1,041

(2 replies, posted in Magistraten)

"Magistraten moeten mens en gemeenschap dienen"

Verwijzend naar de mogelijke rol, de invloed en de pretenties van het arbitragehof zei gisteren eerste voorzitter R. Legros dat het hof van Cassatie steeds ter zake de opperste macht en de uiteindelijke beslissing betekent, zo niet wordt de scheiding der machten niet meer geëerbiedigd en worden de wetten niet nageleefd. Legros zei dit ter gelegenheid van de plechtige installatie van Marc Châtel als voorzitter van het hof.

“Eminente paters Jezuïeten, mijn belangrijkste leraars, waren er door hun drang naar waarheid en hun dorst om steeds maar het waarom van alle vragen te zoeken oorzaak van dat ik tot het vrij onderzoek kwam. Zij brachten mij de “bekoring" van het vrij onderzoek. Een zelfde streven naar de zin van het leven in het vooruitzicht van de eeuwigheid of van het voortbestaan van de mens heb ik gevonden bij vrijmetselaars, bij wijsgeren van de islam en rabbijnen.”

“Tegenover het bestaan van de wereld is het mensenleven van geen betekenis tenzij men het ten dienste stelt van de anderen. Dat is mijn credo. Ik meen dat magistraten de mens en de gemeenschap moeten dienen, dat dit gelijk staat met zoeken naar de waardigheid van de mens, zoeken naar datgene wat - ook al is hij een misdadiger - hem doet geloven in de eigen waarde en betekenis. Zelfs als men streng is en moet straffen moet men steeds eerbied hebben voor de menselijke waardigheid.”

Dit zei de nieuwe voorzitter Marc Châtel (63). Geboren in Gent studeerde hij aan de universiteit aldaar: hij kende A. Vermeylen en Jean Van Houtte als professoren en kwam na de oorlog in de magistratuur terecht. Substituut van de procureur te Dendermonde werd hij nadien onderzoeksrechter en vervolgens substituut-procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent. Hij was een van de meest welsprekende vertegenwoordigers van het openbaar ministerie in assisen.

Chatel werd kabinetschef van minister A. Vranckx bij binnenlandse zaken en justitie en kwam in 1970 als raadsheer bij het hof van Cassatie. Als hij vermoedelijk straks tot eerste voorzitter wordt verkozen zal het hof geleid worden door een Vlaams magistraat die niet alleen Nederlands en Frans maar ook Duits, Engels en Spaans volledig beheerst.

Eerste-voorzitter Legros wees op het talent, de zin voor humor de rechtsgeleerdheid en de menselijkheid van Châtel die ook door procureur-generaal Krings en door de strafhouder uitermate werd geprezen.

De hoogste magistraten van het land woonden de zitting bij. R. Legros nam de gelegenheid te baat om in beide landstalen de hoop uit te drukken dat het hof van cassatie in deze moeilijke tijd het voorbeeld zou zijn van nationale solidariteit en van eerbied voor de diverse opvattingen en meningen in wederzijds vertrouwen.

In de lange gang die in het Brussels justitiepaleis naar de assisenzaal leidt hangen de beeltenis of de foto van alle magistraten die ooit eerste voorzitter van cassatie waren. Onder al de foto's staat steeds hetzelfde ééntalige: “premier président". Misschien wordt het over tien jaar anders. Als daar de foto van Marc Châtel
zal prijken.

Bron: De Standaard | 16 September 1983

In de erezaal van het Hof van Cassatie had gisteren de plechtige aanstelling plaats van Marc Châtel tot eerste voorzitter. Met hem komt - voor een vrij lange periode - een overtuigd Vlaming aan de leiding van het hoogste judiciaire gezagslichaam van het land.

Een laatste eiland waarop communautaire golven breken

"De mensen opnieuw vertrouwen en hoop geven. Zelf het goede voorbeeld geven. Aanpassingen aan de eisen van de nieuwste techniek." Dat waren de thema's aangehaald door eerste-voorzitter Marc Châtel bij zijn plechtige aanstelling in het Hof van Cassatie. Andere sprekers hadden het ook over moeilijkheden waarmee de hoogste gerechtelijke gezagdragers van het land af te rekenen hebben. De installatie werd bijgewoond door tal van vooraanstaande magistraten, eminente juristen, professoren, stafhouders en vrienden van de nieuwe eerste-voorzitter.

Marc Châtel kreeg zijn eerste opleiding in het Sint-Barbara-college te Gent. Na zijn studies aan de universiteit - “dank zij prachtige paters jezuïeten werd ik een vrijdenker” pleegt hij te zeggen - begon zijn gerechtelijke loopbaan te Dendermonde. Daarna werd hij magistraat te Gent. Dit werd met ontroering en genegenheid gisteren voor de talrijke vergadering in herinnering gebracht door zijn oud-studiegenoot, thans afdelingshoofd bij Cassatie, R. Janssens.

Hij zei dat Chátel als kabinetsattaché bij de minister van Binnenlandse Zaken erin slaagde de moeilijke problemen na de incidenten bij de mijn van Zwartberg op te lossen, dat hij nadien kabinetschef werd bij minister van Justitie A. Vranckx en vervolgens benoemd werd bij het Hof van Cassatie. Daarvan wordt hij nu de eerste-voorzitter. Gezien zijn leeftijd verwacht men dat de h. Châtel zeven jaar lang aan het hoofd van Cassatie zal blijven.

Afdelingshoofd Janssens wenste de nieuwe voorzitter geluk namens het Hof, wees op het geheel van de problemen die vandaag het hoge Hof te wachten staan en zei o.m. dat gezien de talrijke nationale en internationale rechtscolleges een veelheid ontstaat die kan leiden tot rechtsweigering. Hij loofde de nieuwe voorzitter om zijn kennis en zijn sereniteit.

Procureur generaal Krings wees in zijn huldewoord op de hoogste bedreiging voor de democratie: de gezagscrisis die overal woedt. Zowel het gezin als de school, de universiteit, de wetgevende en de gerechtelijke macht hebben af te rekenen met dit probleem dat kan leiden tot extremen die de weg effenen naar dictatuur. De remedie tegen die bedreiging ligt niet in het gebruik van geweld maar in het afdwingen van een prestige en een eerbied die bij allen indruk maakt

Dat moet Cassatie bereiken. Terzelfder tijd zal het waken over de onafhankelijkheid en de zelfstandigheid van de rechters. Krings zei dat er zoveel aan nieuwe Instellingen gesleuteld wordt, dat men mag vrezen dat de beslissingen niet met de nodige zorg gebeurden. Hij zei dat de uiteindelijke macht om een oordeel te vellen bij het Hof van Cassatie moet blijven, dat rekrutering en benoeming in de magistratuur de weerspiegeling moeten zijn van de voornaamste strekkingen die bij de bevolking bestaan maar geen reden mogen worden tot politieke discriminatie. Deze laatste kan oorzaak zijn van een rampzalige rekrutering die afbreuk doet aan de rechterlijke macht.

Stafhouder Bützler loofde daarna namens de balie de voorzitter om zijn kennis, zijn vriendelijkheid, zijn ernst en zijn onpartijdigheid. “U bent een Vlaams magistraat”, aldus Bützler. “Ik kan het op deze plaats zeggen omdat uw Vlaming zijn geen politieke of passionele betekenis heeft maar een verruiming is naar andere culturen. U staat thans aan het hoofd van een van de laatste eilanden waarop de communautaire golven breken.

De stafhouder zei dat ook de balie ongerust is over wat abusievelijk een “Arbitragehof wordt genoemd. Hij had strenge woorden voor de nieuwe instelling die “ongeacht de kleur van de toga het moeilijk zal hebben om echt onpartijdig rechter te zijn, gezien de politieke startbasis.

Eerste-voorzitter Châtel dankte iedereen met de van hem bekende vriendelijkheid en bescheidenheid, en bracht hulde aan zijn voorganger Legros.

“Wij leven in een moeilijke tijd”, zei hij, “vooral wegens de ongelijke tred van de versnellingen. Dat veroorzaakt voortdurend spanningen. In België worden die spanningen nog erger gezien de communautaire inslag. Als gevolg daarvan gaat de staatsmacht oplossingen improviseren om het ergste te voorkomen. Dat veroorzaakt nieuwe spanningen. Zo ontstaat wantrouwen bij de landgenoten. Dat wantrouwen kan wanhoop worden en leiden naar rampzalige avonturen. In dit land, dat zeer gesteld is op verdraagzaamheid zijn wij weinig verdraagzaam voor eigen landgenoten”, aldus Châtel, die opkwam voor eensgezindheid, hard werken en positieve ingesteldheid voor de toekomst. Het Hof moet met het oog op de 21ste eeuw zich aanpassen, ook aan de technische eisen van de nieuwe tijd.

Bron: De Standaard | 14 December 1983

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/marc_c10.jpg

1,042

(6 replies, posted in Speurders)

In juni 1988 ging luitenant-generaal Robert Bernaert op pensioen. In een interview blikt hij terug op de woelige jaren '80:

Afscheidnemende generaal Bernaert: “Rijkswacht is onverbiddelijk tegenover alles wat extreem is”

Het Heizeldrama met zijn 39 doden, betekende voor It-generaal Robert Bernaert, de bevelhebber van de rijkswacht, een verschrikkelijke ervaring. Blijft er nu, op de drempel van zijn pensioenleeftijd, een schuldgevoel hangen, kijkt hij achterom, hadden de bloedige incidenten kunnen worden voorkomen op die woensdagavond van mei 1985?

Vooreerst wenst generaal Bernaert, die wegens de vorming van de regering drie maanden langer in dienst werd gehouden, te onderstrepen dat hij geen verontschuldigingen zoekt voor wat er op de Heizel-vlakte gebeurde. Wat hij wel betreurt is dat de rijkswacht eens te meer als bliksemafleider diende.

Faalfactoren

“Ik meen dat het Heizel-drama het gevolg is van een samenloop van kleine tekortkomingen, begaan door verschillende diensten en administraties.” In deze context verwijst hij naar het wetenschappelijk werk “Het Heizeldrama” van Paul 't Hart en Bert Pijnenburg. Deze auteurs zijn, volgens generaal Bernaert, tot het besluit gekomen dat elke van de faalfactoren onvoldoende was om een dusdanige ramp te veroorzaken, doch dat de samenloop ervan dit wel kon.

Zij stellen tevens dat gelijkaardige gevallen zich reeds meermaals hebben voorgedaan, en dat het in de toekomst mogelijk is dat deze zich nog voordoen. Dergelijke faalfactoren, zo zegt generaal Bernaert, waren voorafgaandelijk aan de feiten, de ticketverkoop aan Italianen in de plaats van aan Belgen, voorts de geruststellende informaties uit Engeland alsmede de onduidelijke afspraken bij de voorbereiden de vergaderingen.

Op het ogenblik van de feiten stortte het muurtje in, hadden andere incidenten achter de tribunes plaats. Zeker niet te vergeten, aldus de rijkswachtgeneraal, waren er de Britse voetbal-supporters. De generaal merkt op dat omzichtigheid is geboden in de beoordeling van deze problematiek daar de rechtszaak hierover nog moet komen.

Naar aanleiding van de CCC-aanslag op 1 mei 1985 in Brussel, werd de rijkswacht - althans door de bommenleggers - verantwoordelijk geacht voor de dood van twee Brusselse brandweerlieden. Hoe reageert de vertrekkende korpscommandant op deze beschuldiging?

Destabilisatie

De verantwoordelijken voor de aanslag zijn vanzelfsprekend de bommenleggers zelf, ooгdeelt generaal Bernaert. Alom is geweten dat de destabilisatie-politiek van terroristische organisaties voorziet dat ze trachten de schuld in de schoenen van de politiediensten te schuiven.

In verband met het gebeuren zelf, was de rijkswacht er niet van op de hoogte dat de brandweer eveneens werd opgeroepen, noch dat de brandweerlieden vlugger ter plaatse waren, onwetend van gevaar.

“Vervolgens wil ik ook opmerken dat, indien de radio-middelen tussen de verschillende hulpdiensten dezelfde waren geweest, de brandweerlieden misschien wel op de hoogte zouden geweest zijn van het gevaar”, beweert de generaal.

En hij gaat verder: “De rijkswacht ijvert hier reeds vele jaren voor. Spijtig genoeg moest eerst het drama gebeuren voordat de toenmalige hulpnummers 901 en 906 werden samengekoppeld. Ik blijf er trouwens bij dat ook de 900, d.w.z, de andere hulpdiensten, in hetzelfde, dus éénzelfde oproepnummer, zou moeten worden geïntegreerd.”

Regelmatig krijgt de rijkswachttop ook kritiek wegens de ultra-rechtse houding van sommige ondergeschikte personeelsleden. Maar waarom werd dan rijkswachter Marbaix wegens zijn rechtse houding aan de deur gezet en werd een kolonel alleen gevraagd om met pensioen te gaan?

“Ten eerste wil ik aanstippen”, verklaart generaal Bernaert, “dat op 15 juni 1986 wachtmeester Marbaix, die in de rijkswacht een weinig belangrijke rol speelde daar hij werkzaam was in de kazernering en als dusdanig nooit in operaties is betrokken geweest, uit de rijkswacht werd verwijderd wegens activiteiten in rechtse kringen. Dit bewijst nog eens”, zo voert de generaal aan, “dat de rijkswacht onverbiddelijk is tegenover alles wat extremisme is.”

Diefstal

“Ten tweede is het zo dat over een kolonel die op pensioen geplaatst zou zijn, bij de rijkswacht niets is geweten. Indien u hiermee doelt op kolonel Lhost. dan ontkennen wij dit formeel, omdat betrokkene vrijwillig de rijkswacht heeft verlaten om een zeer hoge functie in de Europese Gemeenschap waar te nemen. Ten slotte wens ik nog te vermelden dat, vermits er geen enkel bewijs is van eventuele rechtse sympathieën, hem niets kan worden verweten”, zo beklemtoont It-generaal Bernaert.

Op de vraag of het waar is dat diezelfde kolonel Lhost wist dat ex-BOB'er Bouhouche de diefstal bij de groep Diane had gepleegd, antwoordt generaal Bernaert categoriek met een nee. “Kolonel Lhost was coördinator van verschillende onderzoeken. Hij heeft nooit zelf rechtstreeks onderzoek verricht, doch steeds op een correcte en loyale wijze zijn taak vervuld.”

“Bovendien heeft de magistratuur, die de algemene leiding van het onderzoek had, zich nooit over kolonel Lhost beklaagd”, getuigt Robert Bernaert.

Over de zogenaamde Bende van Nijvel verklaart hij dat het om een bijzonder moorddadige organisatie gaat, waarvan de motieven tot op heden niet gekend zijn, doch waartegen moet worden ingegaan. Daarom heeft de rijkswacht steeds een zware inspanning geleverd en haar beste speurders ingezet. Het was trouwens de rijkswacht die als eerste op landelijk vlak, in samenwerking met de parketten. de gegevens heeft verzameld en ze ter beschikking van iedereen heeft gehouden.

Dat twee ex-rijkswachters in een andere zaak, waarvan nog moet worden bewezen dat ze verband houdt met de Bende van Nijvel, zijn aangehouden, wordt aangegrepen om het korps aan te vallen. “Ik kan u echter zeggen dat het slechts enkele rotte appelen zijn, in een loyale en hardwerkende mand. De rijkswacht zelf is de eerste om tegen deze rotte appelen zeer streng op te treden.”

Aan de generaal werd ook gevraagd welk oordeel hij velt over de verregaande militarisering van de rijkswacht. Hierop reageert generaal Bernaert met: “Uw vraag verwondert me ten zeerste, vooral het gebruikte adjectief, de militarisering van de rijkswacht is immers allesbehalve verregaand. Integendeel, het is immers zo dat de militaire taken van de rijkswacht slechts een zeer klein deel uitmaken van het totale activiteitenpakket. Trouwens”, zo argumenteert de generaal, “een zekere militaire opleiding is ook nuttig in gevarensituatie.”

Het voorstel om de rijkswacht eventueel te demilitariseren is dan weer een politieke beslissing. De rijkswacht treedt in die zaak op als raadgever en haar advies gaat in de richting van het behoud van de militaire structuur en wel om de volgende redenen: “We hebben zeer sterke bindingen met het leger terwijl het provoostschap een historische opdracht voor de rijkswacht is. De wet op de rijkswacht bepaalt voor ons zekere oorlogsopdrachten, wie gaat die anders uitvoeren? Het grootste gevaar tenslotte, is een te verwachten politisering van het korps.”

Aan zijn opvolger wenst generaal Bernaert minder moeilijkheden dan hijzelf heeft meegemaakt en daarenboven veel moed. Generaal Bernaert, die na 43 jaar dienst nu pensioengerechtigd is, gaat zich verdiepen in de geschiedenis, die altijd zijn stokpaardje is geweest. “Misschien ga ik zelfs schrijven” ...

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Juni 1988

1,043

(25 replies, posted in Terrorisme)

Lange reeks aanslagen

De drie aanslagen die opgeëist zijn door de "Strijdende Communistische Cellen" kunnen worden toegevoegd aan een lange lijst van terreurdaden in ons land, die teruggaat tot de OAS (in 1960), De Rote Armee Fraktion (RAF), het IRA, de PLO Kosovo, El Fatah en Asala (het geheim leger voor de Bevrijding van Armenië).

22 maart 1979 in Ukkel: Een kaderlid van de Nationale bank wordt “per vergissing” voor zijn woning doodgeschoten. In feite was de aanslag bedoeld voor diens buurman, de ambassadeur van Groot-Brittannië bij de NAVO.

16 april 1979 te Zaventem: Aanslag op de luchthaven door de beweging “Zwarte Maart”. Bij een schietpartij lopen twaalf personen lichte verwondingen op.

25 juni 1979 te Obourg: Bomaanslag op generaal Haig, hoofd van de geallieerde strijdkrachten in Europa (SHAPE). De aanslag werd opgeëist door de RAF.

5 juli 1979 te Antwerpen: Bomaanslag op de 16de verdieping van de Antwerp Tower, bedoeld voor de consul-generaal van Groot-Brittannië, opgeëist door het IRA.

28 augustus 1979 te Brussel: Bomaanslag op de Grote Markt op het ogenblik dat een Britse militaire kapel zich klaar maakte om op te treden. Verscheidene gewonden. Aanslag opgeeist door het IRA.

27 juli 1980 te Antwerpen: Granaataanval op een groep Joodse kinderen voor het Joods Cultuurcentrum, een 15-jarige knaap uit Parijs gedood, 7 zwaar en 7 licht gewonden.

3 december 1980 te Brussel: Mislukte aanslag op de Britse EG-commissaris voor de begroting.

29 maart 1981 te Brussel: Brandstichting in de lokalen van de Joegoslavische luchtvaartmaatschappij, opgeëist door Kosovo.

1 mei 1981 te Brussel: Brandstichting in kantoren dienst voor toerisme van Joegoslavië eveneens opgeëist door Kosovo.

1 juni 1981 te Brussel : Aanslag op directeur van het PLO-bureau in België, Naim Khader, op ogenblik dat hij zijn woning verlaat.

8 juli 1981 te Namen : Brandstichting in de lokalen van de Belgisch-Joegoslavische culturele en sportvereniging

10 juli 1981 te Brussel: Brandstichting in de lokalen van de vereniging Perparimi.

14 juli 1981 te Brussel: Brandstichting in de ambassade van Joegoslavië: twee ambtenaren gewond.

3 augustus 1981 te Brussel: Aanslag op een herberg in de binnenstad, gericht tegen Ambtenaren van de ambassade van Joegoslavie : 1 dode en 1 gewonde.

20 oktober 1981 te Antwerpen: Bomaanslag op de Joodse synagoog in volle diamantwijk: 3doden.

3 maart 1982 te Brussel: Aanslag op het Belgisch-Joegoslavisch Cultureel Centrum : 2 doden en 3 gewonden.

12 september 1982 te Brussel: Aanslag met machinegeweren voor de synagoog in de Regentschapstraat: 4 gewonden, aanslag opgeëist door “Zwart Libanon”.

6 februari 1983 te Brussel: Bomaanslagen tegen de ambassade van Frankrijk en de kantoren van Air France.

24 mei 1983 te Brussel: Bomaanslagen tegen kantoren van Turkse dienst voor het toerisme en reisbureau Marmara, beide opgeëist door Asala.

14 juli 1983 te Brussel: Aanslag op een bediende van de Turkse ambassade, neergeschoten aan het stuur van zijn wagen ter hoogte van de F. Rooseveltlaan. Aanslag opgeëist door Asala.

2 oktober 1984 te Evere: Eerste aanslag door de strijdende Communistische Cellen (CCC) op de kantoren van maatschappij Litton.

3 oktober 1984 te Dilbeek: Tweede aanslag van CCC op de parkeerruimte voor bedrijf MAN.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Oktober 1984

1,044

(9 replies, posted in Bende Farcy)

Klopt, ze was van Aalst en was getrouwd met Marc Châtel, een magistraat.

1,045

(35 replies, posted in Bende Bouhouche-Beijer)

André Cammerman tijdens het proces in 1982:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/andrzo12.jpg

1,046

(9 replies, posted in Bende Farcy)

patrick111 wrote:

Van Reybroeck noemt de BIC-ambtenaar bij naam. Als dat klopt, staan er drie mogelijkheden open: of de ambtenaar was zelf bij de moord betrokken, of Farcy heeft zijn wapen gestolen, of iemand heeft het voor hem gejat.

Het is niet "zijn" wapen, het is "haar" wapen. En Farcy heeft het niet moeten stelen. Farcy onderhoudt het dienstwapen van de BIC-ambtenaar. Op die manier heeft hij het kunnen gebruiken voor minstens één moord.

1,047

(4 replies, posted in Overzicht Bendes)

Akte van beschuldiging telt 54 bladzijden

Voor het Hof van Assisen van Brabant begon maandag het proces van zes beklaagden, beschuldigd van een 70-tal misdrijven. Het betreft de 22-jarige Alain Hallemans uit Etterbeek. De 26-Jarige Italiaan Mario Strollo uit Vorst, de 30-jarige Joegoslaaf Ante Markelin uit Ukkel, de 30-jarige Italiaan Antonio Reasioppi uit Schaarbeek, de 19-jarige Philippe Vandermoere uit Brussel en de 27-jarige Luc Waton uit Schaarbeek.

De zwaarste feiten die ze pleegden zijn een roofmoord te Heist-op-den-Berg, twee overvallen met gewonden in het Brusselse en een aanranding op twee rijkswachters, die ze te Etterbeek van hun dienstwapens beroofden.

Maandagvoormiddag werd gestart met de samenstelling van de jury en de voorlezing van de 54 bladzijden tellende akte van beschuldiging. Drie van de zes beklaagden namelijk Strollo, Markelin en Reasioppi overvielen op 21 november 1981 omstreeks 19u30 de 61-jarige gepensioneerde Jozefus Van Beethoven, Heistse Hoekstraat te Heist-op-den-Berg.

De drie beklaagden, die vernomen hadden dat Van Beethoven een aanzienlijk bedrag aan geld of kasbons in zijn woning had opgeborgen, schoten de man met twee kogels dood. De echtgenote van het slachtoffer, Alice Vandensteendam, werd brutaal bij de keel gegrepen en op de grond gegooid. De daders gingen er ten slotte zonder enige buit vandoor.

Schoten

Tijdens de namiddagzitting werden de beklaagden ondervraagd. Hallemans, Strollo en Markelin worden ook nog beschuldigd van een overval, gepleegd op 12 november 1981 aan de Naamse Poort te Elsene. Twee bedienden, tewerkgesteld in het restaurant “Le Coucou”, Guldenvlieslaan 7, begaven zich even na middernacht naar de nachtkluis van de BBL-bank.

Het betrof twee Noord-Afrikanen. Mohammed Cherkaoui en Khursid Abdul. Beiden werden op straat door Hallemans, Strollo en Markelin overvallen. Cherkaoui werd door een kogel zwaar gewond en Khursi eerder oppervlakkig. De daders sloegen met een bedrag van 151.000 fr. op de vlucht.

Op 15 januari 1982 omstreeks 0u45 werden twee rijkswachters op de hoek van de Nieuwlaan en de Ruiterijlaan, nabij de kazerne te Etterbeek, overvallen. De 22-jarige Willy Godfroid en de 22-jarige Freddy Moerman werden er door Hallemans, Waton en Vandermoere aangerand. Onder bedreiging met vuurwapens, waaronder een geweer en een machinepistool, dienden de rijkswachters op de grond te liggen en vervolgens hun dienstwapens af te geven.

Hallemans en Vandermoeren pleegden nog dezelfde dag omstreeks 14.30 uur een overval op de firma Interlabor, aan de Bertulotstraat te Sint-Joost-ten-Node. Een van de bedienden van de firma, Jozef Beeckmans werd een kogel in de buik geschoten. Een tweede bediende, Marcel Forment kreeg een kogel in de linkerknie. De daders gingen er vandoor met 675.000 fr. Ze lieten ter plaatse een 9 mm-GP-lader achter, die zo enkele uren voordien van de rijkswachters te Etterbeek hadden afgenomen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Oktober 1984

Reeks kleine feiten wordt alsmaar langer

In het proces van zes beklaagden, beschuldigd van een 70-tal feiten, waaronder een roofmoord en gewapende overvallen, werden vrijdagvoormiddag voor het Hof van Assisen van Brabant opnieuw getuigen ondervraagd over de kleinere feiten die de beklaagden ten laste worden gelegd.

Eerste getuige, een 49-jarige vrouw uit Sint-Lambrechts-Woluwe, die aan gehoorstoornissen lijdt, kwam met veel moeite verklaren dat ze op 9 augustus 1981 omstreeks 1 uur in de morgen, op straat werd aangerand en van haar handtas beroofd. Deze getuige had tijdens het onderzoek gewag gemaakt van beklaagde Philippe Vandemoere had plaats genomen. Het was echter een andere aanrander die uitstapte en zich van de handtas van getuige, waarin 4.000 fr., meester maakte.

Volgende getuige was brievenbesteller Jean Cretskens uit Maasmechelen. Dit keer was het beklaagde Alain Hallemans samen met twee van zijn makkers die bij de aanranding was betrokken. Hallemans had van zijn vriendin vernomen dat de brievenbesteller van Maasmechelen op bepaalde dagen de gepensioneerden ging uitbetalen. Hallemans en zijn twee metgezellen reden op 14 september 1981 met een gestolen Peugeot naar Maasmechelen. Hallemans was niet gewapend, maar zijn twee metgezellen hadden ofwel een alarmpistool of een hamer bij zich. Er was immers gepland dat de brievenbesteller zou worden neergeslagen.

Toen de brievenbesteller te Maasmechelen met zijn fiets ter hoogte kwam van de gestolen Peugeot bracht de man met de hamer hem een duchtige slag op het hoofd toe. De postbode viel op de grond zonder echter het bewustzijn te verliezen. De man met het alarmpistool begon toen te dreigen en er werd een poging ondernomen om het slachtoffer tot in de Peugeot te slepen. De daders wisten immers niet of het geld in de jaszakken of in de postbodezak van het slachtoffer was opgeborgen. Uiteindelijk wist de brievenbesteller te vluchten, terwijl de daders er zonder enige buit vandoor gingen.

Op 2 oktober 1981, omstreeks 13u30 ondernam Alain Hallemans, dit keer met beklaagde Ante Markulin, een overval in de kantoren van de drukkerij Vlan te Evere. Beiden waren met een 7,65 mm-pistool gewapend en bedreigden de aanwezigen onder wie de boekhouder. De daders maakten er 600.000 fr. buit en sloegen met een motorfiets op de vlucht.

Volgende getuigen waren Fernande Barbieux en Jozef Bastini, die op 20 oktober 1981 om 13u30 in de lokalen van de firma Emonet door Hallemans en Markulin werden bedreigd en op de grond moesten gaan liggen. De daders die de lokalen doorsnuffelden gingen aan de haal met 20.000 fr. Ook hier ontsnapten ze op een motorfiets.

Op 26 oktober 1981 te 3u25 's morgens gingen Hallemans en Markulin pompstationbediende Henri Delvaux te Helecine aan de autosnelweg Brussel-Luik overvallen. Ze maakten toen 27.622 fr. buit. Om de aftocht te dekken vuurde Hallemans verscheidene kogels af die niemand raakten.

Overvallen

Tijdens de namiddagzitting kwam Simone Rodet als getuige vertellen dat haar pompstation “Shell” aan de Franklin-Rooseveltlaan te Rixensart op 22 december 1981 omstreeks 18u werd overvallen. De overval werd gepleegd door Alain Hallemans en Philippe Vandemoere, die met een gestolen wagen ter plaatse kwamen. Terwijl Hallemans aan het stuur bleef zitten, ging Vandemoere het station binnen waar hij onder bedreiging met een pistool het geld opeiste. Getuige wist de daders op de vlucht te drijven door de alarmbel te laten rinkelen.

Op 22 december 1981 omstreeks 18u werd een andere pomphouder, getuige Pierre Gillet uit Brussel, door Vandemoere met een pistool bedreigd. Vandemoere wist beslag te leggen op 30.000 fr., vervoegde buiten Hallemans, waarna het duo aan boord van een gestolen auto op de vlucht sloeg.

Tijdens de nacht van 28 op 29 december 1981 bedreigden Hallemans en Vandemoere te Sint-Pieters-Woluwe Leontios Leontinov met een pistool en lieten zich de sleutels van diens wagen overhandigen, waarna ze met het voertuig wegreden.

Op 1 januari 1982 te 3u40 ’s morgens had getuige, taxichauffeur Louis Van Hemelrijck, beklaagde Hallemans en een van zijn metgezellen aan de Ortsstraat te Brussel opgeladen. Gevraagd werd naar het Brugmanhospitaal te Jette te rijden. Onderweg kreeg de chauffeur een mes in de nek geduwd. Hij diende zijn portefeuille af te geven, want hij zou anders worden gedood.

In de nacht van 7 op 8 januari 1982 waren Hallemans en Markulin betrokken bij een overval op pomphouder Marc Boermans. Deze werd bedreigd met een geweer met afgezaagde loop, van 18.000 fr. beroofd en door Hallemans met de kolf van het wapen neergeslagen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 November 1984

1,048

(770 replies, posted in Westland New Post)

Op 17 februari 1983 belt Michel Libert naar de politie en brandweer om brand te melden in de Parmastraat 42. Hij beschuldigt een Chileense vluchteling, zijn onderbuur, ervan de dader te zijn. Libert vraagt dringend om Commissaris 'le Lapin' [Joseph Kausse] van de staatsveiligheid te bellen. Die blijkt niet te bereiken.

Het toeval wil dat meer dan zeven jaar later bij de overburen van Libert ook brand wordt gesticht:

Brandstichting in Sint-Gillis

Op Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart werd 's avonds rond half tien brand gesticht in een gelijkvloers appartement Parmastraat 41 te Sint-Gillis. Eerder had de huurder van het appartement een dreigbrief gekregen. Speurders stelden na de blussingswerken drie brandhaarden vast, wat dus wijst op kwaadwillige brandstichting.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Augustus 1990

1,049

(7 replies, posted in Filière Boraine)

Josiane Debruyn tijdens het Borinage-proces:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/josian10.jpg

1,050

(37 replies, posted in Filière Boraine)

Verwarrend getuigenis van Josiane Debruyne

Josiane Debruyn, echtgenote van beschuldigde Jean-Claude Estiévenart, die vorige week woensdag niet op tijd kwam om haar plaats in de bank der beschuldigden in te nemen, is donderdag dan toch als getuige opgeroepen. Iedereen hoopte eindelijk te vernemen waarom zij het wapen van haar man, de bekende Rüger die hij van Cocu kocht, naar de rijkswacht van Colfontaine heeft gebracht. Het verhaal dat zij daarrond heeft opgedist bracht net zo min zekerheid als wat de juryleden tot nog toe in het geruchtmakend proces te horen kregen.

“Ik kreeg een naamloos briefje, op ruitjespapier uit een agenda, waarin mij gevraagd werd het wapen bij te houden. Maar met mij doet men niet wat men wil. Ik heb het teruggehaald bij Jo Carabine, aan wie mijn man het al doorverkocht had, en ik heb het zelf naar de rijkswacht van Colfontaine gebracht. Ik nam aan dat het wapen iets op gang zou brengen. Dat deed het ook, maar alles keerde zich tegen ons en nu zitten wij hier”, aldus Debruyn.

Zij beweert nog meer briefjes gekregen te hebben. Eén voor een afspraak dat zij verscheurde en één dat ondertekend was met “Christian”, niet toevallig de voornaam van rijkswachter Amory, aangehouden in de zaak Mendez. Het eerste briefje zou Debruyn in een notaboekje voor haar echtgenoot verborgen hebben. Het boekje kleefde zij met snelverband onder een kast. Maar het boekje is verdwenen sedert er bij haar een huiszoeking werd verricht en is nooit teruggevonden. In het volumineuse dossier van deze zaak zit een lange lijst van “verloren” bewijsstukken.

Debruyn beweert dat zij het bestaan van de briefjes voor haar echtgenoot altijd verborgen heeft gehouden, om ruzies te vermijden. Estiévenart kocht de Rüger trouwens omdat zij een wapen had gevraagd, bang als ze was toen haar man tijdens de weekends in de gevangenis zat. Er was dan éénmaal met een jachtgeweer op de voordeur van hun woning geschoten.

Maar de Rüger vond zij te zwaar, reden waarom Estiévenart hem doorverkocht aan Giuseppe Sferazza, Jo Carabine, die het wapen in een dronken bui kocht.

Debruyn, in zwart leren vest en dito spannende lange broek, gaf een vermoeide indruk na een week in de gevangenis. Advocaat-generaal Dessart neemt zij kwalijk dat hij in zijn akte van beschuldiging aanstipt dat zij in 1956 al lichtzinnig was, dronk en alle mogelijke gebreken had. “Ik was toen 8 jaar”, zegt zij. “Een tikfout in het jaartal”, zegt het openbaar ministerie.

's Ochtends hadden deskundigen van de Koninklijke Militaire School, Hoet, François en Celens getuigd dat de Rüger “mogelijk maar niet zeker” bij de overval in Genval kan gebruikt zijn, maar niet in Halle. Hun uitleg was de best gestoffeerde van alle deskundigen, misschien omdat het Openbaar Ministerie bij het begin van de zitting, toen bij het begin van de zitting, toen de drie deskundigen nog in de zaal zaten, het getuigenis van een Franse deskundige van woensdagavond had afgeschilderd als waardeloos, omdat hij “vervalste” illustraties had gebruikt.

Namens de verdediging zei Mr. Moerman verbaasd te zijn over de systematische kritiek die hij als een “pre-rekwisitoor”bestempelde. Hij zei dat negatieve verslagen van deskundigen als “storend” worden ervaren door de advocaat-generaal.

Een verademing was getuige Wijns, lid van de BOB in Bergen die de beschuldigden zeer goed kent. Hij noemde Cocu “moeilijk te vatten”, Baudet een “bangerik”, Vittorio een “speciale” die op een vraag antwoordt met een vraag, Estiévenart een “folkloristische figuur”, Bouaroudj “moeilijk te verstaan”.

“Met slagen win je niets, maar er zijn wel duizend truuks om zo'n kerels uit hun hol te lokken”, zei de goedaardige, ervaren BOB’er, die niet gelooft dat Baudet tijdens ondervragingen geslagen werd.

Vanaf vandaag komen de getuigen van de diverse overvallen aan de beurt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 April 1988