7,721

(113 replies, posted in Andere)

Ook in het boek van Daniel Ganser - NATO's Secret Armies - komt deze conferentie aan bod:

As after the death of Kennedy too, during the administration of President Lyndon Johnson, the Italian Communists and Socialists remained very popular and upheld a strong performance during national elections, the Italian right together with the CIA continued its secret war. Following the success of the Piano Solo coup Gladio commander Renzo Rocca on me orders of the CIA and SIFAR in 1965 organized a public congress of the extreme right in Rome on the topic of 'Counter Revolutionary Warfare' and 'the defence of Italy from Communism by all means'.

The Alberto Pollio Institute, a right-wing think tank, fronted for the SIFAR and the CIA as the conference was held at the luxurious Parco dei Principi hotel in Rome from May 3 to May 5, 1965. The right-wing extremists at the meeting endorsed the view that 'the Third World War is already under way, even if it is being fought at a low level of military intensity'. Amongst the speakers, right-winger Eggardo Beltrametti stressed that 'It is a struggle to the last drop of blood and our aim is to eliminate the Communist threat by whatever means. We would prefer non-violent methods but we must not refuse to consider other forms of struggle.'

The Italian parliamentary investigation into Gladio found that right-wingers during the now infamous Parco dei Principi conference had repeatedly referred to a mysterious armed parallel structure, only later discovered to be Gladio.

Bron: NATO's Secret Armies - Operation Gladio and Terrorism in Western Europe | Daniel Ganser

7,722

(113 replies, posted in Andere)

De kans bestaat dat de WNP-leider [Paul Latinus] een product van Pollio is. Op die beruchte Conferentie over de Revolutionaire Oorlog van het Instituto di Studi Militari Alberto Pollio in 1965, in volle hippie- en contestatiejaren, de jaren van betogingen tegen de oorlog in Vietnam en het rapport van de Club van Rome, dat een bom legde onder de pijlers van de consumptiemaatschappij, kaartte het Italiaanse ministerie van Landsverdediging in het Romeinse luxehotel Parco dei Principi de 'onorthodoxe oorlogsvoering' aan, om de subversie in West-Europa te bestrijden.

De uit Oost-Duitsland afkomstige historicus Gerhard Feldbauer was incognito aanwezig op dat uur U van de Strategie van de Spanning. In zijn stevig gestoffeerde boek over de moord op de Italiaanse premier Aldo Moro beschreef hij hoe de oriëntalist en expert van geheime diensten hoogleraar Pio Roncone op de conferentie het idee lanceerde om radicaal linkse organisaties te laten infiltreren of linkse bewegingen op te laten richten door neofascisten.

Volgens Feldbauer werd dit idee in Italië daadwerkelijk opgepikt. In 1968 trokken tweehonderd Italiaanse extreemrechtse activisten onder de leiding van Delle Chiaie naar het Griekenland van de kolonels om wekenlang de Griekse ervaringen van infiltratie in extreemlinks te bestuderen, met de steun van de CIA. Na hun retour richtte een van de Italiaanse antisubversie-studenten meteen de linkse anarchistische groep 22 Maart op.

De Romeinse advocaat Ferdinando Imposimato, een veteraan in de strijd tegen geheimedienstenoperaties in samenhang met extreem-rechts, zei tegen mij [Hilde Geens] dat er ook Belgen aanwezig waren op de beruchte conferentie van Pollio, maar hij kon geen namen noemen. Een Italiaanse collega die er rond 2010 onderzoek naar deed, betwistte dat. De Belgische justitie heeft nooit uitgezocht of extreem-rechtse figuren in dit land een linkse vermomming aantrokken, maar in de diverse gerechtelijke onderzoeken kwamen er eerder toevallig toch een paar boven water. (...)

WNP-stichter Paul Latinus was vijftien jaar toen de Pollio-conferentie plaatsvond, en was volgens zijn moeder een overtuigd nationaalsocialist, die de hele klas over zich heen kreeg toen tijdens een spreekbeurt de apartheid in Zuid-Afrika verdedigde. Voor Pollio was hij te jong, maar ook had een aantal linkse bewegingen een rad voor de ogen gedraaid. Ze dachten dat hij een progressieve milieuactivist was.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

7,723

(3 replies, posted in Westland New Post)

Felix Deceulaerde is de Antwerpenaar die de fiche van de WNP over Herman Geschier hielp samenstellen en de WNP-inbraak in diens kantoor begeleidde, vlak nadat Geschier een interessant lot wapens had gekocht op de jaarlijkse veiling van de Domeinen in Luik. De ex-soldaat van het vreemdelingenlegioen Deceulaerde stapte over van het extreemrechtse Jong Europa naar de communistische partij van Borgerhout, waar hij pas een jaar later ontmaskerd werd, toen de partijsecretaris bij een onverwachts bezoek bij Deceulaerde thuis nazi-affiches zag hangen. Na dat communistische intermezzo recycleerde hij zich tot medestichter en schatbewaarder van het extreemrechtse Stahlhelm.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

Deceulaerde had dus waarschijnlijk de opdracht gekregen om die linkse partij te infiltreren en op die manier links in een slecht daglicht te plaatsen. Hij bracht dus de Strategie van de Spanning in de praktijk.

7,724

(17 replies, posted in Magistraten)

Francine Lyna was zestig toen ze het dossier van de dubbele moord [in Anderlecht] in handen kreeg, en ze was pas laat, na vijfentwintig jaar advocatenpraktijk, in de magistratuur terechtgekomen. Zo veel ervaring had ze niet toen ze de WNP op haar bord kreeg, maar ze had een goede naam, was in het verzet geweest tijdens de oorlog en was getrouwd met de communist Jules Chomé, ooit advocaat van de gelynchte Congolese premier Patrice Lumumba.

Haar geheugen liet haar al tegenover de eerste parlementaire on derzoekscommissie in de steek, amper een jaar of vijf na de feiten. Ze zat er glad naast toen een paar kamerleden haar vroegen of ze in haar verzoek om de voortvluchtige Eric Lammers op te sporen in het dossier van de dubbele moord in de Herdersliedstraat ook andere zware gewelddaden, "d'autres faits de violence grave", in de motivering had vermeld. Feiten "die sinds een jaar in dezelfde streek gebeurd waren" en waarbij de Organisatie waar Barbier en Lammers lid van waren "betrokken zou kunnen zijn".

Nee, zei ze, want zo'n verzoek moet zeer precies zijn, het ging over de dubbele moord. Niemand van de commissieleden duwde haar het citaat met haar eigen handtekening onder de neus. Nochtans was dit belangrijk. Een paar dagen voordat ze die aanvraag deed, had de bende van Nijvel drie mensen doodgeschoten bij de Colruyt van die stad en toen haar naam gekregen. Speurders zagen in die 'zware gewelddaden' dan ook een verwijzing naar de bende. Francine Lyna vergiste zich schromelijk op een wezenlijk punt in een zwaarwegend dossier. Het verhoor door de eerste parlementaire onderzoekscommissie vond plaats in april 1989, twee jaar na het proces van de dubbele moord.

Wat ze zich tegenover de commissie wel goed herinnerde, was dat het er in een onderzoekskamer in Brussel niet toegaat als in de film. "Je surft van de ene zaak naar de andere. Dan krijg je opeens een zwaar dossier, je werkt daar een week aan, en al de rest valt in panne." In de periode van de dubbele moord diende Lyna de bomaanslagen van de CCC-terroristen onder de loep te nemen, plus een boel kleinere zaken. Geen van haar collega's beschikte over voldoende griffiers en bedienden, en maar een paar medewerkers hadden een tekstverwerker. Ze diende net als haar collega's ook een bureau te runnen met een massa banalere problemen, zoals inbraken, en wachtdiensten te lopen, die weer nieuwe dossiers binnenbrachten.

"Het systeem draait op vertrouwen", had meester Moerman gezegd. Had de overbelaste Francine Lyna Georges Marnette te lang vertrouwd? De jaren voor het proces begon de onderzoeksrechter zelf opvallend veel WNP-leden en hun entourage uitgebreid te verhoren. Het wekt de indruk dat ze twijfelde aan de zaken die haar speurder voorschotelde, wat niet verwonderlijk was na de ontdekking dat Marnette Barbiers bekentenis had geënsceneerd.

Waarom werd Latinus in dit onderzoek zo ontzien? Opzoekingen en confrontaties die zijn waarheid konden bevestigen of ondermijnen, gebeurden niet, en toen de bekentenis wegviel, werd hij de kroongetuigen.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

7,725

(69 replies, posted in Organisaties)

Het WNP had een "Vlaamse vleugel" (zie bv. Guido Delvaux en Fons Jacobs) maar ik heb nog geen banden kunnen ontdekken tussen VMO en WNP. Het valt echter niet uit te sluiten. In zo'n extreem-rechtse milieu's kom je vaak dezelfde mensen tegen, omdat het maar om een beperkt aantal personen gaat (gelukkig maar).

7,726

(13 replies, posted in Speurders)

Ik was geïntrigeerd geraakt door die kogels [van de moord in Anderlecht], waarom Marnette dan niet? Op de koop toe - en dat was minstens even onbegrijpelijk - ging die niet op zoek naar het moordwapen, hoewel Paul Latinus hem precies had verteld waar hij de stukken in de Dijle had gegooid. Waarom ging de commissaris aan de haal met een moordzaak waar een collega mee belast was, als dat onderzoek hem geen bal interesseerde? Toen ik voor iets anders naar de gerechtelijke politie van Brussel moest, liet ik de naam Marnette vallen. "Bel mij volgende week", zei mijn gesprekspartner. "Aan de Louizapoort weet ik een smakelijke Italiaan."

De speurder had een goede naam en veel vijanden. Hij stond bekend als slim, gedreven, zeer ambitieus en totaal onuitstaanbaar. Hij wachtte niet tot de arrabiata besteld was om los te barsten. Marnette, die inmiddels overleden is, was toen nog in dienst.

"Hij laat een spoor van vernieling achter", zei zijn collega. "Hij is hondsbrutaal tegen al wie onder en naast hem staat, en likt de hielen van zijn chefs. Hij deed lang de mondaine, de brigade die de prostitutie controleert en daarbij ging hij zo ver dat hij vrouwelijke agentes liet infiltreren in orgieën. De verantwoordelijke magistraat, die geobsedeerd was door seks en de strijd ertegen als een goddelijke zending beschouwde, veegde er de spons over. Nochtans is Marnette een politieman over wie je je op dat punt best zorgen mag maken. Hij volgt alleen zijn lul, en zijn libido vertroebelt zijn oordeelsvermogen."

"Wat hem ook typeert: op een bepaald moment was er in Frankrijk een populaire gangsterfilm met Jean-Paul Belmondo en op de affiche stond die in een leren jekker, een witte sjaal rond zijn hals en een revolver in de broeksriem. De week nadien liep Marnette zo rond. Toen hij een Ferrari in beslag nam, reed hij daar twee weken zelf in voor hij hem afleverde bij de griffie. U zit raar te kijken. Ik ben een flik van de provincie en mijn vroegere collega's geloven me ook niet als ik dat vertel. Marnette is een mega-arrivist die gangsters oppikte in een stuntmanoutfit en in de oudste wagen van het wagenpark; zo kon hij ze eens flink omverrijden, Banzai noemden ze hem. Hij is één grote ijdeltuit. Je ziet hem alleen als er spektakel is. Anders gaat hij in winterslaap. Hij is een ekster die alles pikt wat blinkt, pakt zonder schroom een zaak af van een collega, dat is een constante."

Maar hoe kon hij weten dat de dubbele moord in de Herdersliedstraat spektakel beloofde vroeg ik. Toen Meurillon het onderzoek deed, verscheen er nauwelijks een letter over in de krant.

De politieman haalde de schouders op. "Misschien heeft Latinus laten doorschemeren dat de Staatsveiigheid betrokken was bij de moord? Het is speculatie. Dat rituele karakter was intrigerend genoeg om de aandacht te trekken van elke speurder, maar als dat het enige was, waarom had Marnette zich er dan niet een jaar eerder op gegooid? Er moet iets anders geweest zijn. Wat, weet ik niet. Je kunt er niet omheen dat het werkte. Toen hij er zich mee ging bemoeien, stond hij elke dag in de krant. Het was het gloriemoment van zijn carrière. Hij haalde de internationale pers."

Maar normaal had hij lelijk op zijn bek moeten gaan, want de bewijzen tegen zijn verdachte waren mager en toch zocht hij geen betere. Toen zijn verdachte bekende, vroeg hij niet naar het belangrijkste detail van de moord, de ambachtelijke kogels. Willy Meurillon, de commissaris die voor Marnette belast was met de zaak, zat meteen bij de drugssectie van de BOB. De politieman floot. "Hola, we belanden in de buurt van Madani Bouhouche, onze ex-collega. De 7.65 mm is typisch voor amateurs en in de periode van de dubbele moord voor de politiediensten, in het bijzonder voor de BOB, die net dan overschakelde op zwaardere wapens."

Kun je zo slordig werken in zo'n belangrijk moordonderzoek zonder dat iemand daarover struikelt? Waarom heeft de onderzoeksrechter, Francine Lyna, de commissaris niet teruggefloten? Ze heeft toch een uitstekende reputatie. Ze is absoluut niet rechts. "Ze loopt tegen haar pensioen aan. Zoals de meeste magistraten van haar generatie komt ze uit de gegoede burgerij. Ze is wat wereldvreemd, vrees ik. En Marnette is natuurlijk veel te gehaald voor iemand die heel haar leven in een net milieu heeft gefloreerd."

In de tweede helft van de jaren 90 kwam Georges Marnette in opspraak in verband met de zaak-Dutroux wegens de dubieuze rol die hij gespeeld had toen de PS-politicus en latere premier Elio Di Rupo onterecht werd beschuldigd van pedofilie. Collega Raf Sauviller en ik [Hilde Geens] planden een artikel naar aanleiding van die affaire en ik belde de commissaris. Hij ging onmiddellijk in overdrive. "U moet meteen komen. Meteen."

De verbrijzelde glazen voorruit van de blokkendoos waar de gerechtelijke politie gehuisvest was naast het justitiepaleis, was nog altijd niet vervangen, of was alweer kapot. Ook bij Marnette stond de tijd stil. Hij droeg zijn witte Belmondo-sjaal en ontving ons met veel lawaai, terwijl hij met de benen wijd uit elkaar achter zijn bureau ging zitten voor de vlag van de Europese Gemeenschap. Op zijn schrijftafel stond een miniatuur-Ferrari. Voor ons zat een zeer zenuwachtige mens. Hij barstte los voordat we een vraag gesteld hadden.

"In verband met het probleem-Marnette dat ze geschapen hebben, wie, dat zou ik wel eens willen weten, zie ik verschillende oorzaken. Ik heb naar het schijnt een slecht karakter, ik zeg wat ik denk, en daardoor schop ik tegen heel wat mensen hun schenen. Ik ben een man van de actie. Pas sinds een paar jaar ben ik meer op kantoor omdat ik nu hooggeplaatst ben en moet managen. Meestal leid ik de grote operaties omdat ik in staat ben vele zaken tegelijkertijd aan te pakken en snel inzicht heb in een dossier."

Wat is dan hét probleem-Marnette volgens u?
"Jaloezie, mijn beste, niets dan jaloezie. Hebt u nog vragen?"

We beginnen pas. Over deWNP.
"Oeioeioei."

Waarom werd Paul Latinus niet in beschuldiging gesteld in de zaak van de dubbele moord in de Herdersliedstraat? Hij had bekend dat hij het moordwapen vernietigd had.
"Omdat... voor zover ik het nog weet... er geen enkel element was om Latinus in beschuldiging te stellen."

Wat krijgen we nu? Latinus had anderhalf jaar lang een moordenaar beschermd, het moordwapen vernietigd en weggegooid, en de kleren van de moordenaar verbrand."
"Ja, maar hij heeft Barbier toch aangegeven?"

Maakt dat hem minder medeplichtig?
"In zekere zin."

In welke zin?
"Ik heb niet de gewoonte om mijn paraplu open te doen, maar er waren ook een onderzoeksrechter en een procureur die verantwoordelijk waren voor het dossier. Ik was maar de kleine politieman die in contact stond met Latinus. Ze zagen er het nut niet van in."

Het nut? De maarschalk had een moordenaar uit de handen van het gerecht gehouden en het wapen vernietigd, hij was dus medeplichtig.
"Kijk, het drama van onze dienst was dat we geen geld hadden om informanten te betalen. Wat deden we om ze aan te moedigen om iets te vertellen? We vroegen de magistraten om een oogje toe te knijpen als het ging om minder belangrijke vergrijpen. 'Houdt u hem alstublieft uit de gevangenis.'"

Waarom hebt u het moordwapen niet gezocht? Latinus had verteld van welke brug in Basse-Wavre hij het in de Dijle gegooid had.
"Ik stel me daar ook veel wagen over."

U hebt toch beslist om niet te zoeken.
"Daarover zal ik op zekere dag zeggen wat ik daarover te zeggen heb."

U bent de politieman, en u zoekt het moordwapen niet, terwijl u weet waar het ligt. Als u een uitleg hebt, geef hem dan. En waarom hebt u de leverancier van de kogels niet gezocht?
"Omdat ik geen toelating kreeg."

Wie kon u verbieden om uw werk te doen in een dergelijk belangrijk dossier?
"Het parket... de onderzoeksrechter..." Marnette haalde zijn schouders op en keek weg.

Het parket? Wie van het parket?
"Er had zo veel moeten gedaan worden in die zaak. Er had meteen een reconstructie moeten gebeuren."

Absoluut. En waarom is dat niet gebeurd? U gooit de bal naar de onderzoeksrechter, Francine Lyna. Wilde zij niet?
"Dat moet u haar vragen. Heeft ze het vergeten? We hadden het er nochtans over gehad. Als een onderzoeksrechter processen-verbaal krijgt, en die kreeg ze volop, kan zij toch zelf beslissingen nemen? Vergeet ook niet dat we enorm onder druk stonden in die zaak. Mijn onderzoek lag aan de basis van alle problemen die de Staatsveiligheid gehad heeft. Dat hebben ze me betaald gezet en zwaar. Zwaar. Ik stond daar niet op een goed blaadje."

Hebben ze geprobeerd tussenbeide te komen?
"Ja."

Ja?
Hij werd driftig. "Ja! Ja!"

Hoe? vroegen we gelijktijdig.
"Och, weet u, ik ben niet van plan dat aan uw neus te hangen."

We verwerkten dit interview in een artikel voor de HUMO van 2 maart 1997. Twee dagen later werd Georges Marnette verhoord door de tweede parlementaire onderzoekscommissie naar de bende van Nijvel. Ecolo-volksvertegenwoordiger Olivier Deleuze vroeg de commissaris of hij druk had ondervonden in zijn onderzoek naar de dubbele moord. En inderdaad, Banzai barstte los dat hij de zaak gelekt had naar een journalist, "anders was ze in de doofpot gegaan".

Hoe, wilde Deleuze weten, maar hoe hij ook aandrong, daar wilde de commissaris niet op ingaan. Marnette beweerde alleen dat procureur des Konings Francis Poelman hem na een telefoontje van het toenmalige hoofd van de Staatsveiligheid Albert Raes gevraagd had om de processen-verbaal over de schaduwcursus van de Eend, commissaris Christian Smets, aan de WNP te vernietigen. Op vragen om meer precisie ging Marnette niet in, en nee, hij had daar jammer genoeg geen verslag over opgesteld.

Als er druk was, dan had die duidelijk niet gewerkt. De processen-verbaal over de schaduwlessen zaten voor eeuwig in het dossier. Waarom zou de 'druk' over het moordwapen dan wel gewerkt hebben? Waarom repte hij daar met geen woord over tegenover de commissie? En van wie was die dan afkomstig? Extra vreemd was dat Marnette bijna tien jaar eerder, op 17 november 1988, over hetzelfde onderwerp was verhoord door de eerste parlementaire onderzoekscommissie. Hij bevestigde toen ook onder ede dat hij nooit het gevoel had dat het onderzoek naar de dubbele moord geblokkeerd werd.

"Men heeft zelfs niet geprobeerd om u te beïnvloeden?" polste commissievoorzitter André Bourgeois. Marnette: "Nee, echt niet... Als je bijvoorbeeld het dossier van de Herderliedstraat neemt, zie ik niet wat we nog meer hadden kunnen doen."

Op het misleiden van een parlementaire onderzoekscommissie staan celstraffen, zei voorzitter Tony van Parys van de tweede commissie tegen een getuige. Georges Marnette heeft de commissie misleid, maar welke commissie? De eerste toen hij zei dat hij geen druk ondervond, of de tweede toen hij klaagde over druk?

Naar het niet zoeken van het moordwapen en de leverancier van de kogels werd hem in het parlement nooit wat gevraagd. De dag dat hij daarover zou zeggen wat hij te zeggen had, is niet gekomen. De politiediensten werden hervormd en Banzai sleet zijn professionele jaren in mineur. Zijn ster was weggedeemsterd en in 2004 ging hij met pensioen. De tijd dat gangsters als Patrick Haemers, Marcel Habran en Johnny De Staerke en flikken als Frans Reyniers en Georges Marnette mediavedetten waren, was voorbij. In oktober 2010 is hij overleden.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

7,727

(22 replies, posted in Organisaties)

Deze zogenaamde Gladiocommissie werd eind 1990 ingesteld om duidelijkheid te krijgen over het stay behind-netwerk in België dat hier na de Tweede Wereldoorlog net als in een serie andere landen van Europa opgericht werd om het verzet te organiseren in geval van een eventuele buitenlandse invasie. Deze clandestiene maar officiële verzetscellen vielen onder de verantwoordelijkheid van de militaire inlichtingendienst en de Staatsveiligheid, maar het was de vraag of er net als in Italië ook parallelle, extreemrechtse kopieën van bestonden, en of het PlO er zo een kon zijn.

Echt uitgebeend werd dat niet. Volgens het verslag van de commissie maakte Bougerol een aantal buitenlandse reizen, onder meer naar Taiwan,'waar er een school voor psychologische oorlogsvoering bestaat' en richtte hij in een aantal steden kleine antisubversieteams op, en een inlichtingenbranche. Krijtlijnen waren voor de anderen, en zelfs zijn vrienden riepen hem op het matje. De toenmalige administrateur-generaal van de Staatsveiligheid Albert Raes zei in een interview eind 1993 tegen mij [Hilde Geens] dat hij een brief aan de militaire overheid geschreven had dat Bougerol daar weg moest. "Geen reactie. Ze hebben me beetgenomen, sommige militaire collega's van mij."

Binnen het leger was men nochtans ongemakkelijk over het PlO en de leiding schafte de dienst af, maar hij bleef met privéfondsen heimelijk verder bestaan. Dery en andere kopstukken werden daarover aan de tand gevoeld in het parlement. Het PlO was sinds het leger er afstand van nam een privé-inlichtingendienst geworden die concurreerde met de officiële inlichtingendienst, maar ten dienste van wie of wat, is ook door de Gladio-commissie niet opgehelderd.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

7,728

(1,009 replies, posted in Bende De Staerke)

(...) In die overhitte sfeer begon het Delta-team in maart 1986 de hoofdverdachte [Philippe De Staerke] te verhoren. Luc Boeve kreeg hem als klant. "We hebben hem non-stop ondervraagd, van negen tot vijf, met de boterhammen van 's middags op tafel. Aanvankelijk zweeg hij. Misschien een geluk - het gaf me de tijd om een beeld van hem te krijgen en mijn zenuwen de baas te worden. Ik was bijzonder nerveus bij de gedachte dat hij zou ontsnappen."

Johnny De Staerke verbaast de speurders met zijn onberekenbaarheid, die hij een van zijn ideologische principes noemt. Hij legt uit dat hij laarzen met hoge hakken draagt om zijn lengte te laten kloppen met wat er op zijn identiteitskaart staat - niet onbelangrijk, gezien de getuigenissen over de namaakreus van de bende in Aalst. Hij pocht dat hij vooraf gewaarschuwd werd over de razzia van 18 februari 1986, en neemt niet de moeite om een alibi op te dissen; dat zal hij wel doen voor de rechtbank.

Hij stelt zich dreigend op tegenover Troch, tegenover de politiemannen die hem verhoren, en tegenover Willy Acke, die het noteert in zijn verslagen. In zijn 'memoires' schreef De Staerke dat hij Boeve voor de rechtbank wilde slepen en diens carrière zou breken. En anders, voegde hij eraan toe, "zal God daar wel voor zorgen, want ik geloof in God, en ik weet dat ik naar de hemel ga."

Hij kent ook hogergeplaatste mensen, pocht hij. Boeve was niet onder de indruk: "Dat zeggen zo veel verdachten. Hij was wel de enige die mij ooit met de dood heeft bedreigd. Zo [steekt wijs- en middelvinger in zijn ogen]. Ach: klein grut neemt wraak, gangsters niet. En De Staerke is geen klein grut. Hij was niet intelligenter dan de rest van zijn bende, maar wel leper. En hij was er trots op dat hij niet klikte. 'Maffiosi praten niet', zei hij. Op basis daarvan koos hij zijn vrienden. Salesse was zijn vriend niet, Van Esbroeck zeker niet. Dat waren mannen die hold-ups pleegden om te leven. Johnny deed het voor de kick."

Het enige wat hij zegt, is dat hij nooit iets zal zeggen, en dat "men hem om die reden gekozen heeft", schreef substituut Acke. Boeve vertelde: "Het zit me dwars dat ik hem niet aan de praat gekregen heb. Als je iemand wil laten praten, moet je zijn gevoelige plek vinden. Iedereen heeft die: ouders, kinderen, liefdes. Philippe De Staerke heeft er geen. Mijn opleiding en beroepservaring schoten tekort."

Nochtans had Johnny vriendinnen zat. De Italiaanse Rosa kende hem twee maanden toen hij werd opgepakt. Ze moet echt gek op hem geweest zijn, ze reed meer dan tachtig keer naar de gevangenis van Gent om hem te bezoeken. Boeve zei: "Dat kwam door zijn ogen. Ik zal zijn blik nooit vergeten: dwingend en indringend. Na een poos wist ik hoe ik hem boos kon maken. Je polste naar een overval waar hij zeker bij was geweest; dan bleef hij kalm ontkennen. Maar als je hem een hold-up aanwreef waaraan hij onmogelijk deelgenomen kon hebben, werd hij woest. Dan timmerde hij kwaad met zijn wijsvinger op de rand van de tafel, ik zie het hem nog doen. 'Ik speel met uw zoals u met mij speelt', zei hij. 'We zullen zien wie de sterkste is.'"

"Het was om gek van te worden. 's Avonds op de briefings moest ik vertellen hoe ver ik stond. 'Nog altijd niks, Luc?' De druk werd groter en groter. Hij probeerde me het bloed onder mijn nagels vandaan te halen door aan de lopende band klachten in te dienen. Hij probeerde mij op stang te jagen, zodat ik in de fout zou gaan."

"Na drieënhalve maand verhoren, weekends incluis, is het fout gelopen. Bij een huiszoeking bij zijn vriendin had ik een witte substantie in beslag genomen. Van het lab kreeg ik te horen dat het om drugs ging. Toen Johnny dat vernam, werd hij razend. Onmogelijk! Die drugs hadden wij daar zelf verstopt. Kort nadien liet het lab weten dat er een vergissing was gebeurd, met de substantie was niks mis."

"Ik was verbrand als ondervrager en heb er een punt achter gezet. Nochtans zat er vooruitgang in de verhoren; na anderhalve maand werd hij af en toe loslippig. Hij gaf me details die goud waard waren - bijvoorbeeld over zijn contacten met Jean Bultot, maar ik heb er niks mee kunnen doen. Dat heb ik mezelf nooit vergeven."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

7,729

(1,009 replies, posted in Bende De Staerke)

Philippe was een buitenbeentje. "Hem heb ik nooit met een meisje gezien", zei een speurder. "Hij had een sterke band met zijn broer Julien. Die kreeg zijn andere broers maar zelden op bezoek." Over de schoolprestaties van de Belgische Daltons is maar één ding bekend: hun school was de straat. Daar leerden ze alles en ze leerden het goed. "Philippe heeft maar één opleiding gehad. Hij was draaier," zei een jeugdvriend, "hij was handig met metaal."

Philippe was een supersnelle chauffeur. "De De Staerkes kunnen vliegen met auto's", herinnerde een politieman zich. "Op een avond kwam ik met mijn vrouw en kinderen terug van een familiebezoek. We reden over de Bergensesteenweg. Op een bepaald ogenblik kwam er een donkere bestelwagen op twee millimeter afstand naast me rijden. Ik draaide mijn raam open en riep: 'Onnozelaar, wat probeer je te doen?' Toen zag ik dat het Philippe was. 'Awel,' riep hij, 'waar wil je liggen?' Ik was niet op mijn gemak, omdat mijn vrouw en kinderen in de auto waren, maar ik was een vranke, dus ik riep: 'Pas maar op, of ik schiet een bal door uw kop.' Hij gaf gas en reed door."

"Nadien ontkende hij alles. 'Wat denkt u wel van mij? Dat ik zoiets zou doen? Met uw vrouw en kinderen erbij!' Dat is het beste bewijs, zei ik, hoe weet je dat mijn vrouw en kinderen erbij waren? 'Ja maar,' zei hij, 'op zondag zie ik u toch altijd rijden met uw vrouw en uw kinderen?' Dat is Philippe. Altijd op zijn poten vallen."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

7,730

(63 replies, posted in Bende De Staerke)

Léon had van 1979 tot 1984 een relatie met Claudine. Die had - handig bekeken - een café, de Watergate, in de straat waar de Brusselse BOB gehuisvest was. Je vraagt je af welke rijkswachters Billout daar heeft leren kennen.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens