1

Topic: Jean-Claude De Smet

Jean-Claude De Smet, bijgenaamd Bichette, maakte deel uit van de entourage rond Philippe De Staerke en nam deel aan diens ontsnapping uit de gevangenis van Doornik. Hij werd gekozen omwille van zijn vaardigheden om wagens, vooral BMW’s, te starten.

Na de ontsnapping hielp hij bij het bemachtigen van een BMW en dook hij onder in het Brusselse milieu, waar hij betrokken was bij het plannen van criminele feiten. Bichette regelde onder meer de huur van een vuurwapen en nam deel aan voorbereidende besprekingen, maar geen van de geplande overvallen werd effectief uitgevoerd. Volgens getuigen en zijn eigen verklaringen zou hij niet het profiel hebben gehad om extreme gewelddaden zoals die van de Bende van Nijvel te plegen.

In het boek "Beetgenomen" van Hilde Geens komt Jean-Claude De Smet een aantal keer aan bod, onder zijn bijnaam.

De spectaculaire ontsnapping gebeurde rond halfacht, de roofmoord kort na één uur die nacht, en de BMW waarmee De Staerke vanuit de omgeving van Doornik naar Brussel was gereden, was ná drie uur niet ver van Doornik gestolen, een verhaal dat door de twee met Johnny ontsnapte gevangenen bevestigd werd. De ene was Bichette, die hij gekozen had wegens zijn kwaliteiten ‘om BMW’s aan de praat te krijgen’, de andere een Albanees die er toevallig bij was.

Waar hadden ze tussen halfacht en drie uur dan rondgehangen? Dat zat zo. Ze waren gaan lopen in de richting van Brussel, maar op een bepaald ogenblik stonden ze opnieuw bij de gevangenis, zei Johnny tegen onderzoeksrechter Lacroix in oktober 1987. Dat moet rond één uur geweest zijn. Ze hadden zich omgedraaid en waren langs het spoor gaan lopen.

Bichette had onderweg met een gevangenisschaar een autoportier opengewrikt, maar hij kreeg de motor niet aan de praat en toen waren ze maar verder gelopen naar Antoing. Rond drie uur hadden ze in dat dorp een BMW bemachtigd. Bichette bevestigde dat en volgens een rijkswachtverslag stond de goudkleurige BMW inderdaad om drie uur nog voor het huis van de eigenaar.

Die BMW was een ongelukkig toeval. Een klant die die nacht uit de Diable Amoureux kwam, de bar waar de Colruyt-moordenaars de politie tijdens hun vlucht onder vuur namen, had een BMW gezien die op het parkeerterrein stond en met gedoofde lichten wegstoof toen hij de man die naar buiten kwam had opgemerkt. En ook de Borains zeiden in hun bekentenissen na urenlange en niet altijd zachtzinnige verhoren dat ze niet alleen in de Saab, maar ook in een BMW naar de Colruyt gegaan waren.

(…) Van Esbroeck vertelde: “Die ontsnapping uit de gevangenis van Doornik was een zaterdag, geloof ik. Op zondagochtend komt hij bij mij aan de deur bellen om zeven uur ’s morgens. Mijn vrouw en haar dochtertje van zeven jaar waren thuis. Ik dacht aan de politie, maar daar stonden ze, Philippe De Staerke en Bichette, ook een maat van mij. Ze waren gekleed in hun gevangenisplunje: een broek met witte streep opzij en een pull met een witte lijn, heel intelligent van die twee.”

“Ik snapte niet helemaal wat er aan de hand was, want een andere vriend, Dominique Salesse had me niets gezegd. Hij zat ook vast in Doornik. Ze hadden hem meegevraagd, maar hij bedankte omdat hij op het punt stond vrij te komen.”

Van Esbroeck liet hen binnen. “Ze wisten dat ik geen vriend op straat liet staan. Ze vertelden wat er was gebeurd. Iedereen in de gevangenis was op de hoogte, maar niemand had geklikt. Ze waren er met tientallen vandoor gegaan. Dat was alleen mogelijk in een Waalse gevangenis. In een Vlaamse had men hen al heel snel aangegeven. Het was een uitzonderlijke ontsnapping. Eentje had een gat in de muur gemaakt en iedereen is langs daar ontsnapt. Ik snapte niet hoe het mogelijk was, maar het was mogelijk.”

(…) Van Esbroeck repliceerde: “Ik heb geen reden om de De Staerkes te beschermen. Ze waren het niet. Bichette was ook niet de man om zoiets te doen. Of ze moeten uit elkaar gegaan zijn, maar daar hebben ze niets over gezegd. Dat geeft te veel complicaties. Wat hij na de ontsnapping heeft gedaan, weet ik niet. Hij is verder wapens gaan zoeken. Na een week of zo is hij naar zijn vrienden gegaan. Ik kende die niet. Ze waren niet het soort mensen dat ik frequenteerde. Voilà quoi!”

Bichette bevestigde bij de politie dat hij met Popolino naar Léon De Staerke gereden was omdat zijn gastheer een platina halssnoer te gelde wilde maken. Hij en Johnny bleven een nachtje bij Popolino en verkasten naar een vriendin uit het circuit van De Staerke. Daarna huurden ze samen een flat via Stereo, die een broer had die conciërge was in de straat waar Popolino woonde.

Naar goede gewoonte richtte Johnny meteen een bende op en begon hij met Bichette en een paar anderen plannen te smeden. Ze schaften zich valse identiteitskaarten aan en organiseerden besprekingen in de flat in de Barastraat in Anderlecht. Johnny stelde voor een vrachtwagen met sigaretten te overvallen of een oude man in een boerderij te beroven. Ze deden vooronderzoek in een bank in Sint-Gillis. Iemand uit het gezelschap vertelde aan de speurders dat Johnny een 30 centimeter lange dolk had, en dat hij een 7,65mm-pistool met lader in de flat van het duo zag.

Bichette vertelde de speurders dat hij in een dancing in Sint-Agatha-Berchem een pistool was gaan zoeken. Een man had hem voor drie dagen een Italiaans 7,65mm-pistool met een lader en zeven kogels verhuurd. Johnny van zijn kant kocht twee paar handschoenen en twee bivakmutsen. Maar ze hadden maar één wapen, "wat te weinig was om een serieuze slag te slaan", zei Bichette. Johnny droeg een dolk in zijn broeksriem.

Geen van hun plannen werd uitgevoerd. Eentje werd niet genoemd: het restaurant van Jacques van Camp overvallen. Die werd de week nadien door de bende van Nijvel vermoord. De ochtend na de liquidatie deed een politieman in de omgeving een buurtonderzoek. Hij had de opdracht gekregen om in de kroegen in de omgeving van Lasne, Ohain en Rixensart te horen of er iemand iets was opgevallen, en hij had beet.

(…) Van Esbroeck vertelde: ‘Ik vind het grappig dat mijn vriend Fredo Godfroid, de latere hold-upper, maar toen nog commissaris bij de gerechtelijke politie van Brussel, heel goed wist dat Johnny en Bichette bij mij zaten ondergedoken. Op een bepaald moment belde Godfroid dat De Staerke was verklikt. Johnny had een afspraak om na de middag wapens te kopen en zijn leverancier Johnny L’Indien [Norbert Munten] had hem aangegeven.

Johnny stond in de badkamer en was bezig met zich te scheren. Ik zei: “Je hebt vanmiddag een afspraak.” “Hoe weet je dat?” vroeg hij. “Als je me niet gelooft, ga er dan vooral naartoe.” Hij is naar die afspraak gegaan in de Merodestraat en hij zag dat er flikken waren. Hij vertrok onmiddellijk en gaf me gelijk. Maar kort daarna nam Johnny opnieuw contact op met Johnny L’Indien. Hij had me dus toch niet geloofd. Je moet wel heel stom zijn, maar Johnny is stom.”

“Johnny sliep nog in de flat bij ons, maar overdag was hij op stap. Bichette was al weg. Bichette kwam zeggen dat Johnny zich had laten pakken. Ik zei dat hij een paar dagen moest binnenblijven want Johnny had die afspraak gemaakt in mijn wijk. Totaal stompzinnig.”

Bichette zei later tegen de politie dat zijn maat vaak op stap ging, maar ’s nachts mooi thuisbleef. Aan de nacht dat Van Camp werd afgemaakt had hij geen herinnering. Johnny’s pistool en de bivakmutsen en handschoenen had hij meteen naar Popolino gebracht. Het gehuurde wapen dook op bij iemand die zei dat hij er een bedrag van omgerekend 125 euro voor betaalde aan Van Esbroeck. Het was een 9mm-pistool, maar de munitie was kaliber 7,65 mm. Het wapen was niet gebruikt door de bende.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube