Hij heette Edmond Vissers, zij Maria-Louiza Vanruyskensvelde. Hij was geboren in 1928, zij in 1927. Hij kwam occasioneel aan de kost als fotograaf. Zij plaatste als prostituee advertenties in de krant en ontving "aan huis". Dat wilde zeggen: in een gammele caravan op de camping La Hetraie in Sint-Joris-Weert, Oud Heverlee. Het was een toevluchtsoord voor mensen die de snelle stijging van de huurprijzen in Brussel niet konden volgen. Over de koterijen die hier werden bewoond, viel soms moeilijk te zeggen of het nu ging om caravans, chalets of tot chalets verbouwde caravans. Zo'n soort camping.
In de ochtend van 3 februari 1985 werden de lijken van Vissers en Vanruyskensvelde ontdekt. Vissers was afgemaakt met een kogel in zijn linkeroog en een achter een oor. Vanruyskensvelde had drie kogels in haar rug en een achter een oor. In zijn ene hand hield het lijk van Vissers een nog niet aangestoken sigaret vast, in de andere een aansteker. Het leek er sterk op dat hij de dader moest hebben gekend. Tussen de moord op Vissers en die op zijn echtgenote, blijkt later, lag bijna een half uur. Kennelijk werd zij al die tijd onder schot gehouden, werd er gepraat. Op een gegeven ogenblik moest de oude prostituee een stuntelige vluchtpoging ondernomen hebben. Dat leidden de eerst aanwezige Leuvense politiemannen af uit de kogel die door de rug van de prostituee heen ging en de bloedsporen die ze aantroffen op de deur van de caravan. Haar lijk, zo stelden ze vast, was nadien weer binnengesleept.
De manier waarop het paar werd geëxecuteerd, leek sterk op de wijze waarop FN-topman Juan Mendez een jaar later werd omgebracht. Met Mendez zit men opnieuw in Bende van Nijvel-sferen, want tot vandaag zijn er redenen om aan te nemen dat hij wapens leverde aan de Bende van Nijvel. De techniek van het schot in of achter het oor, bij voorkeur met inwendig ontploffende kogels, was enkele extreem-rechtse fanatici in de vroege jaren tachtig aangeleerd in de Practical Shooting-clubs. Ook de ex-BOB'ers Amory, Beijer en Bouhouche waren lid van die clubs en beschikten over dit soort wapens en munitie.
De Leuvense politieman Robert Bruelmans zag nog andere verbanden. Via een kleine rondvraag bij de campingbewoners kwam hij aan de weet dat Vissers tot in 1983 de medeuitbater was van een seksclub aan de Generaal Jacqueslaan in Etterbeek, vlakbij het hoofdkwartier van de rijkswacht dus. Een van zijn taken bestond er daar in stiekem foto's te nemen van deelnemers aan groepsseks. Waarom en in wiens opdracht hij dat deed, had Vissers nooit verteld. Het was ook niet duidelijk waarom hij uit de Brusselse beau monde was verbannen. Wel was geweten dat hij van die foto's een hele collectie negatieven bewaarde. Toen de politie na de moord zijn caravan doorzocht, lag alles daar overhoop.
Er was nog iets anders dat deze moord eerder ongewoon maakte, vond Bruelmans. De houding van de overige bewoners. Pas omstreeks 10.00 uur 's ochtends verwittigde campinguitbater Jean-Marie V. de politie. Dit, terwijl hij later zou toegeven dat hij "tussen twee en drie uur 's ochtends" schoten had gehoord. Hoe kon het dat hij toen niets had gemerkt? Zijn chalet stond pal naast die van Vissers en Vanruyskensvelde.
In de chalet zelf vond de politie een adreskaartje. Het verwees naar een wapenbedrijfje in Elsene dat uitgebaat werd door Robert Darville. Darville was in 1985 niet veel meer dan een onderwereldfiguur van dertien in een dozijn. Hij werd pas bekend toen hij in augustus 1989 in de nasleep van het onderzoek naar de ontvoering van oud-premier Vanden Boeynants geïdentificeerd werd als de wapenfreak van de misdaadbende rond topgangsters Patrick Haemers en Philippe Lacroix.
Een beperkt aantal politiemensen kende Darville in 1985 reeds als een van de vaste bezoekers van de club Jonathan, die z'n roem dan weer dankte aan de veelbesproken seksfuiven-in-confituur. Naast de fine fleur van de Brusselse onderwereld mocht de club ook figuren als de adjunct-gevangenisdirecteur van Sint-Gillis Jean Bultot, BOB'er Martial Lekeu, FJ-leider Francis Dossogne en de Brusselse GP'er Feddo Godfroid tot haar klantenkring rekenen. Voor zowel Bultot, Lekeu als Godfroid was de Jonathan een tussenstap in hun metamorfose. Darville was ook een zeer goede kennis van Juan Mendez. Tijdens een huiszoeking werd bij hem ooit een plannetje teruggevonden waarop de route stond aangeduid om naar de woning van Mendez te rijden.
Bruelmans kende Darville op dat ogenblik nog niet, maar ook zonder het adreskaartje was het hem al duidelijk dat het motief voor deze moord wel eens gezocht zou moeten worden in Brusselse seksorgieën. Jean-Marie V, zoon van een schatrijke notaris en mislukt als rechterstudent, was een verwoed échangist. In hun gloriedagen waren Vissers en Vanruyskensvelde elk weekend van de partij op seksfuiven in diverse Brusselse etablissementen, meestal om en rond het Ter Kamerenbos. Ze werkten vooral voor Robert M.
Vissers werd door deze man belast met het huren van appartementen waar de klanten ongestoord hun gangetje konden gaan. M. was van dezelfde generatie als de twee slachtoffers. Hij had in 1985 al de gezegende leeftijd van 65 bereikt. Kort na de dubbele moord verrichtte de Leuvense GP een huiszoeking bij M. De aandacht ging vooral naar zijn agenda, en al bladerend nam de interesse alleen toe. De speurders stootten op de namen van allerlei hoge pieten uit het bank- en financiewezen, enkele kopstukken uit de Antwerpse diamantwereld, diplomaten, functionarissen van de Europese Gemeenschap en enkele bekende Belgische edellieden. Misschien, dacht Bruelmans, had het aan lager wal geraakte koppel wel het malle plan opgevat om een van de klanten te chanteren.
In de agenda van M. staan onder de D twee opvallende telefoonnummers genoteerd, al zeggen ook die de GP'ers op dat ogenblik niets. Er staat: Dolo Michel 734.43.78, 145 rue des Atrébates en Dolo 649.22.09. De twee nummers verwijzen naar de ons inmiddels welbekende bar, en vermoedelijk meer bepaald naar uitbater Michel Forgeot. Wanneer de speurders van de antenne Neufchâteau begin 1997 een kopie van het dossier 55/85 van de Leuvense onderzoeksrechter Raymond Decoux in handen krijgen, wachten hen nog meer verrassingen. Zoals kon worden gevreesd, is de moord nooit opgehelderd. En te oordelen aan wat er met de in beslag genomen overtuigingsstukken gebeurde, hoeft dat ook niet te verwonderen.
De met bloed besmeurde deur van de caravan is zoek. Volgens het Leuvense parket is deze goudmijn van sporen destijds wel degelijk onderzocht, maar heeft dat niets opgeleverd. Voor het feit dat de deur kwijt is, heeft men niet direct een verklaring. Onderzoeksrechter Decoux tilt niet zo zwaar aan het verdwijnen van de deur. "Als we er toen geen sporen op konden vinden, dan zal dat nu ook wel niet meer kunnen." Bij de antenne-Neufchâteau is men daar begin 1997 niet zo zeker van. In 1985 was DNA-onderzoek nog niet mogelijk. Vandaag wel.
Er is ook iets eigenaardigs gebeurd met het register waar de uitbater de namen van alle bezoekers inschreef. Op de griffie te Leuven treft de antenne-Neufchâteau begin 1997 twee versies aan van dit register: een origineel en een fotokopie. De kopie is in de eerste dagen na de moord gemaakt door Decoux zelf. Zo kon hij het document rustig bestuderen zonder zich te hoeven bekommeren over vlekken. Op het origineel, zo blijkt nu, zijn verschillende namen met Tippex uitgewist en vervangen door andere. Hoe zoiets kon gebeuren, weet niemand. Vermoedelijk heeft de rijkswacht het register teruggegeven aan de uitbater en is het na door hem te zijn beklad weer in beslag genomen door politie of GP Ook van dit voorval ligt Decoux niet wakker. "Die hele zaak baadde een beetje in de sfeer van de politieoorlog", herinnert hij zich.
De nervositeit heeft een oorzaak. Een van de verdachten heet M.D. en is rijkswachter. Hij is meer bepaald een vertrouweling van kolonel Gérard Lhost. Volgens enkele campingbewoners moet M.D. de laatste - of de op een na laatste - zijn geweest die Maria-Louiza Vanruyskensvelde in leven heeft gezien. Hij is die avond de camping binnengekomen om 20.00 uur. Verschillende bewoners kunnen daarover getuigen. Weinigen hebben hem echter zien vertrekken. Hierover aan de tand gevoeld, zegt M. D. dat hij om 00.10 uur is vertrokken, één van de getuigen bevestigt dat ook. Wat had hij op dat late uur te zoeken in de caravan van de 57-jarige prostituee? M.D. zegt dat hij reageerde op een advertentie ineen krant, maar dat hij haar "iets te oud" vond. M.D. had blijkbaar meer dan vier uur nodig om tot die bevinding te komen.
Een van de in het register uitgewiste namen verwijst naar een collega-rijkswachter en goede vriend van M.D., de elf jaar later door X1 op foto herkende M.H. Hij moet minstens één keer op de camping zijn geweest, en iemand moet er belang bij hebben gehad om daar de sporen van uit te wissen. De naam van M.H. duikt nog om een andere reden op in dit dossier. Het is hij die M.D. een alibi heeft bezorgd voor diens tijdsgebruik in de nacht van de moord. M.H. zweert dat M.D. rond een uur of één 's nachts bij hem is aangekomen. Daardoor kan hij met de tussen twee en drie gepleegde moord niets te maken hebben...
De GP'ers die in die tijd aan het onderzoek werken, voelen aan hun kleine pink dat de twee rijkswachters hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd. Die indruk wordt bevestigd wanneer later bij beiden huiszoekingen worden verricht. "Normaal zijn mensen verontwaardigd wanneer je bij hen binnenvalt en ze meeneemt voor een verhoor", zegt een speurder van toen. "Niet zo bij dit duo. Je merkte duidelijk dat ze getipt waren." Een maand na de moord gaat M.H. met pensioen. Hij was tot dan toe - hij ook al - actief bij de Groep Dyane.
In 1989 is nog een deel van Vissers' fotoarchief teruggevonden tijdens eenhuiszoeking bij Jean-Marie V. Het blijft onduidelijk wat de berg negatieven daar lag te doen. Uit alles blijkt dat het slechts het restant is van een veel omvangrijker collectie. In elk geval is op geen enkele van de beelden een minderjarige te zien. Het onderzoek naar de brutale dubbele moord is officieel nooit afgesloten, maar Decoux is zovele jaren later bijzonder pessimistisch. Na de kortstondige opwinding over een mogelijk verband met het X1-onderzoek en het elimineren van de ploeg-De Baets, gaat het hele dossier terug in de lade en gebeurt er niets meer.
Er is heus niet veel verbeelding nodig om de moord op het oude partouze-koppel te kaderen in de politionele schemerzone van seks, chantage en corruptie van het begin van de jaren tachtig. De bewaker op camping La Hetraie was een gewezen cipier van de gevangenis in Sint-Gillis, waar Jean Bultot in die tijd de plak zwaaide. Een van de chalets werd bewoond door de broer van Achille Haemers. Haemers senior werd zelf heel vaak gezien op de camping. Een van de bij het onderzoek betrokken GP'ers wordt enkele jaren later dood aangetroffen met drie kogels in het hoofd. Zelfmoord, besloot justitie.
De enige die na de mislukte huiszoekingen bij H. en D. nog in hun betrokkenheid bleef geloven, was politieman Robert Bruelmans. In de jaren die volgden, kreeg hij echter problemen met zijn hiërarchie, voelde hij zich systematisch tegengewerkt in al wat hij in dit dossier nog wou ondernemen en werd hij uiteindelijk gedwongen om het politiekorps te verlaten en met ziekteverlof te gaan.
Bron: X-dossiers: wat België niet mocht weten van de zaak Dutroux | Annemie Bulté, Douglas De Coninck en Marie-Jeanne Van Heeswyck
winne wrote:Kan iemand zeggen om welk wapen en kaliber het hier gaat? Kan belangrijk zijn.
Ik kan bevestigen dat het gebruikte kaliber voor deze dubbele moord .22 was. Edmond Vissers kreeg één kogel in de nek en één kogel in het linkeroog. Maria-Louiza Vanruyskensvelde kreeg één kogel in de rug en "deux coups de grâce" (iets wat ik niet kan vertalen).
Ook de namen van de verdachten in dit dossier M.H. en M.D. zijn mij bekend maar ga ik hier (nog) niet delen.
"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via »
Facebook |
YouTube