21

Re: Claude Leroy

Speelde twee dossiers door aan de onderwereld: dossier Vanderborght (met link naar Aalst) en dossier Bercail.

» www.scribd.com

Re: Claude Leroy

Claude Leroy vluchtte samen met Jean Bultot, Claudine Falkenburg en Francis Dossogne (Front de la Jeunesse) naar Paraguay.

Jean Bultot was er niet alleen.

https://tmpfiles.org/dl/134567/leroystromaninmiljardenfraude-gazetvanantwerpen-17mei1996.jpg

Het gerecht heeft ook nooit onderzocht wie er elke maand een aanzienlijke som vanuit België op de rekening van Jean Bultot in Paraguay stortte.

Waarom zou je de moeite doen om geld te roven van je slachtoffers of uit de supermarkten? Daar ging het absoluut niet om. Idioten die de overvallen van de Bende linken aan kruimeldieven uit Frankrijk of Elsene!

Re: Claude Leroy

Oh, hier zijn genoeg believers in toeval, net zoals bij het gerecht. Dit nog even in herinnering brengen...

Onderzoek wees uit dat daags na de moord op 'Tonio' Mendez er een geheime ontmoeting heeft plaatsgevonden in bioscoop ‘El Dorado’ tussen Jean Bultot, Dominique Mersch en Madani Bouhouche, althans volgens een getuige. Zelf zei Titise of Madani Bouhouche dus hier letterlijk over op het proces 'Beijer-Bouhouche': "Ik kende hem van in de schietclub. Maar ik heb gedaan alsof ik hem niet zag, omdat hij daar niet met zijn vrouw was."

Dat laatste dat klopt. Dominique Mersch was - toen nog - de vrouw van Claude Leroy.

Re: Claude Leroy

https://justitia-veritas.be/wp-content/uploads/2019/03/1995VA2508b.jpg

25

Re: Claude Leroy

Substituut Leroy in Paraguay

Een persoon die beweerde Claude Leroy, ex-substituut bij het parket te Brussel te zijn, heeft zondagavond het persbureau Belga getelefoneerd met een reactie op de berichtgeving als zou hij naar Paraguay zijn vertrokken in het gezelschap van Francis Dossogne, een van de leiders van het vroegere Front de la Jeunesse en Pierre-Paul De Rycke, eigenaar van de "Jonathanclub" te Sint-Gillis.

De man die beweerde vanuit het Zuidamerikaanse Paraguay te telefoneren deelde in het Frans het volgende mede: "Ik ben momenteel in Paraguay samen met mijn kinderen om er de eindejaarsfeesten door te brengen. Begin januari keer ik naar België terug. Nu ben ik in Paraguay om verplichtingen en relaties van familiale en professionele aard na te leven", aldus de man in kwestie die ook nog zei "dat Francis Dossogne en Pierre-Paul De Rycke momenteel in Brussel verblijven".

In een telefoongesprek met het persbureau Belga heeft Francis Dossogne, een van de gewezen leiders van het Fonrt de la Jeunesse gezegd dat hij zich "in goede gezondheid in België bevindt en niet van plan is naar Paraguay te vertrekken. Ik ben ook niet bang voor om het even welke TV-uitzending, wat sommige kranten ook beweren", aldus Dossogne.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 December 1986

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

26

Re: Claude Leroy

Trojan wrote:

Speelde twee dossiers door aan de onderwereld: dossier Vanderborght (met link naar Aalst) en dossier Bercail.

» www.scribd.com

Vooral het eerste deel is erg belangrijk maar er ontbreekt een cruciaal iets: dossier François. Een deel van die betrokkenen verdachten raakte ‘verbrand’ en werd daarom ‘vervangen’. Daaruit werden ‘lessen’ geleerd. Afleiding, dwaalsporen, schaduwfiguren, afpersing en bedreiging van hen die niet in de pas liepen en liquidatie van de hardleerse individuen.

27

Re: Claude Leroy

Ex-magistraat verzilverde in Brugge gestolen kasbons

De gewezen Brusselse magistraat laude Leroy heeft in het Groothertogdom Luxemburg voor twee miljoen fr. kasbons verzilverd die in december vorig jaar in Brugge werden gestolen. Dat kwam aan het licht toen de ex-magistraat in een Brusselse bank een tweede partij kasbons die van de diefstal afkomstig waren, wilde verzilveren. Het parket van Brugge heeft het dossier van de diefstal inmiddels overdragen aan het parket van Brussel. Daar werd de gewezen magistraal donderdag voor onderzoeksrechter Vandersteen in staat van beschuldiging gesteld wegen heling van gestolen kasbons Hij werd echter niet aangehouden.

Uit het onderzoek is gebleken dat de gewezen magistraat in nauw contact stond met de gewezen commissaris van de Brusselse gerechtelijke politie Frédéric Godfroid (40). Godfroid en zijn handlanger, een 28-jarige vrachtwagenchauffeur uit Beersel, werden in februari dit jaar in Oostende aangehouden.

Bekend is dat gewezen magistraat Leroy regelmatig de bar van de gewezen commissaris bezocht. Hij werd ook in het gezelschap gezien van sommige leden van de bende Godfroid die zich in 1989 en 1990 schuldig maakten aan meer dan twintig overvallen en diefstallen met braak in heel het land. Zo is onder meer bekend dat Leroy samen met leden van de bende Godfroid gestolen cheques verzilverde in Bergen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 April 1991

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

28

Re: Claude Leroy

Leroy zou ontvoering van prins Filip verijdeld hebben

Dank zij contacten met het milieu zou eerste substituut Claude Leroy (45) de plannen van een gangsterbende verijdeld hebben om prins Filip te ontvoeren. Ook een voornemen om een gewelddadige overval te plegen op het postsorteercentrum Brussel X zou door zijn tussenkomst verhinderd zijn.

Met deze twee ophefmakende verklaringen ging de magistraat al op de eerste dag van zijn proces voor het Hof van Beroep in Brussel in het offensief tegen de beschuldigingen waarvoor hij terecht staat, in hoofdzaak omkoperij en schending van het beroepsgeheim.

Eerste substituut Leroy legde zijn geruchtmakende verklaring af nadat de voorzitter van het Hof, Verdoodt, gedurende bijna twee uur de elementen van het dossier had samengevat. Leroy werd eind maart van dit jaar aangehouden wegens schending van het beroepsgeheim. Hem wordt ten laste gelegd dat hij stukken zou weggenomen hebben uit het dossier van drie drugtrafikanten. Van een ander drugdossier zou hij een fotokopie hebben bezorgd aan Baptiste Andries (52) die nu met de magistraat op het bankje zit.

Leroy heeft altijd beweerd dat hij op de vraag naar documenten vanwege Andries is ingegaan, omdat hij geloofde dat die hem informatie zou bezorgen die nuttig kon zijn voor het gerecht in de strijd tegen drugtrafikanten.

Andries benaderde Leroy nadat een drugtrafikant hem schriftelijk vanuit de gevangenis m Antwerpen gevraagd had voor hem een genadeverzoek in de hand te werken. Marcel De Blick, de briefschrijver die later tot acht jaar gevangenisstraf zou veroordeeld worden. liet Andries vanuit Nederland alvast 10.000 gulden bezorgen.

Ook in verband met een tweede drugzaak was het Andries die aan eerste substituut Leroy een fotokopie van het dossier vroeg. Andries hoopte daarvoor andermaal rijkelijk vanuit Nederland betaald te worden. Het leverde hem inderdaad nog eens 10.000 gulden op.

Leroy zou zelf nooit geld van Andries gekregen hebben en nam blijkbaar genoegen met vage beloften van Andries dat die hem nuttige informatie over de drughandel zou bezorgen. De beklaagden wier dossier gefotokopieerd werd, de meesten daarvan Nederlanders, zijn later vrijgesproken.

Rijbewijs

Er is in de zaak nog een derde beklaagde, Yvonne Deschuytteneer (72). Zij is al vele jaren met de substituut bevriend. In 1981 kreeg zij eerherstel na een veroordeling wegens bedrieglijk bankroet. Of Leroy ook daarvoor mee heeft gezorgd. is niet bewezen. Wel zou hij er voor gezorgd hebben dat de vrouw haar rijbewijs terug kreeg, nadat het Hof van Beroep haar dat had ontnomen. Ze zou de magistraat geregeld etentjes in dure restaurants betaald hebben en hem ook geld geleend hebben, in het totaal zo’n 200.000 fr., omdat hij schulden moest betalen die zijn eerste echtgenote zou gemaakt hebben. De magistraat beweert dat hij die 200.000 fr. integraal aan de partijkas van de PRL heeft geschonken.

Aan het eind van de eerste zitting heeft Leroy dan woensdagmiddag verklaard dat zijn contacten met het milieu wel degelijk gunstige resultaten hebben opgeleverd. Hij beweert in contact gekomen te zijn met een genaamde Montel, een kerel uit het gangstermilieu die in augustus van dit jaar is doodgeschoten.

Noot: meer informatie over de moord op Montel » Forum

Via Montel zou de eerste substituut aan de weet gekomen zijn dat er plannen bestonden om prins Filip te ontvoeren. Ook zou hij vernomen hebben dat er een overval gepland was op het postsorteercentrum Brussel X en dat daarbij desnoods geweld zou gebruikt worden. Leroy verklaarde dat zowel de ontvoering als de overval door zijn tussenkomst verhinderd konden worden.

Het proces wordt vandaag donderdag voortgezet met de ondervraging van de eerste getuigen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Oktober 1985

Brussels Hof van Beroep hoorde steeds meer bezwarende getuigen

In het proces tegen de 45-jarige eerste substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne Deschuyteneer, beschuldigd van ondermeer corruptie en schending van het beroepsgeheim, werden woensdag weer een aantal getuigen ondervraagd voor het Hof van Beroep te Brussel.

Eerste getuige was een jonge vrouw, een zekere Nicole, die omdat ze verdacht werd van prostitutie een uitnodiging had gekregen om zich bij inspecteur Gons van de gerechtelijke poli-tie te melden. Ze bracht toen eerste substituut Leroy ervan opde hoogte dat ze bewuste uitnodiging had ontvangen. Leroy telefoneerde in haar aanwezigheid naar de politie om te weten te komen waarom ze zich moest aanmelden. De heer Leroy zou niet gevraagd hebben of getuige het risico liep te worden aangehouden.

Vervolgens getuigde Jan Austraete, een op pensioengestelde magistraat. van wie de zoon Jacques, thans notaris, een paar jaar geleden met het gerecht in aanraking was gekomen. Deze getuige kwam vertellen dat hij het bezoek kreeg van Andries en dat hij met hem een afspraak belegde in het Hilton-hotel te Brussel. Andries liet toen doorschemeren dat hij op de hulp kon rekenen van iemand met een hoge functie op het ministerie van Justitie. Hij beweerde een genadeverzoek te kunnen laten inwilligen voor de zoon van Austraete, indien deze hem 200.000 fr. wilde overhandigen.

Uiteindelijk was Austraete bereid Andries 100.000 fr. te geven. De overige 100.000 tr. zou worden geschonken nadat het genadeverzoek zou toegestaan zijn. Volgens Andries was het bedrag bestemd voor een politieke partij.

Een ander getuige was Leon Gillet, procureur-generaal te Luik. Hij kreeg op zeker ogenblik een telefoontje van Leroy. Deze vroeg hem om een dringend onderhoud. Het onderhoud vond te Luik plaats in aanwezigheid van gerechtelijk commissaris Reyniers.

Leroy vertelde toen dat gangster Anthemus zou pogen uit de gevangenis te ontsnappen. Daarbij zou eerst een hogere magistraat te Luik worden ontvoerd en vervolgens misschien gedood. Nadien zou een lid van de koninklijke familie nl. prins Filip op zijn beurt worden gegijzeld. In verband met deze alarmerende geruchten werden door de rijkswacht de passende maatregelen getroffen. Hierbij werd meer rekening gehouden met het algemeen klimaat dat toen heerste, dan met de verklaringen van Leroy.

Mw. Simonne Gabriels kwam daarna aan de beurt. Ze kent beklaagde Deschuytteneer al sinds verscheidene jaren. Mw. Deschuytteneer zei haar herhaaldelijk dat ze goede relaties met eerste substituut Leroy onderhield. Ze zei ook dat de substituut haar had geholpen bij het bekomen van een nieuw rijbewijs.

Gustaaf Morel was destijds herbergier. Hij kreeg vaak het bezoek van Mw. Deschuytteneer, die hem vertelde dat ze eerste substituut Leroy geld had gegeven en aan zijn echtgenote een partij juwelen. Naar het einde toe zegde Mw. Deschuytteneer dat ze een miljoen aan haar vennoot, een hooggeplaatste persoon, had gegeven opdat de drankgelegenheid gesloten zou worden. Getuige werd inderdaad verplicht zijn herberg in oktober 1984 te sluiten.

Commissaris Hoyois van de gerechtelijke politie van Bergen had het daarna nog over het verzoek van Andries aan Austraete om voor 200.000 fr. een genadeverzoek in het voordeel van zijn zoon te laten inwilligen. Hovois kon niet verklaren op welke manier Andries achter de gegevens van dat gerechtelijk dossier was gekomen.

Dinsdag gaat het getuigenvenhoor verder.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Oktober 1985

Geen kwaad woord over substituut Leroy

In het proces van de 45-jarige eerste substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne Deschuytteneer werden dinsdag de laatste getuigen ondervraagd voor het Hot van Beroep te Brussel.

Bij de aanvang van de zitting stelden Mrs. Alain Duval Benoit Pètre zich burgerlijke partij tegen Yvonne Deschuytteneer uit naam van de Broeders Maristen. Deze eisen de ettelijke miljoenen terug die de congregatie aan Mw. Deschuytteneer uitleende.

Als eerste getuige werd ere-rechter Mw. Simonne Schmidt ondervraagd. Deze dame was lange jaren voorzitster van een correctionele rechtbank te Brussel, waar substituut Leroy als openbare aanklager optrad. Ze zegde dat de h. Leroy steeds bekommerd was, niet alleen om de belangen van de maatschappij maar ook om die van de beklaagden zelf. De houding van de substituut was normaal, wanneer om een uitstel van bepaalde zaken werd gevraagd. Getuige beschouwde de h. Leroy als een uitstekend substituut.

Tweede getuige was Frans Reyniers, eerst-aanwezend commissaris bij de gerechtelijke politie te Brussel. Getuige had het al dadelijk over zijn contacten met een zekere Jules Montel. Deze was tegelijkertijd een misdadiger en een tipgever. Begin 1983 ontmoette getuige Montel substituut Leroy in de Prins Albert-club te Brussel. Montel verklaarde de schuilplaats te kennen waar twee misdadigers, [Michel] Anthemus en [Francis] Royen, in 1980 ontsnapt uit de gevangenis van Lantin, zich ophielden. Dank zij de inlichtingen van Montel konden voornoemde misdadigers op 15 maart 1983 worden ingerekend.

Enkele dagen later vroeg Jules Montel aan getuige of hij een casino mocht openhouden nabij de Duitse grens. Toen hij een negatief antwoord kreeg verklaarde Montel dat een gangsterbende zou pogen een advocaat-generaal uit Luik, een parlementslid en ook prins Filip te ontvoeren. Anderzijds vernam getuige dat de rijkswachtgroep Diane in het postsorteercentrum Brussel X was afgestapt om een geplande overval te verijdelen. Getuige kon niet bevestigen of eerste substituut Leroy inlichtingen over deze overval had verstrekt.

Menselijkheid

Getuige zegde tenslotte dat hij geen enkele informatie van eerste substituut Leroy bekwam die de aanhouding van drugsmokkelaars in de hand had kunnen werken.

Een andere getuige was Mw. Ingrid Hoet, thans substituut te Gent. Ze werkte negen maanden lang samen met eerste substituut Leroy in het ministerie van Justitie te Brussel. Ze had de grootste waardering voor de substituut, vooral om zijn humane en sociale houding bij het bestuderen van de dossiers.

Nog een getuige was Mw. Françoise Weis, een sociale assistente die vooral bedrijvig is bij “Info-justice”. Ze zegde dat de h. Leroy uitzonderlijk blijk gaf van menselijkheid en plichtsbesef bij de contacten die ze met hem onderhield. De substituut had volgens getuige de gewoonte zijn dossiers grondig te bestuderen en verder na te gaan wat er kon worden gedaan voor de gedetineerden of voor hun familie.

Daarna was het de beurt aan Mevr. Josette Cambier. Ze was secretaresse in het ministerie van Justitie op het ogenblik dat eerste substituut Leroy er als raadgever werkte. Getuige had de grootste waardering voor de substituut. Ook deze getuige had het over de menselijkheid van de h. Leroy, wat o.m. tot uiting kwam in de brieven die hij tot do familie van gedetineerden richtte. Volgens Mw. Cambier streefde de h. Leroy geen enkel politiek doel na.

Vandaag volgt de ondervraging van de verschillende beklaagden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Oktober 1985

Burgerlijke partij niet mals voor Mw. Deschuytteneer

In het proces van de 45-jarige eerste substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne Deschuytteneer, beschuldigd van corruptie, werd woensdag voor het Hof van Beroep te Brussel nog een getuige gehoord, alsmede de drie beklaagden.

Getuige was de h. Emile Darquenne, gewezen prefect van het Leon Lepage-atheneum te Brussel, waar de h. Leroy zijn middelbare school uitliep en waar hij later leraar werd. Als student liet de h. Leroy zich kennen om zijn vriendelijkheid en eerlijkheid. Later legde hij als leraar een grote wetenschappelijke belangstelling aan de dag.

Daarna werd beklaagde Andries ondervraagd. Dit gebeurde op verzoek van de verdediging achter gesloten deuren. Als man van het milieu kan Andries immers verklaringen afleggen die hemzelf of andere personen in gevaar brengen.

Leningen

Vervolgens was het de beurt aan Mw. Deschuytteneer om ondervraagd te worden. Er was sprake van een verzoek tot genade dat ze vanwege eerste substituut Leroy bekwam. Ze gaf toe ongeveer 200.000 fr. aan de substituut te hebben gegeven. Zulks echter onder de vorm van leningen en niet uit dank zodat er van corruptie geen sprake kan zijn.

Het dossier over haar eigen oplichtingen, waarvoor Mw. Deschuytteneer een zware veroordeling had kunnen krijgen, werd op verzoek van de eerste substituut sine die uitgesteld. Mw. Deschuytteneer was immers bereid de verschillende schuldeisers 40.000 fr. per maand te betalen zodat het uitstel van de zaak niemand schade kon toebrengen.

Daarna werd eerste substituut Leroy zelf ondervraagd. In de eerste plaats over het dossiers De Blick. In verband hiermee werd de h. Leroy door Andries aangezocht om tussenbeide te komen. De h. Leroy moest er voor zorgen dat het genadeverzoek tot genade van De Blick, die 8 jaren gevangenisstraf had gekregen, zou worden ingewilligd. De zaak De Blick was volgens de eerste substituut een hopeloos geval, waarin hij Andries alleen een papiertje overhandigde met de datum van de vaststelling voor de rechtbank.

Fotokopie

In verband met de drugzaak “Le Bercail” maakte de eerste substituut een fotokopie van het dossier over aan Andries. Deze speelde de fotokopie door aan Nederlandse drugtrafikanten. De h.Leroy zegde dat het doorgeven van de fotokopie geen uitstaans heeft met enige vorm van corruptie. Hij zou het gedaan hebben omdat hij van oordeel was dat Andries als contactman van het milieu in levensgevaar kon verkeren als hij de fotokopie niet in handen kreeg. Wat zijn relaties met Mw. Deschuytteneer betreft zegde de eerste substituut nog dat ze hem ten hoogste 50.000 fr. uitleende. Hij schonk deze som achteraf aan de PRL van Watermaal-Bosvoorde.

Mr. Alain Duval pleitte voor de burgerlijke partij, de Broeders Maristen. Hij had het daarbij uitsluitend op Mw. Deschuytteneer gemunt en verklaarde dat deze vrouw fortuin begon te maken toen ze de minnares werd van een bekend autoindustrieel.

Sindsdien verleefde ze ongeveer 100.000 fr. per dag. In 1983 alleen gaf ze 25 miljoen uit, o.m. om dagelijks grote hoeveelheden champagne te drinken.

Bromfiets

Om haar insolvabiliteit te organiseren, schonk ze onlangs haar appartement aan een Kleindochter. Ze beweerde ook haar Mercedes te hebben verkocht, wat onjuist was. In verband met het organiseren van deze insolvabiliteit werd ze enkele dagen terug aangehouden.

Van de Broeders Maristen wist ze in vier jaar tijd 120 miljoen fr. los te krijgen. Ondertussen werd aan een broeder Marist een bromfiets geweigerd omdat deze 30.000 fr. zou kosten. Mw. Deschuytteneer, die iedereen rolde, slaagde er in eerste substituut Leroy een brief te laten opstellen waaruit moest blijken dat ze een eerbare vrouw was. Misschien wist de h. Leroy niet dat dit schrijven moest dienen om de Paters Maristen vertrouwen in te boezemen ten einde geld van hen los te krijgen. Zulks is de reden waarom de burgerlijke partij geen enkele eis stelt ten overstaan van eerste substituul Leroy, maar wel om een provisie van 1 frank vraagt ten overstaan van Mw. Deschuytteneer.

Vandaag volgt het rekwisitoor.

Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Oktober 1985

Openbare aanklager eist vijf jaar cel tegen substituut: “Leroy stelde hele Belgische justitie in ongunstig daglicht"

In het proces van de 45-jarige Brusselse substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne De Schuytteneer, beschuldigd van corruptie en schending van het beroepsgeheim, werd donderdag, 5 jaar cel geeist tegen de substituut.

Bij de aanvang van de zitting nam de h. Jacques Haustrate het woord in verband met zijn aanstelling tot burgerlijke partij tegen Andries en de eerste substituut Leroy. Haustrate, die in 1983 een lichte veroordeling opliep, had toen met Andries te maken die om 200.000 fr. vroeg, ten einde het inwilligen van een genadeverzoek te laten bespoedigen. Dit zou gebeuren door een hooggeplaatste persoon, heel vermoedelijk eerste substituut Lerov. Andries bekwam alles bij elkaar 100.000 fr. van de burgerlijke partij, maar van een genadeverzoek kwam niets terecht. Terwille vooral van de morele schade die hij ondervond, eiste de h. Haustrate 1 miljoen fr. op ten overstaan van Andries en een ander miljoen ten overstaan van eerste substituut Leroy.

Vervolgens hield advocaat-generaal Morlet zijn rekwisitoor. Hij had het aanvankelijk over de banden die bestonden tussen Andries en de eerste substituut. In verband met het dossier De Blicq wist Andries bepaalde stukken uit het dossier los te krijgen via Leroy. Deze stukken konden worden gebruikt om een verzoek van genade voor De Blicq, die tot 8 jaar cel was veroordeeld, in de hand te werken.

Andries werd voor het doorgeven van deze stukken rijkelijk betaald door het milieu en de vraag rijst of Claude Leroy niet een gedeelte van het uitgekeerde geld kreeg toegewezen.

Wat het dossier “Le Bercail” betreft, deed zich nagenoeg hetzelfde voor, met dien verstande dat de eerste substituut dit keer een fotokopie van het hele dossier aan Andries overhandigde. Andries had Leroy beloofd dat hij dank zij de fotokopie informatie uit het milieu kon bekomen, o.m. over de aankomst in Antwerpen van een container, gevuld met hasj. Van deze informatie kwam niets terecht maar andermaal werd Andries flink vergoed door het milieu, en nogmaals rijst de vraag of niet een gedeelte van dat geld bij de eerste substituut terechtkwam.

Hoe dan ook, in beide gevallen maakte Leroy zich schuldig aan de schending van het beroepsgeheim. De openbare aanklager meende bovendien over voldoende gegevens te beschikken om van een corruptieovereenkomst tussen Andries en eerste substituut Leroy te kunnen spreken.

Twee andere gevallen, die Andries en de eerste substituut aanbelangen zijn de zaken Haustrate en Montel. In beide gevallen ging het om het toestaan van bepaalde gunsten tegen betaling of beloften waarbij Andries en de eerste substituut blijkbaar onder een hoedje speelden.

De Schuytteneer

Daarna behandelde de openbare aanklager de verhouding tussen Mw. De Schuytteneer en eerste substituut Leroy. Deze vrouw had in 1981 met het gerecht te maken in een zaak van oplichting en bedrieglijk bankroet. Leroy zorgde er voor dat haar zaak sine die werd uitgesteld op voorwaarde dat ze verschillende burgerlijke partijen zou vergoeden. Later zorgde Leroy er tweemaal voor dat Mw.De Schuytteneer vroegtijdig haar rijbewijs terugkreeg.

Nadien stelde de eerste substituut een brief op waaruit moest blijken dat Mw. De Schuytteneer alleen maar wegens faillissement en niet wegens oplichting met het gerecht te maken had. Mw. De Schuytteneer maakte van deze brief dankbaar gebruik om ettelijke miljoenen van de broeders Maristen los te krijgen.

Voornoemde brief die onjuiste gegevens bevatte staat volgens de advocaat-generaal gelijk met valsheid in geschrifte. Mw. De Schuytteneer geeft toe dat ze in verschillende keren 200.000 fr. uitleende aan de heer Leroy en zulks zonder enig betaalbewijs of intrest. De vraag rijst of deze vrouw niet al dat geld aan Leroy bezorgde voor al de diensten die hij haar bewees. In dat geval gaat het duidelijk om corruptie.

Wat de toe te meten straf betreft, vroeg de openbare aanklager het hof hierover zelf te beslissen inzake Andries en Mw. De Schuytteneer, gezien ze beiden als gewone misdadigers optraden.

Wat eerste substituut Leroy betreft, die door zijn optreden de hele Belgische justitie in een ongunstig daglicht stelde, deze dient de maximumstraf van 5 jaar te bekomen. Hij moet bovendien voor een termijn van 10 jaar uit al zijn burger- en politieke rechten worden ontzet.

Dinsdag volgen de pleidooien.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 November 1985

Vrijspraak van Andries gevraagd in proces-Leroy

In het proces van de 45-jarige eerste substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 42-jarige Yvonne Deschuyttenneer, kwam dinsdag de verdediging aan het woord voor het Hof van Beroep te Brussel. Het ging om de drie advocaten van beklaagde Andries.

Mr. Jean Bornet verklaarde dat de verhouding tussen zijn cliënt en eerste substituut Leroy onderhouden werd om het milieu van Nederlandse drughandelaars te penetreren. Nochtans wordt Andries beschuldigd van actieve corruptie t.o.v. de eerste substituut. Deze beschuldiging gaat volgens de advocaat niet op.

Andries, een gekende gokker, leerde eerste substituut Leroy kennen in het milieu van de casino's. De h. Leroy was als magistraat immers belast om paal en perk te stellen aan de uitbreiding van kansspelen in ons land. Andries, die in zekere mate aan de rand van de maatschappij leefde, al was hij nooit bij overvallen of moordzaken betrokken, onderhield relaties in het milieu van de drugwereld, zonder daarom zelf een drugshandelaar te zijn. Hij beloofde de h. Leroy inlichtingen over het milieu van drugtrafikanten te kunnen bezorgen. Indien hij aan deze inlichtingen wilde geraken, moest hij bepaalde bewijzen aan het milieu kunnen voorleggen, waaruit zou blijken dat hij kon rekenen op hooggeplaatste personen. Daarom wilde Andries rapporten uit een drugdossier aan het milieu laten zien.

Eerste substituut Leroy leverde hem die stukken en Andries stelde alles in het werk om aan zoveel mogelijk informatie over het milieu te geraken.

Als tweede advocaat van Andries had mr. Lawrence Muller het alleen over de contacten die tussen Andries en de burgerlijke partij, notaris Jacques Haustrate bestonden. Andries kwam deze notaris toevallig tegen op een ogenblik dat deze een veroordeling had opgelopen. Andries beloofde de notaris een verzoek tot genade te laten inwilligen dankzij zijn relaties met een hooggeplaatst persoon. Andries vroeg voor zijn diensten een bedrag van 200.000 frank. Zulks kan volgens de advocaat niet als een poging tot geldafpersing worden beschouwd. Geldafpersing gaat steeds vergezeld van bedreigingen. In dit geval ging het alleen om het aanbieden van diensten, zodat er geen misdrijf werd gepleegd.

Als derde advocaat van Andries betoogde mr. Pascal Vanderveeren dat zijn cliënt zich zeker niet schuldig maakte aan corruptie t.o.v. de h. Leroy. Claude Leroy kreeg trouwens geen frank voor de diensten die Andries hem aanbood, nl. de inlichtingen uit het milieu. Het was er de h. Lerov vooral om te doen zichzelf te valoriseren in de ogen van de gerechtelijke politie.

Wat het misdrijf van de schending van het beroepsgeheim betreft, daarmee heeft Andries niets te maken. Andries kon zich immers niet voorstellen dat de h. Leroy door het overhandigen van bepaalde stukken uit een dossier, het beroepsgeheim schond. Mocht het beroepsgeheim toch zijn geschonden, dan is dat alleen de zaak van de h. Leroy.

Tenslotte wat de poging tot geldafpersing betreft, is volgens de advocaat niets bewezen. Andries dacht er geen enkel ogenblik aan de substituut te bedreigen. Hij maakte alleen beloften betreffende het doorspelen van inlichtingen. Beloften zijn niet voldoende om van geldafpersing te kunnen spreken. Gezien helemaal niets is bewezen tegen Andries moet hij worden vrijgesproken.

Vandaag wordt voor de andere beklaagden gepleit.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 November 1985

Mw. De Schuytteneer was een weldoenster

In het proces van de 45-jarige eerste substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne De Schuytteneer, beschuldigd van corruptie, kwam woensdag de verdediging van de vrouw aan het woord.

Mr. Michèle Hirsch betoogde dat mw. de Schuytteneer vrij voor het hof verschijnt, althans voor de feiten die haar thans worden verweten. De advocate weerlegde de corruptie. De openbare aanklager beweert immers dat mw. De Schuytteneer heel wat geld gaf aan Leroy in ruil voor de talrijke voordelen.

Er zou dus een voorafgaand akkoord tussen beiden hebben bestaan, wat volgens mr. Hirsch helemaal niet is bewezen Indien Leroy bepaalde gunsten aan mw. De Schuytteneer verleende, was het alleen uit vriendschap.

Van haar kant had mw. De Schuytteneer de gewoonte geld te lenen aan personen die haar goed gezind waren. Zulks verklaart waarom ze de h. Leroy eenmaal 50.000 fr. gaf, geld dat aan de PRL van Watermaal-Bosvoorde werd toevertrouwd.

Later gaf ze nog eens 50.000 fr. aan Leroy op een ogenblik dat hij dreigde aangehouden te worden.

Eerherstel

Wat de fameuze brief betreft die de h. Leroy in het voordeel van mw. De Schuytteneer opstelde, is er volgens de advocate geen valsheid in geschrifte. In werkelijkheid had de h. Leroy in de brief vermeld dat mw. De Schuytteneer een genadeverzoek had gekregen in de zaak van een faillissement zonder er bij te voegen dat ze was veroordeeld.

Het verlenen van een genadeverzoek kan alleen slaan op een veroordeling en zeker niet op een gewoon faillissement. De brief die in het voordeel van mw. De Schuytteneer werd opgesteld bevatte dus alleen juiste elementen, zodat er van enige valsheid geen sprake is.

Indien mw. De Schuytteneer deze brief nodig had, was het omdat ze voordien door een zekere mw. Gillet bij de broeders Maristen in diskrediet was gebracht. Mw. De Schuytteneer wilde deze brief gebruiken als een soort eerherstel.

Mr. Jean Brasseur, die al sinds 40 jaren de raadsman is van mw. De Schuytteneer, zegde dat zijn cliënte nooit de kans had om te trouwen, dat ze wel een zoon kreeg met wie ze in onmin leeft en dat ze herhaaldelijk poogde een handelszaak uit te baten waarvoor ze echter geen aanleg heeft.

Eenzaam

Mw. De Schuytteneer voelde zich erg eenzaam. Daarom zocht ze het gezelschap op van anderen, aan wie ze geschenken gaf of dure etentjes in de beste restaurants. Mw. De Schuyteneer was erg genereus van natuur, wat blijkt uit de talrijke bezoeken die ze bracht aan gestichten voor gehandicapten of andere misbedeelden en waar ze zich telkens erg vrijgevig toonde.

Door tussenkomst van een graaf kreeg ze van de broeders Maristen eenmaal 50 miljoen en later nog 17 miljoen fr. uitgekeerd. Het ging om gewone leningen, waar geen oplichting bij te pas kwam. Het feit dat de h.
Leroy de zaak van mw. De Schuytteneer in verband met haar faillissement wilde laten verjaren is zeker niet strafbaar voor haar. Mw. De Schuytteneer vond de maatregel van de h. Leroy helemaal gewettigd, des te meer daar ze bereid was alle burgerlijke partijen te vergoeden.

Tot besluit zei de advocaat dat mw. De Schuyteneer niet kan veroordeeld worden voor enige vorm van corruptie, oplichting of valsheid in geschrifte. Mr. Brasseur vroeg het hof zijn cliënte niet te beschouwen als de geldverkwistende vrouw, zoals ze door sommigen wordt afgeschilderd, maar als de weldoenster die men kon aantreffen in liefdadigheidsinstellingen.

Vandaag volgen de pleidooien voor eerste substituut Leroy.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 November 1985

Verdediging pleit vrijspraak voor Claude Leroy

In het proces van de 45-jarige eerste-substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne Deschuytteneer, onder meer beschuldigd van corruptie, kwam donderdag de verdediging van de magistraat aan het woord.

Als eerste advocaat stelde mr. Pol Massart vast dat zijn cliënt vooral beschuldigd wordt van corruptie. De openbare aanklager geeft toe dat hij deze corruptie maar moeilijk kan bewijzen, maar maakt niettemin gewag van een voorafgaand pakt dat tussen de h. Leroy en de twee andere beklaagden zou hebben bestaan.

Wat de beschuldiging van valsheid in geschrifte betreft inzake een brief die de eerste-substituut in het voordeel van Mw. Deschuytteneer opstelde zijn de feiten volgens de advokaat niet bewezen. Deze brief was alleen bedoeld om Mw. Deschuytteneer wit te wassen van gemene beschuldigingen die door een zeker Mw. Gillet naar voor waren gebracht bij de broeders Maristen. Mw. Deschuytteneer bekwam tussen 1982 en 1985 alles bij mekaar 109 miljoen frank van deze broeders. Bij de brief die ze de broeders Maristen voorlegde kwam geen enkel bedrieglijk opzet te pas.

Wat aantijging van corruptie betreft moet rekening worden gehouden met de persoonlijkheid zelf van de eerste-substituut. Deze was in staat andere mensen onbaatzuchtig diensten te bewijzen en niet zoals de openbare aanklager voorhoudt uit zuiver winstbejag. De eerste-substituut wilde bovendien inlichtingen bekomen over het drugmilieu. Hij wilde a.h.w. afrekenen met dit milieu gezien zijn eigen zoon met rugproblemen had te kampen.

Tweede advokaat was Mr. Pierre Legros. Hij had het vooral over de verduistering van het drugdossier Le Bercail dat zijn cliënt wordt verweten. Voor het doorgeven van een fotokopie van dit dossier kan ten hoogste een disciplinaire straf tegen de h. Leroy worden opgeëist. De h. Leroy gaf de fotokopie door met de enige bedoeling inlichtingen over het milieu te bekomen. Daar was geen enkel winstbejag bij gemoeid zodat er ook geen sprake van corruptie kan zijn.

Wat de schending van het beroepsgeheim betreft zei de h. Legros dat hier twee belangrijke elementen ontbreken, nl. een noodzakelijke vertrouweling en een vertrouwenspact. De schending van het beroepsgeheim is derhalve niet bewezen.

Ten slotte vroeg mr. Roger Lallemand als derde advocaat dat het hof de h. Leroy niet als magistraat maar als een mogelijke delinquent zou beschouwen. Mr. Lallemand gaf wel toe dat zijn cliënt 50.000 fr. kreeg van Mw. Deschuytteneer, maar dat het geld later werd geschonken aan de PRL.

Later gaf de h. Leroy toe het dossier Le Bercail aan Andries te hebben overgemaakt om inlichtingen over het drugmilieu te krijgen. Onmiddellijk na deze bekentenissen werd de h. Leroy van allerlei onzinnige dingen verdacht. Toch waren er mensen die hem als een menselijk en vrijgevig persoon bleven beschouwen. Het is overigens niet bewezen dat het doorspelen van het dossier Bercail de betrokken beklaagden een vrijspraak bezorgde voor de correctionele rechtbank. Deze vrijspraak steunde alleen op provocatie vanwege de politie.

Ten slotte zei mr. Lallemand dat zijn kliënt ongetwijfeld beroeps- en deontologische fouten maakte. Hij beging echter geen strafrechtelijke feiten waarvoor hij een veroordeling zou kunnen oplopen. De h. Leroy moet derhalve worden vrijgesproken.

Uitspraak op 3 december.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 November 1985

Claude Leroy veroordeeld tot achttien maanden

Gisteren heeft het Hof van Beroep te Brussel, voorgezeten door de h. Verdoodt, de 45-jarige eerste-substituut Claude Leroy uit Watermaal, tot 18 maanden gevangenisstraf veroordeeld. De Brusselse magistraat was ver buiten de schreef gelopen, door ondermeer documenten te verduisteren, het beroepsgeheim te schenden en valsheid in geschrifte te plegen.

Vrijdagavond 29 maart werd hij aangehouden, wat betekent dat hij nu bijna de helft van zijn straf heeft uitgezeten en dus vermoedelijk eind volgende zomer weer vrij zal zijn. Omdat hij de feiten pleegde als magistraat werd hij voor een termijn van 5 jaar ontzet uit zijn burger- en politieke rechten. Hij mag dus een kruis maken over zijn loopbaan. Op de koop toe kreeg Leroy een boete van 12.000 fr.

Twee personen die samen met de eerste substituut verschenen, nl. de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne De Schuytteneer, werden eveneens veroordeeld, Andries werd wegens verduistering van documenten, onder de vorm van fotokopies van twee drugdossiers, en als begunstigde van de schending van het beroepsgeheim tot 9 maanden effectieve gevangenisstraf veroordeeld en 6.000 frank boete. Mevr. Deschuytteneer kwam er vanaf met 7 maanden effectieve gevangenisstraf en eveneens 6.000 fr. boete.

De vrouw werd alleen schuldig bevonden als begunstigde te zijn opgetreden bij de valsheid in geschrifte gepleegd door Claude Leroy. Het betrof hier een brief aan de Broeders Maristen, waarin werd gewag gemaakt van een genademaatregel voor Mw. Deschuytteneer in een faillissement.

Voor de beschuldiging van corruptie werden de drie beklaagden vrijgesproken, omdat een voorafgaand pact tussen hen niet kan worden bewezen. Anderzijds werden de eisen van van een gewezen Brusselse not ris en van de Congregatie der Broeders Maristen als ongegrond verworpen.

Corruptie

Reeds in januari van dit jaar werd eerste-substituut Leroy verdacht. Voornamelijk bij de gerechtelijke politie van Brussel die het enigszins vreemd vond dat sommige anti-drugacties spaak liepen. Weken aan een stuk werd dan de handel en wandel van de Brusselse magistraat, die nog kabinetsmedewerker van justitieminister Gol is geweest, gevolgd.

De corruptie van Claude Leroy werd ontdekt bij het onderscheppen van een lading drugs, op 17 september 1984 op de parking van het Makro-warenhuis te Machelen bij Vilvoorde.

Overigens werd gisteren, tijdens de zitting van het Hof van Beroep, onderstreept dat Claude Leroy niet uit zuiver winstbejag handelde doch eerder uit ijdelheid.

Tijdens de eerste weken die volgden op de arrestatie van de eerste-substituut, circuleerden heel wat geruchten. Veel ruchtbaarheid kreeg de “zaak Leroy” ook nog toen de magistraat tijdens het proces het doorschemeren dat door zijn informatie en inlichtingen een gijzeling van kroonprins Filip kon worden verijdeld. Of de gerechtelijke politie van Brussel ook die mening is toegedaan is dan weer een andere vraag.

Hoe dan ook: Claude Leroy werd tijdens de vele zittingen vaak als een weldoener afgeschilderd. Meer dan eens kwamen sympathisanten ook betogen aah het Brusselse gerechtsgebouw om zijn vrijlating te eisen Claude Leroy bezorgde ondermeer aan de 72-jarige Mevr. Deschuytteneer haar rijbewijs terug. Daarvoor kreeg hij van de vrouw 200.000 fr., geld dat de magistraat aan de plaatselijke PRL-afdeling van Watermaal schonk.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 December 1985

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

Re: Claude Leroy

Leroy belandt in maart 1985 in de cel. Ludwig Bender maakt in dezelfde maand van hetzelfde jaar de omgekeerde beweging.

Een link tussen beiden was de prostituée A.V.H. die o.a. actief was in de Rue G. Matheus in de bar Christal Nord.