelijken, wraakacties en represailles te vermijden, de waarheidsvinding te vergemakkelijken, de vrede en de eer van families te bewaren, alsook het beveiligen van de interne en externe veiligheid van de staat" (Cass. 12 juni 1913, Pas 1913, I, 323).

Blijkbaar is een wil om een schandaal- en sensatiezucht tegen te gaan ook een van de redenen (Franchimont, M., Jacobs, A., Masset, A., Manuel de procédure pénale, Brussel, Larcier, 2012, 447, zelf niet nagegaan). In deze voor het forum zeker relevant denk ik.

De mogelijkheid voor een procureur des Konings om hiervan af te wijken en informatie te bezorgen aan de pers staat in paragraaf 3 van die artikelen. Deze bepalen het volgende:

Art. 28quinquies, § 3: De procureur des Konings kan, indien het openbaar belang het vereist, aan de pers gegevens verstrekken. Hij waakt voor de inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de verdachte, het slachtoffer en derden, het privé-leven en de waardigheid van personen. Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de in het dossier genoemde personen niet vrijgegeven.

Artikel 57, §3: De procureur des Konings kan, met instemming van de onderzoeksrechter en indien het openbaar belang het vereist, aan de pers gegevens verstrekken. Hij waakt voor de inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de inverdenkinggestelde, het slachtoffer en derden, het privé-leven en de waardigheid van personen. Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de in het dossier genoemde personen niet vrijgegeven.

Ik wens de aandacht alvast te vestigen op het gebruik van het woord "kan" en niet "moet".

De wettelijke voorwaarden zijn verder ingevuld in de Gezamenlijke omzendbrief van 3 mei 1999 van de minister van Justitie en het College van procureurs-generaal betreffende de informatieverstrekking aan de pers door de gerechtelijke overheden en de politiediensten gedurende de fase van het vooronderzoek, COL 7/99. Daarin lezen we onder andere het volgende: "de omzendbrief beoogt een evenwichtige relatie tussen gerechtelijke autoriteiten en pers op het vlak van de informatieverstrekking. De opportuniteit van het verstrekken van informatie en de inhoud ervan moeten steeds beoordeeld worden in functie van het algemeen belang. Dit algemeen belang moet de resultante zijn van een afweging, noodzakelijkerwijs door het parket, van de belangen van een behoorlijke rechtsbedeling en de belangen van een goede informatiedoorstroming."

De procureur kán bepaalde gegevens verstrekken indien het openbaar belang dat vereist (en met instemming van de onderzoeksrechter in het geval van een gerechtelijk onderzoek). Of het openbaar belang dat vereist en of hij dat doet is zijn keuze die hij doet na een afweging van de belangen. Er bestaat geenszins enige plicht om informatie te verspreiden.

Uit het lezen van de omzendbrief blijkt ook dat het eerder de bedoeling is om persconferenties te organiseren of bepaalde beperkte informatie te bezorgen. Het staat er nergens uitdrukkelijk maar het is mijns inziens niet de bedoeling om processen-verbaal of zelfs gehele strafdossiers openbaar te maken.

Burgers hebben hoegenaamd geen subjectief recht op (delen van) een strafdossier. Het federaal parket is geheel gerechtigd om de informatie die zij bezit in het kader van het strafonderzoek geheim te houden. Het principe van het geheim van het onderzoek impliceert dat geheimhouding de regel is en openbaarmaking de uitzondering.

10

(557 replies, posted in Bende De Staerke)

De inhoud van verschillende brieven die De Staerke heeft geschreven staat in de bijlagen bij het verslag van de tweede Bendecommissie, beschikbaar onder het luik "documentatie" onder dit forum.

In die bijlagen wordt trouwens ook verder ingegaan op de inhoud en de waarde die daaraan moet worden gehecht volgens verschillende personen. Zo geloofde bijvoorbeeld Troch weinig van wat De Staerke allemaal schreef. Ook de speurders die De Staerke verhoorden kwamen tot de vaststelling dat hij verder geen enkel detail gaf. De Staerke wilde gewoon de zaak forceren om voor het Hof van Assisen te komen.

Ik verwijs naar Bijlage III, "een dossier-analyse van vier pijnpunten", pag. 227 en volgenden en Bijlage V, "Een nadere analyse van enkele controversiële kwesties aan de hand van getuigen verhoren en aanvullende onderzoeken", pag. 113 en volgenden.

Meer algemeen heb ik de indruk dat de verslagen van beide bendecommissies eigenlijk tot de minder bekende lectuur over de Bende behoren. Dat terwijl deze een schat aan informatie bezitten, incl. verklaringen van speurders, magistraten en dergelijke. Verschillende kwesties over het onderzoek (bijvoorbeeld de "bekentenissen" van De Staerke of de gang van zaken i.v.m. de overheveling van Dendermonde naar Charleroi) staan er uitvoerig in beschreven en worden toegelicht en geanalyseerd door deskundigen.

Het is eenvoudigweg verplichte lectuur voor zij die zich op een serieuze wijze met de Bende willen bezighouden. Een warme oproep aan allen om de verslagen en bijlagen te lezen alsof het een boek was van uw favoriete (Bende)auteur en daarna te gebruiken als naslagwerk.