Luc Vandendaele was een wachtmeester die op het Centraal Bureau Opsporingen (CBO) werkte. Hij pleegde op 31 maart 1981 in mysterieuze omstandigheden zelfmoord. De dag voor zijn dood informeerde hij een collega: "Ik ben in het bezit van belangrijke documenten, gebeurt er iets met mij, zet dan het onderzoek verder." Later bleek het dossier spoorloos.
Vandendaele was - op eigen houtje en ondanks bevel van hogerhand - bezig met een onderzoek naar drugssmokkel waarin ook Paul Vanden Boeynants werd genoemd. De drugs (heroïne) zat verborgen in diepvrieskippen uit Italië. De bestemmeling was de firma Ghijssels, waarvan VDB meerderheidsaandeelhouder was. Goffinon kreeg de info van Depré, een ambtenaar van het Hoog Comité van Toezicht. Hij zette er onmiddellijk zijn tanden in. Bouhouche assisteerde hem. VDB belde naar zijn vriend Beaurir om te weten hoever het onderzoek stond en dreigde: "J'ai appris qu'un sous-officier fait une enquête contre moi pour des stups, s'il se trompe gars." Daarop werd de Gof gesommeerd het onderzoek stop te zetten. De generale staf gaf het dossier aan adjudant Brams.
Commandant Paul Calluy, die in januari 1980 chef van de Brusselse BOB werd, verklaart tegenover Guy Bouten het volgende over Vandendaele:
Paul Calluy: "Een secretaris van het CBO, opperwachtmeester Vandendaele die enkele weken voordien zelfmoord pleegde, zou volgens hen [drie rijkswachters waaronder Goffinon] vermoord zijn door collega's omdat hij te veel wist, onder meer over een drugszaak waarbij VDB betrokken was. Het ging om heroïne die via Luxemburg naar ons land was gesmokkeld in een lading bevroren vlees. Ik heb achteraf nooit een bewijs gevonden en heb het verhaal naar het rijk van de mythomanen verwezen."
Bouten: "Een hogere rijkswachtofficier heeft het dossier zelf in handen gehad."
Calluy: "Ik heb in elk geval nooit iets verdachts gezien en blijf ervan overtuigd dat Vandendaele zelfmoord pleegde."
Bouten: "Een ambtenaar van het Hoog Comité van Toezicht die de zaak uitbracht, kreeg dreigtelefoons. Hij was ervan overtuigd dat ze van een rijkswachter afkomstig waren."
Bron: De Bende van Nijvel | Guy Bouten