2,161

(2 replies, posted in 1970-1979)

Gangster Deweer gevat in Leuvens restaurant

Het is helemaal niet meer denkbeeldig dat de schietpartij op campus Irena in de IJzermolenstraat te Heverlee, waarbij twee BOB’ers zwaargewond werden, leidt naar de Brusselse advocaat Graindorge.

Dit vermoeden wordt alsmaar sterker omdat blijkt dat de gezochte Anne Lavenne, een licentiate in de rechten, die de appartementen in Brussel en Leuven voor de gezochte gangster huurde, tot de kring van advocaat Graindorge behoort.

Ondertussen wordt koortsachtig verder gezocht naar de daders van de schietpartij in Heverlee en naar de misdadigers die een reeks hold-ups op hun actief hebben. Dit leidde vrijdagavond in Leuven tot de voorleiding van Willy Deweer die door een patrouille van de Leuvense BOB werd ingerekend toen hij in de Muntstraat het restaurant Bologne verliet.

De man bood geen weerstand en bleek ook niet gewapend te zijn. Hij had ongeveer 30.000 fr. op zak, naar hij zei “alles wat hij bezat”.

Inval

Omdat het niet uitgesloten was dat nog andere medeplichtigen zich in het restaurant ophielden werd door de BOB discreet in de buurt gepatrouilleerd terwijl een troepenmacht werd samengetrokken. Omstreeks middernacht viel de Groep Diane het restaurant binnen, maar deze inval leverde geen resultaat op.

Tijdens de ondervragingen zou Deweer gezegd hebben dat hij vroeger nogal veel optrok met Anne Lavenne, maar haar de laatste maand niet meer had gezien, omdat ze met de gezochte Van Oirbeek bevriend raakte. Deweer kon wel bevestigen dat de appartementen die de gangsters in het Brusselse en in Heverlee betrokken, gehuurd waren door en op naam van Anne Lavenne. In het appartement te Heverlee, waar geschoten werd, was Willy Deweer trouwens herhaaldelijk geweest. Naar hij beweert om een auto te betalen die hij van Van Oirbeek zou gekocht hebben.

Hij kon er Van Oirbeek echter nooit aantreffen en de deur werd steeds opengedaan door “een dikke”, waarschijnlijk Yvan Somville, die op de twee BOB’ers schoot en zich daarna de vrijheid inliep met een gijzelaarster. Het wapen dat Yvan Somville gebruikte om deze gijzelaarster in bedwang te houden werd ondertussen teruggevonden.

Ook de auto van een persoon die in contact stond met de gangsters werd in de Ijzermolenstraat teruggevonden.

Ondertussen werd in een appartement te Brussel, dat gehuurd werd door Anne Lavenne, een groot deel van de buit teruggevonden van de overvallen en hold-ups.

De opgepikte Willy Deweer zal aangehouden blijven als mogelijke medeplichtige van de schietpartij te Heverlee en als mogelijke mededader van overvallen en hold-ups in verschillende bankinstellingen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 December 1979

Aanhouding Willy Deweer bevestigd

De raadkamer te Leuven heeft vrijdag het aanhoudingsmandaat tegen Willy Deweer bevestigd. Deweer werd op vrijdagavond 30 november jongstleden in de Muntstraat te Leuven aangehouden. Hij werd gezocht in verband met de schietpartij op dinsdagavond 27 november jl. te Heverlee. De schietpartij speelde zich af rond de Campus Irena, een appartementsgebouw aan de Tervuurse Poort te Heverlee toen rijkswachters in een appartement Yvan Somville aantroffen.

Deweer zou eveneens betrokken zijn bij een eerder gepleegde overval te Leuven.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 December 1979

2,162

(84 replies, posted in Speurders)

Naar aanleiding van "10 jaar na de Bende van Nijvel" sprak Gazet van Antwerpen met een gewezen speurder van de Cel-Delta:

Philippe De Staerke was er zeker bij

“Voor mij staat het vast dat Philippe De Staerke er op 9 november ’85 in Aalst bij was”, vertelt ons een van de rechercheurs die destijds deel uitmaakte van de Delta-groep, een gemengd team van rijkswachters en leden van de gerechtelijke politie, die in Dendermonde op poten werd gezet door onderzoeksrechter Freddy Troch. Die leidde niet alleen het onderzoek van de hold-up in Aalst, maar had zich ook vastgebeten in de diefstal van kogelvrije vesten in een fabriek in Temse, op 10 september 1983. Ook bij die inbraak viel één dode. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

2,163

(57 replies, posted in Slachtoffers)

Een artikel uit 1995, naar aanleiding van "10 jaar na de Bende van Nijvel":

Vader van Nathalie Palsterman kwam nooit terug van Delhaize

“Hopelijk heeft de minister van justitie moed genoeg om het onderzoek naar de Bende van Nijvel niet stil te leggen. Tien jaar lang kon ik nergens terecht met mijn vele vragen. Tien jaar lang heeft geen enkele instantie van zich iets laten horen. Mijn broertje, mijn zus en ik werden van de ene op de andere dag wees. Wij zijn opgegroeid in pleeggezinnen. Wij hebben voor alles alleen moeten zorgen.” (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

2,164

(9 replies, posted in 1980-1989)

Ben wrote:

De daders van deze roofmoord waren Jean-Claude Vits, Eric Lammers en Alain Peeters.

Dit klopt niet. Eric Lammers werd voor de roofmoord veroordeeld tot de doodstraf. Francis Verzar, zijn medeplichtige, werd veroordeeld tot levenslange dwangarbeid.

2,165

(19 replies, posted in 1980-1989)

patrick111 wrote:

Lag ook vlak bij deze plekken: de winkel Cassine. Slechts enkele huizen verder dan café Gordon.

Goed gevonden. Het is weer een argument voor de theorie dat de dader(s) uit die regio kwamen; ze woonden er, gingen er naar de winkel en zaten er op café.

2,166

(1 replies, posted in Overzicht Bendes)

Samenvatting

De bende Florizoone was een groep inbrekers die eind jaren ’60 in België, Frankrijk. Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Luxemburg aan het werk waren.

In 8 maanden tijd stak de bende 30 maal de grens over. Zij werkten in groepen van drie, twee of vier, volgens de beschikbare krachten. In periodes van grote activiteit werkte men met zes personen, verdeeld in groepen van drie, die gelijktijdig in ver van elkaar verwijderde villa's inbraken.

Ze stonden in november 1970 terecht voor het Assisenhof van Namen. Ze werden beschuldigd van 126 feiten.

Leden:

Feiten:

Florizoone heeft deelgenomen aan 81 diefstallen of pogingen tot diefstal, Dierickx aan 57, De Meuse aan 32, Wilkin aan 36, Monper aan 23, Meivis aan 17 en Dufour aan 10 diefstallen. Hieronder een niet-volledig overzicht van de feiten die aan hen worden toegeschreven:

  • 8 Oktober 1967: inbraak in de woning van Jacques Dostert in Lorentzweiler

  • Lorentzweiler; nieuwe inbraak in de villa van Jacques Dostert. De eigenaar raakte zwaar gewond door een schot in de buik.

  • Diefstallen in Bern, Nyon, Fourneux en Küssnacht (Zwitserland)

  • Diefstal van juwelen en andere voorwerpen in Lavastrie (Frankrijk)

  • Gewapende diefstal in Brussel

  • Inbraak in het gemeentehuis van Hever

  • Diefstal in het Volkshuis in Vilvoorde

  • Inbraak in Koekelberg, de eigenares wordt met een alarmpistool bedreigd

  • Inbraak in Eigenbrakel

  • Inbraak in Oostende

  • Inbraak in Pontpierre

  • Inbraak in Kockelscheuer

  • Inbraak in Frisange

  • Inbraak in Obereom

  • Inbraak in Suarlée

  • Poging tot inbraak in Aarlen.

  • Inbraak met diefstal in een winkel in Bastogne

  • Inbraak in Gembloers

  • …

Beruchte bende misdadigers heden voor Assisenhof van Namen

Heden verschijnt voor het Hof van Assisen van Namen, voorgezeten door de heer Moyse, een beruchte bende misdadigers die, volgens de akte van inbeschuldigingstelling, een indrukwekkende reeks van 126 misdrijven op haar kerfstok heeft. De bijzonderste ervan zijn: gewapende overvallen in België, Frankrijk, Duitsland, het Groot-Hertogdom, Zwitserland en Oostenrijk.

De zes beklaagden zijn: Maurits Florizoone, 37 jaar, linotypist, geboren te Oostende, wonende Brugmanlaan 178 te Elsene; Victor Dierickx, 42 jaar, handelsreiziger, geboren te Etterbeek en wonende Leon Cuissezstraat te Elsene, Raymond Demoese, 32 jaar, geboren te Elsene, Wonen Mozartlaan te Vorst; Jean Wilkin, 47 jaar, geboren te Verviers, handelaar, wonende Jos de Bruestraat te Sterrebeek; Georgette Dufour, 49 jaar, geboren te Nimy, wonende Leuvensesteenweg te Brussel; Maria Monper, 28 jaa, cafédienster, geboren te Esch-sur-ALzette en aldaar wonende Rue Pasteur.

Een zevende beklaagde is nog steeds voortvluchtig: André Mievis, 29 jaar, elektricien, geboren te Anderlecht en wonende Schoondalstraat te Wemmel.

Vingerafdrukken

Voor de 126 misdrijven werden slechts 12 getuigen opgeroepen. De meeste overvallen werden door de beklaagden toegegeven. Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door substituut Lecomte en vijf advocaten zullen de beklaagden bijstaan: Mrs. Wynants, Vergauwen en Fernande Motte-Deraedt, van de balie van Brussel, Mrs. Suzanne Moreau en Bouvier van de balie van Namen.

De bende werd ontmaskerd na een reeks inbraken te Erpent en in de streek van Gembloers. In eerstgenoemde plaats werden de vingerafdrukken van Florizoone opgenomen. Juwelen die te Gembloers en Suarlée waren gestolen, werden verscheidene maanden later teruggevonden bij een Brusselse juwelier, waar ze door Maria Monper te koop werden aangeboden.

De gerechtelijke politie van Namen arresteerde Monper te Esch-sur-Alzette en bracht haar terug naar Namen krachtens de akkoorden inzake de versnelde uitlevering. Toen schoot Interpol aan het werk en spoedig volgden andere aanhoudingen in België en Duitsland.

Valse identiteitspapieren

Alle bendeleden beschikten over valse identiteitskaarten die herkomstig waren van diefstallen in gemeentehuizen. Met behulp ervan konden zij ongestoord over de grenzen trekken. Zij reisden veel met auto’s die onder een valse naam werden gehuurd en na een zekere tijd achtergelaten. Zij “werkten” steeds in groepjes van vier of vijf, soms gelijktijdig in twee groepjes van drie. Allen, op Monper na, zijn gevaarlijke recidivisten.

De gevolgde techniek was het uitkiezen van een tijdelijk onbewoonde villa. Terwijl een of twee inbrekers aan het werk waren, bleef een andere, vergezeld van een der vrouwen, in de auto wachten. Om de voorbijgangers te misleiden, kusten de schildwachten elkaar om de haverklap.

De bende Florizoone was onder meer actief te Middelkerke, Oostende, Elsene, Etterbeek, Dilbeek, Hamburg, Bern, Genève, Nyon, Fournese, Küssnacht, Freiburg, Baden-Baden, Lavastrie (Frankrijk), Brussel, Watermaal, Waterloo, Molenbeek, Mechelen, Overijse, Halen, Zellik, Ronse, Hever, Vilvoorde, Tervuren, Koekelberg, enz. …

Schietpartij

De diefstallen werden gepleegd tussen juni 1967 en augustus 1969, met af en toe een “verademing” in een villa te Merano (Italië). Een van die diefstallen is slecht afgelopen. Op 5 november 1967 te Lorentzweiler (Luxemburg) kwam de eigenaar van een villa zijn ongenode gasten storen tijdens het werk. Hij werd in de buik getroffen door een kogel, die volgens de beschuldiging werd afgevuurd door Florizoone. De eigenaar zou deze laatste achteraf hebben herkend.

Vooral deze schietpartij zal tijdens de debatten in de het assisenhof op de voorgrond komen. Vermoedelijk zal met de hele zaak een veertiental dagen gemoeid zijn.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 November 1970

Proces tegen bende Florizoone kan van lange duur zijn

Voor het Naamse Hof van Assisen begon maandag het geding tegen de bende Florizoone, een groep inbrekers die in België, Frankrijk. Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Luxemburg aan het werk waren.

Voorzitter van het hof is de raadsheer Moyse. Er zijn niet minder dan 126 beschuldigingen, zodat de debatten lang kunnen duren. Ook zijn er twee juryleden meer dan gebruikelijk. De beschuldigden zijn Maurits Florizoone, uit Elsene, Victor Dierickx, uit Vorst, Jean Wilkin uit Sterrebeek, Georgette Dufour, uit Brussel, en Maria Momper uit Esch-sur-Alzette.

De zevende beschuldigde, André Mievis, uit Wemmel, is op de vlucht. Wat hem betreft, wordt de zaak gescheiden. En over hem zal aan de jury geen enkele vraag worden gesteld. Hij zal bij verstek worden veroordeeld. Openbaar ministerie is substituut E. Comte.

Versterkte ordedienst

Er zijn speciale maatregelen genomen. De ordedienst is versterkt en de manschappen bewaken alle uitgangen van de zaal.

Op hun gemak beantwoorden de beschuldigden de vragen betreffende hun identiteit. Allen zijn elegant gekleed. Florizoone pakt uit met een zware snor, waarvan de punten omhoog steken. Alleen Georgette Dufour is ontroerd en weent als zij gaat zitten. De ganse ochtendzitting is gewijd aan de voorlezing van de akten van verwijzing en van de akte van beschuldiging. In dit document, dat uit een 50-tal bladzijden bestaat, wordt herinnerd aan de identificatie van Florizoone, wiens vingerafdrukken gevonden werden na een juwelendiefstal te Erpent, en vervolgens van Marie Momper, die de te Gembloers gestolen juwelen te Brussel te koop aanbood.

Door de aanhouding van Momper in het Groot-Hertogdom en doordat zij nog dezelfde dag uitgeleverd werd, was het mogelijk alle leden van de bende op een na aan te houden. In de akte van beschuldiging wordt elke beklaagde voorgesteld. Zo verneemt men dat Florizoone op 17-jarige leeftijd deelnam aan visvangsten-campagnes in Labrador en in IJsland. Doordat hij bij een van deze tochten een been brak, is hij tot misdadigheid vervallen, zodat hij op 20 jaar van zijn leven er 18 in de gevangenis doorbracht.

Dierickx, die beschouwd wordt als de andere leider van de bende, heeft eveneens een goed gevuld strafregister. Het zijn allen recidivisten, behalve Maria Momper. In 8 maanden tijd stak de bende 30 maal de grens over. Zij werkten in groepen van drie, twee of vier, volgens de beschikbare krachten. In periodes van grote activiteit werkte men met zes personen, verdeeld in groepen van drie, die gelijktijdig in ver van elkaar verwijderde villa's inbraken.

Tegen de lamp

De kern van het dossier vormt de zaak Lorentzweiler (Groot-Hertogdom-Luxemburg), waar Florizoone en Dierickx door de h. Dostert, de eigenaar van de villa waar zijn inbraken, verrast werden. Florizoone en Dierickx ontkennen dat zij deelgenomen hebben aan deze diefstal met slechte afloop. Het is de enige beschuldiging die zij ontkennen. Tegen hen pleiten evenwel een 12-tal precieze bezwarende elementen, o.m. het feit dat de h. Dostert, Florizoone formeel heeft herkend, dat beide mannen op het ogenblik van de feiten in de omgeving verbleven, dat de spieren van de banden overeenkwamen met die van een gehuurde wagen die zij gebruikten, en dat zij na dit ernstig voorval hun actie gestaakt en de wijk genomen hebben naar een villa te Merano in Noord-Italië.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 November 1970

Florizoone en bendeleden zijn mislukkelingen

De tweede dag van het proces Florizone voor het Hof van Assisen van Namen was gewijd aan de ondervraging van de rechter van instructie en van de onderzoekers van de gerechtelijke politie.

De h. Bovesse herinnerde er vooreerst aan hoe Florizoone geïdentificeerd werd dank zij een vingerafdruk, die te Erpent gevonden werd op een scherf van een ruit en hoe na de aanhouding van Maria Momper te Esch-sur-Alzette als gevolg van de verkoop van gestolen juwelen te Brussel, een huiszoeking kostbare aanduidingen gaf over de bendeleden die de een na de andere in België en in Duitsland werden aangehouden.

De Meuse en Meivis bevonden zich reeds wegens andere feiten in de gevangenissen van Doornik en Vorst. Mievis wist echter te ontsnappen en is nog steeds voortvluchtig.

De h. Bovese maakte vervolgens de balans op van de activiteiten van de bende. Florizoone, zo zegt hij, heeft deelgenomen aan 81 diefstallen of pogingen tot diefstal, Dierickx aan 57, De Meuse aan 32, Wilkin aan 36, Monper aan 23, Meivis aan 17 en Dufour aan 10 diefstallen.

Applaus

Na verscheidene vragen van de verdediging en het openbaar ministerie wenste de voorzitter van het hof de rechter van instructie geluk, die zo zei hij, een enorm werk verricht heeft en van grote objectiviteit blijk heeft gegeven. Florizoone stemde hiermee in door te applaudisseren.

De h. Bastin gaf een relaas van de eerste bekentenissen van Florizoone en tevens inlichtingen over de wapens en de technieken die door dieven werden gebruikt: een simplistische techniek voor Wilkin, diefstallen in appartementen door Dierickx en Mievis en vervolgens onder de leiding van Florizoone diefstallen in verlaten villa’s.

De h. Bastin was van oordeel dat indien Maria Monper niet Dierickx en De Meuse had ontmoet, zij nu niet op de beschuldigdenbank zou zitten.

De morgenzitting werd beëindigd met de verklaring van hoofdinspecteur Matagne over de besluiten van een moraliteitsonderzoek. Getuige verklaarde dat Florizoone in de misdaad terechtkwam na een ongeval waarvan hij op 17 jaar het slachtóffer werd. Hij heeft gepoogd werk te vinden, maar ontmoedigd is hij terug de gevangenis ingetrokken door een vensterruit te breken.

De h. Wynants: “Is het waar dat hij op de leeftijd van 12 jaar naar Mol werd gestuurd?” De h. Matagne antwoordde dat hierover geen enkele aanwijzing bestaat.

Moraliteitsverslag

De namiddagzitting werd aangevat met de ondervraging van hoofdinspecteur Matagne. Hij beschreef Dierickx ais een gevoelig maar ogenschijnlijk koud mens, die door mislukkingen tijdens zijn jeugd met complexen rondloopt. Hij bracht 14 jaar en 8 maanden in gevangenissen door. De Meuse werd vanaf zijn prilste jeugd aan zijn lot overgelaten en toonde zich tijdens het verhoor langs de onaangename wijze.

Wilkin is tijdens de oorlog naar Engeland gegaan en gedroeg zich goed bij de brigade Piron. Hij kon zich daarna niet meer aanpassen aan het burgerlijk leven en stal wagens na een ontuchthuis te hebben gehouden. Georgette Dufour werd door Wilkin tot de misdadigheid gedreven. Maria Monper werd slechts nu en dan eens bij de activiteiten van de bende betrokken en gaf tijdens de ondervragingen blijk van openhartigheid.

Dr. Paquay, psychiater, was van mening dat Florizoone kan profiteren van een zekere vermindering van de verantwoordelijkheid. Voor de anderen, met uitzondering van Dufour die hij niet heeft onderzocht, kan er slechts van een lichte vermindering sprake zijn.

Volgende zitting donderdag te 9u. Vrijdagnamiddag noch zaterdag houdt het hof zitting.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 November 1970

Diefstallen in Zwitserland en Frankrijk uit de doeken gedaan

Bij de heropening van de debatten donderdagochtend voor het Assisenhof van Namen, komt Florizoone er heel wat jonger voor, doordat hij zijn grote snor heeft afgeschoren.

De voorzitter van de rechtbank deelt mee dat de Luxemburgse getuigen van het drama te Lorentzweiler slechts vrijdagnamiddag gehoord zullen worden, met uitzondering van de geneesheer die de h. Dostert heeft verzorgd voor een schotwonde in de buik.

Daar Florizoone verklaard heeft dat hij van 1945 tot 1948 in het heropvoedingsgesticht te Mol heeft gezeten, vanaf zijn twaalfde jaar dus, werden aan deze instelling nadere inlichtingen gevraagd. Hij heeft daar verbleven van 20 mei 1948 tot 28 augustus 1948.

Substituut Lecomte verstrekt uitleg aan de leden van de jury over de betekenis van bepaalde rechtstermen, die in de akte van beschuldiging opgenomen zijn, waarna hij overgaat tot de eerste twintig punten van de aanklacht en in het bijzonder tot de diefstallen die in Zwitserland (te Bern, Nyon, Fourneux en Küssnacht) werden gepleegd. Daarna zijn Florizoone, Dierickx en Mievis naar Frankrijk getrokken om er te Lavastrie juwelen en andere voorwerpen voor een totale waarde van 46.000 fr. te ontvreemden. Deze juwelen werden door Momper voor 10.000 fr. verkocht.

Ten slotte wordt gehandeld over een gewapende diefstal in het Brusselse door de verdachte Demeuse, waarna de zitting opgeheven wordt.

Erge gevolgen

Tijdens de namiddagzitting, hoort men Dr. Wagner, uit Luxemburg, die de h. Dostert uit Lorentzweiler, nadat die door Florizoone met een revolverschot was gewond, verpleegde. Volgens de beschuldiging had Dostert ingegrepen toen twee kerels, een grote en een kleine, in zijn villa inbraak hadden gepleegd.

De kogel kwam in de linkerzijde van de buikholte terecht Door deze wonde bleef de h. Dostert acht maanden bedlegerig. Zijn arbeidsongeschiktheid bedraagt 30 t.h., terwijl de definitieve ongeschiktheid 10 t.h. zal bedragen. De h. Dostert was een bekende voetbalspeler. Door de opgelopen verwonding vertoont hij tekenen van vroegtijdige ouderdom. Hij liep ook een trauma op.

De zitting wordt vrijdagochtend hervat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 November 1970

Florizoone en Dierickx ontkennen deelname aan overval te Lorentzweiler

Vrijdag is voor het Assisenhof van Namen, in de zaak van de Florizoone en Dierickx ontkennen aan handeld over het voornaamste punt van de aanklacht tegen Florizoone en Dierickx, en wel de zaak Lorentzweiler.

Beide mannen hadden daar in de villa van de h. Dostert ingebroken toen zij plotseling door de thuiskomst van deze laatste werden verrast. Er viel een schot waardoor de h. Dostert ernstig gewond werd in de buikstreek. Florizoone hem later, toen hij per auto deze diefstal deelgenomen te hebben en loochenen bijgevolg dat zij een schot hebben gelost.

Minder formeel

Hierop laat voorzitter Moyse de twee eerstgenoemde verdachten uit de beklaagdenbank verwijderen, waarna hij overgaat tot het verhoor van beklaagde Demeuze, die eerder verklaarde dat Florizoone hem later, toen hij per auto te Lorentzweiler passeerde, een villa aanwees en zei “daar is het misgelopen”. De beschrijving van de villa, die Demeuze aan de gerechtelijke politie heeft gegeven, komt overeen met die van de h. Dostert.

Ter zitting is Demeuse evenwel zeer terughoudend, en de voorzitter vraagt of hij bang is, wat door beklaagde ontkend wordt. Florizoone en Dierickx worden terug de rechtszaal binnengeleid en de voorzitter herhaalt de verklaring van hun medegevangene, waarop Florizoone uitroept : “Ik zal honderd ten honderd bewijzen dat het niet waar is”.

Daarna bevestigt Maria Mompert, die eerst merkbaar geïntimideerd was, dat Florizoone haar heeft verteld dat hij en Dierickx bij een inbraak verrast waren en dat zij een man gewond hadden. Later vertelde Florizoone haar dat hij in België op een politieagent geschoten had, wat vals was.

Zware aanklacht

Onderzoeksrechter Bovesse brengt vervolgens het verhaal van de zaak-Lorentzweiler en van andere inbraken in de streek. Hij vermeldt dat Florizoone en Dierickx na bet voorval plotseling alle activiteit hebben gestaakt en gedurende drie weken in Italië ondergedoken zijn. Verder wees hij op de gelijkaardige gebruikte technieken en op de bandensporen die ter plaatse aangetroffen werden en die overeenkomen met die van de banden van het voertuig dat door Florizoone en Dierickx gebruikt werd.

Ook herinnert hij eraan dat Dostert een juiste beschrijving heeft gegeven van zijn aanranders en dat hij Florizoone bij een confrontatie heeft herkend. Wel geeft de onderzoeksrechter toe dat Mw. Dostert zich heeft vergist, maar hij voegt er onmiddellijk aan toe dat deze van de schutter slechts een glimp heeft opgevangen.

Vervolgens wordt hoofdcommissaris Bastin als getuige gehoord. Hij brengt verslag uit over de verklaringen die in de loop van het onderzoek opgetekend werden en over het resultaat van de confrontaties.

Vertrouwelijke mededeling

Tijdens de namiddagzitting, nadat rijkswachtbrigadier Wildsbutz, uit Merach (Luxemburg), was gehoord in verband met het drama van Lorentzweiler, staat Maria Momper recht voor een belangrijke verklaring. “Mijn moeder, die herbergdienster is in het Groothertogdom”, zo zegt zij, “vertelde mij dat twee klanten, die zij bediende, spraken over de aanranding op de h. Dostert. Een van hen, Lucien Bley, heeft gezegd dat hij de man een kogel in het lichaam had gejaagd omdat hij hem geld weigerde te geven.”

Mw. Momper, die in de zaal aanwezig is, wordt dadelijk door de voorzitter ondervraagd. Zij bevestigt die vertrouwelijke mededeling te hebben gehoord, eerst in de frituur waar zij diende en anderendaags uit de mond van Bley. Dit gebeurde in september jl.

Op verzoek van substituut Lecompte wordt moeder Momper onmiddellijk opgebracht naar de gerechtelijke politie voor ondervraging.

“Hij was het”

Twee officieren van de Luxemburgse veiligheid komen nog bijzonderheden verstrekken over de overal van Lorentzweiler, waarna het slachtoffer, de h. Dostert, wordt binnengeleid. Hij brengt in kleuren en geuren het verhaal van de aanranding in de garage van zijn woning, waar hij twee inbrekers had verrast.

Hij herkent zonder enige twijfel Florizoone, die hem eerst toeriep “handen omhoog” en hem vervolgens een kogel in de buik schoot. “Hij bevond zich op één meter van mij, en in volle licht”, zegt de h. Dostert. “Hij was het, daarvan ben ik zeker.” Dierickx herkent hij echter niet, omdat deze in de duisternis stond.

De voorzitter stelt getuige in kennis van de openbaringen van Mw, Momper; “De aanvaller”, aldus de h. Dostert, “vroeg mij geen geld, hij had het reeds gekregen. Ik ben formeel, ik herken hem aan zijn aangezicht en vooral aan zijn stem”.

Een taxibestuurder, Pierre Bougard, uit het Moezel-departement, getuigt dat hij op 17 oktober Florizoone, die gewond was, naar Brussel vervoerde. Zijn klant hem op 2 november de rit komen betalen. Hij vertoonde geen wonden en had evenmin een litteken op het voorhoofd.

Het proces wordt maandagochtend voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 November 1970

Vrouw aangehouden wegens laster

In verband met het incident tijdens de zitting van het Naamse Assisenhof van vrijdagmiddag, werd de moeder van de beschuldigde Momper, Marthe Koenig, wed. Momper, geboren te Esch-sur-Alzette, op 6 juni 1921 en wonende rue Pasteur, zaterdag onder aanhoudingsmandaat geplaatst wegens lasterlijke beweringen en smaad aan de magistratuur.

Marthe Koenig, die de eed niet kon afleggen, had voor het gerecht verklaard dat een Luxemburger, Lucien Bley, haar in september tot tweemaal toe gezegd ad dat hij het schot had afgevuurd, waardoor de h. Raymond Dostert op 5 november 1967 te Lorentzweiler getroffen werd. Van deze aanslag wordt Florizoone, die formeel door het slachtoffer herkend werd, beschuldigd.

Volgens Marthe Koenig had Lucien Bley verder gezegd dat hij geschoten had omdat de h. Dossert geweigerd had hem geld te geven. De h. Dostert, die op één meter afstand van zijn aanrander stond, had Florizoone herkend. Tot driemaal toe verklaarde hij dat aan diens identiteit geen twijfel bestond. Verder heeft hij verklaard dat de man die het revolverschot afvuurde, hem nooit geld gevraagd had, aangezien hij het geld reeds had weggenomen toen de eigenaar van de villa tussenbeide gekomen was.

De h. Dostert werd zaterdag te Lorentzweiler aan een verhoor onderworpen door hoofdcommissaris Bastin van de gerechtelijke politie van Namen en door de veiligheidsdiensten van het Groothertogdom. Hij verklaarde dat Lucien Bley deel had uitgemaakt van zijn personeel, dat hij hem zeer goed kende en dat hij hem dadelijk zou herkend hebben als hij de aanrander geweest was.

Lucien Bley werd sedert mei jl. door de politie van het Groothertogdom gezocht en in België werd een bevel tot inhechtenisneming tegen hem uitgevaardigd. Zijn persoonsbeschrijving werd door Interpol rondgezonden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 November 1970

Florizoone, Dierickx en Demeuse aan de tand gevoeld

Het proces ten laste van de bende Florizoone werd maandag voortgezet voor het Hof van Assisen van Namen. Eerst was er sprake van de diefstal van identiteitskaarten op het gemeentehuis van Hever. Die documenten werden later door de bendeleden gebruikt.

Demeuse loochent aan die diefstal te hebben deelgenomen met Florizoone en een zekere Roger, wiens identiteit men nooit te weten is gekomen.

De volgende diefstal, die wordt, opgeroepen is die in de bijgebouwen van het Volkshuis te Vilvoorde. Deze bracht 71.200 fr. op. Florizoone beweert dat Demeuse hem een opzetje heeft gegeven. Het hof gaat zich dan meer speciaal bezighouden met de feiten die Florizoone, Dierickx en Demeuse ten laste worden gelegd. Op 8 oktober 1967 pleegden zij een inbraak in de woning van Jacques Dostert te Lorentzweiler en legden er de hand op 980.000 frank aan effecten en juwelen. Gedurende lange tijd zouden zij deze inbraak ontkennen omdat er verband zou kunnen gelegd worden met de diefstal die een maand later in dezelfde gemeente werd gepleegd en waarbij Raymond Dostert zwaar gewond werd. Later werden echter voorwerpen uit de buit herkend en dienden de inbrekers toch te bekennen.

Florizoone bekent dat hij tijdens een inbraak te Koekelberg, die 400.000 fr. opbracht, mw. Lambrechts wekte en haar met een alarmpistool bedreigde. “Met dat ding zou men echter geen vlieg hebben kunnen doden”, zegt hij.

Dan worden verscheidene andere operaties te Eigenbrakel, te Oostende en in het Groothertogdom onder de loep genomen. Zij gingen het drama van Lorentzweiler vooraf. Florizoone en Dierickx waren alleen te Pontpierre waar zij 104.500 fr. stalen ten nadele van de h. Jean-Pierre en Adolphe Schmitz.

Op 1 november zijn zij te Kockelscheuer (10.000 fr.) en op 5 november ’s namiddags te Frisange waar zij het landhuis van de h. Schmitz bezoeken, maar door een Duitse herdershond worden gestoord. Dierickx slaagt erin de hond op te sluiten. Volgens Florizoone vertrekken zij onmiddellijk naar Merano (Italië) voor een verblijf van drie weken, zonder echter aan te lopen bij de h. Raymond Dostert, die door een pistoolschot wordt gewond.

Na deze vakantie volgen de inbraken van Obereom (Groothertogdom) van Suarlée, een poging tot inbraak te Aarlen, een diefstal met inbraak in een winkel te Bastenaken (100.000 fr.). Bij al deze operaties waren Florizoone Dierickx, Demeuse en Maria Momper betrokken, terwijl de eerste drie ook nog deelnamen aan diefstallen te Gembloers (35.000 fr.) en te Eigenbrakel (7.580 fr.).

Vooraleer de zitting op te schorten meent de voorzitter dat men woensdag het rekwisitoor en de pleidooien zal kunnen horen. De jury zal op eventjes 613 vragen moeten antwoorden.

Litteken?

Tijdens de namiddagzitting is de verdedigers van Florizone, Mr. Wynants, tot tweemaal toe tussengekomen om te vragen dat men de Brusselse arts zou oproepen die enkele dagen voor de overval van Lorentzweiler verscheidene haakjes uit het aangezicht van zijn cliënt zou hebben verwijderd.

Substituut Lecomte antwoordde dat de kamer van inbeschuldigingstelling dergelijk verzoek reeds heeft afgewezen daar de feiten al meer dan drie jaar oud zijn. Voorts verklaarde hij dat het getuigenis van de Franse taxibestuurder, de h. Bougard, formeel is: drie dagen voor de zaak van Lorentzweiler vertoonde Florizone geen enkel litteken. Het hof zal dinsdag uitspraak doen over dit incident.

Tijdens dezelfde terechtzitting werd ook nog gesproken over de poging tot overval die op 12 februari 1968, omstreeks 1 uur ’s ochtends gepleegd werd op het agentschap van Biervliet te Oostende en waarbij de h. Derijcke, die gewapend was, twee gewapende bandieten op zich zag afkomen. Het weren Florizone en Dierickx. Deze laatste vuurde eenmaal in de grond opdat Florizone zou kunnen vluchten.

De h. Derijcke werd als getuige gehoord en weidde omstandig uit over deze agressie die gepleegd werd op aanwijzing van Wilkin, toendertijd in dienst van het genoemde agentschap. Er werd ten slotte nog gesproken over de misdrijven van Eigenbrakel, Luneville (Frankrijk), Drongen, Biez en Baulet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 November 1970

Florizoone bracht lachers op de hand

Op de gerechtszitting van dinsdagvoormiddag in het proces ten laste van de bende Florizoone, werden de laatste van de 126 misdrijven behandeld. Dit zijn o.m. de diefstal van 15 identiteitskaarten en van de gemeentestempel Archennes, vervaardigen en gebruik van valse identiteitskaarten, verduistering van 12 huurauto’s die vervolgens in verscheidene Europese landen werden achtergelaten, inbraken te Herpent (8.000 fr.), te Innsbrück, in het Groothertogdom en in Zwitserland.

Te Innsbrück roofde Florizoone alleen 100.000 fr. Te Flamatt (Zwitserland) werden 100.000 fr. en juwelen gestolen van de h. Bouquet, en te Niederwangen leverde een operatie 35.000 fr. op. Te Senningen (Groothertogdom) werd een diefstal van 50.000 fr. gepleegd door Florizoone, juist zoals te Ettelbrück, Ellange en Larochette. Florizoone pochte met een diefstal in Beieren en met een twintigtal andere in Duitsland, waarover hij echter geen bijzonderheden verstrekte.

Het hof hield zich daarna bezig met de betichtingen van valsheid in geschrifte en wapenbezit. Florizoone vroeg echter bewijzen en haalde daarbij het Vlaamse gezegde aan : “Als mijn kat een koe was hadden we alle dagen melk”. Hij kreeg meteen de lachers op zijn hand. Ten slotte werden Florizoone en Dierickx ervan beschuldigd de leiders te zijn van een bende booswichten.

De voorzitter kwam terug op de verklaringen van Momper en haar moeder volgens welke Raymond Dostert zou gewond zijn door een kogel afgevuurd door een zekere Lucien Bley. Uit het onderzoek in het Groothertogdom is gebleken, aldus de voorzitter, dat de h. Dostert samen met Bley gestudeerd heeft en voor en na de feiten zijn werkgever is geweest. De h. Dostert is formeel: hij heeft zijn aanvaller goed gezien en het was Bley niet.

De voorzitter deelde mee dat rekwisitoor en pleidooien woensdag zullen gehouden worden.

Nog een getuige

Het hof heeft tijdens de namiddagzitting een arrest geveld waarbij Florizoone gemachtigd wordt dokter Struys, van Woluwe, die enkele dagen voor de overval van Lorentzweiler een wonde in zijn aangezicht met haakjes zou hebben gedicht, als getuige te laten oproepen. De arts zal tijdens de terechtzitting van woensdag worden gehoord.

Vervolgens las de voorzitter het verslag van de gerechtelijke politie. Daarin wordt in verband met de verklaringen van moeder Momper o.m. verklaard dat de h. Dostert, slachtoffer van de overval van Lorentzweiler, Lucien Bley best heeft gekend, aangezien hij tot tweemaal toe diens werkgever is geweest. Dienvolgens is men er zeker van dat Bley volkomen vreemd is aan de overval.

Vervolgens was het de beurt van Florizoone om erop te wijzen dat hij volstrekt geen uitstaans heeft met een eventueel manoeuvre van Marthe Koenig, Maria Mompers moeder.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 November 1970

Harde woorden voor Florizoone en Dierickx

Tijdens het proces tegen de bende-Florizoone hoorde het Assisenhof van Namen woensdagmorgen een getuige van de verdediging, Dr. Struyf uit Brussel, die verklaarde een zekere Deprins (één der valse namen van Florizoone) verzorgde te hebben voor verwondingen die hij niet nader kan aanduiden, op 23 oktober '67.

Vervolgens zette substituut Lecomte in een drie uur durend rekwisitoor de elementen uiteen, waaruit volgens hem de schuld van de aangeklaagden blijkt, o.m. die betreffende Florizoone en Dierickx in de zaak van Lorentzweiler.

Gewezen te hebben op de schade die tal van slachtoffers opliepen, gaf de substituut de jury uitvoerig uitleg over haar opdracht en over de juridische gegevens van het probleem.

“Florizoone en zijn medeplichtige trachten zich thans valselijk voor te doen als gentlemen, maar het zijn geduchte bandieten, die vak gewapend optraden en niet geaarzeld hebben te schieten, als men hen verhinderd had er vandoor te gaan”, zei hij.

Florizoone speelde de rol van chef en Dierickx die van luitenant. De beide vrouwen waren medeplichtig bij een aantal diefstallen en maakten zich schuldig aan heling. De substituut weidde uit over het schot op de h. Dostert te Lorentzweiler. Op dat ogenblik opereerden Florizoone en Dierickx in het Groothertogdom. Twee uur vroeger pleegden zij een diefstal te Frisange (20 km. daar vandaan). Zij reisden per wagen. De sporen van de banden op het pad aan de villa van de h. Dostert stemmen overeen met de banden van die wagen.

Een hele reeks nauwkeurige en met elkaar overeenstemmende verdenkingen wegen bovendien op de beschuldigden: De beschrijving der kostuums, die de kleur hadden van de kledij die zij volgens een taxichauffeur droegen en het overijlde vertrek naar Merano (een techniek die bij de diefstal aangewend werd). Tenslotte is het getuigenis van de h. Dostert formeel: Florizoone heeft op hem geschoten en hij heeft hem op een meter afstand gezien.

Florizoone en Dierickx vrijspreken van de aanranding te Lorentzweiler, zo besloot de substituut, zou tegen alle gezond verstand indruisen en een kaakslag zijn voor de slachtoffers.

’s Namiddags gaf de voorzitter lezing van een brief, die hem door bemiddeling van een dagblad door Mievis werd gezonden. Mievis, de beschuldigde die nog steeds voortvluchtig is, beweert niets te maken te hebben met de diefstallen die door de bende werden gepleegd.

Tot ieders verrassing gaf Florizoone het inzicht te kennen zichzelf te verdedigen betreffende de zaak Dostert. “Ik heb toch wel recht op vijf minuten”, zo zegt hij, “want daarna wordt met jaren geteld.” Vijf kwartier lang verdedigde Florizoone zich. Hij heeft in de gevangenis gestudeerd om aan de delinquentie te ontkomen, zegt hij. “Ik ben een bandiet maar geen moordenaar. Ik ben onschuldig in de zaak van Lorentzweiler.”

Daarna schetste Mr. Wynants, de verdediger van Florizoone, de ongelukkige jeugd van beschuldigde, die een trauma opdeed door een beenbreuk en door zijn verblijf te Mol misvormd werd. Florizoone is geen moordenaar, zo zegt hij. Zijn openhartigheid, zijn oprechtheid en zijn goedheid stuiten op koelheid. De vraag is of de maatschappij niet meer schuldig is dan hij.

Donderdagmorgen worden de pleidooien voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 November 1970

Verdedigers achten vele beschuldigingen niet bewezen

Donderdagmorgen werden de pleidooien verdergezet in het proces van de bende-Florizoone voor het Assisenhof van Namen. De verdediger van Dierickx, de h. Vergouwen, zag in de systematische ontkenningen van zijn cliënt het gevolg van het feit dat hij als laatst aangehoudene zijn vrienden wil belasten met feiten toe te geven die dezen niet hebben bekend.

De spreker bleef ook elk argument van de beschuldiging verwerpen over de deelname van Florizoone en Dierickx in de zaak-Lorentzweiler. In oktober hadden Florizoone en Dierickx in Lorentzweiler een miljoen gestolen. Het was hun dus niet aangeraden er in november 1967 terug te keren. Bandensporen bewijzen hier niets. De h. Vergauwen trok de eerlijkheid der verklaringen van Demeuse en Momper in twijfel. “Het slachtoffer, de h. Dostert, wees uiteindelijk Florizoone als zijn belager aan”, zei hij nog, “maar de tweede misdadiger beschrijft hij als iemand van het Spaans type, wat helemaal niet overeenkomt met de beschrijving van Dierickx.”

“Er blijft twijfel bestaan”, besloot de h. Vergauwen, “en u moet mijn cliënt in de zaak-Lorentzweiler vrijspreken.”

Mw. Suzanne Moreau trok een hele serie inbreuken in twijfel die Demeuse ten laste worden gelegd of de wijze waarop deze werden toegelicht. Zij stelde vast dat Florizoone Demeuse wilde treffen en dus heeft kunnen liegen om deze te bezwaren. In wettelijke zin is de samenwerking van de misdadigers niet vastgesteld, want niet alle vereiste voorwaarden zijn hiervoor voorhanden.

Mw. Fernande Motte-De Raedt stelde dat Wilkin zijn deel van de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen en de schuld van zijn bijzit Georgette Dufour heeft willen verzachten. Georgette Dufour hing volledig van hem af en beschouwde zich volkomen thuis bij Wilkin. Hij bracht er wie hij wilde. Dufour heeft nooit een revolver aangeraakt tenzij om het wapen in de Ourthe te werpen. Haar medeplichtigheid aan de mislukte hold-up te Oostende staat niet vast. Men beschuldigde haar ervan dat ze de inbrekers na hun slag onderdak heeft verleend, maar zij sliep toen Wilkin ze erheen had gebracht.

De h. Christian Bouvier zag in Momper een toevallige misdadigster en een slachtoffer van de bende. Haar rol bleef beperkt tot een verre medeplichtigheid bij de eerste diefstallen. Zij bleef in de wagen zitten en verliet de bende met Mievis. Zij werd bedreigd door Florizoone. En van hem had ze grote schrik.

Florizoone vernam dat ze door de BOB werd ondervraagd en om ze te compromitteren bracht hij ze naar het huis waar hij had ingebroken. Zo hoopte hij haar de mond te snoeren. De h. Bouvier oordeelde dat Momper handelde onder een onweerstaanbare dwang die het gevolg was van de angst die Florizoone haar inboezemde.

Volgens de voorzitter bleek dat helemaal niet uit het dossier.

Incident

In de loop van de namiddag verweet substituut Lecomte tijdens zijn replieken aan de verdediging dat ze het ene punt na het andere van de negentien betwist hebben. Volgens hem zijn het juist deze punten die de schuld van Florizoone en van Dierickx in de overval van Lorentzweiler bewijzen. Hij herinnerde eraan dat de beschuldigde Demeuse, die het huis van Dostert niet kent, negen volstrekt juiste bijzonderheden over de ligging van het huis heeft kunnen mededelen. Maria Momper, op grond van andere confidenties, kon vier elementen van het drama beschrijven waaraan ze niet heeft deelgenomen. Men kan voorts de eerlijkheid van de h. Dostert niet in twijfel trekken.

Substituut Lecomte verklaarde dat de eerste beschuldigde op de bende een zeer grote invloed had en dat hij het merendeel der inbraken heeft voorbereid en georganiseerd. Mr. Wynants, de verdediger van Florizoone, merkt op dat de maatschappij niets gedaan heeft om zijn cliënt te helpen er weer bovenop te komen. Mr. Vergauwen, de verdediger van Dierickx, verklaarde dat gerechtelijke dwalingen steeds het gevolg zijn van toevalligheden en dat er in bet dossier-Dostert geen bewijs van schuld voorhanden is.

Na een korte repliek van Mr. Suzanne Moreau ter verdediging van Demeuse, beklemtoonde Mr. Motte-De Raedt het passief karakter van de rol die gespeeld werd door Georgette Dufour. Mr. Bouvier herinnerde eraan dat Maria Momper schrik heeft van Florizoone. De voorzitter deelde mede dat er ten minste 613 vragen zullen gesteld worden. Het rekwisitoor en de pleidooien zullen maandag gehouden worden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 November 1970

Jury moest antwoorden op 613 vragen

Voor het Assisenhof van Namen werd vrijdagmorgen het verhoor voortgezet in de zaak Florizoone.

Toen de voorzitter aan Dierickx vroeg of hij nog iets aan zijn verdediging heeft toe te voegen, antwoordde hij bij het geval Lorentzweiler hij niet betrokken was. Demeuse zei dat hij een bril met donkere glazen draagt, niet om zijn trekken te verbergen maar ten gevolge van een ongeval.

Wilkin legde uit dat hij de auto in Merano ging weghalen omdat hij deze aan de medebeschuldigden had verkocht en deze hem hiervoor niet hadden betaald. Bovendien zei hij, betaalde ik de huur van het huis te Sterrebeek en niet Dufour, die er de andere leden van de bende ontving.

Georgette Dufour had niets te zeggen. Maria Momper gaf te verstaan dat zij Florizoone vreesde en dat zij betreurt vertrouwen te hebben gesteld in de mensen, die haar ertoe hebben aangezet lid te worden van de bende, die zij verliet.

De voorzitter las de 613 vragen voor. Dat duurde anderhalfuur, niettegenstaande hij slechts het essentiële las. Te 10u35 trok de jury zich terug om te beraadslagen.

De beraadslaging van de jury was veel vlugger beëindigd dan voorzien. De volledige verklaring van de jury is moeilijk weer te geven, gezien het grote aantal vragen waarop geantwoord moest worden.

De jury antwoordde bevestigend op de vragen aangaande de schuld van Florizoone en Dierickx in de zaak Lorentzweiler; in deze operatie werd de h. Dostert gewond. Alle bezwarende omstandigheden werden behouden, met uitzondering van het feit dat zij ’s nachts gehandeld zouden hebben.

Voor de mislukte hold-up te Oostende werden Florizoone, Dierickx en Wilkin schuldig bevonden, met behoud van verscheidene bezwarende omstandigheden. Wat Georgette Dufour betreft, antwoordde de jury bevestigend aangaande de medeplichtigheid door onderdak te verlenen aan de bandieten. De beschuldigden werden beschouwd als zijnde leden van een bende gevormd om te stelen. De jury heeft ontkennend geantwoord op de vraag betreffende de bendevorming om te moorden.

Florizoone en Dierickx werden door de jury als de bendeleiders aangeduid. De beschuldigden werden in de zaal geleid en de griffier las hen de verklaring van de jury voor.

Maandag wordt de zaak verder behandeld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 November 1970

Voortvluchtige Mievis kreeg vijf jaar gevangenisstraf

Het Hof van Assisen van Namen is dinsdag zonder juryleden bijeenkomen om zich uit te spreken over de besluiten van de burgerlijke partijen in het rechtsgeding tegen de leden van de bende Florizoone. Zij kregen allen voldoening, meestal de symbolische frank of schadeloosstelling gaande van 1.000 tot 17.000 fr.

De beschuldigden hebben zich vervolgens teruggetrokken waarna het Hof bij verstek vonnis velde in het geval van het voortvluchtige bendelid André Mievis, 29 jaar, uit Wemmel. Het hof veroordeelde hem tot vijf jaar opsluiting wegens zijn deelneming aan een vijftiental misdrijven in België, West-Duitsland, Zwitserland en Frankrijk.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 November 1970

2,167

(15 replies, posted in 1980-1989)

Luiks advocaat blijft aangehouden

De drie zelfgemaakte bommen, ontdekt in de bankkluis van de 57-jarige Luikse advocaat Jean-Michel Systermans, blijken van dezelfde makelij als de springtuigen die ontploften in het Luikse Justitiepaleis op 6 december 1985, en in de eigen studie van de advocaat op 19 maart laatstleden. Systermans blijft inmiddels alle betrokkenheid bij beide aanslagen met de glimlach ontkennen.

In de kamer, die de advocaat betrok bij een bejaard echtpaar, werd ook een valiesje gevonden, waarin verschillende ontstekingsmechanismen en rubberen handschoenen zaten. Systermans blijft herhalen dat hij springtuigen en mechanismen “van een onbekende op een parkeerplaats” had ontvangen, en van plan was ze aan het gerecht over te dragen.

Zoals men zich zal herinneren, ontplofte op 6 december 1985 een bom (bommen?) in het Justitiepaleis te Luik, waarbij een student in de Rechten het leven verloor. Op 19 maart laatstleden explodeerde een springtuig in de eigen studie van de advocaat aan de Quai Marcellis te Luik. Daar werd enkel stoffelijke schade toegebracht.

Systermans verschijnt vandaag voor de Luiks Raadkamer, die zijn aanhouding al dan niet met een maand zal verlengen. Tot nog toe kon niet bevestigd worden of de advocaat enige bindingen had met extremistische groeperingen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Juni 1987

2,168

(9 replies, posted in 1980-1989)

Vader en zoon dood in Antwerpse diamantwijk

Woensdagnamiddag was er urenlang beleg in het meest kritieke veiligheidsgebied van Antwerpen, de diamantwijk. Uiteindelijk bleek de gruwelijke waarheid: in een diamantkantoor aan de Rijfstraat werden twee diamantairs, vader en zoon Moons, neergeschoten. Ondanks strenge identiteitscontrole en een waterdicht afgrendelen van de wijk, konden de daders niet gevat worden.

De gerechtelijke diensten waren ook ’s avonds nog erg zuinig met informatie. Of het om een overval ging, of er een ander motief achter de dubbele wandaad zat, kon niet met worden uitgemaakt. De thesis van een overval met het oog op diamantenbuit is de meest aanvaardbare - anders verklaart niets het feit dat één van de slachtoffers gekneveld en doodgeschoten aangetroffen werd.

Toen de veiligheidsdiensten na een gecoördineerde belegering in de lokalen van diamanthandel Moons aan de Rijfstraat 12 binnendrongen, leefde een van de twee slachtoffers nog. De man overleed ter plaatse - de snelle komst van twee klinimobils kon niet meer baten.

Oproep

Het was even vóór drie woensdagnamiddag toen de politie gealarmeerd werd. In het gebouw aan de Rijfstraat, in het hartje van de diamantwijk, betrekt de firma Moons lokalen op de derde verdieping. Vanuit aanpalende vertrekken werd alarm geslagen, toen iemand daar lawaai hoorde. Wat er juist aan de hand was wist op dat ogenblik niemand.

De politie rukte uit, maar een overzicht van de echte situatie was er niet. Naar wij vernamen kwamen verdere benauwende gegevens vanuit een kantoor aan de overzijde. Daar zag personeel hoe in een kamer naast het kantoor van Moons drie mensen op de grond zaten, blijkbaar in paniek, die naar de scheidingsmuur wezen en teken deden dat zij niet konden praten.

Waren zij beducht voor wat daarnaast gebeurde of vreesden zij door de overvallers bedreigd ie worden? Het kantorencomplex van Rijfstraat 12 vormt mee de hoek met de Hoveniersstraat en paalt ook aan de Empire-parking en het winkelcentrum, dat dwars door het stratenblok loopt. Naast de winkelgalerij is er een toegang naar de kantoren van o.m. de firma Moons.

Politie in uniform en in burger begon aan het doorzoeken van de parking na een melding dat men daar een gewapende man had gezien. De rijkswacht rukte aan met noodverlichting om ook de donkere hoeken van de parkeergarage te kunnen doorzoeken. De pantserwagen van de Antwerpse politie kwam ter plaatse. Men wist immers niet of het om een hold-up, een gijzeling of wat dan ook ging.

Binnen geraken in de kantoren van Moons duurde nogal een tijd en toen deed men daar de gruwelijke ontdekking. Ook snel ontboden hulp kon niet meer baten voor Ludo Moons, de 46-jarige vader, en zijn zoon Patrick (26).

Het uitkammen van de buurt werd nog lang voortgezet maar leverde niets op. Alleen werd er heel wat geduld gevraagd van werknemers in de buurt en gebruikers van de parking, die pas na identiteitscontrole de afgeschermde zone mochten verlaten. De politie kwam handen te kort.

Diamantkantoren worden met heel wat elektronische en andere middelen beschermd omwille van de veiligheid. Ook bij de firma Moons was er een video-installatie. Deze diende echter alleen voor controle van personen, die zich aan de ingang aanboden. De beelden werden niet geregistreerd, zodat het belangrijk bewijsstuk van een videoband ontbreekt. Later deed de politie nog een oproep: kort vóór de feiten moeten zich nog twee personen bij Moons hebben aangeboden. Die worden verzocht zich te melden.

Een tijdlang werd uitgekeken naar iemand in het uniform van een veiligheidsdienst - iedere mogelijkheid werd nagetrokken. Het bleek dat niemand van de bekende privé-veiligheidsdiensten omstreeks dat tijdstip in de diamantbuurt was. Of het om één of twee daders gaat staat trouwens nog niet met zekerheid vast. Een vaag signalement van een man van rond de 35 was het enig aanknopingspunt - misschien zelfs niet eens een echt aanknopingspunt.

Wel lijkt de thesis van twee daders aannemelijk. Bij de slachtoffers werd een mes gevonden. Hebben zij zich nog willen verdedigen? Het wordt onwaarschijnlijk geacht dat zij tegenover één man niet meer weerstand konden bieden. Het geconcentreerd onderzoek, waaraan alle gerechtelijke diensten meewerken, draait nog op volle toeren - maar moet noodgedwongen starten met zeer weinig aanknopingspunten. Ook over de grootte van mogelijke buit is men voorlopig nog helemaal in het ongewisse.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 April 1988

Aktetas in Vosselaar gevonden - Moordenaars Antwerpse diamantairs nog altijd spoorloos

De gerechtelijke diensten hebben nog geen spoor dat hen naar de daders van de dubbele moord op de Antwerpse diamantairs Willy en Patrick Moons kan leiden. Omdat de onderzoekers geen enkele kroongetuige hebben proberen ze nu het doen en laten van de slachtoffers op de dag van de moord volledig te reconstrueren om alsnog een aanknopingspunt te vinden. Het enig nieuw feit in heel de zaak is de zekerheid dat de dader(s) er met een partij ongeslepen diamanten vandoor zijn. Mogelijk is er ook geld gestolen.

Zoals bekend werden vader en zoon Moons woensdagnamiddag in hun kantoor in de Rijfstraat 12 te Antwerpen doodgeschoten. Er wordt aangenomen dat het om een roofmoord gaat, aangezien de brandkast open stond en er stenen gestolen werden, maar de thesis van een afrekening in het diamantmilieu wordt nog niet uitgesloten.

Over de omvang van de buit is nog niets bekend. De familie van de slachtoffers liet zich niet in met de professionele activiteiten van vader en zoon Moons en weet bijgevolg niet wat er in de brandkast stak. De politie heeft evenmin een spoor van de vermoedelijk meerdere daders. Het is immers vrij onwaarschijnlijk dat één overvaller de twee diamantairs kon overmeesteren en één van hen knevelen.

De mogelijkheid bestaat dat de moordenaars bekenden waren van de twee slachtoffers. Zij hebben hen immers eerst gecontroleerd met een videocamera en dan via de dubbele deur binnengelaten in het kantoor. Wat er dan gebeurde is voorlopig nog een raadsel. De bedienden van de firma Beirendonck, die naast het kantoor van Moons gevestigd is, hoorden op een bepaald moment roepen, vervolgens een waarschuwing dat er zou geschoten worden en uiteindelijk de fatale schoten.

De daders hebben volgens de rijkswacht het gebouw snel kunnen verlaten, vermits er heel wat nooduitgangen bestaan die in de parking aan de achterzijde van het kantoorcomplex uitgeven.

De kans is zeer klein dat de daders ergens herkenbaar op videoband staan. De installatie van Moons zelf registreerde niets. De camera's die buiten aan het gebouw bevestigd zijn wel, maar die zetten alle voorbijgangers op band. Ook al diegenen die het nabij gelegen winkelcentrum betreden. Het is dus zoeken naar een speld in een hooiberg. Het enige vaag signalement waarover men op dit ogenblik beschikt is dat één van de daders een 30 tot 35 jarige kalende man zou kunnen zijn.

Onderzoeksrechter Verhaghe van Antwerpen heelt meegedeeld dat donderdagmorgen omstreeks 9u30 een zwarte Samsonite-aktetas werd aangetroffen in een vuilnisbak, recht tegenover de zijingang van het wegrestaurant "Casterel”, aan de autoweg E34 op het grondgebied van Vosselaar bij Turnhout, richting Nederland.

De ledige koffer hoorde toe aan een van de slachtoffers van de overval in de Antwerpse diamantwijk van woensdag, namelijk Ludo Moons. (…)

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 April 1988

Aktetas van slachtoffer gevonden in Vosselaar

Er is nog steeds geen spoor van de daders van de moord op de diamantairs Patrick en Ludo Moons, woensdag in hun kantoor in de Antwerpse Rijfstraat. De enige aanwijzing is de aktetas van Ludo Moons, die donderdagmorgen werd aangetroffen nabij een restaurant langs de E34 in Vosselaar.

Voorlopig blijven de daders van de diamantmoord spoorloos. De enige aanwijzing die de gerechtelijke diensten tot nu toe hebben is de aktetas van vader Ludo Moons. Die werd op donderdag 14 april om 9u30 gevonden in een vuilnisbak, recht tegenover de zij-ingang van het wegrestaurant Casterel langs de E34 op het grondgebied Vosselaar in de rijrichting Nederland.

Dat meldden wij reeds in onze laatste edities van vrijdag. Het gaat om een zwarte aktetas van merk Samsonite, ongeveer 50 Centimeter lang.

Onderzoeksrechter D. Verhaeghe doet een oproep tot getuigen die en persoon of personen het koffertje daar zagen deponeren. Het koffertje kan in de vuilnisbak gelegd zijn tussen woensdag 13 april om 15u en donderdag 14 april om 9u30. (…)

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 April 1988

Beloning voor tips over vermoorde diamantairs

De familie van de vermoorde Antwerpse diamantairs Ludo en Patrick Moons looft een belangrijke beloning uit voor wie de rijkswacht een tip levert die aanleiding kan geven tot de aanhouding van de daders of de recuperatie van de gestolen diamanten en geld. Hoeveel de premie bedraagt, werd niet gezegd.

Zoals bekend werden vader en toon Moons vorige week woensdag tussen 14u40 en 15u in hun kantoor, Rijfstraat 12 in het hartje van de Antwerpse diamantwijk vermoord. Kort na mekaar werden ze met een pistool van het kaliber 7,65 mm door het hoofd geschoten. De Antwerpse rijkswacht kon ondertussen achterhalen dat de daders er vandoor gingen met 5500 diamanten voor een totale waarde van 2,5 miljoen frank. Het gaat om een panij "gezaagde” ruwe stenen. Dit betekent dat aan elke diamant een effen vlak zit.

Verder werd er nog 10.612 dollar gestolen, in biljetten van verschillende waarden en 19.800 Bfr. Volgens de rijkswacht gaat het wel degelijk om roofmoorden. De mogelijkheid van een afrekening in het milieu wordt omzeggens uitgesloten. Na een week intensief zoeken zijn de gerechtelijke diensten voor de rest nog niet veel wijzer geworden in deze zaak. Ze vonden enkel twee aktetassen afkomstig uit het kantoor van de vermoorde diamantairs.

De tassen werden gevonden aan het wegrestaurant Casterel op de E 34 in Vosselaar. Eén aktetas lag in een vuilniscontainer in de richting Nederland. De tweede aan de overkant van de snelweg, richting België dus. De speurders zijn op zoek naar getuigen die iemand iets hebben zien weggooien nabij het restaurant, woensdag na 15u.

De rijkswacht gaat er van uit dat de daders van de dubbele moord minstens met twee waren. Eén van hen zou een kalende man zijn van rond de 35 jaar. De daders zijn mogelijk afkomstig uit Nederland en vrijwel zeker Nederlandstalig. De Antwerpse onderzoekers brachten dan ook Interpol Den Haag op de hoogte van hun bevindingen.

Het onderzoek van de moordzaak wordt gevoerd door de rijkswacht in samenwerking met de gerechtelijke politie en de opsporingsdienst van de Antwerpse politie. (...)

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 April 1988

2,169

(30 replies, posted in 1980-1989)

Het artikel van dhrlanden komt dus uit Gazet van Antwerpen:

Was Bende van Nijvel in Oppuurs café?

Vertoefde de Bende van Nijvel verleden week in een cafe te Oppuurs en kon ze een kwartier voor de rijkswacht arriveerde ontsnappen? Voor het tiental klanten van woensdagavond in café Duivenlokaal aan de Lippeloseweg te Oppuurs-Nijven bestaat daarover geen twijfel. Zij wezen op robotfoto’s unaniem “de reus” aan, die bij iedere overval van de bende werd opgemerkt. (*)

“Er waren woensdagavond omstreeks 10 uur zowat 10 klanten jn in het café”, aldus zoon Geert Boey, 21. “Enkelen waren aan het biljarten, anderen teken toe, en een paar stonden aan de toog. Op dat ogenblik kwamen vier onbekenden binnen. Zij gingen rechts aan de tapkast staan, aan de kant van de deur, vlakbij de bingokast.”

“Ik was net bezig met een klant achteraan in het café aan het biljart en had het viertal niet zien binnenkomen”, gaat Geert Boey verder. “Omdat niemand achter de tap stond begonnen ze de gelagzaal rond te wandelen en nogal arrogant te vragen waar de baas zat, of is iedereen er misschien baas?” Ze bestelden vier pinten bier.

Verdacht

“Ik tapte en trok terug naar het biljart“, aldus Geert Boey. “Twee van de vier gingen vervolgens het hele café goed bekijken. Ikzelf en de klanten begonnen de kerels toen te wantrouwen.”

“Terug aan de toog bij hun twee kameraden, beslisten ze op de bingo te gaan spelen. Eerst moest ik er 200 punten opzetten de enen en toen die blijkbaar geen succes had, besloot een anderen zijn kans te gaan.”

“Het viel ons allemaal op hoe ze met een ruk naar de deur keken telkens er iemand binnenkwam of buitenging. Kwam iemand der stamgasten in hun buurt aan de tap, dan stopten ze met praten en hielden de betrokken persoon zwijgend in het oog. Wij begonnen deze lieden allemaal heel verdacht te vinden”, aldus de zoon des huizes. “Met mij spraken ze Brussels en onder mekaar Frans. Twee van hen waren groot - 1.80 m, 1,90 m - en struis: de ene schat ik in de veertig, de andere in de twintig. De struise veertiger betaalde zowel bingo als pinten en haalde daarvoor een dik pak bankbiljetten uit zijn zak. Bij hem bemerkte ik duidelijk een tatoeage op de voorarm. De twee anderen waren vermoedelijk eveneens in de 20. De jongste - één-tweeentwintig jaar - droeg junkhaar: heel kort van boven, maar lang vanachter en opzij.”

“Ze droegen geen opvallende kleren. Evenmin bemerkten we speciale littekens op hun gelaat. Niemand van de aanwezige klanten kende het viertal”, gaat Geert Boey verder. “En te Oppuurs, en zeker hier op Nijven, kent iedereen omzeggens iedereen.”

Auto

“Even voor elf uur kwam mijn ma thuis”, aldus Geert Boey. “In de keuken vertelde ik haar over het rare viertal. Zij trok het café in en hield de kerels een tijdje in het oog. Ik vertrouw ze niet”, zei ze, en ging buiten kijken welke auto's er geparkeerd stonden. Vijftig meter voorbij het café zag ze een voor haar onbekende, rode BMW520. Ze reed er met de fiets naartoe en noteerde de nummerplaat, en belde naar de politie. Een automatisch antwoordapparaat meldde dat voor dringende gevallen de 901 kon worden opgeroepen. Dat deed ze dan.”

“Ma gebruikte de telefoon in het privé-vertrek”, vervolgt Geert Boey. “Een tweede toestel staat achter de toog in de gelagzaal en daar ook kun je aan de beltikken horen welk nummer er op het ander toestel gevormd wordt. Het viertal stond amper twee meter van de telefoon achter de toog. Zij konden duidelijk horen dat er eerst een negen, een nul en een zes werden gevormd, en vlak daarop een negen, een nul en een één.”

“Nog maar net was dit laatste cijfer gedraaid, of de vier bekeken mekaar, fluisterden iets, en vroegen of ze het bedrag op de bingo, 1.600 frank, konden aftikken. Dan verlieten ze het café. Wij gluurden naar buiten, en zagen dat ze zich naar de rode BMW spoedden. De rijkswacht arriveerde een kwartier later. De vogels waren inmiddels al gaan vliegen.”

Unaniem wezen de klanten de robotfoto aan van “de reus” van de Bende van Nijvel. De betrokken nummerplaat bleek in mei laatstleden definitief afgeschreven te Charleroi.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 November 1985

(*) Iemand een idee over welke robotfoto het hier gaat?

2,170

(0 replies, posted in 1990-1999)

Samenvatting

  • Wat? Vijfvoudige moord naar aanleiding van een twist over een wagen

  • Wanneer? 5 Augustus 1991

  • Waar?
    - De vijfvoudige moord gebeurde in de Rue Pasteur, Quarouble (Frankrijk) » Google Maps
    - De lijken werden ontdekt in het bos van Harchies in Beloeil (Henegouwen) » Google Maps

  • Wie? Denis Guédin en zijn vriendin Sylvie Vancaeneghem

  • Wapen: .22 long rifle, de moordenaar zou het wapen na de feiten in de Schelde hebben gegooid. De ochtend van de feiten kocht hij de munitie en een geluidsdemper.

  • Status: Opgelost

Kort na de aankomst van de familie Rouccoult in het huis van Denis Guédin, schoot deze laatste voor de ogen van de kinderen de twee volwassenen een kogel door het hoofd, waarna hij ook de kinderen doodde. Alle slachtoffers werden met een schot in het hoofd vermoord. Jonathan Fiorantino (9 jaar) probeerde echter nog te ontsnappen. Daarop joeg Denis Guédin met de long rifle vier projectielen door de linkerslaap van het kind.

De vijf lijken werden in plastiek zakken gestoken, vastgebonden met elektriciteitsdraad en gedumpt in een bos. De wagen waarmee Guédin de lijken naar het bos bracht, werd nadien gedumpt in een kanaal aan de Frans-Belgische grens.

In januari 1995 werd Denis Guédin veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Zijn vriendin werd veroordeeld tot 10 jaar cel.

Denis Guédin:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/denis_10.jpg

Lijken gedumpt in vuilniszakken

“Een regelrechte afslachting”, zo omschreven procureur-generaal Georges Demanet uit Bergen en de Procureur des konings Poncelet het drama, waarop een eenzame jogger in het bos van Harchies was gestuit.

De sportieve man, wiens identiteit niet onthuld werd, signaleerde de gruwelijke vondst, die hij dinsdag omstreeks elf uur in de voormiddag deed onmiddellijk aan de politie, maar toen ging er tijd verloren. Pas rond 17 uur gingen twee agenten van Bernissart ter plaatse omdat zij het voordien te druk hadden met een zwaar verkeersongeval in Blaton.

Uit de eerste vaststellingen van twee wetsdokters bleek de gruwelijke vijfvoudige misdaad volop. Alle slachtoffers werden - na de executie - gebonden met elektriciteitsdraad en dan in plastieken zakken gestopt, waarna de dader(s) de lijken in het bos van Harchies ging(en) leggen. Er werd niet eens moeite gedaan om ervoor te zorgen dat de sporen van de
wandaad moeilijk zouden ontdekt worden.

Dankzij een goede samenwerking met de gerechtelijke diensten van Valenciennes kon de Doornikse procureur des konings Guy Poncelet woensdag in de late namiddag de identiteiten aan de massaal verzamelde pers meedelen: Frédéric Roucoult een 35-jarige Fransman uit de rue de Raismes 9 in Wallers-Alembert (tussen Saint-Amand en Valenciennes) werd omgebracht samen met zijn vrouw, de vermoedelijk 35-jarige Anne-Marie Faehr, hun dochtertje en twee neefjes. De kleine Elodie was pas drie en een half jaar. Haar neefjes Jonathan Fiorantino en David Faehr waren respectievelijk 9 en 14 jaar.

Toen procureur de gruwelijke manier waarop vijf mensen stierven, toelichtte werd de emotie hem even te sterk toen hij de verwondingen van de kinderen beschreef. "Er werd gevuurd 'à bout portant' (van heel dichtbij). Er werden geen kruitsporen of brandwonden aangetroffen, die erop zouden wijzen dat het wapen tegen het hoofd van de slachtoffers werd gedrukt."

Frédéric werd gedood door een kogel, die achter het linkeroor het hoofd binnendrong. Anne-Marie Faehr werd getroffen in de nek-streek. De kleine Elodie had een schotwonde midden het voorhoofd. David stierf door een schot in het hoofd en de negenjarige Jonathan kreeg vier projectielen door de linkerslaap. Probeerde hij nog te ontkomen en werd er daarom zo woest op de jongen gevuurd?

Het staat vast dat de brutale executie gebeurde met een .22 Long Rifle en het gerecht twijfelt er niet aan dat de vijfvoudige moord elders (waarschijnlijk in Frankrijk) gebeurde waarna de slachtoffers met de auto naar het bos van Harchies werden gebracht.

Omtrent het motief tast men nog in het duister. Wel zegde de moeder van de jonge Jonathan dat Frédéric Recourt een tweedehands wagen had gekocht, maar door de verkoper verzocht werd de auto terug te brengen. Hij zou dan zijn geld terugkrijgen.

Vijf plastiek zakken mei daarin de lijken van twee volwassenen en drie kinderen vormden de vreselijke ontdekking in het bos van Harchies. Eerst had het gerecht weinig aanknopingspunten om de identiteit van de slachtoffers te achterhalen.

Het parkel van Doornik dat dinsdag ter plaatse kwam onder leiding van onderzoeksrechter Platteau liet omstreeks 19u de gruwelijke vondst overbrengen naar ‘“L’ Hopital Civil” in Doornik. Daar voerden twee wetsdokters woensdag tussen 8u en 14u30 de vijfvoudige autopsie uit.

Woensdagnamiddag toen nog niet vast stond wie de doden waren, trachtten de onderzoekers met details van aangetroffen voorwerpen hulp van kennissen of verwanten in te roepen.

De dode man (later geïdentificeerd als Fréderic Rocourt) droeg een halsketting met op de hanger de inscripties ‘W. Germany’ en ‘Hanussen’. Aan een tweede halsketting hing een dolfijntje. In zijn trouwring stond ‘Frédéric-Anne-Marie / 14 juin 1986' en zijn zegelring droeg de initialen F. R.

De trouwring van de vrouw (Ann-Marie Faehr) raakte al dadelijk de relatie tussen de twee volwassen slachtoffers duidelijk, want hij droeg dezelfde inscriptie.

"Excuseer mij voor de emotie”, slikte procureur Guy Poncelet even toen hij aan de beschrijving van het kleine dode meisje begon. “Het meisje was gekleed in een paars jurkje en droeg donkerblauwe sandaaltjes. Zij droeg kleine oorringen en een kleine ketting met ovalen medaillon met waarop “Elodie - 20 Javier 1988”. Elodie bleek al snel het dochtertje van de man en de vrouw.”

"Alles wijst erop dat de vijf slachtoffers in Frankrijk vermoord zijn geweest, want zij hadden geen enkele aanwijsbare en voor de hand liggende reden om zich op Belgisch grondgebied te bevinden”, aldus procureur des konings Guy Poncelet. “Het enige wat wij momenteel met zekerheid kunnen zeggen, is dat zij geen kampeerders waren, en dat zij met een .22 long rifle werden gedood.”

Procureur Poncelet besloot zijn persconferentie met te wijzen op de complete samenwerking tussen de Belgische en Franse politiediensten. “Wij hopen maar één zaak: dat wij zo vlug mogelijk de daders kunnen vatten, en dat zij een voorbeeldige straf zullen krijgen voor hun werkelijk weerzinwekkende daden.”

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Augustus 1991

Vuilniszakken ontdekt tussen halfhoge varens

De blauwe plastiek vuilniszakken - een soort die veel wordt gebruikt in Frankrijk - met de lichamen van de vermoorde Fransen werden ontdekt in het bos van Harchies tussen halfhoge varens en struikgewas. Ze lagen langs een wegeltje, zowat 300 meter diep het bos in. Klaarblijkelijk waren ze daar in zeven haasten gedumpt: de daders hadden geen enkel moeite gedaan om ze met aarde of groen te bedekken.

Het boswegeltje begint aan de Rue d’Harchies als een metersbrede aardeweg. Borden aan de bomen wijzen erop, dat het hier privé-eigendom betreft, dat er gejaagd wordt, en dat de toegang verboden is. Na 200 meter versmalt de aardeweg tot een pad van amper één meter breed.

In de aardeweg, hier en daar door recente regenbuien omgevormd tot een slijkerige brij, staan vele sporen van autobanden. Verboden toegang of niet, het bospad kreeg hoe dan ook regelmatige bezoekers. Bewoners uit de buurt vertellen dat het oord in trek is bij paartjes die er in de auto komen vrijen. Maar ook joggers, wandelaars en mountainbikers maken er frequent gebruik van. De lugubere ontdekking werd trouwens door een jogger gedaan. Aan de straatkant bevinden de eerste huizen zich honderden meter verderop, en de op-en afrit van de autosnelweg Valenciennes-Bergen ligt op goed 500 meter van het bospad. In vogelvlucht bevindt de Franse grens zich op 5 kilometer.

Dinsdag werd uit het kanaal Nimy-Blaton-Péronnes, dat eveneens op een paar honderd meter van het bewuste bospad loopt, een Mercedes zonder nummerplaten uit het water gehaald. Maar tot nog toe is het een open vraag of dit voertuig iets te maken heeft met de vijfvoudige moord.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Augustus 1991

Identiteit jogger blijft geheim

Dinsdagavond werden de lichamen een eerste maal oppervlakkig onderzocht in het dodenhuisje van Doornik, terwijl woensdag een doorgedreven autopsie volgde. Alle kogels van het moordwapen werden in de lichamen teruggevonden. De naam van de jogger, die de vuilniszakken ontdekte, wordt door het parket van Doornik geheim gehouden. De elektriciteitssnoeren rond handen, voeten en hals zijn volgens procureur Poncelet geen belangrijk element in de zaak. Blijkbaar werden ze alleen gebruikt om de lichamen kleiner en makkelijker transporteerbaar te maken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Augustus 1991

Eerder dit jaar drie verkoolde lijken

De vondst van vijf lijken in het bos van Harchies in Beloeil doet terugdenken aan een even tragische ontdekking op 10 januari van dit jaar in dezelfde streek rond Doornik. Toen werden in het Sablièrebos te Howardries in een uitgebrande personenwagen drie verkoolde lijken aangetroffen. Onderzoek wees uit dat de slachtoffers reeds vóór de brand om het leven waren gekomen. De 31-jarige lederbewerker Zhe-Shou Ly, zijn vriendin Hai-ying Chen,’ beiden uit het Noord-Franse Douai, en een niet nader geïdentificeerde adolescente bevonden zich in een Audi 100 met Franse of Duitse nummerplaat.

In verband met deze zaak werd op 14 februari het Chinese echtpaar Van Kien-Hu Jin Wei in het Noordfranse Saint-Amand-les-Eaux aangehouden. Het Belgisch gerecht had een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd tegen dit echtpaar op verdenking van doodslag op Zhe-Shou Ly en Hai-ying Chen. De slachtoffers zouden aan Van Kien en Hu Jin Wei hebben gevraagd om tegen betaling hun familieleden clandestien naar Frankrijk over te brengen. De gerechtelijke politie van Rijsel vond in het appartement van Ly een wegenkaart waarop de naam Howardries onderstreept was en waarop eveneens vermeld stond: ”180.000 Franse frank in baar geld”.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Augustus 1991

Vijf mensen vermoord wegens banale ruzie om tweedehands auto

Na uren ondervraging door de gerechtelijke politie van Rijsel zijn de 27-jarige arbeider Denis Guédin uit het Noord-Franse Quarouble, en zijn 25-jarige zwangere vriendin Sylvie donderdag in hechtenis genomen. Hun woning aan de Rue Pasteur werd verzegeld.

Denis Guédin is de eerste verdachte. In zijn woning vond men blauwe plastiek zakken van het type, waarin de slachtoffers werden geborgen. En in het gerechtsgebouw van Valenciennes werd donderdag vernomen dat de man onlangs een geluidsdemper voor een wapen kocht.

In Wallers-Arenberg, op zowat 18 km daarvandaan, gaan de gesprekken nog steeds over de brutale moord op Fréderic, Anne-Marie en Elodie Roucoult en de neefjes David en Jonathan wiens lijken dinsdag in Beloeil werden gevonden.

Denis Guédin werd woensdag opgepakt in Calais waar hij tijdens de zomermaanden werkte op de werf van de kanaaltunnel. Hij was ook dinsdag reeds verhoord nadat familie van de slachtoffers de politie op hoogte had gebracht van hun verdwijning. Kort daarop leek de kroongetuige spoorloos. Hij werd echter snel teruggevonden, hetgeen erop kan wijzen dat de man toen reeds geschaduwd werd.

Bij de eerste ondervraging zegde Guédin dat hij de Roucoult's maandagnamiddag voor het laatst had gezien in zijn woning te Quarouble. Toen werd er een geschil geregeld, verduidelijkte hij.

Frédéric Roucoult bracht nl. de Ford Escort 1600 Diesel terug, waarvoor hij reeds een voorschot van 5.000 Fr. frank (30.000 Belgische) had betaald. Afgesproken was dat Roucoult nog 45.000 Fr. frank (270.000 fr.) zou betalen voor complete vereffening. De verkoop ging echter niet door want Guédin had de wagen zelf nog niet afbetaald en kon daarom de grijze kaart niet geven die bij de transactie hoorde. Guédin verklaarde dat hij maandag het voorschot aan Roucoult had terugbetaald en de wagen had teruggenomen.

De Ford Escort werd bij het onderzoek snel aangetroffen. De Renault 5 waarin Anne-Marie en de kinderen Frédéric volgden, toen die de wagen ging terugbrengen, is nog niet terecht.

Toch wilden de ondervragers niet meteen de voor Guédin zwaarst belastende conclusie trekken. Een vijfdubbele moord voor een tweedehands auto, het lijkt te onaannemelijk. Dat de man en zijn vriendin toch onder arrest werden geplaatst kan er echter op wijzen dat uren ondervraging meer bewijzen opleverden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Augustus 1991

Snel alarm kon drama niet voorkomen

Christian Faehr, de broer van de vermoorde Anne-Marie Faehr woont aan de rue de Raimes 7 in Wallers-Arenberg en was de buur van het gezin Roucoult. Christian zag zijn schoonbroer Frédéric maandag omstreeks 16u30 voor ’t laatst.

Achteraf vertrok Frédéric met zijn gezin en de neefjes naar het laatste rendez-vous - de afspraak met Denis Guédin om de zaak met de auto te regelen...

Er was eerst nog getelefoneerd in verband met de ontmoeting en dan stapte Frédéric in de blauwe Ford Escort. Zijn vrouw Anne-Marie Faehr, hun drieënhalfjarig dochtertje Elodie en de twee neefjes Jonathan en David volgden met hun rode Renault 5.

Nog wagen zoek

Christian meent dat het de bedoeling was de verkoop van de Escort ongedaan te maken ten huize van Denis Guédin aan de rue Pasteur in Quarouble. Dat stemt trouwens overeen met de eerste verklaringen die de verdachte Guédin heeft afgelegd.

Wat er daarna juist gebeurd is, zal het verder gerechtelijk onderzoek moeten uitwijzen. Men weet bijvoorbeeld ook nog niet waar de terreinwagen 4x4, die Guédin onlangs kocht, gebleven is. De werkloze Guédin was naar verluidt niet vast in dienst bij de werken aan de kanaaltunnel. In perioden van werkloosheid verdiende hij vaak wat bij met het opknappen van allerlei klusjes.

Volgens zijn buren is hij een "uiterst discreet persoon, die men enkel zijn woning zag binnen- en buitengaan”. Sinds twee jaar leefde hij samen met zijn vriendin in het eerder armtierige huisje te Quarouble, waarvoor het paar maandelijks 1.600 Fr. fr. (9.600 B.fr.) huishuur betaalde.

Dinsdag werd Guédin voor het eerst verhoord op het politiecommissariaat in het Noord-Franse Denain. Dat gebeurde nadat de familie van de slachtoffers de politie op de hoogte had gebracht van hun verdwijning.

Waarschijnlijk is het alleen aan het lang wegblijven van de twee neefjes te wijten dat de familie zo snel ongerust was en zich tot de politie wendde. Frédéric had immers niet gezegd dat hij nog een of ander van plan was met zijn vrouw en de kinderen. En men wist dat Anne-Marie de volgende dag moest gaan werken.

Mogelijk dachten de verwanten gewoon aan een auto-ongeval of iets dergelijks. De waarheid was een stuk gruwelijker... En ook het feit dat er zo snel alarm geslagen werd, kon uiteindelijk niets meer veranderen aan het tragisch lot van de Roucoults en de kinderen...

Voorlopig gaf het gerecht geen verdere informatie over de verhoren. Ook niet over de reden waarom Guédin's vriendin mee in hechtenis werd genomen. Was zij getuige van het drama? Trachtte zij haar vriend een alibi te bezorgen? Er blijven nog heel wat vraagtekens...

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Augustus 1991

Vijfvoudige moordenaar bekent voorbedachtheid

Denis Guédin (27) en zijn zeven maanden zwangere vriendin Sylvie Vancaneghem (20) hebben gisteren bekend dat zij maandagavond in hun woning in het Noord-Franse Quarouble de vijfvoudige moord op de familie Roucoult hebben gepleegd. Het paar werd vrijdagmiddag in staat van beschuldiging gesteld voor respectievelijk "verscheidene moorden" en "medeplichtigheid aan moord".

Procureur Paul Pierson van Valenciennes deelde mee dat de misdaad met voorbedachtheid is gepleegd en bevestigde dat het geschil over de verkoop van de tweedehands Ford Escort het motief is geweest.

Guédin en Vancaneghem, die sedert donderdag reeds in hechtenis werden genomen, zijn vrijdag overgedragen aan het parket van Valenciennes, waar procureur Paul Pierson hun opsluiting beval.

Ook al werd snel vermoed dat Denis Guédin de dader was, toch leek de drijfveer -een banale ruzie om een occasiewagen- onaannemelijk. Maar stukje bij beetje vielen de puzzelstukken in elkaar. Zo bleek dat Guédin zich maandagmorgen het moordwapen, een .22 long rifle, en twee laders aanschafte. Duidelijk voorbedachtheid dus en allicht ook een bewijs voor de primaire reacties van de dader.

Volgens het parket zijn het driekoppige gezin Roucoult en de twee neefjes letterlijk in een hinderlaag gelopen. Aanvankelijk moet Denis Guédin nochtans gedacht hebben dat alleen Frédéric Roucoult naar de afspraak zou komen... Maar ook toen het hele gezin Roucoult in het armtierige huurhuis aankwam, voerde hij zijn plan uit.

Toen de vijf bezoekers op de sofa iets aan het drinken waren, greep Guédin zijn nieuwe long rifle en vuurde de moordende schoten af.

Bij het eerste onderzoek werden geen bloedsporen aangetroffen. Denis Guédin en Sylvie hadden die met bleekwater al weggepoetst. Of dit gebeurde vóór of nadat de lijken in blauwe plastiek zakken waren weggebracht naar Beloeil, zal uit de complete wedersamenstelling moeten blijken.

Denis Guédin en Sylvie Vancaneghem vervoerden de vijf lijken in de wagen van Marie Faehr. De Renault 5 werd op de door de moordenaar aangegeven plaats teruggevonden in een kanaal aan de Frans-Belgische grens.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Augustus 1991

Bang vermoeden van zwager werd gruwelijke waarheid

Christian Faehr, de broer van Anne-Marie Faehr en de schoonbroer van Frédéric Roucoult die vlak naast hen woont aan het nummer 7 van de rue de Raismes in Wallers-Arenberg, heeft het dus meteen bij het rechte eind gehad. Hij wist immers zeer veel, zo niet alles af van de moeilijkheden rond de transactie met de Ford Escort.

"Voor mij lijdt het niet de minste twijfel dat Denis Guédin het geld niet had om het voorschot terug te betalen. Daarom zijn mijn zuster, haar man en de kinderen nu dood", zo verklaarde Christian Faehr woensdagavond reeds.

De gruwelijke feiten en het bevel tot opsluiting door procureur Pierson hebben de stelling van het familielid snel bevestigd. In de woning aan de rue Pasteur in Quarouble, waarop donderdag-namiddag reeds de gerechtelijke zegels werden gelegd, hadden de wetsdienaars de eerste veelzeggende aanwijzingen gevonden: blauwe plastieken vuilniszakken en elektrische snoeren, die dadelijk deden denken aan het materiaal dat de twee politiemannen van Bernissard (bij Beloeil) dinsdagnamiddag omstreeks 17u had ontdekt in het bos van Harchies.

Zes uur eerder dezelfde dag hadden zij de tip gekregen van de anoniem gebleven jogger, maar een verkeersongeval vertraagde de eerste vaststellingen. In het schamele huis aan de rue Pasteur in Quarouble werd door de gerechtelijke diensten later ook een kogelinslag ontdekt. Het leek toen al duidelijk de kroongetuigen ook hoofdverdachten waren.

Hun bekentenissen zijn niet lang uitgebleven en hebben alleen de veronderstellingen van de speurders bevestigd. De gruwel, die van meetaf uit de gebeurtenissen bleek, is nog niet helemaal toegelicht.

Alle slachtoffers werden met een schot in het hoofd vermoord. Het vierde slachtoffer de negenjarige Jonathan Fiorantino, het neefje van de kleine Elodie, werd echter nog met meer brutaliteit omgebracht. Vermoedelijk omdat Jonathan trachtte te ontkomen, joeg Denis Guédin met de long rifle vier projectielen door de linkerslaap van het kind. En ongetwijfeld was het voor de speurders een beklemmend moment toen de twee verdachten dit (nog niet vrijgegeven) detail van de moordpartij bekenden.

Zelfs bij snel schieten duurt het even eer men op drie personen heeft gevuurd. Misschien probeerde de ontzette Jonathan toen te ontsnappen aan de gruwel, die zo plots gebeurde dat het kind het zich ternauwernood realiseren kon.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Augustus 1991

Slachtoffers vijfvoudige moord worden woensdag begraven

Woensdag 14 augustus om 10u worden in de Sint-Barbarakerk in het Noord-Franse Wallers-Arenberg Frédéric Roucoult, zijn echtgenote Anne-Marie Faehr, hun dochtertje Elodie en hun neefje Jonathan Fiorentino ten grave gedragen. De begrafenisplechtigheid van het tweede neefje David Faehr heeft dezelfde dag om 15u plaats in Haveluy.

De lijken van deze vijf mensen, die door Denis Guédin (27) in de nacht van maandag op dinsdag met een long rifle werden neergeschoten in zijn woning in Quarouble, worden vandaag van het hospitaal in Doornik naar Noord-Frankrijk overgebracht. In de Sint-Barbarakerk van Arenberg is vanaf 14u een rouwkapel ingericht.

Het wapen van de vijfvoudige moord is nog steeds niet teruggevonden. Inmiddels heeft Denis Guédin bekend de long rifle .22 op Frans grondgebied in de Schelde te hebben gegooid.

De reconstructie die binnen de acht dagen moet gebeuren, zal moeten verduidelijken hoe alles concreet in zijn werk is gegaan en welke precies de rol is geweest van Guédins 20-jarige vriendin Sylvie Vancaeneghem.

Het lijkt weinig waarschijnlijk dat Sylvie Vancaeneghem Denis Guédin maandagavond met de alle-terreinwagen zou zijn gevolgd tijdens het overbrengen van de lijken naar het bos van Harchies. Zij kan namelijk geen auto besturen.

Volgens een bepaalde bron zou Guédin in de Renault 5 naast de vijf vuilniszakken met de lijken ook een fiets hebben geladen, waarmee hij vanuit Hensies naar het 11 km verderop gelegen Quarouble zou zijn teruggereden.

Chronisch geldgebrek

Volgens de ouders Michel (45) en Denise (47) Guédin die in Vicq wonen, is het nauwelijks te geloven dat hun zoon Denis zich zo’n uitermate onmenselijk gedragspatroon heeft kunnen aanmeten. "Hij hield zeer veel van kinderen. Hij wond zich nooit op en dronk nooit. Hij had ons gevraagd om tijdens zijn afwezigheid te willen zorgen voor zijn kat Fred, zijn twee kippen en zijn haan". Zijn vader voegt er nog aan toe: "Had mijn zoon mij gesproken over zijn financiële problemen, dan had ik hem zeker het nodige geld geleend".

Denis Guédin leed inderdaad aan chronisch geldgebrek. Hij beschikte echter wel over een verzameling gewelddadige videofilms, over een reeks oorlogstuigen, over hulzen en kogels van alle kalibers en over een revolver Rüger. En volgens bekentenissen die Sylvie Vancaeneghem vrijdag aflegde zou Guédin de week voor de vijfvoudige misdaad reeds gezegd hebben dat hij Frédéric Roucoult om het leven zou brengen indien hij nog lang over de bewuste Ford Escort "lastig” deed.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Augustus 1991

Rouwkapel in Wallers-Arenberg

In de Sint Barbarakerk in Wallers-Arenberg staan twee grote en twee kleine lijkkisten opgesteld, die van het altaar worden gescheiden door een purperen gordijn. Van de kerk is een rouwkapel gemaakt voor de vijf mensen, die 5 augustus als gevolg van een banale onenigheid, vermoord werden en wier lijken in het bos van Beloeil werden ontdekt.

Met het oog op de begrafenisplechtigheid, die vandaag plaats vindt, werd het stoffelijk overschot van Frédéric en Anne-Marie Roucoult, hun drie en een half jaar oude dochtertje Elodie en haar negenjarig neefje Jonathan zondagavond van het ziekenhuis te Doornik overgebracht naar het - zoals de overige huizen in het mijndorpje - in rode baksteen opgetrokken kerkje.

Het stoffelijk overschot van de 14-jarige David Faehr, die eveneens van het leven beroofd werd, is overgebracht naar de kerk van Haveluy, een paar kilometers verder, waar de jongeman woonde.

Van na het middaguur kwamen de bewoners van Wallers een laatste groet brengen aan de slachtoffers. Een buurvrouw, die er zich niet voor schaamde haar tranen de vrije loop te laten, vertelde dat meevoelende dorpsbewoners in kleine groepjes vijf tot tien minuten, niet langer, in het kerkje vertoeven, maar dat de lijkkisten op geen enkel ogenblik alleen worden gelaten.

Van dit algemene gevoel van medeleven getuigen talrijke ruikers en bloemen en tientallen gedenkplaatjes, die in de kerk worden achtergelaten. Op een van deze rouwplaatjes - van het gemeentebestuur - wordt hulde gebracht "aan de beestachtig vermoorde drie kinderen en twee volwassenen”.

De slachtoffers werd op 5 augustus in het huis van de 27-jarige werkloze Denis Guedin in het dorpje Quarouble, koelbloedig afgemaakt met een kogel in het voorhoofd. De lijken werden ontdekt in het bos van Beloeil, op Belgisch grondgebied, niet ver van de Franse grens. Guedin, die met Frédéric Roucoult overhoop lag en aan wie hij een gehypothekeerde auto had verkocht, bekende vrijdag de vijfvoudige moord te hebben gepleegd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Augustus 1991

Verdriet onbeschrijflijk groot in Wallers-Arenberg en Haveluy

Verslagen, machteloos en radeloos, bijwijlen grenzend aan het hysterische. Betraande, wenende en huilende gezichten, zowel bij jonge als oude familieleden van de vijf inwoners uit het Noordfranse Wallers-Arenberg en Haveluy die vorige week vermoord werden. Samen met ettelijke honderden vrienden begeleidden zij woensdagmiddag Frédéric Roucoult, Anne-Marie Faehr, Elodie Roucoult en Jonathan Fiorentino naar hun laatste rustplaats in Wallers-Arenberg. Enige tijd later had in Haveluy de uitvaartplechtigheid plaats van David Faehr.

Het leed, dat Denis Guédin en zijn hoogzwangere vriendin Sylvie Vancaeneghem maandagavond 5 augustus in hun woning in Quarouble aanrichtten, is inderdaad onbeschrijflijk groot.

Voor het portaal van de Sint-Barbarakerk stonden enorm veel bloemen en kransen. Op een deelnemingsplaket van het gemeentebestuur werd verwezen naar de gruwelijke moord die in het Henegouwse Beloeil ontdekt werd.

Het kleine kerkje van Wallers-Arenberg zat afgeladen vol met mensen, die allen behept waren met één en dezelfde vraag: "Waarom?”. De oud-deken van Denain, die samen met twee concelebranten de eucharistieviering opdroeg, poogde op deze vraag een antwoord te formuleren.

Gemengde gevoelens

"Hoeveel gemengde gevoelens hebben wij inderdaad de jongste dagen niet gehad, hier in een streek waar de mensen houden van kinderen en van gezinnen op wie niets aan te merken valt? Straks zal de tijd aangebroken zijn voor het onderzoek en voor de justitie, maar nu is de tijd gekomen voor het gebed, om uit God de kracht te putten die boven al het menselijk ieed uitstijgt”.

"Om de wereld beter te maken”, zo zei de oud-deken van Denain in zijn homilie, "moet men de weg kiezen van de liefde, van de solidariteit, van de goedheid, van de broederlijkheid en van de vriendschap. Enkel deze weg vormt het tegengif voor de haat en de vijandschap”.

Tot de rijkelijk verzamelde pers zei de oud-deken van Denain: "Geachte dames en heren journalisten, u hebt uw werk gedaan, u hebt aan de wereld verteld welk kwaad hier is geschied. Verspreidt thans het goede nieuws, dat de liefde het tegengif is van de haat en de vijandschap. Draagt in uw media deze boodschap uit van vrede, en dat de liefde steeds op de haat en de vijandschap moge zegevieren".

Ook de burgemeester van Beloeil, Edouard Dufrasnes, betuigde namens zijn gemeente zijn innige deelneming aan de getroffen familieleden. "Bij ons is de verslagenheid even groot als hier”, aldus burgemeester Edouard Dufrasnes. "Mensen vermoorden, dat doet men niet, welke ook het motief moge zijn. De dader is een uitermate onevenwichtig man. Het is ongelooflijk dat een mens tot zo'n dingen in staat kan zijn”.

Na de uitvaartplechtigheid ging de lijkstoet langs de woning van Frédéric, Anne-Marie en de kleine Elodie aan de rue de Raismes in Wallers-Arenberg naar het wat verderop gelegen kerkhof. De verscheurdheid, de radeloosheid, het onmogelijk onder woorden te vatten verdriet van de getroffen families kwam aldaar nog acuter tot uiting.

Pas na de ter aardebestelling kwamen de tongen los. Eén veertiger zei onomwonden: "Voorbedachtheid, akkoord. Maar de advocaten zullen hameren op zijn ontoerekeningsvatbaarheid, en dat is natuurlijk een zeer ongelukkige toestand.”

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Augustus 1991

Moordenaar zou slachtoffers ook hebben beroofd

ln aanwezigheid van onderzoeksrechter Jean-Franois Tritscheler en hoofdbeklaagde Denis Guédin had gisteren in het Noord-Franse Quarouble een wedersamenstelling plaats van de vijfvoudige moord, die begin augustus nabij Beloeil aan het licht is gekomen. Op 5 augustus schoot de 27-jarige Guédin in zijn woning vijf mensen dood: Frédéric en Anne-Marie Roucoult, hun driejarige dochter Elodie en hun twee neven Jonathan Fiorentino (9) en de veertienjarige David Faehr. Allen kregen een kogel in het hoofd.

Guédin had met Frédéric Roucoult een geschil over de verkoop van een tweedehands wagen. Hij heeft de vijfvoudige moord, waarbij hij in het gezelschap was van zijn twintigjarige vriendin Sylvie Vancaneghem bekend. Tevens heeft hij bekend de vijf lijken naar Beloeil te hebben overgebracht, alwaar ze in een bos zijn ontdekt.

Volgzaam

Volgens het parket van Valenciennes heeft Guédin bij de wedersamenstelling op geen enkele manier voor moeilijkheden gezorgd. Zo heeft hij getoond waar hij het moordwapen en persoonlijke bezittingen van zijn slachtoffers had verborgen.

Intussen hebben familieleden van de slachtoffers bekendgemaakt dat Denis Guédin zijn slachtoffers nadien nog heeft beroofd. De dag na de moorden haalde hij, volgens de familieleden, namelijk nog 10.000 Franse fr. van de bankrekening van het gezin Roucoult met een betaalkaart, die hij zou hebben gevonden in de handtas van de vermoorde Anne-Marie Faehr.

Petitie

Inmiddels doet het gerucht de ronde dat de familie van de vijf vermoorde slachtoffers een petitie laat rondgaan. Deze zou bestemd zijn voor de Franse president François Mitterrand. Aan de Franse president zou gevraagd worden de onlangs afgeschafte doodstraf opnieuw in te voeren.

Het circuleren van deze petitie sluit aan op een verklaring van de burgemeester van Wallers-Arenberg, de woonplaats van de vijf vermoorde slachtoffers. De burgemeester van Wallers-Arenberg zou aan Mitterrand willen vragen de doodstraf door onthoofding bij wijze van uitzondering opnieuw kracht van wet te willen geven voor de moordzaak van Quarouble.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Augustus 1991

Start proces vijfvoudige moord om auto in Frans-Belgische grensstreek

Morgen, woensdag, start voor het assisenhof van het Franse Douai het proces tegen een echtpaar, beschuldigd van de moord op een ander koppel en drie kinderen in 1991 in de Frans-Belgische grensstreek. De zaak kreeg destijds in ons land grote aandacht omdat de slachtoffers in de bossen van Harcies-Beleoeil, in de provincie Henegouwen werden gevonden. Ze staken in plastieken zakken. De vijfvoudige moord had te maken met de verkoop van een wagen.

Denis Guédin, een arbeider die 27 jaar was op het ogenblik van de feiten, en Sylvie Vancaneghem, zijn vriendin die toen twintig was, worden beschuldigd van respectievelijk moord en medeplichtigheid aan moord. Op 5 augustus 1991 waren Frédéric (34) en Anne-Marie Roucoult (29) naar Quarouble, een mijnwerkersdorpje aan de Belgische grens, gereden om een geschil over de verkoop van een wagen te regelen. Het koppel was vergezeld van hun 3-jarig dochtertje Elodie en hun neefjes David Faehr (14) en Jonathan Fiorentino (9).

Denis Guédin had het koppel een auto verkocht waar nog een pand op rustte. De familie Rouccoult wilde de wagen daarom teruggeven en de 270.000 frank die ze cash betaald had terug krijgen. Guédin had hiertegen geen bezwaar gemaakt en het gezin was met twee wagens richting Quarouble vertrokken. Geen van de vijf mensen zou levend terugkeren. Hun lichamen werden de dag daarop gebonden in vuilniszakken teruggevonden in de bossen van Harchies-Beloeil in de Belgische provincie Henegouwen.

Tijdens het onderzoek legden Denis Guédin en zijn vriendin bekentenissen af. De twee hadden de ochtend van de feiten munitie en een geluiddemper gekocht. Kort na de aankomst van de familie Rouccoult in het huis van Denis Guédin, schoot deze laatste voor de ogen van de kinderen de twee volwassenen een kogel door het hoofd, waarna hij ook de kinderen doodde. Het proces zal vermoedelijk drie dagen duren.

Bron: Belga | 17 Januari 1995

Vijfvoudige moord Quarouble: levenslang geeist

Het openbaar ministerie heeft vrijdag tijdens het proces over de moord op een echtpaar en drie kinderen in augustus 1991 in het Frans-Belgische grensplaatsje Quarouble levenslang geeist tegen beklaagde Guedin, die tevens achttien jaar lang van zijn vrijheid moet worden beroofd. Het vonnis wordt vanavond verwacht nadat de verdediging aan het woord is gekomen en de jury tot haar conclusies is gekomen.

De magistraat, Paul Pierson, eiste tegen Guedin's levensgezellin en medebeklaagde Sylvie Vancaneghem vijftien jaar gevangenisstraf. De openbare aanklager stelde dat Vancaneghem het publiek het beeld wil bijbrengen van een achterlijke jonge vrouw maar dat ze niets deed om het bloedbad te voorkomen en hem daarbij hielp. Toch bepleitte hij verzachtende omstandigheden. Over Guedin zei de advocaat-generaal dat deze doodgewone man uitgroeide tot een duivels individu dat zijn schuldeisers met voorbedachtheid elimineerde.

De advocaat-generaal, die onderstreepte dat Sylvie een actieve rol in het drama speelde, beklemtoonde vooral het feit dat de vrouw wist wat er ging gebeuren maar toch hulp en bijstand bood. Tijdens de executie ondernam ze niets en later hielp ze de lijken vervoeren en de sporen van de misdaden uitwissen. Denis Guedin omschreef hij tenslotte als een koudbloedig en vastberaden kerel, "die ook de laatste hinderlijke getuige van de moordpartij wilde uitschakelen".

De advocaten voor de burgerlijke partijen, die de gezinnen van de slachtoffers vertegenwoordigen, overstelpten eerder de twee beulen met hun bewijslast overstelpt en betoogden dat deze tragedie de wilsuiting was van twee personen, "het resultaat van een gewilde, vastbesloten en goed geplande actie."

Bron: Belga | 20 Januari 1995

Vijfvoudige moord

Vrijdagavond zei Denis Guedin zijn "daad" te betreuren. éIk heb een onomkeerbare daad gesteld. Verschoning", aldus de beklaagde voordat de jury zich terugtrok uit een bomvolle zaal aandachtige volgers van het proces. Zijn verdediger, Mr. Jean Thiry, betoogde vooral dat de man wil boeten, een nieuw leven beginnen. Guedin zelf heeft altijd toegegeven de moordenaar van de familie Roucoult te zijn maar loochent de voorbedachtheid. Als gevolg van een twist is alles uit de hand gelopen, zo stelde hij. Thiry bepleitte heropvoedbaarheid.

Sylvie's advocaat beschreef haar als een psychisch volledig geremd meisje zonder onderscheidingsvermogen, het instrument, niet de medeplichtige, van Denis Guedin, de "edele prins" die haar uit een moeilijk milieu haalde. Uit de verschrikkelijke moordpartij onthield de advocaat een onbeduidende anekdote. "Het was wel degelijk Sylvie die oranjesap uitschonk voor de familie Roucoult", aldus strafpleiter Dupond-Moretti, die dat gebaar echter buiten verhouding achtte tot de door het O.M. wegens medeplichtigheid geëiste vijftien jaar celstraf.

"Vandaag zou het bij de Roucoults feest moeten zijn geweest want het dochtertje Elodie zou vandaag, vrijdag, zeven jaar zijn geworden", aldus een der advocaten van de burgerlijke partijen.

Bron: Belga | 20 Januari 1995

Vijfvoudige moord

Het assisenhof veroordeelde Denis Guedin vrijdagavond tot levenslange gevangenisstraf. Daarenboven kan of mag de 30-jarige moordenaar van een echtpaar en drie kinderen tijdens een periode van achttien jaar niet worden vrijgelaten. De 24-jarige Sylvie Vancaneghem, die aan medeplichtigheid aan de moorden, gevolg van een geschil over een gehypothekeerde auto, schuldig werd bevonden, kreeg tien jaar celstraf. De burgerrechten van beiden worden tien jaar opgeschort. De jury volgde dus het O.M. maar gedeeltelijk. De advocaat-generaal had levenslang voor Guedin en 15 jaar cel voor zijn bijzit geeist.

Bron: Belga | 20 Januari 1995