In de zorg wordt het taboe om de waarde van mensenlevens in geld uit te drukken langzaamaan doorbroken. De Raad voor Volksgezondheid & Zorg berekende in 2006 dat een gewonnen levensjaar 80.000 euro waard is. De tendens om de waarde van een mensenleven in geld uit te drukken, is ook zichtbaar in andere maatschappelijke gebieden zoals het strafrecht. Naar aanleiding van de zaak-Vaatstra en de hoge kosten die gemoeid waren met het uitvoeren van het grootschalige DNA-onderzoek en andere opsporingsactiviteiten, rijst de vraag of al dat geld voor het oplossen van één moord nu wel rechtvaardig is.
Het uitgeven van veel geld voor het doen van onderzoek in (oude) strafzaken is niet per definitie buitensporig. In de zorg kan misschien een precieze waarde aan een mensenleven toegekend worden, maar in het strafrecht is dat niet mogelijk. In een strafzaak gaat het niet alleen om één mensenleven, maar spelen er nog (vele) andere belangen mee, zoals het goed functioneren van de rechtspleging. Je kunt daarom niet zomaar een financiële waarde aan een mensenleven toekennen, om vervolgens een puur economische kosten- batenanalyse los te laten op lastige gevallen zoals onopgeloste moordzaken.
Nieuwe wetenschappelijke technieken en inzichten kunnen nieuwe manieren bieden om verouderde zaken op te lossen. Echter, er zijn niet genoeg publieke middelen om elke zaak grondig te onderzoeken. Bij elke zaak moet er een afweging plaatsvinden om te bekijken of het in dit specifieke geval gerechtvaardigd is om er veel geld in te investeren. De vraag wat het de maatschappij waard is om dergelijke zaken op te lossen, zal dus ook per geval anders beantwoord worden. Bij deze afweging moeten twee belangen een hoofdrol krijgen.
In de eerste plaats gaat het om de maatschappelijke onrust die het delict teweeg heeft gebracht. De maatschappij heeft aan de overheid de bevoegdheid toevertrouwd tot het opsporen, vervolgen en veroordelen van criminelen. Van de overheid wordt verwacht dat zij dit vertrouwen zoveel mogelijk waarmaakt.
Dit vertrouwen zal vooral op de proef gesteld worden als er sprake is van een zeer ernstig delict, zoals een moordzaak of een grote zedenzaak. Op het moment dat het mogelijk is om door het doen van (dure) onderzoeken een dergelijke zaak op te lossen, dan kan dit te rechtvaardigen zijn met het oog op het belang van het herstel van de rechtsorde en het vertrouwen van de burger in de overheid. Er wordt daarmee een signaal afgegeven dat de overheid de pleger van een zeer ernstig delict niet ongestraft wil laten rondlopen. Koste wat kost.
Op de tweede plaats moet kritisch bekeken worden of er een kans is op een succesvol resultaat bij het inzetten van kostbare middelen. De middelen zullen op het juiste moment bij de juiste zaak ingezet moeten worden.
In de zaak-Vaatstra bijvoorbeeld was een DNA-verwantschapsonderzoek onder meer geschikt vanwege aanwijzingen dat de dader in de omgeving woonde en mogelijk zelfs een bekende was. Nu er sprake was van een kleine gemeenschap was de kans op een succesvol resultaat daarom relatief groot. Zou de moord zich in het centrum van Amsterdam afgespeeld hebben, dan neemt de kans op het pakken van de dader door een dergelijk onderzoek af en is het minder zinvol om een kostbaar middel in te zetten.
Kortom, het is niet mogelijk om de waarde van een mensenleven af te wegen tegen de kosten van onderzoeken, aangezien er meerdere belangen spelen die ook meewegen in een kosten-batenanalyse. Baten zijn in dit geval onder meer het herstel van de rechtsorde en vertrouwen in de overheid. In bepaalde gevallen kan het daarom gerechtvaardigd zijn om schijnbaar onevenredig hoge kosten te maken voor het oplossen van zeer ernstige zaken.
Wel kan het zinvol zijn om algemene richtlijnen op te stellen zodat niet tekort wordt gedaan aan het recht op gelijke behandeling. Alleen onopgeloste zaken die aan meerdere criteria voldoen (zoals maatschappelijke onrust en de kans op succes), zouden dan voor kostbaar onderzoek in aanmerking komen. Op die manier valt uiteindelijk toch te bekijken of het de maatschappij waard is om een grote som geld uit te geven voor het oplossen van één zaak.
Bron: Trouw | december 2012