1,971

(325 replies, posted in 1983)

Xenophon wrote:

Aangezien je het werkwoord 'assassiner' gebruikt denk je dat het een gerichte actie was op Van Camp. Waarom dan heel de cinema die ze opgevoerd hebben rond de andere wagens?

Inderdaad. Als Jacques Van Camp voor één of andere reden geliquideerd moest worden, dan waren er veel gemakkelijkere manieren. Dan was er geen noodzaak om alle aanwezigen in de keuken te verzamelen en naar autosleutels te vragen. Dan kom je als moordenaar aan, je schakelt je doelwit uit en je bent terug weg.

De enige reden waarom ze naar autosleutels hebben gevraagd, is omdat ze een auto wilde stelen.

1,972

(11 replies, posted in Andere Personen)

Zeven arrestaties in zaak Securitas-overval

Bij het parket van Nijvel is zondagavond vernomen dat nog twee aanhoudingen zijn verricht in verband met de Securitas-overval in Villers-la-Ville op 19 juni, zodat er nu in totaal zeven verdachten zijn gearresteerd.

Rechercheurs vonden bij huiszoekingen in Waals-Brabant en in Charleroi bij de twee niet bij naam genoemde verdachten wapens en munitie, die door deskundigen zullen worden onderzocht.

Volgens de procureurs des Konings van Nijvel, Jean Deprêtre, is de gerechtelijke politie net op tijd opgetreden. De bende stond immers klaar om nog meer geldtransportovervallen te plegen die "nog gewelddadiger zouden worden zijn dan de voorgaande".

Deprêtre had eerder op de dag de namen meegedeeld van vijf personen die vorige week zijn aangehouden, op verdenking van medeplichtigheid aan de Securitas-overval. Het gaat om François Troukens (27) uit Haut-Ittre, diens broer Pierre (25) uit Anderlues, Pascal Urbain (27) uit Courcelles, Patrick Charbonnier (41) uit Courcelles en Geoffry Vivone (23) uit Nijvel. Alleen François Troukens ontkent de feiten. Maar zijn broer beschuldigt hem. En bij hem werden materiële aanwijzingen gevonden, onder meer een kettingzaag.

Het vijftal moest de overval, waarvan de echte daders nog steeds voortvluchtig zijn, voorbereiden. Ze kregen daarvoor een aandeel in de buit gaande van 60.000 tot 1,5 miljoen frank. De totale buit van de overval bedroeg ongeveer 28 miljoen. De chauffeur van de Securitas-wagen werd zwaargewond.

Heel de overval werd zorgvuldig voorbereid. Toen het geldtransport kwam opdagen, werd het klemgereden door twee vrachtwagens, van waaruit onmiddellijk het vuur werd geopend met een Belgisch oorlogsgeweer. Om de vlucht te dekken, strooide de bende stangen, nagels en kraaienpoten over de weg.

Vermeldenswaard is nog dat François Troukens werkte als "body guard'', als detective en tenslotte als geldvervoerder bij Securitas. Hij werd in 1992 ontslagen nadat hij een hold-up had geveinsd. Hij kreeg daar vier jaar voor.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 September 1996

1,973

(1 replies, posted in 1990-1999)

Verdachten moord op geldkoerier ontkennen

Heeft het Brusselse gerecht de daders van de ongemeen brutale overval op twee geldkoeriers, eind vorig jaar in het shopping center van Woluwe, ontmaskerd? Eén van de verdachten die vorige week in verband met een andere zaak is opgepakt in Elsene, zou opvallend goed gelijken op de man die door de veiligheidscamera's van het winkelcomplex in Woluwe is gefilmd toen hij twee geldkoeriers neerschoot. Maar hij ontkent alles.

De Groep Recherche en Interventie (GRI) van de gerechtelijke politie van Brussel kwam de verdachten op het spoor bij huiszoekingen naar wapen, ondermeer in Elsene. Aan de Francartstraat vonden de speurders begin mei zware oorlogswapens en explosieven. De huurder van het appartement, Basha I, vertelde dat ze van zijn broer waren en bestemd voor het gewapend verzet in Kosovo.

Maar de peurders waren ervan overtuigd dat de wapen moesten dienen om hold-ups te plegen. Ze gingen op de loer liggen en merkten dat de flat bezocht werd door onder meer Alain K., Rachid T., Constant H. en Beram C. Zij werden samen met Basha I. opgepakt. In de flat zou het zelfde soort wapen zijn gevonden als dat waarmee de geldkoeriers onder vuur werden genomen.

Zeker is dat alle verdachten zware jongen zijn die hun sporen in de misdaad al ruimschoots verdienden. K. is al veroordeeld voor overvallen. T. is vooral gekend als voetballer, onder meer bij Olympic Charleroi in derde klasse. Maar hij hing de schoenen aan de haak omdat hij op ander terreinen veel meer kon verdienen. C. is dan weer een naam in het Brusselse nachtleven, meer bepaald in de bars aan de Circusstraat en omgeving. Constant H. (*) pleegde al meerdere overvallen op geldtransporten en was destijds lid van de bende van topgangster Marcel Habran.

Het gerecht vermoedt dat zeker één van hen meer af weet van de overval in Woluwe of er zelfs bij betrokken was. Bij de overval op het shopping center van Sint-Lambrechts-Woluwe, op maandag 29 december, gingen de twee daders bijzonder heftig te keer. Nabij de Inno schoten ze Brink's Ziegler-agent Louis Vermeir (52) uit Asse van dichtbij dood. Zijn collega Patrick Goessen kreeg een kogel in de keel en raakte zwaar gewond. Hij dankt zijn leven wellicht aan het feit dat hij voor dood bleef liggen. Bij de overval droegen de geldlopers, tegen alle afspraken in, geen kogelvrije vesten en zat het geld gewoon in een zak. Ook was de rijkswacht niet op de hoogte van het transport. De overvallers gingen uiteindelijk aan de haal met 3,1 miljoen frank.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Juni 1998

(*) Constant Hormans

1,974

(4 replies, posted in 1980-1989)

De dag dat Herman Van Hiel verdwijnt, verspreidt het parket van Dendermonde het opsporingsbericht van zuster Gabrielle. Dat kan toch geen toeval zijn?

Kloosterzuster uit Dendermonde vermist

De gerechtelijke diensten van Dendermonde melden volgend opsporingsbericht: Op donderdag 4 maart keerde zuster Gabrielle, in de wereld Germaine Robberecht, geboren op 14.1.1926, niet terug naar haar orde in het Sint-Vincentiusinstituut, Kerkstraat te Dendermonde.

Zuster Gabrielle gaf les in de humaniora-afdeling en fungeerde ook als chauffeur van het instituut. Aanvankelijk werd geen aangifte gedaan van deze verdwijning. Kort nadien zou er nog contact geweest zijn tussen betrokkene en een familielid.

Op verzoek van de 88-jarige moeder van zuster Gabrielle en de directie van het instituut werd nu het parket ingeschakeld. (...)

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Mei 1982

1,975

(325 replies, posted in 1983)

Spectator Of Life wrote:

Heeft men hier gekozen voor een afgelegen restaurant in een betere buurt om duidelijk te maken dat de Bende niet louter een gevaar vormt voor nachtelijke Taxi's in groezelige buurten en warenhuizen?

Ik denk dat men vooral een auto nodig had. Daarom waren ze zo gefocust op de autosleutels.

1,976

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting:

  • Wat? Moord op een Algerijnse man

  • Wanneer? 19 Juli 1975, rond 5u 's morgens

  • Waar? Op de hoek van de Stassartstraat en de Lakenweversstraat in Elsene » Google Maps

  • Wie? Paladino Girolamo

  • Wapen: Pistool, kaliber 7,65 mm

  • Status: Opgelost

Rachid Tedai, een Algerijnse man uit het Brusselse milieu, was rond 5u ’s morgens betrokken bij een vechtpartij aan een Italiaans café-restaurant. Hij werd door drie kogels in de borst getroffen. De Italiaanse uitbater van het café-restaurant ging er samen met twee landgenoten vandoor in een BMW. De dader, Paladino Girolamo, werd in maart 1977 veroordeeld tot 15 maanden cel.

Paladino Girolamo:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/girola10.jpg

Algerijn doodgeschoten te Elsene

De 39-jarige Algerijn Rachid Tedai, een man uit het Brusselse milieu werd zaterdag omstreeks 5 uur ’s morgens met drie kogels in de borst doodgeschoten in de beruchte Stassartstraat, de rosse buurt van Elsene. Het slachtoffer was even tevoren bij een vechtpartij betrokken geweest in het Italiaans café-restaurant “La Gola”, even verder in de Stassartstraat. De uitbater van het restaurant, die samen met twee andere Italianen op de vlucht sloeg, wordt thans als hoofdverdachte opgezocht.

Hoe langer hoe meer wordt de Stassartstraat te Elsene een trefpunt van pooiers en prostituèes. Er worden steeds nieuwe privé-clubs geopend, waar flink wordt gedronken en voor grof geId gespeeld. De mensen uit de buurt kunnen er ’s nachts nog moeilijk slapen gezien de oorverdovende muziek en het schier bestendig starten en voorbijsnellen van wagens.

In één van de nachtgelegenheden, de dancing Black and White, werd enkele maanden terug nog een Algerijnse pooier na een vechtpartij door een zwarte Afrikaan doodgeschoten. Zaterdagochtend ontstond een handgemeen in het wat verder gelegen café-restaurant La Cola. Er werd niet alleen een ruit stukgegooid maar één der vechtenden, vermoedelijk de Algerijn Rachid Tedai zelf, liep er reeds verwondingen op, gezien de bloedvlekken die werden teruggevonden bij de toegangsdeur van het restaurant.

Hoe dan ook, de Algerijn, die zich bedreigd voelde, wilde wegvluchten. Hij liep de straat over, maar toen hij wat verder ter hoogte van de “X-club” op de hoek van de Stassart- en de Lakenweversstraat kwamen, werd hij door drie kogels in de borst dodelijk getroffen. De dader is vermoedelijk de uitbater van “La Gola”, die samen met twee andere Italianen de straat was komen oplopen en dadelijk was beginnen te schieten.

Zoals een dame uit de buurt het ons later vertelde, sprongen de Italiaanse restaurantuitbater en zijn twee landgenoten meteen in een rode BMW-wagen en reden er vandoor in de richting van het Stefanieplein. Het drietal is sindsdien voortvluchtig. Het parket stapte later ter plaatse af, onder leiding van rechter van instructie Mevrouw Diamant, bijgestaan door substituut Kesteloot en wapendeskundige Vanden Stock. Alles wijst erop dat het gaat om een afrekening tussen leden van het milieu.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Juli 1975

Twee Italianen gearresteerd wegens moord op Algerijn te Elsene

In verband met het doodschieten zaterdagochtend te Elsene van de 39-jarige Algerijn Larbi Bounooader, beter gekend als Rachid Tedai, werden twee Italianen in het Brusselse aangehouden. Het gaat om de 25-jarige Antonio Castellano en een man die in het milieu als “Tarzan” bekend staat. Een derde Italiaan, de 40-jarige Girolamo Paladino, uitbater van het café-restaurant “La Gola” aan de Stassartstraat 84, die vermoedelijk eveneens op de Algerijn schoot, is nog voortvluchtig.

Men is nu zeker dat het zaterdagochtend tot een vechtpartij kwam in "La Gola”, op een ogenblik dat er voor grof geld werd gespeeld. Om een niet gekende reden begon de Algerijn Bounooader de spelenden in hun bezigheid te storen door met zijn wandelstok op de speeltafel te slaan en ook door een vensterruit stuk te gooien. De aanwezige Italianen kwamen op de Algerijn toe en brachten hem meerdere vuistslagen toe. Bounooader liep toen de straat op, maar werd dadelijk door drie Italianen, onder wie uitbater Paladino, achternagezet.

Verscheidene schoten

Toen de Algerijn voor de X-club op de hoek van de Stassartstraat en de Lakenweversstraat voorbij kwam, werd hij er met verscheidene kogels doodgeschoten. Zoals later uit de lijkschouwing bleek, werden zijn hart en rechterlong doorboord door kogels afgevuurd met een 7,65 mm-pistool. Het wapen werd later in de nabijheid teruggevonden.

Uit het verder onderzoek bleek dat de Algerijn, toen hij om het leven werd gebracht, in het bezit was van valse identiteitspapieren op naam van Rachid Tedai. De Italiaan Castellano gaf wel toe op de Algerijn te hebben gevuurd maar zonder het inzicht te doden. Volgens een getuige zou hij het wapen van de misdaad nadien aan zijn landgenoot Paladino hebben overgemaakt en zou ook deze hebben gevuurd. “Tarzan” zou alleen maar met de Algerijn op de vuist zijn gegaan in het restaurant “La Gola”.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Juli 1975

Moordenaar meldt zich te Elsene

De 40-jarige Italiaan Paladino Girolamo, wonende De Stassartstraat 84 te Elsene, ,voortvluchtig sedert de moord op de Algerijn Bounooader op 19 juli in dezelfde De Stassartstraat heeft zich maandagavond gevangen gemeld. Hij bekende te hebben geschoten zeggend dat hij het slachtoffer was van afpersing vanwege de Algerijn. Hij werd aangehouden onder beschuldiging van doodslag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Juli 1974

Wedersamenstelling van moord op Algerijn te Elsene

In een restaurant en ook in de nabijgelegen Stassartstraat te Elsene had donderdagnamiddag de wedersamenstelling plaats van de doodslag gepleegd op 19 juli op de 39-jarige Algerijn Larbi Bounooader, bijgenaamd Pascuale. De twee daders, de uitbater van het restaurant, de 40-jarige Italiaan Girolamo Paladino en zijn kelner, de 25-jarige Italiaan Antonio Vastellano, namen aan de wedersamenstelling deel.

Het parket stond onder de leiding van rechter van instructie, Mw. Diamant, die werd bijgestaan door substituut Leroy, wetsgeneesheren drs. Lambert en Tahon, wapendeskundige Van den Stock en gerechtelijk commissaris Alfons Asselmans

Herrie

De twee daders lieten na hun aanhouding doorschemeren dat het slachtoffer een bedrag van 50.000 fr. had opgeëist om niet aan de politie te verklappen dat er in het restaurant voor grof geld werd gespeeld. Eigenlijk was het slachtoffer alleen maar herrie gaan schoppen in het restaurant, omdat de uitbater en de kelner hem heel wat geld hadden afhandig gemaakt bij het pokerspel.

Zodra de Algerijn op straat kwam sloeg hij met zijn wandelstok een venster van het restaurant stuk om zijn woede te koelen. Uitbater Paladino en kelner Vastellano zaten hem achterna en begonnen beiden op straat op de Algerijn te schieten met een zwaar pistool.

De zwaar getroffen Noordafrikaan zakte in mekaar voor de deur van een privé-club op de hoek van de Stassartstraat en de Lakenweversstraat. Paladino en Vastellano gingen zich enkele dagen later bij de politie gevangen melden. Een derde man die eveneens bij de misdaad was betrokken, een zekere “Tarzan”, is voortvluchtig.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 September 1975

Italiaan voor Assisen van Brabant

De 41-jarige Italiaan Girolamo Paladino, restaurantuitbater, wonende Stassartstraat 84 te Elsene, verschijnt maandag voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Terlinden. De Italiaan wordt ervan beschuldigd op 19 juli 1975 de Algerijn, Lardi Bounouader met een 7,65 mm-pistool te hebben doodgeschoten op de hoek van de Stassartstraat en de Lakenweversstraat te Elsene.

Het slachtoffer Bounouader was een trouwe klant van een geheim speelhol van de Italiaan in zijn restaurant “La Gola” aan de Stassartstraat. Tijdens de nacht van 19 juli 1975, omstreeks half drie in de morgen, was Bounouader sterk aangeschoten. Hij had flink wat geld bij het spel verloren en begon meteen een jonge vrouw te beledigen.

Als gevolg hiervan kwamen Girolamo Paladino en een andere Italiaan, Antonio Castellano, die als kelner in “La Gola" werkte, tussenbeide. Nadat de Algerijn nog een ruit van het restaurant had stukgegooid, kwam het tot een vechtpartij. Zowel Paladino als Castellano schoten met hetzelfde wapen naar Bounouader, die ten slotte levenloos op straat bleef liggen.

Castellano wist op 3 september uit de gevangenis van Vorst weg te vluchten en ging zich achteraf in Italië gevangen melden. Dit verklaart waarom Paladino alleen voor het Hof van Assisen verschijnt.

Beklaagde wordt verdedigd door meesters Basile Risopoulos en Helene Hauptman. Het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal de Le Court. Er worden 26 getuigen ondervraagd en de debatten zullen drie dagen in beslag nemen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Maart 1977

Moord op Algerijnse afperser voor Assisenhof van Brabant

De 41-jarige Girolamo Paladino, uitbater van het restaurant “La Cola” te Elsene, verscheen maandag voor het hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Terlinden, onder beschuldiging op 19 juli 1975 de Algerijn Bounouader Larbi, bijgenaamd Pasquale, op straat met een 7,65mm-pistool te hebben doodgeschoten.

Paladino, een man met een moe en afgeleefd aangezicht, wordt verdedigd door meester Basille Risopulos, en Helene Hauptman. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Delecourt. De jury is samengesteld uit zes rouwen en zes mannen. Na de voorlezing van de akte van beschuldiging door griffier Deschuiffeleer, liet voorzitter Terlinden opmerken, dat in deze zaak nog een tweede beklaagde had moeten verschijnen, nl. de Italiaan Antonio Castellano, die met hetzelfde wapen eveneens naar het slachtoffer schoot. Castellano is op 3 september 1976 uit de gevangenis van Vorst ontsnapt en heeft zich enkele weken later gevangen gemeld in Italië.

Ondervraging

Uit de ondervraging van beklaagde blijkt dat hij stamt uit fatsoenlijke Zuid-Italiaanse ouders, als vijfde in een gezin van 11. Op 3 februari 1975 begon hij te Elsene met de uitbating van het restaurant “La Gola” dat hij overnam voor het bedrag van ongeveer 1 miljoen fr. Later opende hij in de kelderverdieping een speelhol. Daar kreeg hij regelmatig bezoek van de Algerijn Bounouader, die een maandelijks bedrag van 50.000 fr. vorderde op de winsten van het speelhol. Paladino weigerde daarop in te gaan.

Op 19 juli 1975 was “Pasquale" zonder meer een man en een vrouw in het restaurant komen beledigen. Toen kwam een helper van Paladino, die de bijnaam had vanTarzan, tussen beiden, met het inzicht Pasquale het zwijgen op te leggen, wat aanleiding gaf tot een vechtpartij. Paladino poogde de vechtenden de straat op te krijgen door met een bijl te dreigen. Ten slotte verzocht Paladino een andere helper Antonio Castelano, een 7,65mm-pistool uit de keuken te gaan halen.

Toen Paladino met dat vuurwapen dreigde, liepen de vechtenden en de klanten de straat op. Op straat ging de vechtpartij tussen Pasquale en Tarzan verder en sloeg Pasquale met de wandelstok van een voorbijganger een ruit van “La Gola” stuk.

Paladino kwam toen met zijn wapen de straat op en vuurde twee kogels af. Castelano nam vervolgens het wapen over en schoot nog vier keer. Het slachtoffer werd achteraf met twee kogels in het lichaam levenloos aangetroffen, op de hoek van de De Stassarstraat te Elsene. Paladino en Castelano sloegen toen op de vlucht en werden later aangehouden.

Getuigenverhoor

Rechter van instructie, mevr Diamant, gaf een uitvoerig relaas over de feiten. Volgen deze magistraat heeft Paladino geen spijt over wat hij deed, al beweerde hij niet het inzicht gehad te hebben te doden.

Volgens de geneesheren Tahon en Lambert waren de verwondingen die de Italiaan Francesco Polino, bijgenaamd Tarzan, tijdens zijn vechtpartij met de Algerijn Pasquale opliep, erg oppervlakkig. Dokter Lambert deed de lijkschouwing. Het slachtoffer werd door 2 kogels geraakt, een in het hart en de andere in de rechterlong.

Laatste getuige, kol. Vander Stock, kwam tot de bevinding dat de 2 kogels vanop zeer korte afstand werden afgevuurd. Het wapen was een FN 7,65mm-pistool.

Vandaag gaat het getuigenverhoor verder.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Maart 1977

Ooggetuigen vertellen hoe Algerijn werd doodgeschoten

In het proces van de 41-jarige Italiaanse restaurantuitbater Girolamo Paladino, die ervan beschuldigd is op 19 juli 1975 de Algerijn Pasquale te hebben doodgeschoten in de Stassartstraat te Elsene, vertelden dinsdag ooggetuigen hoe de feiten zich afspeelden. Bij de aanvang van de zitting werden evenwel twee wetsgeneesheren als getuigen verhoord. Psychiater-dokter Cordier verklaarde dat Paladino krankzinnig noch zwakzinnig is en als verantwoordelijk voor zijn daden moet worden beschouwd.

De tweede wetsgeneesheer dokter Hanquinet nam een bloedstaal van het slachtoffer en dat wees uit dat de Algerijn toen hij werd neergeknald, 2,2 per duizend alcohol in het bloed had, wat overeenstemt met tien glazen bier.

Vervolgens werden ooggetuigen, doorgaans Marokkanen, ondervraagd. Uit hun verklaringen blijkt dat het slachtoffer de nacht van de feiten in gezelschap van twee vrouwen eerst een club aan de Stassartstraat te Elsene bezocht en dan naar het restaurant, uitgebaat door Paladino kwam om er in de kelderverdieping met dobbelstenen te pelen.

Schelden

Pasquale verbleef een klein halfuur in de speelzaal en toen hij later in het restaurant zelf verscheen kwam hij op een française toe, een bloemenverkoopster, die aan een tafel zat te eten. Hij wenste haar smakelijk eten maar omdat de vrouw niet antwoordde, schold hij haar uit samen met haar vriend Antonio.

Antonio ging een knuppel halen uit zijn wat verder geparkeerde wagen en wilde naar het restaurant terugkeren toen hij plots twee vechtende mannen op straat zag. Het ging om de Algerijn en "Tarzan”, een kelner van het restaurant. Tarzan kreeg de bovenhand en spuwde toen Pasquale in het aangezicht. De Algerijn nam toen een voorbijganger een wandelstok af en sloeg er een ruitje van het restaurant mee stuk.

Even later verscheen Paladino in de deuropening van zijn restaurant en schoot van op de drempel twee kogels af naar Pasquale die in de rug werd geraakt. Pasquale vond nog de kracht om de straat over te steken maar zakte een 20-tal meters verder in mekaar. Daar kreeg hij van en ander personeelslid van Paladino, de thans in Italië vertoevende Castelano, een tweede kogel in het hart. Dat bleek dodelijk te zijn.

Drie jonge vrouwen die op bewuste nacht in het restaurant vertoefden, waren ook getuige van de vechtpartij tussen Pasquale en Tarzan. Ze zagen ook uitbater Paladino achter zijn toonbank een bijl nemen, wellicht met de bedoeling de vechters de straat op te jagen.

De jonge vrouwen hoorden herhaaldelijk op straat schieten en nadien merkten ze Paladino op die weer binnen kwam en de draden van het telefoontoestel losrukte om te beletten dat de politie dadelijk zou worden verwittigd. Paladino liep even later de straat op en enkele seconden nadien reed een auto weg.

Toen de drie jonge vrouwen aan de club voorbijkwamen, zagen ze er PasquaIe levenloos op de grond liggen met in de ene hand een stuk van een losgebroken wandelstok. Een 26-jarige Marokkaan, die eveneens in het restaurant tijdens de nacht van de feiten aanwezig was, woonde op straat de vechtpartij tussen Pasquale en Tarzan bij. Wat later toen Paladino tweemaal in de richting van Pasquale had geschoten hoorde hij eerstgenoemde tot zijn werknemer Castelano in het Fran zeggen: “Maak hem verder af”. Castelano nam het pistool over en schoot de ineengezakte Algerijn vervolgens een kogel in het hart. De uitspraak wordt heden in de late namiddag verwacht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Maart 1977

Paladino veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf

De jury van het Hof van Assisen van Brabant, zes vrouwen en zes mannen, sprak een betrekkelijk lichte straf van 15 maanden cel uit tegen de Italiaan Paladino, die slechts schuldig werd bevonden aan verboden wapendracht en het toebrengen van slagen en verwondingen met de omstandigheid dat deze werden voorafgegaan door provocatie vanwege het slachtoffer, de Algerijn Pasquale. Wellicht heeft de jury er rekening mee gehouden dat Paladino slechts gedeeltelijk verantwoordelijk is voor de dood van het slachtoffer, want de mededader Castellano staat op dit ogenblik ter beschikking van het Italiaans gerecht.

Volgens advocaat-generaal De Le Court schoot beklaagde Paladino met het inzicht te doden. Reeds verscheidene dagen voor de feiten had Paladino van Pasquale gezegd dat hij het het hoofd zou afsnijden indien hij hem nog langer lastig zou vallen, Toen Pasquale reeds door een kogel in de longen was getroffen gaf Paladino zijn pistool aan zijn vriend, de thans in Italië verblijvende Castellano, en verzocht hem het slachtoffer af te maken.

Het openbaar ministerie vroeg de jury Paladino schuldig te verklaren aan een opzettelijke doodslag zonder meer.

Verdediging

De verdediging, bij monde van Mrs. Helena Hauptman en Basille Risopoulos, was van oordeel dat de zaak Paladino voor de correctionele rechtbank had moeten worden behandeld temeer dat de man die het dodelijk schot afvuurde, Antonio Castellano, niet eens aanwezig is. De kogels, die Paladino afschoot, troffen het slachtoffer in de long. Volgens de wetsgeneesheren kon het slachtoffer deze schotwonde overleven op voorwaarde dat hij spoedig een heelkundige bewerking onderging. De redding van het slachtoffer bleek echter onmogelijk omdat Castellano even later een dodelijke hartwonde veroorzaakte.

In tegenstelling met Castellano bracht Paladino het slachtoffer dus alleen slagen en verwondingen toe die niet noodzakelijk de dood moesten veroorzaken. Paladino is zeker geen beroepsdief, terwijl het slachtoffer Pasquale er niet voor terugdeinsde andermans geld af te persen en teven als vechtersbaas zijn wetten wilde stellen.

Terugkomend op de vragen die de jury zouden worden voorgelegd in verband met de opzettelijke doodslag, vroeg de verdediging dat de jury eveneens de kans zou krijgen om een vraag betreffende het toebrengen van slagen en verwondingen te kunnen beantwoorden.

12 Vragen

Na de gebruikelijke replieken zei Paladino: “Toen ik schoot was het zeker niet met de bedoeling te doden”. Vervolgens las voorzitter Terlinden de 12 vragen voor die de jury diende te beantwoorden. De drie eerste vragen hielden verband met de opzettelijke doodslag, al dan niet met voorbedachten rade, en met de mogelijkheid dat hij werd geprovoceerd.

De vierde tot en met de zesde vraag verwezen naar de poging tot doodslag, al dan niet met voorbedachte rade met de mogelijkheid dat er provocatie bjj te pas kwam. De zevende tot en met de tiende vraag hielden verband met slagen en verwondingen, al dan niet met voorbedachten rade, of met provocatie.

De elfde vraag verwees naar verboden wapendracht en de twaalfde vraag naar de mogelijkheid dat de gestaafde feiten het gevolg waren van huisvredebreuk.

Na een beraadslaging die 45 minuten duurde, antwoordde de jury positief op de 7de, 10de en 11de vraag, zodat Paladino schuldig werd bevonden aan verboden wapendracht en het toebrengen van slagen en verwondingen met de omstandigheid dat hij voordien door het slachtoffer werd geprovoceerd.

Nadien vroeg Paladino dat de straf zonder meer op hem zou worden toegepast, waarna het hof en de jury zich terugtrokken om te beraadslagen over de straf zelf. Een half uur later las Mr. Terlinden het arrest voor waarbij Paladino tot 15 maanden gevangenisstraf en 780 fr. boete werd veroordeeld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Maart 1977

1,977

(2 replies, posted in 1980-1989)

Marianne Heyrman en Eddy De Nauw:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/eddy_d13.jpg

Eddy De Nauw en Robert Heyrman tijdens de reconstructie van de moord:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/eddy_d12.jpg

Robert Heyrman toont tijdens de reconstructie hoe hij de VW Golf in het water duwt:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/robert17.jpg

Marianne Heyrman, Eddy De Nauw en Robert Heyrman tijdens het assisenproces:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/eddy_d14.jpg

1,978

(1 replies, posted in Andere Personen)

Eddy De Nauw tijdens de reconstructie van de moord op Marc De Meurichy:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/eddy_d10.jpg

Eddy De Nauw tijdens het assisenproces:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/eddy_d11.jpg

1,979

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Moord op een man

  • Wanneer? In de nacht van 2 op 3 april 1978

  • Waar? Rue de Frameries 236 te Cuesmes (Mons) » Google Maps

  • Wie? Georges Hannecart

  • Wapen: twee kogels uit een long rifle

  • Status: Opgelost

De man werd in maart 1981 voor het Hof van Assisen van Henegouwen veroordeeld tot drie jaar cel. Het slachtoffer, Eric Demolin, dat geen al te beste reputatie genoot, was hem naar zijn woning gevolgd en had hem voorgesteld samen een overval te plegen. Toen Hannecart weigerde, zou Demoulin hem hebben bedreigd. Hannecart had dan naar het geweer gegrepen met het fatale gevolg.

In 1992 kwam Georges Hannecart getuigen op het proces van de moord door Francis Deridder op Luc Malcourant in Grez-Doiceau.

Lijk op straat te Cuesmes

Donderdagmorgen zagen voorbijgangers ter hoogte van de rue de Frameries te Cuesmes-bij-Bergen op nauwelijks 400 meter van de Grand-Place, een lijk liggen dat achter een auto verstopt lag. Het betrof de 30-jarige Eric Demollin, wonende rue de Flénu te Cuesmes. Een honderdtal meters verder werd zijn brommer teruggevonden. Het parket van Bergen onder leiding van rechter Spitael kwam ter plekke en stelde een onderzoek in. Aanvankelijk meende men dat Demollin het slachtoffer van een verkeersongeval met vluchtmisdrijf was geworden. Uit de lijkschouwing die donderdagavond werd verricht blijkt nu dat er zich twee kogels in het lichaam van het slachtoffer bevonden. Men denkt aan een moord.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Augustus 1978

Moord te Cuesmes opgehelderd

Uit het onderzoek van de gerechtelijke politie van Bergen is gebleken dat de 30-jarige Eric Demolin te Mons-Cuesmes door twee schoten afgevuurd uit een karabijn werd doodgeschoten. Onmiddellijke aanleiding tot het drama zou een twist geweest zijn, die ontstond na drankmisbruik. De moordenaar is een zekere Georges Hannecart, die woensdagavond met zijn slachtoffer had kennis gemaakt in het café “Les Caves d'Alken” (en niet in de “Montrouge" zoals eerder gemeld), gelegen op de hoek van de rue de Ciply en de Place de Cuesmes.

Samen met Hannecart en zijn kozijn Jean Rivière - beiden 47 jaar - verliet het slachtoffer even voor 23 uur de herberg. Het trio trok naar de woning van Hannecart, 236, rue de Frameries te Cuesmes. Daar zou dan onder de drie mannen een hevige twist ontstaan. De gemoederen kwamen enigszins tot bedaren en Jean Rivière ging slapen. Nadat Jean Rivière was ingeslapen, laaide de twist opnieuw op. Hannecart greep naar zijn karabijn en vuurde tweemaal. Demolin bleef op slag dood. Hannecart wikkelde daarop het lichaam in een zak en legde het enkele tientallen meters verder op de straat tussen geparkeerde wagens.

De bromfiets van het slachtoffer werd een 100-tal meters verder geplaatst. Alles speelde zich nochtans af in de rue de Frameries. De helm van het slachtoffer begroef Hannecart in zijn tuin achter het huis. De gerechtelijke politie, die enig vermoeden had van de dader(s) van de moord, beval bij de twee neven een huiszoeking. Vrijdagmorgen werd het wapen van de misdaad ontdekt.

Hannecart werd aan de tand gevoeld en legde vrijdagnamiddag te 16u45 bekentenissen af. Zijn neef wordt niet vervolgd en heeft met het dramatische gebeuren niets te maken. De twee neven worden door buurtbewoners omschreven als kalme, werklustige mensen. Demolin daarentegen was een werkloze die drankzuchtig was en meerdere malen in contact kwam met het gerecht. Vrijdag in de vooravond werd Hannecart in de gevangenis van Bergen opgesloten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Augustus 1978

Hannecart beweert uit angst te hebben geschoten

Maandag begon voor het Hof van Assisen van Henegouwen de zaak ten laste van de 50-jarige Georges Hannecart uit Bergen, beschuldigd in de nacht van 2 op 3 april 1978 met twee kogels uit een long riffle Eric Demoulin te hebben neergeschoten. Hij zou uit angst hebben gehandeld.

Het slachtoffer dat geen al te beste reputatie genoot, was hem naar zijn woning gevolgd en had hem voorgesteld samen een overval te plegen. Toen Hannecart weigerde, zou Demoulin hem hebben bedreigd. Hannecart had dan naar het geweer gegrepen met het fatale gevolg.

Tijdens zijn ondervraging hield beklaagde vol dat de moord aan angst te wijten was. Ook bleek Hannecart geen gelukkig huwelijksleven te hebben gekend. Hij verloor een kind - “Door de slordigheid van mijn vrouw”, zo zegt hij - en werd nadien uit de echt gescheiden. Hij wisselde nogal veel van werk en op het ogenblik van de feiten was hij werkloos.

Zijn gedrag op de dag van de moord werd door twee elementen beïnvloed. In de eerste plaats had hij drie geuzen en een tiental pilsjes gedronken in drie instellingen. In die laatste herberg had Hannecart Demoulin ontmoet, die hij niet erg op prij stelde. Volgens zijn verklaring zou Demoulin hem zijn gevolgd en praktisch zijn binnengedrongen in zijn woning met de woorden: “Ik moet werkelijk iets heel belangrijks vertellen”. De beschuldigde verklaarde zijn angst voor zijn slachtoffer: “Ik vreesde Demoulin, omdat hij sterker was dan ik. Tijdens het uiten van bedreigingen hield hij bovendien zijn hand in zijn zak en ik vreesde dat hij gewapend was. Ook toen ik het geweer had genomen, bleef hij nog op me afkomen.”

Voorts zei de beschuldigde dat Demoulin inlichtingen wou over de wagen die de ontvangsten van het warenhuis Cora City moest wegbrengen, warenhuis waar Hannecart een tijd had gewerkt. Toen de voorzitter van het Hof, raads heer Van Nitsen, vroeg waarom Demoulin dat nu precies aan hem vroeg, antwoordde Hannecart: “Ik weet het niet. Misschien heeft hij gemeend dat hij op die manier zijn aandeel in de buit kon vergroten. En misschien heeft hij mij willen bedreigen om te verhinderen dat ik hem bij de politie zou aangeven.”

Dr. Bondoir, psychiater, heeft beklaagde volkomen normaal bevonden. Hij meent dat de man oprecht is wanneer hij zegt dat hij zich door Demoulin bedreigd voelde. Dat gevoel heeft bij Hannecart een emotionele schok kunnen veroorzaken, die, volgens hem, aan de basis zou liggen van het drama. René Delois, uit Cuesmes, zei dat beklaagde een vreedzaam man was, maar dat Demoulin agressief kon zijn.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Maart 1981

Drie jaar voor Hannecart

Het Hof van Assisen van Henegouwen heeft Hannecart dinsdagavond veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan twee voorwaardelijk. De jury had vooraf na een uur beraadslaging de beklaagde schuldig bevonden aan vrijwillige slagen en verwondingen zonder het opzet te doden, maar met de dood tot gevolg, zonder dat er sprake was van provocatie door het slachtoffer.

Voor het Hof van Assisen te Bergen is dinsdag het proces voortgezet tegen Georges Hannecart, die beschuldigd wordt van de moord op Eric Demolin te Cuesmes.

Als eerste kwam Jean Rivière, een neef van Hannecart, aan het woord. Hij woonde met de beschuldigde in het nr. 236 van de rue de Frameries te Cuesmes. Rivière bevestigde een aantal elementen die in het dossier voorkomen. Hij verklaarde onder meer dat Demolin, na hen in een herberg te hebben ontmoet, hem en zijn neef volgde tot in hun woning.

Over het drama zelf beweert hij niets gezien of gehoord te hebben, omdat hij naar zijn zeggen onmiddellijk slapen ging. Demolin was volgens hem een vechtersbaas, terwijl Georges Hannecart altijd goed voor hem geweest is.

De volgende getuige, Mw. Viviane Hannecart, is de zuster van de beschuldigde. Zij was de eigenares van het huis dat hij bewoonde. Uit haar verklaringen blijkt dat zij wist dat de karabijn altijd gelagen was. De voorzitter: “Vond U dat niet gevaarlijk?” Getuige: “Neen, helemaal niet.”

Op vragen van de verdedigers van Hannecart zei grootmoeder Demolin vervolgens dat zij nooit te klagen had over haar kleinzoon. De echtgenote van Demolin, Mw. Agatha Bruselles, zei dat haar gezin een goed gezin was. Zij gaf niettemin toe dat zij soms door haar man geslagen werd. Hij ging soms te veel op café.

De voorzitter: “Stelde U ooit vast dat uw man, die volgens Hannecart op een bepaalde dag een overval pleegde die hem veel opbracht buitensporige uitgaven verrichtte?”

Getuige: “Neen.”

De overige getuigen van de verdediging hadden weinig goede woorden voor Demolin en beschreven Hannecart over het algemeen als een brave, kalme en vriendelijke jongen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Maart 1981

In 1954 was Georges Hannecart, de dader, al eens gearresteerd in Brussel vanwege diefstal:

Jonge dieven aangehouden te Brussel

De gerechtelijke politie is er in geslaagd een bende jonge autodieven aan te houden. Alfred Michiels, 19 jaar oud, en Georges Hannecart, 19 jaar oud, allebei wonende Sint-Goriksplein te Brussel, zonder inschrijving in het bevolkingsregister, en Alfons Nonninckx, 21 jaar oud, wonende Depotterstraat te Schaarbeek werden ter beschikking geteld van de onderzoeksrechter Fischer.

Een vierde kerel werd ter beschikking gesteld van de kinderrechter. De jonge dieven bekenden twee autodiefstallen gepleegd te hebben. Zij bekenden verder een andere diefstal in de Democratiestraat en een aanranding tijdens dewelke zij zich voorstelden als politieagenten en een voorbijganger van zijn armbanduurwerk beroofden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Maart 1954

1,980

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Moord op een herbergiester

  • Waar? “Café de la Chaussée”, rue D'Arquet in Namen » Google Maps

  • Wanneer? 11 November 1973

  • Wie?
    - Robert Pirlot
    - Charles Brion

  • Wapen: Yzeren staaf en een mes

  • Status: Opgelost

Op het moment dat de twee mannen alleen waren in het café, wierpen zij zich op de uitbaatster en brachten haar langs achteren met een ijzeren staaf een slag op het hoofd toe. Toen Clemy nog bewoog hield één van de moordenaars haar hoofd omhoog, terwijl de andere haar de keel oversneed. De twee daders werden in december 1974 tot de doodstraf veroordeeld.

Robert Pirlot en Charles Brion:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/robert16.jpg

Herbergierster vermoord te Namen

De 65-jarige herbergierster Victorine Scalais, die te Namen aan de rue D'Arquet de herberg “Café de la Chaussée” uitbaatte, werd zondagmorgen door een onbekende vermoord. Twee jongens, Jean-Luc Franceschi en Georges Scalasi, ontdekten omstreeks 10u het lijk. Toen de jongens voorbij de herberg kwamen, waren de gordijnen nog dicht, maar de voordeur stond op een kier. Zij vonden “Madame Clemy” (zoals de vrouw werd genoemd) in een bloedplas naast de juke-box. Alles getuigde van een hevige vechtpartij. De jongens spoedden zich dan ook naar een nabije frituur, van waaruit de politie werd verwittigd.

Victorine vertoonde een diepe wonde aan het hoofd en droeg een schort, wat aantoont dat zij aan het opruimen was. Waarschijnlijk werd de moord gepleegd in de zeer vroege ochtenduren, want de buren hoorden de hond van de herbergierster omstreeks 5u nog blaffen.

Een onderzoek werd ingesteld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 November 1973

Aanhouding na moord te Namen

In de nacht van zaterdag op zondag werd de 62-jarige juffrouw Scalais in haar woning, Chaussée de Louvain te Namen, gewurgd. In gerechtelijke kringen wordt nu vernomen dat de gerechtelijke politie is overgegaan tot twee aanhoudingen en dat een derde nakend was.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 November 1973

Moordenaar van vrouw te Namen bekent

De man die in de nacht van zaterdag op zondag de 62-jarige mej. Scalais wurgde in haar woning aan de Chaussée de Louvain te Namen, werd aangehouden en heeft bekentenissen afgelegd. Het betreft de 26-jarige Robert Pirlot, die gescheiden leeft van zijn vrouw en woont aan de Boulevard du Nord te Namen, in de onmiddellijke omgeving van de plaats van de misdaad. De 28-jarige Charles Brion, wonende Place Deschamps te Namen, wordt als zijn medeplichtige beschouwd en werd eveneens aangehouden. Hij ontkent echter de ten laste gelegde feiten.

Pirlot en Brion werden dinsdag opgeleid. Maandag waren door het parket van Namen reeds twee personen opgebracht en langdurig ondervraagd. Uit het verhoor bleek echter dat ze niets met de moord te maken hadden en ze werden dan ook dezelfde dag ’s avonds weer vrijgelaten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 November 1973

Vier beschuldigden naar Luiks Assisenhof verwezen

De Kamer van inbeschuldigingstelling te Luik heeft vrijdag drie arresten geveld waardoor vier personen naar het Hof van Assisen werden verwezen. (…) De 33-jarige Charles Brion uit Malonne en de 27·jarige Robert Pirlot uit Namen omdat zij met een mes en met een ijzeren staaf de 62-jarige herberguitbaatster Victorine Scalais uit Namen hebben vermoord om van haar 3.000 fr. te stelen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Augustus 1974

Celmakkers vermoordden herbergierster te Namen

Victorine Scalais, voor haar vrienden “Clemy”, werd zondag 11 november 1973 in een kleine herberg aan de Leuvensesteenweg te Namen dood aangetroffen. Het lijk van de 62-jarige uitbaatster was deerlijk verminkt door een aantal messteken. Voor de gerechtelijke diensten begon een moeilijk onderzoek naar de laatste herbergbezoekers.

Na twee dagen en twee nachten en met de hulp van een jonge man uit Vedrin konden twee bekenden van het gerecht aangehouden worden. Het waren bovendien twee gevangenismakkers, die in hun cel de toekomstplannen smeedden die hen maandag voor het Hof van Assisen te Namen zullen brengen. De 27-jarige Robert Pirlot uit Seraing bekende medeplichtigheid aan de moord, maar zijn 33-jarige makker Charles Brion uit Namen ontkende alles, alhoewel hij door Pirlot formeel werd beschuldigd. Ten slotte gaf hij toe aan de misdaad te hebben deelgenomen maar niet de fatale slag te hebben toegebracht.

Keel overgesneden

Enkele dagen reeds koesterden zij plannen om Clemy - die naar haar zeggen wat geld had kunnen wegleggen - in haar herberg te overvallen. Brion had van de werf waar hij werkte een ijzeren staaf meegebracht. Zij aarzelden nog een tiental dagen, maar de avond van 11 november gingen zij bij Clemy een glaasje drinken en bleven er tot 3u 's morgens hangen. Alleen met de uitbaatster wierpen zij zich op haar en brachten haar langs achteren een slag op het hoofd toe. Toen Clemy nog bewoog hield een van de moordenaars haar hoofd omhoog, terwijl de andere haar de keel oversneed.

Er werden zelfs bloedvlekken op de muren aangetroffen. Vervolgens hebben de moordenaars geld gezocht. Alles wat zij vonden waren drie biljetten van duizend fr. Zij gingen er van door na de staaf en de bevlekte kleren in de Samber te hebben gegooid. ’s Anderendaags bezochten zij een bioscoop en het was pas twee dagen na de feiten dat zij aangehouden werden.

Brutaal

Van maandag af zullen de juryleden geconfronteerd worden met de brutaliteit van deze jonge mannen, die reeds tijdens vorige processen in het licht is gesteld. Brion kreeg al eens twee jaar gevangenisstraf wegens het toebrengen van slagen aan familieleden.

Voorzitter van het hof is raadsheer Wilwerth. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door substituut Jean Lecomte en de verdediging is in handen van de advocaten Proesman en Joly van Namen.

Daar Mw. Scalais alleen leefde, zal er waarschijnlijk geen burgerlijke partij zijn. Het proces zal ongeveer drie dagen duren en 27 getuigen zullen worden opgeroepen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 November 1974

Moordenaarsduo voor Assisenhof

Bij het Assisenhof van Namen, voorgezeten door de h. Wilwerth, raadsheer in het Hof van Beroep, begon maandag het proces ten laste van de 33-jarige Charles Brion uit Malonne, en van Robert Pirlot (27 jaar), uit Namen, beiden ervan beschuldigd op 11 november 1973 de caféhoudster mej. Victoire Scalais (62 jaar) te hebben vermoord. De bedoeling was de diefstal in het “Café de la Chaussée” te Bomal (Namen), gehouden door Mej. Scalais, gemakkelijker te maken. De misdaad gebeurde met voorbedachten rade en leverde het duo 3.000 frank op.

Bijzitters zijn de hh. Hagueman en Helvetius. Geen van de beschuldigden ontkennen hun aandeel in de misdaad maar ze beschuldigen elkaar ervan de waardin te hebben gewurgd. Voor de aanklacht zijn ze beiden evenzeer schuldig aan de misdaad.

Robert Pirlot, erg keurig in een lichtgrijs pak, met rode stippendas, wordt verdedigd door Mr. Proesman, van de balie van Namen, terwijl Charles Brion, die het bij een deftig donkergrijs kostuum heeft gehouden, verdedigd wordt door Mr. Joly, eveneens van de Naamse balie.

De jury, voorgezeten door de h. Hubin, is samengesteld uit negen mannen en drie vrouwen. Gedurende de zitting van maandagvoormiddag, las de advocaat-generaal de h. Lecomte, de akte van beschuldiging voor.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 December 1974

Getuigenverhoor in moordproces gestart

Op de tweede dag van het proces tegen Robert Pirlot (27) en Chartes Brion (33), beiden beschuldigd van moord op een herbergierster, werden de eerste getuigen gehoord.

Als eerste getuige van de dag kwam eerstaanwezend commissaris Delisse, van de gerechtelijke politie, verklaren hoe hij er na ondervraging van de laatste verbruikers in het café, toe kwam enkele vrachtwagenchauffeurs aan de tand te voelen. Onder hen bevond zich Pirlot, terwijl Brion ontdekt werd met behulp van vingerafdrukken op een bierglas dat enkele dagen na de moord nog altijd in de herberg stond.

Eerstaanwezend commissaris Arthur Jocket ondervroeg Pirlot, die zonder enig teken van ontroering en heel spontaan het verhaal gaf van zijn leven en van de feiten. Pirlot zei hem: “Ik ben naar Clemy toegegaan om geld los te maken. Ik voelde mij daartoe zedelijk verplicht tegenover Brion aan wie ik nog geld schuldig was.”

Verloofd

Na een kortere onderbreking hoorde het hof de verloofde van Pirlot. De man vertelde haar dat hij, toen hij te 4u in de ochtend aan het “Café de la Chaussée” voorbijkwam, de deur open zag staan en de bazin dood op de vloer zag liggen. Hij belde de politie niet op omdat dan alle vermoedens op hem zouden gevallen zijn vermits hij vroeger nog een gevangenisstraf had uitgezeten.

Uit de gevangenis schreef Piron aan zijn meisje: “Ik heb een advocaat om mij te verdedigen. Na regen komt zonneschijn en deze moeilijke ogenblikken gaan wel voorbij. Ik kan je zweren dat ik niemand gedood heb. Ik zweer het op het hoofd van m'n zoon …”

- Pirlot: “Die kleine is niet van mij ... , dus …”
- De advocaat-generaal: “U wou met dat meisje, een eerlijk kind, uw seksuele verlangens bevredigen.”
- Pirlot: “Neen”

Mr. Proesman, verdediger van Pirlot. protesteerde: “U zou mij toch eens moeten uitleggen wat er abnormaal is in het feit dat een man een jonge vrouw bemint en haar begeert”. De vrouwen van de beklaagden, die allebei in een echtscheidingsprocedure gewikkeld zijn, werden eveneens gehoord.

Artsen

Gerechtsarts Schmitz uit Jambes heeft de lijkschouwing van het slachtoffer verricht. Naast een aantal verwondingen aan de schedel stelde hij het doorsnijden van de halsspieren, de keeladeren en de halsslagader vast. Het is volgens de arts niet alleen het oversnijden van de keel, maar ook het inslaan van de schedel die de dood veroorzaakte.

Dr. Hocq getuigde dat twee persoonlijkheden van een uiteenlopende psychologische structuur samen een criminele dynamiek hebben geschapen. Brion noemde hij onvolwassen, agressief, onstuimig. Pirlot schilderde hij als een introvert personage die zijn persoonlijkheid optrekt aan zijn misdaden. Over het intelligentiepeil van Brion zei de arts dat het op de grens van het lager gemiddelde te situeren is. Pirlot heeft een valorisatiecomplex, zo zei dr. Hocq nog, die tot besluit wees op het risico van nieuwe misdaden.

Voor de verdediging kwam psychiater Dumont zeggen dat Brion weliswaar verantwoordelijk is voor zijn daden, maar lijdt aan een gebrekkig aanpassingsvermogen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 December 1974

Doodstraf voor Brion en Pirlot

Gisteren was het de laatste dag van het proces tegen de 33-jarige Charles Brion uit Malonne en de 27-jarige Robert Pirlot uit Namen, die beschuldigd worden van moord op de herbergierster Victorine Scalais. Na een striemend rekwisitoor van de advocaat-generaal en een kort wederwoord van de verdediging luidde het antwoord van de jury “ja” op alle schuldvragen. Kort na de middag werd het vonnis uitgesproken: Brion en Pirlot werden tot de doodstraf veroordeeld.

Advocaat-generaal Lecomte hield een kort maar vinnig rekwisitoor. "Wij staan hier voor twee mannen wier aanmatiging, agressiviteit en cynisme ons te boven gaan. In mijn tienjarige juridische ervaring heb ik nooit met zulke beschuldigden te maken gehad. Brion is een woesteling, een schurk, die overal vernieling zaait. Pirlot is de slang, wier venijn even dodelijk is als de klauwen van zijn spitsbroeder. Wat kan de onstuimigheid en het talent van twee jonge advocaten hun baten? Zij hebben de meest gewone, de meest verschrikkelijke misdaad gepleegd. Jullie hebben beiden gemoord. Jullie
handen zijn besmeurd met het bloed van Clemy. Dames en heren van de jury, ik vraag u ja te antwoorden op alle vragen”, aldus de advocaat-generaal.

Mr. Proesman. de advocaat van Pirlot, vertolkte in korte bewoordingen het standpunt van de verdediging betreffende de schuld van de beklaagden. “De feiten zijn erg. De advocaat-generaal heeft ze zo pas aangehaald met de lichte overdrijving die eigen is aan zijn rol. Er valt over de feiten niet te redetwisten en wij spreken er thans niet over. Wij vertrouwen u de beklaagde
toe”.

Om 9u35 waren de rekwisitoren en pleidooien beëindigd. Pirlot zei nog: “Ik heb een berg van spijt op het hart.” Brion had niets te verklaren. Voorzitter Wilwerth las de 14 vragen die betrekking hebben op opzettelijke doodslag met voorbedachten rade, als dader of medeplichtige voor beide beschuldigden, diefstal met geweldpleging voor beide beschuldigden als dader of mededader. Ten slotte is er de vraag of de doodslag werd gepleegd om de diefstal te vergemakkelijken of om de straffeloosheid ervan te verzekeren.

Schuldig bevonden

Het antwoord van de jury luidde “ja” op alle hoofdvragen. Brion en Pirlot worden dus als schuldig beschouwd aan doodslag op Victorine Scalais vrijwillig en met voorbedachten rade. Beiden pleegden de diefstal met geweld, met het doel te ontkomen aan hun straf.

Procureur-generaal Le Comte eiste vervolgens de doodstraf of levenslange dwangarbeid. “In heel hun dossier vond ik geen enkele verzachtende omstandigheid”, aldus de magistraat.

Meesters Joly en Proesmans namen dan opnieuw het woord ter verdediging van Brion en Pirlot Zij vonden een straf van twintig jaar dwangarbeid ruim voldoende. Om kwart over twaalf trokken de juryleden zich terug om te beraadslagen.

Doodstraf

Charles Brion en Robert Pirlot werden allebei tot de doodstraf veroordeeld. Geen van beiden reageerde op het vonnis. De voorzitter wees er hun op dat de uitgesproken straf niet zal verhinderen dat zij eens weer in vrijheid zullen worden gesteld. Brion streelde het hoofd van zijn advocaat, die weende …

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 December 1974