11

Dat een organisator, of bedenker, van een staatsgreep zolang mogelijk in de schaduw wil blijven is normaal. Je ziet dat veel in Zuid-Amerikaanse of Afrikaanse landen. Lukt de coup, is hij de redder van het vaderland. Mislukt de coup, is hij de grootste beschuldiger van de coupplegers.

Trouwens, als VDB gecontacteerd werd door de coupplegers om een leidende rol te spelen in de staatsgreep, en hij weigerde was het zijn plicht om de overheid in kennis te brengen. Dit gebeurde niet. Hij nam de coupplegers in bescherming door te zwijgen.

Dit feit alleen al is een beschuldiging en roept de vraag op: Waarom?

12

Roger Tratsaert was een rijkswachter die tot 1980 als leidinggevende werkte bij de "section info" van de Brusselse BOB. In 1973 maakte hij een rapport betreffende de mogelijkheid van een staatsgreep in België.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

13

Het was in april 1986 dat onderzoeksrechter Benoît Dejemeppe tijdens een huiszoeking bij Hilaire Beelen de plannen uit 1973 voor een staatsgreep ontdekte. Men mag bovendien niet vergeten dat kolonel Antonio Tejero in 1978 en vooral in 1981 bij sommigen voor een adrenalinestoot had gezorgd. Ook in België. Het was handig dat door de verjaring van de feiten van 1973 de documenten in het dossier niet werden weerhouden.

Maar wat wel vaststaat, is het feit dat adjudant-chef Dussart van de BOB van Waver op 29 november 1989 in een zitting achter gesloten deuren aan de parlementaire onderzoekscommissie een bevreemdende verklaring aflegde. Hij was namelijk in december 1985 en in maart 1986 door twee hoge edellieden geïnformeerd over een complot waarbij enkele generaals van leger en rijkswacht waren betrokken. De betrokkenen vergaderden in het kasteel van Dongelberg, eigendom van Opus Dei. Dussarts informanten noemden ook namen, namen die overigens ook door kolonel Vernaillen werden vermeld: Paul Vanden Boeynants, Jean Militis, José Desmarets, generaal Vivario, Raymond Charles en Fernand Beaurir.

Ook andere figuren, die in 1973 al waren betrokken, behoorden nu tot de samenzweerders. Onder hen uiteraard Hilaire Beelen, die de zaken graag groot zag. Bovendien had Militis een boontje voor de nazistische VMO van Bert Eriksson: beide vrienden hadden in 1951 samen gevochten in de Koreaanse oorlog.

Militis, daarmee geconfronteerd, ventileerde in La Libre Belgique onomwonden zijn misprijzen voor de democratie: "Het komt voor dat ik aan een staatsgreep denk zoals andere landgenoten die tot het uiterste gevochten hebben in de oorlog en die zich niet kunnen verheugen in een vrij algemene verloedering van alle macht of gezag en meer speciaal van het politiek gezag". Militis, Beelen, Bertrix, VMO-trainingskampen in de Ardennen... 

Bron: Hugo Gijsels, De Bende & Co, p. 163-170.

14

De professoren Cyrille Fijnaut en Raf Verstraeten hebben voor de Tweede Bendecommissie ook een onderzoek gevoerd naar deze poging tot staatsgreep (dit verslag is te lezen in bijlage 4 van het eindverslag):

Met behulp van de stukken die berusten in het archief van de eerste Bendecommissie, en de stukken die ons ter hand zijn gesteld door de rijkswacht, kan het volgende beeld van dit verhaal uit 1973 over mogelijke plannen voor een staatsgreep in België worden geconstrueerd.

Op 14 augustus 1973 publiceerde de Gazet van Antwerpen een artikel: "Is een staatsgreep in België mogelijk?" In dat artikel werd onder meer het volgende gesteld:

Uit die eerste informatiebron bleek dat het zou gaan om hoofdzakelijk Franstalige officieren die voor de voedingsbodem van hun actie, vooral de algemene ontevredenheid namen, die in het hele land wel merkbaar is en die wordt veroorzaakt door de huidige zwakheid van ons parlementair-democratisch regime, waarbij het parlement, gekozen door het volk, door regering en partijbesturen, steeds meer naar de achtergrond wordt geduwd.

Uit andere inlichtingen zou dan weer blijken, dat de officieren, of onderofficieren die naar de macht zouden willen grijpen, niet alleen bij franstaligen zouden te vinden zijn en dat ook een uiterst rechtse groepering aan dit (operette- ?) complot zou deelnemen. Over een dergelijke militaire putsch heeft trouwens ook het Franstalige weekblad Spécial zekere aanwijzingen gekregen.

Naar wij in elk geval vernamen wordt dit 'complot' door de staatsveiligheid helemaal niet in het belachelijke getrokken. Integendeel wordt intensief gespeurd naar de authenticiteit van de samenzwering en naar de identiteit van de putchisten. (...)

Een belangrijk punt in de hele putsch-affaire is de ontdekking in Luik van een wapenfabriek [ik vermoed dat hier wapentrafiek wordt bedoeld] in extremische kringen. Spécial van zijn kant vernam, dat de rapporten van de staatsveiligheid melding maken van voorbereidende activiteiten, die momenteel, in het vooruitzicht van een staatsgreep, in de grootste geheimhouding worden geleid door officieren van het Belgisch leger en door rechtse extremisten.

Het al genoemde tijdschrift Spécial schreef op 15 augustus:

Een uiterst rechtse beweging die een staatsgreep in België beraamt en reeds het nieuwe regime organiseert. Uitgewerkte strategische plannen om een militaire putsch te doen slagen en in de eerste plaats de knooppunten van Brussel te veroveren. Beide ongelooflijke veronderstellingen worden door de
overheid al enige tijd zo ernstig genomen dat de Veiligheid van de Staat met dringende controle- en onderzoeksopdrachten werd belast. De reden van die plotse bewustwording:

  1. Discrete contacten van 'ultras' met bepaalde parlementsleden om te weten te komen hoe die tegen een gewelddadige machtsovername zouden aankijken.

  2. Te Luik werd in diezelfde activistische kringen een wapenzwendel ontdekt.

De vrees van de regering is gegrond gebleken. De deskundigenverslagen van de Veiligheid van de Staat bevestigen dat officieren en rechtse extremisten momenteel in het grootste geheim een staatsgreep aan het beramen zijn. Het ging lange tijd om twee parallelle samenzweringen die geen enkel ernstig verband vertoonden. Naderhand kwam het wel tot contacten tussen beide stromingen. De politieke motor van de coup heeft zijn militair relais gevonden. Er is geen enkel verschil met wat op 21 april 1967 in Griekenland is gebeurd.

Het bericht in de Gazet van Antwerpen leidde ertoe dat de generale staf van de rijkswacht nog dezelfde dag - 14 augustus - om 9u30 het volgende telexbericht verstuurde aan alle eenheden van het land:

Info staatsgreep in België

cf artikel Gazet van Antwerpen van heden 14 augustus 1973

1. dit dagblad maakt melding van info betreffende putch plannen in België door Franstalige officieren in 't biezonder door deze welke in verbinding zouden staan met uiterst rechtse kringen. Het vermeldt namelijk:

  • De ontdekking te luik van een wapenfabriek in extremistische kringen;

  • Dat over een zestal weken, in het noorden van het land, straffen zouden zijn opgelegd aan officieren, uit hoofde van subversieve activiteiten;

  • De aanwezigheid van activisten onder de leden van een Luikse club waarvan de leiders kort geleden zouden ondervraagd geweest zijn ingevolge de ontdekking van een wapenzwendel en het uitdelen van vlugschriften;

  • Het ontstaan eenjaar geleden van een nieuwe Waalse groepering, die iedere uiterst linkse beweging bekampt;

  • Recente wapendiefstallen in sommige kazernes waarvan de daders niet werden geïdentificeerd;

2. bede alle nuttige info hieromtrent op vertrouwelijke wijze op te zoeken en over te maken.
Dit verzoek om mogelijke inlichtingen leidde volgens de stukken tot twee duidelijke reacties. De eerste was een nota van 23 augustus 1973 van het hoofd van de BOB te Luik aan de districtcommandant aldaar, zeggende dat:

Men doelt duidelijk op Le Nouvel Europe Magazine (NEM Club), maar de journalist heeft de bewegingen door elkaar gehaald en de onjuiste gegevens opgestapeld:

  • Er zijn in Luik geen sporen van wapenhandel gevonden;

  • Niemand van de vermelde personen maakte het voorwerp uit van een actie van een politiedienst;

  • Het betrokken banket werd georganiseerd door voormalige oostfrontstrijders, die vaak lid zijn van de NEM-club, maar tot een organisatie behoren die "Der Stalhelm" wordt genoemd;

  • Wij kennen geen reserve-officieren die tot die bewegingen behoren.

De vereniging van reserve-officieren is bijna niet actief in Luik. De voorzitter ervan is een op rust gesteld kolonel [...] die niet van subversieve activiteiten verdacht kan worden.

Wat de vergaderingen van de NEM-Club betreft, merkte de betrokken adjudant op:

Op die bijeenkomsten waaraan een vijftigtal genodigden deelnamen die niet noodzakelijk lid waren, komen culturele onderwerpen aan bod die echter steeds verband hielden met het extreem-rechtse gedachtengoed. De NEM-Club verklaart anti-communistisch te zijn en beweert alle activiteiten die schadelijk zijn voor de goede werking van een land (verspilling en vriendjespolitiek bijvoorbeeld) aan de kaak te stellen. Momenteel worden tegen het nieuwe schooljaar affiches tegen het vernieuwd onderwijs voorbereid (een kopie als bijlage).

En hij rondde zijn bericht afmet de volgende mededelingen:

P.S. Er zijn in het Luikse nog andere extreem-rechtse bewegingen die echter haast geen structuur hebben, noch actief zijn en min of meer overeenkomen met de NEM-Club of Der Stalhelm. Er dient nog te worden vermeld dat alle personen die bekend staan om hun lidmaatschap van de voornoemde bewegingen, steeds een zeer correcte houding aannemen ten aanzien van de politiediensten.

De andere nota, gedagtekend op 10 september 1973, was formeel van de hand van majoor Decock, de districtscommandant van Brussel. In feite werd zij waarschijnlijk geredigeerd door adjudant Tratsaert, het hoofd van de informatie-sectie van het district in kwestie. De belangrijkste passages van deze nota - waarin overigens helemaal geen sprake is van zoiets als een Opération bleue - zijn de volgende:

Ingevolge het telexbericht waarnaar onder referte verwezen wordt en de informatie die verschenen is in de Gazet van Antwerpen en in het weekblad Spécial met betrekking tot een mogelijke staatsgreep in België, heeft de BOB onderzoek verricht in de politieke kringen van de hoofdstad, met name in extreem-rechtse kringen. Uit dat onderzoek blijkt dat er zelfs vandaag, "contacten" zouden zijn tussen bepaalde financiële kringen en extreem-rechtse politieke bewegingen, zulks om voorstanders van het extreem-rechtse gedachtengoed in onze instellingen te laten infiltreren.

We hebben echter geen gegevens kunnen verzamelen over een dreigende machtsgreep via geweld. Van de enkele extreem-rechtse organisaties is de NEM- Club (Nouvel Europe Magazine-Club) de belangrijkste. Ze lijkt in elk geval de best gefinancierde en best gestructureerde te zijn. Er zijn afdelingen in een aantal grote steden van het land. De Brusselse NEM-Club is zeer actief: het uitgeven van het maandblad Le Nouvel Europe Magazine en van talrijke vlugschriften en affiches, de organisatie van conferenties en feesten.

De hoofdredacteur van dat maandblad is de genaamde: Lecerf Emile, Edmond, Belg, journalist, geboren te St.-Mard op 14 april 1929, wettelijke woonplaats in Etterbeek, Dekensstraat, n° 5. Hij heeft talrijke relaties in extreem-rechtse kringen. Hij is lid geweest van de verenigingen Mouvement d'Action Civique (MAC) en Jeune Europe die op dit ogenblik allebei ontbonden zijn, maar waarvan de meeste leden lid zijn geweest van de NEM-Clubs. Lecerf is momenteel degene die, in het openbaar, doorgaat voor de geestelijke leider van de NEM-Club.

Een van de nauwe medewerkers van Lecerf zou "X" zijn geweest. Deze:

(...) is belast met de informatievergaring en documentatie van de beweging. Hij heeft eveneens de bedoeling een groep van jonge militanten te vormen en hen judo- , karatetraining enzovoort te doen volgen en ze met de technieken van politieke propaganda vertrouwd te maken. Hij is, net als Lecerf, lid geweest van MAC en Jeune Europe. De verschillende NEM-Clubs in het land hebben slechts weinig leden (volgens een leider ongeveer 400) en meestal tonen die weinig geestdrift voor acties op de openbare weg en hebben ze terzake weinig ervaring (betogingen, aanplakken van affiches, ... enz.). De plakkers worden door de politie bijgevolg geregeld aan identiteitscontroles onderworpen. Het orgaan Le Nouvel Europe Magazine lijkt daarentegen vlot verspreid te worden, met name in Brussel en Luik, wat doet veronderstellen dat het NEM naast zijn leden ook op een aanzienlijk aantal sympathisanten kan rekenen.

De NEM-Club wordt gefinancierd en geleid door een aantal hooggeplaatste personen, onder andere:
1. De heer Vanden Boeynants, minister van Landsverdediging;
(...)
4. Jonkheer de Bonvoisin Benoît. Hij is de neef van nr° 3 en zou een naaste vriend en medewerker van de heer Vanden Boeynants zijn.
Deze lijst is niet exhaustief.

De Vlaamse extreem-rechtse organisaties zoals het VMO, Were-Di en het Sint-Maartensfonds lijken niet te zijn contacteerd. Er zou echter contact zijn opgenomen met een Vlaams hooggeplaatst persoon. Het zou gaan om een zekere (...), voormalig ambtenaar van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en inwoner van Mechelen.

Het onderzoek bij de strijdkrachten werd op een zeer discrete wijze gevoerd en heeft ons niet de mogelijkheid geboden informatie te verzamelen in die kringen. Het is ons echter ter ore gekomen dat na het verschijnen van de betrokken artikels in de Gazet van Antwerpen en Spécial de naam van gewezen generaal (...) van de Force Publique in de Club Albert van de Boudewijnkazerne te Brussel opmerkingen heeft uitgelokt.

Tijdens dat onderzoek werden ons andere namen genoemd, maar we hebben tot op heden de gespeelde of de te spelen rol van die personen in deze zaak niet kunnen bepalen. (...)

De veiligheid van de staat van haar kant had wel enige beroering in bepaalde milieus bespeurd maar bezag - blijkens een samenvatting van één van haar halfjaarlijkse verslagen uit 1973 - de eerder genoemde persberichten toch met de nodige scepsis:

Na een kritische analyse van de artikelen uit Spécial en Knack kunnen we de volgende algemene besluiten trekken:

Naast enkele positieve elementen uit de pers, zijn de meeste inlichtingen zeer vaag, overdreven, verzonnen of onnauwkeurig. Ofschoon het helemaal niet is uitgesloten dat groepjes of kopstukken van extreem-rechts contacten hebben gehad met bepaalde kringen of militaire leidere, zijn de artikelen in Spécial en Knack sensatiegericht of provocerend.

In het geval van provocatie kunnen verscheidene bronnen in aanmerking komen. Zowel het artikel uit Spécial als dat uit Knack kunnen zijn ingegeven door iemand die, gedreven door wraakgevoelens, van dat middel gebruik heeft gemaakt om uiting te geven aan zijn persoonlijke wrok. Een provocatie kan eveneens uitgaan van extreem-rechtse of anti-communistische kringen dan wel van militaire kringen, die zich verzetten tegen de minister van Landsverdediging en de huidige regering.

Het staat in elk geval vast dat de patriottische kringen en anti-communistische bewegingen de jongste tijd gesensibiliseerd zijn door de uitwassen van extreem-links en dat er een reactie is gekomen vanuit zowel gematigde als rechtse en extreem-rechtse kringen. Er zij opgemerkt dat de extreem-linkse hringen, in het bijzonder de BCP [Belgisch Communistische Partij], ofschoon ze niet in de mogelijkheid van een staatsgreep geloven, van deze zaak gebruik hebben gemaakt om hun propaganda tegen de zogenaamde "fascisering" van het bestel te stofferen.

Hier staat echter tegenover dat de al genoemde majoor Decock, de districtscommandant te Brussel, in (vermoedelijk) oktober 1973 een nota schreef - "Info in verband met de mogelijke staatsgreep door de franstalige officieren" - waarin hij verslag uitbracht van een onderhoud met twee (afgezien van hun naam niet nader geïdentificeerde) personen - mogelijk wapenhandelaars - die:

(...) contacten hebben met die groep officieren en aan die personen hun akkoord voor wapenleveringen hebben gegeven. Van (...) vernamen wij dat hij contact heeft met een officier die verbindingsman is tussen hem en de groep officieren. De officier zou de zoon zijn van een kolonel. Reeds vier jaar geleden zouden enkele officieren het plan hebben opgevat om het regime omver te werpen. Men zou dan reeds contact hebben genomen met (...) en gevraagd hebben om wapens te leveren indien nodig. (...) heeft dan zijn steun toegezegd. In het begin van dit jaar heeft men concreet over de zaak gepraat en naar wapens gevraagd. Er werd gevraagd naar wapens en hoeveelheden. Hierover gaf (...) geen verdere uitleg. Wel zei hij ons dat de wapens bestemd waren voor de verdere uitrusting van de militairen en verder voor enkele burgerverenigingen die wapens zouden nodig hebben. (...) heeft volgens hij ons meedeelde steeds zijn medewerking beloofd aan de officieren met wie hij reeds enkele malen vergaderde.

(...) Op onze vraag of aan die zaak iets te verdienen was antwoordde hij ons: "zoiets moet men niet alleen doen voor het geld maar tevens om ideologische redenen. Ik voel er veel voor om eens de boel in de lucht te laten vliegen." Hij vertelde verder dat hij naar personen zocht die zouden bereid zijn om met onze organisatie mee te werken. Wij hebben dan vervolgens meegedeeld dat wij eens over de zaak zouden denken en onze beslissing later zouden meedelen. Volgens (...) was voorzichtigheid geboden omdat er een en ander was uitgelekt nadat een officier na een 'drink' te (...) over de plannen van de groep officieren had gesproken. Die officier zou zijn overgeplaatst naar een eenheid in Duitsland. (...) en (...) schijnen ons voor de plannen van de officieren gewonnen.

Vooral (...) scheen overtuigd van het lukken van het omver werpen van het huidige regime. (...) vertelde op dat gebied ervaring te hebben opgedaan in de oorlog in (...) waar hij leverde aan de (...). Nadien heeft hij gewerkt met (...) en hij schrijft de mislukking van deze toe aan de gezondheidstoestand die zeer slecht was - volgens (...) een hartziekte. Van (...) vernamen wij verder tijdens ons gesprek dat op het hoogste echelon reeds voorbereidingen werden getroffen om een mogelijke staatsgreep tegen te werken. Men zou om die reden de verdediging van het binnenland in handen van de rijkswacht hebben gegeven omdat volgens de overheid een staatsgreep zonder medewerking van de staatspolitie niet mogelijk is. Steeds volgens (...) zou dit echter de zaken vergemakkelijken. Hij antwoordde niet op onze vraag dit nader uit te leggen. Gezien de optiek waarin wij vergaderden met (...) en (...) konden wij geen gedetailleerde vragen stellen. Bij volgende contacten zal getracht worden nadere inlichtingen in te winnen.

De dossier waarover wij beschikken bevatten geen nadere berichten van Decock en ook geen berichten waaruit zou kunnen worden opgemaakt of de informatie die hij in eerste instantie verzamelde, werd geverifieerd en, zo ja, wat haar verificatie opleverde. In antwoord op een schriftelijke vraag liet de vice-Eerste Minister en Minister van Justitie in de Kamer over de mogelijke plannen voor een staatsgreep in 1973, op 24 maart 1987 echter onder meer weten:

Over de voorwaarden voor een onderzoek door de Veiligheid van de Staat werden aan de minister van Justitie gerichte verslagen opgesteld. Daaruit bleek dat de door de pers aangebrachte ontwikkelingen ongegrond waren en gebaseerd op nu eens vage, dan weer overdreven, zelfs onjuiste gegevens. De Veiligheid van de Staat heeft geen aanwijzing gevonden die het gerucht aannemelijk maakt over de voorbereiding van een militaire samenzwering met de betrokkenheid van extreem-rechtse groepen of personen.

Een week later - 31 maart 1987 - deelde de minister van Landsverdediging in antwoord op een soortgelijke vraag evenwel mee:

"De in 1973 circulerende geruchten over een militaire samenzwering in België werden nooit nagetrokken. Er werd ten aanzien van niemand enige maatregel genomen. Het is echter vanzelfsprekend dat de veiligheids- en inlichtingendiensten door hun aard voortdurend waakzaam zijn voor de theoretische mogelijkheid dat dergelijke samenzweringen het licht zien."

Dus wat er nu werkelijk aan verificatie is gebeurd - in het bijzonder van de kant van de militaire veiligheid - is niet duidelijk. Overigens is het wel zo dat er in het dossier dat bij de rijkswacht berust, enkele stukken uit 1973 zitten die erop wijzen dat er enig nader onderzoek is ingesteld, onder andere naar een bijeenkomst van de NEM-Club te Brussel in september 1973, naar de achtergronden van een bepaalde rechts-extremistische groepring, en naar het doen en laten van een zeker iemand. Deze nadere onderzoeken leidden niet tot meer inzicht in eventuele plannen om een staatsgreep te plegen.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

15

De nationaal coördinatorvan het (rijkswacht-) onderzoek naar de Bende van Nijvel meldde in een brief van 15 december 1989 aan de commandant van de rijkswacht over de zogenaamde 'Opération bleue' dat eind december 1988 (22 december 1988) onderzoeksrechter Hennart de BOB van Nijvel in het kader van het onderzoek Mendez opdracht had gegeven om een nader onderzoek in te stellen naar deze kwestie. De betrokken speurders hadden toen bij de BOB te Brussel tevergeefs gezocht naar een dossier met het opschrift 'Opération bleue'.Tevens hadden zij op last van de genoemde onderzoeksrechter het dossier van de informatiecel in beslag genomen dat de titel droeg: "Putsch? (extrême-droite) 1973". Uit de bijbehorende inventaris kan worden opgemaakt dat zich in dit dossier geen andere (belangrijke) documenten bevonden dan dewelke die hiervoor reeds werden beschreven.

Waarom Hennart dit dossier in beslag nam, blijkt uit een proces-verbaal dat nog op 22 december 1988 aangaande deze inbeslagneming werd opgesteld. Kennelijk had de gewezen rijkswachter Amory op 18 mei 1988 verklaard dat er bij de BOB Brussel sprake was van een dossier met geruchten over een staatsgreep:

Tot op heden kan niet worden bevestigd dat het gaat om het dossier inzake 'Opération bleue' waarover Amory spreekt. Bij de BOB van Brussel draagt dat dossier die naam immers niet en is het niet geklasseerd onder een dergelijke naam. Bij de lezing van dat dossier komt het woord 'Opération bleue' bovendien nergens voor. Op de dossiermap staat vermeld "Putsch? (extrême-droite) 1973'. Dat dossier werd ons overgezonden door het diensthoofd van de Brusselse BOB, kapitein Brabant; in de documentatie van de BOB van Brussel werd er een kopie van bewaard.

Wij zullen ons onderzoek voortzetten met het verhoor van de voormalige leden van de BOB in Brussel die in 1973 verantwoordelijk waren voor de informatiecel; over die verhoren zullen later processen-verbaal worden opgemaakt.

Of deze verhoren ook werkelijk hebben plaatsgevonden, weten wij niet. Er zitten geen verklaringen in de dossiers waarover wij beschikken, om dit uit te maken. En ook in het dossier Mendez hebben wij er - via de inventaris - geen kunnen traceren. Op 8 februari 1989 werd door Hennart zelf wel Tratsaert ondervraagd. Deze verklaarde dat hij van 1960 tot 1980 had gewerkt bij de informatiecel van de BOB te Brussel. Verder maakte hij gewag van een opdracht tot vernietiging van dossiers die eind 1979 - begin 1980 werd gegeven:

"Eind 1979, begin 1980 kreeg ik het bezoek van de adjunct-inspecteur van de rijkswacht. Hij vroeg om een staal van onze dossiers over personen. Kort na dat bezoek heeft de dienst van de rijkswachtstaf formele instructies gekregen om over te gaan tot de vernietiging van alle steekkaarten en 'personendossiers' die geen gerechtelijke basis hadden, een proces-verbaal bijvoorbeeld. Ik moet preciezer zijn in de zin dat het kapitein Marchoul was die me vertelde dat de staf om die vernietiging had verzocht en dat die staf er de nadruk op had gelegd dat de opdracht snel zou worden uitgevoerd. Wat ik daarmee wil zeggen, is dat, indien mijn geheugen me niet in de steek laat, ik persoonlijk rechtstreeks van de staf geen mondelinge of schriftelijke instructies heb gekregen. Wat mij betreft, heb ik aan één en zelfs aan meer collega's gevraagd om te beginnen met het sorteren en vernietigen. Voor mij was dat een onaangenaam werk omdat het ging om de vernietiging van de resultaten van 20 jaar arbeid door de dienst. Toen ik in december 1980 ben vertrokken, was enkel een zeer klein gedeelte vernietigd."

Dan kwam natuurlijk de vraag naar wat hij wist omtrent de verhalen over een staatsgreep in 1973:

"Ik herinner me, via hiërarchische weg, van de staf een verzoek te hebben ontvangen om onderzoek te verrichten naar extreem-rechts in verband met een staatsgreep. Het betreft wel degelijk een plan voor een staatsgreep in 1973. Ik heb terzake een verslag opgesteld dat werd ondertekend door de toenmalige districtscommandant."

Ik toon u een verslag van 10 september 1973 dat werd ondertekend door majoor De Cock (stuk 28 van bewaargeving 27088 bij de griffie van de correctionele rechtbank te Nijvel). Is dat het verslag dat u heeft opgesteld?
"Ja."

Ik toon u een handgeschreven document (stuk 16 van bewaargeving 27088 bij de griffie van de correctionele rechtbank te Nijvel) dat de kladversie van dat verslag lijkt te zijn. Werd dat document door u geschreven?
"Ja, behalve de verbeteringen met potlood, die waarschijnlijk van mijn adjunct zijn die Franstalig is, waar ik veeleer Nederlandstalig ben."

Heeft u terzake nog andere verslagen opgesteld?
"Neen. Wat voorkomt in het verslag dat u me heeft getoond, dat wil zeggen dat van 10 september 1973, is alles dat ik wist over de mij toevertrouwde opdracht."

Heeft u bij die gelegenheid een intern onderzoek bij de rijkswacht verricht?
"Neen. Het onderzoek waarmee ik werd belast, had geen betrekking op de rijkswacht."

Bron: Eindverslag Tweede Bendecommissie (bijlage 4)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Namen noemen aub!

Het land is geschokt, maar het moet er de 'Kamercommissie voor onderzoek naar de manier waarop banditisme bestreden worden' dankbaar om zijn. Er is te veel gebeurd, er is te veel gezwegen. De regering komt vandaag donderdag bijeen om te zien wat haar te doen staat.

Harde bewijzen voor de stelling dat een staatsgreep werd overwogen, zijn er vooralsnog niet. Er staan namen in een nota die door luitenant-kolonel met pensioen Herman Vernaillen aan de voorzitter van de onderzoekscommissie werd overhandigd. Er kunnen vragen gesteld worden omtrent de betrouwbaarheid van deze informatie, maar het feit kan niet ontkend worden dat deze en andere beschuldigingen in gerechtelijke dossiers blijven weggemoffeld.

Van de regering wordt verwacht, dat zij de Kamercommissie steun verleent door passende maatregelen. De drugzaak François, de Bende van Nijvel, de afrekening Mendez: al deze ongure zaken vertonen verwantschappen waarin zich zoveel toevalligheden hebben voorgedaan, dat ze voor niemand nog geloofwaardig zijn. Onze ordediensten blijken doorkruist door duistere belangen. Dreigen de ordediensten zelf een gevaar te worden voor de burger?

Bron: Het Laatste Nieuws | 11 mei 1989

"Vernaillen liegt niet"

Volgens de vroegere rijkswachter François Raes liegt luitenant-kolonel Vernaillen niet, wanneer hij verbanden legt tussen de grote criminele zaken die het land sedert een paar jaar beheersen. Volgens Raes, die de drugzaak tegen commandant François aan het rollen bracht, begon het allemaal met een ambtenaar die opmerkte dat François en zijn mannen vrachtwagens vol ingevroren vlees en drugs doorlieten aan de Luxemburgs-Belgische grens.

"De ambtenaar ging in oktober 1981 naar het parket en werd ondervraagd door BOB-adjudant Goffinon. Een paar dagen later ontplofte de auto van de adjudant. Nog later volgde een telefoontje dat vier mensen met de dood bedreigde: de rechter de Biseau, BOB'ers Vernaillen en Goffinon en de ambtenaar, wiens naam bijna niemand geacht werd te kennen. Een week nadien werd de aanslag op Vernaillen gepleegd."

Raes werd na de zaak François weggepest bij de rijkswacht. Ondertussen overweegt adjudant Goffinon van de BOB klacht neer te leggen tegen zijn vroegere baas Herman Vernaillen, omdat hij zich aangevallen voelt door de verklaringen van de gepensioneerde luitenant-kolonel.

Bron: Het Laatste Nieuws | 11 mei 1989
 
De namen van Vernaillen: Vanden Boeynants, generaal Beaurir en procureur Charles in nota voor Kamercommissie

Gepensioneerd rijkswachtkolonel Herman Vernaillen heeft deze week in de onderzoekscommissie van de Kamer inzake banditisme onthuld, dat hij ook op de hoogte was van plannen voor een staatsgreep. Hij overhandigde commissievoorzitter André Bourgeois een document waarin namen vermeld worden.

Bourgeois heeft deze nota nog niet overgemaakt aan de commissieleden. Hij zal dit pas doen na zijn terugkeer uit Turkije, waar hij verblijft als lid van een parlementaire afvaardiging. Door een gunstige wind kwamen de namen op onze redactie terecht.

Vernaillen wijst er in zijn nota wel uitdrukkelijk op, dat hij allenamen en gegevens reeds in 1980 kreeg van Léon Finné, die bij de overval door de Bende van Nijvel op de Delhaize van Overijse in 1985 werd gedood. Pas nadat ex-rijkswachter Lekeu begin dit jaar in een interview de plannen voor een staatsgreep aan het licht bracht, ging Vernaillen een verband leggen.

In zijn nota noemt Vernaillen de namen van degenen die achter de plannen voor een mogelijke staatsgreep zaten zoals die hem door Finné werden medegedeeld. Volgens Finné gaat het om rijkswachtgeneraal Beaurir, Paul Vanden Boeynants en procureur-generaal Charles, die thans voorzitter is van het Hoog Comité van Toezicht. De naam van Vanden Boeynants valt in de nota ook in verband met de zaak van drugs in bevroren vlees.

Bron: Het Laatste Nieuws | 12 mei 1989

17

club_le-happy-few wrote:

graaf Arnould de Briey (een hoge ambtenaar van het Abos)

De schoonvader van de Briey was gewezen premier Paul Van Zeeland. Toen Julien Lahaut vermoord werd, was Van Zeeland minister van Buitenlandse Zaken in de regering van Joseph Pholien.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

18

Een interview met Walter De Bock:

Interview exclusive sur les "années de plomb belges": Coup d'Etat en Belgique?
Un journaliste d'investigation témoigne

Plusieurs journalistes d’investigation ont enquêté sur les "années de plomb belges" (terrorisme 'rouge' et 'noir', tueries du Brabant wallon, déstabilisation de l’Etat, scandales à la Sûreté de l’Etat, implication du "lobby" pro-américain…). Walter De Bock, du quotidien flamand De Morgen est l’un de ceux-ci. Nous l’avons rencontré au sujet de ces "années noires" qui ébranlèrent la Belgique dans les années quatre-vingt.

Walter De Bock nous parle en particulier d’une tentative de coup d’Etat programmé en 1973 dans notre pays ! Il témoigne également au sujet de l’existence de réseaux clandestins chargés d’organiser des opérations subversives sur notre territoire national. Ces réseaux liaient à la fois des services secrets des Etats-Unis, des instances de l’OTAN et des organisations terroristes d’extrême droite. Entretien exclusif avec RésistanceS.

Manuel Abramowicz: Au cours de vos enquêtes, avez-vous eu connaissance d'un plan visant à la déstabilisation du pays en vue d'y instaurer un régime fort?

Walter De Bock: Oui, tout à fait. Je m'en souviens comme si c'était hier. A l'époque, je débutais comme journaliste au sein de l'hebdomadaire flamand Knack. Au cours de l'été 1973, un long article fut publié par Frank De Moor (l'actuel rédacteur en chef de Knack) et le regretté Frans Verleyen (alors directeur de la rédaction), à propos de ce projet fou. Mais apparemment rêvé et même planifié par certains "notables" du pouvoir belge. J'ai participé de près à cette enquête. Par la suite, tout au long de mes activités de journaliste, j'ai systématiquement recherché des éléments supplémentaires sur ce coup d’Etat.

M.AZ: Quelles sont ces preuves vous permettant d'affirmer que ce projet ait été planifié à un moment donné dans les coulisses de la politique belge?

W.DB: L'enquête du journal Knack débute avec le témoignage d'un professeur malinois d'une université flamande. Ce dernier prétendait avoir été contacté par des leaders de l’ultradroite belgicaine pour faire partie d’un "gouvernement provisoire" (sic) qui aurait été mis en place après le coup d’Etat. Par ailleurs, ses dires confirmèrent d'autres données que nous avions en notre possession.

Dans cette affaire, il est impératif de se remémorer le contexte de l'époque. Nous étions en pleine "guerre froide". Le Bloc soviétique représentait le mal absolu et les propagandistes d'ultradroite le considéraient comme un danger immédiat pour la "paix sociale" de nos systèmes démocratiques. La contestation de la gauche radicale avait atteint son paroxysme, après la "révolution" de Mai 68. La perte du Congo belge faisait toujours l'objet d'une blessure ouverte pour de nombreux anciens coloniaux civils et militaires. La tension sociale en Belgique inquiétait beaucoup de membres des différents pouvoirs (politique, économique, judiciaire). Le cœur du dispositif militaro-politique de l'OTAN se trouvait déjà à Bruxelles, tout comme les sièges des principales organisations à la base de la construction européenne. La sécurité des institutions belges et étrangères deviendra une véritable obsession.

http://www.resistances.be/images/bsrg.jpg

Document exclusif de RésistanceS – Première page de la note interne de la BSR, la Brigade de surveillance et de renseignements de l’ex-gendarmerie belge, intitulée "Info coup d’Etat en Belgique". Elle est datée du 10 septembre 1973 et concerne une enquête de la BSR sur la préparation d’un putsch militaire impliquant "certains milieux financiers et des groupements politiques d’extrême droite". Comme d’autres, le nom d’Emile Lecerf, le "patron" du Nouvel Europe magazine et futur parrain du Front de la jeunesse, est cité parmi les "comploteurs".

Pour leur part, les "belgicains" les plus extrémistes, ceux fidèles à la "Belgique de papa", manifestaient avec véhémence leur inquiétude vis-à-vis des projets de fédéralisation du pays. Pour eux, les choses étaient simples: la fin de la Belgique unitaire avait été programmée par les parlementaires ! Plusieurs éminents représentants de ces milieux ultraconservateurs décidèrent de sonner le tocsin. Un haut gradé de l'Armée belge et ancien du Congo, le major Guy Weber, lança un défi au gouvernement à l’occasion de la nomination d’officiers néerlandophones. Selon lui, cette nomination risquait de rompre l’unité nationale au sommet des forces armées. Weber fut suivi par les plus hautes autorités militaires, dont son chef de corps. Majoritairement francophones, ces officiers belgicains agissaient contre ce qu'ils pensaient être le démantèlement annoncé de l'Etat belge.

Ces "rebelles" adoptèrent un discours radical et menaçant. A tel point que plusieurs hommes politiques de l'époque jugèrent nécessaire de réagir avec fermeté vis-à-vis de cette tentative d'intimidation orchestrée par des militaires sur les affaires de l'Etat. Le président du parti socialiste belge, par exemple, ne mâcha pas ses mots pour dénoncer les attitudes de "général d'opérette" de Weber et consorts. La tension était vive entre les deux camps. Ils ne se résumaient pas à se regarder en chien de faïence. Plus tard, pour avoir contesté une décision parlementaire, le colonel Weber sera enfin muté au SHAPE, le quartier-général de l'OTAN. Et l’affaire en resta là. Sans l’ouverture d’aucune enquête.

M.AZ: Pouvez-vous nous en dire un peu plus sur ces fameux hommes de l'ombre, sur ces "comploteurs"? Qui étaient les membres de cette conspiration? Quelle était la raison de leur projet d'Etat fort?

WDB: L'essentiel du noyau dur de ce groupe à la base du projet de coup d'Etat, désigné par nos témoins et les documents en notre possession (notamment, une série de rapports confidentiels de différentes sections territoriales de la BSR, à la demande de l’Etat-Major de la gendarmerie) provenaient pour la majorité de la classe politique francophone. Essentiellement de l'aile droite du Parti social-chrétien (PSC). On citait les noms de militaires, de très hauts gradés de la gendarmerie, mais aussi celui d’hommes d'affaires de premier plan. Parmi ces apprentis putschistes se trouvaient des anciens du Congo belge qui n'arrivaient pas accepter la perte de notre colonie africaine. L'anticommunisme, "l'amour de la Patrie" et la peur du fédéralisme formaient le dénominateur commun entre les différentes factions à l'origine de ce projet de déstabilisation.

Les têtes pensantes du putsch le voulaient unitaire. C'est donc pour cette raison qu'ils prirent très vite contact avec des milieux conservateurs flamands, entre autres avec un avocat, par ailleurs principal bailleur de fonds de l'extrême droite anversoise.

Des comptes rendus montrent que des réunions eurent lieu à Anvers, à Liège et surtout dans un café à deux pas de la gare du Luxembourg, à Bruxelles. Cette même mouvance particulière jouait un rôle central dans le lobby qui soutenait le régime raciste en Afrique du sud. D'autres liens se forgèrent avec les principaux pays dictatoriaux pro-occidentaux, via des organisations internationales anticommunistes et des services de renseignement officiels ou parallèles.

M.AZ: L'extrême droite "classique" faisait-elle partie de cette stratégie de la tension?

WDB: Des documents internes de la direction des Jeunesses Belges-Belgische jeugd (JBJ) montrent clairement que cette organisation d'ultradroite unitariste, regroupant des adolescents idéalistes mais certainement manipulés, était au courant de quelque chose (1). Mieux, à la lecture entre les lignes de leurs archives, on peut supposer que les JBJ devaient participer activement à cette déstabilisation. Apparues en octobre 1968, il faut savoir que le dirigeant de ces "jeunesses", Jean Breydel, comme beaucoup de ses "lieutenants", provenait de l'extrême droite et avait alors une place de premier ordre au sein du CEPIC, la tendance d'ultradroite du PSC.

A côté du mouvement de jeunesse JBJ, l’extrême droite menait une vigoureuse campagne de propagande pour diffuser ses idéaux. Le journal Nouvel Europe magazine (NEM) et ses cercles militants, les NEM-Clubs, servaient de relais médiatique à cette campagne qui ciblait en particulier l’Ecole royale militaire et la légion mobile de la gendarmerie. En leur sein, beaucoup de sympathisants et de membres actifs seront recrutés. A ma connaissance, depuis la Libération, ce fut la première fois que des officiers d’active et de réserve rejoignirent au grand jour un mouvement d’extrême droite. Ce qui est pourtant totalement interdit !

Le NEM était un instrument de la droite nationale belge, alors incarnée par le CEPIC. La branche jeune des NEM-Clubs deviendra le Front de la jeunesse, une véritable milice privée et paramilitaire néofasciste au service, jusqu'à la fin des années septante, de la même mouvance.

Deux hommes de l'ombre furent les courroies de transmission entre les divers "pions" de ce plan de déstabilisation. Il s'agit d'Emile Lecerf et de Florimond Damman. Le premier dirigeait le Nouvel Europe magazine et était le "parrain politique" des principaux dirigeants néofascistes, dont Francis Dossogne (Front de la jeunesse) et plus tard Paul Latinus (le führer du Westland new post). Lecerf était nommément désigné dans un rapport de la BSR (daté du 10 septembre 1973) comme étant l'un des chefs d'orchestre du réseau clandestin antidémocratique à la base du coup d’Etat. Le second, Florimond Damman, est moins connu, mais appartenait à la "bourgeoise d’affaires". Il était notamment lié à des aristocrates proches du Palais royal et de l’OTAN. Damman fut le maillon de référence d'un réseau international anticommuniste impliqué dans des actions clandestines. Via plusieurs organisations européennes dans lesquelles ce personnage évoluait, la droite conservatrice côtoyait l'extrême droite subversive. Damman avait de très bonnes relations avec un ministre franquiste et membre important de l'Opus Dei. Il était surtout lié à Yves Guérin-Sérac, la figure de proue d'une organisation internationale de "stratégie de la tension" au service des régimes de la droite dure et "travaillant" avec des services secrets atlantistes (2).

M.AZ: Les documents internes que vous aviez récoltés, les éléments matériels existants et les témoignages recueillis seront-ils par la suite complétés par d'autres preuves démontrant la tentative de coup d'Etat?

WDB: Bien plus tard, au début des années quatre-vingt, à l'occasion d'enquêtes sur d'autres faits de déstabilisation, comme celle sur les tueries du Brabant, de nouvelles sources viendront renforcer les révélations que nous avions publiées sur ce projet de coup d'Etat politico-militaire. Lors d'auditions de témoins clés devant les commissions parlementaires d'enquête sur les réseaux clandestins militaires Gladio de l’OTAN, sur le banditisme et le terrorisme, par exemple.

L’existence jusqu’au début des années nonante d’un réseau parallèle constitué de militaires d’extrême droite fut encore confirmée. Pour rappel, l’objectif de plusieurs personnalités impliquées dans ce groupe antidémocratique était l'instauration d'un pouvoir fort en Belgique et la constitution d’un gouvernement de "salut national". Instauré par la force…

Propos recueillis par Manuel Abramowicz

Notes:

(1) En mai 1999, le mensuel bruxellois Avancées avait publié un document prouvant les liens de ces Jeunesses Belges-Belgische jeugd (JBJ) avec l'extrême droite. Dans ce document d’archives, les JBJ était clairement présentées comme étant une des structures de la mouvance du CEPIC, la tendance d'ultradroite du PSC menée alors par l'ex-Premier ministre Paul Vanden Boeynants.

(2) Il s’agit de l’agence Aginter Press, un réseau international clandestin d’extrême droite, également connu sous le nom de Ordre et Tradition, installé à Lisbonne durant la dictature fasciste. Aginter Press sera impliquée dans la "stratégie de la tension", responsable d’opérations de déstabilisation en Italie. Cette stratégie lie des services secrets des Etats-Unis et l’OTAN qui utilisèrent des organisations d’extrême droite pour commettre des attentats aveugles en Italie, notamment.

Bron: RésistanceS | 25 februari 2004

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Artikel uit La Dernière Heure van 12 mei 1989:
http://i38.servimg.com/u/f38/15/00/61/71/coup11.jpg

Staatsgreep in België

In augustus 2003 was het precies dertig jaar geleden dat door een gericht perslek definitief het waanzinnige plan werd gekelderd om een militaire staatsgreep te plegen in ons land en de parlementaire democratie te vervangen door een rechts kolonelsregime naar Grieks model. De complotteurs beschikten over geld, wapens, politieke connecties en de vereiste expertise om hun plan te kunnen uitvoeren. Een 'hoge personaliteit', wellicht toenmalig PSC-minister van Defensie Paul Vanden Boeynants, destijds het boegbeeld van de gespierde rechterzijde, weigerde echter op het cruciale moment de leiding van de operatie op zich te nemen, waarna het plan als een mislukte soufflé ineenzakte.