481

(107 replies, posted in Bibliografie)

Vanavond op VTM: Niet schieten
VTM, 21.35 – 00.10 uur

Hoe verfilm je een nationaal trauma? Daens-regisseur Stijn Coninx bleef dicht bij de realiteit en vertelt het verhaal van David Van de Steen, wiens ouders en zus neergeschoten werden door de Bende van Nijvel. Jan Decleir en Viviane De Muynck spelen zijn grootouders.

482

(43 replies, posted in Onderzoekspistes)

"Gangsters vermoorden geen kinderen"

In discussies over de Bende van Nijvel wordt regelmatig beweerd dat "echte" of professionele gangsters nooit op kinderen zouden schieten. Volgens die redenering zouden de daders van de bloedige overvallen geen gewone criminelen zijn, omdat zij ook kinderen onder hun slachtoffers maakten. Die stelling klinkt aannemelijk, maar is historisch moeilijk te onderbouwen.

Het idee dat criminelen een ongeschreven erecode hebben die geweld tegen kinderen verbiedt, is grotendeels gebaseerd op mythevorming en een geromantiseerd beeld van de georganiseerde misdaad. Binnen organisaties als de Siciliaanse Cosa Nostra, de ’Ndrangheta en de Camorra bestonden inderdaad ongeschreven regels of erecodes. Daarin werd onder meer gesproken over respect voor familiebanden, de zwijgplicht (omertà) en het vermijden van geweld tegen vrouwen en kinderen. Die regels dienden echter vooral om de interne discipline en het imago van de organisatie te bewaren. Het waren geen morele principes die onder alle omstandigheden werden nageleefd.

De historische werkelijkheid laat zien dat dergelijke regels keer op keer werden geschonden zodra macht, wraak of eigenbelang zwaarder wogen. Alleen al in Calabrië werden sinds de jaren vijftig tientallen kinderen door de ’Ndrangheta vermoord. Sommigen waren het eigenlijke doelwit, anderen kwamen om bij een vergissingsmoord of een aanslag op hun vader. Er waren kinderen die werden gedood door bomexplosies, ontvoerd en gemarteld of toevallig in de vuurlinie terechtkwamen. De vermeende erecode bood hun geen enkele bescherming.

Dat de mythe toch hardnekkig blijft bestaan, heeft verschillende oorzaken. Films, romans en televisieseries – met The Godfather als bekendste voorbeeld – hebben het beeld van de "gentleman gangster" sterk beïnvloed. Criminelen worden daarin vaak voorgesteld als mannen met een strikt eergevoel, die bepaalde grenzen niet overschrijden. Ook criminelen zelf hebben dat beeld soms bewust in stand gehouden door zichzelf af te schilderen als mensen met principes. Journalisten namen dergelijke uitspraken geregeld over, waardoor het idee van een erecode verder werd verspreid.

Daarnaast speelt selectieve waarneming een rol. Wanneer een kind het slachtoffer wordt van georganiseerde misdaad, krijgt dat begrijpelijk veel media-aandacht. Daardoor lijkt het alsof dergelijke gevallen uitzonderingen zijn. In werkelijkheid tonen zowel historisch onderzoek als talrijke concrete dossiers aan dat kinderen wel degelijk slachtoffer worden wanneer zij toevallig aanwezig zijn, een getuige vormen, als drukmiddel kunnen worden gebruikt of wanneer criminelen zonder onderscheid geweld toepassen.

Criminologen hebben dan ook nooit kunnen aantonen dat er onder "professionele gangsters" een universele gedragsregel bestond die het doden van kinderen verbood. Er zijn wel aanwijzingen dat sommige criminele organisaties dergelijke normen op papier of in de traditie kenden, maar even duidelijk is dat ze regelmatig werden genegeerd zodra de omstandigheden daarom vroegen. Dat geldt niet alleen voor de Italiaanse maffia, maar ook voor drugskartels, straatbendes en gewelddadige overvallers in verschillende landen.

De vaak gehoorde stelling dat "professionele gangsters niet op kinderen schieten" berust daarom eerder op beeldvorming dan op historische feiten. Ze vormt geen betrouwbaar criterium om uitspraken te doen over het profiel van de daders van de Bende van Nijvel.

De geschiedenis van de georganiseerde misdaad levert tal van voorbeelden op. Een van de bekendste is de moord op Giuseppe Di Matteo (11), de zoon van een voormalige maffioso die met justitie samenwerkte. Hij werd in 1993 ontvoerd door de Siciliaanse Cosa Nostra, ruim twee jaar gevangen gehouden en uiteindelijk gewurgd. Om alle sporen uit te wissen werd zijn lichaam opgelost in zuur.

Ook de Calabrische ’Ndrangheta spaarde kinderen niet. In 2009 werd Domenico "Dodò" Gabriele (11) dodelijk geraakt toen huurmoordenaars het vuur openden op een voetbalveld. Hun eigenlijke doelwit was een lokale maffioso, maar de jongen werd per vergissing getroffen en overleed na drie maanden.

Nog recenter is de zaak van Nicola "Cocò" Campolongo (3), die in 2014 samen met zijn grootvader werd vermoord. De daders staken vervolgens de auto met de lichamen in brand. Deze zaken tonen aan dat kinderen binnen de georganiseerde misdaad soms bewust worden vermoord, soms als vergeldingsmiddel worden ingezet en soms het slachtoffer worden van willekeurig of onverschillig geweld.

Bronnen:

  • Save the Mafia Children. An Italian Model in the Fight Against Organized Crime (2024) - hoofdstuk 3

  • Dead Silent: Life Stories of Girls and Women Killed by the Italian Mafias, 1878-2018 - University of Wisconsin Milwaukee

  • Teksten samen gevoegd en verbeterd met ChatGPT en Google AI

483

(80 replies, posted in Filière Boraine)

Er is een man uit Ecaussinnes die getuige was van de overval in Anderlues. Deze man zou Becker beschuldig hebben van medeplichtigheid bij die overval.

(...) Quoi qu'il en soit, Becker laissa entendre, jeudi soir, à qui voulait l’écouter, qu'il était furieux de l'ordonnance rendue quelques heures auparavant par la Chambre du conseil. Il y avait appris qu'un habitant d'Ecaussinnes, témoin de l'attaque d'Anderlues, l’aceușait d'y avoir participé. Voilà qui pourrait peut-être relancer ce dossier.

Bron: Le Soir (datum onbekend)

484

(7 replies, posted in 1970-1979)

Wapenhelers op bankje te Brussel

Drie betichten, die ervan worden beschuldigd wapens en munitie te hebben geheeld die begin januari werden gestolen bij de wapenhandelaar Paul Binet, aan de Koningsstraat te Brussel, verschenen vrijdag voor de correctionele rechtbank te Brussel.

Het betreft de 21-jarige Claude Mertens, kelner te Brussel, de 31-jarige Walter Dieltjens, kelner te Jette, en de 37-jarige Jacques Rennen, maatschappijbeheerder te Elsene.

Begin april ontmoetten Mertens en Dieltjens in een herberg aan de Em. Jacqmainlaan te Brussel twee Nederlanders die beweerden naar België te zijn overgekomen om er vuurwapens aan te kopen. Zij bleken tamelijk goed ingelicht, want zowel Mertens als Dieltjens beschikten op dat ogenblik over een hoeveelheid pistolen en revolvers die begin januari bij de wapenhandelaar Binet waren gestolen.

Doch toen de twee Brusselaars later met de gevraagde wapens in de herberg verschenen, duurde het niet lang of ze werden door de BOB van Brussel ingerekend.

Substituut Massont eiste voor de drie betichten een straf naar verhouding van de feiten. De verdediging, bij monde van Mrs Guy François, Saels, Schrijve en Sallière, betoogden dat de Nederlanders die Mertens en Dieltjens hadden aangespoord hun wapens te leveren in feite tipgevers waren van de politie, er was dus volgens de advocaten een soort provocatie mee gemoeid uitgaande van de politie zelf en in dergelijke omstandigheden kunnen de drie betichten ook niet als schuldig worden beschouwd, zodat ze moeten worden vrijgesproken.

De uitspraak volgt op een latere nog niet vastgestelde datum.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Mei 1975

485

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Moord op een man in een woonwagenkamp

  • Wanneer? 29 Oktober 1980

  • Waar? Esseghemstraat 2A in Jette » Google Maps

  • Wie? Jean-Claude Delporte

  • Status: Opgelost

Op 31 oktober 1980 werd de 47-jarige Hector Witerwulghe in een woonwagenkamp aan de Esseghemstraat in Jette gewurgd door Jean-Claude Delporte, nadat spanningen waren ontstaan omdat Witerwulghe een intieme relatie had gehad met Delportes partner Liliane. Maurice Van Pee was bij de feiten aanwezig en hielp later mee om het lichaam, dat in een ondiepe put op het terrein werd begraven, te verbergen. De moord bleef bijna vier jaar onopgemerkt tot de politie van Jette op 2 mei 1984 een anonieme brief ontving met de identiteit van het slachtoffer, de naam van de dader en de exacte begraafplaats.

Bij de opgraving werd het geraamte van Witerwulghe teruggevonden en beide mannen werden aangehouden. Tijdens het assisenproces in februari 1986 legde Delporte verschillende, vaak tegenstrijdige verklaringen af, terwijl uit getuigenissen en deskundigenonderzoek bleek dat het slachtoffer door wurging om het leven was gekomen. De anonieme brief bleek uiteindelijk afkomstig te zijn van Delportes echtgenote Patricia, die de politie eerder al tevergeefs had proberen in te lichten.

De jury achtte Delporte schuldig aan slagen en verwondingen met de dood tot gevolg, gepleegd met voorbedachten rade maar zonder het inzicht te doden, en veroordeelde hem tot vijftien jaar dwangarbeid. Maurice Van Pee werd vrijgesproken.

Jean-Claude Delporte:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/jean-c12.jpg

Geraamte van gewurgde man ontgraven te Jette

Op een stuk grond te Jette waar verschillende woonwagens van kermisreizigers staan opgesteld, werd woensdagnamiddag het stoffelijk overschot opgegraven van een man die vermoedelijk op 29 oktober 1980 werd gewurgd.

De man in kwestie was toen pas ontslagen uit de strafinrichting van Merksplas, en had, samen met twee bevriende koppels, zijn invrijheidstelling gevierd. o.m. met champagne en bier.

Toen bet vijftal bijna dronken was, wist de pas vrijgelaten man een van de vrouwen mee te tronen. Toen haar echtgenoot dat vernam greep hij de jonge dader bij de keel en wurgde hem. Het slachtoffer werd vervolgens op het terrein waar de foorkramers staan, op een diepte van 1 meter begraven.

Woensdag kreeg de politie van Jette een anonieme melding van de juiste plaats waar het slachtoffer begraven lag, zijn identiteit evenals de naam van de dader.

Ondertussen kon het stoffelijk overschot worden ontgraven op de aangeduide plaats maar er bleef alleen nog een geraamte over. De dader werd aangehouden.

Hij bekende het slachtoffer te hebben gewurgd, zonder het inzicht te doden. Hij werd door Mw. de onderzoeksrechter Cudell onder aanhoudingsmandaat gesteld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Mei 1984

Tweede dader aangehouden

Nadat vorige week in een woonwagenkamp te Jette het lijk werd ontdekt van een man die in oktober 1980 werd vermoord, kon zondag in Nederland de tweede dader worden aangehouden. Meteen geraakte de juiste toedracht van de feiten bekend.

Het slachtoffer was de 51-jarige Hector Witerwulghe. Op 29 oktober 1980 werd hij ontslagen uit de strafkolonie van Merksplas waar hij een tijdje wegens landloperij had verbleven.

Toen Witerwulghe in het zigeunerkamp in Jette aankwam ging hij een woonwagen binnen waar hij Liliane, vriendin van de 39-jarige Jean-Claude Delporte aantrof. Het zou toen tot intieme omgang tussen beide zijn gekomen.

Nog dezelfde avond vanaf 18 uur trok Witerwulghe samen met Delporte, diens vriendin Liliane evenals buurman Van Pee en diens vriendin Raymonde naar verschillende cafe's. Ze wilden de in vrijheidstelling
van Witterwulghe vieren.

De volgende dag vernam Delporte echter wat er tussen zijn vriendin Liliane en Witterwulghe was gebeurd en na een gesprek met Van Pee besloot hij Witerwulghe te doden.

Dit gebeurde op 31 oktober 1980 in een woonwagen waarin niet alleen itterwulghe, Delporte en Van Pee, maar ook de twee vrouwen aanwezig waren.

Terwijl Van Pee met een karabijn dreigde, bracht Delporte een touw om de hals van Witerwulghe. De man werd toen gewurgd. Zijn lichaam werd de daaropvolgende dag ergens in het kamp 1 meter diep in de grond gestopt. Op die plaats werd enkele dagen geleden het stoffelijk overschot teruggevonden.

De moord werd ontdekt na een anonieme brief, die enkele dagen geleden aan de politie van Jette werd verstuurd en die melding maakte van de naam van de daders, maar ook van het slachtoffer.

De twee daders zijn inmiddels aangehouden. Wat de twee vrouwen betreft, deze blijken alleen een passieve rol te hebben gespeeld, zodat ze voorlopig niet worden beschuldigd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Mei 1984

Wedersamenstelling te Jette van moord in oktober 1980

Te Jette had de wedersamenstelling plaats van een moord die er in oktober 1980 in een woonwagenkamp werd gepleegd. Daar werd de 47-jarige Hector Witerwulghe door Jean-Claude Delporte vermoord. De dader verstopte het lijk in een put tussen de woonwagens.

Slechts in mei van dit jaar werd de doodslag ontdekt en door de politie van Jette opgehelderd. De dader was op 29 oktober 1980 ontslagen uit de strafinstelling van Merksplas.

Hij ging naar Jette en het kwam, na oneerbare voorstellen aan de vriendin van Delporte door Witerwulghe tot een hoog oplopende ruzie. Witerwulghe werd gewurgd, doch bijna vier jaar kon de woonwagengemeenschap de doodslag verborgen houden.

De politie van Jette kreeg evenwel een anonieme brief zodat ze de zaak kon oplossen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 December 1984

Anonieme brief bracht moord uit

Maandag begint voor het Hof van Assisen van Brabant het proces van de 40-jarige Jean-Claude Delporte uit Jette, en van de 52-jarige Maurice Van Pee, auteur zonder vaste verblijfplaats in België. Het tweetal wordt er van beschuldigd Hector Witterwulghe te hebben vermoord.

De feiten speelden zich af op 31 oktober 1980 maar kwamen pas op 2 mei 1984 aan het licht na een anonieme brief aan de politie van Jette waarin sprake was van een lijk dat begraven was op een braakliggend terrein in de Esseghemstraat 2A te Jette. In de anonieme brief stond voorts nog dat Jean-Claude Delporte de dader van de misdaad was. Op de plaats die in de brief was aangewezen vond de politie inderdaad een geraamte en nog wat lompen.

Jean-Claude Delporte, zijn vriendin Liliane, Maurice Van Pee en diens vriendin Raymonde werden toen verhoord. De verklaringen waren in vele gevallen niet gelijklopend maar zeker lijkt dat Jean-Claude Delporte de gordel van een peignoir rond Hector Witerwulghes nek heeft gedaan en hem heeft afgetuigd.

De feiten hebben zich voorgedaan in de caravan waarin hij samen met zijn vriendin Liliane woonde. Maurice Van Pee, een karabijn in de hand, was erbij.

Een en ander zou te maken hebben met een verhouding van zijn vriendin, Liliane, met Hector Witterwulghe.

Van Pee zegt Witterwulghe niet te hebben bedreigd. Later zou Delporte samen met Van Pee het lijk van Witterwulghe op het braakliggend terrein hebben begraven.

Het Hof van Assisen wordt voorgezeten door Mr. De Biseau de Hauteville en zal vermoedelijk vier dagen duren.

Jean-Claude Delporte wordt verdedigd door Mr. Véronique Laurent en Mr. Georges de Kerckhove d'Exaerde. De verdedigers van Maurice Van Pee zijn Mr. Jean-Paul Dumont en Mr. Martial Lancaster.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Februari 1986

Hoofdbetichte kwam met allerlei versies aandraven

Het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer de Biseau d'Hauteville, begon maandag aan het proces tegen de 40-jarige Jean-Claude Delporte uit Jette en de 52-jarige Maurice Van Pee, zonder bekende woonplaats. Beiden worden ervan beschuldigd de 53-jarige Hector Witerwulghe op 31 oktober 1980 als dader of mededader te hebben vermoord.

Jean-Claude Delporte wordt verdedigd door meesters Véronique Laurent en Georges de Kerckhove d'Exaerde en Maurice Van Pee door meesters Jean-Paul Dumont en Martial Lancaster. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Jean-Pierre Jaspar. De jury is samengesteld uit 6 vrouwen en 6 mannen.

Na de voorlezing van de akte van beschuldiging door griffier Deschuyffeleer, begint voorzitter de Biseau d'Hauteville met de ondervraging van de beklaagden. Daaruit blijkt dat Delporte met moeite lager onderwijs volgde te Koekelberg. Hij oefende later verschillende beroepen uit, was drie jaar lang bij het vreemdelingenlegioen en trad tot driemaal toe in het huwelijk. Hij leefde herhaaldelijk met een bijzit. Hij liep verschillende veroordelingen op wegens kleinere misdrijven.

Van Pee kende een ongelukkige jeugd. Zijn vader en moeder maakten immers een einde aan hun leven tijdens de oorlogsjaren. Nauwelijks 10 jaar oud werd hij in een weeshuis geplaatst. Hij volgde lager - en
beroepsonderwijs. Hij trad tweemaal in het huwelijk en leefde op het ogenblik van de feiten met een bijzit.

De feiten zelf kwamen aan het licht via een naamloze brief die op 2 mei 1984 in het bezit kwam van de politie van Jette. In deze brief werd gemeld dat einde 1980 Hector Witterwulghe door Jean-Claude Delporte werd gedood. Delporte en Van Pee hadden volgens de brief het lichaam begraven op een braakliggend stuk grond aan de Esseghemstraat 2a te Jette. Op het ogenblik van de feiten verbleef Delporte in een woonwagen op die plaats.

Op de aangeduide plaats werd het geraamte van Witterwulghe teruggevonden. Delporte werd aangehouden en later ook Van Pee.

Verschillende versies

Delporte kwam in totaal met vijf verschillende versies aandraven. Delporte had eind oktober 1980 vernomen dat Witerwulghe zopas uit de strafinrichting van Merksplas was ontslagen. Toen Witterwulghe enkele dagen in de woonwagen van Delporte verbleef, kreeg hij er intieme omgang met Liliane, de bijzit van Delporte. Deze zou toen met Van Pee zijn overeengekomen om Witerwulghe te doden. Dat gebeurde vermoedelijk op 31 oktober 1980 op een ogenblik dat Witterwulghe dronken was.

Volgens de eerste versies van Delporte dreigde Van Pee het slachtoffer neer te schieten met zijn 22.long karabijn. Delporte zou Van Pee hiervan hebben weerhouden, maar hij bracht zelf het snoer van een nachtjapon om de hals van Wtterwuighe en doodde hem langzaam door hem te wurgen.

In de latere versies nam Delporte schier alle schuld op zich. Hij ontkende zelfs dat Van Pee het slachtoffer bedreigde of slagen toediende. Van Pee was er wel bij toen het naar buiten gebrachte lichaam één of twee dagen na de feiten in de omgeving werd begraven. Om de put te maken werd gebruik gemaakt van een spade die de bijzit van Van Pee hiervoor speciaal ging kopen.

Onderzoeksrechter mw. Cudell zegde dat Delporte reeds de dag na het terugvinden van het lichaam werd aangehouden. Van Pee, die op dat ogenblik in Nederland zat, werd veel later aangehouden en aan België uitgeleverd. Van Pee vertelde toen aàn de onderzoeksrechter dat hij Delporte als een gewelddadig iemand beschouwde; zodanig dat hij zijn bijzit niet alleen in het gezelschap van zijn metgezel durfde te laten.

Liliane V., gewezen bijzit van Delporte, ontkende ooit met het slachtoffer Hector Witterwulghe intieme omgang te hebben gehad. Ze hoorde de dag van de feiten Delporte zeggen dat hij het slachtoffer de les zou lezen. Toen Hector de woonwagen binnenkwam was hij dronken. Hij had een fles wijn en een taart meegebracht.

Hector zegde dat hij het leven beu was omdat hij zijn vriendin Gilberte maar niet kon terugvinden. Na deze woorden werd Delporte ineens boos. Hij bracht een bindsnoer om de hals van Hector en kneep dicht. Hij diende Hector vervolgens een kopstoot en vuistslag toe, zodanig dat het slachtoffer op de grond neerviel. Toen gaf Delporte het slachtoffer nog enkele schoppen.

Nadat het lichaam was begraven zegde Delporte tot getuige dat haar hetzelfde lot stond te wachten indien ze de politie durfde te verwittigen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Februari 1986

Naamloze brief was van Deportes vrouw

In het proces tegen Jean-Claude Delporte en Maurice Van Pee, beiden beschuldigd van moord op Hector Witterwulghe, werden dinsdagvoormiddag verscheidene getuigen ondervraagd voor het Hof van Assisen van Brabant.

Gerechtelijk officier Joël Stevens ondervroeg destijds niet alleen Delporte over de feiten die hem ten laste worden gelegd, maar later ook Van Pee. Laatstgenoemde gaf toe dat hij ter plaatse aanwezig was toen Delporte het slachtoffer wurgde. Ook gaf hij toe dat hijzelf een karabijn had. Maar hij zou niet gedreigd hebben. Hij ontkende ook geslagen te hebben.

Daarna was het de beurt aan wetsgeneesheren Voordecker en Rillaert om te komen getuigen. Dokter Rillaert verrichtte de lijkschouwing. Dokter Voordecker stapte ter plaatse af bij de ontgraving. Hij stelde vast dat het slachtoffer op de buik lag. Een deel van het gebeente en de achterkant van de schedel waren zichtbaar. De deskundige kwam vrij vlug tot de ontdekking dat een kraakbeentje boven de adamsappel was gebroken. Zulks wees er nagenoeg zeker op dat de dood het gevolg was van wurging. De geneesheer sloot volledig uit dat de grafdelvers met hun spade bedoeld beentje zouden hebben beschadied.

Dokter Voordecker liet nog voor de volledige ontgraving van het drie jaren oude lijk, de plaats zelf en de omliggende grond met apparaten testen op zoek naar metalen voorwerpen zoals kogels. Dit onderzoek bleef volledig negatief. De enige doodsoorzaak was dus wel degelijk wurging.

Psychiaters Crochelet en Delattre kwamen tot de bevinding dat Delporte verantwoordelijk is voor zijn daden. Hij is middelmatig intelligent en vertoont psychopathische kenmerken. Zijn gevoelsleven is weinig ontwikkeld. Zulks is eveneens het geval met zijn moraliteitsbesef. Delporte is bovendien impulsief en agressief. Hij kent nauwelijks schuldgevoelens.

Drankzucht

Wat Van Pee betreft, deze is eveneens verantwoordelijk voor zijn daden. Hij vertoont neurotische kenmerken. Van Pee had steeds te kampen met drankzucht en liet zich in dat verband herhaaldelijk een antabuse pil inplanten. In zijn jeugd werd hij erg getraumatiseerd door de zelfmoord van zijn ouders. De agressiviteit van Van Pee is weinig ontwikkeld.

Daarna kwam de 20-jarige Patricia H. getuigen. Ze trad in oktober 1982 op 17-jarige leeftijd in het huwelijk met Delporte die twintig jaar ouder was en van wie ze ondertussen een kind kreeg. Ze zegde dat Delporte agressief kon zijn wanneer hij te veel had gedronken. Het eerste jaar dat getuige met Delporte samenleefde, ontmoette deze nog regelmatig zijn vroegere bijzit Liliane.

In verband met de feiten vernam getuige, eerst in een herberg, later van Liliane en tenslotte van Delporte zelf dat deze een man had gewurgd en het lijk had begraven nabij de plaats zelf waar hun woonwagen stond opgesteld. Getuige verwittigde de plaatselijke politie, maar niemand geloofde haar. Ze gaf toe dat zij tenslotte de persoon was die de naamloze brief verstuurde aan de adjunct-commissaris van Jette, met daarin de aanduiding van de plaats waar het lichaam werd begraven en met de melding dat Delporte de moordenaar was. Getuige zelf zegde tenslotte nog dat ze sinds drie maanden een andere man kent met wie ze een nieuw leven wil beginnen.

De zuster van Van Pee zei dat haar broer samen met haar naar de school voor wezen werd gestuurd en dat hij van zijn vijftiende jaar af op boerderijen ging werken. Volgens haar was haar broer geen vechtersbaas, maar een zachtaardig man. Ze kon niet begrijpen hoe haar broer na 22 jaar als staatsambtenaar te hebben gewerkt plots al zijn activiteiten vaarwel zegde om in een caravan te gaan wonen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Februari 1986

Verdediging ontkent schuld van Maurice Van Pee

Voor het assisenhof van Brabant zijn woensdagvoormiddag, in het proces tegen Jean-Claude Delporte en Maurice Van Pee, het openbaar ministerie en een eerste verdediger aan het woord geweest.

Advocaat-generaal Jaspar zei dat de put voor het begraven van het lijk werd uitgegraven met een gloednieuwe spade. De wurgmoord zelf vond plaats op 31 oktober 1980, omstreeks 19 u.

Tijdens de twee daarop volgende dagen, 1 en 2 november, waren de winkels gesloten. De spade werd dus vermoedelijk aangekocht voor de wurgmoord plaatsvond. Volgens de openbare aanklager bewijst de aankoop vạn de spade vóor de feiten zelf, dat de moord op voorhand gepland was. “Delporte had dus wel degelijk het inzicht om te doden en is er dus sprake van voorbedachten rade.”

Van Pee trad volgens het openbaar ministerie op als medeplichtige. “Hij bood Delporte hulp door te dreigen met zijn karabijn en hielp het lichaam begraven zodat zijn vriend ongestraft zou kunnen blijven.”

Mr. Véronique Laurent, verdediger van Delporte, gaf meteen toe dat het slachtoffer overleed toen de beklaagde hem een riem om de hals strak aanspande. De dood die daarop volgde was echter accidenteel, want Delpore had volgens haar niet het inzicht te doden. Hij wilde het slachtoffer alleen maar de les lezen omdat die intieme relaties had met zijn bijzit.

De advocate verwierp bijgevolg de voorbedachtheid. Wat de nieuwe spade betreft, waarmee het slachtoffer begraven werd, zei ze dat die op de avond zelf nog kan aangekocht zijn, vermits verscheidene winkels op vrijdagavond open blijven tot 21 u. De spade kan ook twee dagen later, op de zondagmarkt te Jette, aangekocht zijn.

Ze stelde bovendien de vraag waarom Delporte het slachtoffer, na de wurging, nog een kopstoot en schoppen toediende. “Delporte wist immers niet dat het kraakbeentje boven de adamsappel gebroken was. Hij wilde zijn tegenstrever alleen maar afstraffen, zonder hem daarom te willen doden.”

Mr. Jean-Paul Dumont verklaarde dat Van Pee geen enkele reden had om de moord te helpen plegen. Van Pee had zijn werk als staatsambtenaar opgegeven. Omdat hij over weinig geld beschikte huurde hij een woonwagen bij Jean-Claude Delporte. De huur bedroeg immers slechts 750 fr.

Hij had verder weinig uitstaans met Delporte en men kan niet begrijpen waarom hij deze zou geholpen hebben bij het plegen van een misdaad. Van Pee hield weliswaar het slachtoffer begraven en maakte zich mogelijk ook schuldig aan het niet bijstaan van een persoon in levensgevaar. Het gaat hier telkens om misdrijven die ondertussen zijn verjaard, zodat hij er geen veroordeling meer kan voor oplopen.

De tweede advocaat van Van Pee, Mr. Martial Lancaster, zei dat zijn cliënt volkomen passief bleef toen het slachtoffer door Delporte onopzettelijk werd gewurgd. Bij de aanvang van het onderzoek maakte geen enkele getuige gewag van Van Pee, aldus Mr. Lancaster. De getuigen die de feiten hadden zien gebeuren wisten immers dat alleen Delporte verantwoordelijk was voor de dood van het slachtoffer.

De hulp die Van Pee leverde bij het begraven van het stoffelijk overschot is ongetwijfeld een misdrijf. Maar een beroep doen op een geneesheer, rekening houdend met de toestand van het slachtoffer, zou toch niet meer hebben geholpen, besloot de advocaat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Februari 1986

Vijftien jaar voor Delporte, vrijspraak voor Van Pee

Jean-Claude Delporte werd donderdag schuldig bevonden aan het toebrengen van slagen en verwondingen met dodelijke afloop, gepleegd met voorbedachten rade, maar zonder het inzicht te doden aan Hector Witterwulghe. Hij kreeg 15 jaar dwangarbeid. Maurice Van Pee werd vrijgesproken.

Pleitend voor Jean-Claude Delporte, had Mr. Veronique Laurent voordien nog betoogd dat geen van beide beklaagden kon weten op welk ogenblik het slachtoffer zou terugkeren. Hector Witterwulghe was immers op zoek gegaan naar werk en naar zijn vriendin. Volgens de advocate bestaat er geen enkel element dat op voorbedachtheid kan wijzen.

Mr. Jean-Paul Dumont die voor Van Pee pleit, verklaarde dat Van Pee aan de feiten helemaal niet deelnam. Mr. Martial Lancaster, eveneens voor Van Pee, had het vooral over de twijfel die bestaat betreffende de schuld van zijn cliënt.

Beide beklaagden mochten vervolgens het woord voeren. Delporte verklaarde dat Van Pee niets met deze zaak te maken heeft en dat hij alleen het slachtoffer wurgde, zonder echter het inzicht te hebben om te doden. Van Pee zegde van zijn kant zo vlug mogelijk naar Nederland te willen terugkeren en spijt te hebben over wat er gebeurde.

Voorzitter de Biseau d'Hauteville las toen de vijftien vragen voor die de jury moest beantwoorden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Februari 1986

486

(29 replies, posted in Onderzoekspistes)

Taxichauffeur aangerand door zwerversfamilie te Beersel

De 42-jarige taxichauffeur André Dury uit Sint-Genesius-Rode, werd zondag even voor middernacht door een zwerversfamilie onder bedreiging verplicht een papiertje te ondertekenen waaruit moest blijken dat de ritonkosten vergoed waren. De zwervers, vader, moeder en twee minderjarige jongens, werden achteraf door de rijkswacht aangehouden in een woonwagen te Beersel.

Toen de taxichauffeur zich zondag in een café te Alsemberg bevond, kreeg hij een telefonische oproep om vier personen naar Beersel te brengen. Op de afgesproken plaats trof hij het viertal aan. Deze personen moesten naar Beersel, maar toen ze zich, reeds op het grondgebied van deze gemeente, in de buurt van een bosje bevonden, grepen de passagiers de chauffeur plots vast en verplichtten hem onder bedreiging het bewuste papiertje te ondertekenen.

Op dat ogenblik echter verscheen vanuit de tegenovergestelde richting een andere auto, die ter hoogte van de taxi bleef staan. Het echtpaar en de twee jongens namen de vlucht nog voor ze zich van de portefeuille van André Dury konden meester maken.

Aanhouding

De chauffeur diende een klacht in en korte tijd nadien kon de BOB van Halle het viertal inrekenen in een woonwagen, die in een bosje op het grondgebied van Beersel stond. De man en de vrouw zijn beiden 41 jaar oud en hun zonen 16 en 18 jaar. De kleine familie leefde van de verkoop van vodden en oud ijzer. Het viertal werd in de gevangenis opgesloten na de feiten bekend te hebben.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Januari 1973

487

(3 replies, posted in Andere Personen)

swansongunsung wrote:

Ik kan zelf geen bron vinden voor de verklaring dat Goesens tot 29 september 1982 bij de para’s is geweest. Kan jij die bron geven?

PV 18495 van de gerechtelijke politie van Brussel van 5 september 1984:

Audition de Goesens Marc
Police Judiciaire
A fait son service au Para jusqu'au 29 septembre 82
Ne connait pas Christine Vanhees.

488

(7 replies, posted in Filière Boraine)

In de nacht van 29 op 30 december 1978 liep een ruzie tussen de broers Gustaaf en Victor Becker over Liliane Hurez volledig uit de hand. Nadat de broers langs de Steenweg naar Alsemberg in Sint-Genesius-Rode met elkaar op de vuist gingen en er ook een mes werd getrokken, sloegen Victor en Liliane op de vlucht. Gustaaf stapte opnieuw in een gestolen auto en reed hen, terwijl hij dreigde hen “plat te rijden”, doelbewust achterna.

Het koppel kon zich slechts redden door de dubbele deur van een café binnen te stormen, waarna Gustaaf tot tweemaal toe met de wagen de stoep opreed in een vergeefse poging hen te raken of zelfs het café binnen te rijden. De rechtbank oordeelde dat het om een ernstige poging tot doodslag ging en veroordeelde Gustaaf Becker tot twee jaar gevangenisstraf, aangevuld met straffen voor de autodiefstal en verkeersinbreuken.

Anderlechtenaar wou broer en vriendin doodrijden op de stoep

Handarbeider Gustaaf Becker (25) uit de Fr. Janssensstraat te Anderlecht, stond maandag voor de correctionele rechtbank te Brussel terecht om zijn broer Victor (22), mandenmaker zonder gekende woonplaats, samen met diens vriendin Liliane Hurez te hebben willen doodrijden met een gestolen auto.

Uitbarsting van een bijna dodelijke haat, die plots oplaaide tussen de twee broers omwille van het meisje. Alle drie zaten ze in de nacht van 29 op 30 december vorig jaar in de door Gustaaf na een inbraak ontvreemde Simca-1500.

Gustaaf, die op 26 september 1977 reeds veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van 2 jaar wegens een diefstal met inklimming, zat achter het stuur. Zonder rijbewijs, want dit was hem afgenomen.

Ook Victor moest terechtstaan, maar hij kwam niet opdagen. Mr Lancaster opperde dat het best kon dat hij de dagvaarding niet ontving, omdat hij na het uitzitten van een korte straf in de gevangenis van Nijvel als woonwagenbewoner voor de postbode onvindbaar was, zoals wel meer gebeurde.

Gustaaf deed het verhaal dus voorlopig op zijn eentje. Hij vertelde hoe zijn broer, ter hoogte van de steenweg naar Alsemberg te Sint-Genesius-Rode, na de twist om Liliane uit de wagen vluchtte na hem een lichte steek te hebben toegebracht.

Voorzitter Marchandise: “Ik begrijp het niet. Waarom moest hij de benen nemen? Hij had toch dat mes? En waarom hebt ge hen daarna willen doodrijden?”

Bijna overhoop

Een getuige uit Dworp: “Ik stond die nacht bij een frietkraam op 30 m. van het café Rustiek. Een wagen kwam aanrijden. Twee jongemannen stapten uit, begonnen te tieren en trokken vechtensgereed hun hemd uit.”

“Daarop vluchtte het meisje uit de wagen weg. Ik zag het mes wel flikkeren, maar hoorde geen doodsbedreigingen. Samen renden ze naar de ingang van het café, want de tweede zat inmiddels opnieuw achter het stuur en reed hen verwoed achterna. Hij wou hen zichtbaar omverrijden. De wagen reed zelfs tot tweemaal toe met één wiel de eerste trap van de arduinen stoep op. Hij remde niet eens. Na in zijn opzet te zijn mislukt, stapte de woeste chauffeur uit en sloeg wanhopig met zijn vuist op de motorkap.”

Café-uitbaatster Emma Monsieur: “Ik werd opgeschrikt toen de dubbele ingangsdeur plots werd ingebeukt door een man en een meisje. Ze verklaarden dat ze dit gedaan hadden, omdat ze anders overhoop zouden gereden zijn door de wagen. De chauffeur, zo vertelden ze ons, riep ons toe dat hij ons zou doden. Ikzelf zag met eigen ogen hoe de wagen tot tweemaal toe vergeefs probeerde de arduinen stoep op en mijn café binnen te rijden. Had de deur het niet begeven, zou het koppel zeker verpletterd geweest zijn.”

Ema Monsieur eiste als burgerlijke partij 20.000 fr. schadevergoeding voor haar deur.

Het proces wordt op 28 mei voortgezet met het requisitoir en de pleidooien. De rechtbank hoopt betichte Victor Becker en getuige Liliane Hurez dan ook te horen.

Gustaaf Becker wordt niet alleen beticht van poging tot vrijwillige doodslag, maar van diefstal van de Simca en van een motorfiets en van gereden te hebben zonder rijbewijs. Samen met zijn broer heeft hij zich ook te verantwoorden wegens het toebrengen van wederzijdse slagen en verwondingen.

Bron: Het Laatste Nieuws | 15 Mei 1979

Victor Becker snoepte het lief af van Gustaaf Becker - “Ik rijd ze plat”

De naam Becker betekent iets in gerechtelijke kringen. Voortdurend is er wel iemand van de 11 kinderen tellende familie die in Waals Brabant, Brussel of in Henegouwen iets mispeutert.

Eerder kleinere feiten tot Gustaaf Becker (25), verblijvende in een woonwagen aan de Fr. Janssensstraat te Anderlecht, die zijn broer Victor (22), een mandenmaker zonder gekende woonplaats, samen met een vriendin, Liliane Hurez, wilde doodrijden met een gestolen auto. Veeleer in een uitbarsting van woede omdat Victor het meisje, dat Gustaaf als de zijne beschouwde, vanonder zijn neus wegkaapte.

Aan die tweevoudige moordpoging tilde de correctionele rechtbank te Brussel wel zwaar. De feiten gebeurden in de nacht van 29 op 30 december vorig jaar. Gustaaf had juist zijn zoveelste veroordeling uitgezeten en wou zijn vrijlating bezegelen met een duchtige fuif. Hiervoor stal hij een auto. Samen met broer Victor en Liliane ging het richting Brussel om daar mааг eens flink de bloemetjes buiten te zetten.

Maar toen al zat Gustaaf iets dwars. Victor was vroeger uit de gevangenis gekomen dan Gustaaf en meteen had hij maar aangepapt met Liliane. Gustaaf beschouwde haar als de zijne maar zij bleek intussen met afkeurig van Victors charmes.

Door de cafédeur

Het duurt niet lang of er wordt geruzied. Ter hoogte van de Steenweg naar Alsemberg te Sint-Genesius-Rode wordt er gestopt. Daar komt het eerst nog tot een fikse vechtpartij tussen Gustaaf en Victor. Ze trekken er zelfs hun hemd voor uit en er flikkert ook een mes. Daarop springt het meisje uit de auto en samen met Victor rent ze weg.

Gustaaf wordt pas nu eerst woedend. Hij stapt weer in de auto en “ik rijd ze plat”, moet het geklonken hebben. Victor en Liliane spurten naar de ingang van een café, Gustaaf per auto hen achterna, duidelijk met de bedoeling hen tegen de straatstenen te rijden.

Het tweetal kon zich redden door de dubbele ingangsdeur van het café in te beuken en daar bescherming te zoeken. Gustaaf reed tot tweemaal toe de arduinen stoep op om zo het cafe binnen te rijden.

Achteraf koelt zijn woede wel zonder blazen. Als hij later naar huis rijdt, gaat hij gewoon in zijn woonwagen slapen. Victor en Liliane lagen in de andere hoek.

Povere type

Mr. Lancaster greep dit laatste aan om te pleiten, dat men de zogezegde moordpoging toch niet mag overdrijven. “Liliane alleen telde voor Gustaaf, die echt niet door het leven verwend is. Hij is een povere type, analfabeet en was steeds de laatste in de rij. Hij reageert misschien primitief en alles wat gebeurde, was gewoon in een uitbarsting van woede, om Liliane”, aldus de verdediger.

“Eventueel met dodelijke afloop, en dat is minder folkloristisch”, meende procureur mevr. Talon.

Gustaaf Beckers kreeg voor de dubbele moordpoging 2 jaar cel, daarbij nog 8 maanden voor het stelen van de auto en 3 maanden voor verkeersinbreuken. o.m. het rijden zonder geldige documenten.

Broer Victor, die Gustaaf voor de feiten had geslagen, werd bij verstek veroordeeld tot 3 maanden cel en 4.000 fr. boete.

Bron: Het Laatste Nieuws | 29 Mei 1979

489

(38 replies, posted in Overzicht Bendes)

Becker-clan achter schietpartij in Brussel-centrum

Leden van de beruchte Becker-clan zijn verantwoordelijk voor de schietpartij, die zaterdag plaats vond in de Samaritanessestraat te Brussel. Deze uitgebreide familie woonwagenbewoners uit de streek van Hoeilaart is al meermaals met het gerecht in aanraking gekomen.

Rijkswachters hadden in de Samaritanessestraat een verdachte auto met Franse nummerplaat opgemerkt, een Simca. Toen men het voertuig wilde controleren, gaf de bestuurder volle gas en hij poogde een der rijkswachters omver te rijden.

De andere rijkswachter opende onmiddellijk het vuur. Ook de Brusselse politie werd ter hulp geroepen en er werd heel wat geschoten.

In het voertuig werden ten slotte 15 kogelgaten geteld. Drie van de vier inzittenden werden licht gewond naar buiten gehaald: de 26-jarige Victor Becker, de 51-jarige Jacques Arbeyn uit Sint-Gillis, de 34-jarige Marcel Cattaux uit Armentières (Fr.), wellicht eigenaar van de auto.

Een vierde inzittende, de 23-jarige Jean Becker, werd niet gewond en kon vluchten maar enkele uren later werd hij door de politie van Sint-Gillis gevat.

Bron: Het Laatste Nieuws | 27 Juni 1978

490

(66 replies, posted in Robotfoto's)

In januari 2003 werd robotfoto nr. 23 - ook wel "de oude" genoemd - aan het publiek voorgesteld. De tekening was in 2002 gemaakt op basis van een getuigenis die onder hypnose werd afgenomen. Vandaag wordt deze robotfoto niet langer getoond op de website van de federale politie. Daar lijken goede redenen voor te bestaan.

De robotfoto werd immers gemaakt op basis van herinneringen die pas zeventien jaar na de feiten werden opgeroepen. Bovendien gebeurde dat onder hypnose, een techniek waarvan de betrouwbaarheid als hulpmiddel voor getuigenverhoren sterk wordt betwist.

Opvallend is ook dat de getuige zich pas in 2002 bij de politie meldde. Volgens zijn eigen verklaring deed hij dat niet eerder omdat hij dacht "niets essentieels aan het onderzoek te kunnen toevoegen".

Volgens Eddy Vos hoorde de man op 27 september 1985 op de radio over de overvallen in Eigenbrakel en Overijse. Hij besloot daarop terug te rijden naar de Delhaize van Overijse. Toen hij zag dat de omgeving al vol politie stond, keerde hij echter om.

De getuige verklaarde in 2002 dat hij kort vóór de overval op de E411 achter een gloednieuwe VW Golf reed. De passagier op de achterbank zou agressieve gebaren hebben gemaakt om duidelijk te maken dat hij meer afstand moest houden.

Volgens de getuige bleef hij de VW Golf volgen tot aan de inrit van de parking van de Delhaize in Overijse. Daarna wordt zijn verhaal minder duidelijk.

(...) "De getuige zag de auto stoppen aan de Delhaize van Overijse. Drie mensen stapten uit, trokken carnavalsmaskers over hun hoofd en gingen de Delhaize binnen. Onze getuige is verder gereden om een boodschap te doen. Toen hij een paar minuten later terugkeerde, kwamen de mannen terug buiten."

Bron » Nieuws

Die verklaring roept vragen op. Hoe kon de getuige zien dat de inzittenden uitstapten en carnavalsmaskers opzetten? Betekent dit dat hij zelf de parking is opgereden? De uitleg van Eddy Vos lijkt er eerder op te wijzen dat de getuige de Delhaize voorbijreed, en pas later opnieuw langs de winkel kwam toevallig op het moment dat de daders naar buiten kwamen). In dat scenario zou hij de VW Golf niet meer hebben kunnen zien op het moment dat de inzittenden uitstapten.

Als de getuige inderdaad is doorgereden op de Brusselsesteenweg richting Overijse, lijkt het moeilijk te verklaren hoe hij nog heeft kunnen zien dat de daders parkeerden, uitstapten en hun maskers opzetten.