Robert Becker is op 11 juli 1947 geboren in Valence (Frankrijk).
You are not logged in. Please login or register.
Bende van Nijvel → Posts by Ben
Robert Becker is op 11 juli 1947 geboren in Valence (Frankrijk).
Bij het bloedbad in het Sofitel-hotel in Avignon op 5 augustus 1983 zijn de twee hoofddaders nooit berecht omdat de één direct daarna werd doodgeschoten en de ander voor zijn proces overleed. Hoewel er in 1987 een proces plaatsvond voor het Hof van Assisen van de Vaucluse in Carpentras, stonden daar destijds enkel twee handlangers terecht die niet direct bij het moorddadige bloedbad aanwezig waren.
De daders
De bloedige overval op het kluizencomplex van het hotel werd uitgevoerd door een bende zware criminelen:
Jean Roussel: Hij was een zware crimineel die op het moment van de feiten op de vlucht was na een ontsnapping uit de gevangenis. Hij werd direct na de slachting bij het hotel door de politie klemgereden en overmeesterd.
Gérard Gouttenoire: Hij was de tweede schutter in het hotel. Hij wist in eerste instantie te ontkomen, maar raakte tijdens de vlucht zwaargewond door politiekogels. Enkele dagen na de overval werd zijn levenloze lichaam door de politie teruggevonden; hij was bezweken aan zijn verwondingen of door handlangers achtergelaten.
De "derde man" (Duval): Volgens verklaringen was er mogelijk een derde dader (soms aangeduid als 'Duval') die de leiding had, maar de exacte identiteit en rol van deze persoon is binnen het onderzoek altijd omgeven gebleven met mysteries en 'cold case'-vragen.
Het proces en de straffen
Omdat de twee hoofddaders de rechtszaal nooit hebben bereikt, is er nooit een definitief en ophelderend proces over de werkelijke toedracht van de zeven moorden geweest:
Geen straf voor Jean Roussel: Roussel werd ruim twee jaar in voorarrest gehouden. Op 8 oktober 1985, tijdens zijn transport vanuit de Baumettes-gevangenis naar de onderzoeksrechter in Avignon, kreeg hij in de politiewagen een fatale hartaanval. Zijn strafvervolging kwam hiermee direct te vervallen.
Het proces in 1987: In 1987 moesten twee handlangers, François Arpino en Gérard Rolland, verschijnen voor de rechtbank (Cour d'assises) in Carpentras. Zij werden door de justitie gezien als "lampistes" (ondergeschikten). Zij hadden geholpen bij de logistiek of de opvang van de gewonde Gouttenoire na de feiten, maar waren zelf niet aanwezig in het hotel tijdens het openen van het vuur. Zij kregen lichtere straffen opgelegd voor hun medeplichtigheid en het niet verlenen van hulp, maar de werkelijke schutters zijn dus nooit veroordeeld.
Het officiële motief
Het officiële motief achter de overval was een mislukte gewapende diefstal. De daders drongen het hotel uitsluitend binnen om de hotelkluizen van de gasten leeg te roven. De zevenvoudige moord zelf was echter geen vooraf gepland doel, maar het gevolg van pure paniek. Het motief voor het executeren van de slachtoffers was het elimineren van alle getuigen.
Omdat de overvallers ongemaskerd waren en tijdens hun inbraak werden betrapt en gestoord door hotelpersoneel en alerte gasten, besloten zij de getuigen koudbloedig dood te schieten om te voorkomen dat zij later door hen geïdentificeerd zouden worden.
Hoewel complottheorieën in de Franse media destijds speculeerden over politieke motieven of spionage - mede omdat een van de slachtoffers een Franse consul was - heeft het gerechtelijk onderzoek dit altijd resoluut naar de prullenmand verwezen. Het ging puur om een bloedige roofmoord door harde criminelen.
Paniek leidde tot bloedbad in Avignon
Wat een banale holp-up had moeten zijn, ontaardde in een bloedbad in een sjiek hotel in het Zuid-Franse Avignon. Gegrepen door paniek omdat zij werden betrapt, schoten twee overvallers liefst zeven personen dood, onder wie de consul-generaal van Frankrijk in de Bondsrepubliek. En van de daders werd tijdens zijn vlucht door de politie gevat. Zijn identiteit is nog niet bekend.
Wel werd vernomen dat één van de overvallers Jean Roussel was, een man die wegens diefstal opgesloten zat in de hoofdgevangenis van Clairvaux (departement Aube) en op 26 juli na negen jaar cel voor het eerst een uitgaansvergunning had gekregen. Op 31 juli had hij zich opnieuw in de gevangenis moeten melden, maar hij daagde niet op en werd sedertdien door de politie gezocht.
Door het raam
Even vóór 4 u. vrijdagochtend stapten twee gewapende kerels het hotel "Sofitel-La Balance" binnen, vlakbij het Palais des Papes te Avignon. Zij bedreigden de drie personeelsleden in de hal met een geweer met afgezaagde loop en een automatisch pistool (Magnum-537) en eisten dat zij de kluizen van de gasten zouden openmaken.
De personeelsleden waren de uit Nederland afkomstige receptioniste Nicole van Buren (23), uit Bergen-op-Zoom, haar 28-jarige landgenoot René Pool uit Amsterdam, die als portier in het hotel werkte, en de 25-jarige barman Pierre Ansinelli.
Zij beschikten echter niet over de sleutels van de kluizen en daarom dwongen de twee kerels hun gijzelaars hen naar het appartement van de directeur van het hotel op de tweede verdieping te brengen. Wat daar precies gebeurde, is nog niet helemaal duidelijk. Dat zal moeten blijken uit de ondervraging van één der daders.
Ongetwijfeld werden de overvallers door paniek gegrepen toen nog meer bewoners van het hotel opdaagden en openden zij op iedereen het vuur, om alle getuigen uit te schakelen. In één kamer werd het lijk van de portier gevonden, in een tweede dat van de barman en in een derde kamer, langs waar de daders vluchtten, die van de overige vijf slachtoffers: de receptioniste, de 60-jarige Lucien André, consul-generaal van Frankrijk in Saarbrücken, diens gezellin Geneviève Dupont (41), de 31-jarige M. Arognian, interim-pianist van het hotel, en diens verloofde Agnes Buis (31).
De daders sprongen uit het raam van kamer 209, waar de meeste slachtoffers lagen en waar ook de wapens werden gevonden, en stapten in een zwarte Volkswagen. Een hotelgast had inmiddels echter de politie verwittigd, zodat agenten de achtervolging inzetten. Zij haalden de gangsters in, maar deze verlieten de wagen en vluchtten te voet in verschillende richtingen. De ene ontsnapte, maar de andere werd overmeesterd nadat hij zijn vuurwapen - waarvoor hij geen munitie meer had - naar het hoofd van een agent had gegooid. Het zou gaan om een 33-jarige Fransman.
Veiligheidsmaatregelen
Het hotelwezen in Frankrijk heeft onmiddellijk gereageerd na de overval in Avignon. De hotelbonden zijn nu al begonnen met het verbeteren van de veiligheidsmaatregelen in de grote hotels van het land. Een spoedvergadering werd belegd in Parijs.
De Nationale Vereniging van Restaurant- en Hotelhouders (CNHR), de belangrijkste bond van grote hotels, heeft van de Franse minister van Binnenlandse Zaken de verzekering gekregen dat de politie meer aandacht zal besteden aan de bewaking van hotels. Ook gaat de CNHR een studie maken over de veiligheid van personeel en gasten in hotels en restaurants.
Bron: Het Laatste Nieuws | 6 Augsutus 1983
Tweede verdachte dood in wagen aangetroffen
Franse speurders, die na de moordpartij van vrijdag in het "Sofitel" hotel, te Avignon, een klopjacht hadden georganiseerd, om de nog voorvluchtige overvallers in te rekenen, hebben een tweede verdachte dood aangetroffen. Het betreft de bekende koppelaar Jacques Gouttenoire, die met verscheidene kogels was doodgeschoten.
Kort na de slachting was men er al in geslaagd om Jean Roussel (zie foto), één van de twee doders, op te pakken. De identiteitskaarten van de 39-jarige Gouttenoire waren vrijdagavond door de politie gevonden in een voor de "Sofitel" achtergelaten gestolen wagen.
De 38-jarige Jean Roussel is inmiddels in beschuldiging gesteld wegens diefstal, doodslag en andere misdaden. Hij had in de centrale gevangenis, te Clairveaux, waar hij een vorige straf uitzat, verlof gekregen om naar huis te gaan.
Bron: Het Laatste Nieuws | 8 Augustus 1983
Franse politie zoekt derde dader
De Franse politie is nog steeds op zoek naar de derde dader van de hotelmoorden van afgelopen vrijdag te Avignon, waarbij zeven mensen werden gedood. De vermoedelijke medeplichtige aan het bloedbad is Christian Paris, die berucht is in het misdaadmilieu van Lyon.
Enkele dagen voor de moordpartij in Hotel Sofitel te Avignon werd Paris gezien in gezelschap van Jean Roussel, de eerste verdachte die kort na de schietpartij in het hotel werd aangehouden. Over de identiteit van de derde dader lost Jean Roussel geen woord. Hijzelf ontkent dat hij deelgenomen heeft aan de moorden, maar bekent zijn medeplichtigheid aan de hold-up.
Het lijk van de tweede gangster, Jack Gouttenoire, werd zaterdag gevonden in een sloot te Arles, op 30 km. van Avignon. Gouttenoire was met kogels doorzeefd. Naast het naakte lichaam dreef een cassette van Vivaldi op het water.
De politie gaat er van uit dat Paris, die met Gouttenoire wist te ontkomen, zijn vluchtpartner heeft doodgeschoten om een betere kans te hebben om te vluchten. De speurders zijn er ook achter gekomen dat Gouttenoire zich aan de enkel kwetste toen hij bij zijn
vluchtpoging uit het hotel van de tweede verdieping van het gebouw sprong.
Terwijl de Franse politie over het hele land jacht maakt op Christian Paris blijven vele raadsels rond het bloedbad van Avignon onopgelost. Zo staat het helemaal niet vast of de bandieten het hotel waren binnengedrongen met de bedoeling een belangrijke som geld te roven. Misschien waren zij wel uit op belangrijke documenten of wilden zij iemand van de hotelgasten uitschakelen.
Er bestaan tevens vraagtekens omtrent de sleutel van een hotelkamer die werd gevonden in de achtergelaten auto waarmee de bende trachtte te vluchten. Eén hotelbediende heeft bevestigd dat één van de gangsters de week voor de hold-up in het hotel had verbleven.
Dat er wel eens meer achter de moordpartij zou kunnen zitten bewijst ook het feit dat slechts één enkele koffer in het hotel door de boeven werd geopend. Die bevatte uitsluitend documenten van het hotel. Een andere koffer met een klein fortuin daarentegen bleef onaangeroerd. Meteen komt de verduisteringszaak, waarbij de voorzitter van de onderneming die eigenaar is van het Sofitelgebouw onlangs betrokken was, opnieuw aan de oppervlakte.
De Franse politie houdt er rekening mee dat de beruchte Christian Paris zelf wel eens onder de kogels van het Franse gangstermilieu zou kunnen vallen, indien achter het bloedbad van| Avignon meer schuilt dan een "simpele" hold-up.
Ondertussen had gisteren de lijkschouwing van de zeven slachtoffers nog steeds niet plaatsgevonden in het gerechtelijk geneeskundig instituut van Montpellier. De politieartsen hadden hun handen vol met andere lijken en tijdens het voorbije weekeinde had de politiearts van dienst vakantie genomen.
Bron: Het Laatste Nieuws | 9 Augustus 1983
Politie zoekt nu vierde man
Niet drie, maar vier gangsters zouden betrokken geweest zijn bij het bloedbad van vorige vrijdag in hotel Sofitel - La Balance te Avignon. De identiteit van deze vierde man wil de politie niet bekendmaken. Hij zou evenwel degene zijn die Jack Gouttenoire doodschoot, een van de daders wiens lijk werd gevonden in een kanaaltje nabij Arles. Diezelfde "meneer X" zou nu ook de nog steeds voortvluchtige Christian Paris bedreigen, die vanuit zijn schuilplaats elke dag zijn vriendin opbelt. De vrouw onthulde dit in een interview aan een Franse krant.
Nog drie personen, allen afkomstig uit Avignon, werden door de speurders opgepakt. Onder hen de vader van Jean Roussel, de enige gangster die onmiddellijk na de overval kon worden ingerekend. De man werd in de gevangenis opgesloten, maar waarom is niet bekend.
Messteken en nekschot
Uit de lijkschouwing van de zeven slachtoffers (wier lijken in twee verschillende kamers werden gevonden) is gebleken dat de gangsters niet schoten uit paniek maar hun slachtoffers integendeel koelbloedig executeerden. Zij werden eerst bewerkt met een mes, dat in het hotel werd teruggevonden, en daarna met een nekschot afgemaakt.
Alleen de Nederlandse portier René van Pool kreeg eerst een schot door zijn arm, omdat hij geprobeerd moet hebben in de hotelkamer waar zijn lijk werd gevonden de politie te bellen. Een tweede kogel doorboorde de draden van het telefoontoestel waar hij vlakbij lag, terwijl een derde hem uiteindelijk in het hoofd trof.
De hele "operatie" zou twintig minuten geduurd hebben. Twee gangsters, Gouttenoire en Jean Roussel, bevonden zich nog in één van de kamers bij de aankomst van de politie. Gouttenoire vluchtte door uit het raam te springen. Jean Roussel ontkent iets met de moorden zelf te maken te hebben, maar alles pleit tegen hem.
Vijf personen werden gedood met een Luger 9 mm, hetzelfde wapen als Roussel in zijn bezit had toen hij werd aangehouden. De andere twee slachtoffers werden neergeschoten met een jachtgeweer.
De vier daders kwamen met twee auto's naar het hotel. Paris en "meneer X" met een Renault 5, Roussel en Gouttenoire met de Opel, waarin later de sleutel van kamer 214 werd gevonden. Eén van de gangsters, waarschijnlijk "meneer X", had deze kamer een week voor de overval gehuurd.
Volgens de politie is het best mogelijk dat Christian Paris, die achter het stuur zat van de R5, niet in het hotel is binnen geweest en dat hij met de auto op de vlucht sloeg toen hij de vuurschoten hoorde en begreep dat alles mis liep.
Ten slotte raken de speurders er hoe langer hoe meer van overtuigd dat de zeven moorden niet het gevolg waren van een "banale" uit de hand gelopen roofoverval. Jean Panattoni, directeur van de maatschappij die eigenares is van het hotel, was betrokken bij een verduistering van omgerekend 6,5 miljoen B.fr. die op 1 juli aan het licht kwam. Het is niet uitgesloten dat de gangsters opdracht hadden gekregen in Avignon compromitterende documenten weg te halen.
Bron: Het Laatste Nieuws | 11 Augustus 1983
Derde dader Sofitel-bloedbad gegrepen
Franse speurders hebben na zes weken van intens onderzoek de derde man gegrepen van het inbrekerstrio, dat op 5 augustus zeven mensen vermoordde in het Sofitel-hotel te Avignon. Het is de 33-jarige Gérard Roland, een kruimeldief en vechtersbaas. Hij werd woensdagochtend aangehouden te Valréas in de Vaucluse en zou na enkele uren ondervraging reeds bekend hebben de derde inbreker te zijn.
Met deze nieuwe wending in de Sofitel-zaak lijken de stukjes van de puzzel netjes in elkaar te schuiven. Temeer daar onderzoeksrechter François Alliot hoopt dat Jean Roussel, die kort na het bloedbad in de kraag kon gegrepen worden, nu eindelijk de mond zal opendoen. Hij heeft nu immers niets meer te vrezen van zijn derde kornuit, nu Gerard Roland achter slot en grendel zit.
De aanhouding van Roland komt wel zeer onverwacht, want ogenschijnlijk was het onderzoek op een dood spoor gekomen. Eén moordenaar, Jean Roussel, had men kort na het bloedbad kunnen inrekenen, de tweede dader werd twee dagen later doorzeefd met kogels drijvend in een stroom gevonden. De derde inbreker bleef spoorloos.
Ondertussen is echter gebleken, dat de nieuwe wending in de zaak geen toeval was. Reeds langere tijd volgden de speurders een welbepaald spoor. Tijd en geduld was het enige, dat zij nodig hadden. Woensdag werden plots twaalf personen voorgeleid. Onder hen: de 40-jarige François Arpino, een ex-bajesklant, en een zekere Barthelemy Mourret, een kwakzalver die zijn praktijken uitoefende in een bar te Tarascon.
Het onderzoek had namelijk uitgewezen, dat kort na het bloedbad drie personen diezelfde bar waren binnengekomen. Een van de drie was Jacques Gouttenoire, die bij de vlucht uit het hotel zijn voet had gebroken. Hij werd ondersteund door twee mannen, die naar de kwakzalver Mourret vroegen.
Deze weigerde de man te verzorgen, waarna de twee Gouttenoire die bijna buiten bewustzijn was, terug naar buiten droegen. Eén van de twee zou Arpino zijn. Geconfronteerd met deze beschuldiging ging hij tijdens de ondervraging al gauw door de knieën en zei dat Gérard Roland de langgezochte derde man was.
Bron: Het Laatste Nieuws | 24 September 1983
Wat? Overval op wapenhandel Cachoir
Wanneer? 5 Augustus 1983
Waar? Maurice Lemonnierlaan 191 in Brussel » Google Maps
Wie? Twee daders
Overvallers schieten wapenhandelaar neer
Twee kerels hebben vrijdagnamiddag omstreeks 14u.30 een overval gepleegd op de wapenhandel Cachoir aan de Lemonnierlaan 191 te Brussel. De daders, van wie één in het bezit was van een 7,65 mm pistool, eisten geld van de man achter de toonbank, de h. Jean Wolvens. Maar deze liet zich niet doen. Vandaar dat de gewapende overvaller het vuur opende. Eén kogel vloog dwars door de dij van de h. Wolvens, een tweede bleef er in zitten. De man werd naar het Sint- Pietersziekenhuis overgebracht.
De overvaller met het pistool was een man van ongeveer 30 jaar. Hij was zowat 1m73 groot, had geblondeerd haar dat geknipt was in de vorm van een hanenkam, en was in het zwart gekleed. Zijn medeplichtige was ongeveer 25 jaar oud en 1m68 groot en had bruin haar. Beide gangsters spraken Frans. Zij sloegen op de vlucht zonder buit.
Bron: Het Laatste Nieuws | 6 Augustus 1983
Punkers schoten wapenhandelaar door dij te Brussel
Vrijdag, omstreeks 14.30 u. daagden twee kerels in pikzwarte kledij en van wie men zo kon zien dat het om punkers ging, in een wapenwinkel op, gelegen aan de Maurice Lemonnierlaan te Brussel. Een van de kerels, ongeveer 30 jaar en 1,73 meter groot, was in bezit van een 7,65-mm revolver en eiste het geld op. Hij was vergezeld van een ongeveer 25-jarige, die circa 1,68 meter groot was.
De wapenhandelaar, Jean Wolvens, bood hevige weerstand en de gewapende punker vuurde twee schoten af. Een kogel ging dwars door de dij van de wapenhandelaar, een andere bleef in de dij steken. Overbrenging naar het Sint-Pietersziekenhuis bleek dan ook noodzakelijk.
Vermoedelijk zijn de daders in paniek geraakt want uit de eerste vaststellingen blijkt dat ze niets hebben gestolen. Maar de politie kon ook geen spoor van hen terugvinden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Augustus 1983
In de marge van de massamoord in de "Bar du Téléphone" in Marseille worden ook de broers Zemour genoemd.
In de jaren 70 probeerden de broers Zemour hun imperium van illegale casino's en clubs uit te breiden. Hierbij zochten zij bondgenoten buiten Parijs. Jacky Imbert was in die tijd de rechterhand van de machtige Marseillaise parrain Tany Zampa. De broers Zemour sloten strategische allianties met de clan-Zampa en Imbert om grip te krijgen op de gok- en prostitutienetwerken die liepen tussen Parijs, Marseille en de Côte d'Azur.
Edgard Zemour werd op 8 april 1983 in Miami doodgeschoten, vermoedelijk door Amerikaanse criminelen of rivalen uit het Franse milieu.
Gilbert Zemour werd op 28 juli 1983 in Parijs geliquideerd tijdens het uitlaten van zijn honden. Hij werd met meerdere kogels doorzeefd.
Zie het topic Namur en Liquidaties voor meer informatie.
Negen doden bij slachting in bar te Marseille
De Zuid-Franse bende-oorlogen, die sedert februari jl. ten minste 41 personen het leven kostten, bereikten nu een gruwelijk hoogtepunt te Marseille. De "Bar du Téléphone", een rustig café in een buitenwijk, werd herschapen in een waar bloedbad. Het werd de grootste slachting, die de beruchte havenstad ooit kende.
Drie of vier gangsters, gewapend met geweren met afgezaagde loop, wipten als de weerlicht uit een wagen, drongen binnen en schoten vakkundig negen personen dood met kogels in het hoofd of in de nek.
Wie niet onmiddellijk dood was, kreeg nog een extra nekschot. Het georganiseerde bloedbad vergde amper 3 minuten. Er werd zo methodisch gemikt, dat slechts 2 kogels verspild werden en geen enkele ruit stuk viel.
De operatie maakt blijkbaar deel uit van de genadeloze strijd, die gangsterbenden al jaren leveren om in het bezit te komen van het rijk van onderwereldkoning Antoine Guerini. Deze absolute heerser werd vermoord in 1967. Zijn rijk steunde op prostitutie, verdovende middelen en spelen.
Met hun "stunt" te Marseille staken de doders Al Capone naar de troon. De gangsterkoning, die te Chicago in de jaren twintig en dertig terreur zaaide, plaatste in februari 1929 zeven leden van een rivaliserende bende koelbloedig tegen de muur en slachtte hen met een machinepistool af. Voor de 9 slachtoffers van Marseille leek het erop dat ze ook tegen een muur waren geplaatst.
Over de achtergrond van de slachting zijn politie en gerecht zwijgzaam. Ze zeggen alleen verbijsterd te zijn en de meedogenloze manier, waarop in de "Bar du Téléphone", werd tewerk gegaan, niet te kunnen begrijpen.
Een 40-jarige gangster zou er echter op uit zijn het "rijk" aan de Franse Middellandse Zeekust te heroveren op de erfgenamen van de afgeslachte Guerini. Dat het om een bloedige afrekening ging, kan worden afgeleid uit het feit dat de meeste slachtoffers, die tussen 20 en 30 jaar oud waren, bekend stonden bij de politie en een strafregister bezaten. De politie vond op hen geen wapens, maar de mogelijkheid wordt niet uitgesloten dat ze eerst ontwapend waren.
Twee van hen hadden pas de gevangenis verlaten na een veroordeling wegens allerlei misdrijven en duistere praktijken. In het café zelf, een soort "saloon", werd nooit een echte politie-inval gedaan. Wel gebeurde er af en toe een identiteitscontrole.
Een oude vrouw die aan de overzijde woont en een kogel in haar kamer kreeg, dacht aan een echte oorlog. "De kogels bleven maar fluiten. Hoeveel er werden afgevuurd, kan ik niet zeggen."
Kort voor 9 uur 's avonds wipten twee of drie mannen uit een wagen. Ze waren gemaskerd met jachtgeweren en machinepistolen. Ze gingen ze razendsnel tewerk dat niemand de tijd had om te reageren of zich te verschuilen.
Onder de doden bevond zich de 35-jarige cafébaas André Leoni, een man met blanco strafblad. De enige die aan het commando ontsnapte, was zijn vrouw. Ze bevond zich in de kelder om wijn te halen.
Ondanks de discretie van het gerecht, konden toch enkele namen van andere slachtoffers achterhaald worden. Het betrof Henri Giron (20), Femand Bourrely (23), Guy Audemard (26) en Noël Kokos (29).
De commandoraid bleek toch niet "volmaakt" te zijn geweest, want twee verbruikers bekochten het niet met hun leven. Ze deden alsof ze dood waren. Een van hen ligt nu met zware verwondingen in het ziekenhuis.
Overal bloed
Toen de door mevrouw Leoni opgebelde politie ter plaatse verscheen, stuitte ze op een toneel, waarmee ze nimmer geconfronteerd werd en haar met verbijstering sloeg. De lijken lagen als het ware gezaaid. Alom vloeide bloed. Het verspreidde zo een doordringende geur dat sommige politiemensen het binnen niet meer konden uithouden.
Stoelen, tafels en rekken; alles lag en hing onderste boven. Maar tot eenieders verbazing waren alle ruiten en spiegels nog heel. Buiten, onder de platanen van de Boulevard Finat-Duclos, lagen speelkaarten op de grond. Dat leek erop te wijzen dat sommige verbruikers toch nog geprobeerd hadden te vluchten.
Sommige voorbijgangers meenden een paar personen te hebben zien wegrennen, maar heel zeker waren ze daarvan niet toen men hen ondervroeg.
Elders, verloren in de massa nieuwsgierigen, uitte een man bedreigingen tegen een bende uit een andere wijk. "Waarom onderneemt de politie toch niets tegen al die nietsnutten en pooiers, die hier voortdurend met de revolver in de broeksriem rondhangen?" klaagde hij.
Niet alleen Marseille maar ook andere steden van de Franse Azurenkust hebben af te rekenen met een groeiende criminaliteit. De terreur is er zo groot, dat een compagnie van de opperpolitie zopas ter beschikking werd gesteld van de prefect van het departement Alpes Maritimes en een speciale opsporingsbrigade eerstdaags aan de politie van Nice zal toegevoegd worden.
Politie weerloos
"Het regent hier moorden, afrekeningen, inbraken, overvallen en diefstallen", verklaarde de politiecommissaris van Nice. "Niemand voelt zich nog veilig. Geen wonder. Op een bevolking van 350.000 personen telt de stad 350 gekende prostituees: 1 op 1.000. Voor de boosdoeners, die we kennen, is de verhouding dezelfde. De gangsterbenden bouwen hier de jongste 10 jaar een echte industrie op. In ruil voor hun 'bescherming' vorderen ze 'taks' in bars, nachtelubs en andere inrichtingen. We vermogen daar niets tegen, want iedereen is bang om te praten. Ons korps is zowat 1.000 man sterk. Dit is veel te weinig. Al jaren vragen we versterking, maar ons verzoek is totnogtoe niet ingewilligd."
Wie zich weigert te schikken naar de wet van de gangsters, loopt eon of andere dag een huurmoordenaar tegen het lijf. Of wordt het slachtoffer van een wraak, zoals een caféuitbater, die in september 1977 een oog werd uitgestoken. Pas veel later, was hij bereid te spreken: hij had geweigerd te betalen.
De politie is niet alleen onvoldoende in aantal, ze is ook bang. In arme, duistere wijken wordt vrijwel nooit gepatrouilleerd en in een ervan blijft het commissariaat 's nachts zelfs potdicht.
De politiemannen zijn er zich van bewust dat ze met hun 7,65mm. revolvers niets kunnen uitrichten tegen machinepistolen met kaliber 11.43, dolken en geweren.
De promenade des Anglais en andere toeristische trekpleisters vormen slechts een fraaie gevel voor de groeiende, onverbiddelijke misdadigheid een beetje landinwaarts. Maar zelfs op die drukke trekpleisters voelt niemand zich nog veilig. Daar opereren jonge delinquenten met een lef, die de verbeelding tart.
Bron: Het Laatste Nieuws | 5 Oktober 1978
Slachting te Marseille onderdeel van strijd om de armoede-markt
Het bloedbad in de "Bar du Téléphone" te Marseille, waarbij 9 personen geveld werden met een nekschot en een tiende zwaargewond werd, is een product van de misdadigheidsindustrie, die aan de Franse Azurenkust al jaren op volle toeren draait.
De 41 personen, die sedert februari dit jaar "sneuvelden" bij de bende-oorlogen, vormen een balans, die merkelijk zwaarder doorweegt dan deze, die destijds in de Verenigde Staten werden uitgevochten.
Het gerecht met aan het hoofd Honoré Gevaudan, directeur criminele zaken bij de Franse gerechtelijke politie, gist nog steeds naar de oorzaak van de vreselijke slachting. Waarom deze opflakkering van bloedige afrekeningen? Wie dicteert precies de wet in het Marseillaans milieu? Wie "controleert" de handel in verdovende middelen, taxeert bars, nachtclubs en spelen? Vanwaar komen de fondsen om ongestraft blijvende kraken en ophefmakende hold-ups te plegen? Een wie, vooral, rekent af met wie?
Dit is de reeks vragen, die vooralsnog een puzzel vormen waarvan de legstukken nog niet in elkaar passen. Toch wint de overtuiging, dat de achtergrond voor de slachting dient gezocht in de helse erfenis van de Guérini's, steeds meer veld.
Machtsstrijd
Wat in de bar te Marseille gebeurde, was alleszins een demonstratie van macht. Maar daartegenover staat dat slechts vier van de slachtoffers bekenden waren van de justitie. Zij hadden echter slechts kleine misdrijven op hun kerfstok. Ze stonden niet gekend als lid van goed georganiseerde gangsterbenden.
De onwetendheid daaromtrent betekent echter weinig of niets. In hun onmacht bekennen de politiechefs immers dat zij onvoldoende of niet ingelicht zijn over wat er achter de schermen in de onderwereld gebeurt.
Eén feit is zeker. Na de bevrijding kwamen de gebr. Guérini, herders van Italiaanse afkomst op Corsica, afgezakt naar Marseille en begonnen daar hun wetten te stellen als opvolgers van de vroegere onderwereldkoningen Carbone en Spirito. Ze legden geleidelijk de hand op alles waaruit munt kon geslagen worden. Weldra ontpopten zij zich tot een soort van vrederechters, die rivaliserende benden met minder invloed verzoenden bij hun geschillen.
Niet alleen in het milieu stonden ze hoog in aanzien. Ze wekten sympathie bij sommige linksen, maar na de opstand in Algerije, in de jaren zestig, dienden zij de Gaullisten door aan de Franse Zuidkust de "orde te handhaven" bij de overkomst van de ontheemde "pieds noirs".
Hun bewind duurde tot 1968. Hun "gezag" brokkelde af toen andere benden de kop begonnen op te steken en naar de macht dongen. Van 1964 af begonnen de rivalen elkaar uit te moorden. Op 5 mei 1965 werd Robert Blemant doodgeschoten. Hij was de "denker", de "manager" van de Guérini's. Men schakelde hem uit omdat hij te veel macht had verworven.
De doodsteek voor de Guérini's was echter de moord op Antoine, de oudste der gebroeders, op 23 juni 1967. Daarop volgde een reeks weerwraakmoorden, maar ook een periode van ongeveer 3 jaar waarin men niet wist wie de sterkste was.
"French connection"
Op dit ogenblik dook de "French Connection" op, de beruchte doorvoerhandel in verdovende middelen tussen het Midden-Oosten en de Verenigde Staten. Hij veroorzaakte niet alleen een reeks afrekeningen te Marseille, maar ook te Parijs. Frankrijks twee grootste steden ruilden als het ware naar hartenlust lijken en boosdoeners uit.
Een gewezen jockey stak dan 3 jaar lang de kop op om een deel van de "koek" te bemachtigen in een poging om de invloedssferen af te bakenen. Op 1 februari 1977 werd zijn lichaam in zijn weelderige villa te Cannes letterlijk doorzeefd met kogels.
Een van de doders meende dat hij de geest had gegeven. De andere was er niet zeker van en zegde: "Laat hem sterven als een hond. Dat duurt langer." De gewezen jockey, hoewel voor het leven verminkt en gehandicapt, overleefde het echter en zon op wraak. Te meer omdat hij een van zijn belagers zonder masker had gezien.
Kort daarop werd een van de huurmoordenaars doodgeschoten op een begraafplaats, toen hij bloemen legde op het graf van zijn verongelukte zoon. Ook een broer en een neef werden afgeslacht.
Het andere kamp liet zich niet onbetuigd. Gedurende 18 maanden werd de lijst slachtoffers alsmaar langer. Bij bloedbad in de bar te Marseille bleek de stand 8 tegen 8 te zijn. Het heeft er de schijn van dat de leider, die de operatie in de bar vanop afstand leidde, het bewijs wilde leveren van zijn overmacht door naar uitroeiingspraktijken naar het voorbeeld van het vroegere Chicago te grijpen.
Het zou echter ook kunnen dat het een uitbarsting van geweld was tussen twee rivaliserende benden, die de markt van de armoede volstrekt in handen wensen te houden. Een markt in blanke slavinnen, die de prostitutie te Hamburg, Marseille, Parijs, Lyon en elders moeten voeden.
"Francis le belge"
Een van de clans, die elkaar op leven en dood bestreden, was op een bepaald ogenblik in handen van de Belg Vandenberghe, genaamd "Francis le Belge". Hij kreeg het aan de stok met een Italiaan, die het Guérini-rijk wilde overnemen.
Aanvankelijk bleken ze op vreedzame voet naast elkaar te leven. Enkele jaren geleden voltrok zich echter een breuk toen een lading van liefst 50 kilo heroïne op geheimzinnige wijze verdween.
Vandenberghe werd ingerekend en zit nu een straf van 14 jaar gevangenis uit, maar de daaruit voortvloeiende veten zijn nog steeds niet geluwd.
De enige twee overlevenden van de slachting in de bar te Marseille zijn de 36-jarige barhoudster Nicole Leoni en de 61-jarige verbruiker Francis Fernandez. De vrouw ontsnapte, omdat ze bij de overval niet in de bar was. Toen ze tumult hoorde, ging ze naar de gelagzaal en stond daar oog in oog met een gewapende gangster. Om een nog onbegrijpelijke reden liet hij haar gaan.
De vrouw hoorde dat er aan de schietpartij een discussie voorafging. Waarover weet ze niet. Fernandez ligt zo zwaar gewond in het ziekenhuis, dat de politie hem nog niet kan ondervragen. Als hij geneest, wordt hij ongetwijfeld de kroongetuige van de massamoord.
Bron: Het Laatste Nieuws | 6 Oktober 1978
Vrees houdt alle monden dicht
Er is een overlevende van het bloedbad in de "Bar du Téléphone" te Marseille. Bij de gerechtelijke politie heeft men dat laten doorschemeren maar bij verdere vragen klappen de politiemannen onverbiddelijk dicht. Er staat teveel op het spel. De man, die naar verluidt gekend is door de politie, is een belangrijke getuige van de moordpartij waarbij negen personen met een nekschot koelbloedig werden afgemaakt en waarbij een tiende zwaargewond werd. Enkele verre getuigen fluisteren zelfs, dat er meer ontsnapten aan de schietpartij. Ze blijven echter ondergedoken; de drie doders bewezen al dat ze van geen kleintje vervaard zijn.
Dat er bij de aan gang zijnde bendestrijd in Zuid-Frankrijk een gangster neergekogeld wordt, veroorzaakt weinig of geen opschudding meer. De vraag, die de onderzoekers blijft bezig houden, is waarom vrijwel een gans café werd omgebracht. Bij de doden zijn er beslist onschuldigen.
"Het is heel goed mogelijk, dat de doders maar voor een bepaald iemand kwamen, maar dat een van de verbruikers een van de gemaskerde gangsters herkende en zijn naam geroepen heeft. Met het gevolg dat iedereen tegen de muur gezet werd", menen sommige onderzoekers.
Iedereen of bijna iedereen, want ten minste iemand ontsnapte. Is hij een onschuldige, die een kaartje kwam leggen in de bar, of is hij een medeplichtige van de moordenaars? Er zijn aanwijzingen voor de eerste veronderstelling. Voor de bar werden kaarten teruggevonden.
Gooide hij die weg tijdens zijn overhaaste vlucht waarbij hij ook beschoten werd? Dit zou wellicht kunnen verklaren waarom er kogels teruggevonden werden in de huisgevel tegenover de bar.
Potdicht
Er moeten ook getuigen zijn. "Voor ons liggen vooralsnog enkel doden", zegt commissaris Chatelain van de Marseillese politie. "Iedereen zwijgt maar vroeg of laat komen ze toch. De families zullen hun doden begraven en eens de ergste smart voorbij komen de tongen wel los."
Hij kreeg wel al enkele naamloze brieven. "Zonder de aan de gang zijnde poststaking, had ik er misschien al honderd gekregen. Maar men telefoneert mij. Elke tip wordt nauwkeurig onderzocht." Misschien stuiten we wel op het goede spoor.
De politemannen zijn inmiddels bang voor een confrontatie met de vervaarlijke gangsters. "Wij schieten er onmiddellijk op los. Pas de tweede keer zullen wij als waarschuwing in de lucht schieten, want wij zullen echt geluk hebben als ze niet eerst kunnen schieten. Ze bewezen al dat ze kunnen mikken."
Alle politiediensten voelen zich betrokken bij de vreselijke moord. Vooral het soort wapens dat de gangsters gebruikten, jachtgeweren met afgezaagde lopen waarmee de helft van het gezicht van het laatst geidentificeerde slachtoffer, Paulin Straboni, werd weggeblazen, deed bij politiechef Biancardini, van de plaatselijke rijkswacht, een licht opgaan. "Het is bijna een handtekening, van de 'bende der gitans', die opereert in de omgeving te Canet."
Kleine vissen
Hoe dan ook de bendeoorlogen liggen aan de basis van de massale moord. Jacky Imbert, bijgenaamd "Le Matou", ligt overhoop met zijn vroegere baas Zemour, die gangsterbaas Guérini verdrong in de Midi. Die rivaliteit kostte al een twintigtal doden. "Le Matou" is onlangs naar Parijs geweest om er een nieuwe bende samen te stellen. Niemand gapte toe. Te gevaarlijk, vond men in de Parijse onderwereld. Wellicht zocht "Le Matou" dan zijn mannetjes onder de kleine kruimeldieven te Marseille. De vermoorde gangsters waren in ieder geval geen grote vissen.
Het ziet er dus naar uit dat de onderzoekers zich in de eerste plaats gaan toespitsen op de mogelijke relatie van de slachtoffers met "Le Matou". Zolang er niet gepraat wordt in de onderwereld van Marseille, is dit het enige vage spoor in de wirwar van de Zuid-Franse gangsterpraktijken.
Bron: Het Laatste Nieuws | 7 Oktober 1978
Slachting te Marseille wellicht om gestolen nagemaakte uurwerken
De daders van de slachting in de "Bar du Téléphone" te Marseille waar vorige week 9 personen werden doodgekogeld, waren niet met twee of drie, maar met vier. Dit is nu met zekerheid uitgemaakt door de politie, die dag en nacht 40 speurders blijft inzetten om de moordenaars te zoeken. Uit een onderzoek van de afgevuurde kogels kon worden afgeleid dat ze gebruik maakten van vier wapens: twee pistolen kaliber 11,43, een pistool 9 mm en een luchtkarabijn
kaliber 12 mm.
Nopens de drijfveer tast men officieel nog in het duister. Toch spreekt men in de wandelgangen van het politiecommissariaat steeds nadrukkelijker over een enorme lading nagemaakte merkuurwerken, die op "doortocht" te Marseille zou verdwenen zijn.
In tegenstelling met wat vroeger werd gedacht, hebben de speurders nu ook achterhaald dat drie of misschien zelfs vier personen tijdens de bloedige schietpartij uit de bar vluchtten.
Deze getuigen konden geïdentificeerd worden aan de hand van verklaringen van uitbaatster mevr. Nicole Leoni, de enige die genade vond in de ogen van de gangsters.
De namen van de gevluchten werden ook ontdekt als gevolg van de persoonsbeschrijvingen, verstrekt door buren. Sommige van deze buren deelden immers mee dat zij tijdens de schietpartij mensen hadden horen en zien weglopen.
De eerste twee geïdentificeerde getuigen konden inmiddels reeds opgepikt worden. De vraag of ze deel uitmaakten van een bende kon maandag nog niet beantwoord worden. Voor een van hen bestaat dit vermoeden wel: een broer van Noël Kokos, die bij de slachting omkwam.
Een kwartier voor de schietpartij was hij samen met zijn broer in de bar. Herkende hij de gangsters en wist hij vlugger dan de anderen waar hij aan toe was bij het zien van de gevaarlijke wapens?
Bron: Het Laatste Nieuws | 10 Oktober 1978
Kroongetuige ziek van angst om zijn eigen vrijheid
Te Marseille woont een man, die ziek is van angst om de vrijheid, die hij geniet. Zijn naam is Jean Kokos. Hij kan geen stap zetten of ogen bespieden hem. Ze laten hem niet los. De minste van zijn bewegingen wordt in de gaten gehouden. Het ergste, dat het gerecht van de Zuid-Franse havenstad nu zou kunnen overkomen, is dat Kokos koud gemaakt wordt. Zijn leven is voor speurders van de criminele brigade bijzonder kostbaar.
Waarschijnlijk is hij de enige van de drie overlevenden van de slachting in de "Bar du téléphone" die weet wie de gangsters zijn die daar negen personen in koelen bloede doodschoten. Misschien, zo vermoedt de politie, kent hij zelfs hun drijfveer.
Al verscheidene malen werd hij als kroongetuige met zwaar strafregister op de rooster gelegd, maar evenmin als de andere twee ontsnapten laat hij er iets over los. Hij doet alsof zijn neus bloedt. Hij kent blijkbaar de ongeschreven wet van het milieu die hem gebiedt het stilzwijgen te bewaren.
De politiemannen, die als opdracht kregen hem niet uit het oog te verliezen, hebben het overigens niet zo druk. Jean Kokos, wiens broer Noël in de bar met een nekschot werd geveld, komt omzeggens niet naar buiten. Hij sluit zich op in zijn appartement.
Besluit Kokos te spreken, dan riskeert hij door leden van de bende een of andere dag koud te worden gemaakt. Blijft hij zwijgen, dan wordt zijn leven stilaan onhoudbaar.
Uit deze met de dag zwaarder wordende psychische uitputtingsstrijd hoopt de Marseillaanse politie uiteindelijk als winnaar naar voren te treden. Ze is er steeds meer van overtuigd dat Kokos namen van de vier doders kan onthullen of toch bijzonderheden kan verstrekken die tot hun identificering kunnen leiden.
Niet aflatende klopjachten en andere acties in alle geledingen van het milieu hebben totnogtoe niet het minste resultaat opgeleverd, tenzij dat de onderwereld stilaan moe getergd geraakt. Maar misschien is dat een tactiek, die uiteindelijk ook vruchten kan afwerpen om de massamoord op te helderen.
Bron: Het Laatste Nieuws | 11 Oktober 1978
Tien doden in Marseillese bar praatgrage valsemunsters?
Voor het eerst sedert oktober jl. vermoedt de politie van Marseille waarom einde september in dezelfde Zuid-Franse stad tien personen genadeloos werden neergekogeld in een bar. Het ziet er naar uit dat de zware jongens van Marseille, tot voor kort gespecialiseerd in invoer en verkoop van verdovende middelen, zich hebben omgeschakeld naar de valsemunterij.
Een karrevracht, later in beslag genomen valse bankbriefjes van 100 Fr. fr. zou enkele dagen in bewaring zijn gegeven in de "Bar du Téléphone", precies de gelegenheid waar tien personen door onbekende gangsters werden doodgeschoten. Intussen heerst te Marseille een ware psychose omdat nu algemeen geweten is dat vele valse bankjes van 100 Fr. fr. van hand tot hand gaan. Een sigarettenverkoopster durft nog amper wisselgeld le geven op zo'n briefje en een brood kopen met een biljet van 100 Fr. fr. is veelal onmogelijk geworden.
Sedert afgelopen zomer weten de gerechtelijke diensten van Marseille dat de bazen van de opgedoekte "French Connection" (een drugnet dat van Marseille naar de Verenigde Staten leidde) noodgedwongen elders profijt zijn gaan zoeken. Het steeds vaker opduiken van valse bankbriefjes, vooral van de zogenaamde "Corneille", het biljet van 100 Fr. fr. (720 B. fr.) waarop de Franse toneelauteur voorkomt, liet algauw vermoeden dat ze te Marseille of in de omgeving werden gedrukt.
Grof geld
Informerend bij een aantal tipgevers vernam de politie dat een pakket van één miljoen dergelijke valse bankjes (ruim 7 miljoen B.fr.) van hand tot hand zou gaan op 23 september jl. De overhandiginy zou ten slotte plaatshebben op 28 september. De rechercheurs grepen in. Het bedrag werd inderdaad in een koffertje gevonden. Zes personen werden aangehouden.
Op 3 oktober werd Marseille dan opgeschrikt door het nieuws van de tienvoudige moord in de "Bar duTéléphoné". Maar pas dezer dagen, nadat een geheime drukkerij is ontdekt in een rusthuis van Marseille en na nog acht aanhoudingen, kan de gerechtelijke politie met zekerheid een verband leggen tussen de tien doden en het valse geld.
Diegenen die het valsemuntersplan hebben opgezet en die op 28 september beslist een ernstig verlies hebben geleden, zijn vermoedelijk de daders, of althans de opdrachtgevers geweest van de slachtpartij.
Maar het antwoord op de vragen "hoe, wat en waar" stelt de politie-inspecteurs begrijpelijk niet tevreden. Ze willen voor alles de opdrachtgevers, de ongrijpbare misdadigers, de enigen die aan de ganse handel grof geld verdienen, vinden en bestraffen. Een moeilijke opdracht, want deze bendeleiders blijven liefst in de schaduw en geven hun bevelen enkele via zoveel tussenpersonen.
De politie legt er zich dan ook op toe op de eerste plaats deze misdadigers te ontmaskeren en te grijpen. Misschien moeten ze gezocht worden in een overmoed milieu. Er werd immers vastgesteld dat de valse bankjes vaak worden gedrukt op gestolen papier, bestemd voor de drukkerij van de Banque de France die de echte biljetten drukt.
Wie aan deze valsemunsterszaak in elk geval veel, maar eerlijk geld verdienen zijn diegenen die het pientere idee hebben gehad kleine machientjes in de handel te brengen die de valse biljetten kunnen ontdekken. Vele handelaars van Marseille hadden voor zo'n ding graag tot 4.000 B. fr. over, zeker na enkele keren behoorlijk verlies te hebben geleden door echt wisselgeld terug te geven op een vals briefje.
Bron: Het Laatste Nieuws | 23 December 1978
Matras van Tsjech te Brussel ontgoochelt Franse speurders
Ingevolge een tip van een gedetineerde in de gevangenis van Marseille begaven speurders uit deze stad zich naar Brussel. Daar zouden zij de sluier lichten van de moordpartij, die zich de avond van 3 oktober 1978 voordeed in de "Bar du Téléphone" te Marseille en waarbij negen personen werden doodgeschoten en bijna evenveel gewond.
De daders konden nooit worden ontdekt, maar plots leek het grootste optimisme gewettigd. De gedetineerde had de speurders immers onthuld dat een te Brussel verblijvende Tsjech het fijne van heel de zaak en ook de namen van de doders kende.
"De slachtpartij", zo zegde hij, "was tot in de kleinste bijzonderheden beschreven in een bundel aantekeningen, die verborgen zat in zijn matras."
Het kostte niet de minste moeite om de Tsjech te ontdekken. Toen de speurders bij hen binnenvielen, lag de man gewoon te slapen op zijn kostbare matras. De ontgoocheling was echter groot. Bij het doornemen van de aantekeningen bleek dat de Tsjech een politieroman had geschreven, waarin ook de moordpartij in de bar te Marseille werd beschreven zoals de kranten dit destijds hadden gedaan.
Bron: Het Laatste Nieuws | 15 Februari 1980
Beroepsmilitair schiet travestiet dood in Dinantse bar
In de bar “Cotton Club”, aan de Chaussée de Philippeville te Dinant, werd woensdagmorgen om 5u. een travestiet vermoord. Woensdagmorgen was er nog slechts één klant in de bar. De beroepsmilitair dronk er een glas met een serveerster die hem voorstellen zou gedaan hebben.
Toen het duo even later op de verdieping in een kamer was beland, brak de hel los. De beroepsmilitair merkte dat hij met een man te doen had. Hij schold de travestiet uit en verliet woedend de bar.
Enige ogenblikken later betrad hij echter opnieuw de “Cotton Club” met een riot gun in de aanslag. Hij mikte en vuurde. De travestiet bleef op slag dood.
Het gerecht heeft de identiteit van de dader, alsmede die van het slachtoffer niet bekend gemaakt.
Bron: Het Laatste Nieuws | 24 Oktober 1985
Krijgsraad Luik: 15 jaar dwangarbeid
De Krijgsraad van Luik onder het voorzitterschap van majoor Gillot heeft maandag de 23-jarige beroepskorporaal Bernard D' Heur wegens moord tot 15 jaar dwangarbeid veroordeeld. Ook werd hij gedegradeerd, levenslang van zijn burgerrechten vervallen verklaard en zijn wapen in beslag genomen.
Bernard D'Heur was korporaal bij het Tweede bataljon paracommando te Flawinnes en woonachtig in de Rue Ernest Malvoz te Hoei. Op 23 oktober schoot hij de Franse milicien Jean-Pierre Gérard, een travestie met als bijnaam Charlotte, met een salvo uit een riot gun in de buik dood. De feiten deden zich voor in de bar “Cotton Club” langs de weg van Philippeville naar Dinant. De betrokkenen hadden in die bar de avond doorgebracht.
D’Heur wees op de bewuste avond het aanbod af van een dienster die hem voor 5.000 fr. haar charmes aanbood. Hij gaf de voorkeur aan een gelijkaardig maar minder kostelijk voorstel van “Charlotte”, van wie hij nochtans wist dat het om iemand van het mannelijk geslacht ging.
Achteraf moet D'Heur vol afkeer van zichzelf geraakt zijn. D' Heur ging naar huis onder het voorwendsel dat hij geld ging halen. Voor zijn vertrek vroeg hij aan “Charlotte” of die zelf bij zijn terugkomst de deur van de bar voor hem wou openen. Toen D’Heur terugkwam had hij echter geen geld maar eеn geladen riot gun bij zich.
Onmiddellijk nadat het slachtoffer voor hem de deur van de bar opende loste hij het dodelijke schot. Daarna ging hij zich bij de rijkswacht van Dinant melden.
De dader schreef zijn misdaad voor de rechtbank toe aan zijn schaamtegevoel. Psychiater Geray was van oordeel dat het noch om een geperverteerde noch om een geesteszieke gaat maar om iemand die zich opnieuw een goed geweten wou verwerven door de getuige van zijn misstap uit de weg te ruimen. volgens de psychiater is de dader toerekeningsvatbaar.
Dokter Wirtz van zijn kant kwam voor de rechtbank verklaren dat D'Heur niet steeds de controle heelt over zijn daden en dat hij in een staat van intense geestelijke ontreddering gehandeld heeft.
Krijgsauditeur Boxus eiste 20 jaar dwangarbeid. Hij wees op de laaghartige aard van de feiten en op de vastberadenheid van de beschuldigde. De verdediger, mr. Desny, had voor zijn cliënt verzachtende omstandigheden gepleit.
Bron: Het Laatste Nieuws | 10 Oktober 1986

De politiecombi had tijdens de patrouille de linkerkant van de voor het verkeer verboden Pontbeeklaan gekozen. Toen hij langs de auto’s van de moordenaars kwam te staan, werden de agenten Luc| De Lauw en André De Rijck onmiddellijk en van op nauwelijks één meter afstand onder vuur genomen. Luc De Lauw werd gedood. Chauffeur André De Rijck was zwaar gewond, maar kon met de combi toch nog verderrijden. De auto zwenkte naar rechts, ramde een boompje op de middenberm en plofte in een gracht aan de andere kant van de laan.
“Wij worden beschoten”, was zijn laatste radiobericht alvorens hij het bewustzijn verloor. Intussen hadden de doders geen tijd verloren. Zij stoven weg naar de nabijgelegen ring, waar zij alle richtingen uit konden. Ter plekke lieten zij echter geen enkel spoor achter. Zelfs speurhonden en een helikopter werden gisteren ingezet. Met tot dusver maar bitter weinig resultaat.
Bron: Het Laatste Nieuws | 1 December 1988
Een uitgebreidere lijst van de feiten die toegeschreven worden aan de Lada-bende:
16–17 juni 1988: Dubbele roofmoord in een boekhandel in de Slachthuislaan in Anderlecht » Forum
Nacht 27–28 september 1988: Dubbele moord op kampeerders met riot gun op de parking langs de E19 bij Halle/Woutersbrakel » Forum
Nacht 5–6 oktober 1988: Moord op taxichauffeur Marc Leblanc en diefstal van zijn Audi. Zijn lijk wordt gevonden in Groot-Bijgaarden. Michel Brusselaars werd hiervoor veroordeeld » Forum
6 oktober 1988: Overval en verdwijning van pompbediende Conrad Bosmans. Hij werkte in het Texaco-tankstation aan de Generaal Jacqueslaan 263 in Elsene. Bosmans zou zijn ontvoerd nadat hij bloed in de gestolen taxi van Marc Leblanc zag. Zijn lichaam werd nooit gevonden.
8 oktober 1988: Tweede aanval op hetzelfde Texaco-station, opvolger Benoit Mulders raakt gewond. De daders kwamen met Leblancs gestolen Audi en schoten op de pompbediende.
1 november 1988: Gewapende woningoverval in de Zamenhoflaan in Anderlecht. De mannelijke bewoner werd onder het oog geraakt met een riot gun. Buit: circa 350 frank en een bankkaart.
1–2 november 1988: Twee overvallen op benzinestations in Brussel, locaties niet gekend.
Nacht 28–29 november 1988: Diefstal van een Lada Samara in Sint-Lambrechts-Woluwe. Deze diefstal wordt in het Lada-dossier als vertrekpunt voor de daaropvolgende feiten genoemd.
29 november 1988: Schietpartij op een politiepatrouille aan de Pontbeeklaan in Zellik. Agent Luc De Lauw wordt gedood; zijn collega André De Rijck raakt zwaar gewond » Forum
Begin december 1988: Overval op een Seca-station in Vilvoorde. Een pompbediende werd overvallen; volgens de pers gebruikte men de Lada uit het Zellik.
3 februari 1989: Drie overvallen op benzinestations in Wemmel, Meise en Vilvoorde. Telkens met een gestolen Lada Samara.
17 februari 1989: Schietpartij op politie. Twee Beerselse agenten aan de Vlasmarktdreef in het Hallerbos beschoten met een riot gun vanuit een gestolen Lada; niemand geraakt » Forum
27–28 september 1990: Roofmoord op Marc Covens aan het Kunstbergpark in Brussel. Covens werd beroofd en doodgeschoten.
16 november 1990: Roofmoord op pomphoudster Marie-Rose Van Bellinghen in het BP-station op de hoek van de Koning-Soldaatlaan en de Nelly Melbalaan in Anderlecht. Zij kreeg een kogel in het voorhoofd.
Over de overvallen op tankstations: de bronnen spreken breder van een reeks gewapende overvallen - één latere terugblik noemt zelfs “een twintigtal” - maar geven niet voor elk feit een datum en locatie. Concreet identificeerbaar zijn het Texaco-station in Elsene (twee aanvallen in oktober 1988), twee niet nader genoemde Brusselse stations begin november 1988, het Seca-station in Vilvoorde begin december 1988, en de drie stations in Wemmel, Meise en Vilvoorde op 3 februari 1989. Een verslag uit 1990 telt in het dossier in totaal acht hold-ups, negen diefstallen en vier moordpogingen, maar zonder volledige opsomming per gebeurtenis.
Geen tipgever
De weduwe van Ghislain Hinderyckx, de man die begin juli vermoord werd aangetroffen op een braakliggend terrein te Veurne, beweert dat haar echtgenoot nooit deel uitgemaakt heeft van de bende van de gangster Kapllan Murat, zoals in verscheidene kranten werd gemeld. Ook zou Hinderyckx volgens de vrouw nooit een tipgever van de BOB zijn geweest.
Bron: Het Laatste Nieuws | 23 Juli 1988
De moord op Vandeuren gebeurde meer dan drie jaar na het laatste Bende-feit. Het motief is - volgens mij - de buit van de overval in Sint-Agatha-Berchem. Er werden toen voor 8 miljoen frank aan juwelen gestolen.
Dat betekent natuurlijk niet dat Vandeuren geen rol gespeeld zou kunnen hebben bij de overval in Waver.
Samenvatting
Wat? Roofmoord op een taxichauffeur
Wanneer? 6 Oktober 1988
Waar? Alfons Gossetlaan in Groot-Bijgaarden » Google Maps
Wie? Waarschijnlijk leden van de Lada-bende
Wapen: jachtgeweer of riot-gun
Status: Onbekend
Op 6 oktober 1988 werd de 35-jarige Brusselse taxichauffeur Marc Leblanc dood aangetroffen nabij het klaverblad van Groot-Bijgaarden, nadat hij sinds de nacht ervoor vermist was. Hij was met een schot in de nek omgebracht, zonder geld of identiteitspapieren, en zijn witte Audi-taxi bleef verdwenen. Het onderzoek legde al snel een mogelijk verband met een recente overval op een benzinestation.
Later bracht het zogenoemde Lada-bendeonderzoek, na bekentenissen van Johnny Mottry vanuit zijn cel in Metz, nieuwe aanwijzingen over meerdere moorden door dezelfde bende.
Lees meer over dit feit en de Lada-bende op de website » Lada-bende
Taxichauffeur met nekschot vermoord te Groot-Bijgaarden
Een taxichauffeur is vrijdagmorgen dood aangetroffen in de struiken van de firma Wella aan de Gossetlaan te Groot-Bijgaarden. De man was met een nekschot vermoord geworden.
Het lichaam van de chauffeur werd omstreeks 9.30 u. gevonden. De man, Michel Leblanc (35) uit Brussel, was in de nacht van woensdag naar donderdag omstreeks 3 u. verdwenen. Hij was chauffeur bij de firma Taxis Verts en reed in een witte Audi 80. Vermoedelijk heeft hij een of verscheidene klanten opgepikt, die er met zijn wagen en de dagopbengst vandoor zijn gegaan na hem koelbloedig te hebben vermoord
Gisteren, vrijdag, werd nog altijd druk gezocht naar de witte Audi 80 met nummerplaat FSY 155. Een van de ruiten van de wagen werd waarschijnlijk verbrijzeld, Want ter plekke werden enkele scherven gevonden.
Bron: Het Laatste Nieuws | 8 Oktober 1988
Vermoorde taxichauffeur in val gelokt door “taxi-kenner”
Naar alle waarschijnlijkheid is taxichauffeur Marc Leblanc, die vrijdagmorgen dood werd aangetroffen in de struiken van een bedrijf in Groot-Bijgaarden, door “taxi-kenners” in de val gelokt.
Dat besluit trekken zijn collega's uit twee gegevens. Enerzijds kreeg de chauffeur in de nacht van woensdag naar donderdag kort na middernacht een laatste oproep, die hem naar Vorst leidde naar een bakkerij. Anderzijds is het alarm in zijn wagen uitgeschakeld, “hetgeen alleen door kenners kan gebeurd zijn”, verklaarden vrienden van de vermoorde Marc Leblanc.
Er zijn nog andere gegevens bekend geraakt. In de auto van Leblanc, die kort na de tweede overval op een Texaco-benzinestation aan de Generaal Jacqueslaan te Etterbeek in de nacht van zaterdag naar zondag op de ULB-campus is teruggevonden, bevond zich een kruikje met benzine in. De Audi 80 van Leblanc was echter een dieselwagen. Vermoed wordt dan ook dat de moordenaars-overvallers van plan waren de auto in brand te steken om sporen uit te wissen.
Belangrijk is ook de telefonische oproep, die de taxichauffeur woensdagnacht naar een bakkerij in Vorst bracht. De bakkerij was gesloten, maar op enkele meters bevindt zich een telefooncel.
Verder heeft men bloedsporen in de wagen en in de koffer ervan teruggevonden. Het bloedonderzoek moet uitmaken of Marc Leblanc in de auto is gewond, in de koffer vervoerd naar Groot-Bijgaarden en daar misschien koudweg werd afgemaakt.
De collega's van de vermoorde taxichauffeur, die vooral 's nachts werkte, zijn er in elk geval steevast van overtuigd dat een “taxi-kenner” lid is van de bende moordenaars. “De alarminstallatie in deze wagen is op een zodanige plaats aangebracht, dat je echt goed moet weten hoe ze uit te schakelen”, aldus de makkers van Leblanc.
Bron: Het Laatste Nieuws | 13 Oktober 1988
Bende van Nijvel → Posts by Ben
Powered by PunBB, supported by Informer Technologies, Inc.