601

(8 replies, posted in Andere Personen)

Hij pleegde in januari 1978 een inbraak in Fize-Fontaine. Daarbij schoot hij de eigenaar neer. In oktober 1980 werd hij hiervoor bij verstek tot tien jaar cel veroordeeld.

  • Wanneer? 27 Januari 1978

  • Waar? Rue le Marais 36 te Fize-Fontaine » Google Maps

  • Wie? Francis Royen en Gaston Colinet

  • Status: Opgelost

Winkelier neergeschoten te Fize-Fontaine

Vrijdagnacht zijn twee inbrekers ingebroken in de winkel van de 26-jarige Marino Eccli, rue du Marais 36 te Fize-Fontaine. Omstreeks 4 u. zaterdagochtend hoorde de eigenaar een gerucht en is hij naar beneden gegaan. Daar stond hij oog in oog met twee inbrekers.

De eerste inbreker sloeg onmiddellijk op de vlucht, terwijl de tweede een pistool uit zijn zak haalde en ermee vuurde in de richting van de h. Eccli, die aan de keel werd geraakt. De handelaar werd overgebracht naar een kliniek te Hoei, waar zijn toestand als niet levensgevaarlijk wordt omschreven. De twee inbrekers zijn nog steeds voortvluchtig.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Januari 1978

Tien jaar gevangenis voor Royen

De Correctionele Rechtbank van Hoei heeft vrijdag de zaak behandeld ten laste van Francis royen, een der ontsnapten van Lantin, die in januari 1978 te Fize-Fontaine een gewapende overval pleegde op de uitbater van een winkel. Op het ogenblik dat hij door de winkelier met een ijzeren staaf werd bedreigd, schoot Royen en kon aldus ontsnappen. Wegens die nachtelijke diefstal, ongeoorloofd wapenbezit en diefstal van een auto, werd Royen bij verstek veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Oktober 1980

Tijdens zijn ontsnapping stak hij op een camping een caravan in brand. De invalide bewoner raakte daarbij gewond:

Francis Royen kwam herrie schoppen op camping te Bas-Oha

Een onlangs uit de Lantin-gevangenis ontsnapte gedetineerde, Francis Royen, werd in de nacht van donderdag op vrijdag gesignaleerd te Bas-Oha. Omstreeks 4.30 u. donderdagochtend was Royen naar een camping te Bas-Oha getrokken, waar zijn moeder een caravan heeft.

Het kwam tot een woordenwisseling, waarbij Royen probeerde een andere caravan van zijn moeder, bewoond door een gehandicapte, in brand te steken. Deze man werd daarbij licht gewond.

Royen kon ontkomen. Vermoed wordt dat hij zijn moeder is gaan opzoeken om nieuws te hebben van het proces, dat de dag tevoren begonnen was voor de rechtbank van Hoei. Royen moest er, samen met een zekere Gaston Colinet, terechtstaan voor een gewapende overval met geweld. Alleen Colinet verscheen uiteraard voor de rechtbank.

De gewapende overval vond plaats in de nacht van 27 op 28 januari. Royen had er geschoten op een handelaar, de h. Eccli, die aan de kin verwond werd. Bij gebrek aan bewijzen, waren Royen en Colinet op 23 februari 1978 in vrijheid gesteld.

De zaak nam een nieuwe wending in oktober 1979, toen Royens vrouw bij de politie ging vertellen, dat zij aan haar man een vals alibi had verstrekt. Royen en Colinet werden in oktober 1979 aangehouden. Colinet, die eerst bekend had, heeft donderdag voor de correctionele rechtbank van Hoei zijn bekentenissen weer ingetrokken.

De uitspraak volgt op 18 september.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 September 1980

Daarnaast pleegde hij een overval op de postkantoren van Grâce-Hollogne en Jodoigne (Geldenaken), en vermoedelijk ook op het postkantoor van Sombreffe. Pittig detail: tijdens de overval in Jodoigne waren zijn vrouw en zijn schoonzuster aanwezig in het postkantoor.

Voor de overval in Jodoigne werd hij in april 1984 tot tien jaar cel veroordeeld door de rechtbank van Nijvel.

Overval postkantoor te Sombreffe

Dinsdagvoormiddag te 11u.20 hebben twee gemaskerde mannen een overval gepleegd op het postkantoor te Sombreffe. Op het ogenblik van de overval was slechts één loket geopend terwijl er zich - behalve de drie bedienden - verder niemand in het lokaal bevond. De bedienden werden verplicht op de grond te gaan liggen. Uit de kassa haalde het gewapende duo een bedrag van 350.000 fr. en sloeg op de vlucht aan boord van een personenenwagen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Augustus 1980

Twee ontsnapten van Lantin weer actief als overvaller

Twee van de tien gangsters die op 17 augustus jl. ontsnapten uit de Lantin-gevangenis, waren gisteren vermoedelijk betrokken bij twee verschillende overvallen op postkantoren. Zij werden door getuigen herkend, maar blijven voortvluchtig.

Twee gewapende mannen, met een kap over het hoofd, zijn vrijdagochtend te 9.25 u. het postkantoor op de avenue des Combattants te Geldenaken binnengestapt. Een van de overvallers verplichtte de enkele wachtende mensen met de rug tegen de muur te gaan staan en hield ze onder schot, terwijl zijn gezel over de balie klauterde en zich de inhoud van verscheidene safes liet
overhandigen.

De buit bedroeg ongeveer 650.000 fr. De twee sprongen vervolgens op een motor, maar stapten een eindje verder in de straat over in een wachtende auto.

Onder de wachtenden in het postkantoor bevonden zich de vrouw en de schoonzuster van François Royen, een ontsnapte uit de Lantin-gevangenis. De vrouwen, die eerst als medeplichtigen werden aangezien, werden later buiten de zaak gesteld. De echtgenote van Royen verklaarde dat zij, afgaande op de stem, een van de rovers als haar man had herkend.

François Royen wordt er ook van verdacht op 26 augustus het postkantoor van Sombreffe te hebben overvallen. Die dag zijn, twee gewapende mannen met een bivakmuts op het hoofd erin geslaagd, de safe te doen openen en ervandoor te gaan met een buit van zowat 350.000 fr.

Nadat een garagist gemeend had François Royen te hebben herkend aan het stuur van bij de overval gebruikte wagen, gingen vermoedens wegen op de vluchteling van Lantin. De gangster, die bij deze garagist een tweedehandswagen had gekocht, had de overeengekomen prijs niet helemaal vereffend.

Van Oirbeek?

Twee mannen van ongeveer dertig jaar hebben vrijdag het postkantoor van Grâce-Hollogne overvallen. Een van de overvallers was klein en blond, de andere was groot en had bruin haar. Allebei waren ze gemaskerd en gewapend.

Een van de overvallers sprong over het loket, terwijl zijn handlanger twee postbedienden en een klant met zijn wapen in bedwang hield. Een bediende moest daarop een brandkoffer openmaken, waaruit de overvaller 350.000 fr. haalde. Daarop is het tweetal gevlucht in een blauwe auto, na eerst de bedienden en de klant in een lokaal te hebben opgesloten en alle telefoonsnoeren te hebben afgerukt.

Volgens een getuige zou een van de overvallers Robert Van Oirbeek zijn, een van de uit de Lantin-gevangenis ontsnapte gedetineerden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 September 1980

Tien jaar gevangenis voor Royen

Door Francis Royen te veroordelen tot 10 jaar gevangenis heeft de correctionele Rechtbank van Nijvel vrijdag het vonnis bekrachtigd dat verleden jaar bij verstek werd uitgesproken in de zaak van de overval in september 1980 op het postkantoor van Geldenaken. Francis Royen, een ontsnappingsspecialist, ontkent hardnekkig te hebben deelgenomen aan de overval. Daarom tekende hij verzet aan tegen het eerste vonnis.

Op de dag van de feiten echter was hij door twee getuigen herkend op de plaats van de overval en hij was geen onbekende voor de getuigen aangezien het ging om zijn vrouw en zijn schoonzuster.

Royen houdt staande dat hij niet heeft deelgenomen aan de overval op het postkantoor op 5 september 1980. Hij beweert te weten wie de echte dader is en dat hij te goed gekend was te Geldenaken om er een overval te plegen. Voorts heeft hij aangevoerd dat de getuigen de gangsters niet hebben kunnen identificeren aangezien hun gelaat verborgen was achter bivakmutsen.

Hierop hebben de getuigen gezegd dat het aan zijn stem is dat zij de "koning van de ontsnapping" hebben herkend.

De rechtbank van Nijvel heeft dan ook geen geloof gehecht aan de ontkenningen van Royen en de maximumstraf toegepast.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 April 1984

602

(38 replies, posted in Bende Farcy)

Aan GenAI kan je alles vragen, en een antwoord zal je altijd krijgen, maar kunnen we aub de juistheid controleren vooraleer we op "Submit" drukken:

Scaramouche wrote:

Terreur op de parking: De daders (de beruchte 'Reus', de 'Killer' en de 'Chauffeur') arriveerden in een gestolen Volkswagen Santana.

Fout, het was een Volkswagen Golf.

Scaramouche wrote:

Hier schoten ze willekeurig gezinnen neer die net hun boodschappen inlaadden.

Fout, ze kwamen uit het warenhuis.

Scaramouche wrote:

soms zelfs lachend te werk gingen

Citation needed.

Scaramouche wrote:

De uiteindelijke buit bedroeg een relatief klein bedrag in Belgische franken (een fractie van wat een professionele bende zou riskeren voor een dergelijke operatie).

Fout, de buit was helemaal niet laag. Het geweld was zwaar, maar dat is iets anders.

Scaramouche wrote:

Vreemde politie-elementen: Tijdens en vlak na de overval deden zich onverklaarbare zaken voor. Rijkswachtpatrouilles die normaal elke twintig minuten passeerden, waren op dat moment elders.

Blijven herhalen Ben: de rijkswacht deed in Aalst wat op voorhand was afgesproken tussen politie en rijkswacht. Een kwartier bewaking van het warenhuis en een kwartier patrouille in de omgeving.

Scaramouche wrote:

De daders konden na de slachting via de hoofdwegen ontkomen in hun vluchtauto.

We weten niet hoe de daders gevlucht zijn.

Scaramouche wrote:

werd de achtervolging door de rijkswacht gestaakt.

Fout.

Scaramouche wrote:

Volgens analisten was de extreme terreur in Aalst – de thuisbasis van minister Marc Galle en zijn secretaresse Thérèse Bocquet – een bloedige waarschuwing aan het politieke establishment dat via de Zaak-François en Farcy tot over de oren in het illegale geld zat.

Welke analisten?

Scaramouche wrote:

Het dossier kan bovendien nooit meer verjaren dankzij een specifieke wetswijziging.

Of het dossier al dan niet verjaard, is een beslissing die een rechtbank moet nemen.

603

(1 replies, posted in Andere Personen)

Autodief is moordenaar

Toen de rijkswacht van Menen maandagavond een in Torhout gestolen Renault opmerkte, wisten de wetsdienaars dadelijk dat Georges Callewaert achter het stuur zat, en dat deze in 1956 in Roubaix geboren en in Moeskroen wonende autodief verdacht wordt van de moord op Yves Deforche, vrijdagavond in Menen. Nog maandagavond is in café "Terminus" in Abeele, vlak bij de Frans-Belgische grens, garagist Maxim Vandenbussche ingerekend. Hij was de metgezel van Patrick Hoedt toen die vrijdag omstreeks middernacht de 87-jarige Roger Decrits neerschoot in zijn woning in de Stationsstraat 57 in Menen.

De gerechtelijke diensten van de arrondissementen Kortrijk en leper hebben het afgelopen etmaal flink wat speurwerk verricht. Dat is evenwel nog niet ten einde, want Georges Callewaert, naar wie de politie van Kortrijk vijf keer vuurde, liet de gestolen Renault onbeheerd achter aan de Vlaskaai in Kortrijk en kon ontkomen. Hij is nog steeds spoorloos.

Maxim Vandenbussche van zijn kant, uitbater van garage "Maxim Cars" in de Bruggestraat in Menen, liet zich maandagavond omstreeks 20.30 u probleemloos arresteren in café "Terminus" in Abeele. Deze arrestatie vormde het orgelpunt van een gecoördineerde actie door rijkswacht en politie van Poperinge en BOB van leper. Een tweede opgepakte persoon lieten de wetsienaars na ondervraging weer vrij.

De Kortrijkse onderzoeksrechter Allegaert stelde Vandenbussche, die bekentenissen aflegde, onder aanhoudingsmandaat.

Over de voortvluchtige Georges Callewaert, die een vriendin heeft wonen in de Markebekestraat in Marke, bevestigt het parket van Kortrijk "dat hij bekend is bij de gerechtelijke diensten. Over zijn slachtoffer, de 50-jarige Yves Deforche is nu met zekerheid geweten dat die contacten onderhield met de wereld van drugs, prostitutie en wapenhandel.

Verklikking?

Yves Deforche zat reeds ettelijke gevangenisstraffen uit. Momenteel werkte Deforche in de afdeling wapens van het warenhuis "Auchan" in het Noord-Franse Roncq. Een gewezen collega van Deforche, met wie hij enkele jaren samenwerkte in een elektrohandel in Kortrijk, was enige weken geleden nog betrokken bij een schietpartij in taverne “Byblos" op de Grote Markt in Kortrijk.

De ex-collega in kwestie, die nog steeds in voorlopige hechtenis zit, kreeg het vlak voor de bewuste schietpartij in de "Byblos" aan de stok met de eigenaar van een bar in Ingelmunster, waar een tweetal maanden voordien een Roemeen was vermoord. De uitbaatster zat een tijd in voorhechtenis.

De Roemeen was eveneens een vriend van de ex-collega van Deforche. Tot slot is in Kortrijkse gerechtelijke kringen bevestigd dat Deforche tipgever was van wetsdienaars in een ander district. Dat het naar alle waarschijnlijkheid Georges Callewaert is die Yves Deforche heeft vermoord, kan een verklaring vinden in het feit dat Deforche Callewaert bij de rijkswacht in een negatief daglicht had gesteld in verband met feiten waarvan niemand anders dan hijzelf op de hoogte kon zijn.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Mei 1996

Callewaert opgepakt in Valencia

Bij het betreden van een bankinstelling in het Spaanse Valencia heeft de Guardia Civil vrijdagmorgen de in Roubaix geboren Georges Callewaert uit Moeskroen in de boeien geklonken. Een en ander voltrok zich daags na zijn veertigste verjaardag. Callewaert wordt verdacht van de koelbloedige moord van vrijdagavond 3 mei in Menen op de 50-jarige Yves Deforche. Met zes revolverschoten zou Callewaert toen Yves Deforche hebben neergekogeld nadat hij zijn auto had gestald in zijn garage langs de Westkaai.

Tegen Georges Callewaert was sindsdien een internationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd. Zijn arrestatie is het resultaat van langdurig intens speurwerk en een goede samenwerking tussen de diverse politiediensten. Inmiddels is om zijn uitlevering gevraagd.

Van Georges Callewaert is geweten dat hij reeds een celstraf van meerdere jaren uitzat als gevolg van een gewapende overval met gijzelneming van klanten, die teruggaat tot 1991 in de spaarkas "Caisse Ouvrière Belge" in Moeskroen. Vooraleer onder verdenking te vallen van moord op Deforche, ging hij in Moeskroen stempelen.

Zes kogels

De 50-jarige Yves Deforche, die vlakbij zijn garage aan de Westkaai in Menen vier kogels in zijn hoofd en twee in zijn lichaam kreeg, onderhield op professionele basis contacten met de drugwereld, de prostitutie en de wapenhandel. Tot aan zijn dood was Deforche werkzaam in de afdeling wapens van het grootwarenhuis "Auchan" in het Noord-Franse Roncq. Ook fungeerde hij als tipgever van de BOB in Veurne.

Tot op vandaag blijven de speurders ervan uitgaan dat men hem dit in eigen criminele kringen ten kwade heeft geduid. De wetsdienaars hadden Georges Callewaert op maandag 8 mei bijna te pakken. Hij kon toen evenwel ontsnappen nadat de politie zijn in Torhout gestolen vluchtauto Renault had beschoten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Juli 1996

604

(5 replies, posted in 1990-1999)

Ex-vriendin noemt Callewaert moordenaar

Op het proces tegen de 49-jarige Georges Callewaert voor het West-Vlaamse assisenhof heeft Lucia De Neef woensdag getuigd. De 42-jarige ex-vriendin van de beschuldigde praatte hem destijds aan de galg.

Lucia De Neef had een relatie met Georges Callewaert tussen 1993 en augustus 1996. Hun relatie werd verbroken toen Callewaert naar Spanje vluchtte. Na de breuk tipte de vrouw de speurders over het aandeel van haar ex-vriend in de moord op Yves Deforche op 3 mei 1996 in Menen. Callewaert zou aan De Neef hebben verteld dat hij de man doodschoot, omdat hij hem bij de politie had verklikt. Na haar verklaringen kreeg De Neef politiebescherming.

De Neef gaf bij aanvang van haar verhoor toe dat ze destijds drugs gebruikte. Ze leerde de beschuldigde destijds kennen bij vrienden van haar. "Maar ik voelde me door hem bedreigd", vertelde de vrouw. "Hij liet me onder meer schaduwen. Hij was heel jaloers."

Callewaert insinueerde tijdens het proces al enkele keren dat zijn ex-vriendin een relatie had met onderzoeker Wim Debu, maar De Neef ontkent dat. De Neef verzekerde de jury dat zij de onderzoekers zelf ging opzoeken om haar verhaal te doen.Volgens de getuige wist ook de moeder van Callewaert voor de moord over de plannen van haar zoon. Ze zou ook alles hebben gedaan om het uit zijn hoofd te praten.

De Neef vertelde de jury en het hof ook nauwkeurig dat Callewaert haar op de avond van de feiten vertelde hoe hij de moord op Deforche had gepleegd. Hij had Deforche opgewacht en hem aangereden, waarop het slachtoffer met zijn hoofd tegen de voorruit belandde. Callewaert richtte vervolgens zijn wapen op Deforche. Die smeekte hem nog om vergiffenis maar tevergeefs.

Na de feiten ging De Neef mee met Callewaert naar het voertuig. Ze zag hoe de voorruit was gebroken. Ze was er niet meer bij toen hij het voertuig in brand stak.De getuige zei nog dat ze beseft dat Callewaert alles doet om haar verklaringen als ongeloofwaardig te doen overkomen. "Maar alles wat ik destijds heb verklaard, is de waarheid", beklemtoonde ze.

Bron: Het Nieuwsblad | 15 September 2005

Arrogante Callewaert breekt tijdens getuigenis van zoon

De strop wordt steeds strakker rond de nek van Georges Callewaert, de 49-jarige Menenaar, die in het hof van assisen terecht staat voor de moord op rijkswachtinformant Yves Deforche nu bijna tien jaar geleden. Dat is de indruk van velen na de getuigenis van gisteren. Callewaert, die zich meestal arrogant gedraagt, brak evenwel toen zijn zoon kwam getuigen. Hij moest luid snikkend worden weggebracht en bood zijn zoon zijn verontschuldigingen aan.

De verdediging hechtte gisteren veel aandacht aan de verklaringen van politieman Danny Norman. Die bracht verslag uit van een verklaring van een anonieme Franse getuige, die beweerde dat de moord op Deforche werd gepleegd door twee Russen. "Ik vind dat we die getuige moeten horen, desnoods anoniem en achter gesloten deuren", poneerde meester Frank Scheerlynck. "Die informant wil niet naar België komen", reageerde de voorzitter.

Contact verbroken

Pakkend was de tussenkomst van Anthony Callewaert, de 28-jarige zoon van Georges. Hij heeft gebroken met zijn vader. Hij heeft evenmin nog contact met zijn grootmoeder, die haar zoon door dik en dun verdedigde. Hij relativeerde wel zijn verklaring van mei '96, waarin hij zei dat zijn vader aan hem de moord had bekend.

"Ik werd door de speurders en de onderzoeksrechter onder druk gezet en zou in de gevangenis belanden indien ik niet verklaarde wat zij wilden horen. Mijn moeder had bekend en ik was haar gevolgd. Ik had dit nooit mogen doen."

Georges Callewaert bood luid snikkend zijn verontschuldigingen aan zijn zoon aan en moest het beschuldigdenbankje verlaten.

Bron: Het Laatste Nieuws | 16 September 2005

Georges Callewaert in tranen bij getuigenis van zoon

Niet alle getuigen kwamen gisteren naar Brugge voor het assisenproces tegen de 49-jarige Georges Callewaert. Verscheidene van zijn makkers uit het milieu gaven verstek.

Georges Callewaert staat voor het West-Vlaamse assisenhof terecht voor moord op de 49-jarige politieinformant Yves Deforche op 3 mei 1996 in Menen. Het slachtoffer werd met vijf kogels doodgeschoten. Het parket neemt aan dat Callewaert het slachtoffer ombracht omdat hij hem verklikt had in verband met de diefstal van een lading parfum enkele weken eerder. Callewaert kreeg voor de moord in 2002 bij verstek al eens levenslang.

Omdat getuigen gisteren niet opdaagden, moest voorzitter Alain Smetryns van het hof de hele dag door eerdere verklaringen voorlezen. De 28-jarige zoon van de beschuldigde kwam wel getuigen. Hij heeft al een viertal jaar gebroken met zijn vader en zijn grootmoeder. Callewaert begon tijdens het verhoor van zijn zoon luidop te snikken.

Anthony Callewaert vertelde de jury en het hof dat zijn vader niet veel aanwezig was tijdens zijn jeugd. "Mijn moeder heeft mij opgevoed", zei hij. "Mijn vader heeft niet veel voor mij gedaan, maar ik heb hem niets te verwijten. Enkele jaren geleden heb ik alle contacten verbroken met hem en mijn grootmoeder. Zij aanbidt haar zoon en zijn manier van leven. Ik heb een andere kijk op het leven."

Als Anthony zijn vader destijds diensten verleende, dan was dat volgens de betrokkene vooral omdat zijn grootmoeder het vroeg, niet voor zijn vader. "Hij staat voor 20 jaar delinquentie", aldus Anthony Callewaert. "Een deel van de familie heeft ons vanwege hem laten vallen. Ik heb een kruis over het verleden gemaakt."

Dommigheden gedaan

Destijds verklaarde de zoon dat zijn vader hem had verteld dat hij Yves Deforche had vermoord. Die verklaring werd later ingetrokken. Ter zitting verduidelijkte Anthony Callewaert dat zijn vader niet letterlijk had gezegd dat hij Deforche had omgebracht. "Hij zei dat hij veel dommigheden had gedaan en dat het tijd was om te stoppen en België te verlaten."

Anthony zei dat hij zijn verklaringen destijds onder druk had afgelegd. "De onderzoekers wezen me erop dat ik samen met mijn vader zou worden opgesloten als ik niets zei. Ook door de onderzoeksrechter voelde ik me bedreigd. Het was net of ik het had gedaan. Ze vertelden me ook dat mijn moeder bekentenissen had afgelegd." Op het einde van de getuigenis zei de beschuldigde tegen zijn zoon dat hij trots was op hem.

Douglas Vandenbroucke getuigde dat hij destijds via Yves Deforche een garagebox ter beschikking stelde van Georges Callewaert. In de garagebox zou daarop een gestolen lading parfum zijn gevonden. Maar bij de diefstal van de parfum was hij niet betrokken. Vandenbroucke zei een blanco strafblad en schone handen te hebben.

Wapen verstopt

Eric De Neef, de broer van de toenmalige vriendin van de beschuldigde, verklaarde destijds dat zijn zus hem vertelde dat Callewaert het slachtoffer had omgebracht.

Zij zou zelf het wapen hebben verstopt en doen verdwijnen. Callewaert zou Deforche hebben gedood omdat hij een informant was.

In de verklaring van De Neef staat dat zijn zus hem heeft verteld dat ze een relatie had met één van de onderzoekers. Over Callewaert verklaarde hij destijds dat de man zeer intelligent was, maar dat er iets schortte in zijn bovenkamer. Hij zou feiten uitvergroten en iedereen bedreigen. "Al zijn vrienden moeten doen wat hij denkt. Hij is niet agressief maar is in staat om een vuurwapen in iemands mond te steken. Hij heeft dat destijds gedaan bij Lucia. De rechtbank is voor hem een spel. Het is zijn show."

De voorzitter las ook de verklaringen voor van mensen met wie Callewaert criminele feiten pleegde. Ook zij wijzen Callewaert aan als de man die Deforche wilde vermoorden omdat hij informatie over hun daden had doorgespeeld naar de politie.

Bron: Het Nieuwsblad | 16 September 2005

"Ik ken dossier het best" Georges Callewaert bijt van zich af tijdens assisenproces

Het belooft voor het hof van assisen in Brugge, waar Georges Callewaert uit Moeskroen sinds vrijdag terecht staat op beschuldiging van moord op de Meense BOB-tipgever Yves Deforche, een proces van lange adem te worden. De voorziene twee weken zouden er wel eens drie kunnen worden.

Niet minder dan 73 getuigen - de verdediging kon er nog enkele aan toevoegen - moeten de revue passeren voor het proces tegen Georges Callewaert (49) met Franse en Belgische nationaliteit. Hij zou op 3 mei 1996 in Menen de toen 49-jarige informant Yves Deforche hebben geëxecuteerd. De man die in 2003 bij verstek en in besloten zitting tot levenslange opsluiting werd veroordeeld, staat dit keer lijfelijk voor zijn rechters. En dat zullen ze geweten hebben. Vijf vrouwen en zeven mannen moeten oordelen of de betichte al dan niet schuldig is aan de hem ten laste gelegde feiten.

Het voorlezen van de akte van beschuldiging kreeg vrijdag nog een verlengstuk toen de verdedigers van Callewaert erop aanstuurden om uitstel te verkrijgen. "Ik ben pas tien dagen geleden door mijn cliënt aangezocht hem te verdedigen," voerde de Gentse raadsman Frank Scheerlinck die, bijgestaan door Antwerpenaar Bart Herman, de opzijgezette Gentse meester Vansteenbrugge verving.

Een vergiftigd geschenk, want de jonge pleiter had naar zijn zeggen niet genoeg tijd gekregen om zich het omvangrijke dossier eigen te maken. Het hof stond echter maandag in een tussenarrest geen uitstel toe.

In de hoofdrol

Om halftien pas kon iedereen vrijdagavond naar huis en dat was maandag niet anders. Callewaert greep elke gelegenheid aan om in discussie te treden, zowel met de voorzitter als met de getuigen. Raadsheer Smetrijns liet begaan, maar moest toch toestaan dat beklaagde zich tijdens de debatten geregeld de hoofdrol toe-eigende. Georges Callewaert heeft zowel de Franse als de Belgische nationaliteit.

"Hoe zit dat?" wilde de voorzitter weten. "Mijn vader is Belg, mijn moeder Française," wist de beklaagde die bijgestaan wordt door een tolk. "We woonden in Moeskroen en mijn moeder wilde bevallen in Frankrijk, in Roubaix. Maar ik vind het een beetje moeilijk om over mezelf te spreken."

Met zijn moeder leefde hij in conflict. "Dat was vroeger misschien zo, maar dat bekijk ik nu anders. Ik ben wat rijper geworden."

"Ik wilde mecanicien worden, maar dat mocht aanvankelijk niet. Later mocht het wel, maar ik behaalde geen diploma. Mijn vader hield zich niet bezig met wat ik op school deed. Ik was ontgoocheld, maar verwijt hem niets. Met hem had ik geen band." Dat het zijn biologische vader niet zou zijn, doet beklaagde af als roddels. "Mijn vader blijft mijn vader." Financiële problemen waren er thuis niet. Andere wel en die begonnen toen Georges twaalf was. "Mijn ouders hebben me nog naar school bij de pastoors gestuurd, maar dat hielp niet," grapte een zelfverzekerde betichte.

Thuis hielpen moraallessen en zelfs kastijdingen niet. De beklaagde beloofde telkens weer zich beter te zullen gedragen, maar deed dat niet. Zijn criminele loopbaan was begonnen. "In het dossier vind ik niet veel over eventuele vrienden," viste de voorzitter. "Die had ik wel, maar de onderzoekers zochten niet waar ze moesten zoeken," was het antwoord. "Ze hebben enkel naar mensen gezocht die kwaad over me wilden spreken." Callewaert verbood zijn moeder en zijn ex verklaringen af te leggen. Dat deden de vrouwen dan ook aanvankelijk niet.

Door ex verklikt

Op 19-jarige leeftijd trouwde Georges Callewaert met Myriam Lemeire, met wie hij een zoon Antony kreeg. Die is er nu 29, maar de vader-zoon-relatie is stuk. "Hoe was je huwelijk?" wilde de voorzitter weten. "Goed, maar ik was een slechte echtgenoot," klonk het oprecht. Dat het niet boterde, lag blijkbaar aan de buitenechtelijke relaties die beklaagde erop nahield. Zo had je Kathy Hantson, Noëlla Meyer, bij wie hij ook een zoon heeft en vooral Lucia De Neef, met wie hij een stormachtige relatie had. Dat hij haar sloeg, wilde Georges niet geweten hebben. "Zij sloeg mij," antwoordde hij. "En dan moest ik me verdedigen." Het geraakte ten slotte uit. Het was precies De Neef die de zwaarste beschuldigingen tegen haar ex uitte.

Geen stap verder

Toen het over de feiten ging, kwam Callewaert pas goed op dreef. Er was heel wat te doen omtrent de pruik die in een wagen in Kortrijk werd gevonden en waar het dna van beschuldigde kon worden getraceerd. "Ik ben niet de enige die een pruik draag," was zijn verweer, "In Charleroi is dat in het milieu de regel. En trouwens, als ik iets had uitgespookt met die pruik, dan had ik die al lang weggedaan. De BOB heeft er trouwens alles aan gedaan om bewijsstukken die mijn onschuld kunnen bewijzen te laten verdwijnen. Ook het uitgebrande voertuig aan de Kongoweg bracht heel wat discussie mee. "Indien de feiten niet zo ernstig waren, zou je hier beginnen te lachen," besloot hij het verhoor. Na anderhalve dag stond men in de zaak nog geen stap verder.

Bron: Krant van West-Vlaanderen | 16 September 2005

Beklaagde deelt zelf de lakens 'Al Capone' Georges Callewaert gebruikt zijn dossierkennis om marathonproces te maken van zijn

Voor wellicht drie weken lang staat Georges Callewaert (49), die zowel de Franse als de Belgische nationaliteit heeft, terecht voor het hof van assisen in Brugge, waar hij zich moet verantwoorden voor de moord die hij op 3 mei 1996 aan de Westkaai in Menen zou hebben gepleegd op de toen 49-jarige Meense informant Yves Deforche. Callewaert werd in 2003 al veroordeeld tot levenslang maar kon zich toen niet verdedigen omdat hij in Frankrijk was gearresteerd en dat land hem niet wilde uitleveren.

Voor zijn rechters weet een zelfzekere Georges Callewaert zich terdege te verdedigen, want hij heeft negen jaar de tijd gehad om het lijvige dossier over de moordzaak te bestuderen. Maar hij deed nog beter. Hij heeft zich de zaak zo goed eigen gemaakt dat hij geregeld voorzitter Smetryns terechtwijst. "Ik word hier beschuldigd en dien zelf de onwaarschijnlijkheden in het dossier aan te tonen", klonk het geregeld als Callewaert naar zijn mening een onnauwkeurigheid in het onderzoek ontdekte.

Nog erger voor de voorzitter werd op het moment dat Callewaert hem voorhield: "Mijnheer de voorzitter, wellicht kent u het dossier niet goed. Als u dit dossier en ook dat van Bergen (zaak van parfumdiefstal, jvd) niet kent, kunt u niet oordelen. De raadsheer, die blijkbaar al erger had meegemaakt, bleef er kalm onder en liet begaan. De vrees dat Callewaert, als hij zijn zegje niet kreeg, wellicht zou dichtklappen was hierbij een goede raadgever.

Raadsmannen van de verdediging Frank Scheerlinck (Gent) en Bart Herman (Antwerpen), die vrijdag een poging hadden ondernomen om uitstel te krijgen maar bot vingen, hadden middels het voorlezen van een akte van verdediging van meet af aan in hun kaarten laten kijken. Zij wezen vooral op het feit dat de ondervragers de verhoren door de ondervraagden enkel in het inlichtingenboek lieten ondertekenen en naderhand niet meer op de processen-verbaal.

"Dat was dan geen origineel meer, waardoor manipulaties mogelijk zijn geweest", voerden de verdedigers aan. "Deze kans behoort tot de realiteit nu men weet dat Georges Callewaert verre van populair is bij de ondervragers en doordat al zonder enige aanwijzing als het ware een heksenjacht op hem werd gemaakt, van bij de aanvang van het onderzoek."

Geen gelukkige jeugd

Georges Callewaert staat ongedwongen in de beklaagdenbank. Nooit kan de voorzitter hem zodanig in het nauw drijven dat de man twijfelt, want voor alles heeft hij een uitleg klaar. Zijn kennis van het dossier lijkt enorm. En hij blijft beleefd. Tijdens de ondervraging door de voorzitter wist de beklaagde de aandacht van de jury altijd naar zich te trekken.

Een gelukkige jeugd heeft hij niet gekend. "Ik kwam geregeld in conflict met mijn moeder en een echte relatie met mijn vader is er niet geweest", gaf hij mee. Materieel was er thuis niets tekort. Zijn vader overleed op 52-jarige leeftijd, Georges was er toen 19 en had er al een criminele minicarrière op zitten.

De problemen begonnen al op zijn twaalfde. Met vrienden werd bij een autohandelaar op een gesloten circuit gecrost met enkel vernielde wagens al gevolg. "Het was een 'jeu de gamins', een kwajongensspelletje", vergoelijkte Callewaert. "We dachten niet aan de gevolgen van onze daden. Toen heb ik thuis mijn eerste straf gekregen."

Bromfiets- en autodiefstallen volgden. Het feit dat Georges geregeld achter de tralies belandde zorgde ervoor dat zijn huwlijk met Myriam Lemeire werd beëindigd. "Ze kwam me een jaar lang bezoeken in de gevangenis en toen vroeg ik haar niet meer te komen, beseffend dat ik haar leven naar de knoppen aan het helpen was", stelde Callewaert.

Dé probleemrelatie kwam er met Lucia De neef die aan drugs en alcohol was verslaafd en die hem uiteindelijk achter de tralies praatte. "We waren volledig tegengestelden in onze interesses, maar ik heb veel van haar gehouden en zij van mij", zei beklaagde verrassend. "En ik ben hier niet om het proces van Lucia De Neef te maken."

Eén keer kwamen hij en zijn raadsmannen serieus in conflict met de voorzitter. Dat was toen onderzoeker Rony Van Hoecke van de Kortrijkse federale politie kwam getuigen. Tegen hem werden door Callewaert twee klachten ingediend, maar ook Van Hoecke diende een klacht in tegen beklaagde. Hier was er luid protest tegen het feit dat de inspecteur toch de eed mocht afleggen, wat volgens de betichte en zijn verdedigers niet kon. De voorzitter vond van wel en snoerde het drietal de mond. Incident gesloten.

Pruik

Veel was er te doen omtrent de pruik waarmee Callewaert vaak werd gezien, die ook werd gevonden in een achtergelaten (gestolen) wagen. En waar zijn dna-sporen op werden getraceerd. Volgens Callewaert had die auto niets met de zaak te maken. "En dat ik een pruik droeg, was niet zo abnormaal. In het milieu in Charleroi draagt zowat iedereen een pruik. Ik werd trouwens in de krant vernoemd als een van de vijf grootste gangsters van België. Wel, in Charleroi lopen er heel wat rond waar ik niet kan aan tippen", verdedigde hij zich.

Als getuigen beweren hem met een pruik gezien te hebben, doet hij dat af als een vergissing. "Je moeder heeft verteld dat je een moord hebt begaan", probeerde de voorzitter nog. "Dan moet je dringend het Frans van Moeskroen leren", sneerde Callewaert. "Ze heeft gezegd dat ik een 'connerie' had begaan. Wel, dat is dan een stommiteit, maar daarvoor geen moord."

Of Georges Callewaert, die onschuldig pleit, toch schuldig is, zal de volksjury op het einde van de zitting moeten uitmaken. Hopelijk zijn ze tegen dan nog voldoende fit om een juist oordeel te vellen.

Bron: Krant van West-Vlaanderen | 16 September 2005

Callewaert wil veertig extra getuigen laten oproepen

De timing van de assisenzaak tegen Georges Callewaert (49) uit Menen loopt deftig uit de hand. De beschuldigde wil nog eens veertig extra getuigen laten opdraven. De voorzitter heeft daarom gisternamiddag alle partijen in zijn kabinet geroepen voor een spoedberaad.

Georges Callewaert staat terecht voor de moord, negen jaar geleden, op rijkswachtinformant Yves Deforche, omdat die hem zou verklikt hebben voor een parfumdiefstal. Callewaert werd voor die moord drie jaar geleden reeds bij verstek tot levenslange opsluiting veroordeeld. Omdat hij een jaar later in Frankrijk werd gevat, moet dit proces nu worden overgedaan. Het loopt bijlange niet zo vlot als men had gehoopt. Callewaert stelt voortdurend extra vragen aan de getuigen.

Hij liet bovendien weten dat hij veertig extra getuigen wil laten opdraven, uiteraard allemaal mensen die hem naar de mond zullen spreken. Voorzitter Alain Smetryns riep vervolgens de partijen bij zich om een nieuwe timing af te spreken en het aantal bijkomende getuigen te beperken.

Bron: Het Laatste Nieuws | 17 September 2005

Vragen over druk van onderzoekers

Voor het West-Vlaamse assisenhof hebben de diverse partijen zich vrijdag vooral beziggehouden met het horen van speurders. De getuigenissen moesten meer duidelijkheid brengen over de eventuele druk die vanuit de speurders werd uitgeoefend op getuigen die Georges Callewaert aanwezen als dader van de moord op Yves Deforche op 3 mei 1996 in Menen.

Onder de getuigen bevonden zich diverse leden van de toenmalige BOB in Kortrijk en de federale politie van Ieper en Kortrijk. De verdediging wil al het hele proces lang aantonen dat de onderzoekers een belangrijke rol hebben gespeeld bij het afleggen van verklaringen in het dossier.

Beschuldigde Callewaert zelf heeft tijdens zijn voorbereiding van het proces elke bladzijde van het dossier uitgeplozen op zoek naar tegenstrijdigheden. Callewaert houdt namelijk zijn onschuld vol. Hij stelt ook zelf veel vragen aan de onderzoekers.

De agenda van het proces is intussen volledig overhoop gegooid. De voorzitter riep gisteren alle partijen bij zich met het oog op de opmaak van een nieuwe timing. Die zal hij maandag aan de jury bekendmaken. De verwachting is dat het proces nog tot dinsdag 27 september zal duren.

Bron: Het Nieuwsblad | 17 September 2005

Slachtoffer moord kreeg drie kogels in het hoofd

Yves Deforche, die op 3 mei 1996 vermoord werd in Menen, had vijf kogels in zijn lichaam, waarvan drie in het hoofd. Dat getuigde de wetsdokter gisteren tijdens het assisenproces tegen de 49-jarige Georges Callewaert. Hij staat voor het West-Vlaamse hof van assisen terecht voor de moord, maar ontkent. Zowel het slachtoffer als de beschuldigde werkten als informant van de politie.

Volgens wetsdokter Paul Theunynck, die destijds de lijkschouwing uitvoerde op het lichaam van Yves Defoche, werden geen sporen van een aanrijding met een personenwagen gevonden. Op het lichaam van het slachtoffer werden enkel vijf schotwonden teruggevonden, geen breuken of bloeduitstortingen. De verdediging wees de jury erop dat dit niet logisch is, gezien er wordt volgehouden dat de dader eerst op het slachtoffer zou zijn ingereden. De expert meent dan ook dat een eventuele aanrijding zeer licht moet zijn geweest.

Informant

Inspecteurs Piet Nollet van de federale politie in Kortrijk en Daniël Renard van de politie Menen kwamen meer uitleg geven over de rol die zowel het slachtoffer Yves Deforche als beschuldigde Georges Callewaert speelden als informant van de politie.

De voorzitter zal vandaag een nieuwe agenda voor het verloop van het proces voorleggen. Mogelijk worden de pleidooien verschoven naar het begin van volgende week. De burgerlijke partijen, het openbaar ministerie en de verdediging zouden dan vrijdag een extra dag krijgen om hun pleidooi voor te bereiden.

Bron: Het Laatste Nieuws | 20 September 2005

Slachtoffer was betrouwbaar informant

Commissaris Demeestere lichtte gisteren tijdens het assisenproces de persoonlijkheid van slachtoffer Yves Deforche toe. Negen jaar geleden werd de politie-informant neergeschoten door Georges Callewaert (49) uit Menen. De beschuldigde blijft ontkennen.

«Deforche was een goede leerling. Na zijn humaniora ging hij bij de marine in Sint-Kruis. Na vier jaar stopte hij omdat de zeereizen vooral voor zijn vrouw moeilijk lagen. Hij werd nadien mecanicien, verkoper van parfums, wapens en huishoudtoestellen, en hij was ook werkzaam op een douanekantoor. In 1978 scheidde hij van zijn vrouw. Tussen 1985 en 1991 liep hij drie veroordelingen op voor in totaal ruim vijf jaar cel. Na zijn gevangenschap vond hij geen werk meer. Hij wilde kappen met zijn verleden en werd politie-informant.

Deforche genoot aanzien in het milieu wegens zijn wapenkennis. Hij werd tipgever van de BOB van Veurne. Hij genoot ervan dat hij beschouwd werd als een professioneel informant. Hij was vlot in de omgang, maar slechts weinig mensen beschouwde hij als vrienden. Hij hield afstand», zei commissaris Demeestere.

Er is in deze debatten veel gesproken over de politieoorlog tussen de toenmalige BOB, een afdeling van de rijkswacht, en de gerechtelijke politie. "Wat is nu de waarheid?", wilde de advocaat van Callewaert weten. "Die politieoorlog mag men niet overroepen", getuigde Paul Vandurmen van het Comité P, dat de politiediensten controleert.

Bron: Het Laatste Nieuws | 21 September 2005

Hugo Coveliers opgeroepen als getuige

De verdediging van Georges Callewaert (49), die voor het West-Vlaamse hof van assisen terecht staat voor moord op politieinformant Yves Deforche (49) op 3 mei 1996 in Menen, heeft senator Hugo Coveliers opgeroepen als getuige. De verdediging wil hem horen over een parlementaire vraag die hij destijds stelde over het dossier.

Tijdens de achtste procesdag werd onderzoeksrechter Marc Allegaert gehoord. Hij vertelde hoe de speurders bij de beschuldigde zijn terecht gekomen. Dat kwam onder meer door het verband met de diefstal van een lading parfum enkele weken eerder. Callerwert werd voor de moord ook in de buurt opgemerkt met een pruik op.

De magistraat bekende dat er in het onderzoek wat communicatiestoornissen waren tussen de rijkswacht en de gerechtelijke politie, maar ontkende dat er dwang werd uitgeoefend bij het verhoor van Lucia De Neef, de toenmalige vriendin van Callewaert, en zijn zoon Anthony.

Verder werd stilgestaan bij de moraliteit van het slachtoffer. Yves Defoche had een gewone jeugd. Vader was mechanicus, moeder verzorgde het huishouden. Op aandringen van zijn vader begon hij op zijn achttiende een carrière bij de marine. In 1968 werd zijn zoon geboren. Drie jaar later verliet hij het leger. Daarop kende hij zes verschillende werkgevers. Hij was onder meer automecanicien, zelfstandig verkoper, verkoper van wapens en bediende in een douaneagentschap.

In 1977 bedreigde hij zijn echtgenote met een wapen en loste daarbij vermoedelijk accidenteel een kogel. Het gezin kende in die periode huwelijksmoeilijkheden. In 1978 werd het huwelijk verbroken en trok Deforche in bij Rosanne Van Quathem. Vanaf 1985 kwam het slachtoffer regelmatig met het gerecht in contact. Hij liep celstraffen op voor verboden wapendracht, heling en voor zijn aandeel in een gewapende overval op zijn werkgever. In 1992 kwam hij bij na 25 maanden cel. Nadien vond hij geen werk meer. Rond die periode begon hij de politiediensten te tippen.

De verdediging heeft nog vier extra getuigen laten dagvaarden ter verdediging van Callewaert. Onder hen senator Hugo Coveliers. Hij stelde destijds over het dossier een parlementaire vraag.

Bron: Het Nieuwsblad | 21 September 2005

Hugo Coveliers getuigt vandaag

Senator Hugo Coveliers uit Antwerpen is deze namiddag door de verdediging van Georges Callewaert opgeroepen als extra getuige. Mr. Frank Scheerlynck heeft namens de verdediging met positief gevolg die vraag gericht aan de assisenvoorzitter.

Tijdens de debatten is er al veel te doen geweest rond de politieoorlog, nl. de strijd tussen de BOB en de gerechtelijke politie. Callewaert zegt dat hij daarvan de dupe is. Enkele jaren geleden heeft Coveliers, als toenmalig justitiespecialist van de VLD, een parlementaire vraag over dit dossier heeft gesteld. Hij had het daarin specifiek over de politieoorlog.

Bron: Het Laatste Nieuws | 22 September 2005

Callewaert weigerde elk gesprek met psychiater

Dr. Roger Deberdt, de éminence grise onder de gerechtspsychiaters, kwam gisteren getuigen over de geestestoestand van Georges Callewaert, de man die in het hof van assisen terecht staat voor de dood van politie-informant Yves Deforche.

Veel over Menenaar Georges Callewaert kon de arts niet meedelen aan de jury, want de beschuldigde boycotte elk gesprek met de psychiater. Hij vond deze gesprekken overbodig omdat hij toch onschuldig was.

"Toen ik hem in de gevangenis ging opzoeken, zette Callewaert zich in een hoek van de kamer op een stoel met zijn rug naar mij. Hij weigerde elke medewerking en antwoordde niet op mijn vragen. Hij maakte zich bovendien druk en zei dat hij klacht zou indienen. Toen ik hem later een tweede maal ging opzoeken, zei hij dat dit tweede gesprek ook nutteloos was, maar hij toch vriendelijk genoeg was mij dat te komen zeggen. Het weigeren van medewerking gebeurt zelden. Ik heb het in mijn lange loopbaan maar driemaal meegemaakt", meldde psychiater Deberdt.

Grootste gangster

Callewaert had hoe dan ook een hoge dunk van zichzelf, wist zijn gewezen vriendin Cathy Hanson te vertellen. "Hij provoceerde graag de politiemensen. Hij dacht dat hij de grootste gangster van de wereld was en niet te pakken was. Hij besefte ook de draagwijdte van zijn daden niet", vertelde ze aan de jury.

Bron: Het Laatste Nieuws | 22 September 2005

Georges Callewaert werkte psychiater Deberdt tegen

Voor het assisenhof van West-Vlaanderen heeft gerechtspsychiater Roger Deberdt gisteren zijn advies over Georges Callewaert (49) gegeven. Deberdt bezocht Callewaert, beschuldigd van de moord op politie-informant Yves Deforche op 3 mei 1996 in Menen, twee keer in de gevangenis. Telkens weigerde de beschuldigde mee te werken aan het onderzoek.

Deberdt verklaarde dat hij geen verslag heeft kunnen opmaken omdat Callewaert elke medewerking weigerde. Als reden voor zijn gedrag motiveerde de man dat hij onschuldig is. "Een dergelijke weigering heb ik in mijn loopbaan nog maar een drietal keer meegemaakt", aldus Deberdt.

De gerechtspsychiater schetste een algemeen beeld van een psychopaat voor de jury. Volgens hem zijn het mensen die vaak zeer goed hun rechten kennen en ze ook gebruiken. Doorgaans kennen ze ook bijzonder goed hun dossier.

Eerder die dag werd de moraliteit van de beschuldigde belicht door Tony Van Hoecke van de federale politie in Kortrijk. De opmaak van het moraliteitsverslag verliep ook niet zonder slag of stoot. Zowel de moeder van de beschuldigde, zijn echtgenote als zijn zoon weigerden na overleg met Callewaert om verklaringen af te leggen over het karakter van de man. Callewaert zelf weigerde eveneens over zijn familie, beroepsleven, vrienden en relaties te praten.

Georges Callewaert kwam op zijn dertiende voor het eerst in contact met het gerecht na een diefstal. Nadien volgden nog diverse feiten, waaronder bromfiets- en autodiefstallen. Zijn moeder zou haar zoon steeds hebben beschermd.

Cathy Hanson, die een tiental jaren een relatie had met Callewaert, kwam getuigen dat haar ex-vriend het een spel vond om de politie te provoceren. Volgens haar besefte hij de draagwijdte van zijn daden niet.

Bron: Het Nieuwsblad | 22 September 2005

Getuigenis Coveliers sluit debatten af

Met onder meer de getuigenis van de Antwerpse senator Hugo Coveliers zijn gisteren de debatten gesloten in het proces van Georges Callewaert (49) voor het West-Vlaamse assisenhof. Callewaert wordt beschuldigd van de moord op de 49-jarige politie-informant Yves Deforche in Menen op 3 mei 1996. Volgens het openbaar ministerie doodde Callewaert het slachtoffer omdat die hem had verklikt. Maandag starten de pleidooien.

Senator en advocaat Hugo Coveliers beklemtoonde meermaals dat hij enkel door de verdediging over het dossier was geïnformeerd. Het dossier zelf heeft hij nooit gezien. Bovendien was hij ook geen getuige van de feiten in het dossier.

De verdediging wou de parlementariër ondervragen over de werking van de senaatscommissie georganiseerde misdaad. Daarin stelde Coveliers destijds een vraag over de politie-informanten aan de toenmalige minister van Justitie Stefaan De Clerck.

"Ik stelde die vraag destijds op aangeven van de toenmalige advocaten van Georges Callewaert", getuigde Coverliers. Het werk van de senaatscommissie leidde later tot de basis van de wet op de informanten, de bescherming van de getuigen en de bijzondere opsporingsmethodes.

Politiediensten vechten

Assisenvoorzitter Alain Smetryns kwam enkele keren tussenbeide toen de verdediging poogde uit de mond van haar getuige te laten zeggen dat het onderzoek misschien niet correct werd gevoerd.

De kroongetuige van de verdediging besloot met de bevestiging dat diverse politiediensten destijds om de eer vochten voor een dossier. Voor het geld moesten ze het niet doen, want ze verdienden evenveel.

Na Coveliers werd ook nog een computerdeskundige gehoord over het manueel wijzigen van de datums op bepaalde processen-verbaal in het dossier.

De man zei dat de informaticasystemen van die tijd niet vergelijkbaar waren met deze van vandaag. Ze werkten veel stroever, waardoor er soms nog manueel werd verbeterd.

Vandaag is rustdag in het proces. Maandag wordt de jury uitgerust opnieuw verwacht voor de pleidooien. Die zullen starten na het voorlezen van een tussenarrest. De verdediging van Callewaert diende immers 52 bladzijden besluiten in over de schending van de rechten van de verdediging.

Volgens advocaat Frank Scheerlynck wordt daarin onder meer geargumenteerd dat het dossier valse pv's bevat. Vermoedelijk zal het proces nog tot dinsdag duren.

Bron: Het Nieuwsblad | 23 September 2005

Ex-vriendin slaat, zoon zalft Assisenproces tegen Georges Callewaert sleept zich voort

Het proces tegen de 49-jarige Georges Callewaert, die ervan beschuldigd wordt op 3 mei 1996 de toen 49-jarige Menenaar Yves Deforche in de grensstad te hebben vermoord, sleept zich voort. Callewaert blijft een vedettenrol opeisen, al wankelde zijn zelfzekerheid even toen zijn laatste ex, Lucia De Neef, kwam getuigen. Zoon Anthony daarentegen wijzigde zijn vroegere verklaringen ten voordele van zijn vader.

Zonder schroom nam Lucia De Neef, die drie jaar een verhouding had met Georges Callewaert, plaats op de getuigenstoel. Al was ze er, wat de toekomst betreft, niet gerust in. Zij was het immers die in oktober 1996 Georges zowat aan de galg praatte. Voor het hof wilde het dametje dan ook niet hardop haar woonplaats en beroep kenbaar maken. Ze moest enkel haar identiteitskaart voorleggen. Met haar getuigenis bracht ze Callewaert in nauwe schoentjes. De voorzitter confronteerde haar met het feit dat ze toxicomane was geweest. "Ik heb zo'n beetje van alles geproefd," gaf Lucia toe, "maar dat is verleden tijd."

Sterke persoonlijkheden

De voorzitter wilde weten hoe haar relatie met Callewaeert tot stand kwam. "Ik denk dat het echt begon in 1993," wist de getuige, "We hadden elk ons appartement, maar hij sliep geregeld bij mij. We hadden allebei een sterk temperament. Georges wilde mij kneden en dat veroorzaakte heel wat conflicten. Ik voelde me voortdurend bedreigd. Hij liet me zelfs schaduwen. Als het me te veel werd, dronk ik.”

Samen met Georges pleegde Lucia diefstallen. Dat stoorde haar niet want ze waren verliefd op elkaar. Dat er wederzijds op tijd slagen werden uitgedeeld gaf Lucia grif toe. Callewaert sloeg volgens haar voor de domste dingen. "Ik mocht soms niet naar andere mensen kijken of 't was van dat." Maar ook zij kende er wat van. Tot Georges naar Spanje vluchtte. "Ik wilde nog in de spiegel kunnen kijken en daarom ging ik naar de politie," vertelde Lucia. "Werd er een deal gesloten?" wilde de voorzitter weten. "Nee, ik ben naar hen toegegaan en heb gezegd dat ik alles wat ik over Georges wist, zou vertellen." En dat deed ze dan ook grondig. De diefstallen en overvallen van haar ex bracht ze aan het licht maar vooral over de moord op Deforche was ze formeel.

"Hij vertelde de avond van de misdaad dat hij Deforche had gedood," klonk het. "Hij had hem opgewacht op het einde van de garageweg, reed hem dan aan, stapte uit en vuurde. Deforche vroeg nog om vergiffenis maar Georges schoot naar zijn zeggen zijn lader leeg in diens hoofd." De verdedigers van Callewaert voelden dat hun cliënt in het nauw werd gedreven en gingen in de tegenaanval. Toen ze suggereerden dat getuige nu de gevolgen droeg van haar drank- en drugverleden, klapte Lucia dicht.

"Ik antwoord niet meer," stelde ze, "Veroordeel mij maar onmiddellijk in zijn plaats." Callewaert deed er nog een schep bovenop. "Ik ken dat mens," zei hij, "ge geraakt er nergens mee. Ooit probeerde ze me te doden met mijn eigen wagen." Lucia verliet de getuigenstoel met de woorden: "Bij Georges heeft het systeem gefaald. Hij glipt altijd tussen de mazen van het net. Hij dirigeert de rechtbank en leidt de debatten."

Op verjaardag voor assisen

Precies op zijn 28ste verjaardag diende Anthony, zoon van Georges Callewaert, voor het assisenhof te verschijnen. Hij is bediende, ziet er keurig uit, en wil vooral niet meer worden herinnerd aan het vroegere leven met zijn vader. "Ik moet hier verschijnen op mijn verjaardag en het voelt alsof ik zelf word veroordeeld," klonk het.

"Ik heb een vriendin waarvan ik hou, ik hou ook van mijn moeder en van mijn werk en ik heb vrienden. Ik heb niets anders te zeggen." De jongeman, die eertijds verklaarde dat zijn vader hem had gezegd dat hij de moord op Deforche had gepleegd, trok zijn woorden weer in, veranderde zijn verklaring nog eens voor de onderzoeksrechter en wijzigde die ter zitting nog maar eens. Hij had naar zijn zeggen bekend onder druk. Het werd hem te veel en snikkend verliet hij de rechtszaal. Maar ook de tot dan toe stoere Callewaert werd huilend weggeleid. Het was even stil bij jury en publiek.

Getuige met geheugenverlies

Typerend voor het proces was het getuigenis van Daniël Renard van de politie van Moeskroen. Hij was negen jaar geleden de runner van Callewaert, die bij hem met zijn tips terecht kon. Het opfrissen van de feiten werd een moeilijke zaak tijdens de zitting. Het begon al toen de voorzitter wilde weten of getuige Deforche kende van voor de feiten. "Ik denk het niet," klonk het voorzichtig.

De voorzitter trok de wenkbrauwen op. "Ik heb hier een pv van een jaar voor de feiten waarin je schrijft dat Sclabby verklikt werd door een zekere Deforche uit Menen." Getuige zweeg. Wat de voorzitter niet lukte, probeerde dan maar meester Scheerlinck. Ook hij ving bot tot hij uitpakte met de woorden: "Hebt u ooit gezegd: 'Op basis van wat ik weet, heb ik in mijn binnenste de mening dat Callewaert niet bij de zaak Deforche betrokken is.'? "Dat herinner ik me heel goed," was het verrassende antwoord. Het hof en de jury moesten het er nog maar eens mee doen.

Bron: Krant van West-Vlaanderen | 23 September 2005

Jury valt van de ene verbazing in de andere

Het wordt voor de juryleden, die moeten oordelen over de schuld of onschuld van Georges Callewaert uit Moeskroen, een zware klus. Callewaert staat al twee weken terecht voor het assisenhof van West-Vlaanderen in Brugge. Hij wordt beschuldigd van moord op de 49-jarige Meense BOB-tipgever Yves Deforche, die op 3 mei 1996 werd gedood. Zowat elke dag komen de juryleden voor nieuwe verrassingen te staan. Vooral de manier waarop het onderzoek werd gevoerd, zaait verwarring.

Al twee weken sleept het proces van de 49-jarige topcrimineel Georges Callewaert aan. Getuigen komen en gaan, of komen helemaal niet. Alleen vaststellingen van waar en hoe Yves Deforche werd gedood zijn een onbetwistbaar feit. De rest zijn woorden, gissingen, vergissingen en halve waarheden. Dat BOB en rijkswacht elkaar tijdens het onderzoek, in het begin althans, voor de voeten liepen en voor elkaar informatie achterhielden, kwam tijdens de debatten geregeld naar voor. Vooral de wedersamenstelling, zonder eventuele dader, leek een improvisatie eerste klas.

Hier durfden de experts het zelfs aan om elkaar tegen te spreken. Zo kon dokter Theuninck zich vinden in de thesis dat Deforche, voor hij werd afgemaakt, door een wagen werd aangereden. Even later achtte Ir. Piepers het onmogelijk dat de stervormige inslag op de voorruit door het slachtoffer kon zijn veroorzaakt. Al had hij dat vroeger anders verklaard...Wat er ook van zij, Callewaert en zijn verdedigers hoorden het graag zeggen en hoe langer het proces duurde, hoe meer verwarring er heerste.

Emotie

Toch was er nog plaats voor enige emotionele momenten. Die waren er toen Lucia De Neef, de ex van Callewaert, kwam getuigen, maar vooral ook als zijn zoon Anthony (28) in de getuigenstoel plaatsnam. De Neef kwam vertellen wat van haar werd verwacht. Georges Callewaert was drie jaar haar minnaar. Het was een verhouding met ups maar vooral downs. Het dametje zei wel dat ze bang was voor Callewaert, maar dat liet ze niet merken. Net als in haar vroegere verklaringen bleef ze volhouden door te stellen dat Georges Callewaert de moordenaar was van Yves Deforche. Hij had het haar namelijk zelf gezegd. De liefde was toen al een tijdje over en Lucia wilde met een schone lei herbeginnen.

Callewaert hield zich tijdens het hele verhoor gedeisd en liet het dit keer aan zijn raadsman over om enkele bijkomende vragen te stellen, wat hij bij de andere getuigen liever zelf deed. De vroegere geliefden stonden dit keer voor het assisenhof figuurlijk lijnrecht tegenover elkaar. Het was een pijnlijk moment.

Maar de emoties kwamen het meest op toen Anthony begon, de zoon die Georges Callewaert heeft met zijn eerste vrouw Myriam Lemeire. Al geruime tijd hadden vader en zoon geen contact meer met elkaar gehad, er was blijkbaar wat in te halen. Toch begon Anthony nogal koeltjes aan het verhoor. "Vader was niet veel aanwezig naar ik me herinner," begon hij.

"Het is mijn moeder die me heeft opgevoed en zij heeft van mij gemaakt wie ik nu ben." Anthony had zijn vader anders niets te verwijten want die was naar zijn zeggen nooit kwaadaardig tegenover hem of zijn moeder. Zijn vader kende hij slechts van in de peutertijd, later verbleef hij meestal in de gevangenis. Anthony, die nu bediende is, diende zijn leven te herpakken en dat deed hij blijkbaar met succes. Callewaert besefte schijnbaar wat hij de jongen had aangedaan en zat wenend op de beklaagdenbank.

Maar waar Anthony aan de onderzoeksrechter had verklaard dat zijn vader hem had verteld dat hij Deforche had gedood, wijzigde hij voor het hof en de jury die versie. "Ik werd onder druk gezet om dat indertijd te verklaren," was zijn uitleg. Anthony trok wenend de zaal uit, Georges Callewaert werd huilend weggeleid.

Onderzoek liep stroef

Dat er een stoet aan politiemensen op de getuigenstoel diende plaats te nemen, was verder te wijten aan het feit dat heel wat verhoren werden afgenomen, alsook dat aanvankelijk drie diensten in de zaak betrokken waren. Eerst waren er twee rijkswachters uit Veurne, voor wie Deforche de tipgever was. Ook de BOB van Roeselare en de collega's van Kortrijk waren present. Als onderzoeksrechter Marc Allegaert ten tonele verscheen, waren de Veurnse rijkswachters al ten huize Rosanne Vanquathem, vriendin van wijlen Yves Deforche. Daar bewaarde Deforche zijn notities en die waren erg gedetailleerd en gestoffeerd met gegevens over nog lopende zaken.

"Bij Vanquathem voelden we ons niet gemakkelijk," vertelde de onderzoeksrechter. "Van D'Huynslaeger (inmiddels al overleden, jv) zou daar beslissen wat werd meegenomen en wat niet. Ik vond dat niet normaal. Ik heb dan ook geëist dat de stukken op mijn diensten zouden worden neergelegd. Dat is ten slotte gebeurd maar het heeft heel wat moeite gekost. De band tussen de huisgenoten van Deforche oversteeg zichtbaar het professionele en ook dat zon me niet. Maar om humanitaire overwegingen heb ik Veurne getolereerd. En het was ook een meerwaarde om informatie te bekomen."

Waar de verdediging telkens weer de 'politieoorlog' die er toen heerste in de verf wilde zetten, bracht de onderzoeksrechter alles terug tot de ware proporties. Ook Paul Verdurmen van het Comité P was ervan overtuigd dat de problemen die er tussen BOB en rijkswacht geweest waren, te veel werden uitvergroot. Verrassing echter toen bleek dat de verdediging nog enkele bijkomende getuigen wenste te dagvaarden waaronder...Hugo Coveliers. En als er iemand thuis is in een mank lopende samenwerking bij de politiediensten, is hij het wel. De debatten worden vandaag vrijdag geschorst en maandag verder gezet. Zo krijgen de juryleden nog een weekend rust en dat zullen ze goed kunnen gebruiken.

Bron: Krant van West-Vlaanderen | 23 September 2005

Vandaag beslist assisenhof over schuld of onschuld Callewaert

Als er zich geen hindernissen meer voordoen, weet Georges Callewaert (49) uit Menen vanavond of de jury van het assisenhof hem al dan niet schuldig bevindt aan de moord op politieinformant Yves Deforche.

Bij de start van de maandagzitting las de voorzitter een tussenarrest voor waarin hij stelde dat de rechten van de verdediging in dit proces niet geschonden zijn en er dus geen sprake kan zijn van schorsing van deze zaak. Mr. Frank Scheerlynck had bijna vijftig bladzijden conclusies ingediend waarin stond dat het dossier onvolledig was en brieven aan de onderzoeksrechter ontbraken. De voorzitter noemt de opmerkingen irrelevant en wees dus alle argumenten van de hand, zodat de zaak kon worden voortgezet.

Burgerlijke partij

Elke partij krijgt voorafgaand aan de beraadslaging de tijd om zijn stelling naar voor te brengen. Voor de burgerlijke partijen is het duidelijk dat Callewaert, die een gepatenteerd leugenaar is, die moord heeft gepleegd. Zij vragen dan ook de bevestiging van het arrest van drie jaar geleden, waarbij Callewaert bij verstek

levenslange opsluiting kreeg voor die moord. Procureur-generaal Ermelinda Vanhorenbeeck noemt Callewaert eveneens een leugenaar. Het is haar bovendien opgevallen dat zoon Callewaert op geen enkel moment naar zijn vader keek tijdens zijn getuigenis. «Ik denk uit schaamte en misprijzen», zei ze.

De advocaten van Callewaert pleiten onvoorwaardelijk voor de vrijspraak. «Die zaak stinkt, en de politie weet maar al te goed waarom. Men was aan het varen en wist dat men de verkeerde richting uitging. Maar alle werk de prullenmand ingooien, dat kon niet, dus is men koste wat het kost doorgevaren. Het resultaat is dat hier een onschuldig man voor jullie zit», spraken ze tot de jury. Vandaag volgen nog de replieken, en dan kan de jury zich terugtrekken voor de beraadslaging.

Het Laatste Nieuws | 27 September 2005

Verdediging vraagt vrijspraak voor Callewaert

In het proces tegen de 49-jarige Georges Callewaert voor het West-Vlaamse hof van assisen zijn maandag op de elfde procesdag de pleidooien gestart. Dat gebeurde na voorlezing van een tussenarrest? waarbij het hof de argumenten weerlegde die de verdediging aanbracht om het proces nietig te verklaren. Het hof oordeelde dat de rechten van de verdediging niet werden geschonden. Callewaert staat in Brugge terecht voor moord op de 49-jarige politieinformant Yves Deforche

Ook een laatste procedurekwestie, aangebracht door de verdediging, werd uit de weg gegaan. Eén van de assessoren werkte ooit in een advocatenkantoor dat door de beschuldigde werd geconsulteerd. Rechter Liesbeth Macours werkte echter nooit in zijn zaak.

Meester Jacques Tremmerie, die optreedt voor de moeder en zoon van het slachtoffer, opende de pleidooien. De advocaat begon met de aandacht op het slachtoffer te vestigen. "Hij was geen doetje", bekende de raadsman. "Hij werd veroordeeld, maar hij had ook goede kanten", pleitte meester Tremmerie.

Meester Wim Mispreuve wees de jury nog eens op de persoonlijkheid van de beschuldigde. "Hij speelt zelf de advocaat, hij noemt de onderzoekers frauduleus en onbekwaam", luidde het. "Hoe dan ook is hij intelligent. Hij is het brein met een groot geheugen en niet de meeloper. Hij studeerde in de Franse gevangenis rechten en criminologie. Hij is ook sluw en probeert de onderzoekers steeds een stap voor te zijn. Daarenboven heeft hij ook een gevoel voor show."

Mr. Steven Vancraeyveldt had het over de pogingen van de beschuldigde om het proces te dwarsbomen. Volgens hem wijst ook de houding van Callewaert na de feiten in zijn richting: "Vluchtgedrag is schuldgedrag!"

Openbare aanklager

Openbaar aanklager Ermelinde Vanhorenbeeck overliep de akte van verdediging en haalde er voor haar enkele onjuistheden uit. "We moeten de verdediging dus niet teveel geloven." Ze overliep daarop haar versie van de feiten in een dossier waar ze al negen jaar aan werkt. Ze besloot dat Callewaert er enkel alles aan doet om het dossier onnodig complex te maken.

"Hij wil dat wie moet oordelen de hoofd- en bijzaken niet meer kan scheiden. Maar er is voor mij geen twijfel meer. Hij is niet de zondebok die door de politiediensten werd opgeofferd in een oorlog die enkel in zijn hoofd bestond."

De verdediging

Meester Bart Herman keerde naar eigen zeggen terug naar de essentie, de schietpartij, zelf. Volgens de verdediging zijn de eerste verklaringen van de getuigen de belangrijkste. De advocaat haalde diverse details aan die nooit het onderwerp waren van het onderzoek of waar weinig aandacht aan werd besteed. Het onderzoek zou uiteindelijk volledig in de richting van Georges Callewaert gevloeid zijn door het zesde zintuig van één van de speurders. De rest werd uit het oog verloren. Hoe verder in het onderzoek, hoe meer Callewaert moest hangen.

Meester Frank Scheerlynck ging nog dieper in op de elementen in het dossier die nooit werden onderzocht. "Maar de feiten zijn verschrikkelijk en dus hadden de speurders een dader nodig. Callewaert was daarbij alleen een gemakkelijkheidsoplossing. Hij was immers maar een crimineel van lager niveau.

Omdat mr. Frank Scheerlynck overtuigd is van de onschuld van zijn cliënt, kondigde hij aan niet te zullen pleiten over de strafmaat. "Vrijspraak of niets, luidde het.

Het Nieuwsblad | 27 September 2005

Callewaert schuldig aan moord: levenslang gevorderd

De jury van het hof van assisen van West-Vlaanderen heeft de 49-jarige crimineel en politie-informant Georges Callewaert uit Menen schuldig bevonden aan de moord op Yves Deforche uit Menen. Het openbaar ministerie vorderde daarop levenslange opsluiting.

De feiten hadden op 3 mei 1996 plaats in een garagecomplex in Menen. Deforche werd er afgemaakt met vijf kogels omdat hij Callewaert zou verklikt hebben bij de politie in verband met een parfumdiefstal. Na ruim twee weken van debatten en een laatste pleidooi van Callewaert zelf, vond de jury argumenten genoeg om Georges Callewaert schuldig te verklaren. Drie jaar geleden werd Callewaert, die toen op de vlucht was, door het assisenhof in Brugge tot levenslange opsluiting veroordeeld bij verstek.

Zestien maanden geleden kon hij worden gevat in Frankrijk en hij werd aan ons land uitgeleverd, met een nieuw assisenproces tot gevolg. "Maar het zijn zestien maanden dat ik onschuldig in voorarrest heb gezeten", zei hij tegen de jury. "Mijn moeder, die 80 jaar is, is ziek maar spreek mij daarvoor niet vrij. Spreek mij vrij omdat je overtuigd bent van mijn onschuld."

Callewaert maakte gretig gebruik van zijn recht op het laatste woord. Drie uur sprak hij de jury toe. "Ik ben geen leugenaar en het onderzoek is slecht gevoerd. Ik werd opgespoord voor de parfumdiefstal en had me verscholen in een flat aan de kust. Ik was dus al voor de moord op de vlucht. Diverse personen wilden bewijzen dat ik 6 dagen voor de moord gezien was met een pruik op. Dat is nonsens. Ik ben er ingeluisd. Als men het toch had gemunt op een witte bestelwagen met Franse nummerplaat, wel, getuige Douglas Vandenbroucke had ook zo'n witte bestelwagen."

Na enkele uren beraadslagen bevond de jury Callewaert schuldig aan moord op Deforche. De beraadslaging over de strafmaat zelf was bij het drukken van de krant nog aan de gang.

Bron: Het Laatste Nieuws | 28 September 2005

Beschuldigde pleit zelf drie uur lang

Is de 49-jarige Georges Callewaert schuldig aan de moord op de 49-jarige politie-informant Yves Deforche op 3 mei 1996? Dat is de vraag waarover de jury voor het West-Vlaamse assisenhof zich gisteren in de vooravond boog.

De jury aanhoorde maandag en dinsdag urenlang de pleidooien van de burgerlijke partijen, het openbaar ministerie, de verdediging en de beschuldigde zelf. Callewaert nam dinsdag zelf drie uur de tijd om de vijf vrouwen en zeven mannen van de jury te overtuigen van zijn onschuld.

De burgerlijke partijen en het openbaar ministerie hamerden er gistermorgen nog eens op dat er geen twijfel kon bestaan over de schuld van Callewaert. Er zijn voldoende aanwijzingen in het dossier, beweerden ze.

Het pleidooi van verdedigers Bart Herman en Frank Scheerlynck was één lange opsomming van onderzoekssporen die volgens hen niet of onvoldoende werden onderzocht. Volgens de advocaten is er geen bewijs tegen hun cliënt. Aangezien Deforche politie-informant was, had hij volgens de verdediging ook andre vijanden.

Beschuldigde Georges Callewaert hield gisternamiddag zelf nog een drie uren durend pleidooi voor zijn vrijspraak. Bij het ter perse gaan gisteravond moest de jury nog beraadslagen over de schuldvraag.

Bron: Het Nieuwsblad | 28 September 2005

Levenslange opsluiting voor Georges Callewaert

Callewaert (49) uit Menen heeft, net als in 2002 toen hij bij verstek werd veroordeeld, ook nu levenslange opsluiting aan zijn been. De man bleef ook dinsdagavond na zijn veroordeling volhouden dat hij onschuldig is. De jury, die meer dan twee weken de debatten met aandacht volgde, had er een andere mening over.

Callewaert is schuldig bevonden aan de moord op politie-informant Yves Deforche uit Menen, feiten die negen jaar geleden werden gepleegd in een garage in Menen. Deforche werd afgemaakt met vijf kogels. De speurders vermoedden van in het begin dat de gevluchte Callewaert schuldig was. Hij zou uit wraak

geschoten hebben omdat Deforche hem zou verklikt hebben in verband met een parfumdiefstal.

In zijn laatste woord, dat méér dan drie uur duurde, deed Callewaert er alles aan om op tegenstrijdigheden in het dossier te wijzen. Toch kreeg hij levenslange opsluiting. In de praktijk betekent dit dat hij minstens twaalf jaar in de gevangenis zal moeten blijven. Zijn advocaat Frank Scheerlynck is ontgoocheld: "De jury heeft er vier uur over gedaan om te oordelen over zo'n complex dossier, verspreid over 36 kaften. Dat lijkt me weinig. Maar, ik leg me neer bij het verdict, ook al heb ik het daar als advocaat moeilijk mee. Ik geloof nog altijd in de onschuld van mijn cliënt."

Bron: Het Laatste Nieuws | 29 September 2005

"U hebt mij veroordeeld, maar ik ben onschuldig!" Levenslang voor Georges Callewaert voor moord op Menenaar

Voor het hof van assisen in Brugge werd, na een meer dan veertien dagen durende marathonzitting, topgangster Georges Callewaert veroordeeld tot levenslange opsluiting. Hij zou op 3 mei 1996 de 49-jarige Meense tipgever Yves Deforche hebben vermoord.

In een wanhoopspoging om alsnog het vel van hun cliënt te redden, hadden de verdedigers van Georges Callewaert in extremis nog een viertal getuigen laten oproepen. Een daarvan was inmiddels overleden en een andere kwam niet opdagen. Wie er wel was, was senator Hugo Coveliers, die eertijds aan toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck, een parlementaire vraag had gesteld omtrent de werking van de verschillende politiediensten.

Coveliers gaf de verdedigers niet wat ze wilden. Hij antwoordde wel gewillig op de gestelde vragen, maar hield zich toen het over de zaak-Callewaert ging, op de vlakte. "Over deze zaak wist ik niets," aldus de senator. "Ik was de spreekbuis van de toenmalige verdedigers van Callewaert, meesters Vansteenbrugge en Mussche."

Gerechtspsychiater Roger Deberdt kon evenmin veel bijbrengen in de zaak want Callewaert had bij de confrontatie niets te vertellen gehad en was zelfs ostentatief met de rug naar de psychiater gaan zitten. Op vraag van de voorzitter hield Deberdt dan maar een uiteenzetting over psychopatie en toerekeningsvatbaarheid. Opnieuw een maat voor niets wat het onderzoek betrof.

Tal van schijnmanoeuvres

Dat de voorzitter vrijdag een snipperdag inlaste, had zo zijn redenen. Donderdag werd hij immers naar huis gestuurd met een resem bezwaren omtrent het onderzoek die door de verdedigers van Callewaert werden ingediend. Toen op maandag de debatten weer werden geopend, bleek het hof zijn huiswerk goed te hebben gemaakt. Dat Callewaert geen eerlijk proces zou hebben gekregen, werd van tafel geveegd.

In een veertien bladzijden tellend tussenarrest werd het verzoek van de verdediging dan ook afgewezen. Maar het was nog niet gedaan. Meester Scheerlinck toverde nog een document boven waarin de naam van assessor Liesbeth Macours werd gelinkt aan het kantoor Dhulst, waarvoor ook meester Carl Vereecke werkte. Hij zou ooit door Callewaert zijn geraadpleegd. Ook hier ging het hof niet op in. Macours bleek in de zaak niet te zijn tussengekomen en Scheerlinck drong dan maar niet verder aan.

De drie verdedigers van de burgerlijke partijen wilden een oplossing voor de zaak die al negen jaar aansleepte. De familie van het slachtoffer kreeg ook nog niet echt de kans om de dood van haar verwante te verwerken.

"Hij lijkt charmant, maar is dominant"

Meester Jacques Tremmerie stelde het slachtoffer voor als 'geen doetje, maar toch een sociaal voelend man die de maatschappij hielp bij het oplossen van misdrijven.' "Callewaert daarentegen toont zich charmant maar is manipulatief en dominant," vulde meester Mespreuve aan. Raadsman Vancraeyveldt maande de juryleden aan de 23 kaften na te kijken en te constateren dat Callewaert een dwingeland is die terreur probeert te zaaien.

"Door te vluchten bekende hij schuld," stelde hij. Openbaar aanklager Ermelinde Vanhorenbeeck betwistte de akte van verdediging en vond de confrontatie tussen vader en zoon typerend. "Anthony keek tijdens het hele getuigenis zijn vader niet aan," merkte ze op. "Ik denk dat het was uit schaamte en misprijzen."

De verdedigers van Callewaert pakten uit met een gedegen betoog. Scheerlinck besloot als volgt: "Wij zijn voor honderd procent zeker van de onschuld van onze cliënt in deze zaak. Indien het toch tot een veroordeling komt, zullen we niet meer pleiten rond de strafmaat." Na de replieken nam Callewaert nog maar eens drie (!) uur het woord. De jury deed daar nog eens vijf uur bovenop om tot de conclusie te komen dat beklaagde schuldig was. Dinsdagavond om 23 u. viel dan het verdict. De jury en het hof beslisten dat beklaagde veroordeeld wordt tot levenslange opsluiting. Een aangeslagen Callewaert stelde daartegenover: "U hebt mij veroordeeld, maar ik ben onschuldig!"

Bron: Krant van West-Vlaanderen | 30 September 2005

605

(14 replies, posted in 1980-1989)

Wat me aan dit feit opvalt, is de extreem jonge leeftijd van de daders. De chauffeur wordt omschreven als "zeer jong, 18 jaar of jonger" en de passagier zou 20 à 25 jaar oud geweest zijn. Onderstaand artikel trok dan ook mijn aandacht, gezien het over drie jonge personen gaat, waarvan twee eveneens in Soignies wonen:

Casseurs

Etaient poursuivis: Dominique Baise, carrosier, 22 ans, rue Neufvilles, 10, à Soignies, Claude Lebrun, ouvrier, même âge, rue des Cerisiers, 17, à Braine-le-Comte, Francis Provot, employé aux Chemins de fer, même âge, rue Neuve, 11, à Soignies.

Ils avaient à répondre d'avoir, à Braine-le-Comte, le 8 février 1981, détruit ou mis hors d'usage à dessein de nuire une voiture appartenant à M. Claude Bartholomelous trois ont été condamnés à trois mois d'emprisonnement, avec sursis de trois ans, et à 4.000 F d'amende.

Bron: Le Peuple | 16 September 1982

Ik heb geprobeerd meer informatie te vinden en heb de pro's en contra's van deze theorie samen gezet:

Jonge vandalen uit Soignies: een mogelijke link met de inbraakpoging in de VW-garage?

De mislukte inbraak in een Volkswagen-garage in Soignies, in de nacht van 17 op 18 september 1982, blijft één van de minder bekende feiten die later in verband werden gebracht met het dossier van de Bende van Nijvel. Toch bevat dit dossier een aantal opmerkelijke elementen die aanleiding geven tot speculatie. Een van die elementen is de opvallend jonge leeftijd van de daders.

Volgens de reconstructie werd de bestuurder van de vluchtauto omschreven als ongeveer achttien jaar oud of zelfs jonger. Zijn kompaan zou tussen de twintig en vijfentwintig jaar oud zijn geweest. Dat leeftijdsprofiel wijkt af van de beschrijvingen die in veel andere Bende van Nijvel-feiten uit het dossier, waar getuigen vaak oudere daders menen te herkennen.

Opmerkelijk genoeg verscheen een dag vóór de inbraakpoging een artikel in de krant "Le Peuple" over drie jonge mannen uit de streek van Soignies die wegens vandalisme werden veroordeeld. Het ging om Dominique Baise uit Soignies, Claude Lebrun uit Braine-le-Comte en Francis Provot uit Soignies. Alle drie waren zij 22 jaar oud. Ze hadden zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk vernielen van een auto in Braine-le-Comte op 8 februari 1981 en kregen daarvoor een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een boete van 4.000 frank.

De gelijkenissen zijn op het eerste gezicht opvallend. Twee van de drie veroordeelden woonden in Soignies, dezelfde gemeente waar de inbraakpoging plaatsvond. Bovendien bevonden zij zich qua leeftijd vrijwel exact binnen de leeftijdscategorie die door getuigen voor minstens één van de daders werd opgegeven.

Ook het feit dat beide dossiers draaien rond feiten waarbij een voertuig doelwit werd van vernieling of beschadiging, maakt de vergelijking verleidelijk. In het ene geval ging het om het opzettelijk vernielen van een personenwagen, in het andere om een nachtelijke inbraakpoging waarbij een voertuig werd gebruikt en er drie banden van een ander voertuig werden achtergelaten.

Toch zijn er minstens evenveel redenen om voorzichtig te blijven. De drie jongemannen werden veroordeeld voor vandalisme, niet voor gewapende criminaliteit. Het vernielen van een auto is van een heel andere orde dan een nachtelijke inbraak waarbij geschoten wordt. Er is voorlopig geen enkel bekend element dat hen rechtstreeks verbindt met de feiten in de Volkswagen-garage. Hun namen duiken niet op in de gekende onderzoeksstukken over de inbraak en er zijn geen aanwijzingen dat zij beschikten over wapens, betrokken waren bij autodiefstallen of banden hadden met andere verdachten uit het Bende-dossier.

Ook de leeftijd vormt niet uitsluitend een argument vóór de hypothese. Hoewel 22 jaar binnen de opgegeven marge van twintig tot vijfentwintig jaar valt, werd de bestuurder specifiek als ongeveer achttien jaar oud beschreven. Dat verschil van vier jaar hoeft niet onoverkomelijk te zijn - getuigen schatten leeftijden vaak verkeerd in - maar het blijft een element dat tegen de identificatie pleit.

Daarnaast ontbreekt een belangrijk puzzelstuk: een fysieke beschrijving van de drie veroordeelden. De bestuurder van de vluchtauto werd omschreven als een slanke jongeman met donker, krullend haar en een mediterraan uiterlijk. Zonder foto’s of bijkomende signalementen valt onmogelijk na te gaan of één van de drie mannen aan die beschrijving beantwoordde.

Het verband tussen de drie jonge vandalen uit Soignies en de inbraakpoging in de Volkswagen-garage blijft daarom voorlopig niet meer dan een interessante hypothese. De lokale verankering, de jonge leeftijd van de betrokkenen en het feit dat in beide dossiers auto’s centraal staan, maken de vergelijking relevant. Tegelijk ontbreekt elk concreet bewijs dat de twee zaken daadwerkelijk met elkaar verbindt. Tot er bijkomende informatie opduikt, blijft het een piste die vragen oproept, maar geen antwoorden biedt.

606

(1 replies, posted in 1970-1979)

In juli 1985 werd Jean Lennertz opnieuw aangehouden:

Overvaller aangehouden te Wezet

De rijkswacht van Wezet heeft Jean Lennertz (27) aangehouden, één van de twee mannen die op 1 juli omstreeks 4 u. in de juwelierszaak van Joseph Deliège te Wezet diamanten stalen ter waarde van zo'n 850.000 fr. De diamanten zijn echter nog niet teruggevonden.

Lennertz werd ter beschikking gesteld van het parket en onder aanhoudingsbevel geplaatst. Hij is al herhaaldelijk veroordeeld voor diefstal. Het Hof van Assisen van Luik veroordeelde hem onder meer tot zeven jaar voor diefstal met geweldpleging.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Juli 1985

607

(1 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Overval op man

  • Wanneer? 9 September 1979

  • Waar? Een verlaten plek in Bombaye, nabij Visé » Google Maps

  • Wie? Jean Lennertz en Michel Helmans

  • Status: Opgelost

Op 9 september 1979 ontmoetten de jonge inwoners van Wezet, Jean Lennertz en Michel Helmans, de Duitser Joseph Siering op een dorpsfeest in Cheratte. Nadat zij samen de avond hadden doorgebracht, boden zij aan hem per motor naar zijn familie in de omgeving van Blegny te brengen.

In plaats daarvan reden zij naar een afgelegen plek in Bombaye (Dalhem), waar zij hun slachtoffer overvielen, hem met vuisten en een motorketting zwaar mishandelden en zijn portefeuille ontvreemdden. Siering verloor het bewustzijn en werd gewond achtergelaten, maar slaagde erin de autosnelweg te bereiken en hulp te zoeken.

Dankzij zijn beschrijving konden de daders de volgende dag worden opgepakt. Het slachtoffer hield aan de aanval een blijvende arbeidsongeschiktheid van 2 procent over. In april 1981 werden Lennertz en Helmans door het Hof van Assisen van Luik schuldig bevonden aan diefstal met geweld onder verzwarende omstandigheden en veroordeeld tot respectievelijk zeven en vijf jaar opsluiting.

Michel Helmans is Broer van Maurice Helmans, die in 1980 samen met onder andere Michel Anthemus ontsnapte uit de gevangenis.

Michel Helmans en Jean Lennertz tijdens het assisenproces:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/jean_l10.jpg

Brutale overvallers naar Luiks assisenhof

De kamer van inbeschuldigingstelling bij het Hof van beroep te Luik heeft maandag de 22-jarige Jean Lennertz en de 21-jarige Michel Helmans, beiden uit Wezet (Visé), verwezen naar het Luiks Hof van Assisen.

Op 9 september 1979 beroofden ze te Bombaye de 42-jarige Jozef Siering, uit Longerich, en sloegen de man daarbij blijvend werkonbekwaam. Daar komt als verzwarende omstandigheid bij dat de diefstal met geweld 's nachts gebeurde, door twee personen en met gebruik van wapens en een voertuig.

Jozef Siering verbleef de dag van de feiten - een zondag - bij zijn zuster te Saint-Remy, en was naar Cheratte gegaan om er een dorpsfeest bij te wonen. Omstreeks zeventien uur ging hij een café binnen en ontmoette daar de twee jongeren uit Wezet. Na een tijdje kwam het tot een gesprek en's avonds stelden de twee voor hem naar Saint - Remy te voeren.

Siering kroop achterop de motor van Helmans, terwijl Lennertz volgde met zijn eigen motor. In plaats van naar Saint-Remy te rijden, namen ze echter de weg naar Wezet en op een verlaten plek te Bombaye overvielen ze hun passagier en sloegen hem met een ketting tot hij het bewustzijn verloor.

Daarop namen ze hem zijn portefeuille af, lieten hem bewusteloos achter en sloegen op de vlucht. Toen Siering terug bijkwam, sleepte hij zich voort tot aan de autoweg Wezet - Maastricht en werd daar opgepikt door een bereidwillige automobilist. Hij kon een vrij nauwkeurige beschrijving geven van zijn overvallers, zodat die reeds 's anderendaags in de kraag werden gevat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Februari 1981

Aanranders vandaag voor Assisenhof van Luik

Maandag begint voor het Hof van Assisen te Luik de zaak van de 22-jarige Jean Lennertz en de 20-jarige Michel Helman, beiden uit Visé, die ervan worden beschuldigd hun herbergvriend, de Duitser Josef Siering, te hebben aangerand om zijn brieventas te stelen.

De feiten gebeurden in de nacht van 9 op 10 september te Dahlem. Siering, die bij zijn zuster te Blegny woont, was naar Cheratte getrokken om een feestje bij te wonen. Daar ontmoette hij zijn toekomstige aanranders en ging met hen in een herberg wat drinken.

Toen het uur van het afscheid was gekomen, stelde een van hen voor Siering met zijn motor naar Blegny te brengen, wat ook gebeurde. Op het grondgebied van de gemeente Dahlem werd halt gehouden op een eenzame plaats.

Beide aanranders - de andere was zijn vriend per motor gevolgd - wierpen Siering ten gronde en sloegen hem met
kettingen. Ze stalen zijn brieventas en namen de vlucht, terwijl hun slachtoffer gewond achterbleef.

Toen Siering terug bij bewustzijn kwam, slaagde hij erin naar de autoweg te kruipen en een automobilist tegen te houden. De volgende dag ging hij zijn verhaal vertellen aan de rijkswacht die dezelfde dag de twee aanranders inrekende.

Ze gaven de feiten toe, maar beschuldigden elkaar van het toebrengen van de slagen en de diefstal van de brieventas. Siering heeft aan zijn avontuur een invaliditeit van twee procent overgehouden.

Het Hof van Assisen wordt voorgezeten door raadsheer André Moureaux, het openbaar ministerie wordt waargenomen door advocaat-generaal Pol Frapier, terwijl Helman wordt verdedigd door mr. De Beer De Laer en mr. Husquin, en Lennertz door mr. Levaux. Vermoedelijke duur ongeveer drie dagen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 April 1981

Beklaagden hebben geen verklaring voor misdrijf

Voor het Hof van Assisen van Luik begon maandag het proces tegen de 22-jarige Jean Lennertz en de 20-jarige Michel Helman, beiden uit Wezet. Ze worden beschuldigd van aanranding op Joseph Siering, uit Lengerich-Emsland in Duitsland, die zij toevallig te Dalhem op 9 september 1979 ontmoetten.

Zịj dienden hem vuistslagen toe, sloegen hem met een motorketting en stalen zijn portefeuille. Het slachtoffer heeft een blijvende werkonbekwaamheid van twee procent.

Al op 13-jarige leeftijd begon Lennertz te stelen en werd hij door de jeugdrechter in een home geplaatst, waar hij leerde lezen en schrijven. Vandaag kent hij deze rudimentaire opleiding niet eens meer.

Hij ontsnapte uit homes, werkte af en toe en pleegde talrijke diefstallen. Toen hij 18 jaar was zat hij al verscheidene gevangenisstraffen uit. Hij schrijft zijn misdadig gedrag toe aan het trauma dat hij opliep, toen hij vernam dat hij niet de echte naam van zijn vader droeg, maar die van de echtgenoot van zijn moeder.

Het verleden van Helman is eveneens weinig schitterend. Zijn lagere studies waren bedroevend. Zijn eerste job verloor hij wegens afwezigheden. Hij werkte dan enkele maanden als spoorlegger bij de NMBS, maar ook hier werd hij ontslagen wegens een vals medisch bewijs.

Ketting

Over de gebeurtenissen van 9 september 1979 vertellen beide hoe zij Siering ontmoetten in een café te Cheratte en samen de avond doorbrachten. Zij stelden dan voor hem naar zijn zuster te vergezellen. Siering stapte op de motor van Helman en Lennertz volgde op zijn eigen motor. Onderweg werden zij tegengehouden door de rijkswacht van Cheratte; Helman kreeg een verwittiging omdat hij geen helm droeg en Lennertz omdat hij zonder licht reed.

Daarna reden zij naar Dalhem, stopten op een eenzame plaats en sloegen Siering en namen zijn portefeuille af. Zij gaven toe hem met de vuisten te hebben geslagen, maar niet met een ketting. Niettemin herkenden zij de ketting onder de bewijsstukken.

Geen van beide kon een verklaring geven waarom zij hun slachtoffer zo ongenadig afsloegen. Lennertz
zei o.m.: “Ik zou het niet meer doen…”

Tien jaar

Uit het moraliteitsverslag bleek dat Lennertz door de inwoners van Wezet werd beschouwd als verloren voor de samenleving, maar dat zijn moeder van oordeel was dat hij zich liet op sleeptouw nemen door slechte kameraden. Helman van zijn kant is onrijp en mythomaan. Beiden staan mentaal op het niveau van een kind van 10 jaar.

Gerechtsarts Dr. Brahy gaf uitleg over de verwondingen van het slachtoffer en meer bepaald over het feit of Joseph Siering al dan niet blijvend werkonbekwaam is. Volgens Dr. Brahy kan men besluiten tot een blijvende werkonbekwaamheid van 2 procent.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 April 1981

Beklaagden lijken mentaal op kinderen

Voor het Hof van Assisen te Luik werd dinsdag het proces voortgezet tegen Jean Lennertz en Michel Helman, twee jonge mannen uit Wezet, die op 9 september 1979 de 44-jarige Duitser Joseph Siering aftuigden en van zijn portefeuille beroofden.

Het slachtoffer zelf kwam getuigen hoe alles was verlopen. Hij ontmoette zijn aanranders op de kermis te Cheratte en bracht de avond met hen door. Lennertz en Heman stelden vast dat de Duitser nogal goed bij kas was en boden aan hem naar huis te voeren.

Met twee motors werd de reis ingezet, maar onderweg werd verscheidene malen halt gehouden. “Ik werd bang omdat we niet in de goede richting reden”, aldus Siering. “Op een bepaald moment greep een van de twee mij langs achter bij de keel. Ik kreeg een slag op het hoofd en verloor het bewustzijn.”

Getuige bevestigde dat hij sindsdien last heeft van hevige hoofdpijn en aan slapeloosheid lijdt. “Als ik ga slapen, zie ik die twee nog altijd voor me als in een nachtmerrie”, voegde Siering eraan toe.

Verantwoordelijk

Dokter Xhenceval, die beide beklaagden psychiatrisch onderzocht, getuigde dat Lennertz mentaal op een kind van 7 tot 10 jaar lijkt. “Hij is een dromer met hoge aspiraties. Hij is impulsief en wordt gedreven door sadistische trekken. Hij verwacht niets van het gerecht en vertoont geen spijt. Niettemin draagt hij de volle verantwoordelijkheid voor zijn daden en betekent hij een gevaar voor de maatschappij.”

Helman is een delinquent van de laagste rang, gefascineerd door de persoonlijkheid van zijn oudere broer Maurice, die binnenkort voor het gerecht zal verschijnen wegens gijzeling bij een ontsnapping. Helman heeft een zwakke intelligentie, maar is verantwoordelijk voor zijn daden en lijkt meer gevoelig voor een straf. Hij betreurt zijn daad.

Daarna word de zitting besloten. Woensdag beginnen de debatten. De uitspraak wordt 's namiddags verwacht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 April 1981

Lennertz zeven en Helman vijf jaar opsluiting

Voor het Assisenhof van Luik werden woensdag Jean Lennertz tot zeven en Michel Helman tot vijf jaar opsluiting veroordeeld. De jury had hen schuldig bevonden aan diefstal met geweld onder bezwarende omstandigheden.

In zijn rekwisitoor had de advocaat-generaal erop gewezen dat de beklaagden mekaar de schuld in de schoenen schuiven. De vraag wie van beide de slagen had toegediend en de diefstal gepleegd, deed volgens de aanklager weinig ter zake, omdat ze het alletwee eens waren over de slag die ze gingen slaan.

Mr. Lebeau erkende dat Lennertz de Duitser Siering had geslagen, maar dat het Helman was die de diefstal pleegde. Mr. De Beer, verdediger van Helman, vroeg er rekening mee te houden dat zijn cliënt door Lennertz werd beïnvloed. Beide advocaten trachtten het door het slachtoffer opgelopen leed te minimaliseren.

Nadat de beklaagden schuldig werden bevonden, eiste de advocaat-generaal tegen beiden 15 jaar dwangarbeid. De verdediging vroeg Lennertz tol maximum vijf jaar te veroordelen en voor Helman probatie.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 April 1981

608

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Overval op een ziekenfondskantoor

  • Wanneer? 13 Maart 1981

  • Waar? Rue de Dour in Petit-Dour » Google Maps

  • Wie? Antonio Amata en Carlo Barbarotta

  • Status: Opgelost

Op 13 maart 1981 pleegden Antonio Amata en Carlo Barbarotta, beiden afkomstig uit Dour, een gewapende overval op een ziekenfonds in Petit-Dour. Gemaskerd met bivakmutsen en gewapend met een .22-karabijn en een nep-revolver bedreigden zij het personeel en maakten zij 506.000 Belgische frank buit uit de kassa en de brandkast. De overval werd echter snel opgelost doordat Amata kort voordien in dezelfde opvallende groene overall was opgemerkt in de buurt van het ziekenfonds en bovendien bekend was bij enkele medewerkers.

Minder dan een uur na de feiten werden beide daders gearresteerd, legden bekentenissen af en wezen de plaats aan waar zij het geld hadden verborgen. De volledige buit werd teruggevonden en beiden werden door de onderzoeksrechter opgesloten in de gevangenis van Bergen op verdenking van afpersing met geweld of bedreiging.

Overval op ziekenfonds te Dour

Vrijdagmorgen werd door twee onbekenden een overval gepleegd op de kantoren van het ziekenfonds “L’Ancre” aan de rue de Dour te Petit-Dour bij Bergen. Terwijl een van hen de klanten in bedwang hield liet de andere zich de inhoud van de kassa en de brandkast overhandigen. Ze gingen aan de haal in de richting van de Franse grens met een half miljoen frank als buit.

In de loop van de dag kon de politie de daders van de overval reeds aanhouden. Het zijn de 21-jarige Antonio Amata, route de Boussu te Dour en de 24-jarige Carlo Barbarotta, rue Sainte-Croix te Dour. De buit, een half miljoen, werd teruggevonden. De overvallers werden opgesloten in de gevangenis van Bergen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Maart 1981

Arretes

La police a arrêté les auteurs du hold-up commis ce vendredi à la mutualité de l'Amitié à Petit-Dour. Il s'agit d'Antonio Amata, 21 ans, route de Boussu à Dour et de Carlo Barborotta, 24 ans, rue Sainte-Croix à Dour. Le premier malfaiteur avait été identifié par un témoin et appréhendé déjà en fin de matinée. Il a tout avoué à la police.

L'arrestation du 2º agresseur a pu être opérée dans l'après-midi. Quant aux 500.000 F volés, ils ont été récupérés, les auteurs de l'agression ayant indiqué l'endroit où ils les avaient dissimulés. Amata et Barbarotta ont été écroués à la prison de Mons.

Bron: Le Peuple | 14 Maart 1981

Après le hold-up raté de Petit-Dour - Une imprudence incroyable...

Nous avons relaté les conditions dans lesquelles deux bandits masqués d'une cagoule et portant, l'un, une carabine 22, l'autre un revolver (qui devait se révéler plus tard être une arme factice), étaient parvenus, vendredi, vers 8 h. 45 du matin, à se faire remettre sous la menace une somme de 506.000 F par le caissier de la mutualité “L’Amitié” à Petit-Dour.

Nous avons dit aussi que moins d'une heure plus tard, les deux gangsters étaient appréhendés. Il s'agissait des nommés Carlo Barbarotta, 23 ans, garagiste, demeurant 37, rue Sainte-Croix à Dour et Antonio Amata, 21 ans, manœuvre, résidant 184, rue de Boussu à Dour également.

M. Van Spital, juge d'Instruction à Mons, a délivré deux mandats d'arrêts à charge des bandits, après les avoir inculpé d'extorsion de fonds avec violences ou menaces, et il les a fait écrouer à la prison de Mons.

Barbarotta n'était pas un inconnu pour la justice. Il avait déjà été arrêté précédemment pour vols de voitures. L'enquête a établi que les deux malfaiteurs avaient fait preuve dans cette affaire d'une imprudence assez incroyable. Amata, qui était bien connu des employés de la mutualité, avait été aperçu, environ une demi-heure avant les faits, par l'un d'eux, alors qu'il faisait remplir d'essence le réservoir de sa voiture, non loin du siège de la mutuelle.

Et cet employé n'avait pas manqué de remarquer que l'Italien était vêtu d'une salopette verte. Or, c'est vêtu de la même salopette qu'un peu plus tard, Amata, accompagné de son complice commettait son mauvais coup.

Bron: Le Peuple | 16 Maart 1981

609

(5 replies, posted in Overzicht Bendes)

Mohammed Algham Temsamani

Mohammed Algham Temsamani was een Brusselse gangster die in de jaren negentig opdook in het milieu van gewapende overvallen en geldtransportroven. Volgens de pers was hij afkomstig uit de Brusselse onderwereld en verkeerde hij in kringen rond enkele bekende overvallers uit die periode. In april 1994 kwam zijn naam uitgebreid in het nieuws na een gewapende overval op een geldtransport van Securis aan een filiaal van het Gemeentekrediet op het Zwarte Vijversplein in Sint-Jans-Molenbeek.

Op 15 april 1994 maakte Temsamani deel uit van een driekoppige bende die een Securis-geldtransport aanviel toen de geldkoeriers fondsen kwamen leveren. De overvallers bedreigden de bewakers met vuurwapens, dwongen hen de beveiliging uit te schakelen en openden het vuur op de gepantserde bestelwagen. Na de overval vluchtten zij met een Volkswagen Golf naar een garagebox in Anderlecht.

Oplettende buurtbewoners vonden het verdacht dat de wagen in “Chicago-stijl” een garage binnenreed en verwittigden de politie. Daardoor konden Temsamani en zijn kompaan, Bagdad Maâche, vrijwel onmiddellijk worden gearresteerd. In de garage troffen de speurders de buit van ongeveer vijf miljoen Belgische frank aan, samen met een omvangrijk wapenarsenaal, waaronder een Kalasjnikov en verschillende oorlogswapens. De derde dader wist te ontkomen.

Temsamani was op dat moment geen onbekende voor het gerecht. Een maand eerder had hij voor het Brabantse hof van assisen terechtgestaan samen met Claude Chantry en Nordine Hassani. De zaak betrof een mislukte gewapende overval waarbij een pompbediende werd vermoord. Tijdens dat proces werd Temsamani als enige van de drie beschuldigden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijzen, terwijl de andere betrokkenen wel in verband werden gebracht met de feiten. 

Voor zijn rol in de overval op het geldtransport werd Temsamani uiteindelijk door het Hof van Beroep veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. Tegen de tijd dat zijn proces plaatsvond, was hij echter verdwenen en kwam hij niet opdagen voor de behandeling van zijn zaak. Jarenlang bleef hij voortvluchtig. Begin oktober 1997 kon de gerechtelijke politie hem uiteindelijk bij zijn woning arresteren. Na zijn aanhouding werd hij opgesloten in de gevangenis van Vorst om zijn straf uit te zitten.

De beschikbare persbronnen schetsen Temsamani als een figuur uit het Brusselse banditisme van de jaren negentig, actief in gewapende overvallen en verbonden met leden van de Maâche-clan. Hoewel hij verdacht werd van feiten met dodelijke afloop, werd hij in die assisenzaak vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Zijn enige duidelijk gedocumenteerde veroordeling betreft zijn deelname aan de gewapende overval op het Securis-geldtransport in Sint-Jans-Molenbeek in 1994.

Broer van Maâche Securis-overvaller

Twee van de drie daders van de gewapende overval vrijdag omstreeks 22.15 uur op het geldtransport van de firma Securis voor het Gemeentekrediet in Sint-Jans-Molenbeek zijn nog dezelfde avond ingerekend. Eén van hen is Bagdad Maâche, de 26-jarige broer van de beruchte bendeleider Hassan Maâche. De tweede is de 27-jarige Mohammed Algham Temsamani, die vorige maand door het Brabantse assisenhof werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijzen. Van de derde gangster ontbreekt elk spoor.

Opmerkzame omwonenden van een garagebox in de Van Kalkenstraat in Anderlecht alarmeerden even na de overval de politie, nadat een auto in Chicago-stijl een garage was komen binnenrijden. In die garage, die als bergplaats voor de gangsters dienst deed, troffen de speurders niet alleen twee van de drie daders aan, maar ook de volledige buit van de hold-up - vijf miljoen frank - en een groot aantal oorlogs- en andere wapens.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 April 1994

Garagebox in Anderlecht herbergt zware wapens, buit én gangsters

De overval op de Securis-wagen in Sint-Jans-Molenbeek vond vrijdag omstreeks 22.15 uur plaats aan het filiaal van het Gemeentekrediet in de buurt van het metrostation Zwarte Vijvers. De wagen van Securis was net op weg om geld te brengen naar het agentschap.

Toen de bijrijder de wagen verliet, kwam hij oog in oog te staan met een gewapende man die hem verplichtte het alarm uit te schakelen en de kofferruimte te openen. De tweede overvaller hield ondertussen de bestuurder in bedwang. Eén van de daders vuurde in de richting van de Securiswagen, maar daarbij raakte niemand gewond. De bijrijder kreeg wel enkele klappen te incasseren.

Nadat ze de geldzakken hadden bijeen gegraaid, doken de overvallers in een wachtende Volkswagen Golf, die werd bestuurd door een derde medeplichtige.

Even na de gewapende overval merkten omwonenden de als gestolen gesignaleerde vluchtwagen op in de Van Kalkenstraat in Anderlecht. De auto was daar in Chicago-stijl een garagebox ingereden. De ooggetuigen vonden dit hoogst verdacht en brachten de hulpdiensten hiervan onmiddellijk op de hoogte.

De politie van Anderlecht stuurde daarop alle beschikbare patrouilles naar de Van Kalkenstraat. Daar konden de agenten twee van de drie overvallers zonder bloedvergieten inrekenen. Van de derde dader ontbreekt tot nu toe elk spoor.

Vijf miljoen

In de garagebox, die als bergplaats dienst deed voor de gangsters, troffen de speurders naast de vijf miljoen frank buit van de hold-up ook een grote hoeveelheid wapens aan. De bende beschikte onder meer over een Kalachnikov, verschillende vuistwapens en oorlogsgeweren.

Eén van de opgepakte daders is Bagdad Maâche (26). Hij is een broer van de beruchte Marokkaans-Belgische gangster en bendeleider Hassan Maâche. Die werd in maart van vorig jaar door de Brusselse correctionele rechtbank veroordeeld tot achttien jaar celstraf na een indrukwekkende reeks overvallen - waarvan één met gijzeling - bendevorming en verschillende diefstallen.

De 27-jarige Mohammed Alg ham Temsamani, de tweede dader, stond begin vorige maand nog samen met Claude Chantry en Nordinnne Hassani terecht voor het Brabantse assisenhof op beschuldiging van een poging tot overval. Daarbij liet een pompbediende het leven. De man werd toen als enige bij gebrek aan bewijs vrijgesproken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 April 1994

Kompaan beruchte overvaller van geldtransporten opgepakt

De 30-jarige Mohammed Algham Tensamani is aangehouden. De man werd eind april vorig jaar door het Hof van Beroep tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld voor zijn deelname aan een gewapende overval op een geldtransport aan het Zwarte Vijverplein in Sint-Jans-Molenbeek. In de late avond van 15 april 1994 openden gangsters het vuur op de Securis-bestelwagen die bij het Gemeentekrediet fondsen kwam ophalen.

De gangsters misrekenden zich enigszins, want ze gingen er enkel vandoor met een zak waardepapieren. Eén van hun kogels boorde zich in de gepantserde bestelwagen, maar raakte niemand. Temsamani deed de overval niet alleen. Hij vergezelde de beruchte Bagdad Maâche, broer van een al even berucht gangster. Hassan Maâche, die ook zijn naam aan de bende leende, werd tot een lange gevangenisstraf veroordeeld voor overvallen, diefstallen en gijzeling.

Broertje Bagdad zette de familietraditie verder en liet zich vergezellen door het kruim van de Brusselse onderwereld. Temsamani behoorde daar ook bij. De gangsters geraakten toen niet ver. Ze liepen enkele straten verder in Anderlecht al tegen de lamp. Bij de daaropvolgende huiszoekingen vonden de speurders een waar wapenarsenaal. Het zou Temsamani een zorg zijn. De man werd ook nog verdacht van een andere overval met dodelijke afloop, maar werd in die zaak vrijgesproken.

Voor het proces van de overval van Sint-Jans-Molenbeek kwam hij zelfs niet opdagen. Hij verdween met de - in dit geval - zuiderzon. De gerechtelijke politie lag echter op vinkenslag en kon begin deze week de gezochte overvaller bij hem thuis inrekenen. Hij werd opgesloten in de gevangenis van Vorst.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Oktober 1997

610

(0 replies, posted in Andere Personen)

Claude Chantry was een Brusselse crimineel die vanaf de jaren tachtig actief was in het milieu van gewapende overvallen en zware criminaliteit. Zijn naam werd vooral bekend door zijn betrokkenheid bij de gewapende overval op het depot van brouwerij Piedboeuf in Sint-Jans-Molenbeek op 25 september 1986.

Tijdens die hold-up werd de 48-jarige chauffeur-leverancier Claude Lebrun doodgeschoten. Voor zijn aandeel in deze feiten werd Chantry op 11 maart 1994 door het Brabantse assisenhof veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens poging tot diefstal met dodelijke afloop als verzwarende omstandigheid. Volgens persartikels kwam hij reeds ongeveer drie jaar na zijn veroordeling opnieuw vrij. 

Na zijn vrijlating bleef Chantry actief in het criminele milieu. In 1994 werd hij opnieuw gearresteerd na een overval op een geldtransport van Securis in Sint-Jans-Molenbeek, een dossier waarin ook personen uit de entourage van de bende Maâche opdoken.

Op 10 maart 1999 nam hij samen met Michel Fauconnier deel aan een gewapende overval op een Securitas-geldtransport in Jette. Tijdens de vlucht opende een van de daders het vuur met een kalasjnikov op een achtervolgende rijkswachtpatrouille; een kogel doorboorde de voorruit van het dienstvoertuig en miste de twee rijkswachters slechts op een haar na.

Chantry werd kort daarna gearresteerd, terwijl een derde dader wist te ontkomen. De beschikbare bronnen beschrijven hem als een notoire overvaller die, ondanks eerdere zware veroordelingen, betrokken bleef bij gewapende hold-ups en overvallen op geldtransporten.

Overvallers geldtransport nemen rijkswachters onder vuur

Twee rijkswachters van de brigade Ganshoren zijn woensdagavond laat door het oog van de naald gekropen. Tijdens een wilde achtervolging op drie overvallers van een geldtransport, werd hun dienstvoertuig onder vuur genomen. Een kogel, afgevuurd met een oorlogswapen, boorde zich dwars door de voorruit en miste de twee rijkswachters op een haar na.

De drie daders overvielen woensdagavond iets voor 22u in Jette een voertuig van Securitas. Daarin zat geen geld, enkel waardepapieren. Een rijkswachtpatrouille van Ganshoren die toevallig passeerde, zette onmiddellijk de achtervolging in. Op een bepaald moment zagen de rijkswachters hoe een van de inzittenden van de Opel Vectra, een gestolen voertuig dat door de daders als vluchtwagen werd gebruikt, door het raam een wapen op hen richtte en vuurde.

Recidivist

Iets verder zagen de rijkswachters die niet echt onder de indruk waren van de schoten en hun achtervolging gewoon verder zetten, het lege voertuig staan.

Een van de daders lag onder een geparkeerde vrachtwagen. Hij had een kalasjnikov bij zich en een zak met daarin đe buit. Toch ontkende de man ook maar iets met de overval te maken te hebben. De tweede verdachte werd in de buurt opgepakt. Het gaat om Claude Chantry (34) en Michel Fouconnier (37).

Beiden werden ter beschikking gesteld van het Brusselse parket. De derde dader kon ontsnappen. Zijn twee medeplichtigen weigeren vooralsnog zijn identiteit te verklappen.

Michel Fauconnier en Claude Chantry zijn zeker geen onbekenden voor het gerecht. Chantry werd op 11 maart 1994 voor het assisenhof van Brabant tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Samen met vier medeplichtigen pleegde hij een gewapende overval op een depot van de de brouwerij Piedboeuf in Molenbeek. Bij de hold-up werd de 48-jarige Claude Lebrun, een chauffeur-leverancier, doodgeschoten.

Drie jaar na zijn veroordeling kwam Chantry al vrij en begon hij aan een reeks diefstallen en gewapende overvallen, onder meer op een geldtransport van Securis.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Maart 1999

Beruchte gangster Chantry geklist na raid op geldtransport

De beruchte Brabantse gangster Claude Chantry (33) werd eergisteravond na een spectaculaire achtervolging door de rijkswacht ingerekend. Dat gebeurde nadat hij en twee kompanen een geldtransport in Jette overvielen. Twee achtervolgende rijkswachters kropen door het oog van de naald toen Chantry het vuur opende.De drie gangsters overvielen woensdagavond, rond tien uur, het geldtransport van de firma Securitas, aan de Carton de Wiartlaan in Jette. Ze maakten één zak boordevol waardenpapieren buit.

Als een toevallig passerende rijkswachtpatrouille de gangsters opmerkt, vluchtten de drie in een Opel Vectra. De rijkswachtploeg zet de achtervolging in. Eén overvaller schiet met zijn kalashnikov de ruit van de Golf GTI van de rijkswachters aan scherven. De kogel zoeft tussen de twee gendarmen door.

Wellicht 'haperde' het machinegeweer van de gangster, want er werd niet meer geschoten. Intussen werd versterking ingeroepen.Zware jongensNa een dolle achtervolging kan de rijkswacht de drie gangsters klem rijden aan het Hertogin van Brabantplein in Sint-Jans-Molenbeek.

Het drietal vlucht te voet verder. Eén van hen wordt haast onmiddellijk gepakt, een tweede wordt gewapend én geladen met de geldbuit aangetroffen onder een geparkeerde vrachtwagen. De derde gangster kan ontkomen. Na identificatie blijkt dat één van de gearresteerde gangsters niemand minder is dan Claude Chantry (33).

De man kreeg in '86 al tien jaar cel voor zijn aandeel in de “Piedboeufmoord” op Claude Lebrun. Acht jaar later overviel Chantry samen met de broertjes Maâche een geldtransport in Sint-Jans-Molenbeek. Ook toen werd hij na de raid gearresteerd.Gisteren, na urenlange ondervragingen, werd voor het gerecht pas duidelijk dat de tweede gearresteerde Michel Fauconnier (37) is. De man is berucht om een reeks hold-ups en zware diefstallen. Het tweetal werd aangehouden. De derde overvaller blijft spoorloos.

Bron: Het Laatste Nieuws | 12 Maart 1999