1

Topic: Marseille: 3 Oktober 1978

Samenvatting

  • Wat? Massamoord in café "Bar du Téléphone"

  • Wanneer? 3 Oktober 1978, om 20u10

  • Waar? » Boulevard du Commandant Finat-Duclos 8, in de wijk Petit Canet in Arnavaux (14e arrondissement van Marseille) » Google Maps

  • Wie? 10 klanten werden vermoord. Eén van de twee klanten die het drama hebben overleefd, werd een paar jaar later ook doodgeschoten.

  • Daders: 3 met bivakmutsen vermomde daders.

  • Wapens: Een .45 ACP, kaliber 9mm en riot gun

  • Status: onopgelost

https://www.leparisien.fr/resizer/7_qGN3Q0sBfhEjhglPxq3sc89uM=/932x582/arc-anglerfish-eu-central-1-prod-leparisien.s3.amazonaws.com/public/EXN6DMU2EEFJBUGPCUACMOZFLI.jpg

Hieronder het relaas van de feiten. Het is een vertaling van het Franstalige Wikipedia-artikel:

Het bloedbad van de Bar du Téléphone (ook bekend als het bloedbad van Saint-Gérard) is de naam van de moord op tien mensen die op 3 oktober 1978 plaatsvond in een bar in de wijk Petit Canet in Arnavaux (14e arrondissement van Marseille). De zaak werd destijds breed uitgemeten in de nationale media en hielp de "slechte reputatie" van Marseille in stand te houden.

De feiten

Op 3 oktober 1978 rond 20u10 drongen gewapende mannen met pistolen en geweren de bar Téléphone binnen (gelegen aan de boulevard du Commandant Finat-Duclos 8 in Marseille) en schoten op alle aanwezigen. Tien mensen werden gedood (een van hen raakte ernstig gewond en overleed in het ziekenhuis): de klanten (Alain Armanian, Guy Audemard, Fernand Bourrelly, Henri Ciron, Francis Fernandez, Noël Kokos, Jean-Claude Quercia, Paul Straboni en Marcel Touchard) en de bareigenaar (André Leoni). Er waren slechts twee overlevenden, de vrouw van de bareigenaar (Nicole Leoni), die even daarvoor naar haar flat was gegaan, en Jean Kokos, de broer van Noël Kokos, die wist te ontsnappen. Ook hij zou een paar jaar later worden doodgeschoten.

Gealarmeerd door getuigen kwamen politie en brandweer ter plaatse. Ze ontdekten een macaber schouwspel. "Er lag zoveel bloed op de vloer dat het tot onze enkels kwam," herinnert majoor Christian Maraninchi, destijds inspecteur1.

Het onderzoek

Getuigen op de plaats van de tragedie geven weinig informatie. Het enige wat we weten is dat er drie moordenaars waren, met kousen en bivakmutsen op, en dat ze, nadat ze hun misdaad hadden gepleegd, gebruik maakten van de duisternis om te voet te vluchten langs de Boulevard Finat-Duclos. Zeker is dat ze methodisch maar snel te werk gingen. De eerste slachtoffers werden in het hoofd geschoten, de anderen in de buik. Hoewel sommige getuigen spraken van honderden schoten, hadden de moordenaars niet meer dan vier minuten nodig om te handelen. De spiegels werden echter niet gebroken of zelfs maar aangeraakt, evenmin als de flessen en glazen.

Vier van de slachtoffers (waaronder twee die net uit de gevangenis kwamen) waren bekend bij de politie, maar hadden slechts kleine overtredingen begaan. De anderen waren onbekend bij de autoriteiten.

Hypotheses

Het onderzoek leidde tot een aantal hypothesen, waarvan er geen enkele slaagde bij gebrek aan bewijs en geloofwaardigheid.

De belangrijkste hypotheses waren als volgt:

  • het was een nieuwe episode in de bloedige bendeoorlog die op dat moment werd gevoerd door de clan van Tany Zampa en Jacky le Mat (zesentwintig doden in zestien maanden in Marseille vóór deze tragische episode). Deze theorie had bevestigd kunnen worden door het feit dat tijdens het onderzoek werd ontdekt dat een van de slachtoffers, Noël Kokos, een huurmoordenaar uit de onderwereld was geweest. Dit werd echter uitgesloten door Honoré Gévaudan, directeur strafzaken van het ministerie van Binnenlandse Zaken, die naar Marseille was gekomen om zelf het onderzoek te leiden, omdat hij vond dat de wetten van de onderwereld in deze zaak niet waren gerespecteerd, een van de belangrijkste wetten was dat onschuldigen gespaard moesten blijven.

  • het was een afrekening tussen pooiers die "fout" was gegaan.

  • het zou gaan om een afrekening in het kader van de handel in vals geld.

  • het was een complot van barbouzes of leden van de SAC.

Tot op de dag van vandaag blijft de moord in de Bar du Téléphone een politiemysterie waarvoor geen verklaring is gevonden en geen daders zijn geïdentificeerd.

De onderzoeksrechter belast met de zaak was Pierre Michel, die zelf werd doodgeschoten op 21 oktober 1981, drie jaar na de moord.

Bron: Wikipedia

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

2

Re: Marseille: 3 Oktober 1978

De onderzoeksrechter die belast was met het bloedbad in "Bar du Téléphone" werd op 21 oktober 1981 vermoord en één van de pistes in deze zaak is de SAC. Dat deed me denken aan dit verhaal over Adriano Vittorio:

(...) In 1968 pleegde Vittorio een goudroof voor rekening van de SAC, een verzameling barbouzes en criminelen. Hij nam ook deel aan een afrekening gewapend met een riotgun waarbij een rechter om het leven kwam. De politie zat hem op de hielen en hij moest naar België vluchten.

Wat als Vittorio betrokken was bij dit bloedbad en nadien naar België is getrokken en hier zijn misdaden heeft verder gezet?

Ter info: in mei 1985 werd in Marseille een bloedige overval gepleegd op een geldtransport. Philippe De Staerke is in die zaak een verdachte » Forum

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

3

Re: Marseille: 3 Oktober 1978

Negen doden bij bloedige afrekening in barlokaal

Negen personen zijn dinsdagavond in een bar in Marseille “geëxecuteerd” in de meest beverige onderwereldafrekening die de wereld van de misdaad ooit gekend heeft.

Tijdens de beruchte “Valentine-executie” van 14 februari 1929 in Chicago liet Al Capone “maar” zeven van zijn concurrenten neerschieten.

Om 20u10 dinsdagavond drongen enkele met stenguns, jachtgeweren en revolvers gewapende en gemaskerde onbekenden de Bar du Téléphone binnen in de wijk Le Canet van Marseille binnen en schoten koelbloedig al de daar aanwezigen neer. De meesten werden met een schot in het achterhoofd gedood. Negen personen tussen de leeftijd van twintig en vijfentwintig jaar waarvan er vier bekenden van de politie waren, werden op deze wijze afgemaakt. Een tiende werd zwaar gewond en bevond zich woensdagmorgen tussen leven en dood in een ziekenhuis.

Vermoedelijk was het niet de aanvankelijke opzet geweest om alle aanwezigen neer te schieten. Zo kan men zich moeilijk voorstellen waarom een buurman, een kruidenier, die een glaasje was komen dringen, eveneens vermoord werd, tenzij, en dit is het meest waarschijnlijke volgens de politie, de moordenaars geen getuigen wilden achterlaten.

De eigenaar van de bar werd eveneens doodgeschoten. Diens vrouw kon op het nippertje ontsnappen. Bij het geluid van de schoten kwam zij de trap achter de bar af, maar toen zij zag wat er gebeurde ging ze ijlings weer naar boven en sloot zich op.

Gangsteroorlog

De hele operatie werd met koelbloedigheid voltrokken en in de bar werd nauwelijks schade aangericht. Alle vermoorden hadden een schotwond in het hoofd, enkelen bovendien ook nog in het lichaam. Daaruit blijkt dat in elk geval degenen die eerst door schoten in het lichaam gewond werden, naderhand een soort genadeschot in het hoofd gekregen hebben. In de afgelopen achttien maanden heeft de zogenaamde gangsteroorlog nu 25 slachtoffers gemaakt in Marseille en 42 binnen twee jaar langs de hele Franse zuidkust. Diverse benden namelijk betwisten elkaar in Marseille en andere plaatsen langs de kust, de prostitutie, de casino’s, andere speelholen, de paardenrennen, enzovoort. De manier van te werk gaan van de moordenaars doet de politie vermoeden dat het hier de bende betreft die zich bezighoudt met vervalsingen, oplichting en fraude rond de paardenrennen.

Twee bazen

Er zijn momenteel twee grote “bazen” die tegenover elkaar staan. De ene is de opvolger van de roemruchte familie Guérini; hij is 45 jaar en onderhoudt goede betrekkingen in de paardenmilieus; hij is bevriend met een aantal actrices en acteurs uit de filmwereld en hanteert zelf niet meer de wapens. Men meent te weten dat een deel van de fabuleuze som die op 14 juli 1976 tijdens een kraak in Nice buitgemaakt werd hem in handen gespeeld is en hem in staat gesteld heeft onlangs grote investeringen te doen in zaken, bedrijven in Marseille en Aix.

Zijn tegenstrever komt uit de paardenoorlog en heeft de gangoorlog ontketend. Twee jaar geleden wilde hij 50.000 FF (400.000 Bfr.) commissie hebben op de winst van een casino langs de Rivièra. Maar deze commissie was tot dan toe het privilege geweest van zijn concurrent en vanaf dat ogenblik, 1 februari 1977, begonnen de begrafenisondernemingen van Marseille overuren te maken waar het sterfgevallen in de onderwereld betrof. Tot dinsdagavond was er “gelijkspel”, acht doden in elk kamp, met de negen van de Bar du Téléphone is de balans zwaar naar de kant van de opvolger van de Guérini’s doorgeslagen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Oktober 1978

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

Re: Marseille: 3 Oktober 1978

Voor wie in deze zaak geïnteresseerd is, kan ik de Franse misdaadfilm La French (2014) aanraden, met de Franse Oscarwinnaar Jean Dujardin in de hoofdrol.

5

Re: Marseille: 3 Oktober 1978

Uitermate interssant artikel over de misdaadwereld in Marseille, het motief van het bloedbad in Bar du Téléhpone en de vertakkingen van het milieu in Marseille. Het is in dit milieu dat we ook notoire Bende van Nijvel-verdachten tegen komen zoals Philippe De Staerke, Luciano Bender, Francis Vanverberghe, Jacques Lafaille, ... en nog een aantal andere. Ik denk dat we de piste-Marseille absoluut niet mogen negeren in het Bende van Nijvel-dossier.

Het bloedbad van de Bar du Téléphone

Petit-Canet is een onooglijke buitenwijk van Marseille. Daar ligt de Boulevard Finat-Duclos, triestig, kleurloos, met lage grijze huisjes. Een kruidenier, een bakker en Bar du Téléphone, die op dinsdagavond 3 oktober het toneel was van een bloedbad zonder voorgaande.

De bar du Téléphone is een bescheiden gelegenheid. Typisch zuiders: verbleekte muren, terras waar de crèmekleurige verf een verre herinnering is. André Leoni en zijn vrouw Nicole serveren ook maaltijden. De prijs staat vermeld: 18 fr. Maar de klanten komen er zelden eten. Wel een pastis drinken. Knus onder vrienden of met een paar geburen. Maar af en toe ook mannen die bij de politie slecht staan aangeschreven.

“Zware jongens?” Zegt een gebuur en hij kijkt ons achterdochtig aan. “Kom, kom, zij hadden wel eens iets mispeuterd. Maar zij waren weer op het rechte pad. Veel op reis. Dat wel. Zij moesten zich toch met iets uit de slag trekken.”

De wijk Petit-Canet treurt om zijn doden. Want de meeste slachtoffers woonden hier in de buurt bij hun ouders, minnaressen of vrienden. Iedereen kende hen, maar alleen van zien. “Zij waren nogal zwijgzaam.” De mannen verdwenen een paar weken. Dan keerden zij plots terug, om een paar dagen later weer te vertrekken. Als zij in de Bar du Téléphone bijeenkwamen, bleven de habitués niet meer zo lang aan de toog van Monsieur Leoni plakken. Zij ruimden de baan.

Eigen volk

In de Boulevard Finat-Duclos is iedereen zwijgzaam. Wij proberen een oude pétanque-speler aan de klap te krijgen. “Werden er niet een paar jaar geleden in dezelfde bar twee mensen vermoord?”

“Er is wel iets gebeurd …” De man aarzelt. “Maar het ging niet om lui uit deze buurt.”

“Is het niet zo dat men onlangs in deze boulevard een auto met drie vermoorde gangsters heeft aangetroffen?”

“Wel iets in die aard … Maar het waren geen mannen uit onze buurt.”

De wet van de site. Dat hier “vreemdelingen” worden afgemaakt, daarover maakt men zich niet druk. Maar dat er “eigen volk” wordt neergeknald, zoals op 3 oktober, dat nemen de lui van Petit-Canet niet. Zij zinnen op wraak.

“Wij leiden hier graag een kalm leventje. Wij laten de anderen met rust. Wij spelen op tijd en stond ons partijtje pétanque, en daarmee basta.”

Al deze bedaarde pétanque-spelers mogen van geluk spreken dat zij die bloedige dinsdagavond niet in de Bar du Téléphone zaten.

Inmiddels gonst het in Marseille van hypothesen. De moordenaars waren vier zigeuners afkomstig uit Nîmes. Zij waren gestuurd door een big boss van het milieu, een man die zich op grote schaal met verdachte zaken bezighoudt maar steeds een sluitend alibi heeft.

Waarom nu juist zigeuners sturen om “verraders” af te straffen? Welnu, de jongste tijd heeft zich een net gevormd van zigeuners die zich in de misdaad specialiseren. Dit net strekt zich uit van Macedonië over Centraal-Europa, Italië, Duitsland, Frankrijk. Er zijn zelfs vertakkingen in Scandinavië en Engeland.

Horloges

Een van de dertien spitsbroeders die op de bewuste avond in de Bar du Téléphone zaten te konkelfoezen was een lid van dit mysterieuze zigeunernet. Hij heette Francis Fernandez, “Franch” voor zijn vrienden, en hij was de leider van de groep. Hij was 61, had een zwaar strafregister, maar sinds zijn jongste vrijlating was hij “proper”, beweerde hij. Hij ging heel veel op reis. Niemand kende zijn vaste domicilie. Als hij in de buurt was, logeerde hij bij een vriend.

Tijdens zijn laatste bezoek toonde hij trots zijn Cartier-polshorloge. “Geschenk van een vriend”, zei hij. Ook de andere slachtoffers van de Bar du Téléphone droegen naar het schijnt zulke uurwerken. Er wordt gefluisterd dat die Cartier-horloges de oorzaak zijn van het bloedbad. Zij waren namaak, maar volgens de kenners echte meesterwerken van imitatie.

In de Franse onderwereld wordt over haast niets anders meer gesproken dan over de affaire van de valse Cartier-horloges. Ook de Italiaanse gangsterwereld is erbij betrokken. Interpol houdt zich met de zaak bezig. Maar tot nog toe zijn de resultaten magertjes.

Wie vervaardigt die valse uurwerken (het gaat om echte luxe-exemplaren)?

Waar bevinden zich de clandestiene ateliers die zo perfect zijn uitgerust dat er horloges worden gefabriceerd dat haast identiek zijn met deze van de Rue de la Paix? Sommigen beweren dat zij uit het Verre-Oosten afkomstig zijn. Maar het blijft vooralsnog een mysterie.

Een feit is zeker: vorige zomer was er een zending valse Cartier-horloges onderweg, ergens in Italië. Vanuit de Côte d’Azur vertrok een groep mannen om ze op te halen. Zij konden de koopwaar krijgen mits contante betaling van een overeengekomen bedrag.

Maar bij het rendez-vous in Italië liep er iets mis. Na aflevering van de uurwerken kregen de leveranciers geen geld maar een kogel in hun lijf. De gangsters keerden naar Frankrijk terug, de zakken vol geld en vol horloges.

Oneerlijk

Het bericht sloeg de onderwereld met ontzetting. “Is er dan geen greintje eerlijkheid meer?” Handelt men tegenwoordig zo onder kameraden?” Vroeg men zich af.

Ten tijde van de gangster-chef Guérini hielden de mannen van het milieu zich aan het gegeven woord. Zijn gezag was erkend door zowat twee à driehonderd Marseillese zware jongens. “De tijden zijn veranderd. Men heeft geen respect meer voor het gegeven woord noch voor de gevestigde hiërarchie.” Om een einde te stellen aan die anarchie zouden de nieuwe caïds van de onderwereld een bloedige les hebben willen geven aan de tuchteloze gangsters.

Volgens een vooraanstaand advocaat, die goed op de hoogte is van het Marseillees milieu, lijkt dit een heel plausibele verklaring voor het bloedbad van de Bar du Téléphone. Hij praat met een zeker heimwee over de tijd toen de zware jongens de hiërarchische structuur van het milieu erkenden, trouw bleven aan de baas, en er een zekere solidariteit bestond tussen de medeplichtigen. “De onderwereld had toen spijts alles een zekere allure. Er was zelfs iets romantisch aan”, beweert hij.

De speurhonden van de politie zijn er nog niet helemaal zeker van dat de dertien van de Bar du Téléphone wel degelijk iets te maken hebben met de moorddadige affaire der valse horloges. Maar om verscheidene redenen mag men deze hypothese niet verwaarlozen.

Het is immers een feit dat deze zware jongens veel op reis gingen, doorheen gans Europa. Smokkelden zij drugs, sigaretten, namaak-horloges? Misschien nu eens het een, dan weer het ander.

Het aantal gangsters is ook enorm toegenomen. Ten tijde van Guérini waren er zowat een tweehonderd in actieve dienst. Nu telt men in Zuid-Frankrijk 3.500 zware jongens. Er wordt een gewelddadige, tomeloze strijd gevoerd om de controle te krijgen over alles waar grof geld mee te verdienen valt.

Dit ongebreideld, ordeloos banditisme acht de politie gevaarlijker dan een milieu waar een vorm van “moraal” heerst. Men hoopt dan ook dat over enkele jaren de Marseillese onderwereld opnieuw gestructureerd zal zijn, onder de knoet van de hardhandigste, de meest doortastende chef. In zo’n geval is ook voor de politie de situatie overzichtelijker.

Tsaar

Wijst het bloedbad van de Bar du Téléphone erop dat tussen de hoofdfiguren van de onderwereld de strijd om de heerschappij begonnen is? Is een nieuwe tsaar van de misdaad bezig zijn wet aan de gangsters op te leggen? Heeft hij de zigeuners uit Nîmes op de dertien afgestuurd om met de renegaten van de Bar du Téléphone af te rekenen?

Eén man zou op die vragen het antwoord kunnen geven. Francis Fernandez, “Le Francho”, de leider van de dertien. Hij werd die dinsdagavond door de moordenaars onder vuur genomen. Hij kreeg drie kogels in de borstkas en bleef voor dood achter de toog liggen. Maar Francho was niet dood. Hij bleef geduldig, onbeweeglijk liggen tot de gemaskerde bandieten vertrokken waren. Hij had ze gezien en wellicht herkend.

In het Salvator-hospitaal vertelde hij aan de verpleegsters dat hij de moordenaars had herkend. De politie wachtte ongeduldig om hem te kunnen ondervragen. De artsen zeiden dat hij het wel zou halen. Francho zelf dacht het ook. Maar twee weken later stief hij plots.

Voor de onzichtbare chef van de moordenaarsbende was dit een meevaller. Er worden in verband met dit overlijden zonderlinge geruchten verspreid. Francho was immers de spil van en belangrijke tak der Marseillese onderwereld. Niet zover buiten de stad hadden de zigeuners een echte school van de misdaad opgericht, waar men kon leren stelen en inbreken. Deze “universiteit voor zakkenrollers” was nog meer gespecialiseerd dan gelijkaardige scholen in Barcelona en Napels.

Francho was een echte patriarch in deze wereld, waar misdrijf dagelijkse routine is en de misdadiger een held (als hij ongestraft blijft!).

“Tony”

Het spoor der zigeuners wordt dus niet verwaarloosd. Maar er zijn nog andere hypothesen. Want de wereld der misdaad heeft thans veel vertakkingen in de meest uiteenlopende gebieden. De zware jongens zijn thans polyvalent. Ten tijde van Guérini waren de gangsters slechts op één of twee terreinen actief. De chef die de operatie van de Bar du Téléphone op touw zette, is ongetwijfeld in een tiental takken van de misdaad actief. Dat maakt het nog moeilijker om de ware motieven te achterhalen.

Maar wie is nu die machtige man achter de schermen, die zichzelf tot keizer van de misdaad wil kronen? Men fluistert drie namen: “Tony”, “Jacky-le-Mat” en “Francis le Belge”.

“Tony” is de bijnaam van een zekere Gaetano Zampa, een Siciliaan die in Marseille als kleine schuimer begon, maar zich al spoedig in georganiseerd banditisme begon te specialiseren. Dankzij de hulp van een groep uitstekende advocaten is hij quasi onkwetsbaar.

Aanvankelijk was hij lid van de “French Connection” en met drugs vergaarde hij zijn eerste fortuin. Daarna hield hij zich bezig met het vervalsen van wedrennen en volgens sommigen zit hij nu ook in de horlogerie. “Tony” is een echte parvenu. Zijn strafregister is eerder licht. Hij kan zich voordoen als een zakenman die enkele bars en nachtclubs uitbaat. Hij leidt een voorbeeldig gezinsleven in een prachtige villa, waar hij zich door zwarte boys laat bedienen. Een befaamd Frans filmacteur is er geregeld te gast.

Insiders van het milieu beweren dat “Tony” de Italiaans-Amerikaanse maffia vertegenwoordigt aan de Côte d’Azur. Het is zo dat “Tony” geregeld een toevlucht zoekt in Italië, telkens wanneer er bloed vloeit in Marseille. Op enkele maanden werden 18 luitenanten van Gaetano Zampa neergeknield. Vond “Tony” dat wat overdreven? Heeft hij in de Bar du Téléphone wraak genomen?

“Jacky-le-Matou”

“Tony” heeft twee tegenstrevers van formaat. Jacques Imbert (Jacky-le-Mat) en Francis Vanverberghe (Francis-le-Belge).

“Jacky-le-Matou” (de kater) wordt beschouwd als de gevaarlijkste bandiet van heel Frankrijk. Hij heeft lang met Zampa samengewerkt, maar in 1976 kwam het tot een breuk. “Jacky” ging zich specialiseren in bedrog bij wielrennen. Op 1 februari 1977 kreeg hij zeven kogels in zijn body. Het is een mirakel dat hij het er levend afbracht. Maar hij is voor de rest van zijn leven invalide. Zijn hoofddoel is nu de huid van “Tony” te krijgen. “En hij zal ze krijgen”, fluistert men op de wedrennen, waar “Jacky” nog steeds heer en meester is.

“Francis le Belge”, de tweede geduchte tegenstander va Zampe, is al van even zwaar kaliber. Hij zit thans een straf uit van 14 jaar wegens moord en drugshandel. Toen hij in 1973 werd gearresteerd zat hij volop in conflict met Zampa in verband met een niet geleverde partij drugs. Resultaat van dit conflict: zeven doden in beide kampen.

De oorlog tussen “Tony” en “Le Belge” duurt nog steeds voort. Francis Vanverberghe heeft ergens een aardige stuiver in veiligheid gebracht. Vanuit de gevangenis kan hij hiermee zijn operaties tegen Zampa financieren. Er werd vastgesteld dat twee slachtoffers van de Bar du Téléphone samen met “Le Belge” hadden gezeten en dat zij dadelijk na hun vrijlating ten strijde trokken tegen “Tony”.

“Tony” en “Francis le Belge” weten dat er voor hen beiden geen plaats is onder de zon. Vanverberghe komt over drie jaar vrij. Hij twijfelt er niet aan dat “Tony’s” handlangers op de loer zullen liggen.

Tussen “Tony”, “Le Belge” en “Jacky-le-Mat” wordt er dus een strijd op leven en dood uitgevochten. “Francis le Belge” gaat daarbij wel op de zonderlingste manier te werk. Hoewel Tony vanuit de gevangenis opereert, slaagt hij er tocht in Zampa zware klappen toe te dienen. Hij volgt daarbij het voorbeeld van de legendarische Jacques Mesrine, die door alle bandieten werd gerespecteerd om de manier waarop hij van achter de tralies zijn gangsterstrategie uitwerkte.

De zware jongens van Marseille verwachten dat er weldra tussen de verschillende bazen bloedig zal worden afgerekend. Natuurlijk zullen het meestal de ondergeschikten zijn, de luitenants, die worden neergeknield. De “caïds” zelf zijn steeds omringd door een groep imposante lijfwachten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 November 1978

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

Re: Marseille: 3 Oktober 1978

In de jaren 1950 sloot Zampa zich aan bij de gangsterbende van de familie Guérini, wat hem al een eerste gevangenisstraf opleverde in Draguignan. Aan het eind van de jaren 1950, hij was 25 jaar, hield hij een prostitutiehotel open aan de Place Pigalle in Parijs. Deze bar genoemd “Trois Canards” was de ontmoetingsplaats voor allen die uit Marseille kwamen.

Eind van de jaren 1960 verdween Zampa in de gevangenis wegens de overval op de Kas van het Kindergeld. Vanuit de gevangenis dirigeerde Zampa nauwgezet zijn bende. Zo liet hij vanuit de gevangenis wapens leveren aan het IRA in Noord-Ierland. Zampa kon zich een peetvader van de maffia van Marseille noemen. Zijn bijnaam le Grand of de Grote dateert van deze tijd. De chefs die voor hem werkten, hadden allen een bijnaam.

Zijn bijnaam le Grand of de Grote dateert van deze tijd. De chefs die voor hem werkten, hadden allen een bijnaam. Zo waren er de Oude (Roland Cassone), de Dikke (André Cermolacce), de Toreador (Jo Lomini), de Duivel (Jo Pianelli), de Zwarte (Robert Sagna), de Chinees (Raymond Mihière), de Nique (Dominique Venturi), de Blauwogige (Jean-Claude Kella) en de Paling (Tony Cossu).

De jongeman hield er een licht mankende gang aan over voor de rest van zijn leven.

Toch appart.

» nl.wikipedia.org | YouTube | YouTube

7

Re: Marseille: 3 Oktober 1978

In de marge van de massamoord in de "Bar du Téléphone" in Marseille worden ook de broers Zemour genoemd.

In de jaren 70 probeerden de broers Zemour hun imperium van illegale casino's en clubs uit te breiden. Hierbij zochten zij bondgenoten buiten Parijs. Jacky Imbert was in die tijd de rechterhand van de machtige Marseillaise parrain Tany Zampa. De broers Zemour sloten strategische allianties met de clan-Zampa en Imbert om grip te krijgen op de gok- en prostitutienetwerken die liepen tussen Parijs, Marseille en de Côte d'Azur.

Edgard Zemour werd op 8 april 1983 in Miami doodgeschoten, vermoedelijk door Amerikaanse criminelen of rivalen uit het Franse milieu.

Gilbert Zemour werd op 28 juli 1983 in Parijs geliquideerd tijdens het uitlaten van zijn honden. Hij werd met meerdere kogels doorzeefd.

Zie het topic Namur en Liquidaties voor meer informatie.

Negen doden bij slachting in bar te Marseille

De Zuid-Franse bende-oorlogen, die sedert februari jl. ten minste 41 personen het leven kostten, bereikten nu een gruwelijk hoogtepunt te Marseille. De "Bar du Téléphone", een rustig café in een buitenwijk, werd herschapen in een waar bloedbad. Het werd de grootste slachting, die de beruchte havenstad ooit kende.

Drie of vier gangsters, gewapend met geweren met afgezaagde loop, wipten als de weerlicht uit een wagen, drongen binnen en schoten vakkundig negen personen dood met kogels in het hoofd of in de nek.

Wie niet onmiddellijk dood was, kreeg nog een extra nekschot. Het georganiseerde bloedbad vergde amper 3 minuten. Er werd zo methodisch gemikt, dat slechts 2 kogels verspild werden en geen enkele ruit stuk viel.

De operatie maakt blijkbaar deel uit van de genadeloze strijd, die gangsterbenden al jaren leveren om in het bezit te komen van het rijk van onderwereldkoning Antoine Guerini. Deze absolute heerser werd vermoord in 1967. Zijn rijk steunde op prostitutie, verdovende middelen en spelen.

Met hun "stunt" te Marseille staken de doders Al Capone naar de troon. De gangsterkoning, die te Chicago in de jaren twintig en dertig terreur zaaide, plaatste in februari 1929 zeven leden van een rivaliserende bende koelbloedig tegen de muur en slachtte hen met een machinepistool af. Voor de 9 slachtoffers van Marseille leek het erop dat ze ook tegen een muur waren geplaatst.

Over de achtergrond van de slachting zijn politie en gerecht zwijgzaam. Ze zeggen alleen verbijsterd te zijn en de meedogenloze manier, waarop in de "Bar du Téléphone", werd tewerk gegaan, niet te kunnen begrijpen.

Een 40-jarige gangster zou er echter op uit zijn het "rijk" aan de Franse Middellandse Zeekust te heroveren op de erfgenamen van de afgeslachte Guerini. Dat het om een bloedige afrekening ging, kan worden afgeleid uit het feit dat de meeste slachtoffers, die tussen 20 en 30 jaar oud waren, bekend stonden bij de politie en een strafregister bezaten. De politie vond op hen geen wapens, maar de mogelijkheid wordt niet uitgesloten dat ze eerst ontwapend waren.

Twee van hen hadden pas de gevangenis verlaten na een veroordeling wegens allerlei misdrijven en duistere praktijken. In het café zelf, een soort "saloon", werd nooit een echte politie-inval gedaan. Wel gebeurde er af en toe een identiteitscontrole.

Een oude vrouw die aan de overzijde woont en een kogel in haar kamer kreeg, dacht aan een echte oorlog. "De kogels bleven maar fluiten. Hoeveel er werden afgevuurd, kan ik niet zeggen."

Kort voor 9 uur 's avonds wipten twee of drie mannen uit een wagen. Ze waren gemaskerd met jachtgeweren en machinepistolen. Ze gingen ze razendsnel tewerk dat niemand de tijd had om te reageren of zich te verschuilen.

Onder de doden bevond zich de 35-jarige cafébaas André Leoni, een man met blanco strafblad. De enige die aan het commando ontsnapte, was zijn vrouw. Ze bevond zich in de kelder om wijn te halen.

Ondanks de discretie van het gerecht, konden toch enkele namen van andere slachtoffers achterhaald worden. Het betrof Henri Giron (20), Femand Bourrely (23), Guy Audemard (26) en Noël Kokos (29).

De commandoraid bleek toch niet "volmaakt" te zijn geweest, want twee verbruikers bekochten het niet met hun leven. Ze deden alsof ze dood waren. Een van hen ligt nu met zware verwondingen in het ziekenhuis.

Overal bloed

Toen de door mevrouw Leoni opgebelde politie ter plaatse verscheen, stuitte ze op een toneel, waarmee ze nimmer geconfronteerd werd en haar met verbijstering sloeg. De lijken lagen als het ware gezaaid. Alom vloeide bloed. Het verspreidde zo een doordringende geur dat sommige politiemensen het binnen niet meer konden uithouden.

Stoelen, tafels en rekken; alles lag en hing onderste boven. Maar tot eenieders verbazing waren alle ruiten en spiegels nog heel. Buiten, onder de platanen van de Boulevard Finat-Duclos, lagen speelkaarten op de grond. Dat leek erop te wijzen dat sommige verbruikers toch nog geprobeerd hadden te vluchten.

Sommige voorbijgangers meenden een paar personen te hebben zien wegrennen, maar heel zeker waren ze daarvan niet toen men hen ondervroeg.

Elders, verloren in de massa nieuwsgierigen, uitte een man bedreigingen tegen een bende uit een andere wijk. "Waarom onderneemt de politie toch niets tegen al die nietsnutten en pooiers, die hier voortdurend met de revolver in de broeksriem rondhangen?" klaagde hij.

Niet alleen Marseille maar ook andere steden van de Franse Azurenkust hebben af te rekenen met een groeiende criminaliteit. De terreur is er zo groot, dat een compagnie van de opperpolitie zopas ter beschikking werd gesteld van de prefect van het departement Alpes Maritimes en een speciale opsporingsbrigade eerstdaags aan de politie van Nice zal toegevoegd worden.

Politie weerloos

"Het regent hier moorden, afrekeningen, inbraken, overvallen en diefstallen", verklaarde de politiecommissaris van Nice. "Niemand voelt zich nog veilig. Geen wonder. Op een bevolking van 350.000 personen telt de stad 350 gekende prostituees: 1 op 1.000. Voor de boosdoeners, die we kennen, is de verhouding dezelfde. De gangsterbenden bouwen hier de jongste 10 jaar een echte industrie op. In ruil voor hun 'bescherming' vorderen ze 'taks' in bars, nachtelubs en andere inrichtingen. We vermogen daar niets tegen, want iedereen is bang om te praten. Ons korps is zowat 1.000 man sterk. Dit is veel te weinig. Al jaren vragen we versterking, maar ons verzoek is totnogtoe niet ingewilligd."

Wie zich weigert te schikken naar de wet van de gangsters, loopt eon of andere dag een huurmoordenaar tegen het lijf. Of wordt het slachtoffer van een wraak, zoals een caféuitbater, die in september 1977 een oog werd uitgestoken. Pas veel later, was hij bereid te spreken: hij had geweigerd te betalen.

De politie is niet alleen onvoldoende in aantal, ze is ook bang. In arme, duistere wijken wordt vrijwel nooit gepatrouilleerd en in een ervan blijft het commissariaat 's nachts zelfs potdicht.

De politiemannen zijn er zich van bewust dat ze met hun 7,65mm. revolvers niets kunnen uitrichten tegen machinepistolen met kaliber 11.43, dolken en geweren.

De promenade des Anglais en andere toeristische trekpleisters vormen slechts een fraaie gevel voor de groeiende, onverbiddelijke misdadigheid een beetje landinwaarts. Maar zelfs op die drukke trekpleisters voelt niemand zich nog veilig. Daar opereren jonge delinquenten met een lef, die de verbeelding tart.

Bron: Het Laatste Nieuws | 5 Oktober 1978

Slachting te Marseille onderdeel van strijd om de armoede-markt

Het bloedbad in de "Bar du Téléphone" te Marseille, waarbij 9 personen geveld werden met een nekschot en een tiende zwaargewond werd, is een product van de misdadigheidsindustrie, die aan de Franse Azurenkust al jaren op volle toeren draait.

De 41 personen, die sedert februari dit jaar "sneuvelden" bij de bende-oorlogen, vormen een balans, die merkelijk zwaarder doorweegt dan deze, die destijds in de Verenigde Staten werden uitgevochten.

Het gerecht met aan het hoofd Honoré Gevaudan, directeur criminele zaken bij de Franse gerechtelijke politie, gist nog steeds naar de oorzaak van de vreselijke slachting. Waarom deze opflakkering van bloedige afrekeningen? Wie dicteert precies de wet in het Marseillaans milieu? Wie "controleert" de handel in verdovende middelen, taxeert bars, nachtclubs en spelen? Vanwaar komen de fondsen om ongestraft blijvende kraken en ophefmakende hold-ups te plegen? Een wie, vooral, rekent af met wie?

Dit is de reeks vragen, die vooralsnog een puzzel vormen waarvan de legstukken nog niet in elkaar passen. Toch wint de overtuiging, dat de achtergrond voor de slachting dient gezocht in de helse erfenis van de Guérini's, steeds meer veld.

Machtsstrijd

Wat in de bar te Marseille gebeurde, was alleszins een demonstratie van macht. Maar daartegenover staat dat slechts vier van de slachtoffers bekenden waren van de justitie. Zij hadden echter slechts kleine misdrijven op hun kerfstok. Ze stonden niet gekend als lid van goed georganiseerde gangsterbenden.

De onwetendheid daaromtrent betekent echter weinig of niets. In hun onmacht bekennen de politiechefs immers dat zij onvoldoende of niet ingelicht zijn over wat er achter de schermen in de onderwereld gebeurt.

Eén feit is zeker. Na de bevrijding kwamen de gebr. Guérini, herders van Italiaanse afkomst op Corsica, afgezakt naar Marseille en begonnen daar hun wetten te stellen als opvolgers van de vroegere onderwereldkoningen Carbone en Spirito. Ze legden geleidelijk de hand op alles waaruit munt kon geslagen worden. Weldra ontpopten zij zich tot een soort van vrederechters, die rivaliserende benden met minder invloed verzoenden bij hun geschillen.

Niet alleen in het milieu stonden ze hoog in aanzien. Ze wekten sympathie bij sommige linksen, maar na de opstand in Algerije, in de jaren zestig, dienden zij de Gaullisten door aan de Franse Zuidkust de "orde te handhaven" bij de overkomst van de ontheemde "pieds noirs".

Hun bewind duurde tot 1968. Hun "gezag" brokkelde af toen andere benden de kop begonnen op te steken en naar de macht dongen. Van 1964 af begonnen de rivalen elkaar uit te moorden. Op 5 mei 1965 werd Robert Blemant doodgeschoten. Hij was de "denker", de "manager" van de Guérini's. Men schakelde hem uit omdat hij te veel macht had verworven.

De doodsteek voor de Guérini's was echter de moord op Antoine, de oudste der gebroeders, op 23 juni 1967. Daarop volgde een reeks weerwraakmoorden, maar ook een periode van ongeveer 3 jaar waarin men niet wist wie de sterkste was.

"French connection"

Op dit ogenblik dook de "French Connection" op, de beruchte doorvoerhandel in verdovende middelen tussen het Midden-Oosten en de Verenigde Staten. Hij veroorzaakte niet alleen een reeks afrekeningen te Marseille, maar ook te Parijs. Frankrijks twee grootste steden ruilden als het ware naar hartenlust lijken en boosdoeners uit.

Een gewezen jockey stak dan 3 jaar lang de kop op om een deel van de "koek" te bemachtigen in een poging om de invloedssferen af te bakenen. Op 1 februari 1977 werd zijn lichaam in zijn weelderige villa te Cannes letterlijk doorzeefd met kogels.

Een van de doders meende dat hij de geest had gegeven. De andere was er niet zeker van en zegde: "Laat hem sterven als een hond. Dat duurt langer." De gewezen jockey, hoewel voor het leven verminkt en gehandicapt, overleefde het echter en zon op wraak. Te meer omdat hij een van zijn belagers zonder masker had gezien.

Kort daarop werd een van de huurmoordenaars doodgeschoten op een begraafplaats, toen hij bloemen legde op het graf van zijn verongelukte zoon. Ook een broer en een neef werden afgeslacht.

Het andere kamp liet zich niet onbetuigd. Gedurende 18 maanden werd de lijst slachtoffers alsmaar langer. Bij bloedbad in de bar te Marseille bleek de stand 8 tegen 8 te zijn. Het heeft er de schijn van dat de leider, die de operatie in de bar vanop afstand leidde, het bewijs wilde leveren van zijn overmacht door naar uitroeiingspraktijken naar het voorbeeld van het vroegere Chicago te grijpen.

Het zou echter ook kunnen dat het een uitbarsting van geweld was tussen twee rivaliserende benden, die de markt van de armoede volstrekt in handen wensen te houden. Een markt in blanke slavinnen, die de prostitutie te Hamburg, Marseille, Parijs, Lyon en elders moeten voeden.

"Francis le belge"

Een van de clans, die elkaar op leven en dood bestreden, was op een bepaald ogenblik in handen van de Belg Vandenberghe, genaamd "Francis le Belge". Hij kreeg het aan de stok met een Italiaan, die het Guérini-rijk wilde overnemen.

Aanvankelijk bleken ze op vreedzame voet naast elkaar te leven. Enkele jaren geleden voltrok zich echter een breuk toen een lading van liefst 50 kilo heroïne op geheimzinnige wijze verdween.

Vandenberghe werd ingerekend en zit nu een straf van 14 jaar gevangenis uit, maar de daaruit voortvloeiende veten zijn nog steeds niet geluwd.

De enige twee overlevenden van de slachting in de bar te Marseille zijn de 36-jarige barhoudster Nicole Leoni en de 61-jarige verbruiker Francis Fernandez. De vrouw ontsnapte, omdat ze bij de overval niet in de bar was. Toen ze tumult hoorde, ging ze naar de gelagzaal en stond daar oog in oog met een gewapende gangster. Om een nog onbegrijpelijke reden liet hij haar gaan.

De vrouw hoorde dat er aan de schietpartij een discussie voorafging. Waarover weet ze niet. Fernandez ligt zo zwaar gewond in het ziekenhuis, dat de politie hem nog niet kan ondervragen. Als hij geneest, wordt hij ongetwijfeld de kroongetuige van de massamoord.

Bron: Het Laatste Nieuws | 6 Oktober 1978

Vrees houdt alle monden dicht

Er is een overlevende van het bloedbad in de "Bar du Téléphone" te Marseille. Bij de gerechtelijke politie heeft men dat laten doorschemeren maar bij verdere vragen klappen de politiemannen onverbiddelijk dicht. Er staat teveel op het spel. De man, die naar verluidt gekend is door de politie, is een belangrijke getuige van de moordpartij waarbij negen personen met een nekschot koelbloedig werden afgemaakt en waarbij een tiende zwaargewond werd. Enkele verre getuigen fluisteren zelfs, dat er meer ontsnapten aan de schietpartij. Ze blijven echter ondergedoken; de drie doders bewezen al dat ze van geen kleintje vervaard zijn.

Dat er bij de aan gang zijnde bendestrijd in Zuid-Frankrijk een gangster neergekogeld wordt, veroorzaakt weinig of geen opschudding meer. De vraag, die de onderzoekers blijft bezig houden, is waarom vrijwel een gans café werd omgebracht. Bij de doden zijn er beslist onschuldigen.

"Het is heel goed mogelijk, dat de doders maar voor een bepaald iemand kwamen, maar dat een van de verbruikers een van de gemaskerde gangsters herkende en zijn naam geroepen heeft. Met het gevolg dat iedereen tegen de muur gezet werd", menen sommige onderzoekers.

Iedereen of bijna iedereen, want ten minste iemand ontsnapte. Is hij een onschuldige, die een kaartje kwam leggen in de bar, of is hij een medeplichtige van de moordenaars? Er zijn aanwijzingen voor de eerste veronderstelling. Voor de bar werden kaarten teruggevonden.

Gooide hij die weg tijdens zijn overhaaste vlucht waarbij hij ook beschoten werd? Dit zou wellicht kunnen verklaren waarom er kogels teruggevonden werden in de huisgevel tegenover de bar.

Potdicht

Er moeten ook getuigen zijn. "Voor ons liggen vooralsnog enkel doden", zegt commissaris Chatelain van de Marseillese politie. "Iedereen zwijgt maar vroeg of laat komen ze toch. De families zullen hun doden begraven en eens de ergste smart voorbij komen de tongen wel los."

Hij kreeg wel al enkele naamloze brieven. "Zonder de aan de gang zijnde poststaking, had ik er misschien al honderd gekregen. Maar men telefoneert mij. Elke tip wordt nauwkeurig onderzocht." Misschien stuiten we wel op het goede spoor.

De politemannen zijn inmiddels bang voor een confrontatie met de vervaarlijke gangsters. "Wij schieten er onmiddellijk op los. Pas de tweede keer zullen wij als waarschuwing in de lucht schieten, want wij zullen echt geluk hebben als ze niet eerst kunnen schieten. Ze bewezen al dat ze kunnen mikken."

Alle politiediensten voelen zich betrokken bij de vreselijke moord. Vooral het soort wapens dat de gangsters gebruikten, jachtgeweren met afgezaagde lopen waarmee de helft van het gezicht van het laatst geidentificeerde slachtoffer, Paulin Straboni, werd weggeblazen, deed bij politiechef Biancardini, van de plaatselijke rijkswacht, een licht opgaan. "Het is bijna een handtekening, van de 'bende der gitans', die opereert in de omgeving te Canet."

Kleine vissen

Hoe dan ook de bendeoorlogen liggen aan de basis van de massale moord. Jacky Imbert, bijgenaamd "Le Matou", ligt overhoop met zijn vroegere baas Zemour, die gangsterbaas Guérini verdrong in de Midi. Die rivaliteit kostte al een twintigtal doden. "Le Matou" is onlangs naar Parijs geweest om er een nieuwe bende samen te stellen. Niemand gapte toe. Te gevaarlijk, vond men in de Parijse onderwereld. Wellicht zocht "Le Matou" dan zijn mannetjes onder de kleine kruimeldieven te Marseille. De vermoorde gangsters waren in ieder geval geen grote vissen.

Het ziet er dus naar uit dat de onderzoekers zich in de eerste plaats gaan toespitsen op de mogelijke relatie van de slachtoffers met "Le Matou". Zolang er niet gepraat wordt in de onderwereld van Marseille, is dit het enige vage spoor in de wirwar van de Zuid-Franse gangsterpraktijken.

Bron: Het Laatste Nieuws | 7 Oktober 1978

Slachting te Marseille wellicht om gestolen nagemaakte uurwerken

De daders van de slachting in de "Bar du Téléphone" te Marseille waar vorige week 9 personen werden doodgekogeld, waren niet met twee of drie, maar met vier. Dit is nu met zekerheid uitgemaakt door de politie, die dag en nacht 40 speurders blijft inzetten om de moordenaars te zoeken. Uit een onderzoek van de afgevuurde kogels kon worden afgeleid dat ze gebruik maakten van vier wapens: twee pistolen kaliber 11,43, een pistool 9 mm en een luchtkarabijn
kaliber 12 mm.

Nopens de drijfveer tast men officieel nog in het duister. Toch spreekt men in de wandelgangen van het politiecommissariaat steeds nadrukkelijker over een enorme lading nagemaakte merkuurwerken, die op "doortocht" te Marseille zou verdwenen zijn.

In tegenstelling met wat vroeger werd gedacht, hebben de speurders nu ook achterhaald dat drie of misschien zelfs vier personen tijdens de bloedige schietpartij uit de bar vluchtten.

Deze getuigen konden geïdentificeerd worden aan de hand van verklaringen van uitbaatster mevr. Nicole Leoni, de enige die genade vond in de ogen van de gangsters.

De namen van de gevluchten werden ook ontdekt als gevolg van de persoonsbeschrijvingen, verstrekt door buren. Sommige van deze buren deelden immers mee dat zij tijdens de schietpartij mensen hadden horen en zien weglopen.

De eerste twee geïdentificeerde getuigen konden inmiddels reeds opgepikt worden. De vraag of ze deel uitmaakten van een bende kon maandag nog niet beantwoord worden. Voor een van hen bestaat dit vermoeden wel: een broer van Noël Kokos, die bij de slachting omkwam.

Een kwartier voor de schietpartij was hij samen met zijn broer in de bar. Herkende hij de gangsters en wist hij vlugger dan de anderen waar hij aan toe was bij het zien van de gevaarlijke wapens?

Bron: Het Laatste Nieuws | 10 Oktober 1978

Kroongetuige ziek van angst om zijn eigen vrijheid

Te Marseille woont een man, die ziek is van angst om de vrijheid, die hij geniet. Zijn naam is Jean Kokos. Hij kan geen stap zetten of ogen bespieden hem. Ze laten hem niet los. De minste van zijn bewegingen wordt in de gaten gehouden. Het ergste, dat het gerecht van de Zuid-Franse havenstad nu zou kunnen overkomen, is dat Kokos koud gemaakt wordt. Zijn leven is voor speurders van de criminele brigade bijzonder kostbaar.

Waarschijnlijk is hij de enige van de drie overlevenden van de slachting in de "Bar du téléphone" die weet wie de gangsters zijn die daar negen personen in koelen bloede doodschoten. Misschien, zo vermoedt de politie, kent hij zelfs hun drijfveer.

Al verscheidene malen werd hij als kroongetuige met zwaar strafregister op de rooster gelegd, maar evenmin als de andere twee ontsnapten laat hij er iets over los. Hij doet alsof zijn neus bloedt. Hij kent blijkbaar de ongeschreven wet van het milieu die hem gebiedt het stilzwijgen te bewaren.

De politiemannen, die als opdracht kregen hem niet uit het oog te verliezen, hebben het overigens niet zo druk. Jean Kokos, wiens broer Noël in de bar met een nekschot werd geveld, komt omzeggens niet naar buiten. Hij sluit zich op in zijn appartement.

Besluit Kokos te spreken, dan riskeert hij door leden van de bende een of andere dag koud te worden gemaakt. Blijft hij zwijgen, dan wordt zijn leven stilaan onhoudbaar.

Uit deze met de dag zwaarder wordende psychische uitputtingsstrijd hoopt de Marseillaanse politie uiteindelijk als winnaar naar voren te treden. Ze is er steeds meer van overtuigd dat Kokos namen van de vier doders kan onthullen of toch bijzonderheden kan verstrekken die tot hun identificering kunnen leiden.

Niet aflatende klopjachten en andere acties in alle geledingen van het milieu hebben totnogtoe niet het minste resultaat opgeleverd, tenzij dat de onderwereld stilaan moe getergd geraakt. Maar misschien is dat een tactiek, die uiteindelijk ook vruchten kan afwerpen om de massamoord op te helderen.

Bron: Het Laatste Nieuws | 11 Oktober 1978

Tien doden in Marseillese bar praatgrage valsemunsters?

Voor het eerst sedert oktober jl. vermoedt de politie van Marseille waarom einde september in dezelfde Zuid-Franse stad tien personen genadeloos werden neergekogeld in een bar. Het ziet er naar uit dat de zware jongens van Marseille, tot voor kort gespecialiseerd in invoer en verkoop van verdovende middelen, zich hebben omgeschakeld naar de valsemunterij.

Een karrevracht, later in beslag genomen valse bankbriefjes van 100 Fr. fr. zou enkele dagen in bewaring zijn gegeven in de "Bar du Téléphone", precies de gelegenheid waar tien personen door onbekende gangsters werden doodgeschoten. Intussen heerst te Marseille een ware psychose omdat nu algemeen geweten is dat vele valse bankjes van 100 Fr. fr. van hand tot hand gaan. Een sigarettenverkoopster durft nog amper wisselgeld le geven op zo'n briefje en een brood kopen met een biljet van 100 Fr. fr. is veelal onmogelijk geworden.

Sedert afgelopen zomer weten de gerechtelijke diensten van Marseille dat de bazen van de opgedoekte "French Connection" (een drugnet dat van Marseille naar de Verenigde Staten leidde) noodgedwongen elders profijt zijn gaan zoeken. Het steeds vaker opduiken van valse bankbriefjes, vooral van de zogenaamde "Corneille", het biljet van 100 Fr. fr. (720 B. fr.) waarop de Franse toneelauteur voorkomt, liet algauw vermoeden dat ze te Marseille of in de omgeving werden gedrukt.

Grof geld

Informerend bij een aantal tipgevers vernam de politie dat een pakket van één miljoen dergelijke valse bankjes (ruim 7 miljoen B.fr.) van hand tot hand zou gaan op 23 september jl. De overhandiginy zou ten slotte plaatshebben op 28 september. De rechercheurs grepen in. Het bedrag werd inderdaad in een koffertje gevonden. Zes personen werden aangehouden.

Op 3 oktober werd Marseille dan opgeschrikt door het nieuws van de tienvoudige moord in de "Bar duTéléphoné". Maar pas dezer dagen, nadat een geheime drukkerij is ontdekt in een rusthuis van Marseille en na nog acht aanhoudingen, kan de gerechtelijke politie met zekerheid een verband leggen tussen de tien doden en het valse geld.

Diegenen die het valsemuntersplan hebben opgezet en die op 28 september beslist een ernstig verlies hebben geleden, zijn vermoedelijk de daders, of althans de opdrachtgevers geweest van de slachtpartij.

Maar het antwoord op de vragen "hoe, wat en waar" stelt de politie-inspecteurs begrijpelijk niet tevreden. Ze willen voor alles de opdrachtgevers, de ongrijpbare misdadigers, de enigen die aan de ganse handel grof geld verdienen, vinden en bestraffen. Een moeilijke opdracht, want deze bendeleiders blijven liefst in de schaduw en geven hun bevelen enkele via zoveel tussenpersonen.

De politie legt er zich dan ook op toe op de eerste plaats deze misdadigers te ontmaskeren en te grijpen. Misschien moeten ze gezocht worden in een overmoed milieu. Er werd immers vastgesteld dat de valse bankjes vaak worden gedrukt op gestolen papier, bestemd voor de drukkerij van de Banque de France die de echte biljetten drukt.

Wie aan deze valsemunsterszaak in elk geval veel, maar eerlijk geld verdienen zijn diegenen die het pientere idee hebben gehad kleine machientjes in de handel te brengen die de valse biljetten kunnen ontdekken. Vele handelaars van Marseille hadden voor zo'n ding graag tot 4.000 B. fr. over, zeker na enkele keren behoorlijk verlies te hebben geleden door echt wisselgeld terug te geven op een vals briefje.

Bron: Het Laatste Nieuws | 23 December 1978

Matras van Tsjech te Brussel ontgoochelt Franse speurders

Ingevolge een tip van een gedetineerde in de gevangenis van Marseille begaven speurders uit deze stad zich naar Brussel. Daar zouden zij de sluier lichten van de moordpartij, die zich de avond van 3 oktober 1978 voordeed in de "Bar du Téléphone" te Marseille en waarbij negen personen werden doodgeschoten en bijna evenveel gewond.

De daders konden nooit worden ontdekt, maar plots leek het grootste optimisme gewettigd. De gedetineerde had de speurders immers onthuld dat een te Brussel verblijvende Tsjech het fijne van heel de zaak en ook de namen van de doders kende.

"De slachtpartij", zo zegde hij, "was tot in de kleinste bijzonderheden beschreven in een bundel aantekeningen, die verborgen zat in zijn matras."

Het kostte niet de minste moeite om de Tsjech te ontdekken. Toen de speurders bij hen binnenvielen, lag de man gewoon te slapen op zijn kostbare matras. De ontgoocheling was echter groot. Bij het doornemen van de aantekeningen bleek dat de Tsjech een politieroman had geschreven, waarin ook de moordpartij in de bar te Marseille werd beschreven zoals de kranten dit destijds hadden gedaan.

Bron: Het Laatste Nieuws | 15 Februari 1980

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

8

Re: Marseille: 3 Oktober 1978

Rechter Pierre Michel werd op 21 oktober 1981 in het centrum van Marseille doodgeschoten terwijl hij met zijn motor naar huis reed. Twee mannen op een zware motor haalden hem in; de passagier vuurde drie kogels af, waarvan één door zijn helm ging. Hij overleed onmiddellijk.

Michel was een invloedrijke onderzoeksrechter, vooral bekend om zijn strijd tegen drugshandel. Hij onderzocht onder meer de onopgeloste schietpartij in café Bar du Téléphone, waarbij in 1978 tien mensen omkwamen, en werkte nauw samen met Italiaanse politie en justitie rond drugsdossiers.

Un juge assassine à Marseille

Un juge de Marseille, M. Pierre Michel, a été abattu mercredi vers 11 h. 50 GMT en plein centre de Marseille par des inconnus qui ont tiré sur lui plusieurs coups de feu, apprend-on de bonne source.

Le juge Michel avait instruit l'affaire de la tuerie du bar du "Téléphone" qui, en octobre 1978, dans le quartier du Canet, a Marseille, avait fait 10 morts, et qui n'a jamais été éclaircie.

Bron: Le Peuple | 22 Oktober 1981

Le juge abattu à Marseille était le principal adversaire des trafiquants de drogue

Le juge abattu à Marseille a été tué de trois balles, dont une a traversé son casque, alors qu'il regagnait à moto son domicile à Marseille, au debut de l'apres-midi de mercredi.

Le juge fut rattrapé par une autre moto, de grosse cylindree semble-t-il, sur laquelle se trouvaient deux individus. Dhomme qui se trouvait sur le siège arrière, tira sur le juge, qui s'abattit sur le trottoir au pied d'un platane, sa moto de couleur rouge, se couchant dans le caniveau.

D'après les premières constatations faites sur place par un médecin légiste et les spécialistes de l'identité judiclaire, la mort du juge aurait été instantanée. La mort du juge Pierre Michel a provoqué une vive émotion dans les milieux judiciaires et de la police.

Spécialisé notamment dans la lutte contre le trafic de drogue, ce magistrat s'était occupé de l'affaire du "Bar du Téléphone", qui, en 1978, avait fait dix victimes, et, depuis plus d'un an, avait repris le dossier de la drogue, en étroite collaboration notamment avec la police et la magistrature italiennes.

Il y a un peu plus d'une semaine, le juge Michel avait reçu la visite, à Marseille, de trois magistrats du Parquet de Palerme.

Au "Bar du Téléphone", petit café de Marseille, le 3 octobre 1970, peu après 20 heures, quatre hommes masqués faisaient irruption dans la salle où se trouvaient une vingtaine de consommateurs. Armes de pistolets à gros calibres et d'un fusil à pompe, les tueurs ouvrirent le feu. Neuf personnes furent tuées sur le coup, une dixième devait mourir quelques jours après.

Seules trois des victimes étaient connues des services de police pour proxénétisme ou vols avec effraction. Trois cents personnes ont été interrogées au cours de l'enquète menée par le juge Michel, sens que la lumière ait pu être faite sur cette affaire qui, selon les enquêteurs n'était qu'une "querelle entre proxénètes".

En 1975, un autre juge français, François Renaud, avait été assassiné à Lyon, où sévit également le "milieu". Juge d'instruction à Lyon, M. Renaud, surnommé le "Shériff" pour ses méthodes d'investigations toutes personnelles, avait été abattu par trois tueurs, devant son domicile.

L'enquête sur cet assassinait, considéré de prime abord comme une vengoance du "milieu", ne
devait rien donner de positif.

L'assassinat, mercredi du juge Pierre Michel, a été revendiqué dans la soirée à Paris par le "Groupe Autonome du 22 janvier" (extrême gauche). Le correspondant affirmant parler au nom de cette organisation, a déclaré par téléphone: "Le groupe a signé cet après-midi à Marseille, sa deuxiène action contre des magistrats. La première action avait été perpétrée il y a trois ans. Toutes les preuves seront données dans les jours à venir".

Le 31 janvier 1978, trois jeunes gens masqués prétendant appartenir au "Groupe Autonome du 22 janvier", s'étalent présentés au domicile du magistrat parisien, le juge Berger et, trois quarts d'heure durant avaient saccagé l'appartement, sans s'attaquer aux personnes qui s'y trouvaient.

A la suite d'un appel téléphonique à l'AFP, ils avaient assuré que cette action "était la réponse au jugement des quatre de Saint-Lazare", des jeunes gens qui avaient été condemnés auparavant pour bris de vitrines.

Bron: Le Peuple | 23 Oktober 1981

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube