9,671

(12 replies, posted in Bende De Staerke)

Robert De Staerke is een neef van Philippe De Staerke. Robert woonde net als zijn moeder in bij zijn grootouders. Hij had een blanco strafblad en zei dat hij "in het zwart" kluste als schilder en omgerekend 500 tot 1000 euro in de maand verdiende, een mening die niet gedeeld werd door zijn stiefgrootvader. Die vond dat Robert zijn tijd doorbracht met video's kijken en dik worden, tot oom Johnny zijn oog op hem liet vallen en hem meenam naar een overval. Met Salesse.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,672

(36 replies, posted in Bende De Staerke)

Van Esbroeck leefde op grote voet. Hij vergokte dagelijks omgerekend 100 tot 200 euro op de paardenrennen in het PMU-kantoor aan de beurs, terwijl hij voor meer dan 5000 euro in het krijt stond en geen inkomen had. Hij werd als eerste opgepakt [na de overval in Lokeren]. Hij trilde als een espenblad en onderzoeksrechter Leo Tas, die hem verhoorde, wist niet waar hij het had. Popolino werd gearresteerd wegens de inbraak in Lokeren en hij vertelde onmiddellijk zijn alibi voor Aalst.

Via Van Esbroeck zijn de speurders beland bij de diefstal van kasbons van een wisselagent in Brussel en van de pastoor van Wieze, ter waarde van meer dan een miljoen euro. Een deel daarvan werd door Jean Bultot en door Popolino verpatst. (...) Van Esbroeck deed zijn bek open. Tien keer iets zeggen, één keer raak.

Een Delta-lid vertelde: "Hij maakte onze kop zot met zijn inlichtingen. Als je hem volgde, loste je alle onopgehelderde misdaden in België op. De hele problematiek was: hoe filter je er die tien procent waarheid uit?"

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,673

(13 replies, posted in 1980-1989)

De speurders schrokken het meest van al van het lef om zo kort na de achtvoudige moord in Aalst in te breken in een Delhaize niet ver daar vandaan. Lokeren viel in de kritieke perimeter van Dendermonde-Aalst voor de beveiliging. De warenhuizen werden er tot sluitingstijd bewaakt en daarna in het patrouilleschema opgenomen.

"Er hing 's nachts spanning in de lucht en het gevaar om omver geschoten te worden bij een inbraak was zeker niet denkbeeldig", gaf Van Esbroeck toe. "Wij zijn toch doorgegaan. Het antwoord hierop is simpel: wij waren verplicht te werken uit geldgebrek."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,674

(1,009 replies, posted in Bende De Staerke)

Philippe De Staerke werd in 1987 in staat van beschuldiging gesteld voor zijn betrokkenheid bij de raid in Aalst waar - zijn woorden - "acht dode mussen vielen".

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,675

(22 replies, posted in Plaatsen)

In de buurt van de brandhaard lag een boodschappentas van boetiek Jokire. In het as lagen volgende spullen:

Dat laatste was een ontdekking van onderzoeksrechter Schlicker. De technici van het lab hadden erover gekeken. Er lagen ook handschriftnotities van schietinstructies en een hap uit de foto van een blond kopje. Een expert stelde vast dat het handschrift leek op dat van een vriendin van Jean Bultot, toen ze jonger was, en de blonde bles zou weleens die van zijn zoon kunnen zijn.

9,676

(657 replies, posted in 1983)

En dan volgt het dramatische verhaal van de overval:

Jos Broeders, de man van conciërge Linda Van Huffelen, hoorde lawaai en liep naar het bedrijf. Het jonge stel had de verjaardag van een zwager gevierd en het was laat geworden. Ze lagen pas in bed. Jos was schilder van beroep, maar bokser van hobby, en vermoedelijk is hij de daders met blote vuist te lijf gegaan, want later vonden de speurders een pluk haar die niet van het slachtoffer was.

De gangsters beschoten de ongewapende man, maar misten en achtervolgden hem tot aan zijn woning. Hij ging naar binnen en gooide zich tegen de deur om ze buiten te houden. Ze schoten dwars door de massieve voordeur. De zwaargewonde man kon door de woonkamer naar de keuken vluchten. Hij viel tegen de koelkast en toen met zijn rug tegen de muur. Hij zat daar met zijn hoofd omlaag te sterven toen de schutter vier keer richtte op zijn kruin met hetzelfde pistool waarmee Vanden Eynde en Angelou om het leven waren gebracht. Jos' profiel stond in bloed getekend op de koelkast.

Zijn vrouw Linda was waarschijnlijk opgestaan en werd onder vuur genomen. Sharon, hun dochtertje van drie, was naar het lawaai getrippeld. Een gangster pakte haar op en droeg haar in het donker naar bed en legde haar er verkeerd in met haar voetjes op het hoofdkussen. Later vertelde ze dat "die meneer met de karamellen lief was". (...)

Uit het lab stalen de daders maximaal twee blauwe en vijf kaki kogelwerende vesten, het precieze aantal kon niemand zeggen. Het waren prototypes van de zogenaamde "jurk met bretellen". Verder namen ze kogelwerende kragen mee, een camouflagevest en -overall. De vesten waren lichter dan andere types die toen op de markt waren, en toch waren de blauwe sterker dan vesten in wapenwinkels, die soms 25 kilo wogen. Ze waren bijzonder aantrekkelijk voor een beetje commandogroep, maar ze waren niet in de handel te koop, want het bedrijf leverde alleen aan overheidsinstellingen. Dus moest dat beetje commandogroep zijn verbeelding gebruiken.

Commissiaris Willy Meurillon, die van de gerechtelijke politie van Brussel overgestapt was naar de dienst in Aalst en daar te maken kreeg met het onderzoek, vertelde me [Hilde Geens] dat de daders wisten wat ze wilden en waar ze dat moesten zoeken. "Ze zijn gepasseerd via het kantoor, waar de kluis stond, en daar lag zeer veel geld in. Ze zijn er niet eens binnengegaan, laat staan dat ze geprobeerd hebben de safe te kraken. Ze gingen meteen naar de kast waar de vesten lagen."

In de fabriek scheurden de gangsters dozen open, maar ze namen niks mee. Op het parkeerterrein schoten ze de verlichting stuk. Ze gebruikten een riot gun. Op straat kwamen de buren kijken aan hun ramen. Ze hoorden dat de overvallers "een soort Slavisch" spraken, en werden beschoten. De daders stoven weg in hun gestolen Saab met gedoofde lichten. Onmiddellijk daarna reden ze nog eens voorbij de fabriek, deze keer met de lichten aan en een man minder aan boord. Een getuige zag de wagen wegscheuren langs een absurde vluchtweg, namelijk door een nieuwgebouwde volkswijk die je heel goed moet kennen om aansluiting te krijgen op de wegen naar Gent, Antwerpen of Brussel.

De rijkswacht kwam pas een kwartier na de moord ter plaatse. Een getuige beweerde dat een van de rijkswachters zich had laten ontvallen dat ze eerst een rondje hadden gereden. "Want wij schieten maar twee keer per jaar en die mannen schieten elke dag."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,677

(657 replies, posted in 1983)

De afstand tussen de de plaats waar ze hun wagen parkeerden (op de stoep in de Gasthuisstraat) en het lab bedraagt 180 meter. Ze schoten de ruit van het lab stuk en sloegen het glas eruit met een koevoet. Vervolgens klommen ze naar binnen.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,678

(817 replies, posted in 1982)

Het onderzoek ging alle kanten uit, om te beginnen naar het slachtoffer zelf. José was een gokker. Hij kaartte niet alleen in Het Kasteel, maar trok wekelijks enkele keren met de trein naar Brussel om te rummyen en te klaverjassen in Hotel de Bruges bij het Zuidstation en Chez Jacques, allebei een vaste stek van kermisexploitanten, voetbalsupporters, criminelen en kaarters.

De speurders zochten uit of de oude man gokschulden had. Af en toe leende hij geld bij een zus, maar hij bleek vooral bij de belastingen in het krijt te staan, voor een bedrag van omgerekend meer dan 200.000 euro. Een tipgever vertelde dan weer dat José een etablissement had willen overnemen in de rosse buurt bij het Noordstation tegenover de Dolce Vita.

Ze probeerden te weten te komen of Vanden Eynde, die zelf ooit een baantje bij een taxibedrijf had gehad, een vaste chauffeur had om hem 's nachts, als de laatste trein weg was, van Brussel naar huis te rijden. Een personeelslid van Het Kasteel herkende de Vietnamese taxichauffeur, die op de avond van de moord bij Dekaise werd gearresteerd met de motorfiets die Vandeuren gestolen had, maar zijn collega's herkenden die niet.

Jurion deed zijn beklag in Charleroi over de vele nutteloze ondervragingen van de BOB van Halle na de moord "op de persoon die boven het restaurant logeerde". Van die kant was de hulp niet overdonderend.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,679

(153 replies, posted in 1983)

Een week of drie na de moord op José Vanden Eynde belde een bediende van het Franse consulaat de rijkswacht omdat er al drie dagen een zwarte Mercedes geparkeerd stond op een plek die voor het consulaat gereserveerd was. Het was woensdag 12 januari 1983. De politie kwam en zag dat de wagen aan de binnen- en buitenkant vol zat met bloedspatten. Ze zagen een schoen liggen in de auto, en achteraan twee jassen, die slordig bedekt waren met kranten, en een van die jassen zat onder het bloed. Ze braken de kofferruimte open en vonden een lijk.

Uit de autopsie bleek dat het slachtoffer werd afgemaakt met drie kogels in de nek en één achter zijn rechteroor, vermoedelijk terwijl hij achter het stuur zat. Op zijn kleren zaten sporen van slijk dat niet van de streek van Bergen was. Zijn handen waren geschramd en de taximeter had een rit van 92 kilometer geregistreerd, waarvoor er geen verklaring gevonden werd.

De identiteit van het slachtoffer werd vastgesteld. Het ging om de Griekse taxichauffeur Constantin Angelou, een vijftiger uit Laken. Hij was eind jaren 60 in België beland. Op het ogenblik van de moord was hij aangesloten bij de bon van zelfstandige chauffeurs STI, dezelfde organisatie waarbij José Vanden Eynde had gewerkt. De opbrengst van de dag, omgerekend een kleine 250 euro, en zijn persoonlijke documenten waren verdwenen. (...)

Het onderzoek dobberde rond op basis van anonieme en andere telefoontjes. Er werd gesnuffeld in het privéleven van de vermoorde man. Het bleek dat hij bijverdiende in de handel van tweedehandswagens in het ritsmilieu rond het Brusselse Zuidstation. Met zijn halfbroer begon hij in 1981 als bedrijfsleider te werken voor firma die auto's exporteerde naar Griekenland en Libanon. Angelou deelde vol vertrouwen in de toekomst visitekaartjes uit, maar ging eind 1981 toch maar weer als taxichauffeur aan de slag. Hij kon de handel in occasies schijnbaar niet laten, want een jaar later zocht hij weer contact met Libanezen.

Libanon in die jaren, dat betekende wapens en drugs, en Angelou werd in verband gebracht met een drugsdeal en met de kort voordien vermoorde conciërge José Vanden Eynde. Beide slachtoffers werden blijkbaar vermoord met hetzelfde wapen. Bovendien herkende een medewerker van l'Auberge du Chevalier Angelou als bezoeker van de herberg, maar in de boeken van STI stond geen enkele rit ernaartoe genoteerd.

Volgens de secretaresse van taxibedrijf STI moeten de twee zelfstandige chauffeurs elkaar gekend hebben, al hadden ze een verschillend werkterrein. De Griek Angelou had een standplaats in de Vooruitgangstraat in Brussel, waar hij vaak in een café aan het raam op klanten zat te wachten. De straat ligt midden in de buurt rond het Noordstation, waar criminelen als Ramadan Dodack en Alain Moussa het voor het zeggen hadden.

Op een oproep in de pers reageerde een man die de nacht van de moord getuige was van een scène aan de Bergensesteenweg in de buurt van het motel aan de begin van de autoweg Brussel-Parijs. Hij had gezien hoe iemand die naast een Mercedes-taxi op de grond lag, door een drietal mannen in elkaar werd geramd.

Als de scène die de getuige in Brussel zag de moord was - en de kans is reëel - waarom dan het lijk niet in de omgeving dumpen, waarom het dan in de kofferruimte duwen en daarna met een lijk in een auto die onder het bloed zat - het drupte eruit - naar Bergen rijden, en in de stad zelf een nachtje rond gaan toeren?

De moord was een raadsel en het onderzoek een ramp. Magistraat Marcel Trousse, die het dossier doornam in opdracht van de eerste parlementaire onderzoekscommissie, stelde vast dat het onderzoek in de periode voor 10 maart 1986, toen het bij de bundel van de Bende van Nijvel werd gevoegd, net als dat van de moord op José Vanden Eynde meer dan twee jaar volledig had stilgelegen.

In een periode van drie jaar en twee maanden waren er zes verschillende onderzoeksrechters mee belast geweest, die er geen van alle iets mee gedaan hadden. Het was tijdens die 'stille' tijd terechtgekomen op het kantoor van Jean-Marie Schlicker in Nijvel en daar werd het gefotokopieerd. Gelukkig maar, want toen er eindelijk op gerechercheerd werd, bleek dat het origineel verdwenen was.

Schlicker was het andere uiterste in dit verhaal: hij liet volgens een verslag van de parlementaire commissie huiszoekingen doen op 24 februari 1984, terwijl hij toen helemaal niet met de zaak belast was.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,680

(86 replies, posted in Onderzoekspistes)

Na de bloedige overval in Anderlues rijden de daders naar het Bois de Hourpes waar ze hun Volkswagen Golf in brand steken. Daarna blijft het 22 maanden stil. In september 1985 zal de Bende van Nijvel terugkeren.