4,051

(5 replies, posted in Overzicht Bendes)

Hieronder het verhaal van het proces tegen de bende van Amay.

Gevangene snijdt zich een vingerkootje af

Tijdens de nacht van zaterdag op zondag heeft een gevangene die opgesloten zat in de gevangenis van Hoei, een zekere Robert Delcour, zich een vingerkootje van de pink aan de linkerhand afgesneden. Door zijn daad wil hij aandacht van de gevangenisdirectie en vooral van zijn rechters trekken op het feit dat hij - naar eigen beweren - onschuldig zou zijn opgesloten voor een misdrijf dat hij niet zou hebben gepleegd. 

Delcour werd in de loop van 1986 in de gevangenis opgesloten omdat hij deel uitmaakte van een bende die bejaarde personen aanrandde en van hun geld beroofde in de regio van Hoei. Meer bepaald zou hij een oude dame hebben overvallen te Ville-My (Ferrières) op 29 september 1984.

Gazet van Antwerpen | 5 september 1988

Honderd overvallen en een moord

Het begin van het proces van een bandietenbende voor het assisenhof van Luik was vooral gewijd aan het opstellen van het “decor”.

De zevenkoppige bende uit Hoei wordt beschuldigd van een honderdtal overvallen op bejaarden en één moord. De bende bestaat uit vier mannen, Robert Delcour, Jean Godefroid, Robin Jacob en Daniel Godefroid; en drie vrouwen Blanche Godefroid, Gina Verpoucke en de hoogzwangere Marie-Christine Titeux. De drie vrouwen namen plaats in de eerste bank, die normaal gereserveerd is voor de advocaten van de burgerlijke partijen.

De advocaten van de verdediging en van de burgerlijke partijen zaten zowat overval in de zaal verspreid: ze waren met velen, vooral omdat enkele advocaten jonge collega’s hadden meegenomen die hun taak in de loop van het proces zullen overnemen.

De jury bestaat uit zes vrouwen en zes mannen. Als vervangers werden drie mannen en één vrouw aangeduid. Substituut Michel Lannoy las vier uur lang de 140 bladzijden tellende beschuldiging voor. Daarna volgden nog de aktes van de verdediging.

De zitting duurde tot ’s avonds, verliep rustig en onder geringe publieke belangstelling. Dinsdag begint voorzitter Paul-Henri Godin met de ondervraging van de zeven beschuldigden.

Gazet van Antwerpen | 7 Maart 1989

Rol vrouwelijke beschuldigden miniem

Voor het assisenhof van Luik is dinsdag het proces voortgezet tegen zeven personen, vier mannen en drie vrouwen, die beschuldigd worden van 121 misdrijven, hoofdzakelijk diefstallen, maar ook aanslag op eerbaarheid, verkrachting en doodslag.

De beschuldigden, die dinsdag werden ondervraagd, zijn allen familie van elkaar: Robert Delcour (36), zijn echtgenote Blanche Godefroid (34), haar broers Jean Godefroid (36) en Daniel Godefroid (24), Delcours halfbroer Robin Jacob (26), zijn echtgenote Marie-Christine Titeux (28) en Jean Godefroids vrouw Gina Verpoucke (28). De feiten werden gepleegd tussen januari ’83 en december ’86, doorgaans op alleen wonende bejaarden of gehandicapten in de arrondissementen Hoei, Marche, Namen en Luik.

Robert Delcour wordt beschouwd als de chef van de bende. Delcour bracht de anderen met zijn wagen ter plaatse en bewaakte de slachtoffers. Daarbij pleegde hij een twaalftal aanrandingen op de eerbaarheid en een verkrachting.

Delcour beweert dat zijn vrouw, Blanche Godefroid, geen actieve rol gespeeld heeft. Haar enige schuld is dat ze van bij het begin volledig op de hoogte was. Dat zou ook gelden voor Marie Titeux. Gina Verpoucke zou een meer actieve rol gespeeld hebben en onder meer de buit verdeeld hebben en overvaladressen hebben bezorgd.

Jean Godefroid was de specialist die elke deur en elk raam kon openmaken en die de huizen systematisch doorzocht.

Robin Jacob noemt zijn daden nu “afschuwelijk”. Hij was te bang om echt mee te doen met de overvallen en werd meestal belast met het doorzoeken van de huizen van de slachtoffers. Jacob beschuldigt Blanche Godefroid ervan het brein van de bende te zijn geweest.

Daniel Godefroid, de jongste broer van Jean en Blanche, geeft toe dat hij af en toe een klap uitdeelde. Nadat de bende ooit bijna gesnapt werd bij een wegcontrole was hij, samen met Robert Delcour, de enige die doorging met de activiteiten.

Blanche Godefroid zegt “op de hoogte geweest te zijn” zonder meer, en beweert voor de rest nooit ergens bij betrokken geweest te zijn.

Gina Verpoucke, van Vlaamse afkomst, minimaliseert haar eigen rol en die van de andere vrouwen. Zij handhaaft haar beschuldigingen tegen Daniel Godefroid en Robert Delcour voor de moord van Ville-My.

Marie-Christine Titeux was blijkbaar het minst betrokken bij de bende. Van toen zij op de hoogte raakte van de nachtelijke activiteiten van haar echtgenoot, Robin Jacob, heeft ze geprobeerd hem ervan af te brengen, zonder succes, zegt ze zelf.

Vanaf woensdag zullen alle feiten een voor een worden behandeld.

Gazet van Antwerpen | 8 Maart 1989

Incident over “overtuigingsstukken” van onbekende herkomst

Voor het assisenhof van Luik heeft zich woensdag een incident voorgedaan tijdens het proces tegen de “bende van zeven”, vier mannen en drie vrouwen, die beschuldigd worden van 121 misdrijven, hoofdzakelijk diefstallen, een aanslag op de eerbaarheid, verkrachting en doodslag.

De feiten werden gepleegd tussen januari ’83 en december ’86, doorgaans op alleenwonende bejaarden of gehandicapten in de arrondissementen Hoei, Marche, Namen en Luik. Robert Delcour wordt beschouwd als de chef van de bende.

Het incident deed zich voor toen het gebruik van wapens ter sprake kwam. Voorzitter Godin ondervroeg Robert Delcour over “het wapenarsenaal” dat in de gerechtszaal op tafel ligt bij de “overtuigingsstukken”. Delcour zei dat hij die wapens nooit eerder gezien had en ook niet weet waar ze vandaan komen.

De zeven zegden trouwens een na een allemaal hetzelfde: ze herkennen de hoop pistolen, revolvers, messen en handboeien helemaal niet.

“Waar komen ze dan vandaan?” Vroeg de voorzitter en hij stelde die vraag meteen ook aan twee rechercheurs. Die zegden op hun beurt dat ze er geen flauw vermoeden van hadden.

De openbare aanklager gooide nog wat olie op het vuur door te zeggen dat die “overtuigingsstukken” daar waren neergelegd zonder dat daarover zijn advies gevraagd was. Voorzitter Godin zei daarop geïrriteerd: “Waarom er ook geen tank bijgezet? Zijn de beschuldigingen nog niet zwaar genoeg zonder dat er nog enkele bij moeten?”

De diefstallen en pogingen tot diefstal zijn nagenoeg alleen ten laste van de vier mannen van de bende; de drie vrouwen daarentegen worden voornamelijk beschuldig van heling en bendevorming. Over het algemeen worden de feiten door de betichten toegegeven, althans wat hun deelname aan de overvallen betreft, maar zij ontkennen systematisch de verzwarende omstandigheid van wapenvertoon waar een aantal van hun slachtoffers van gewagen, evenals alle verbale bedreigingen met de dood of slagen, die zij beschrijven als “lichte tikjes”.

Robert Delcour, de enige die ook beticht wordt van aanrandingen op de eerbaarheid, minimaliseerde eveneens de ernst daarvan, als hij het bestaan ervan al niet ontkent. De slachtoffers van hun kant spreken allemaal hetzij van slagen, hetzij van vandalisme, hetzij van verbale bedreigingen.

Gazet van Antwerpen | 9 Maart 1989

Nu weer herrie tussen verdediging en onderzoeksrechter

Het proces tegen de “bende van zeven” voor het Luiks assisenhof evolueert van het ene incident naar het andere. Nadat woensdag wapens als “overtuigingsstukken” werden naar voren gebracht waarvan nadien bleek dat ze helemaal niet in de zaak thuishoorden, deden zich donderdag opnieuw incidenten voor.

Het onderzoek in verband met de moord te Ville-My in september 1984 werd uit de doeken gedaan. Twee van de beklaagden van de bende van Amay worden van de moord beschuldigd: Robert Delcour en Daniel Godefroid.

Na de moord volgden opeenvolgende onderzoeksrechters verschillende sporen vooraleer bij Delcour en Godefroid uit te komen na beschuldigingen van Gina Verpoucke, één van de bendeleden. De eerste die aan het woord kwam was veldwachter Capitaine van Ferrières, die samen met een buurvrouw het lijk van de ongelukkige Yvonne Bernard ontdekte.

De veldwachter beschreef het slachtoffer als een “oude kwezel”, die bijzonder achterdochtig was: “aan iedere bezoeker, ook aan haar huisdokter, vroeg ze steevast de identiteitskaart. Vanuit een venster van de eerste verdieping keek ze dan wie voor de deur stond”.

Die achterdocht verleidde de onderzoekers in een beginstadium om de moordenaar te zoeken bij bekenden van het slachtoffer. Dat deed onderzoeksrechter Gendebien van Marche-en-Famenne, de eerste die met het onderzoek belast was, maar zijn onderzoek leverde niets op.

Een tweede onderzoeksrechter van Marche-en-Famenne, mevrouw Mons Delle Roche die inmiddels procureur des Konings werd, nam het dossier ter hand. Nog steeds misleid door het wantrouwen van het slachtoffer richtte het onderzoek zich nu naar buurman Bauvy, die bekend staat als een geweldenaar en er bovendien tot twee keer toe mee opschepte dat hij de oude dame vermoordde. Een hele serie anonieme brieven die in het dorp de ronde deden beschuldigden Bauvy, maar die bleef ontkennen en bij gebrek aan bewijzen werd ook van die spoor afgestapt.

Een derde onderzoeksrechters, Pochet, kreeg in 1986 het dossier in handen. Zijn onderzoek spitste zich toe op een driekoppige bende uit Verviers, die al veroordeeld werd voor een dertigtal diefstallen met geweld op bejaarden, in de streek van Verviers en Ferrières.

Het was toen deze kwestie ter sprake kwam, dat de verdediging plots heftig in de aanval ging met de bewering dat dit spoor niet voldoende onderzocht werd: “Ondanks aanwijzingen en verklaringen sloot u dat dossier omdat Evrard weigerde iets te zeggen, en omdat u er weet van kreeg dat Hoei in de zaak geïnteresseerd was”, schreeuwde meester Goujon. Hij werd daarop door de voorzitter tot de orde geroepen.

Hoe dan ook, de zaak kwam toch in Hoei terecht, bij onderzoeksrechter Hougardy. Die kwam nu uitleggen waarom hij destijds besloot Delcour en Godefroid te beschuldigen. Vandaag zal het grootste deel van de zitting gewijd zijn aan de verkrachting in 1985 te Xhos-Tavier en waarvan Robert Delcour beschuldigd wordt.

Gazet van Antwerpen | 10 Maart 1989

Delcour, Godefroid en Jacob ontkennen gewelddadigheden

In Luik is de assisenzaak voortgezet tegen vier mannen en drie vrouwen die beschuldigd worden van een waslijst van meer dan honderd misdrijven, hoofdzakelijk inbraken maar ook aanrandingen op de eerbaarheid, een verkrachting en een doodslag.

Een groot deel van de ochtendzitting van vrijdag was gewijd aan de verkrachting die Robert Delcour zou gepleegd hebben tijdens een inbraak te Xhos-Tavier in september 1984. Het slachtoffer, een oude dame die nu 72 is, en de wetsdokter werden gehoord achter gesloten deuren. Robert Delcour is de enige van de bende die beschuldigd wordt van twaalf aanslagen op eerbaarheid en een verkrachting, alle gepleegd op ogenblikken dat hij de slachtoffers bewaakte terwijl zijn medeplichtigen het huis doorzochten.

De diefstallen en pogingen tot diefstal die vrijdag aan de orde waren, werden gepleegd in de loop van 1985 door twee, drie of vier van de beschuldigden. Twee keer was Blanche Godefroid, de vrouw van Robert Delcour, erbij.

Robert Delcour, Jean Godefroid en Robin Jacob geven toe dat ze de daders waren van de meeste inbraken maar minimaliseren het geweld en het wapenvertoon dat daarmee gepaard ging.

Van twee inbraken ontkennen ze dat ze erbij betrokken waren. Bij een van die twee inbraken werd het slachtoffer zodanig mishandeld dat het er een neusbreuk aan overhield.

Van het honderdtal inbraken waarvan ze beschuldigd worden, ontkennen de beschuldigde een tiental, en dat zijn net diegene waarbij het meeste geweld gebruikt werd. Zodanig zelfs dat sommige slachtoffers er definitieve arbeidsonbekwaamheid aan overhielden.

Het onderzoek van de feiten zal nog verdergaan tot volgende woensdag. Het arrest wordt niet verwacht voor woensdag van de daaropvolgende week.

Gazet van Antwerpen | 11 Maart 1989

Waslijst van diefstallen doorgenomen

Het assisenhof van Luik werkte maandag de lange lijst met diefstallen en pogingen tot diefstal verder af, waaraan vier mannen en drie vrouwen van een zelfde familie schuld zouden hebben. Eén van de diefstallen werd gepleegd met de verzwarende omstandigheid van doodslag.

De beschuldigingen betreffen een honderdtal diefstallen op bejaarden of gehandicapten uit de arrondissementen Hoei, Namen, Marche-en-Famenne en Luik. De feiten werden gepleegd tussen januari 1983 en december 1986.

Robert Delcour, Jean Godefroid, Robin Jacob en Daniel Godefroid - de vier mannen  - geven ofwel hun deelname aan de diefstallen toe, of stellen dat ze zich bepaalde zaken niet herinneren.

Alle vier houden ze ook staande dat ze nooit wapens hebben gebruikt, terwijl beschuldigde Robert Delcour, die tevens beticht wordt van een dozijn aanrandingen op de eerbaarheid, zijn “aanrakingen” afdoet als lijfonderzoeken.

Geen enkel van de maandag onderzochte betichtingen veroorzaakte bij de slachtoffers ervan een blijvende lichamelijke of geestelijke onbekwaamheid. De zwaardere diefstallen en pogingen daartoe komen heden dinsdag aan bod. Daarna is het de beurt aan de moraliteitsgetuigen en de psychiaters.

Gazet van Antwerpen | 14 Maart 1989

Zeven geven zeven overvallen toe

Robert Delcour, Jean Godefroid, Robin Jacob, Daniel Godefroid, Blanche Godefroid, Gina Verpoucke en Marie-Christine Titeux hebben dinsdag in het assisenhof van Luik hun deelname toegegeven aan zeven overvallen die fysieke of psychische arbeidsongeschiktheid van de slachtoffers tot gevolg hadden.

Gina Verpoucke was minder geneigd haar deelname toe te geven aan twee overvallen die gepleegd zouden zijn op basis van inlichtingen die zij verstrekte. Verpoucke zei dat ze alleen geantwoord had op vragen van haar schoonbroer Robert Delcour, maar dat ze niet wist dat de informatie zou gebruikt worden voor misdrijven.

Dinsdag kwamen ook de moraliteitsgetuigen aan het woord. Verwanten en werkgevers hadden niets dan lof voor de zeven.

Gazet van Antwerpen | 15 Maart 1989

Advocaat-generaal: “Ook drie vrouwen behoren tot de bende”

Donderdag zijn voor het hof van assisen van Luik, waar zeven personen terechtstaan voor 107 misdrijven, de burgerlijke partijen en het openbaar ministerie aan het woord gekomen.

Advocaat-generaal Lannoy kondigde aan dat hij zijn requisitoir opsplitst in twee delen: het eerste over de 84 diefstallen met verzwarende omstandigheden, 21 diefstallen met braak en acht pogingen tot diefstal; het tweede in hoofdzaak over de doodslag in Ville-My. Hij zei dat “vanaf de eerste overval in januari 1983, de beschuldigden zich manifesteren als dieven die brutale overvallen plegen van de ergste soort, met geweld en bedreiging”. In de eerste overval zitten reeds alle elementen die later meer dan honderd keer zullen terugkeren.

Hij beklemtoonde ook de rol van de drie vrouwen. “Ze waren niet alleen op de hoogte van de exploten van hun echtgenoot, maar hebben zelf meer dan eens een handje toegestoken en horen dus zonder enige twijfel tot de bende”. Lannoy toonde vervolgens aan dat elk van de 84 diefstallen wel degelijk gepaard ging met bedreigingen en geweld, en vroeg de gezworenen ja te antwoorden op de betrokken vragen.

Verder moeten alle verzwarende omstandigheden worden aanvaard: diefstal met braak, ’s nachts, met verscheidene personen en met behulp van een voertuig. Ook de bijzondere omstandigheden zoals de aanwezigheid van wapens en de gevolgen voor de slachtoffers moeten voor een aantal gevallen aanvaard worden.

De 21 diefstallen met braak en de acht pogingen tot diefstal vermeldt de advocaat-generaal alleen om nog eens te wijzen op “de lafheid van de beschuldigden”. De openbare aanklager had het ook over het nauwgezette onderzoek dat gevoerd werd door de onderzoeksrechters van Marche-en-Famenne en Hoei.

In het verloop van de feiten te Ville My zag het openbaar ministerie geen essentieel verschil in vergelijking met de andere gebeurtenissen. “De feiten te Ville Myzijn gelijk aan de andere feiten”, zo zei hij, “het enige verschil is dat te Ville My het slachtoffer omkwam. Maar men kan bejaarden niet straffeloos blijven overvallen. Op een dag moet dat slecht aflopen.” Vandaag komt de verdediging van de zeven beklaagden aan het woord. 

Gazet van Antwerpen | 17 Maart 1989

Welgeteld 958 vragen voor de jury

Maandag is voor het hof van Assisen in Luik het proces tegen de bende van Amay zijn derde week ingegaan. Maandag voerden de burgerlijke partijen, het openbaar ministerie en de verdediging voor de laatste maal het woord. Daarna werden welgeteld 958 vragen voorgelezen, waarop de juryleden vanaf dinsdagmorgen een bevestigend of ontkennend antwoord moeten geven.

Vooral de burgerlijke partijen betokkelden de gevoelige snaar. “De bejaarde personen die door de bendeleden overvallen en gemarteld werden, hadden jullie eigen ouders kunnen zijn”. Vervolgens laakte het openbaar ministerie de manier waarop de verdediging haar pleidooien heeft opgebouwd: “Om de moord die in Ville-My werd gepleegd los te peuteren uit het geheel van de 84 aanrandingen, overvallen en verkrachtingen, deinst de verdediging er niet toe terug om algemene twijfel te zaaien en ook nog andere verdachten te beschuldigen.”

Van het team verdedigers viel vooral mr. Houssiaux op. Hij put zich uit in het aantonen van het feit dat Marie-Christine Titeux slechts een ondergeschikte en minieme rol heeft gespeeld.

Slechts twee van de zeven beschuldigden hadden iets toe te voegen aan het pleidooi van hun advocaten. Dat waren Robert Delcour en Daniel Godefroid.

“Ik ben mij bewust van wat ik aangericht heb en ik betreur het. Ik heb met de feiten te Ville-My geen uitstaand, evenmin als met de verkrachting te Xhos-Tavier. Ik kan U dat zweren op wat mij het meest duurbare ter wereld is”, aldus Delcour. Van zijn kant stelde Daniel Godefroid dat hij wat de feiten in Ville-My betreft, niet kan begrijpen wat er gebeurd is.

Gazet van Antwerpen | 21 Maart 1989

Jury niet mals voor bende van Amay

Na negen uur deliberatie is gebleken dat de gezworenen van het Luikse assisenhof de zeven beschuldigden van de bende van Amay geen geschenken hebben willen geven.

Robert Delcour, Jean Godefroid, Robin Jacob en Daniel Godefroid werden schuldig bevonden aan de onvrijwillige doodslag op Henriette Collin uit Clavier-les-Avins. Hierdoor kunnen ze alle vier tot levenslange dwangarbeid veroordeeld worden.

De jury heeft de zeven beklaagden schuldig geoordeeld aan alle misdaden en slechts zelden werd er neen geantwoord op de vraag naar verzwarende omstandigheden.

Bovendien werd Robert Delcour schuldig verklaard aan de verkrachting van een zeventigjarig vrouw te Xhos-Tavier en aan tien van de twaalf aanslagen op de eerbaarheid waarvan hij werd verdacht. Ook antwoordde de jury “ja” op de vraag naar de bendevorming, wat iedere beklaagde een maximum straf van 5 jaar kan opleveren.

De drie vrouwen in dit “gezelschap” werden schuldig bevonden aan heling en aan enkele diefstallen met geweld.

Heden woensdag komen de openbare aanklager en de verdedigers nog eens aan het woord over de strafmaat en wordt het vonnis geveld.

Gazet van Antwerpen | 22 Maart 1989

Een doodstraf en driemaal levenslang

Eenmaal de doodstraf, driemaal levenslange dwangarbeid, en drie gevangenisstraffen die variëren van een tot drie jaar voorwaardelijk; dat zijn de vonnissen die het assisenhof van Luik woensdag heeft geveld ten laste van de zeven beklaagden van de zogenaamde “Bende van Amay”.

Woensdagvoormiddag hebben zowel het openbaar ministerie als de advocaten van de verdediging een laatste maal het woord gevoerd. Omstreeks het middaguur werden de debatten gesloten en trokken de juryleden - even later gevolgd door het Hof - zich terug om te beraadslagen.

Begin van de namiddag volgde dan het arrest. Robert Delcour wordt ter dood veroordeeld, terwijl Jean Godefroid, Robin Jacob en Daniel Godefroid - alle drie - tot levenslange dwangarbeid worden veroordeeld. Tenslotte krijgt Blanche Godefroid - na aftrek van de celstraf die in voorhechtenis werd doorgebracht - drie jaar voorwaardelijke gevangenisstraf; Gina Verpouck wordt bedacht met twee jaar voorwaardelijk voor het grootste deel van de straf die zij in voorhechtenis doorbracht, terwijl Marie-Christine Titeux één jaar gevangenis met uitstel krijgt voor een periode van vijf jaar voor het grootste deel van de gevangenisstraf in voorhechtenis doorgebracht.

Het vonnis werd door de betrokkenen eerder gelaten aanvaard. Enkel Robert Delcour en de drie vrouwen aanhoorden het vonnis met tranen in de ogen.

Alvorens de jury en het hof zich een laatste maal terugtrokken, sprak ieder lid van de bende van Amay zijn spijt uit. Robert Delcour en Daniel Godefroid zegden daarbij herhaaldelijk “dat zij niets te maken hadden gehad met de moord in Ville-My” waarvoor zij nochtans door de jury schuldig zijn geacht.

Gazet van Antwerpen | 23 Maart 1989

4,052

(249 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Youssou N'Dour wrote:

Daniel Dekaise kende Xavier Sliman persoonlijk (en vice versa).

Daniel Dekaise kende gigantisch veel mensen, en zelfs heel veel mensen die genoemd worden als mogelijke daders van deze overval. En bij die mensen zitten er veel grotere kanshebbers dan deze Noord-Franse gangsters.

etge wrote:

Lionel Ruth was al even schijnheilig als de huidige onderzoeksrechter

De huidige onderzoeksrechter omschrijven als schijnheilig is getuigt van weinig respect voor het werk van de onderzoeksrechter en de huidige speurders.

Merovinger wrote:

Er zijn wel meer films die de Bendeleden mogelijks geïnspireerd hebben.

Zouden ze soms naar de Braziliaanse zender TV Globo gekeken hebben?

TV-feuilleton

Het scenario voor de roof- en moordpartijen van de Bende van Nijvel is blijkbaar niet nieuw. Op één der Braziliaanse televisieketens - TV Globo - liep in 1982 een feuilleton, waarin in geuren en kleuren werd getoond hoe een gewapende bende roofovervallen pleegde op supermarkten en warenhuizen, hoe ze onder oorverdovende salvo's iedereen in hun vizier neerknalden, hoe ze de kassa's roofden en de politie beschoten, en hoe ze zich dan met een Golf uit de voeten maakten. Het feuilleton werd op TV Globo in Brazilië heruitgezonden in 1983. Volgens de betrokken maatschappij bestaat het op videocassette.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 November 1985

4,054

(2 replies, posted in 1970-1979)

Overval op wapenhandel te Brussel

Donderdagavond is een overval gepleegd op een wapenhandel aan de Brabantstraat 177 te Brussel (*), waar zich op dat ogenblik 3 personen bevonden: wapenhandelaar Bourdoux, beheerder Meunier en diens zoon. Omstreeks 18u15 kwam een man binnen die in het Frans zei dat hij een doos patronen wenste te kopen. Even later kwamen nog twee andere personen binnen.

De h. Meunier was bezig het lint van de kassa te herstellen. Plots voelde hij een wapen in de ribben en één van de kerels maande hem aan niet op de alarmknop te drukken. Inmiddels was ook de h. Bourdoux overmeesterd. De drie zaakvoerders werden geboeid en verplicht op de grond te gaan liggen.

Heel de overval duurde slechts 4 à 5 minuten. Nadat zij de telefoondraden doorgesneden hadden, sloegen de overvallers op de vlucht met 40 tot 50 revolvers en 10.000 patronen, voor een waarde van 300.000 fr., en een som van 27.000 fr. Tot de zaakvoerder zegden zij dat de operatie een "politiek karakter" had.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 September 1979

(*) Locatie » Google Maps

Naar aanleiding van de podcast verscheen onderstaande brief op De Standaard. Ik deel deze brief omdat het een "mooie" brief is, met vooral een boodschap van hoop, maar ook omdat het een getuigenis is van de "andere slachtoffers", namelijk de familie van de daders. En omdat het toont hoe misdadigers terecht komen in een wereld van permanente leugens en vluchtgedrag, waardoor ze volledig vast zitten.

Dank u, meneer Lacroix

De podcastreeks Philippe Lacroix, Ik was gangster heeft me erg aangegrepen. Onze zoon zit momenteel in de gevangenis. Mijn vrouw en ik hebben een aantal heel moeilijke jaren achter de rug. Het is verschrikkelijk pijnlijk om je zoon zo te zien vervreemden van alle waarden die je hem hebt proberen mee te geven.

De feiten die hij gepleegd heeft, hebben gelukkig niemand het leven gekost en wegen in juridische termen ook veel lichter dan de misdaden die meneer Lacroix destijds heeft begaan, maar dat doet er weinig toe. Het ergste is wat de misdaad met de daders doet. Op de duur zijn ze constant op de vlucht voor zichzelf, moeten ze een nieuwe misdaad plegen om de vorige te verdoezelen, om niet gepakt te worden, want gepakt worden lijkt het ergste wat hun kan overkomen. Dat is het einde van al wat ze kennen, de grootste overrompeling van hun leven die ze zich kunnen inbeelden. Het einde ervan. Wie wil zijn leven nu laten overrompelen? Dus moeten ze verder. Alles staat in het teken van overleven op de korte termijn. Permanent zijn ze op de vlucht.

Het is niet dat mijn zoon niet wist dat hij dingen deed die niet konden, maar het was de enige manier om het leven ‘in handen te houden’. Permanent was hij op de vlucht voor zichzelf. Tegen niemand kon hij nog echt eerlijk zijn, altijd was er wel iets wat het daglicht niet mocht zien.

Ik weet niet wanneer u zich het gelukkigst voelt, maar ik voel me het best als ik kan zijn wie ik ben, als ik kan zeggen wat ik voel, ook al voel ik me eens niet goed - misschien vooral dan. Ik voel me het gelukkigst als ik niets verborgen hoef te houden, geen leugens moet vertellen, ook geen leugentjes om bestwil.

Maar wat als je dat niet kunt? Wat als je daden je blijven achtervolgen en je moet liegen ‘om bestwil’? In dat straatje was onze zoon beland, tot hij werd opgepakt en naar de gevangenis werd gestuurd.

De eerste maanden daar waren maanden van ontkenning. Hij moest zich nog sterk houden. Het was de schuld van de anderen. Hij had gedaan wat hij moest doen. In veel gevallen was het mijn schuld. Hij duwde me van zich af. Ik was te vaak degene geweest die hem een spiegel had voorgehouden, doorgaans op een manier die niet eens tot hem doordrong.

Mijn onmacht toen ik mijn volwassen zoon keuzes zag maken en dingen zag doen die niet juist waren en waardoor hij zich de kans ontnam om gelukkig te zijn - althans de kans om gelukkig te zijn zoals ik geluk zag - maakte me kwaad. Die woede maakte op de duur elke communicatie tussen ons onmogelijk. Toen hij in de gevangenis zat, hebben we elkaar teruggevonden. Zijn opsluiting heeft onze zoon de reden ontnomen om te blijven vluchten en heeft hem gedwongen zijn leven weer op nul te zetten.

Het verhaal dat De Standaard in de podcast heeft gebracht en het leven van meneer Lacroix hebben ons werkelijk ongelofelijk veel deugd gedaan. (Ik zou hem graag tot mijn vrienden rekenen en hem Philippe noemen, maar zolang dat niet het geval is, noem ik hem uit respect meneer Lacroix.) Ik bewonder zijn wilskracht en de manier waarop hij erin slaagt in vrede te leven met zijn verleden en zich op de toekomst te richten. Dat is per slot van rekening het enige wat je kunt veranderen. Het heeft geen zin om jezelf verwijten te maken over wat je gedaan hebt. Dat is verloren energie. Die kan je beter gebruiken om de juiste keuzes voor morgen te maken en daaraan te werken.

Meneer Lacroix heeft bewezen dat het kan, ik hoop dat onze zoon dezelfde weg zal opgaan. De eerste tekenen zijn gunstig, zijn gedrag van de laatste maanden is in ieder geval hoopgevend. De gevangenis kan een plaats van loutering zijn. Het is alleen spijtig dat er zo weinig met de gevangenen wordt gedaan. In geest en gedachten heeft onze zoon de klik gemaakt, maar zal hij sterk genoeg zijn om het vol te houden als het beschermde milieu van de gevangenis wegvalt? Wanneer hij opnieuw voor zichzelf zal moeten zorgen, en financiële beslommeringen hem misschien weer in de richting van het snelle geld duwen? Zal hij sterk genoeg zijn om vast te houden aan wat hij wil? Weet hij al voldoende wat hij wil? Waarom is er in de gevangenis zo weinig begeleiding om gevangenen te helpen om hun weg te vinden en zich mentaal te sterken in de overtuiging van wat ze willen? Ik ben er vast van overtuigd dat daar veel mensen zitten die in hun hart wel verlangen naar de juiste dingen en naar écht geluk, maar die niet weten hoe dat te realiseren. Zodra ze weer vrijkomen, vervallen ze in hun oude gewoontes. Niet omdat ze dat willen, maar omdat ze niet weten hoe het anders kan.

Ik heb werkelijk genoten van de podcast en ik heb een ongelofelijke bewondering voor meneer Lacroix en de manier waarin hij in het leven staat. Hij heeft mij moed gegeven, en geloof dat het goed kan komen. Wat hij gedaan heeft, getuigt van een formidabele persoonlijkheid, niet alleen door de weg die hij heeft afgelegd en de manier waarop hij zijn leven in handen heeft genomen, maar ook door de eerlijkheid en openheid waarmee hij in jullie podcast heeft getuigd over voor hem erg persoonlijke en gevoelige dingen.

Bedankt.

Bron: De Standaard | 18 Maart 2023 | Geschreven door Steven (volledige naam bekend bij de redactie van De Standaard)

4,056

(1 replies, posted in 1970-1979)

In de nacht van zaterdag 18 op zondag 19 juli 1970 werd de 69-jarige reisagent Emiel Vranckx vermoord. Hij woonde in de Jean Volderslaan 6 te Sint-Gillis, op hetzelfde adres had hij ook zijn reisbureau.

De politie van Sint-Gillis kreeg zondagochtend, 19 juli, een anoniem telefoontje om te melden dat “Monsieur Miami gedood was”. Tegen 9u30 was de politie ter plaatse en moesten ze de ruit van de toegangsdeur breken om binnen te geraken in het kantoor van Emiel Vranckx. Hij stond in de buurt bekend onder de naam van zijn reisbureau: “Miami”. Achter de toonbank vond de politie het stoffelijk overschot van de man, badend in het bloed.

Het slachtoffer werd het laatst gezien door zijn buurman, een Griek, die in het nummer 4 een winkel had en die zaterdagavond omstreeks 22u nog praatte met “Mijnheer Miami”. De man zei toen dat hij vier reizen had volgeboekt voor zondag, dat hij vermoeid was en ging slapen.

Het slachtoffer woonde op de benedenverdieping van het nr. 6, een gebouw waarvan de vier verdiepingen aan andere personen werden verhuurd. De Griekse buurman had het wel eigenaardig gevonden dat er nog licht brandde in het reisbureau toen hij omstreeks 1u ’s nachts teruggekomen was van de pas geopende Brusselse foor. De volgende ochtend brandde er geen licht meer in het reisbureau en zag de Griek zijn buurman niet, wat hij opvallend vond omdat hij meestal in het deurgat van zijn reisbureau stond. Hieruit concludeerde de politie dat de man vermoord werd in de loop van de nacht van zaterdag op zondag.

Toen de politie binnen kwam in het reisbureau ontdekten ze dat het lichaam van de man achter de toonbank was gesleept en gedeeltelijk met een gordijn was bedekt. De moord zelf had plaatsgevonden achter de toegangsdeur. Daar werden immers grote bloedvlekken teruggevonden, veroorzaakt door het inslaan van de schedel van de reisagent.

Het stoffelijk overschot vertoonde drie kleine wonden, twee in de borst en één in de buik. Tijdens de eerste autopsie werden geen kogels gevonden in het lichaam. Daardoor werd aangenomen dat de wonden, die 10 tot 12 cm diep waren, werden toegebracht met een priem of een schroevendraaier.

In november 1973 werd het dossier afgesloten maar in februari 1974 kreeg de BOB van Brussel een brief die door Jean Caporale vanuit de gevangenis werd verstuurd en waarin hij meldde dat de moordenaar een zekere Luc Sibille was, een 29-jarige barman uit Waterloo. Deze brief was het gevolg van een ruzie die ontstaan was tussen de bendeleden van de beruchte bende van Jules Caporale.

Vanwege de brief van Jean Caporale besliste substituut Deprêtre om een nieuwe autopsie uit te voeren op het lichaam van Emiel Vranckx. Door die nieuwe lijkschouwing ontdekte men dat er drie projectielen in het lichaam zaten. Het ging telkens om erg kleine kogels, afgevuurd met een .22 long rifle. Het slachtoffer vertoonde ook een gapende wonde aan het hoofd, vermoedelijk het gevolg van een kolfslag.

Buit

  • Een klein alarmpistool

  • Een hoeveelheid fiscale zegels

  • Een aantal prospectussen

  • De portefeuille en sleutels van het slachtoffer

Een goed verborgen soms van 23.000 fr. werd door de moordenaars niet gevonden.

Proces

In oktober 1979 was er het assisenproces. Jean Caporale werd als aanstichter van de moord veroordeeld tot de doodstraf. Luc Sibille, de moordenaar van Emiel Vranckx, kreeg levenslange dwangarbeid. De twee andere mededaders, Jean Leclercq een Alain Gerils, konden niet veroordeeld worden omdat hun feiten verjaard waren.

Tijdens het proces kwam aan het licht dat Luc Sibille na de moord aan de vriendin van Jean Caporale vertelde dat "het slachtoffer maar niet wilde sterven", zelfs nadat hij zesmaal had geschoten [met een .22 long rifle], zodat hij hem de schedel had moeten inslaan.

Het was tijdens dit proces dat Jean Caporale vroeg om verdedigd te worden door Heinrich Toumaniantz, wat niet aanvaard werd. (*) De andere advocaten van de betichten waren onder andere Xavier Magnée, Michel Graindorge, Michel Delacroix en Ronald Rossignol.

(*) Toumaniantz mocht geen advocaat zijn, maar hij werd wel opgeroepen als getuige tijdens het proces:

Laatste getuige was Toumaniantz. Wegens een reeks overvallen werd die enkele jaren geleden tot tien jaar cel veroordeeld, maar hij behaalde in de gevangenis het diploma van licentiaat in de rechten. Hij was door Caporale ontboden in verband met het proces van 1972 waarin hij volgens zijn verklaringen ten onrechte zou zijn veroordeeld. De uitlatingen van de getuige gaven echter aanleiding tot een reeks incidenten met voorzitter Poupart, zodat er ten slotte niets van het getuigenis overbleef.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Oktober 1979

Een foto uit 1972 van Jean Caporale (links), Jean Leclercq (2e van rechts) en Luc Sibille (rechts):

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/bende_10.png

Bron: Verschillende artikels van de Gazet van Antwerpen van 1970 en 1979.

4,057

(20 replies, posted in 1980-1989)

mcfisto wrote:

Weet er iemand het adres waar de juwelier Valère Valcke vermoord is geweest?

De man woonde in de Steenweg naar Grote Hut nummer 156 » Google Maps

Handelsvertegenwoordiger in juwelen, slachtoffer van roofmoord te Sint-Genesius-Rode

De 65-jarige handelsvertegenwoordiger in juwelen, Valère Valcke, werd vrijdagochtend vermoord aangetroffen in zijn villa aan de Grote Hutlaan 156 ter hoogte van de Middenhut te Sint-Genesius-Rode. Het slachtoffer was neergeschoten en beroofd van een aanzienlijke partij juwelen.

De h. Valcke werkte sinds geruime tijd als handelsvertegenwoordiger in juwelen, wat met zich meebracht dat hij zich vaak met zijn voertuig verplaatste in het bezit van aanzienlijke hoeveelheden juwelen die hij hoofdzakelijk te Brussel, maar ook elders in grote steden, presenteerde aan de juweliers.

De h. Valcke, die de jongste tijd alleen woonde, kwam in de late avond van donderdag of kort na middernacht thuis. Uit de vaststellingen blijkt dat hij in zijn woonplaats werd opgewacht door de dader of daders. Aan de achterkant van de villa werd een opengebroken deur aangetroffen.

De man werd blijkbaar zonder veel omhaal met verscheidene kogels doodschoten door de dader(s), die er degelijk van op de hoogte was (waren) dat hij erg laat in het bezit van een aanzienlijke partij juwelen zou thuiskomen.

Het slachtoffer werd vrijdagvoormiddag door buren aangetroffen, waarna de politie en ook het parket te Brussel werden verwittigd. Men tracht uit te maken met welke personen het slachtoffer laatst in aanraking kwam.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Oktober 1980

Drie mannen doodgeschoten te Sint-Genesius-Rode

Op een braakliggend stuk grond werden in de late avond van zondag drie mannen neergeknald aan de Grote Hutsesteenweg te Sint-Genesius-Rode. De slachtoffers waren vermoedelijk inbrekers, want ze hadden elk een schroevendraaier op zak en droegen bovendien handschoenen.

Villabewoners van de Grote Hutsesteenweg te Sint-Genesius-Rode hoorden zondag omstreeks 23u tot tweemaal toe een reeks vuurschoten. Ze telefoneerden de rijkswacht, die wat later ter plaatse verscheen. Op een ongebruikt terrein tussen de villa’s nr. 156 en 158, vonden ze het lichaam van een jonge kerel, die achteraf de 28-jarige Fransman Jean Achianian, geboren te Issy-les-Moulinaux, bleek te zijn. 

Mes

Ongeveer een uur later werd door de rijkswacht een 30-tal meter verder een ander lichaam ontdekt, nl. dat van de 23-jarige Fransman Alain Grandcler, geboren te Abbeville.

Door een beroep te doen op een speurhond werd later nog een derde lichaam in de buurt aangetroffen, dat van een kerel die geen identiteitsbewijs op zak had, en die derhalve nog niet kon worden geïdentificeerd.

Op een van de lijken vond men documenten van een Alfa Romeo, met Franse nummerplaat, een voertuig dat ondertussen is verdwenen. De drie lichamen waren allen getroffen door kogels, maar vertoonden eveneens verwondingen toegebracht door een scherp voorwerp, wellicht een mes van groot formaat. De slachtoffers waren alle drie gedeeltelijk verminkt.

Daar ze in het bezit waren van een schroevendraaier wordt algemeen aangenomen, dat ze aan de “Grote Hut” opdaagden om er inbraken te plegen in de luxueuze villa’s. Heel waarschijnlijk kwamen ze daarbij in contact met een andere dievenbende, wat aanleiding gaf tot een vechtpartij, waarbij aanvankelijk messen aan te pas kwamen, tot de vuurwapens werden bovengehaald met het gekende gevolg.

Een van de villabewoners uit de buurt meende na het schieten een mannenstem te hebben gehoord die zijn vriend toeriep: “Eindelijk, ik heb hem”.

Zulks zou kunnen laten vermoeden dat de drie slachtoffers werden gedood door twee leden van een andere bende. De plaats waar de feiten zich voordeden, ligt in de onmiddellijke nabijheid van een villa, waar enkele weken geleden een alleenwonende juwelier in zijn garage werd vermoord en vervolgens beroofd van alle kleinoden die in zijn brandkast lagen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 November 1980

Moordenaars van drie Fransen schoten ook juwelier dood

De gerechtelijke diensten zouden de namen kennen van twee of drie gangsters, die in de late avond van 22 november op een braakliggend terrein te Sint-Genesius-Rode drie Fransen om het leven brachten. Door vergelijking van de kogels, waarmee de Fransen werden vermoord, en de kogel waarmee op 8 oktober in dezelfde buurt een juwelier werd omgebracht, kon uitgemaakt worden dat al deze slachtoffers met hetzelfde wapen werden gedood.

De namen van de twee of drie gangsters, die deze vier moorden op hun geweten zouden hebben, worden in het belang van het verdere onderzoek voorlopig geheim gehouden. Een van die daders zou een Belg zijn.

In de late avond van 8 oktober werd juwelier Valère Valcke, bij zijn thuiskomst aan de Grote Hutsesteenweg 156 te Sint-Genesius-Rode, door onbekende opgewacht. Toen hij zijn brandkast in de garage had opengemaakt, werd hij door een paar kogels in de rug doodgeschoten. De daders konden beslag leggen op alle juwelen, die in de brandkast lagen opgeborgen. De waarde van die juwelen wordt op vele miljoenen geraamd.

Anderzijds werden op 22 november, op een braakliggend stuk grond dat paalt aan de villa van de vermoorde juwelier, drie Fransen met verscheidene kogels omgebracht. De slachtoffers waren ook met messen toegetakeld, twee van hen waren bijna onthoofd.

Een man in de buurt hoorde na het schieten een onbekende in het Frans roepen: “Ik heb hem uiteindelijk gekregen”, woorden die heel waarschijnlijk gericht waren tot een spitsbroeder.

Antiekdieven

Daar de drie slachtoffers in het bezit waren van een schroevendraaier, wordt door de onderzoekers aangenomen dat ze naar de buurt van de Grote Hut gekomen waren om daar inbraken te plegen in de luxueuze villa’s. Heel waarschijnlijk kwamen ze daarbij in contact met een andere dievenbende en ontstond er een vechtpartij, waaraan zowel messen als vuurwapens te pas kwamen.

Twee van de drie neergeschoten mannen konden dadelijk geïdentificeerd worden. Het ging om de 28-jarige Fransman Jean Achianian, geboren te Issy-les-Moulinaux, en de 23-jarige Fransman Alain Grandcler, geboren te Abbeville.

Het derde slachtoffer had geen identiteitspapieren bij zich. Zijn identiteit kon door de onderzoekers ondertussen achterhaald worden. Het gaat ook om een Fransman, Hervé Wenzel. Aanvankelijk deden geruchten de ronde dat hij een broer was van de gekende ski-kampioenen, maar later bleek dat die geruchten ongegrond waren. De ski-kampioenen zijn trouwens niet van Franse nationaliteit.

De drie Franse slachtoffers hebben een blanco strafregister. Het zou nochtans niet uitgesloten zijn dat zij te maken hebben met de diefstal van antieke voorwerpen. Het onderzoek spitst zich nu toe op de twee of drie daders, die de gerechtelijke diensten eerlang hopen te kunnen aanhouden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 December 1980

Brusselse “zware jongen” aangehouden

De gerechtelijke politie van Brussel heeft een belangrijke stap voorwaarts gezet in haar onderzoek naar de moord op drie Franse gangsters te Sint-Genesius-Rode.

Eind vorige week werd een zekere Charles De Staerke (36), een kerel uit het Brusselse milieu en nogal veel gezien in Sint-Pieters-Leeuw, aangehouden. Hij zit opgesloten in de gevangenis van Doornik en men verwacht dat hij eerlang naar Brussel zal worden overgebracht. Alhoewel de gerechtelijke kringen te Brussel zwijgen, vernamen we dat de gearresteerde al zekere verklaringen zou hebben afgelegd over de moord op de drie Fransen.

Juwelier

Die Franse gangsters werden op zondagavond 23 november gevonden in een bosje langs de Grote Hutstweenweg te Sint-Genesius-Rode. Dit bosje ligt vlakbij nummer 156, de woning waarin op woensdag 8 oktober de 66-jarige juwelier Valère Valcke werd vermoord en beroofd. Een moord die nog niet werd opgehelderd, maar waarvan de gerechtelijke politie nu toch weet, dat de juwelier met hetzelfde wapen werd vermoord als de drie Fransen.

De vraag die hier onmiddellijk wordt gesteld is welke bekentenissen de gearresteerde Charles De Staerke heeft afgelegd. Weet hij misschien ook iets meer over de moord op juwelier Valcke?

Ook omtrent de aanleiding tot het vermoorden van de Fransen bestaat nog geen volstrekte zekerheid. Al vermoedt men dat het gaat om een afrekening in het inbrekersmilieu. De lijken waren vreselijk toegetakeld. Alle drie vertoonden schot- en steekwonden.

Vrij vlug zat de recherche, zowel de gerechtelijke politie als de BOB van Brussel, op het goede spoor.

Vervoordeling

Men achterhaalde de identiteit van de mogelijke daders. En begin deze week werden de namen van de gezochte verdachten officieel bekendgemaakt. Men achtte het echter opportuun nog niet te gewagen van de arrestatie van Charles De Staerke. Ook werd niet gezegd dat er een derde persoon op te sporen was. En dit is namelijk de broer van eerst voornoemde, nl. Leon De Staerke. Deze is geen onbekende van de politie, vermits hij jaren geleden al een veroordeling opliep wegens gewapende overvallen.

Leon De Staerke, 43 jaar, was ook een vriend van Armand Havelange, die jaren geleden berucht werd voor zijn hold-ups. De derde man die nog moet worden gevonden in verband met de moord in Sint-Genesius-Rode is een zekere Istvan Farkas, 33, een Joegoslaaf die ook tot de onderwereld behoort.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 December 1980

Inbreker en heler veroordeeld te Brussel

De correctionele rechtbank te Brussel veroordeelde dinsdag de 40-jarige François Schuller uit Koekelberg bij verstek tot 18 maanden effectieve gevangenisstraf. De rechtbank achtte Schuller schuldig allerlei antiek te hebben gestolen uit de villa van juwelier Valère Valcke in oktober 1980, nadat voornoemde persoon in zijn woning te Sint-Genesius-Rode werd vermoord.

Schuller had eveneens te maken met de diefstal van antiek in het kasteeltje van Paul Bril die in augustus 1980 te Hoegaarden vermoord werd aangetroffen. Schuller was ten slotte ook betrokken bij een diefstal in het Scott-museum aan de Eikstraat te Brussel.

In deze zaak werd ook een Fransman wegens heling veroordeeld tot zes maanden cel met uitstel.

Anderzijds werd de 44-jarige antiekhandelaar Leon De Staerke uit Sint-Pieters-Leeuw vrijgesproken op grond van twijfel. Leon De Staerke werd ervan verdacht in november 1980 drie Franse inbrekers te hebben doodgeschoten nabij de woning van juwelier Valcke te Sint-Genesius-Rode. Enkele maanden geleden werd hij na een onderzoek in deze moordzaak in voorlopige vrijheid gesteld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Oktober 1981

4,058

(18 replies, posted in Plaatsen)

Op het Franstalige tueries-forum heeft forumlid Wolf het waarschijnlijk ook over deze moord:

La personne de nationalité Italienne retrouvée à cette époque (si mes souvenirs sont exactes) morte par balle dans une des chambre de visite du plan incliné de Ronquières ne pourrait il pas être votre personnage ?

En in een volgende post:

Cette personne avait ou été tuée par balle calibre 38.

A l'époque j'ai tenté de savoir si l'arme était le révolver appartenant à l'armurier (*) d'Anderlues ou un calibre 38 déclassé par la société Sécuritas, comme celà avait été le cas en 1983.

(*) In het volgend bericht verbetert hij deze fout. Hij bedoelt natuurlijk de juwelier in Anderlues.

Nog een aantal misdaden ten nadele van Delhaize:

Dieven wagen hun hachje te Haccourt

Op gevaar af een formidabele ontploffing te veroorzaken hebben twee onbekenden met een snijbrander gepoogd de kassa van het automatische pompstation van het warenhuis Delhaize, aan de Avenue Fabiola te Haccourt te openen.

Een buurtbewoner, die door het gerucht was gewekt, begon vanuit zijn raam om hulp te roepen, waarop de dieven op de vlucht sloegen. Bij de aankomst van de politie stelde men vast dat ze erin geslaagd waren een luik van de pomp weg te nemen en dat ze de achterzijde van de kassa reeds hadden aangepakt. Ze hadden niets gestolen, maar met hun snijbrander hadden ze 270 biljetten van honderd en vijfhonderd frank verbrand.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Juni 1981

Drie jaar cel voor twee Italianen

De correctionele rechtbank te Luik heeft woensdag twee Italianen veroordeeld tot drie jaar effectieve gevangenisstraf. Ter zitting werd hun onmiddellijke aanhouding bevolen.

Beide mannen uit Wandré werden vervolgd wegens diefstal met braak. Hun buit bestond uit diverse goederen, die ontvreemd werden uit supermarkten in Aywaille en La Calamine. Het betreft Raffaele Perri (41) en Michele Bongiorno (41).

Perri kon op 31 oktober worden opgepakt bij een inbraak in het warenhuis Delhaize te Aywaille. Zijn spitsbroeder wist aanvankelijk te ontkomen, maar de sporen wezen duidelijk in zijn richting. Tijdens een huiszoeking bij de vriendinnen van de twee Italianen kon nog eens de hand worden gelegd op allerlei gestolen goederen voor een bedrag van zo’n 800.000 fr.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Februari 1982

Sigaretten gestolen te Oudenaarde

Zaterdagmorgen werd een stoutmoedige inbraak en diefstal vastgesteld in het grootwarenhuis Delhaize aan de Meerspoort te Oudenaarde. Met zwaar inbrekersmaterieel trokken de inbrekers de verkoopruimte binnen. Zij gingen aan de haal met een grote hoeveelheid sigaretten voor een gezamenlijke waarde van 150.000 fr. Door de rijkswacht en BOB werd een onderzoek ingesteld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Juli 1983

Dief betrapt te Overijse

In het warenhuis Delhaize aan de Steenweg naar Brussel te Overijse, werd V.M. uit Overijse op diefstal betrapt. De rijkswacht stelde proces verbaal op.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 September 1983

Kassierster verduisterde 4,5 miljoen te Ukkel

De 41-jarige M. R. kassierster in het warenhuis Delhaize te Ukkel, heeft bekend dat ze sinds het begin van 1987 door middel van valsheid in geschriften 4,5 miljoen frank ten nadele van haar werkgever verduisterde.

De vrouw die is ingeschreven te Brussel, werkte al sinds 1980 in het warenhuis. Ze had de jongste maanden met ernstige financiële moeilijkheden af te rekenen en was niet meer in staat bepaalde leningen af te betalen.

De echtgenoot van de vrouw was eveneens op de hoogte van de verduisteringen. Hij werd samen met zijn vrouw in beschuldiging gesteld. Geen van beiden werd echter aangehouden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 September 1987

Gangsters roven 400.000 fr. bij Delhaize in Anderlecht

Twee gangsters, gemaskerd met hoofdkappen en gewapend met een geweer en een revolver, pleegden donderdag, omstreeks 15u, een overval in het warenhuis Delhaize, Wayezstraat 97 in Anderlecht. De daders maakten er de uitbaatster met handboeien vast aan een verwarmingsradiator.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 September 1988

Gezochte inbreker aangehouden in Brussel

Door de Brusselse politie werd maandagavond de 21-jarige Bruno Depiesse uit Brussel aangehouden. De man word gezocht voor een belangrijke diefstal in de Delhaize aan de Nothombstraat in Etterbeek. De inbraak werd gepleegd op 21 januari 1988. In dit warenhuis werden sigaretten, sigaren, wijn en 1.650 video-cassetten gestolen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Oktober 1988

4,060

(18 replies, posted in Plaatsen)

In december 1985 wordt in het kanaal Brussel-Charleroi, nabij het hellend vlak van Ronquières, een vermoorde man teruggevonden. Gezien de locatie en de periode lijkt het me interessant om dit hier te delen.

Lijk van vermoorde man ontdekt in Ecaussines

Te Ecaussines, nabij het hellend vlak van Ronquières is donderdag een lijk ontdekt. Het stoffelijk overschot was reeds in staat van ontbinding en was in een deken gerold. Het parket van Bergen, de BOB en de rijkswacht van Soignies, en de politie van 's Gravenbrakel zijn ter plaatse afgestapt om een onderzoek in te stellen. Uit een rijbewijs, afgeleverd te La Louvière, en een uurwerk kon worden afgeleid dat het gaat om Mario Carmelo, een man van tussen de 20 en de 30 jaar Hij had een kogel van groot kaliber door zijn hoofd gekregen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 December 1985

Lijk van Ronquières geïdentificeerd

Dinsdag is het gerecht er uiteindelijk in geslaagd het in ontbinding verkerende lijk, dat vorige donderdag ter hoogte van het hellend vlak van Ronquières is ontdekt, te identificeren. Het betreft de 21-jarige Italiaan Antonio Cuozzo, die te Mange (bij La Louvière) verbleef.

De jongeman was uit zijn domicilie verdwenen op 6 februari jl. Hij was een werkloze vrijgezel. Nabij Ronquières is hij teruggevonden met een kogel in het hoofd. Een onderzoek is aan de gang naar de omstandigheden van de moord.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 December 1985