De Westmoreland-nota is een top secret document van 18 maart 1970. Generaal Westmoreland was in 1970 stafchef van het Amerikaanse leger. Het document handelt over de maatregelen te nemen tegen individuen of groepen van het 'Host Country' die de belangen van de Verenigde Staten in gevaar brengen, daarom kan de inlichtingendienst van het Amerikaanse leger, wanneer die belangen in het gedrang komen, in samenwerking met de regering van het gastland, zonder dat zulks evenwel verplicht is, passende maatregelen aanbevelen om die individuen en groepen te bestrijden. Het wijst op de noodzaak tot samenwerking met de al of niet officiële diensten van het gastland en er agenten te rekruteren ten voordele van de Amerikaanse strijdkrachten en om geprivilegieerde banden te onderhouden met officieren die tijdens hun trainingsprogramma in de Verenigde Staten een uitstekende indruk zouden hebben gemaakt.
Het legt de nadruk op de rol die Amerikaanse burgers in het buitenland kunnen spelen, in dit verband moet worden geconstateerd, ook al kan worden getwijfeld aan de echtheid van de nota Westmoreland, dat deze techniek bevestigd wordt in de memoires van William Colby. Bij de oprichting van de stay-behindnetwerken voor rekrutering van het OPC in Scandinavië, werd beroep gedaan op de diensten van goed ingeburgerde Amerikaanse onderdanen.
In punt 11 van de nota Westmoreland wordt aangeraden over te gaan tot rechtstreekse interventies van de agents on special operations in de gastlanden die ervan verdacht worden al te laks op te treden tegen het communisme of de subversie van communistische oorsprong. Die interventies hebben tot doel de regering en de publieke opinie van die landen te overtuigen dat het gevaar reëel is den at krachtdadig optreden dringend geboden is:
'There may be times when H.C. governments show passivity or indecision in face of communist or communist inspired subversion, and react with inadequate vigor to intelligence estimates transmitted by U.S. agencies. Such situations are particularly likely to arise when the insurgnecy seeks to achieve tactical advantage by temporarely refrainig from violence. In such cases, US Army intellegence must have the means of launching special operations which will convince the H.C. governement and public opinion of the reality of the insurgent danger and of the necessity of counteraction.'
En nu wordt de nota zeer interessant:
'To this end, US Army intelligence should seek to penetrate the insurgncy by means of agents on special assignment, with the task of forming special action groups among the more radical elements of the insurgency. When the kind of situation envisaged above arises, these groups, under US Army intelligence control, should be used to launch violent or nonviolent actions according to the nature of the case. (...) In cases where the infiltration of suchs agents into the insurgent leadership has not been effectively implemented, it may help towards the achievment of the above ends to utilize ultra-leftist organizations.'
Hoewel de Gladiocommissie niet honderd procent zeker is van de authenticiteit van dit document, is het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid inderdaad afkomstig van generaal Westmoreland.