11

't Is een hoop lectuur, maar hieronder het uiterst interessante verhaal van PIO uit het verslag van de Gladiocommissie:

Het Public Information Office (PIO)

1. Oorsprong

Op het einde van de jaren zestig werd de behoefte aangevoeld om de "militaire werkelijkheid" beter te leren kennen. De tijd droeg de stempel van "mei 1968", de contestatie van de gevestigde orde en de Vietnam-oorlog. Vandaar een odium dat algemeen werd geworpen op al wat militair was. In die context ontstond de idee van militaire conferenciers - die weldra de benaming van Speakers’ Bureau zou krijgen.

Het was de bedoeling een aantal militairen aan te trekken onder wie sommigen via het Centre Psychologique Militaire (C. Psy. M.) waren gepasseerd. De militairen werden onder meer om hun redenaarstalent uitgekozen. Zij moesten vertrouwd zijn met de diverse aspecten van de communicatie. Ze stonden in nauw contact met bepaalde journalisten. Het doel was ze het standpunt van het leger te laten uitdragen naar aanleiding van lezingen, debatten, ontmoetingen met bijvoorbeeld middelbare scholieren. Het initiatief kreeg de steun van de SGR en de SDRA.

In 1973 zouden een aantal verantwoordelijken binnen het leger tot de bevinding komen dat er dringend wat moest gedaan worden aan de verdediging van het leger tegen de subversieve actie die door sommige massa-media werd gevoerd. Het komt erop aan niet alleen buiten het leger te ageren (naar de openbare opinie en ook naar de toekomstige dienstplichtigen toe), maar ook binnen het leger zelf (om te vermijden dat de geesten door invloed van de subversie zouden worden aangetast). In 1974 werd dan een organisatie opgericht die later de benaming Public Information Office kreeg en afhing van de generale staf van de Landmacht.

2. Historisch overzicht

De leiding van het PIO wordt toevertrouwd aan majoor Bougerol, die bekend stond als militair conferencier en een in de debatten geducht verwoorden van de antisubversieve gedachte.

Er waren twee takken - een militaire en een burgerlijke - binnen het WNP.

De militaire branche omvatte de conferenciers, maar ook een actiegroep met als voornaamste opdracht de contramine in een aantal vergaderingen te vertolken. PIO deed dus daadwerkelijk aan activisme: georganiseerde sabotage van conferenties, infiltratie en gebruik van verenigingen en groepen die a priori geacht werden de stellingen van het leger gunstig gestemd te zijn: NEM Club, CEPIC, maar ook de Confrérie des Hospitaliers de Notre-Dame d’Aulne, de Ordre Souverain et Militaire du Temple de Jérusalem, de Milice de Jésus-Christ bijvoorbeeld, drie genootschappen die vooral uitstraling kenden in de streek van Charleroi.

Soms werd van de leden van PIO verwacht dat zij aan de stemmingen zouden deelnemen in de vergaderingen van die organisaties, om een aantal personen in de minderheid terug te dringen. In andere gevallen werden colleges in de vorm van lezingen gehouden voor extreem-rechtse groeperingen (bijvoorbeeld Front de la Jeunesse). Een getuige, voormalig militair conferencier, heeft in een verklaring aan de voorzitter van de commissie de diverse activiteiten en maneuvers bevestigd.

Vanaf september 1977 publiceerde de burgerlijke branche een bulletin, INFOREP, een op anti-communisme en antisovjetisme toegespitst persoverzicht, met een oplage van ongeveer 200 exemplaren, bestemd voor de militaire conferenciers, en dat ook naar diverse diensten van het leger, de rijkswacht, de Staatsveiligheid en een aantal minsiterkabinetten werd gezonden.

Van het begin af heeft PIO ervoor gezorgd dat naast de antisubversie actie ook een dekmantel bestond voor het uitwerken van een opdracht van inlichtingenrecherche en contra-informatie. In verband met deze activiteiten maakte majoor Bougerol verscheidene reizen naar het buitenland, onder meer naar Taiwan (1976) waar er een school voor psychologische oorlogvoering bestaat, en Libanon (1979), maar ook naar Spanje, Ierland, Portugal, Italië, Nederland en Frankrijk, uiteraard zonder te spreken over de talrijke reizen naar Heidelberg.

In het kader van deze opdracht wist majoor Bougerol een heel netwerk uit te bouwen dat door de ingewijden de "Miller-groep" werd genoemd. Miller was overigens de schuilnaam die Bougerol gebruikte voor zijn bijdragen in de krant La Dernière Heure. "Anti-subversie"-teams werden samengesteld in verschillende groepen gespreid over een aantal streken (met name in Henegouwen). Een groep bestond uit een groepschef en een drietal leden. Elk van hen kreeg een codenummer toegewezen dat zij zouden gebruiken voor onderlingen contacten. In principe bestond er evenwel een strikt toe te passen compartimentering tussen de betrokken personen. 

In totaal waren er op 1 november 1978 bij de activiteiten van PIO 455 personen betrokken: militairen in actieve dienst, reserve-officieren en burgers.

De militaire branche was gevestigd in Evere, en later in een appartement in nr. 68 van de Oudergemlaan. [Google Maps] De burgerlijke branche had haar kantoor in nr. 5 van de Wetenschapstraat [Google Maps]. Het ministerie van Landsverdediging zou in die tijd een aantal uitgaven die met de activiteiten verband hielden, hebben gefinancierd; majoor Bougerol werd immers onvoorwaardelijk gesteund door luitenant-generaal Roman, stafchef van de Landmacht, de enige die goed op de hoogste was van de veelzijdige activiteiten van het PIO.

Maar van bij de oorsprong was ook de NV Promotion et Distributions Générales (PDG) betrokken bij de financiering van een aantal PIO-activiteiten, inzonderheid INFOREP en de militaire conferenciers. Sinds 1975 werden overigens ook de reiskosten terugbetaald aan majoor Bougerol. De vennootschap die was opgericht in 1971 had haar zetel in de Belliardstraat nr. 39. Zij stond onder leiding van J.M. Detournay en zou gecontroleerd geweest zijn door baron Benoît de Bonvoisin. Sinds de kapitaalverhoging in 1974 telde zij Libanezen onder haar voornaamste aandeelhouders.

In principe was het doel van PDG internationale industriële promotie en public relations in Afrika, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten. De vennootschap verzorgde ook de promotie en de commercialisering van een brandstofbesparingoctrooi, de SVB 3, eigendom van een Panamese vennootschap. In ruil voor die diensten kreeg PDG exemplaren van INFOREP die werden doorverkocht aan sympathiserende vennootschappen voor de prijs van 60.000 frank per abonnement. IN 1978 waren er negen abonnementen. Majoor Bougerol heeft in commissie nochtans verklaard niets af te weten van de financiële middelen van INFOREP.

Het probleem voor de militairen die in de Ougergemlaan vergaderden, was te weten of zij door hun chefs gedekt werden. Volgens een verklaring werd dan ook een vergadering belegd in het kabinet van de Minister van Landsverdediging, bijgewoond door minister Vanden Boeynants, een aantal van zijn medewerkers en baron de Bonvoisin. Van dan af was voor iedereen duidelijk dat zij in opdracht werkten.

3. Relaties met SGR, SDRA en Staatsveiligheid

Volgens de verantwoordelijke overheid is majoor Bougerol nooit lid geweest van de SGR of van SDRA. De majoor beweert wel een paar maanden, in 1974-1975, over een bureau beschikt te hebben bij de SDRA, maar zonder tot de dienst te behoren. Dit wordt door de huidige chef van SGR ontkend. Ontegensprekelijk lijkt echter wel dat leden van SGR en SDRA op permanente wijze nauw met het PIO hebben samengewerkt, en dat die relaties verder reikten dan louter individuele contacten.

Dit was ook het geval voor commissaris Fagnart, burgerlijk lid van de dienst militaire veiligheid van SDRA (sectie anti-inmenging), die in 1983 overleed. De leden van het PIO handelden meestal met hem. In feite was Fagnart belast om in naam van SDRA de groep te volgen en in het oog te houden. SDRA vroeg ook aan de militairen van het PIO om verslag uit te brengen.

Dit was het geval met commandant Dery, inlichtingenofficier (analyse) van SGR, die van in het begin deel uitmaakte van de militaire branche van PIO. Overigens heeft SGR in september 1974 een als "geheim" geklasseerd signalementskaart opgesteld naar aanleiding van de bevordering van commandant Bougerol tot graad van majoor. De nota vermeldt dat de promotie, wegens de rol die voor Bougerol was weggelegd, uitermate wenselijk was.

Bovendien waren de heren Fagnart en Dery, samen met nog andere leden van het PIO, aangesloten bij dezelfde ridderorden in de streek van Charleroi, zodat, buiten de kantooruren om, de persoonlijke banden nog nauwer werden aangehaald.

In de loop van de bovenvermelde vergadering op het kabinet hebben de leden van het PIO, die bezorgd waren om hun veiligheid, bescherming gevraagd. Na dit verzoek kregen zij van SGR en SDRA toestemming om een wapen te dragen.

En tenslotte heeft commissaris Victor Massart, van de Staatsveiligheid, majoor Bougerol vanaf de zomer van 1977 in de uitoefening van zijn ambt geregeld ontmoet.

4. Het einde van PIO

In de laatste weken van 1978 werd besloten het militaire PIO te ontbinden. Begin 1979 was de ontbinding een feit.

Er zijn blijkbaar verscheidende redenen die sommige militaire gezagsdragers aangezet hebben om de verwijdering van majoor Bougerol aan te bevelen. Niet alleen werd hem indiscretie verweten en het feit dat hij onmogelijk de clandestiniteit kon vrijwaren, maar maakte men zich ongerust over zijn financiële afhankelijkheid van de "actiedienst van de Minister van Landsverdediging", en dus van een politicus wiens toekomst per definitie onzeker is. De uitgewerkte structuur ontving een steun van 600.000 frank per maand en in de laatste maanden van 1978 was de schuld t.a.v. de "Groep Miller" opgelopen tot iets meer dan twee miljoen.

En aangezien bovendien de vrees bestond dat, in geval van problemen, de gewone partners van Bougerol, maar met banden die onduidelijk waren, namelijk de Staatsveiligheid, de Rijkswacht en de "Brigade d’Investigation Criminelle" (vermoedelijk het Bestuur voor Criminele Informatie), de man zouden laten vallen of hem zelfs met beschuldigingen overladen, was er een bijkomende reden om een sector te herstructureren die duidelijk minder en minder van het militaire gezag afhankelijk was, alleszins wat het aspect inlichtingen en contra-informatie van zijn activiteiten betrof.

Een kopie van een met de hand geschreven brief, niet ondertekend en niet gedateerd, door zijn vriend commissaris Fagnart, die kort na diens overlijden in zijn bureau werd gevonden, en die ontegensprekelijk gericht was aan Bougerol, bevestigt de kritieken van de hooggeplaatste legerofficieren. De brief werd vermoedelijk in 1978-1979 geschreven en moet gezien worden als een vriendschappelijke vingerwijzing aan het adres van Bougerol:

"Soms moet je even kunnen verpozen langs de weg, om te bezinnen, te weten waar je staat. En ik denk dat je daar aan toe bent. Ook al neem je me dat niet in dank af, toch ben ik aan onze vriendschap verplicht dit te stellen".

In dat document overloopt Fagnart vervolgd de tekortkomingen die door Bougerol uitgewerkte organisatie vertoont:

"4. Ik zal niet lang stilstaan bij de zwakke punten van je harnas. Je kent die beter dan ikzelf.

Een beetje lukraak, toch volgende punten:

a. de discretie van je "netwerk" laat te wensen over (al dan niet door jouw verantwoordelijkheid);
b. de infiltratie van dat netwerk is niet gewoon iets wat mogelijk is. Ze is waarschijnlijk of zelfs al een feit;
c. je gaat je boekje te buiten. En reageer niet verontwaardigd. Ik kan je voorbeelden aanhalen;

  • hoe dacht je, je rol te kunnen verantwoorden in occasionele opdrachten van mensen die naar Zaïre of elders gaan?

  • Ben je wel zeker dat al wat je vraagt aan je contactpersonen strikt verantwoord kan worden in het kader van je activiteiten?

d. hoe zien je contactpersonen in de officiële diensten je (rijkswacht, Staatsveiligheid, enz.) en welke rol denken ze dat zij speelt?

Ik heb niet de indruk dat ik je moet overtuigen!

5. We zouden het gevaar ook nog anders kunnen voorstellen:

a. stel dat er een "loodgieter" komt werken in de Oudergemlaan of misschien in de Belliardstraat,
b. stel dat een aantal boodschappen of telefoongesprekken worden ondervangen,
c. stel dat wat je vertelt in "geheime" vergaderingen in de openbaarheid komt,
d. stel dat er een lek is in de zaken van Saoud, Formosa, Spanje of het Verenigd Koninkrijk,

evenzoveel mogelijkheden die je zou moeten "overwegen".

Het is uitgesloten dat je een verklaring geeft in het kader van je officiële opdrachten (PIO of andere).

6. Natuurlijk weet ik ook dat indien je geen risico wil lopen, je een efficiënt optreden kan vergeten. Maar ik wil je aanmanen die risico’s terug te brengen tot wat absoluut noodzakelijk is.

(Sorry voor de harde taal, maar dat is nu eenmaal het voorrecht en ook de plicht van de vriendschap.)

7. Wat gedaan?

a. terug vanuit het basisbeginsel werken: de strikte need to know zeker in die aangelegenheden die marginaal zijn ten aanzien van je officiële opdracht;
b. een onaanvechtbare verantwoording uitbouwen die op stevige wijze de link legt naar je officiële opdracht voor alle stappen;
c. en daarom die officiële opdracht herdefiniëren en ze steeds inroepen als dekmantel tegenover gelijk wie.

8. Laatste en helemaal "onwetenschappelijk" argument: ik voel aan dat het gevaar dreigt.

De bedoeling die Bougerol te kennen gaf om een persagentschap op te richten was blijkbaar doorslaggevend voor de militaire overheid, omdat zij beducht was voor de misnoegdheid van de pers en het onderzoek dat onvermijdelijk zou volgen. Hoe dan ook kreeg Bougerol in juni 1979 zijn mutatie naar de generale staf van Tervuren, bij de binnenlandse strijdkrachten. De dood van luitenant-generaal Roman, medio 1978, een van zijn beschermheren in het leger, heeft blijkbaar het krediet van majoor Bougerol ernstig aangetast.

5. De periode 1979-1981

  1. Het blijkt dat de generale staf van het leger na de ontbinding van PIO en de uitschakeling van majoor Bougerol geoordeeld heeft dat de militaire conferenciers en de actiegroep moesten blijven voortbestaan, voornamelijk samengesteld uit reserveofficieren, onder de als dekmantel fungerende centrale benaming van Bureau des conférenciers militaires.

  2. De verspreiding van INFOREP werd voortgezet, met nagenoeg hetzelfde secretariaat, maar nu uitsluitend dankzij de financiële steun van de vennootschap PDG dat het bulletin ofwel uitdeelde ofwel nog steeds verkocht tegen 60.000 frank per abonnement. Majoor Bougerol kwam nog af en toe langs in de Wetenschapstraat tot de toenemende inmenging van bron de Bonvoisin een vroegere medewerkster en spil van INFOREP noopte ontslag te nemen (maart 1980).

  3. Uit sommige verklaringen blijkt, hoewel hij zulks ontkent, dat majoor Bougerol zich nog - althans gedeeltelijk - bleef bezighouden met inlichtingen en contra-informatie. Alhoewel het PIO niet meer bestond bleef hij commissaris Massart van de Staatsveiligheid ontmoeten tot eind 1980 - deze laatste beweert dat hij niet afwist van het lot dat het PIO was beschoren wat onvermijdelijk tot vragen moet leiden voer de aard en de draagwijdte van de afschaffing van het PIO in 1978 - en hield hij ook contact met commissaris Fagnart, die verontrust was over de voortgezette activiteiten van Bougerol. Zijn bindingen met extreem-rechts (NEM club, Front de la Jeunesse) werden nog sterker. Hij onderhield daarnaast ook contacten met Libanezen die zelf banden hadden met de Falangisten.

De kantoren aan de Oudergemlaan werden zeker not tot in 1981 gebruikt.

Maar het meest frappante is zonder twijfel zijn aandeel in de poging, in samenwerking met de ambassade van Zaïre, om een dissident van dit lang, N’Sele, onder dwang te repatriëren (19 januari 1980). Bij dat optreden heeft Bougerol, die geen actieve rol zou hebben gespeeld, zich beroepen op zijn hoedanigheid van hoofdofficier om de betrokkene in het vliegtuig te doen stappen. Er werd aan SGR verslag uitgebracht, ook door Bougerol, naar zijn zeggen, maar nu blijkt dat betrokkene "geen tuchtrechtelijke of rechterlijke sanctie heeft opgelopen".

Geërgerd door het optreden van Bougerol, die zich als een ancien van de SDRA uitgaf en blijkbaar ook betrokken was - hoewel dat niet bewezen kan worden - bij de doorreis op Belgisch grondgebied van Eckehardt Weil, een extreem-rechts Duits terrorist, vroeg de nieuwe chef van SDRA in 1981 dat het veiligheidscertificaat van Bougerol zou worden ingetrokken. Er werd aan dit verzoek geen gevolg gegeven. In datzelfde jaar werd Bougerol echter wel naar een andere eenheid overgeplaatst voor hij een herstelverlof van verscheidene maanden aanvroeg (data na te trekken).

6. Slotopmerkingen

  1. Er blijft een waas hangen over de financieringsbronnen die Bougerol hebben ondersteund van 1979 af.

  2. Er is geen bewijs voor het bestaan van structurele band tussen de verschillende activiteiten van het PIO en de "Groep Miller" voor 1979, of na die datum, en SDRA VIII en STC/Mob.

  3. Er is geen bewijs voor een structurele band tussen PIO en het in sub B van dit hoofdstuk vermelde netwerk.

  4. Er is in de huidige stand van de informatie van de Commissie, geen bewijs voor het bestaan van enige structurele band tussen enerzijds het PIO en de "Groep Miller" en anderzijds de WNP, ook al heeft Bougerol soms Mercier ontmoet, van wie wordt gezegd dat hij lid was van de WNP, maar die dat ontkent, in de Confrérie des Hospitaliers de Notre-Dame d’Aulne en bij de Milice de Jésus-Christ.

In een verklaring werden daarentegen de banden van PIO met het Front de la Jeunesse en andere extreemrechtse organisaties onderstreept. Het is ook bekend dat vele leden van het Front de la Jeunesse elkaar in WNP hebben teruggevonden.

Bron: Verslag Gladiocommissie

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

12

Ik heb me nog niet rot gezocht naar het antwoord op de hier door mij te stellen volgende vraag: had het PIO, mede gelet op de kennelijke aard van zijn werkzaamheden, een wettelijke legitimatie? Zo neen, waarom niet?

Ik stel hier deze vragen, mede indachtig de ongetwijfeld vele boven- of buiten(grond)wettelijke escapades, die zich (in)direct onder de vlag van de rijkswacht hebben voorgedaan. Daarbij permitteer ik het mij om te stellen dat een aantal van die escapades een gebleken effectieve garantie vormt voor het bestaan van het geheim van de Bende van Nijvel, overigens zonder te willen beweren dat ik hier iets nieuws vertel.

Ik zou niet weten wie in Belgie antwoord op deze vraag zou kunnen geven. Terwijl ik deze zin schrijf schiet mij ineens te binnen dat ik de man ken die verantwoordelijk was voor personeelszaken. Geen idee of hij op dit moment nog in staat is daarop te antwoorden.

"Het is uitgesloten dat je een verklaring geeft in het kader van je officiële opdrachten (PIO of andere)."

Uit deze zin zou je twee zaken kunnen veronderstellen. Ten eerste dat PIO wel degelijk zijn officiële opdracht was en dus zeer waarschijnlijk wettelijke legitimatie had. (Daar zullen de juristen van VDB en het leger toch voor gezorgd hebben zou ik vermoeden. En wees maar zeker dat het leger in die tijd knappe juristen had).

Mijn besluit, indien de activiteiten van Bougerol geen wettelijke legimitatie hadden, had het leger hem moeten ontslaan. Dit is niet gebeurd, noch wat Bougerol betreft, noch wat zijn overste betreft. Noch wat de minister van Landsverdediging betreft. Ten tweede dat Bougerol heel wat dingen deed die buiten dat wettelijk kader vielen.

Stel dat PIO geen wettelijke legitimatie had, dan nog was hij wettelijk gedekt door zijn overste, niet? En die overste (luitenant-generaal Roman, stafchef van de landmacht) door de minister? Bij mijn weten is Bougerol niet voor de krijgsraad moeten verschijnen.

Het PIO was tenslotte geen clandestiene organisatie maar kreeg een locatie buiten de legergebouwen. Wees maar zeker dat dit heel bewust gedaan is. Het is alsof men op voorhand wou zeggen ... wij hebben er niets mee te maken. Voor mij was Bougerol de man die meer deed dan men van hem vroeg. Lees, het leger kon en mocht niet optreden gezien Bougerol eveneens dienst deed als de privé inlichtingendienst van VDB.

14

coconut, PIO van het leger, zoals ik denk over het detectivebureau ARI voor de rijkswacht. Een zijtakje, geleid door het duo Bouhouche & Beijer die wegens insubordinatie beleefd uit het korps werden verwijderd. M.a.w. een hulpje voor de rijkswacht voor zaken die het daglicht niet mochten zien (bv. materiele en logistieke hulp aan de Bende van Nijvel). Maar wel een firmaatje met een oversized wapen arsenaal en technische middelen, een soort "Rent a Gun"!

15

Ik denk dat PIO wel degelijk een clandestiene organisatie was.

Immers, het kon zeker niet zo zijn dat je in jouw hoedanigheid van rijkswachter uitdrukkelijk gebonden was aan de wet als het ging om de uitoefening van jouw politietaak, inhoudende opsporing van strafbare feiten en ordehandhaving, terwijl je in diezelfde hoedanigheid - jouw hoedanigheid van rijkswachter - als onderdeel van een kennelijke ad hoc-organisatie als PIO binnen de gelederen van de rijkswacht, diezelfde wet aan je laars kon lappen in - nog steeds! - het kader van de opsporing van strafbare feiten en ordehandhaving, wat anders als een ontsporing van de rechtsstaat kon worden gekwalificeerd.

Dat er van een dergelijke ontsporing sprake was, behoeft verder geen betoog, me dunkt.

In reactie op coconut: kijk, je mocht als rijkswacht allerlei afdelingen opzetten, een PIO bijvoorbeeld, daar hoefde niemand een wet voor te schrijven en te laten goedkeuren, maar die afdelingen, althans de rijkswachter die daar deel van uitmaakten, hadden zich wel aan de wet te houden als het aankwam op de uitvoering van de (wettelijke) taken van de rijkswacht. Bij die uitvoering is de wet met voeten getreden. Dat is de crux als je het mij vraagt.

Even voor de goede orde, de clandestiniteit van het PIO zat hem dus in de door de rijkswachters van dat bureau gepleegde onwetmatige of onrechtmatige daden en niet in het feit dat dat bureau in het leven was geroepen.

Het PIO was inderdaad een dekmantel voor allerlei onwetmatige activiteiten, daar bestaat niet de minste twijfel over. En ik vermoed dat Leo gelijk heeft wanneer hij het vergelijkt met ARI. Het grote verschil ligt hem in het feit dat Bougerol, die het PIO leidde, niet uit het leger gezet was. Een ander verschilpunt was dat ARI geleid werd door burgers die rijkswachters voor hen liet bijklussen terwijl PIO van het leger was maar een "burgercomponent" had.

Indien de band met extreem rechts als onvoldoende beschouwd werd of is hadden wij een getuige, een kolonel, aan wie gevraagd werd mee te doen aan wat later de Bende van Nijvel zou worden genoemd. Alleen God weet wat de cel met deze getuigenis gedaan heeft. Het is via hem dat wij een betere kijk op die dingen kregen. En op de persoonlijkheid en de activiteiten van Bougerol. Met activiteiten van Bougerol bedoel ik zijn activiteiten binnen het leger. De man had geen zicht op andere feiten aangezien hij geweigerd had mee te doen met die activiteiten. In ieder geval heeft hij ons genoeg verteld om enig inzicht te hebben over het opzet van PIO. Een vroegere hoofdgriffier van de rechtbank was getuige van dit gesprek.

Dus Darty, met "ontsporing van de rechtsstaat" zit je helemaal juist.

Martens, toen eerste minister zei er het volgende over (in zijn mémoires):

Veroordeeld tot rol van toeschouwer

Aan mijn opleiding en beroep als advocaat heb ik een bijzondere gevoeligheid overgehouden aan alles wat verkeerd loopt in het politionele en justitiële apparaat. Veiligheid en rechtszekerheid beschouw ik als de meest cruciale diensten die een fatsoenlijke democratie aan haar burgers moet verlenen. Dat er tijdens mijn premierschap op dat terrein heel wat ontspoorde, heeft mij sterk aangegrepen. Ik herkende mij in het onbegrip en de collectieve angst die zich van de bevolking meester maakten.
Iemand heeft ooit geschreven " Politici zijn zo (on)machtig als ze zelf willen.

Hetgeen hieronder staat is eigenlijk exact wat de kolonel ons vertelde, het "nadenken" over een soort van staatsgreep begon bij het leger na de grote stakingen. Hij benadrukte dat het niet ging over de eerste mislukte staatsgreep in de jaren 70.

"De moorden gebeurden ook steeds tijdens kritieke fasen van de Belgische en internationale geschiedenis: de koude oorlog en de jacht op communisten, de onafhankelijkheid van de kolonie Congo. De bende van Nijvel, begin jaren ’80 actief, kan men linken aan de periode van reactie tegen de toegenomen arbeidersstrijd in de jaren ’70 en ’80. Zoals in andere landen (Italië, Groot-Brittannië) overwoog toen een gedeelte van de heersende klasse een mogelijke staatsgreep om orde op zaken te stellen. De moorddadige activiteiten van de Bende pasten in een poging om een klimaat van angst te scheppen die autoritaire maatregelen en de beknotting van democratische vrijheden aanvaardbaar moesten maken bij de bredere publieke opinie. Dit heette in Italië ‘de strategie van de spanning."

Nog een klein détail en speciaal voor Darty, de kolonel betreurde het dat wij ons ooit afscheurden van de "hollanders".

In het begin van de jaren ‘80 had je inderdaad geüniformeerde militairen die volkomen onaangekondigd met een videocassette naar de aula’s van de unief kwamen. Die video toonde oefeningen van het Sovjet-leger of van het Warschaupact in het algemeen. Met een TV-beeldbuis van ocharme 35 cm breed waren die beelden niet echt indrukwekkend. Het promo-praatje dat ons moest werven voor het leger was dat ook niet.

Tegenwoordig heeft het leger ook een promo-team voor de Studiekeuze Informatie Dagen (SID-in). Die tonen veelal de humanitaire opdrachten van het leger. In de jaren 1980 was dat dus nog anders. Ik vraag mij nu af of die uniformen ook “conferenciers” waren, zoals in dit draadje besproken wordt. Op de overwegend pacifistische studenten maakten ze in ieder geval weinig indruk. Wie in het leger moest, wilde dat meestal zo snel mogelijk achter de rug hebben.

Mag ik weten aan welke universiteit dat was?

19

Dat er in wezen wel sprake was van een geslaagde (para-)militaire staatsgreep in België, onder andere de tot op heden onopgeloste Bendefeiten als gevolg hebbend, is naar mijn mening een stelling die vrij gemakkelijk stand kan houden.

Het PIO was een gevolg van een zonder al te veel gedoe doorvoerde staatsgreep binnen een op het oog democratisch bestel, zonder daaebij het gros van de zogenaamde hoeders daarvan - parlement, rechterlijke macht - al te zeer tegen de schenen te schoppen.

In dat kader maakte het helemaal niet uit of majoor Bougerol een rijkswachter of een militair was, aangezien de Rijkswacht en de vroegere Landmacht ook in de jaren 80 onder het ministerie van Defensie vielen. Aldus kon binnen de kolom Defensie naar hartelust geschakeld worden van Rijkswacht naar PIO als er een risico bestond dat de Rijkswacht in een bij haar onderhanden zujnde zaak buiten haar wettelijke bevoegdheden zou treden in het kader van haar opsporings- en ordehandhavingsactiviteiten. Als voorvechter van democratische normen en waarden was je in de aap gelogeerd, wetende dat de mannen van het PIO, in tegenstelling tot de Rijkswacht, geen processen-verbaal hoefden te schrijven, die later door zowel de staande als zittebnde rechterlijke macht tegen het liicht gehouden jonden worden. Dit was de dood in de pot, waardoor de Belgische rechtsstaat in de loden jaren 80 op tilt stond.

De grootste drugsbaronnen in de jaren 80 kon je aantreffen binnen de kolom Defensie. Dát was écht wel een schoolvoorbeeld van een met succes doorgevoerde staatsgreep, met als voordeel dat die voor de uitvoerders daarvan een veel geringer afbreukrisico kende dan in het geval van een klassieke (geweldadige) staatsgreep.

Onder anderen VDB en luitenant-generaal Beaurir (van de Rijkswacht) wisteb echt wel wat zij deden en hoe zij het deden. Deze boeven hebben op een grensoverschrijdende wijze de illusie van België als democratische staat hoog willen houden.

coconut wrote:

Mag ik weten aan welke universiteit dat was?

De K.U. Leuven. Maar ik herinner het mij niet als een “big deal”. Eerder als een nogal rare fait divers. Het was een periode waarin de MLB, de Marxistisch-Leninistische Bond nog ageerde met hun stencils, maar zij waren toen ook al meer folklore. Daarnaast was er ook de vredesbeweging, natuurlijk. En de aanslag op de Kredietbank op het Ladeuzeplein - door de CCC - heb ik ook “meegemaakt”.

Wat mijn interesse verklaart voor de maatschappelijke en politieke gebeurtenissen in die periode. Maar onze betogingen waren tegen de verhoging van het inschrijfgeld voor de unief. De contestatie was in mijn tijd al heel erg tam geworden.