7,881

(151 replies, posted in Andere Personen)

Ben wrote:

Bruno Vandeuren suggereerde dat de Brusselse wapenhandelaar Jean Baugniet, een man die vele jaren later probeerde informatie over de bende van Nijvel te verkopen voor grof geld aan auteur Guy Bouten, de moordenaar van agent Haulotte in Waver zou zijn. Autodief Vandeuren deed er nog een schepje bovenop, hij maakte Baugniet en Van Cutsem allebei verdacht van de verdwijning van Sabena-veiligheidsagent Francis Zwarts. Baugniet zou Bruno in de gevangenis hebben willen inhuren om een slag te slaan in Zaventem. Hij had hem gepolst in verband met Brucargo en het va-et-vient op de luchthaven. Bruno vroeg zich daarom af of Baugniet Willy niet had geronseld om Francis Zwarts te ontvoeren.

Naar aanleiding van deze verklaringen van Bruno Vandeuren werd Willy Van Cutsem verhoord. Van Cutsem gaf toe dat hij Jean Baugniet kende uit de bibliotheek van Sint-Gillis. Hij had de wapenhandelaar zelfs geld geleend toen die naar Congo wilde, maar zijn centen had hij nooit teruggezien. En ja, hij was inderdaad met Jean naar Puurs gegaan om daar de dancing Time Out over te nemen, maar dat was maar show. Hij wilde indruk maken op Baugniet. Voor de verdwijning van Francis Zwarts had hij trouwens een alibi  en van het verhaal van Bruno over Dekaise begreep hij niets. Hij dacht dat die alles had samengeraapt uit krantenverslagen, maar snapte niet waarom. Ruzie hadden ze nooit gehad .

(...) Bruno zei dat Baugniet hem gevraagd had om een goede slag te doen op Brucargo en dat hij die kort voor de overval op Zwarts naar Willy had doorverwezen. Quatsh, antwoordde Willy, hij kende Baugniet immers zelf, een tussenpersoon had hij niet nodig.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

Dit alles heeft natuurlijk betrekking op de zeer interessante piste van De Pomp.

7,882

(151 replies, posted in Andere Personen)

Django68 wrote:

Toen Vicky Van Obbergh ondervraagd werd over het gedemilitariseerde Enfield pistool afkomstig van de overval op Dekaise verklaarde hij dat hij het op de rommelmarkt gekocht had.

Let op, het staat niet vast dat de Enfield gestolen werd in Waver. Voor de rest heb je natuurlijk gelijk dat Baugniet een interessante piste is/blijft.

7,883

(513 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Merovinger wrote:

Het licht van de Cel Waals-Brabant zou zelfs wel eens kort na de stemming van de wet uitgedaan worden. Dan gebeurt er de komende 10 jaar helemaal niets meer, wat net de bedoeling van sommigen trekkers van de wet kan zijn. Het ziet er voor de nabestaanden echt niet goed uit.

Inderdaad, De Valkeneer in de pers:

"Als onderzoeksrechter Martine Michel op een bepaald moment vindt dat alles werd gedaan wat mogelijk is, kan ze haar dossier aan het parket overhandigen. Maar tijdens de resterende jaren kan het dossier ook altijd opnieuw geopend worden", zegt De Valkeneer.

7,884

(513 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Procureur Christian De Valkeneer - die recent nog zei dat er geen hoop meer was voor het onderzoek - heeft ook gereageerd:

Vendredi, Christian De Valkeneer nous a confié sa satisfaction. Il espère que l’avant-projet de loi sera voté sans délai, ce qui est aussi l'intention du gouvernement.

Le procureur général de Liège souhaite également qu'on adopte sans tarder la proposition de loi sur les repentis. "Une série de personnes qui se trouvent en périphérie de l'affaire des tueries auraient certainement des choses à dire. Avec l’écoulement du temps, il ne serait pas scandaleux de leur garantir l'extinction des poursuites et des mesures de protection en échange d’infos."

De wet zal dus zonder garanties voor de speurders of nabestaanden gestemd worden. En zonder die garanties weten we dus niet of de Cel Waals Brabant de komende jaren nog voldoende middelen zal krijgen om een goed onderzoek te voeren. Ik hoop dus dat we geen scenario krijgen dat de enigste en laatste speurder van de Cel Waals Brabant in 2025 het licht moet uitdoen zonder resultaat. Maar die kans is jammer genoeg zeer groot. 

Ik stel dus voor dat de nabestaanden en onze parlementsleden een derde Bendecommissie eisen, die nog eens alle fouten en manipulaties sinds de Tweede Bendecommissie op een rijtje zet en aanbevelingen doet aan de speurders voor de laatste tien jaar.

7,885

(59 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

En over de pas die de Nederlandse stay-behind-agenten kregen:

De stafmedewerkers reisden over grote afstanden door heel Nederland naar bijeenkomsten met collega's of agenten, vaak met oefenmateriaal en uitrusting, per openbaar vervoer of bij nacht en ontij met eigen vervoer. Voor eventuele rugdekking bij calamiteiten, bijvoorbeeld een aanrijding of een politiecontrole, beschikte de medewerker over een speciale pas met pasfoto, "de groene pas".

Koninklijke Marechaussee, Rijks- en Gemeente Politie werd opgedragen 'hem/haar bij de uitoefening van zijn taak ongemoeid te laten en desgevraagd bij te staan.' Was getekend door De Chef van de Landmachtstaf tevens Bevelhebber en de Secretaris-generaal namens de Minister van Justitie.

De pas werd nooit gepubliceerd, bij eventueel gebruik kon de betrokken autoriteit een nummer in Den Haag bellen. Wanneer dit een medewerker bij gebruik van zijn eigen auto of via andere koppeling aan zijn echte identiteit zou overkomen was hij/zij natuurlijk "aangebrand". Het is in al die jaren niet voorgekomen dat een medewerker om die reden moest afhaken.

Bron: Een geheime organisatie in beeld (scriptie) | Herman Schoemaker

Dit doet een beetje denken aan het verhaal van Eric Lammers over de lidkaarten van WNP.

7,886

(59 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Uit de scriptie waarnaar hierboven een link staat, haal ik volgende - interessante - info over de wapenopslagplaatsen van het Nederlandse stay-behind-netwerk:

Er is al vermeld dat de agenten thuis over een eigen uitrusting beschikten, die zij zelf beheerden. Er waren ook centrale voorraden aangelegd. In een brief van 10 juli 1952 van de leiding van de organisatie aan de Luitenant Generaal B.R.P.F. Hasselman, chef van de Generale staf, wordt gemeld:

"Belangrijke proeven zijn gehouden om een methode te vinden om het materiaal dat in oorlogstijd nodig is, reeds in vredestijd op te bergen zonder dat dit materiaal tijdens een eventuele langdurige bewaring door de inwerking van vocht zou bederven. Het vinden van 21 plaatsen die zó zijn gelegen dat men er menselijkerwijze ook tijdens een bezetting ongemerkt bij kan, het ingraven van deze bergplaatsen gedurende de nachtelijke uren, het voorkomen van ontdekking zowel tijdens de graafwerkzaamheden als daarna, vereist een techniek en een vindingrijkheid waarmee jaren gemoeid zijn."

Engelen stelt in zijn rapport vast dat er in 1988 al 39 geheime bergplaatsen, caches genoemd waren voorbereid. Deze bergplaatsen bevatten wapens, sabotagemateriaal, gecodeerde gegevens, verbindingsapparatuur en zendplannen. Daarnaast waren er nog 15 geheime bergplaatsen waar waardemiddelen lagen opgeslagen, contanten, gouden munten en edelstenen. Voor 1980 vond het aanleggen van deze caches plaats door eigen medewerkers van de staf. Een zeer zwaar nachtelijk werk, bij voorkeur onder slechte weersomstandigheden wanneer de kans op pottenkijkers klein was. Een en ander trok een zware wissel op de mensen. Gaten graven, met containers slepen en daarna de boel weer camoufleren was een titanenklus. De auteur van deze scriptie heeft dit uit eigen ervaring vastgesteld. Sommige agenten werden na hun voltooide opleiding nog enkele maanden geschoold in het beheer van zo'n geheime bergplaats.

In 1966 werd een wapenvondst gedaan in de Wieringermeerpolder, de vinder was een gepensioneerde wachtmeester van de rijkspolitie. De wapenvondst werd afgedaan als zijnde wapens uit de Tweede Wereldoorlog. In 1966 had dat geen hoge attentiewaarde, de pers besteedde er nauwelijks aandacht aan.

In 1980 vond er weer een incident plaats waardoor er tijdelijk aandacht in de pers en de politiek ontstond voor een mogelijke ondergrondse organisatie. Het bestaan van een wapendepot kwam in april 1980 aan het licht toen bij het Limburgse Heijthuisen mensen met een metaaldetector op een bergplaats stuitten. De plaatselijke rijkspolitie wilde doen geloven dat het een ’rommeltje uit de Tweede Wereldoorlog was. De Limburger Maas en Roerbode meldde dinsdag 8 april 1980:

"Kisten vol wapens gevonden. Volgens de eerste gegevens zou het gaan om kisten vol mitrailleurs, geweren, granaten en grote hoeveelheden munitie. Volgens de rijkspolitie afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog."

De truc welke in 1966 werkte ging deze keer niet op. Jan de Klerk, redacteur van Het Limburgs Dagblad, liet zich niet met een kluitje in het riet sturen. De Klerk bleef doorvragen, door de Rijkspolitie werd hij naar de officier van justitie verwezen, vandaar naar het ministerie van Justitie en vervolgens via Binnenlandse Zaken naar het ministerie van Defensie. Hem werd afgeraden nog verder te zoeken, in verband met de veiligheid van de staat zouden er toch geen mededelingen meer volgen. Voor De Klerk was de zaak niet afgedaan. Landelijke dagbladen zoals Vrij Nederland en de Volkskrant plaatsten op 21 juni artikelen over de wapenvondst. In de Tweede Kamer werden door het PSP-Kamerlid F. van der Spek vragen gesteld. Minister Scholten van Defensie wilde nergens op antwoorden, hij beriep zich op artikel 68 van de Grondwet.

Van der Spek heeft bij het Amerikaanse congres nagevraagd of daar bekend was waar de in Nederland gevonden kisten met wapens en onderhoudsmaterialen mogelijk vandaan kwamen. Hij wilde weten of de geheime dienst CIA er iets mee te maken had. Een bevredigend antwoord heeft hij niet gekregen.

In de herfst van 1983 vonden gravende schooljongens bij Rheden opnieuw een wapenopslagplaats. De pers maakte er melding van en opnieuw was er ophef en publiciteit. Volgens burgemeester H.V. van Walsum waren het wapens van de Nederlandse staat. Van der Spek vroeg de regering op 21 september 1983 schriftelijk om opheldering. De vicevoorzitter van de vaste Kamercommissie voor Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (de commissie stiekem) Van den Bergh (PvdA) hoopte dat minister De Ruiter zich niet weer achter artikel 68 van de grondwet ging verschuilen.

De (beknopte) rapportage van die commissie over deze periode is inmiddels openbaar. Het verslag op 6 maart 1985 gaat over de voorgaande periode van bijna vijf jaar, het beslaat zeven pagina's met weinig tekst. In het verslag wordt uiteraard de BVD besproken. In één alinea wordt aandacht besteed aan de Inlichtingendienst Buitenland, waarachter de stay-behind zich verstopte, over de geheime organisatie wordt niets vermeld. Publiekelijk werden er vragen gesteld. Het dagblad Het Parool kopte op 13 april 1985 op pagina twee. 'Onvoldoende zicht op de speurders De Ruiter.' In het artikel wordt vastgesteld dat de commissie in vijf jaar "geen nieuws heeft gehoord, niets belangwekkends heeft meegemaakt en niets van belang heeft opgespoord. Dat komt omdat deze commissie, gemeten naar de normen van parlementaire controle, de minst actieve en de minst mededeelzame van de Kamer is, niet van zichzelf geneigd het de regering lastig te maken, niet van zichzelf geneigd achter de feiten aan te jagen en wel het minst geneigd veel bijeen te komen."

De commissieleden uit 1983, Den Uyl, De Vries, Nijpels en Engwirda konden dit in hun zak steken. Deskundigheid op het gebied van geheime diensten zal bij deze politici niet aanwezig zijn geweest. De commissieleden waren echter geen mensen die zich gemakkelijk met een kluitje in het riet lieten sturen.

Het probleem was de tegenstelling tussen geheim en openheid met de bijbehorende verantwoording. De enkele Kamerleden die wel interesse toonden werden door de minister vrolijk afgescheept. Het PPR- Kamerlid Lankhorst verklaarde "We worden van het kastje naar de muur gestuurd." De minister kon langzamerhand niet alles meer in de doofpot stoppen. De Ruiter verklaarde ondermeer:

"Onder verantwoordelijkheid van de minister van Defensie zijn op een paar plaatsen in Nederland wapens opgeslagen met het doel deze zo nodig te gebruiken in een bepaalde fase van een eventuele oorlog. Deze wijze van opslag wordt thans beëindigd."

Het was nu wel duidelijk dat de ondergrondse onbewaakte caches een groot risico vormden. In 1984 werd besloten het cacheren "uit te besteden" aan geheime specialisten van de Koninklijke Marechaussee. De caches voor sabotagemateriaal, dus met wapens en explosieven waren voorbereid maar zij zouden pas bij oorlogsdreiging worden gevuld.

In een zeer geheime brief van de minister van Defensie aan de Commandant van de Koninklijke Marechaussee, gedateerd 25 april 1984, geeft de minister opdracht om ten eerste: overleg te voeren met een gedelegeerde van de organisatie over de aard en de behoefte aan sabotagemateriaal, wapens en munitie. Ten tweede: een plan voor te bereiden voor het cacheren in vredestijd van sabotagemateriaal, wapens en munitie. In geval van dreigend oorlogsgevaar moesten de caches worden gevuld. Ten derde: in geval van een dreigende oorlogssituatie vijftig man gedurende een week ter beschikking te stellen voor het daadwerkelijk cacheren van het materiaal. Als de dreiging over zou zijn, moesten de caches onmiddellijk weer worden ontruimd. Meer mensen waren zo bij de voorbereiding van stay-behind betrokken.

Na korte tijd verdween de aandacht van de pers voor "geheime wapenvondsten", een link naar stay-behind werd niet gelegd. In 1989 viel de Berlijnse muur, de dreiging uit het Oosten was voor velen niet langer reëel.

Rond 1990 bestond er nog een professionele en efficiënte geheime organisatie. In 1992 werd besloten om de Nederlandse stay-behind-organisatie op te heffen. Het is bijzonder dat in alle jaren van het bestaan van de organisatie en ook nog jaren erna alle betrokkenen loyaal hun mond hebben gehouden. Dick Engelen schrijft in zijn artikel 'Lessons learned':

"Men kan bewondering hebben voor de veldmedewerkers, de tientallen mannen en vrouwen die - soms jarenlang - belangeloos hun tijd en energie daartoe hebben ingezet. Bewondering ook voor het feit dat men, staven en veldmedewerkers, in staat is geweest de organisatie zo lang geheim te houden.".

Bron: Een geheime organisatie in beeld (scriptie) | Herman Schoemaker

7,887

(25 replies, posted in Organisaties)

Premier Michel gevraagd op Bilderberg-top van zakenmensen en toppolitici

Premier Charles Michel is in juni uitgenodigd voor de jaarlijkse Bilderberg-bijeenkomst. Dat schrijft De Tijd. De uitnodiging is uitzonderlijk, want het is al lang geleden dat een Belgische premier voor die mysterieuze bijeenkomst van toppolitici en zakenmensen werd gevraagd. Dit jaar vindt de bijeenkomst van 11 tot 14 juni plaats in de Oostenrijkse plaats Telfs-Buchen.

Gewoonlijk wordt ook een rist Belgen uitgenodigd voor de bijeenkomst. Zo is de zakenman Etienne Davignon een vaste klant. Hij zat de vergadering zelfs zo'n tien jaar voor. Ook KBC-voorzitter Thomas Leysen maakt deel uit van de Bilderbergers. Als lid van het selectiecomité stelde hij voor om Michel op de lijst met genodigden te zetten.

De voorgangers van Michel, Elio Di Rupo (PS) en Yves Leterme (CD&V), waren nooit aanwezig op de Bilderberg-bijeenkomst.

Bron: VRT Nieuws

7,888

(513 replies, posted in Onderzoeksdaden)

De verjaringstermijn is nog eens in het nieuws vandaag:

De verjaringstermijn voor zware misdaden die gestraft worden met levenslange opsluiting wordt opgetrokken naar twintig jaar. Dit is de zogeheten ‘Bende van Nijvel’-bepaling: normaal verjaart de zaak eind dit jaar (en dat is ook de reden waarom Geens ze opneemt in deze potpourri-wet, en niet in de volgende die over strafrecht handelt, red.), deze bepaling verhindert dat.

Meer » Nieuws

7,889

(343 replies, posted in Hypotheses)

Aubanel wrote:

Ik kan alleen dit zeggen: de angst regeert nog steeds, zowel wat de achtervolging betreft, als wat de 'mogelijkheden' op Kesterheide betreft. Spreekt daar liever niet meer over.

Kan je "mogelijkheden op Kesterheide" verklaren? Waarom zou men in de streek angst hebben om over die plaats en de mogelijke link met de Bende te spreken? Gebeurden daar soms "rare" zaken?

7,890

(61 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Volgens de Amerikaanse generaal Bernard Rogers, de opvolger van Haig bij de NAVO, was het organiseren van Stay Behind een zaak van de nationale regeringen. De namen van de Gladioleden werden in het grootste geheim bewaard in Londen en Boston.

Op 31 januari 1991, om kwart over tien 's ochtends, landde kolonel Jean Bodart van de militaire inlichtingendienst op de RAF-luchtmachtbasis van Northolt ten westen van Londen. Hij kwam er dertien doosjes ophalen die de geheime codes bevatten van de namen van de Belgische Gladioleden en een oude Remington-schrijfmachine om ze te ontcijferen. Twee uur later vloog hij terug naar België. (...)

Albert Raes hulde zich, ruim 23 jaar na zijn nepgetuigenis voor de Gladiocommissie van de Senaat, opnieuw in stilzwijgen toen hem in TerZake naar namen van Gladioleden en een mogelijk verband met de Bende van Nijvel werd gevraagd. Raes bleef zijn ondoorgrondelijke zelf. (...)

Bron: De Bende van Nijvel - verraad, manipulatie, geheime diensten | Guy Bouten