In de marge van de massamoord in de "Bar du Téléphone" in Marseille worden ook de broers Zemour genoemd.
In de jaren 70 probeerden de broers Zemour hun imperium van illegale casino's en clubs uit te breiden. Hierbij zochten zij bondgenoten buiten Parijs. Jacky Imbert was in die tijd de rechterhand van de machtige Marseillaise parrain Tany Zampa. De broers Zemour sloten strategische allianties met de clan-Zampa en Imbert om grip te krijgen op de gok- en prostitutienetwerken die liepen tussen Parijs, Marseille en de Côte d'Azur.
Edgard Zemour werd op 8 april 1983 in Miami doodgeschoten, vermoedelijk door Amerikaanse criminelen of rivalen uit het Franse milieu.
Gilbert Zemour werd op 28 juli 1983 in Parijs geliquideerd tijdens het uitlaten van zijn honden. Hij werd met meerdere kogels doorzeefd.
Zie het topic Namur en Liquidaties voor meer informatie.
Negen doden bij slachting in bar te Marseille
De Zuid-Franse bende-oorlogen, die sedert februari jl. ten minste 41 personen het leven kostten, bereikten nu een gruwelijk hoogtepunt te Marseille. De "Bar du Téléphone", een rustig café in een buitenwijk, werd herschapen in een waar bloedbad. Het werd de grootste slachting, die de beruchte havenstad ooit kende.
Drie of vier gangsters, gewapend met geweren met afgezaagde loop, wipten als de weerlicht uit een wagen, drongen binnen en schoten vakkundig negen personen dood met kogels in het hoofd of in de nek.
Wie niet onmiddellijk dood was, kreeg nog een extra nekschot. Het georganiseerde bloedbad vergde amper 3 minuten. Er werd zo methodisch gemikt, dat slechts 2 kogels verspild werden en geen enkele ruit stuk viel.
De operatie maakt blijkbaar deel uit van de genadeloze strijd, die gangsterbenden al jaren leveren om in het bezit te komen van het rijk van onderwereldkoning Antoine Guerini. Deze absolute heerser werd vermoord in 1967. Zijn rijk steunde op prostitutie, verdovende middelen en spelen.
Met hun "stunt" te Marseille staken de doders Al Capone naar de troon. De gangsterkoning, die te Chicago in de jaren twintig en dertig terreur zaaide, plaatste in februari 1929 zeven leden van een rivaliserende bende koelbloedig tegen de muur en slachtte hen met een machinepistool af. Voor de 9 slachtoffers van Marseille leek het erop dat ze ook tegen een muur waren geplaatst.
Over de achtergrond van de slachting zijn politie en gerecht zwijgzaam. Ze zeggen alleen verbijsterd te zijn en de meedogenloze manier, waarop in de "Bar du Téléphone", werd tewerk gegaan, niet te kunnen begrijpen.
Een 40-jarige gangster zou er echter op uit zijn het "rijk" aan de Franse Middellandse Zeekust te heroveren op de erfgenamen van de afgeslachte Guerini. Dat het om een bloedige afrekening ging, kan worden afgeleid uit het feit dat de meeste slachtoffers, die tussen 20 en 30 jaar oud waren, bekend stonden bij de politie en een strafregister bezaten. De politie vond op hen geen wapens, maar de mogelijkheid wordt niet uitgesloten dat ze eerst ontwapend waren.
Twee van hen hadden pas de gevangenis verlaten na een veroordeling wegens allerlei misdrijven en duistere praktijken. In het café zelf, een soort "saloon", werd nooit een echte politie-inval gedaan. Wel gebeurde er af en toe een identiteitscontrole.
Een oude vrouw die aan de overzijde woont en een kogel in haar kamer kreeg, dacht aan een echte oorlog. "De kogels bleven maar fluiten. Hoeveel er werden afgevuurd, kan ik niet zeggen."
Kort voor 9 uur 's avonds wipten twee of drie mannen uit een wagen. Ze waren gemaskerd met jachtgeweren en machinepistolen. Ze gingen ze razendsnel tewerk dat niemand de tijd had om te reageren of zich te verschuilen.
Onder de doden bevond zich de 35-jarige cafébaas André Leoni, een man met blanco strafblad. De enige die aan het commando ontsnapte, was zijn vrouw. Ze bevond zich in de kelder om wijn te halen.
Ondanks de discretie van het gerecht, konden toch enkele namen van andere slachtoffers achterhaald worden. Het betrof Henri Giron (20), Femand Bourrely (23), Guy Audemard (26) en Noël Kokos (29).
De commandoraid bleek toch niet "volmaakt" te zijn geweest, want twee verbruikers bekochten het niet met hun leven. Ze deden alsof ze dood waren. Een van hen ligt nu met zware verwondingen in het ziekenhuis.
Overal bloed
Toen de door mevrouw Leoni opgebelde politie ter plaatse verscheen, stuitte ze op een toneel, waarmee ze nimmer geconfronteerd werd en haar met verbijstering sloeg. De lijken lagen als het ware gezaaid. Alom vloeide bloed. Het verspreidde zo een doordringende geur dat sommige politiemensen het binnen niet meer konden uithouden.
Stoelen, tafels en rekken; alles lag en hing onderste boven. Maar tot eenieders verbazing waren alle ruiten en spiegels nog heel. Buiten, onder de platanen van de Boulevard Finat-Duclos, lagen speelkaarten op de grond. Dat leek erop te wijzen dat sommige verbruikers toch nog geprobeerd hadden te vluchten.
Sommige voorbijgangers meenden een paar personen te hebben zien wegrennen, maar heel zeker waren ze daarvan niet toen men hen ondervroeg.
Elders, verloren in de massa nieuwsgierigen, uitte een man bedreigingen tegen een bende uit een andere wijk. "Waarom onderneemt de politie toch niets tegen al die nietsnutten en pooiers, die hier voortdurend met de revolver in de broeksriem rondhangen?" klaagde hij.
Niet alleen Marseille maar ook andere steden van de Franse Azurenkust hebben af te rekenen met een groeiende criminaliteit. De terreur is er zo groot, dat een compagnie van de opperpolitie zopas ter beschikking werd gesteld van de prefect van het departement Alpes Maritimes en een speciale opsporingsbrigade eerstdaags aan de politie van Nice zal toegevoegd worden.
Politie weerloos
"Het regent hier moorden, afrekeningen, inbraken, overvallen en diefstallen", verklaarde de politiecommissaris van Nice. "Niemand voelt zich nog veilig. Geen wonder. Op een bevolking van 350.000 personen telt de stad 350 gekende prostituees: 1 op 1.000. Voor de boosdoeners, die we kennen, is de verhouding dezelfde. De gangsterbenden bouwen hier de jongste 10 jaar een echte industrie op. In ruil voor hun 'bescherming' vorderen ze 'taks' in bars, nachtelubs en andere inrichtingen. We vermogen daar niets tegen, want iedereen is bang om te praten. Ons korps is zowat 1.000 man sterk. Dit is veel te weinig. Al jaren vragen we versterking, maar ons verzoek is totnogtoe niet ingewilligd."
Wie zich weigert te schikken naar de wet van de gangsters, loopt eon of andere dag een huurmoordenaar tegen het lijf. Of wordt het slachtoffer van een wraak, zoals een caféuitbater, die in september 1977 een oog werd uitgestoken. Pas veel later, was hij bereid te spreken: hij had geweigerd te betalen.
De politie is niet alleen onvoldoende in aantal, ze is ook bang. In arme, duistere wijken wordt vrijwel nooit gepatrouilleerd en in een ervan blijft het commissariaat 's nachts zelfs potdicht.
De politiemannen zijn er zich van bewust dat ze met hun 7,65mm. revolvers niets kunnen uitrichten tegen machinepistolen met kaliber 11.43, dolken en geweren.
De promenade des Anglais en andere toeristische trekpleisters vormen slechts een fraaie gevel voor de groeiende, onverbiddelijke misdadigheid een beetje landinwaarts. Maar zelfs op die drukke trekpleisters voelt niemand zich nog veilig. Daar opereren jonge delinquenten met een lef, die de verbeelding tart.
Bron: Het Laatste Nieuws | 5 Oktober 1978
Slachting te Marseille onderdeel van strijd om de armoede-markt
Het bloedbad in de "Bar du Téléphone" te Marseille, waarbij 9 personen geveld werden met een nekschot en een tiende zwaargewond werd, is een product van de misdadigheidsindustrie, die aan de Franse Azurenkust al jaren op volle toeren draait.
De 41 personen, die sedert februari dit jaar "sneuvelden" bij de bende-oorlogen, vormen een balans, die merkelijk zwaarder doorweegt dan deze, die destijds in de Verenigde Staten werden uitgevochten.
Het gerecht met aan het hoofd Honoré Gevaudan, directeur criminele zaken bij de Franse gerechtelijke politie, gist nog steeds naar de oorzaak van de vreselijke slachting. Waarom deze opflakkering van bloedige afrekeningen? Wie dicteert precies de wet in het Marseillaans milieu? Wie "controleert" de handel in verdovende middelen, taxeert bars, nachtclubs en spelen? Vanwaar komen de fondsen om ongestraft blijvende kraken en ophefmakende hold-ups te plegen? Een wie, vooral, rekent af met wie?
Dit is de reeks vragen, die vooralsnog een puzzel vormen waarvan de legstukken nog niet in elkaar passen. Toch wint de overtuiging, dat de achtergrond voor de slachting dient gezocht in de helse erfenis van de Guérini's, steeds meer veld.
Machtsstrijd
Wat in de bar te Marseille gebeurde, was alleszins een demonstratie van macht. Maar daartegenover staat dat slechts vier van de slachtoffers bekenden waren van de justitie. Zij hadden echter slechts kleine misdrijven op hun kerfstok. Ze stonden niet gekend als lid van goed georganiseerde gangsterbenden.
De onwetendheid daaromtrent betekent echter weinig of niets. In hun onmacht bekennen de politiechefs immers dat zij onvoldoende of niet ingelicht zijn over wat er achter de schermen in de onderwereld gebeurt.
Eén feit is zeker. Na de bevrijding kwamen de gebr. Guérini, herders van Italiaanse afkomst op Corsica, afgezakt naar Marseille en begonnen daar hun wetten te stellen als opvolgers van de vroegere onderwereldkoningen Carbone en Spirito. Ze legden geleidelijk de hand op alles waaruit munt kon geslagen worden. Weldra ontpopten zij zich tot een soort van vrederechters, die rivaliserende benden met minder invloed verzoenden bij hun geschillen.
Niet alleen in het milieu stonden ze hoog in aanzien. Ze wekten sympathie bij sommige linksen, maar na de opstand in Algerije, in de jaren zestig, dienden zij de Gaullisten door aan de Franse Zuidkust de "orde te handhaven" bij de overkomst van de ontheemde "pieds noirs".
Hun bewind duurde tot 1968. Hun "gezag" brokkelde af toen andere benden de kop begonnen op te steken en naar de macht dongen. Van 1964 af begonnen de rivalen elkaar uit te moorden. Op 5 mei 1965 werd Robert Blemant doodgeschoten. Hij was de "denker", de "manager" van de Guérini's. Men schakelde hem uit omdat hij te veel macht had verworven.
De doodsteek voor de Guérini's was echter de moord op Antoine, de oudste der gebroeders, op 23 juni 1967. Daarop volgde een reeks weerwraakmoorden, maar ook een periode van ongeveer 3 jaar waarin men niet wist wie de sterkste was.
"French connection"
Op dit ogenblik dook de "French Connection" op, de beruchte doorvoerhandel in verdovende middelen tussen het Midden-Oosten en de Verenigde Staten. Hij veroorzaakte niet alleen een reeks afrekeningen te Marseille, maar ook te Parijs. Frankrijks twee grootste steden ruilden als het ware naar hartenlust lijken en boosdoeners uit.
Een gewezen jockey stak dan 3 jaar lang de kop op om een deel van de "koek" te bemachtigen in een poging om de invloedssferen af te bakenen. Op 1 februari 1977 werd zijn lichaam in zijn weelderige villa te Cannes letterlijk doorzeefd met kogels.
Een van de doders meende dat hij de geest had gegeven. De andere was er niet zeker van en zegde: "Laat hem sterven als een hond. Dat duurt langer." De gewezen jockey, hoewel voor het leven verminkt en gehandicapt, overleefde het echter en zon op wraak. Te meer omdat hij een van zijn belagers zonder masker had gezien.
Kort daarop werd een van de huurmoordenaars doodgeschoten op een begraafplaats, toen hij bloemen legde op het graf van zijn verongelukte zoon. Ook een broer en een neef werden afgeslacht.
Het andere kamp liet zich niet onbetuigd. Gedurende 18 maanden werd de lijst slachtoffers alsmaar langer. Bij bloedbad in de bar te Marseille bleek de stand 8 tegen 8 te zijn. Het heeft er de schijn van dat de leider, die de operatie in de bar vanop afstand leidde, het bewijs wilde leveren van zijn overmacht door naar uitroeiingspraktijken naar het voorbeeld van het vroegere Chicago te grijpen.
Het zou echter ook kunnen dat het een uitbarsting van geweld was tussen twee rivaliserende benden, die de markt van de armoede volstrekt in handen wensen te houden. Een markt in blanke slavinnen, die de prostitutie te Hamburg, Marseille, Parijs, Lyon en elders moeten voeden.
"Francis le belge"
Een van de clans, die elkaar op leven en dood bestreden, was op een bepaald ogenblik in handen van de Belg Vandenberghe, genaamd "Francis le Belge". Hij kreeg het aan de stok met een Italiaan, die het Guérini-rijk wilde overnemen.
Aanvankelijk bleken ze op vreedzame voet naast elkaar te leven. Enkele jaren geleden voltrok zich echter een breuk toen een lading van liefst 50 kilo heroïne op geheimzinnige wijze verdween.
Vandenberghe werd ingerekend en zit nu een straf van 14 jaar gevangenis uit, maar de daaruit voortvloeiende veten zijn nog steeds niet geluwd.
De enige twee overlevenden van de slachting in de bar te Marseille zijn de 36-jarige barhoudster Nicole Leoni en de 61-jarige verbruiker Francis Fernandez. De vrouw ontsnapte, omdat ze bij de overval niet in de bar was. Toen ze tumult hoorde, ging ze naar de gelagzaal en stond daar oog in oog met een gewapende gangster. Om een nog onbegrijpelijke reden liet hij haar gaan.
De vrouw hoorde dat er aan de schietpartij een discussie voorafging. Waarover weet ze niet. Fernandez ligt zo zwaar gewond in het ziekenhuis, dat de politie hem nog niet kan ondervragen. Als hij geneest, wordt hij ongetwijfeld de kroongetuige van de massamoord.
Bron: Het Laatste Nieuws | 6 Oktober 1978
Vrees houdt alle monden dicht
Er is een overlevende van het bloedbad in de "Bar du Téléphone" te Marseille. Bij de gerechtelijke politie heeft men dat laten doorschemeren maar bij verdere vragen klappen de politiemannen onverbiddelijk dicht. Er staat teveel op het spel. De man, die naar verluidt gekend is door de politie, is een belangrijke getuige van de moordpartij waarbij negen personen met een nekschot koelbloedig werden afgemaakt en waarbij een tiende zwaargewond werd. Enkele verre getuigen fluisteren zelfs, dat er meer ontsnapten aan de schietpartij. Ze blijven echter ondergedoken; de drie doders bewezen al dat ze van geen kleintje vervaard zijn.
Dat er bij de aan gang zijnde bendestrijd in Zuid-Frankrijk een gangster neergekogeld wordt, veroorzaakt weinig of geen opschudding meer. De vraag, die de onderzoekers blijft bezig houden, is waarom vrijwel een gans café werd omgebracht. Bij de doden zijn er beslist onschuldigen.
"Het is heel goed mogelijk, dat de doders maar voor een bepaald iemand kwamen, maar dat een van de verbruikers een van de gemaskerde gangsters herkende en zijn naam geroepen heeft. Met het gevolg dat iedereen tegen de muur gezet werd", menen sommige onderzoekers.
Iedereen of bijna iedereen, want ten minste iemand ontsnapte. Is hij een onschuldige, die een kaartje kwam leggen in de bar, of is hij een medeplichtige van de moordenaars? Er zijn aanwijzingen voor de eerste veronderstelling. Voor de bar werden kaarten teruggevonden.
Gooide hij die weg tijdens zijn overhaaste vlucht waarbij hij ook beschoten werd? Dit zou wellicht kunnen verklaren waarom er kogels teruggevonden werden in de huisgevel tegenover de bar.
Potdicht
Er moeten ook getuigen zijn. "Voor ons liggen vooralsnog enkel doden", zegt commissaris Chatelain van de Marseillese politie. "Iedereen zwijgt maar vroeg of laat komen ze toch. De families zullen hun doden begraven en eens de ergste smart voorbij komen de tongen wel los."
Hij kreeg wel al enkele naamloze brieven. "Zonder de aan de gang zijnde poststaking, had ik er misschien al honderd gekregen. Maar men telefoneert mij. Elke tip wordt nauwkeurig onderzocht." Misschien stuiten we wel op het goede spoor.
De politemannen zijn inmiddels bang voor een confrontatie met de vervaarlijke gangsters. "Wij schieten er onmiddellijk op los. Pas de tweede keer zullen wij als waarschuwing in de lucht schieten, want wij zullen echt geluk hebben als ze niet eerst kunnen schieten. Ze bewezen al dat ze kunnen mikken."
Alle politiediensten voelen zich betrokken bij de vreselijke moord. Vooral het soort wapens dat de gangsters gebruikten, jachtgeweren met afgezaagde lopen waarmee de helft van het gezicht van het laatst geidentificeerde slachtoffer, Paulin Straboni, werd weggeblazen, deed bij politiechef Biancardini, van de plaatselijke rijkswacht, een licht opgaan. "Het is bijna een handtekening, van de 'bende der gitans', die opereert in de omgeving te Canet."
Kleine vissen
Hoe dan ook de bendeoorlogen liggen aan de basis van de massale moord. Jacky Imbert, bijgenaamd "Le Matou", ligt overhoop met zijn vroegere baas Zemour, die gangsterbaas Guérini verdrong in de Midi. Die rivaliteit kostte al een twintigtal doden. "Le Matou" is onlangs naar Parijs geweest om er een nieuwe bende samen te stellen. Niemand gapte toe. Te gevaarlijk, vond men in de Parijse onderwereld. Wellicht zocht "Le Matou" dan zijn mannetjes onder de kleine kruimeldieven te Marseille. De vermoorde gangsters waren in ieder geval geen grote vissen.
Het ziet er dus naar uit dat de onderzoekers zich in de eerste plaats gaan toespitsen op de mogelijke relatie van de slachtoffers met "Le Matou". Zolang er niet gepraat wordt in de onderwereld van Marseille, is dit het enige vage spoor in de wirwar van de Zuid-Franse gangsterpraktijken.
Bron: Het Laatste Nieuws | 7 Oktober 1978
Slachting te Marseille wellicht om gestolen nagemaakte uurwerken
De daders van de slachting in de "Bar du Téléphone" te Marseille waar vorige week 9 personen werden doodgekogeld, waren niet met twee of drie, maar met vier. Dit is nu met zekerheid uitgemaakt door de politie, die dag en nacht 40 speurders blijft inzetten om de moordenaars te zoeken. Uit een onderzoek van de afgevuurde kogels kon worden afgeleid dat ze gebruik maakten van vier wapens: twee pistolen kaliber 11,43, een pistool 9 mm en een luchtkarabijn
kaliber 12 mm.
Nopens de drijfveer tast men officieel nog in het duister. Toch spreekt men in de wandelgangen van het politiecommissariaat steeds nadrukkelijker over een enorme lading nagemaakte merkuurwerken, die op "doortocht" te Marseille zou verdwenen zijn.
In tegenstelling met wat vroeger werd gedacht, hebben de speurders nu ook achterhaald dat drie of misschien zelfs vier personen tijdens de bloedige schietpartij uit de bar vluchtten.
Deze getuigen konden geïdentificeerd worden aan de hand van verklaringen van uitbaatster mevr. Nicole Leoni, de enige die genade vond in de ogen van de gangsters.
De namen van de gevluchten werden ook ontdekt als gevolg van de persoonsbeschrijvingen, verstrekt door buren. Sommige van deze buren deelden immers mee dat zij tijdens de schietpartij mensen hadden horen en zien weglopen.
De eerste twee geïdentificeerde getuigen konden inmiddels reeds opgepikt worden. De vraag of ze deel uitmaakten van een bende kon maandag nog niet beantwoord worden. Voor een van hen bestaat dit vermoeden wel: een broer van Noël Kokos, die bij de slachting omkwam.
Een kwartier voor de schietpartij was hij samen met zijn broer in de bar. Herkende hij de gangsters en wist hij vlugger dan de anderen waar hij aan toe was bij het zien van de gevaarlijke wapens?
Bron: Het Laatste Nieuws | 10 Oktober 1978
Kroongetuige ziek van angst om zijn eigen vrijheid
Te Marseille woont een man, die ziek is van angst om de vrijheid, die hij geniet. Zijn naam is Jean Kokos. Hij kan geen stap zetten of ogen bespieden hem. Ze laten hem niet los. De minste van zijn bewegingen wordt in de gaten gehouden. Het ergste, dat het gerecht van de Zuid-Franse havenstad nu zou kunnen overkomen, is dat Kokos koud gemaakt wordt. Zijn leven is voor speurders van de criminele brigade bijzonder kostbaar.
Waarschijnlijk is hij de enige van de drie overlevenden van de slachting in de "Bar du téléphone" die weet wie de gangsters zijn die daar negen personen in koelen bloede doodschoten. Misschien, zo vermoedt de politie, kent hij zelfs hun drijfveer.
Al verscheidene malen werd hij als kroongetuige met zwaar strafregister op de rooster gelegd, maar evenmin als de andere twee ontsnapten laat hij er iets over los. Hij doet alsof zijn neus bloedt. Hij kent blijkbaar de ongeschreven wet van het milieu die hem gebiedt het stilzwijgen te bewaren.
De politiemannen, die als opdracht kregen hem niet uit het oog te verliezen, hebben het overigens niet zo druk. Jean Kokos, wiens broer Noël in de bar met een nekschot werd geveld, komt omzeggens niet naar buiten. Hij sluit zich op in zijn appartement.
Besluit Kokos te spreken, dan riskeert hij door leden van de bende een of andere dag koud te worden gemaakt. Blijft hij zwijgen, dan wordt zijn leven stilaan onhoudbaar.
Uit deze met de dag zwaarder wordende psychische uitputtingsstrijd hoopt de Marseillaanse politie uiteindelijk als winnaar naar voren te treden. Ze is er steeds meer van overtuigd dat Kokos namen van de vier doders kan onthullen of toch bijzonderheden kan verstrekken die tot hun identificering kunnen leiden.
Niet aflatende klopjachten en andere acties in alle geledingen van het milieu hebben totnogtoe niet het minste resultaat opgeleverd, tenzij dat de onderwereld stilaan moe getergd geraakt. Maar misschien is dat een tactiek, die uiteindelijk ook vruchten kan afwerpen om de massamoord op te helderen.
Bron: Het Laatste Nieuws | 11 Oktober 1978
Tien doden in Marseillese bar praatgrage valsemunsters?
Voor het eerst sedert oktober jl. vermoedt de politie van Marseille waarom einde september in dezelfde Zuid-Franse stad tien personen genadeloos werden neergekogeld in een bar. Het ziet er naar uit dat de zware jongens van Marseille, tot voor kort gespecialiseerd in invoer en verkoop van verdovende middelen, zich hebben omgeschakeld naar de valsemunterij.
Een karrevracht, later in beslag genomen valse bankbriefjes van 100 Fr. fr. zou enkele dagen in bewaring zijn gegeven in de "Bar du Téléphone", precies de gelegenheid waar tien personen door onbekende gangsters werden doodgeschoten. Intussen heerst te Marseille een ware psychose omdat nu algemeen geweten is dat vele valse bankjes van 100 Fr. fr. van hand tot hand gaan. Een sigarettenverkoopster durft nog amper wisselgeld le geven op zo'n briefje en een brood kopen met een biljet van 100 Fr. fr. is veelal onmogelijk geworden.
Sedert afgelopen zomer weten de gerechtelijke diensten van Marseille dat de bazen van de opgedoekte "French Connection" (een drugnet dat van Marseille naar de Verenigde Staten leidde) noodgedwongen elders profijt zijn gaan zoeken. Het steeds vaker opduiken van valse bankbriefjes, vooral van de zogenaamde "Corneille", het biljet van 100 Fr. fr. (720 B. fr.) waarop de Franse toneelauteur voorkomt, liet algauw vermoeden dat ze te Marseille of in de omgeving werden gedrukt.
Grof geld
Informerend bij een aantal tipgevers vernam de politie dat een pakket van één miljoen dergelijke valse bankjes (ruim 7 miljoen B.fr.) van hand tot hand zou gaan op 23 september jl. De overhandiginy zou ten slotte plaatshebben op 28 september. De rechercheurs grepen in. Het bedrag werd inderdaad in een koffertje gevonden. Zes personen werden aangehouden.
Op 3 oktober werd Marseille dan opgeschrikt door het nieuws van de tienvoudige moord in de "Bar duTéléphoné". Maar pas dezer dagen, nadat een geheime drukkerij is ontdekt in een rusthuis van Marseille en na nog acht aanhoudingen, kan de gerechtelijke politie met zekerheid een verband leggen tussen de tien doden en het valse geld.
Diegenen die het valsemuntersplan hebben opgezet en die op 28 september beslist een ernstig verlies hebben geleden, zijn vermoedelijk de daders, of althans de opdrachtgevers geweest van de slachtpartij.
Maar het antwoord op de vragen "hoe, wat en waar" stelt de politie-inspecteurs begrijpelijk niet tevreden. Ze willen voor alles de opdrachtgevers, de ongrijpbare misdadigers, de enigen die aan de ganse handel grof geld verdienen, vinden en bestraffen. Een moeilijke opdracht, want deze bendeleiders blijven liefst in de schaduw en geven hun bevelen enkele via zoveel tussenpersonen.
De politie legt er zich dan ook op toe op de eerste plaats deze misdadigers te ontmaskeren en te grijpen. Misschien moeten ze gezocht worden in een overmoed milieu. Er werd immers vastgesteld dat de valse bankjes vaak worden gedrukt op gestolen papier, bestemd voor de drukkerij van de Banque de France die de echte biljetten drukt.
Wie aan deze valsemunsterszaak in elk geval veel, maar eerlijk geld verdienen zijn diegenen die het pientere idee hebben gehad kleine machientjes in de handel te brengen die de valse biljetten kunnen ontdekken. Vele handelaars van Marseille hadden voor zo'n ding graag tot 4.000 B. fr. over, zeker na enkele keren behoorlijk verlies te hebben geleden door echt wisselgeld terug te geven op een vals briefje.
Bron: Het Laatste Nieuws | 23 December 1978
Matras van Tsjech te Brussel ontgoochelt Franse speurders
Ingevolge een tip van een gedetineerde in de gevangenis van Marseille begaven speurders uit deze stad zich naar Brussel. Daar zouden zij de sluier lichten van de moordpartij, die zich de avond van 3 oktober 1978 voordeed in de "Bar du Téléphone" te Marseille en waarbij negen personen werden doodgeschoten en bijna evenveel gewond.
De daders konden nooit worden ontdekt, maar plots leek het grootste optimisme gewettigd. De gedetineerde had de speurders immers onthuld dat een te Brussel verblijvende Tsjech het fijne van heel de zaak en ook de namen van de doders kende.
"De slachtpartij", zo zegde hij, "was tot in de kleinste bijzonderheden beschreven in een bundel aantekeningen, die verborgen zat in zijn matras."
Het kostte niet de minste moeite om de Tsjech te ontdekken. Toen de speurders bij hen binnenvielen, lag de man gewoon te slapen op zijn kostbare matras. De ontgoocheling was echter groot. Bij het doornemen van de aantekeningen bleek dat de Tsjech een politieroman had geschreven, waarin ook de moordpartij in de bar te Marseille werd beschreven zoals de kranten dit destijds hadden gedaan.
Bron: Het Laatste Nieuws | 15 Februari 1980
"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via »
Facebook |
YouTube