In de lente van 1980 stonden drie leden van de bende terecht voor het Luikse assisenhof. Salvatore Follino werd in december 1983 veroordeeld voor het assisenhof van Turijn.
Italiaans gangstertrio naar Luiks Assisenhof
De Kamer van Inbeschuldigingstelling van Luik heeft onder voorzitterschap van M. Mouse drie bendeleden naar het Hof van Assisen verwezen wegens deelneming aan de gewapende overval op de juwelierszaak Desitter te Luik, waarbij de zoon en een bendelid gedood werden.
Het zijn Maurizio Turato (27) uit Turijn, die destijds samen met Somville, Van Oirbeek en Anthemus ontsnapte, Paola Veronesi (29) eveneens uit Turijn en Vincenzo Noto (33) uit Grâce-Hollogne.
Hold-up
Op 1 december 1977 rond 17u vielen twee gewapende bandieten, Luca Giacotto (33) uit Turijn en echtgenote Paola, en Salvatore Folino (22), ook uit Turijn, de juwelierszaak Desitter aan de rue de Dominicains 15 te Luik, binnen. waar zich op dat ogenblik Mw. De Sitter, verkoopsters en klanten bevonden. Terwijl één der bandieten de aanwezigen met zijn pistool in bedwong hield, haalde de andere het uitstalraam leeg.
Omdat zij verdachte geluiden hoorden, kwamen op dat ogenblik vader en zoon Desitter uit een aanpalende opslagplaats de winkel in, net op het ogenblik dat Mw. De Sitter van Giacotto een mep kreeg. Zoon André (26) loste een schot in de richting van de aanrander, die dodelijk werd gewond. De andere gangster, Folino, beantwoordde het vuur en verwondde op zijn beurt zoon André die zwaar getroffen neerzeeg.
Folino hielp daarop zijn gewonde makker te been, en sukkelde ermee naar hun wagen die een eindje verderop wachtte, met Turato aan het stuur. Een uur na de overval overleed zoon André Desitter in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Vrijwel op hetzelfde ogenblik verscheen daar Paola Veronesi met haar gewonde echtgenoot Luca Giacotto, die daar ook even later stierf.
Paola werd me leen gearresteerd en enkele uren later werd de wagen met Folino en Turato in Comblain-au-Pont door de rijkswacht onderschept. De twee werden aangehouden. Een week later ging Turato tot bekentenissen over en het onderzoek dat daarop volgde bracht een lange reeks overvallen aan het licht.
De laatste drie maanden van 1977 hadden de gangsters zeker niet stil gezeten. 7 september gewapende overval door Turato, Noto en zekere Rovina op een agentschap van CGER te Jemeppe-sur-Meuse met 120.000 fr. buit. 19 november gewapende overval door Turato en de overleden Giacotto op Distrimas-Carrefour te Rocourt met 424.000 fr. buit.
Voor rekening van Turato en Notto komen binnen de de genoemde periode vijf nachtelijke inbraken met vervreemding van één auto, juwelen, kleren fototoestellen en waardevolle voorwerpen.
Turato alleen komt in aanmerking voor het stelen van vier personenwagens, allerlei voorwerpen waaronder voornamelijk juwelen. Bovendien wordt hij ervan beschuldigd gebruik te hebben gemaakt van valse identiteitskaarten, valse rijbewijzen, illegale invoer en bezit van wapens. Samen met Veronesi moet hij zich ook nog verantwoorde voor het illegaal bezitten van geneesmiddelen die aIs drug geklasseerd staan.
Ontsnappingen
In de gevangenis bleken de gangsters al even actief. Op 29 augustus 1979 wist Turato uit de Saint-Leonard-gevangenis te ontsnappen, samen met het al even berucht stel Yvan Somville en Van Oirbeek, Anthemus en Walin. Op 26 november 1979 werd hij te Woluwe-Saint-Etienne, nabij Zaventem, weer bij de kraag gevat.
Op 2 augustus 1979 was het Folino die de vrijheid koos. Samen met de beruchte Luikenaar Albert Bernaets wist ook hij uit dezelfde gevangenis te ontsnappen. In de nacht van 18 op 19 januari laatstleden werd Folino in Turijn aangehouden.
Volgens bestaande overeenkomsten, zal hij in Italië gevonnist worden voor de in ons land bedreven misdaden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Maart 1980
Italiaanse gangsters voor Assisenhof van Luik: Voor overval, roof en doodslag
Dinsdag begint voor het Hof van Assisen van Luik het proces van de daders van de overval op de juwelierszaak Desitter, rue des Dominicains te Luik, in december 1977. Staan terecht de 28-jarige Maurizio Turato, een Italiaans impresario wonende Via Simal-Marina 17 te Turijn, en de 29-jarige Paola Veronesi, een Italiaanse bediende, wonende Monginevro 3 te Turijn.
Ze worden beschuldigd van diefstal met geweldpleging en bedreiging ten nadele van Charles Desiller met als bezwarende omstandigheid dat een vrijwillige doodslag werd gepleegd op André Desitter, en dit om de diefstal te vergemakkelijken of om ongestraft te blijven.
Bovendien staan ze terecht, samen met de 34-jarige Italiaan Vincenzo Noto, wonende rue Jules Destrée 10/5 te Grivegnée, voor een reeks misdaden die in België werden gepleegd in de periode van 4 september tot december 1977, ondermeer diefstal van auto's, juwelen, geld en voor twee overvallen: de overval op een agentschap van de ASLK te Jemeppe-sur-Meuse op 7 september 1977 (buit 1.120.633 fr.) en voor de overval gepleegd op 19 november Distribas-Carrefour te Rocourt (buit 424.100 fr.).
Bovendien wordt Turato vervolgd voor valsheid in geschrifte, wapenbezit en bezit van verdovende middelen.
Overval
Op 1 december 1977, omstreeks 18 uur, stappen twee gewapende mannen, Lucas Giacotto en Salvatore Folino, in de juwelierszaak binnen. Terwijl Folino de klanten en het personeel in bedwang houdt met zijn wapen, graait Giacotto de juwelen uit het uitstalraam weg.
Daarop komt de zoon van de juwelier, de 26-jarige André Desitter, tussen beide en schiet twee keer op de dief die de juwelen aan het wegnemen was. Zijn medeplichtige schiet naar André Desitter die dood neervalt. De twee gangsters nemen de vlucht met een auto die hen in de buurt opwachtte. Aan het stuur van deze wagen zat Paola Veronesi. Kort daarop sterft de gewonde gangster en worden de twee andere medeplichtigen ingerekend.
Blijkt nu dat zij deel uitmaken van een bende misdadigers die uit Italië komen en die sedert september 1977 in de streek van Luik actief zijn. Onder hen bevinden zich ook Maurizio Turato en Sergio Rovina. Deze laatste is ontsnapt uit een Italiaanse gevangenis waar hij samen met Salvatore Noto een gevangenisstraf van 13 jaar uitzat. Zij hadden een onderkomen gevonden bij Vincenzo Noto, de broer van Salvatore die beweert niets van de misdadige activiteiten van zijn vrienden af te weten.
De beslissing een overval te plegen op de juwelierszaak Desitter werd genomen in Italië. Er was al eerder een poging gedaan door Lucas Giacotto enkele jaren geleden, maar André Desitter had toen een molotov-cocktail gegooid waardoor de dieven op de vlucht sloegen.
Turato was met een vals paspoort en met een gestolen wagen naar Luik gereisd. Giacotto, Veronesi en een zekere Folino kwamen met de trein. Na een paar verkenningstochten gingen op 1 december Folino en Giacotto de zaak binnen terwijl Turato in de auto bleef wachten.
Turato en Veronesi zijn allebei verslaafd. Zij werden door een psychiater onderzocht en verantwoordelijk bevonden voor hun daden. Herinneren we eraan dat Folino en Turato erin slaagden uit de Saint-Leonardus-gevangenis van Luik te ontsnappen. Turato werd opnieuw aangehouden in België maar Folino werd in Italië ingerekend. Aldaar zal hij terechtstaan voor de overval op de juwelierszaak Desiitter evenals voor enkele andere feiten in Italië gepleegd.
Het hof wordt voorgezeten door raadsman Pierre Ghislain terwijl de advocaat-generaal Jacques Gruslin het openbaar ministerie waarneemt. Voor de verdedigingen zullen pleiten Mr. Pierre Julien, Mr. Viviane Branckaers, Mr. René Swennen, Mr. Georges Dehousse. Mr. Paul Collignon en Mr. Henusse verdedigen de belangen van de burgerlijke partijen. De debatten zullen waarschijnlijk veertien dagen duren.
Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Mei 1980
Maurizio Turato bijt van zich af
Een bijzonder talrijk publiek was dinsdag opgekomen voor de eerste zitting in het proces van de bloedige overval die op 1 december 1977 in de juwelierszaak Desitter, in de Luikse rue des Dominicains, werd gepleegd.
In de beklaagdenbank zitten Maurizio Turato (28), impressario, en Puola Veronesi (29), bediende, beiden van Turijn. De beschuldiging luidt: diefstal van juwelen met bedreigingen en geweld ten laste van Charles Desitter, met de bezwarende omstandigheid dat zij een vrijwillige doodslag hebben gepleegd op de persoon van de zoon van de juwelier, André Desitter (26).
Samen met een derde beklaagde, Vincenzo Noto (34), een Italiaan wonende te Grivegnée, worden zij eveneens beschuldigd van een reeks van 11 inbraken en twee gewapende overvallen.
De eerste overval werd op 7 september 1977 gepleegd op het ASLK-filiaal te Jemeppe-sur-Meuse, de tweede op 19 november in een winkel te Recourt.
Aan te stippen valt dat de moordenaar van André Desitter, Salvatore Folino, niet voor de Luikse jury verschijnt. Hij zal berecht worden in Italië, waar hij momenteel wordt vastgehouden wegens andere misdrijven. Allen maken deel uit van een bende die in september 1977 uit Italië naar België kwam met het oogmerk overvallen te plegen.
Het Hof wordt voorgezeten door raadsheer Ghislain. Advocaat-generaal Jacques Gruslin vertegenwoordigt het openbaar ministerie en de jury bestaat uit negen vrouwen en drie mannen. De beklaagden worden bijgestaan door een Italiaanse tolk.
Met het oog op dit proces werden bijzondere veiligheidsmaatregelen getroffen.
Na de voorlezing van de akte van beschuldiging, die niet minder dan 36 bladzijden beslaat, gaat de voorzitter over tot de ondervraging van de eerste beklaagde, Maurizio Turato. Deze heeft bij zijn aanhouding algehele bekentenissen afgelegd.
Als enige zoon van een aannemer en van een huishoudhulp beëindigde Turato zijn middelbare studie in verschillende tehuizen waar hij werd uitbesteed. Als “moeilijk kind” ging hij vlug aan het stelen en maakte spoedig kennis met de gevangenis. In 1972 liep hij te Turijn 3 jaar gevangenisstraf op. Toen hij in 1975 werd vrijgelaten, maakte hij kennis met Sergio Robina. Volgens de voorzitter was dit een eigenaardig individu dat betrokken was bij diefstallen, wapendiefstallen en ontvoeringen. Hij heeft bepaald een nefaste invloed gehad op Turato.
“Alvorens iets te vertellen, zou men dat moeten natrekken, mijnheer de voorzitter”, zegt Turato, die begint te vitten over detailpunten. Wanneer de voorzitter hem precieze vragen stelt over zijn privaat leven, bijt Turato terug: “Dat zijn uw zaken niet. U hebt te oordelen over bepaalde feiten maar mijn privé-leven gaat u geen snars aan”.
In maart 1976 trouwt hij met een Joegoslavische, maar dat valt niet in goede aarde bij zijn moeder. Hij breekt dan met zijn familie en begeeft zich aan drugs. Zo verbruikt hij dagelijks voor achtduizend frank heroïne.
Als men dergelijke bedragen nodig heeft moet men het wel in overvallen gaan zoeken, merkt de voorzitter op. Daarna brengt de voorzitter het verhaal van zijn ontsnapping uit de Saint-Léonard-gevangenis in 1979. Samen met vier Belgische boeven duikt hij onder in een flat, die door Anne Lavenne zou zijn gehuurd, en schaft zich weer wapens aan om zijn vroeger beroep op te nemen.
“Dat heeft niets te maken met de zaak Desitter”, merkt Turato op.
De voorzitter richt zich vervolgens tot Paola Veronesi, de tweede betichte, die beschuldigd wordt van medeplichtigheid aan de overval bij juwelier Desitter en van het gebruik van drugs. De jonge, tengere, zwartharige vrouw spreekt vrij goed Frans.
ln haar jeugd kreeg ze het hard te verduren als dochter van een gescheiden gezin waarvan de vader een drinker en een gokker was. Na haar middelbare studies werkte ze op 17-jarige leeftijd als bediende. Op 19-jarige leeftijd verliet ze haar familie - naar zij zegt omdat haar vader te streng was - en had een verhouding met een zekere Lupato, die bekend stond als een drinker en een druggebruiker. Lupato sloeg haar, maar zij vond dat normaal omdat zij geen verloofde had en als man enkel haar brutale vader kende. Zij leidde daaruit af dal alle mannen zo waren.
Daarna ontmoette en huwde ze Lucas Ciiacotto, die bij de overval op juwelier Desitter om het leven kwam. Zij zegt niets van de activiteiten van haar man af te weten. De talrijke waardevolle geschenken die zij bezit - juwelen, pelsmantels, enz. - heeft zij van een rijke heer gekregen, maar ze weigert diens identiteit bekend te maken om hem geen moeilijkheden te bezorgen.
Van 1972 tot 1975 werd zij enkele malen in psychiatrische instellingen verzorgd. Aan de Zwitserse grens werd zij eens aangehouden wegens drugbezit.
Zij bezat een vierde van de aandelen in een Italiaanse dancing, de “supersonic”. De voorzitter heeft het ten slotte over haar gewoonte om met gehuurde wagens te rijden.
Ten slotte is het de beurt aan de derde betichte Vincenzo Noto, die de anderen onderdak bood in zijn hui. te Grâce-Hollogne. Hij zegt weinig over zijn verleden. Noto werd in 1976 veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf met uitstel wegens een inbraak. Hij zegt onschuldig te zijn: hij zou niets afgeweten hebben van de bedoeling van de anderen, noch van hun activiteiten en dat ondanks hun antecedenten. “Ik heb te goeder trouw gehandeld”, zo zegt hij nog.
Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Mei 1980
De wetten van het milieu
Vrijdag werd voor het Assisenhof van Luik het proces voortgezet tegen de daders van de gewapende overval, die op 1 december 1977 gepleegd werd op de juwelenzaak Desitter te Luik. Die overval kostte het leven aan de juwelierszoon en aan een der bandieten.
Deze vierde dag was hoofdzakelijk gewijd aan de overval die op 19 november 1977 door Turato, Folino en Solazzo gepleegd werd op een supermarkt te Rocourt, waar een buit van 484.100 fr. werd meegenomen. Turato trof alle toebereidselen. Op 17 november kwam hij uit Italië naar Luik, en daags na hem kwamen Giacotto en Folino. Aan het Guilleminsstation werden zij opgewacht door Turato, die in Italië een wagen had gehuurd waarin ook wapens klaar lagen. Zij namen hun intrek in een hotel te Luik.
Op 18 november gingen zij het terrein verkennen. Giacotto en Folino kochten elk een anorak. In de loop van de avond stalen Turato en Folino een Alfa Romeo te Brussel. Op 19 november kwamen de boeven bijeen op de hotelkamer om de wapens te verdelen, en daarna ging het richting Rocourt.
Daar kwam Paola Veronesi op de proppen. Zij moest weten dat haar man, Giacotto, een slag in België aan het voorbereiden was, maar ter zitting houdt ze vol dat ze niets afwist van zijn activiteiten.
“Toen ge uw man naar het station van Milaan vergezelde, moest ge toch weten waar hij heenging”, drong de voorzitter aan. “En bij het verdelen van de buit hebt ge het deel van uw man opgestreken en in een bank omgewisseld. Ge hebt zelf actief meegewerkt!"
“Ik was in het milieu”, verklaarde de vrouw. “Toen ik met mijn ouders brak, heeft alleen het milieu mij onthaald. Men mag mij niet verwijten de vrouw van een gangster te zijn. In het milieu bestaan wetten: ik had gewoon niet het recht vragen te stellen.” Mr. Swennen merkte op dat Paola niet vervolgd wordt in de zaak van de overval van Rocourt.
De voormiddag wordt besloten met het getuigenis van de speurders die zich met deze overval hebben beziggehouden. Tijdens de namiddagzitting hoort men de drie kassiersters van “Carrefour" die dienst hadden op het ogenblik van de overval. Van de verantwoordelijke van de centrale kassa verneemt men dat de buit - een dikke 400.000 fr. - het roulatiegeld was. De ontvangsten van de dag -18 miljoen - zaten reeds veilig opgeborgen in de banksafe.
Verbreking
Aangezien Turato zich in verbreking heeft voorzien tegen het arrest tot verwijzing naar het Assisenhof en tegen het proces-verbaal van ondervraging door de voorzitter in de gevangenis, ondervraging die enkele dagen voor aanvang van het proces plaatshad, zullen de debatten slechts kunnen beginnen na het arrest van het Hof van Cassatie. Indien het arrest pas valt op 18 juni, zoals wordt verwacht, zal het proces na de laatste getuigenissen worden opgeschort tot de laatste weken van juni.
Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Mei 1980
Paola Veronesi tracht er zich uit te praten
Donderdag is voor het Hof van Assisen te Luik het proces ten laste van de Italianen Maurizio Turato (28), Paola Veronesi (29) beiden uit Turijn, en Vincenzo Noto (34) uit Grivegnée, voortgezet. Zij worden beschuldigd van een reeks misdrijven en misdaden die plaats vonden in het Luikse tijdens de periode tot december '77.
De beklaagden in kwestie worden beschuldigd van 11 inbraken, twee overvallen, nl. op de Spaar- en Lijfrentekas van Jemeppe en op het grote warenhuis Carrefour te Rocourt.
Meer bepaald de bloedige overval op de juwelierszaak Desitter te Luik staat in het centrum van de belangstelling. De genoemde overval vond plaats op 1 december 1977 even voor 8 uur. Tijdens een treffen verloor de echtgenoot van Paola Veronesi, Giacotto Luca, het leven. Ook de zoon van de juwelier, de 26-jarige André Desitter, werd door een van gangsters neergeschoten, nl. door Salvatore Folino, 22 jaar, eveneens afkomstig van Turijn.
Vanuit Turijn
De morgenzitting is gewijd aan de ondervraging van Paola Veronesi en Maurizio Turato omtrent de hold-up waaraan Vincenzo Noto niet deelnam. De uitvoering van deze hold-up werd reeds de dag na de overval op het grootwarenhuis Carrefour door Giacotto overwogen. De eindbeslissing daartoe werd echter in Turijn genomen.
Wij hadden besloten een kraak te doen in België. Over de juiste plaats hadden wij nog geen zekerheid, aldus Turato. Te Luik zelf kwam ik te weten dat het een juwelierszaak zou worden. Op 26 november huurde Turato onder valse naam een voertuig om België binnen te komen. Hij frutselde wat aan de teller om minder te moeten betalen en ook om - indien dit nodig zou blijken - zijn tijdsgebruik wat te manipuleren.
Dat zijn zoal de dingen die ik gewoon ben te doen, aldus Turato. Het was Turato die zich een hele vracht wapens aanschafte en zich met de nodige valse identiteitskaarten enkele kamers voor zichzelf en voor de medeplichtigen liet voorbehouden. De kamers werden gehuurd in Hotel Sulky te Luik.
Op 30 november wachtte hij Folini, Giacotto en Paola Veronesi op in het station Guillemins. Zij waren met de trein gekomen.
Heilige onschuld
Tijdens die ondervraging blijft Paola Veronesi volhouden dat zij van de plannen van de bende helemaal niet op de hoogte was. Zij zou haar activiteit beperkt hebben tot de aankoop van de reisticketten te Turijn. Bij de aankoop van de reisticketten was zij wel in het bezit van valse identiteitspapieren. “Ik heb nooit van iets het fijne willen weten om geen getuige te moeten zijn als er ooit iets gebeurde. Altijd heb ik bij mezelf gezegd dal ik nooit een vriend of mijn man zou verklikken en ook dat ik nooit zou willen in een situatie te komen waarin ik noodgedwongen zou gaan liegen”, zo zei getuige.
Geen woord teveel
Wanneer de feiten ter sprake komen is Turato een stenen graf: hij heeft niets te zeggen. Op geen enkele vraag. Paola Veronesi vertelde in geuren en kleuren hoe Folino en Turato haar zwaargewonde man thuis brachten. Zij vertelde hoe zij hem heeft moeten overreden voor verzorging naar het ziekenhuis te gaan, naar de spoedgevallen, en dat hij toxicomaan was en dat hij zijn dosis eptadone niet kan missen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Juni 1980
Getuigen vertellen over schietpartij
Vrijdag werd het proces ten laste van de Italianen Maurizio Turato, Paolo Verno Veronesi en Vincenzo Noto voor het Hof van Assisen van Luik voortgezet.
Verscheidene ooggetuigen van de bloedige overval op de juwelierszaak Desitter te Luik werden gehoord. Vader Desitter doet met veel moeite het verhaal van de feiten die zie op 1 december 1977 hebben voorgedaan.
“Ik bevond mij in een bijlokaaltje van de zaak, toen mijn schoondochter mij kwam melden dat er een overval aan de gang was. Ik ben de winkel ingegaan. Toen ik zag dat de bandieten gewapend waren, vroeg ik mijn zoon, die aan het telefoneren was, om mij mijn revolver te geven. Mijn zoon stond op. Toen hij echter merkte dat een van de gangsters zijn vrouw hardhandig aanpakte, heeft hij op een van de bandieten geschoten. Alles ging vliegensvlug. Wij hadden de bedoeling de bandieten te intimideren, niet ze te beschieten. Mijn zoon werd prompt door Folino doodgeschoten.”
Na dit getuigenis komt Mw. Desitter naar de getuigenbank: “Ik was bezig een cliënt te bedienen. Iemand zei me: ‘Er is een overval’. Ik zag een vreemde man graaiend in het uitstalraam, en ik vroeg hem wat hij daar eigenlijk zocht. Zijn antwoord was dat hij zijn wapen op mijn gezicht richtte. Onmiddellijk daarop riep één van de cliënten: ‘Ga liggen’. Ik gehoorzaamde. De dief graaide de juwelen bij mekaar en legde ze in een doos.”
Mw. Desitter meent zich ook te herinneren dat Paolo Veronesi, voor het drama plaats vond, een bezoek aan de winkel bracht.
Martine Lekenne, schoonzuster van André Desitter, zegt dat op een bepaald ogenblik twee mannen de winkel binnenstapten. Zij waren gekleed in een anorak en droegen lange sjaals, en zij riepen: “Een overval”. Vervolgens liep een van hen naar het uitstalraam en graaide de juwelen samen. Op de vraag van de voorzitter, antwoordt getuige dat het Folino was die het schot afvuurde. Deze verklaring wordt bevestigd door andere getuigen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Juni 1980
Italiaanse gangsters waren ook drugsgebruikers
Voor het Hof van Assisen kwamen maandag te Luik, in de zaak van de Italiaanse bende die in het Luikse een hele reeks overvallen en inbraken pleegde, enkele deskundigen aan het woord.
Onderzoeksrechter Lambert zette de verschillende inbraken nog eens op een rijtje en beklemtoonde dat de bendeleden over merkwaardig veel gegevens bleken te beschikken.
Gerechtsarts Dodinval komt getuigen dat juwelier Desitter door één enkele kogel werd geraakt, en de overval slechts een uur overleefd heeft. OvervalIer Giacotto kreeg een kogel in de bil en een in de borst. Hij bezweek enkele uren nadien. Dr. Dodinval onderzocht eveneens de betichten in de gevangenis. Zowel bij Paola Veronese als bij Turato ontdekte hij sporen van inspuitingen in de aderen. Volgens de deskundige gebruikte Paola heptadone, een middel dat vijfmaal krachtiger is dan morfine.
Psychiater Frankignoul schetste Paola als een zeer gevoelige vrouw, die soms depressieve buien kent. Turato verliet op 15-jarige leeftijd de school en ging aan het stelen. Hij verbleef in Italië in een reeks psychiatrische instellingen. Noto heeft zonder meer het psychiatrisch onderzoek geweigerd. Ten slotte weet deze getuige te vertellen dat de in Italië opgesloten Frolino eveneens drugs gebruikte.
’s Namiddags werden de pleidooien gehouden. Mr. Paul Collignon eist 4,3 miljoen voor de verzekeringsinstellingen die de familie Desitter schadeloos hebben gesteld. De advocaat zegt verontwaardigd te zijn over de intriges van de beschuldigden, die geregeld naar ons land kwamen op roof- en moordtocht. Hij wijst op de manier waarop de bende was georganiseerd en noemt ze “technisch zo vernuftig, dat men er koude rillingen van krijgt”.
Mr. Hénusse eist voor drie verzekeringsinstellingen 374.000 fr. van Paola Veronesi. Ten slotte stelt Mr. Leidgens zich burgerlijke partij voor de ASLK. De eis bedraagt 1.120.633 fr.
De zitting wordt vandaag hervat met het rekwisitoor.
Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Juni 1980
Openbare aanklager schandvlekt Eurobanditisme
De zaak van de drie Italianen Turato (28), Veronesi (29) en Noto (34), uit Turijn, is dinsdag voortgezet voor het assisenhof te Luik, waar zij in 1977 uiteenlopende misdrijven pleegden, o.m. verscheidene gewapende overvallen.
Een overval 1 december 1977 op de juwelierszaak Desitter kostte het leven aan de man van Paola Veronesi, Giacotto Luca en aan André Desitter (26), die werd neergeschoten door Salvatore Folino die in Turijn zal terechtstaan waar hij opgesloten is wegens andere misrijven.
De openbare aanklager Jacques Gruslin stelde vooreerst vast dat er pas na een maand enig licht kwam in de zaak waarin men maanden lang in het duister getast heeft. Om de waarheid aan het licht te brengen waren de onderzoekers verscheidene duizend kilometer onderweg per wagen, trein of vliegtuig.
“Het is een belangrijke zaak vanwege haar veelzijdigheid”, aldus de openbare aanklager, die scherp aangeklaagd heeft hier niet met een gangster "op zijn eentje" te doen te hebben. “Het is een gewapende bende, goed georganiseerd, die met de meest moderne hulpmiddelen opereerde en mobiel genoeg was om de grenzen te overschrijden: dit is eurobanditisme, betoogde hij.
“De Italiaanse bende, opgericht te Turijn, mikte dadelijk hoog: een supermarkt, een bank, een juwelierszaak. De bende was tot alles in staat, beroepsbandieten zijn het. Elk had zijn taak in het radarwerk dat gesmeerd liep. Paola Veronesi heeft ongetwijfeld meer dan eens de streek van Luik onveilig gemaakt: zij kwam er op verkenning, huurde een wagen op een valse naam, kocht reisbiljetten. pakte de bagage. Zij steelt geen juwelen maar doet mee aan elke overval”, aldus Jacques Gruslin.
De openbare aanklager steIt verder vast dat Noto een leperd is: hij maakt iedereen zwart om zich wit te wassen, tot op de dag dat zich dat tegen hem keert. Hij is een scharnier, een rad in het raderwerk dat de boosdoenersbende is.
Turato kent zijn acolieten en weet tot wat zij in staat zijn. Zij schieten als men stokken in de wielen steekt. Hij zou dat overigens ook doen. Voor hen geldt de wet van alle gemeenschappen: samen in voor- en tegenspoed, totterdood. Voorspoed betekenen de miljoenen die zij hebben gestolen en in geen tijd weer verbrast. Tegenspoed kennen zij voor de rechter. De drie Italianen hebben een uitstekende ploeg gevormd in elk opzicht en in alle omstandigheden.
Jacques Gruslin somt de overvallen op en maakt er vaststellingen bij. Vervolgens komen de verdedigers aan het woord. Voor Turato pleit Louis Spabazzi, die tracht aan te tonen dat zijn cliënt niet wist dat hij hier ons land kwam om hold-ups te plegen.
De tweede verdediger, Mr. Dehousse, geeft toe dat André Desitter laf vermoord werd, maar de feiten hebben zich niet voorgedaan zoals hier is verteld, aldus Dehousse. Desitter had inderdaad het recht zich te verdedigen, maar hij begin een psychologische fout. Folino schoot impulsief toen hij zag dat Giacotto neerviel. “Het raderwerk van de fataliteit”, noemt Dehousse dit: het mag nog een geluk heten dat er niet meer slachtoffers vielen. Desitter hoefde niet eens te schieten: zijn juwelen waren toch verzekerd.
Hoe dan ook, Folino heeft niet geschoten met het inzicht te doden: hij heeft enkel vrijwillig slagen en verwondingen toegebracht, zo besluit Dehousse ,die de juryleden vraagt ontkennend te antwoorden op de vraag of hij met voorbedachtheid gedood heeft.
Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Juni 1980
Jury moet 91 vragen beantwoorden
Voor het Assisenhof van Luik werd woensdag het proces van drie Italianen uit Turijn, de 28-jarige Maurizio Turato, de 29-jarige Paola Veronesi en de 34-jarige Vincenzo Noto voortgezet.
Dinsdag in de late namiddag pleitte Mr. Viviane Bromkaers voor Paola Veronesi. Paola is geen leugenares en evenmin een heilige betoogt zij. Wel was zij een vrouw die echt hield van haar echtgenoot en hem overal begeleidde. Bovendien poogde zij bij herhaling hem af te brengen van de weg die hij was ingeslagen.
Mr. René Swennen, als tweede verdediger, legt uitvoerig de nadruk op hel feit dat er bij de behandeling van de zaak Desitter geen sprake kan zijn van diefstal maar wel van poging tot diefstal. De diefstal werd wel duidelijk onderbroken door een feit dat van buitenaf kwam, nl. het schot dat afgevuurd werd door André Desitter.
Mr. Julien Pierre, verdediger van Vincenzo, vraagt de vrijspraak op grond van de twijfel. Volgens verdediger poogde Vincenzo uit het milieu weg te geraken en bovendien leefde hij niet op de kap van de ziekenkas, zoals bepaalde Italianen. Hij zelf heeft steeds ontkend betrokken te zijn geweest bij de zaak Desitter en de zaak “Carrefour”. Hij kwam enkel voor het Hor van Assisen omdat hij zijn broer en Sergio Rovina onderdak bood toen zij een overval organiseerden op de spaarkas te Jemeppe en omdat hij 1500 fr. en een anorak kreeg als tegenprestatie. Hij heeft zich niet schuldig gemaakt aan bendevorming en had slechts contact met een van de bendeleden, Sergio Rovina.
Woensdagnamiddag werden de replieken gehouden. Na de replieken van de burgerlijke partij geeft de advocaat-generaal Jacques Gruslin antwoord op de rechtsargumenten die de dag tevoren werden aangevoerd in de pleidooien, nl. de definitie van diefstal en poging tot diefstal, de samenhang, de medeplichtigheid en de bendevorming.
Wanneer de beklaagden aan het woord komen volgt een verwarde uitleg van Turato over zijn ontsnapping en zijn vroegere veroordelingen in Italië. Van Paolo Veronesi komt hetzelfde antwoord. Noto verontschuldigt zich voor het incident met onderzoeksrechter Lamberts tijdens de zitting, aanvoerend dat hij iets anders bedoelde.
De juryleden krijgen 91 vragen te beantwoorden. Zij hebben betrekking op de schuld van de beklaagden bij de feiten die hen ten laste worden gelegd, de verzwarende omstandigheden en de schuld van elkeen als mededader of medeplichtige bij de beschuldiging van bendevorming.
Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Juni 1980
Dwangarbeid en gevangenis voor Turato en consorten
Na negen uur beraadslagen heeft de Luikse assisenjury haar vonnis bekendgemaakt.
Er werd bevestigend geantwoord op alle vragen behalve op de vraag met betrekking tot het mededaderschap van Noto in de zaak van de overval op het filiaal van de ASLK te Jemeppe, waarvoor hij medeplichtig werd bevonden. Verder maakten alle beschuldigden deel uit van een bende maar Noto had daarbij niet het inzicht diefstal met geweldpleging te plegen. Toch werd Noto schuldig bevonden aan het verlenen van onderdak aan de andere beklaagden.
In het rekwisitoor werd aangemaand blijk te geven van vastberadenheid, rekening houdend met het ernstig karakter van de feiten en de noodzaak te waken over de openbare veiligheid.
Advocaat-generaal Gruslin eiste acht jaar opsluiting voor Noto, vijftien jaar dwangarbeid voor Paola Veronesi en levenslange dwangarbeid voor Turato. Daarna kwam Mr. Dehousse nog pleiten voor Turato “die nog een kans in het leven moet geboden worden”. Hij vond vijftien jaar voldoende.
Mr. René Swennen kwam daarop vragen voor Paola Veronesi in aanmerking te nemen dat zij zelf geen gewelddaden heeft gepleegd en Mr. Pierre vroeg voor Noto rekening te houden met verzachtende omstandigheden. “Het is alleen maar een dief die voor de correctionele rechtbank had moeten verschijnen.”
Daarop kwamen de beklaagden nog aan het woord. “Ik ben 28 jaar, ik heb een kind”, zo zei Turato, “en ik mag mijn kind niet omhelzen uit vrees dat ik het zou gijzelen om te kunnen ontsnappen, het is walgelijk”, zo voegde hij eraan toe. “Men zegt dat ik intelligent ben, precies of dit verkeerd is”, zo zei Paola Veronesi. “Ik heb mijn leven doorgebracht door geboren te worden en te sterven. Twee jaar lang heb ik in de gevangenis doorgebracht. Ik heb leren nadenken.”
Noto van zijn kant kwam nog zeggen dat hij naïef is geweest.” Ik bevind me hier om mijn broer en zijn kameraden een vriendendienst te hebben bewezen.”
Na tweeëneenhalf uur beraadslagen werd het vonnis geveld. Turato krijgt 25 jaar dwangarbeid, Paola Veronesi vijftien jaar dwangarbeid en Noto drie jaar gevangenisstraf.
Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Juni 1980
Dader hold-up in Luik tot 30 jaar veroordeeld
Het Hof van Assisen van Turijn heeft maandag de 29-jarige Italiaan Salvatore Follino, die in 1977 in Luik een hold-up pleegde, tot 30 jaar gevangenisstraf veroordeeld. De overval had op 1 december 1977 in de juwelierszaak “De Sitter” te Luik plaats. De zoon van de juwelier, André De Sitter, werd tijdens deze overval om het leven gebracht.
André De Sitter was de winkel binnengekomen op het ogenblik dat Salvatore Follino en een handlanger, Luca Giacotto, met hun wapens zijn moeder en twee bedienden bedreigden. Het kwam tot een vuurgevecht waarbij De Sitter en Giacotto werden gedood.
Bron: Gazet van Antwerpen | 6 December 1983
"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via »
Facebook |
YouTube