1

Wat er zoal mis kan gaan schrijven de ouders van Julie Van Espen in een open brief (HLN, 11 februari).

Betreft: kritische beschouwingen naar aanleiding van het verslag van de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) en voorstel volgende stappen

Geachte Dames, geachte Heren,

Naar aanleiding van het verslag van de HRJ (Bijzonder onderzoek naar het dossier van Steve Bakelmans), openbaar gemaakt op 20 december 2019, (en waarvan de hoofdzaken ons mondeling op die dag door de voorzitters zijn toegelicht) willen wij, als familie van Julie Van Espen, vooreerst de HRJ bedanken voor het gedetailleerde onderzoek. Het is een zeer gedegen verslag in leesbare en heldere taal waarin de verschillende pijnpunten niet uit de weg worden gegaan.

Toch zouden we formeel willen reageren op de uitspraak van de HRJ dat “het onmogelijk is om uit te maken of de moord op Julie vermeden had kunnen worden indien het Antwerps gerecht anders met de zaak was omgesprongen”. Wij als familie zijn hier zeer duidelijk in: Julie had nog geleefd indien iedereen binnen het gerecht zijn verantwoordelijkheid had opgenomen.

Daarnaast kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat dit dossier met fluwelen handschoenen werd aangepakt. In het verslag van de HRJ wordt regelmatig het woord “disfuncties” gebruikt, wij durven te stellen dat het om grove nalatigheden gaat. Bovendien stoort het ons mateloos dat er nergens in het verslag ook maar 1 woord gerept wordt over sanctioneringsmaatregelen: nochtans ligt het absoluut in de mogelijkheid van de HRJ om een tuchtprocedure te doen opstarten. Voor zover wij weten, werd er echter geen enkel verzoek tot het opstarten van een tuchtprocedure ingesteld. In de bedrijfswereld zou, als gevolg van dit type van grove nalatigheden, onmiddellijk de nodige sancties genomen zijn tot zelfs ontslag uit functie.

Zonder te veel in detail te willen gaan (zie ook verslag HRJ), willen we toch nog even een overzicht geven van de belangrijkste nalatigheden en fouten in dit dossier:

1/ gerechtelijk vooronderzoek:

De raadkamer laat de dader vrij op 27/1/2017 onder standaardvoorwaarden, blijkbaar bij gebrek aan risico-taxatie. Volgens ons en op basis van de feiten in het dossier aanwezig, had de raadkamer hem in voorlopige hechtenis moeten houden. Er was zowel recidivegevaar als vluchtgevaar:

A/ recidive gevaar: uit het verslag van de expert - psychiater blijkt duidelijk het recidiverende karakter van de feiten, er blijken uit het strafregister talrijke veroordelingen (5) waaronder een effectieve gevangenisstraf van 30 maanden (eind 2004-midden 2007) voor een eerdere extreem gewelddadige verkrachting waarbij de dader zijn straf uitzat om niet in behandeling te moeten gaan. Spijtig genoeg ontbreekt in het strafdossier ook elke inhoudelijke informatie over de vroegere veroordelingen alsook een geseponeerde gewelddadige verkrachtingszaak uit 2014. Ook van de waarschuwingen van de vader van de dader voor het moordende karakter van zijn zoon zijn niet terug te vinden.

B/ vluchtgevaar: dit blijkt uit het proces-verbaal van 2016 met politionele gegevens waaruit bleek dat de dader tot 3 x toe de gevangenis ontvlucht was ; dit proces-verbaal (PV) maakte deel uit van het strafdossier. Het is ten zeerste te betreuren dat het strafdossier geen opsluitingsfiche van de dader bevatte. Het parket had deze fiche nochtans kunnen opvragen, maar heeft dit nagelaten te doen. Daaruit blijkt immers dat de dader 3x niet naar de gevangenis is teruggekeerd na een uitgaansvergunning of penitentiair verlof. In 2004 gedurende 7 dagen, in 2006 zelfs 211(!) dagen en in 2007 ook nog eens 53(!) dagen.

Bovendien had het Openbaar Ministerie beroep kunnen aantekenen tegen de invrijheidstelling maar heeft dit nagelaten te doen.

2/ procedure in 1ste aanleg

• De opgelegde voorwaarden verlopen automatisch na 3 maanden, het Openbaar Ministerie heeft, om onbegrijpelijke redenen, nagelaten de verlenging te vragen vóór het verstrijken van deze termijn. Deze verlenging had het Openbaar Ministerie eenvoudigweg al kunnen vragen op de inleidende zitting. Bijgevolg werd de dader niet langer door justitie gevolgd.

• Voor de voornoemde extreem gewelddadige verkrachting werd de dader veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf, het is voor ons onbegrijpelijk dat er geen onmiddellijke aanhouding is gevolgd omwille van volgende duidelijke redenen:

o De hoogte van de straf

o Het vluchtgevaar dat de 3 rechters konden afleiden uit het reeds vernoemd PV inzake zijn eerdere ontvluchtingen

3/ procedure in hoger beroep

• De totale behandeltermijn van de zaak in beroep bedroeg bijna 23(!) maanden wat extreem lang is

• Magistraten moeten voorrang verlenen aan zaken die de fysieke en psychische integriteit betreffen, in dit geval wordt de zaak niet prioritair vastgesteld door het Parket-Generaal en wordt daarna de zaak uitgesteld door de Voorzitter van de kamer. Hij verklaart zelfs dat hij, voorafgaand aan zijn beslissing om de zaak uit te stellen, geen kennis genomen heeft van de inhoud van het dossier.

• Op 3 juli 2018 beslist de eerste voorzitter van het hof van beroep om de C2-kamer op non-actief te zetten wegens een tekort aan raadsheren door de aanhoudende besparingen. Volgens het verslag van de HRJ gaat het om pensioneringen. Dit zijn “vertrekkers” die lang van tevoren vastliggen en waarop dus door de HRJ geanticipeerd had kunnen worden. Het vacatureplan dateert reeds van maart 2018…

• Nog veel schrijnender is het feit dat er op dat moment met de hangende dossiers, waaronder dit van de moordenaar van Julie, niets gedaan is. Geen herverdeling, geen screening op prioriteiten, 77 dossiers (!) blijven gewoon in de kast zitten. Nochtans is de aard van de zaak, nl. een zeer ernstige aantasting van de fysieke integriteit, voldoende om er een absolute prioriteit aan te geven.

• Zeer opvallend is ook het totale gebrek aan communicatie en overleg tussen de belangrijkste magistraten: de Voorzitter van de kamer, het Parket-Generaal en de Eerste Voorzitter van het Hof van Beroep.

Samengevat kunnen wij als familie alleen maar vaststellen dat er in dit dossier veel grove fouten zijn begaan waarbij bovendien heel wat magistraten nalatig zijn geweest!

Om het met een metafoor te zeggen: wat zou de maatschappij ervan denken indien de directeur van de Zoo een leeuw los zou laten rondlopen in zijn domein en deze leeuw daarbij een kind zou aanvallen en doden? En wat zouden de burgers dan vinden indien de directeur met volgende uitleg zou komen: “Tja, ik had niet voldoende middelen om deze leeuw in een kooi te zetten, dus er zat niets anders op dan hem in vrijheid te laten lopen, in afwachting van de nodige middelen…”

Gezien de HRJ zich blijkbaar niet geroepen voelt om een tuchtprocedure te doen opstarten en om anderzijds ook magistraten geen gevoel van “straffeloosheid” te geven, pleiten wij ervoor om een Comité J op te richten naar het voorbeeld van Comité P bij de politie. Het gaat om een extern controleorgaan dat toezicht kan houden over de globale werking van magistraten en kan optreden bij duidelijke grove fouten en disfuncties.

Daarnaast willen we echter nogmaals benadrukken dat de HRJ een gedegen verslag geschreven heeft en we kunnen ons zeker vinden in heel wat van de aanbevelingen. De ervaring leert ons echter dat een massa aanbevelingen niet altijd leidt tot het gewenste resultaat en dat het soms beter is om duidelijke prioriteiten te stellen en daarmee alvast van start te gaan.

Op basis van al onze kennis die we tot hiertoe vergaard hebben, durven wij te stellen dat de onderstaande lijst met prioriteiten een absolute must is:

1/ Maak eindelijk werk van een op maat gemaakte digitalisering van het departement justitie:

- Digitalisatie van vonnissen, arresten, opsluitingsfiches, startende met de belangrijkste gerechtelijke documenten

- Oprichten van een kruispuntbank voor delinquenten: te raadplegen door de verschillende belanghebbenden zoals rechters, politie, OM, …

2/ Zorg voor een verplichte opvolging en therapie voor daders van seksueel geweld, ook na strafeinde. Dit is een absolute voorwaarde om de veiligheid van de samenleving te kunnen garanderen.

3/ Sensibilisering: bewustwording (mindset) dat seksuele misdrijven een hoge prioriteit moeten krijgen en als dusdanig moeten behandeld worden.

4/ Degelijke seksuele opvoeding (met respect voor elkaar als centraal thema) en sensibilisering bij jongeren start reeds bij de opvoeding maar gaat verder op school via vorming door ervaringsdeskundigen.

5/ Breid de Zorgcentra Seksueel Geweld verder uit. Deze zijn een grote hulp voor de slachtoffers en een eerste aanspreekpunt.

6/ Oprichting Comité J: zie commentaar op pag. 5

7/ Zorg voor een doorgedreven opleiding op het vlak van seksueel geweld van de politiediensten, parketmagistraten, de zittende magistraten, maar ook de justitie-assistenten die dikwijls jong en onervaren zijn

8/ Zorg ervoor dat de algemene regel voor een proces over zedenzaken een behandeling is met gesloten deuren en dat een openbaar proces de uitzondering wordt.

9/ Als conclusie om de 8 opgesomde prioriteiten waar te maken: behandel justitie als een volwaardig departement en zorg voor voldoende middelen (financieel en medewerkers) om dit waar te maken. Naast voldoende magistraten is het ook van belang om medische en psychologische gerechtsdeskundigen beter te vergoeden om de job aantrekkelijker te maken en over voldoende kwaliteitsvolle deskundigen te beschikken.

De belangrijkste uitdaging die nu overblijft, is te weten wat er nu met alle aanbevelingen gaat gebeuren, wie er actie gaat nemen en wie deze gaat opvolgen. We stellen immers vast dat de HRJ in zijn verslag “naar een betere aanpak van seksueel geweld” ook aanbevelingen toevoegt die echter al dateren van 25 april 2019, ingevolge een veroordeling van de Belgische Staat door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 2 jaar voordien (2 mei 2017)! Deze veroordeling is er gekomen omdat een strafrechtelijk onderzoek na een seksueel misdrijf niet adequaat was gevoerd. Sta ons toe te vragen in hoeverre deze aanbevelingen al werden geconcretiseerd…

Op het moment dat wij deze brief schrijven, zijn de regeringsonderhandelingen nog volop bezig en wordt er, met alle respect, vooral gesproken over de tegenstellingen tussen partijen eerder dan over wat hen mogelijks kan verbinden. Zoals de uitdrukking zegt “voor de ene is het glas half vol, voor de andere half leeg”.

Wat justitie betreft, is voor ons het glas halfvol. Als er nu 1 departement is waarover er tussen veel partijen overeenstemming en verbondenheid kan gevonden worden, dan is het toch wel justitie. Bij deze wensen wij diverse politici alvast al te bedanken voor de al genomen beslissingen (o.a. het wetsvoorstel waardoor rechters voortaan ook het risico op recidive kunnen inroepen als argument om criminelen onmiddellijk na hun veroordeling aan te houden, de wet op de verjaringstermijnen van minderjarigen, voorstel wet m.b.t. de verplichting van seksuele delinquenten om verplicht een begeleiding te volgen na hun vrijlating,…). De eerste stappen zijn alvast gezet maar we zijn er nog niet.

Zoals jullie ongetwijfeld in de media hebben gezien en gelezen, is Julie een super enthousiaste en positieve dochter die altijd voor veel verbondenheid heeft gezorgd tussen haar vrienden en vriendinnen. Bovendien heeft ze altijd gezegd dat ze iets voor de maatschappij wilde betekenen. Laat haar dood niet tevergeefs zijn geweest en laat ons nu eens bewijzen dat we over de partijgrenzen heen snelle en adequate maatregelen kunnen nemen opdat ook justitie een efficiënt werkend en vernieuwend ministerie gaat worden.

We zullen jullie in elk geval blijven challengen over de vooruitgang en regelmatig een update vragen over waar jullie staan met de diverse aanbevelingen en zeker m.b.t. bovenstaande lijst met prioriteiten. Er zijn door de HRJ al aanbevelingen gemaakt in 2015, in het rapport van december 2019 zijn er nu opnieuw een hele rist aanbevelingen gemaakt, het wordt tijd dat er nu zaken worden vastgepakt en uitgevoerd !

Wij wensen jullie niet alleen veel positieve energie toe maar vooral een enorme gedrevenheid om aanbevelingen te willen omzetten in realisaties en kijken dan ook reikhalzend uit naar de eerste stappen.

Erik Van Espen, Kaat De Wilde, Heidi De Wilde, Dieter Grimmelprez, Peter Huyghe

Amaai, dit noem ik nu eens spijkers met koppen slaan. Ik vermoed dat de familie zich heeft laten bijstaan door een advocaat voor het opstellen van deze brief. Dit soort advocaat, wie het ook moge wezen, had één van de slachtoffers van de Bende moeten vertegenwoordigen. Prachtige metafoor trouwens die hij gebruikt. Wij zouden hem ook in het bende verhaal kunnen gebruiken.

Veel sterkte aan de familie trouwens, mochten ze dit lezen.

3

coconut wrote:

Dit soort advocaat, wie het ook moge wezen...

Betreft Mstr. Maes John uit Antwerpen. Persoonlijk geloof ik niet in een oprichting Comité J (Justitie). Daarvan hebben we voldoende negatieve voorbeelden dat het Comité P heeft opgeworpen. Ex-Rijkswachters binnen het Comité P dat ongeoorloofde bescherming heeft geboden naar ex collega's binnen de Rijkswacht. Ik verwijs naar Pol V zijn onderzoek in de zaak Wittock-Van Landeghem betreffende het verhoor van ex-werknemers. De onjuistheden die voorkomen in het Proces Verbaal.

4

Stropers en boswachters verhaal. Neen, een controle moet extern gebeuren. Voorbeelden genoeg in België dat het intern niet werkt.

5

Walter De Moerloose heeft nog gewerkt in het dossier Bende van Nijvel Aalst - Temse. Later als enquêteur binnen het Comité P. Hij bracht de wantoestanden binnen het Comité P aan het licht. Onder andere de Raad van State veroordeelde al een paar maal het Comité P. Ook Freddy Troch zijn verhaal als ex-Voorzitter bij het Comité P.

Indien men pleit voor een Comité J binnen Justitie en waargenomen door magistraten zal er ook met de mantel der liefde gewerkt worden om alles toe te dekken. Voor mij onbegrijpelijk dat er een Antwerps magistraat nog steeds kan functioneren ondanks de verschillende feiten van slagen en verwondingen die hij pleegde aan zijn levenspartner. Tuchtsanctie... enkele zittingen waarnemen als O.M. op de politierechtbank. C'est tout...

Controle moet inderdaad extern gebeuren want de falende justitie laten controleren door falende en corrupte instanties heeft weinig zin. Dit is erg genoeg een angstaanjagend voorbeeld van een falende justitie jammer genoeg door gebrek aan middelen zowel financieel, middelen en mensen. Dat bewijst nogmaals dat ook de politiek faalde door gebrek en juist aanwenden van middelen en fondsen.

Een prachtig statig gerechtsgebouw dat kan wel .... maar zonder degelijke inhoud heeft dat weinig zin toch? Politiekers geef justitie meer middelen zodat zij ook up to date zijn en niet meer moeten tokkelen op sterk verouderde computers, zorg dat de betrekkingen goed verloond zijn en er vervoer ter beschikking is voor onderzoek. Veel mensen binnen justitie bedoelen het goed maar staan met hun rug tegen de muur door besparingen, bespaar op het hogere segment en niet op sociaal onaanvaardbare zaken. En Geef Geens een schot onder zijn kl***n de heldhaftige schijnheilige.

SY Tramontana no longer sailing, waiting for the new boat delivery SY furimmer.

Deel van een artikel uit 1996:

Justitie in België is een volkomen verwaarloosd gebied. Zoveel laksheid, onoplettendheid, onnauwkeurigheid. Alles gaat met de Franse slag. De meeste mensen zijn benoemd op basis van politieke kleur, niet op basis van competentie.

Lode van Outrive, hoogleraar criminologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven, heeft geen goed woord over voor de werking van de Belgische justitie. De blunders in de zaak-Dutroux verbazen hem niets. Want zo gaat het al jaren.

We zijn bijna 25 jaar later en alles is nog precies hetzelfde. Competentie lijkt daar eerder een handicap dan een noodzakelijke voorwaarde.

Er zijn te weinig middelen, men staat achter met de digitalisering. Misschien moeten we eens gaan navragen hoeveel geld er al besteed is aan die digitalisering. Een goede vriend die zich ongeveer 8 jaar geleden bezig hield met die digitalisering kan daar een boek over schrijven. Het gebeurde dat een ploeg van 20 man dagen lang zat te niksen omdat één of andere pipo zijn deur op slot deed omdat hij tegen die digitalisering was. Zo'n waanzinnige toestanden was hij nog nergens tegen gekomen vertelde hij mij en het was niet de eerste keer dat hij voor een ministerie werkte. Een belangrijk aantal geleverde computers bleek onvindbaar etc. ... Ondanks het feit dat hij zeer goed betaald werd heeft hij geweigerd nog verder voor justitie te werken.

In plaats van alleen kritiek te geven ben ik eens gaan kijken naar de budgetten van justitie. Misschien kunnen we via de politiek wat suggestie's doen wat betreft besparingen. Ik denk dat ik iets gevonden heb. Volgens mij zijn er besparingen mogelijk bij het personeel van de erediensten.

Het personeel van de erediensten wordt geteld in het tweede deel van de onderstaande tabel: de FOD Justitie betaalt ongeveer 3000 personen als bedienaars van de erediensten, onder wie 330 afgevaardigden van de georganiseerde vrijzinnigheid. Artikel 181, § 1 en 2, van de Grondwet bepaalt dat de staat de wedden en pensioenen van de bedienaars van de erediensten en de afgevaardigden van de niet-confessionele levensbeschouwelijke organisaties. Onder bedienaars van de eredienst wordt verstaan:

  • aartsbisschoppen, bisschoppen, pastoors, onderpastoors, kapelaans;

  • anglicaanse kapelaans;

  • orthodoxe metropolieten, aartsbisschoppen, bisschoppen, pastoors-dekens, onderpastoors;

  • dominees, eerste dominees;

  • grootrabbijn, rabbijnen;

  • secretaris-generaal van het Executief van de Moslims van België, imams.

Verdeling per godsdienst:

  • Anglicaanse eredienst: 18,00 - 0,42% - 17,00

  • Katholieke eredienst: 3.630,00 - 84,44% - 2.837,00

  • Islamitische eredienst: 85,00 - 1,98% - 81,00

  • Israëlitische eredienst: 34,00 - 0,79% - 31,50

  • Orthodoxe eredienst: 59,00 - 1,37% - 57,00

  • Protestants-evangelische eredienst: 142,00 - 3,30% - 140,00

  • Vrijzinnigheid: 331,00 - 7,70% - 323,75

Het eerste cijfer zijn de headcounts, het tweede cijfer het percentage en het derde cijfers zijn de Budgettaire VTE's. Uit deze cijfers zou je kunnen afleiden dat ongeveer 84% van de gevangenisbevolking katholiek is (wat uiteraard niet klopt). Indien we het personeel voor de katholieke erediensten halveren komen we op ongeveer 42%. Dat moet ongeveer overeenstemmen met plusminus 1300 betaalde personen. Hoeveel ICT'ers zou men met dit geld kunnen betalen?

Ik heb geen tijd en geen zin om de juiste berekeningen te maken. Ik hoop dat hier parlementairen meelezen en dat ik ze op ideeën gebracht heb.

Bron » justitie.belgium.be (PDF)

De cijfers hierboven zijn de cijfers voor alle dienaren van erediensten en afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad. D.w.z. dat niet enkel de personen worden meegeteld die diensten zouden verlenen in het kader van de bevoegdheden van het ministerie van Justitie en de FOD Justitie, maar gewoonweg elke pastoor, dominee, imam, rabbijn, etc.. Met de samenstelling van de gevangenispopulatie heeft een en ander dus weinig te maken. De betalingen aan deze personen voor het verzorgen van hun diensten aan hun gelovigen en de vrijzinnigen werden gewoon traditioneel ingeschreven in de begroting voor Justitie.

De betaling door de staat van deze personen is verankerd in artikel 181 van de Grondwet. Dat artikel bepaalt het volgende:

§ 1. De wedden en pensioenen van de bedienaren der erediensten komen ten laste van de Staat; de daartoe vereiste bedragen worden jaarlijks op de begroting uitgetrokken.

§ 2. De wedden en pensioenen van de afgevaardigden van de door de wet erkende organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing, komen ten laste van de Staat; de daartoe vereiste bedragen worden jaarlijks op de begroting uitgetrokken.

Wat de ontvangers en hun aantal betreft is het artikel 21 van de Grondwet van belang. De tekst van het eerste lid van dat artikel luidt:

De Staat heeft niet het recht zich te bemoeien met de benoeming of de installatie der bedienaren van enige eredienst of hun te verbieden briefwisseling te houden met hun overheid en de akten van deze overheid openbaar te maken, onverminderd, in laatstgenoemd geval, de gewone aansprakelijkheid inzake drukpers en openbaarmaking.

De Staat kan dus niet zomaar de wedde van bedienaren van erediensten afnemen.

Derhalve kan aan de betaling van de bedienaren van erediensten alleen gemorreld worden door een wijziging van de Grondwet. Het is niet mogelijk om zomaar in een (begrotings)wet van het grondwettelijke regime af te wijken.

De Grondwet kan alleen herzien worden in overeenstemming met titel VIII van de Grondwet en dan in het bijzonder artikel 195. Dat artikel bepaalt o.a. dat artikels voor herziening vatbaar moeten worden verklaard door de Wetgevende macht, d.w.z. Kamer, Senaat en Koning (de regering) samen, wil men ze in de volgende legislatuur kunnen wijzigen. De Wetgevende macht treedt zo op al "preconstituante".

In 2019 werden verschillende artikelen voor herziening vatbaar verklaard. De verklaringen voor herziening zijn gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 mei 2019. De verklaringen verschillen onderling. In geen van de verklaringen is artikel 181 voor herziening vatbaar verklaard. Kamer en Senaat verklaarden artikel 21 wel voor herziening vatbaar, de Koning echter niet. Dat had te maken met het feit dat de regering in lopende zaken was. Traditioneel wordt aangenomen dat een regering in lopende zaken voor het aannemen van een verklaring tot herziening niet verder mag gaan dan de verklaring tot herziening die werd aangenomen door de laatste preconstituante. Derhalve is de lijst van de Koning gebaseerd op de verklaring tot herziening van 2014.

Een artikel kan alleen gewijzigd worden als het artikel voorkomt op de drie verklaringen. Dat is dus niet het geval voor artikel 21.

Derhalve kan voorlopig niet bespaard worden door het aantal dienaren van erediensten te laten afnemen. Dat daargelaten dat het geld dat voor de betaling van die personen wordt gebruikt eigenlijk in grote mate losstaat van het geld gebruikt voor de werking van het justitieapparaat.

Een mens is blijkbaar nooit te oud om te leren. Eerlijk, ik wist niet dat priesters en consorten uitbetaald werden door Justitie.

"Waarom zou God, als hij al bestaat, eigenlijk belastinggeld nodig hebben?"

» www.tijd.be

We hebben dus een wijziging van de grondwet nodig om dit te veranderen?

10

Lees de geschiedenis van het HCT - Hoog Comité Van Toezicht - onder andere maar niet enkel ten tijde van Delcroix en je weet dat zo'n comité een veiligheidspal is, bediend door politieke partijen en compleet zijn doel mist.

HCT bestaat niet meer - de politieke stratego daar tartte alle verbeelding, vraag het maar eens aan een zekere Vermeulen, of wat was zijn naam weer? - en een deel van de broodnodige audit op de werking van de politieke structuur - lees anticorruptie actie tegen politici - werd dan ondergebracht bij de Federale, afdeling DJSOC die de witteboordcriminaliteit en politieke corruptie moet bestrijden. Moet je eens nagaan hoe onderbezet en gepolitiseerd die afdeling is. Ik denk dat als het hoofd van de Federale klaagt over te weinig middelen, dat hij die afdeling bedoelt.

Je kan zoveel comités oprichten als je wil. Het blijven mensen gekoppeld aan een politiek systeem, geplaatst op onwillekeurige basis, door belanghebbenden die er controle over willen hebben. Voor zover ik weet is er geen enkele grondwettelijke structuur die in de praktijk boven het politieke systeem staat. Per definitie is een onafhankelijk comité dus een onmogelijke zaak.