1,581

(25 replies, posted in Andere Personen)

Nog twee artikels over de arrestatie van Michel Anthemus in 1998:

Ordediensten rekenen na vuurgevecht gangsters in

Na een helse achtervolging door Kessel-Lo en Pellenberg hebben de politie van Leuven en de rijk wacht van Lubbeek gisterenmorgen omstreek 9u twee zware criminelen kunnen inrekenen. Het gaat om Michel Anthemus (55), bekend van de beruchte bende-Somville en zijn kompaan Yves Roland (39). Beiden waren voorwaardelijk vrij. Bij de achtervolging zijn ook schoten gevallen, maar niemand raakte gewond. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

Topgangster Michel Anthemus vliegt weer in de cel

Voor de schietpartij van 19 maart van dit jaar aan het ziekenhuis in Pellenberg (Lubbeek) heeft de rechter drie jaar celstraf en een zware boete uitgesproken tegen topgangster Yves Roland (39), Kompaan Michel Anthémus (55), die enkel terechtstond voor verboden wapendracht, moet acht maanden in de cel. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

1,582

(69 replies, posted in 1990-1999)

Ben wrote:

In mei 1981 vindt men in een bos in Manhay, een dorpje langs de snelweg Luik-Aarlen, een in stukken gesneden lichaam. Het is naakt, het hoofd, penis en armen ontbreken. Identificatie is niet mogelijk. Wetsdokters stellen vast dat het om een mannelijk lichaam gaat.

Voor zover ik heb kunnen vinden, is het lijk nooit geïdentificeerd en is de zaak nooit opgelost.

Mannenlijk zonder hoofd te Massotte

Een inwoonster van Massotte, een gehucht van Harre (Manhay) (*) in het noorden van de provincie Luxemburg heeft op de plaats “Le tracé du fond” onthoofd en geamputeerd lijk, in staat van ontbinding aangetroffen. Het betreft een circa 1,70 m grote, vrij jonge man. Het parket van Marche-en-Famenne kwam ter plaatse.

Tijdens het eerste onderzoek kon men het lichaam niet identificeren. De moord zou niet gebeurd zijn op de plaats waar het lichaam werd aangetroffen.

ln Luik had en lijkschouwing plaats. De dood zou tussen drie weken en drie maanden geleden zijn ingetreden. Het hoofd, een deel van de rechterarm en de linkerhand van het lijk ontbreken.

Met deze nieuwe zaak zit het parket van Marche voor drie raadsels. In januari 1980 werd in Melreux een 38-jarige vrijgezel in zijn slaapkamer afgemaakt en op 8 mei 1980 werden in het bos van Samréé twee Zweedse meisjes vermoord. Beide zaken bleven tot nog toe onopgehelderd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Mei 1981

(*) Locatie » Google Maps

1,583

(145 replies, posted in Wagens)

Op 16 september 1983 werd in Sint-Denijs-Westrem een Saab opgemerkt. De exacte tijd is onbekend, maar minder dan 24 uur later, op 17 september rond 1 uur ’s nachts, sloeg de Bende toe in Nijvel. De Saab zal wellicht in uiterlijk niet gewijzigd zijn tussen beide momenten.

Het is niet duidelijk waarom de getuige de Saab opmerkte in Sint-Denijs-Westrem, noch op welke gronden men vermoedt dat het effectief om het voertuig van de Bende van Nijvel ging. Deze locatie bevindt zich immers ver buiten de gekende actieradius van de Bende.

Noot: van de bestuurder van de Saab werd toen robotfoto G5 gemaakt.

Hieronder geef ik een mogelijke verklaring waarom deze specifieke Saab als zodanig herkenbaar kan worden beschouwd dat zelfs op een plaats die aanvankelijk niet met de Bende van Nijvel in verband werd gebracht, iemand deze wagen toch kan hebben herkend.

Wat deze Bende-wagen bijzonder maakte, was niet alleen het merk, maar vooral wat er niet op stond. Alle logo’s waren verwijderd, op één na: een klein plaatje met het opschrift "5 speed". Een detail dat vandaag weinig zegt, maar in 1983 een indicatie was van een krachtig en duur model. De meeste wagens hadden toen slechts vier versnellingen. Enkel topmodellen, zoals de Saab 900 Turbo, beschikten over vijf.

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/saab_911.jpg

De verwijdering van de logo’s gebeurde bovendien slordig. Zelfs op wazige foto’s zijn sporen zichtbaar van waar de emblemen ooit zaten. Voor een kenner zou dit meteen verdacht zijn: wie haalt nu op amateuristische wijze de logo’s van een wagen van meer dan één miljoen Belgische frank?

Wanneer de Saab vergeleken wordt met gelijkaardige modellen uit die tijd, vond ik geen versies terug zonder logo’s. Enige uitzondering hierop waren cabrio’s (wat de Saab die de Bende van Nijvel gebruikte duidelijk niet was). Men zou hieruit kunnen concluderen dat de daders bewust de identiteit van de wagen wilden verdoezelen, maar dit deden op een manier die juist (onbedoeld) extra aandacht trok.

Een Saab zonder logo’s, met een opvallend "5 speed"-plaatje, kon voor elke autoliefhebber een opvallend gegeven zijn geweest.

Opmerking: Vooralsnog is het mij niet bekend op basis waarvan de Saab werd opgemerkt in Sint-Denijs-Westrem. Het model van de Saab zag men niet om de haverklap, maar was ook geen exclusieve wagen die men nooit tegenkwam. Er moet dus een specifiek kenmerk zijn geweest dat de getuigenverklaring geloofwaardig maakte. De hierboven aangehaalde mogelijkheid is slechts één van de wellicht vele mogelijkheden. Het is even goed mogelijk dat een andere reden aan de basis lag van de verklaring van de getuige.

1,584

(156 replies, posted in Filière Boraine)

Dit is al dikwijls gezegd maar zal het nog eens herhalen: dit is niet de François Achten uit het Bende van Nijvel-dossier.

1,585

(163 replies, posted in Andere)

In tijden van betalingen van bankkaart of andere digitale methoden vergeten we soms hoeveel cash geld er vroeger in warenhuizen aanwezig was. Een goed voorbeeld hiervan is een overval in november 1977 op een warenhuis van Carrefour in Rocourt. Drie gangsters van de bende Turato gingen er aan de haal met 500.000 fr., wat sowieso al een groot bedrag is. Maar omstreeks 17u bevatte de kluis van het warenhuis nog ruim 10 miljoen Belgische frank, een gigantisch bedrag.

1,586

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Roofmoord op een herbergier

  • Wanneer? In de nacht van 23 op 24 oktober 1986, rond 2u

  • Waar? Café De Post, Pamelstraat 4 in Ninove » Google Maps

  • Wie?
    - Willy Heymans uit Ninove
    - Daniël Vandecapelle uit Gilly
    - Jean-Claude Garnier uit Gilly

  • Wapen: een biljartstok

  • Status: Opgelost

In de nacht van 23 op 24 oktober breken drie mannen binnen in café De Post in Ninove. Ze slaan de bewoner en eigenaar van het café neer met een biljartstok. De man sterft in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Ze gaan er vandoor met 3.000 fr. en een video-installatie. Ze worden snel gearresteerd en in september 1988 veroordeeld.

Dieven slaan herbergier halfdood

In de nacht van donderdag op vrijdag werd café De Post in de Pamelstraat 4 te Ninove overvallen. Café-uitbater Michel De Backer (33) werd door de dieven zo zwaar toegetakeld dat zijn toestand ronduit zorgwekkend is. Hij werd overgebracht naar de kliniek Park Leopold te Brussel, waar men de kans op overleven zeer klein acht.

De overval werd waarschijnlijk gepleegd tussen middernacht en 02.00 uur. Michel De Backer die bij de RTT werkt en 's avonds café De Post open houdt, had de gewoonte iedere nacht om middernacht zijn café te sluiten en voor het slapen gaan een wandelingetje te maken.

Ook tijdens de nacht van donderdag op vrijdag is dit gebeurd. Een overbuur zag Michel vertrekken en terug thuis komen. Toen deze buur omstreeks 02.00 uur zijn bromfiets wou binnenhalen, zag hij dat de deur van het café op een kier stond. Hij richtte het licht van zijn bromfiets op de deur, maar zag niets verdacht. In de vroege ochtend verwittigde hij toch de politie.

De politie, onder leiding van adjunct-commissaris De Troyer, vond Michel De Backer met een open schedelbreuk en diverse levensgevaarlijke verwondingen op een sofa in de keuken. De man werd eerst overgebracht naar de kliniek van Ninove, maar daar verwees men hem door naar de kliniek Park Leopold te Brussel. Zijn toestand is kritiek.

De dieven, men vermoedt dat het er twee waren, gingen aan de haal met een TV, een video, een muziekinstallatie, een spaarkas en de geldlade van het café. De zaak is in handen van het Parket van Dendermonde, onder leiding van onderzoeksrechter Peeters, substituut De Waele en wetsdokter Lauwaert. Het Parket vermoedt dat de dieven wel degelijk de bedoeling hadden hun slachtoffer uit de weg te ruimen, dit om herkenning te vermijden. Dit zou erop wijzen dat de overvallers bekend zijn bij het gerecht.

Café De Post was tot voor enkele jaren een heel renderende zaak. De post van Ninove was immers in de directe omgeving en leverde heel wat klanten. Op het ogenblik dat de post echter verhuisde naar de Centrumlaan ging het snel bergaf met het café. Momenteel gaf café De Post een onverzorgde indruk.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Oktober 1986

Daders Ninoofse roofoverval aangehouden

De brutale roofoverval tijdens dewelke uitbater Michel De Backer van café “De Post” te Ninove vrijdagnacht zwaar werd toegetakeld, is opgelost. Het parket van Dendermonde ontmaskerde Willy Heymans uit Asse-Zellik samen met twee handlangers uit Gilly-CharleroiI. Inmiddels vecht de cafébaas nog steeds voor zijn leven. De aanhoudingen zijn het gevolg van een intense samenwerking tussen de politie en rijkswacht van Aalst-Ninove, Asse en Charleroi die uit een verhoor van de kennissenkring van het slachtoffer, vlug een spoor vonden.

Afkomstig uit Ninove kende Willy Heymans (25) al jaren cafébaas Michel De Backer (33). Een tijdje geleden had De Backer van hem een video gekocht. Heymans had zich echter voorgenomen de video opnieuw in het bezit te krijgen. Het middel lag voor de hand: hem stelen.

In het Brusselse had hij het tweetal Daniel Van de Capelle (22) en Jean-Claude Garnier (22), beiden uit Gilly, leren kennen. Het trio zou om toe te slaan wachten tot na de dagelijkse nachtwandeling van de cafébaas en het moment dat hij vermoedelijk in slaap zou gevallen zijn. Heymans en Garnier braken langs de achterzijde binnen. Van de Capelle hield vooraan de wacht tot de anderen voor hem zouden opendoen.

In de achterkamer was Michel De Backer in een zetel in een diepe slaap gevallen. Hij werd met een zwaar voorwerp toegetakeld tot de overvallers bij hem geen teken van leven meer zagen. In de Park-Leopoldkliniek te Brussel is de cafébaas thans nog steeds in de coma. Het onderzoek moet nog uitwijzen wie precies de slagen toebracht.

Na de geweldplegingen laadde het drietal de video op. Ook het televisietoestel, de volledige klankinstallatie, de spaarkas en de geldlade werden gestolen. Michel De Backer werd zwaar gewond achtergelaten en zou nadien door de politie worden aangetroffen nadat een overbuur alarm had geslagen.

De ondervraging van De Backers kennissenkring bracht de onderzoekers op het spoor van Willy Heymans. Hij kon geen alibi voorleggen en verklikte meteen ook zijn twee handlangers. Bij Garnier werd tijdens een huiszoeking het televisietoestel ontdekt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Oktober 1986

Daders roofoverval op cafébaas te Ninove blijven in cel

De Raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde heeft het aanhoudingsbevel bevestigd van de drie die verdacht worden van de roofoverval op café De Post aan de Pamelstraat te Ninove in de nacht van donderdag 23 op vrijdag 24 oktober. Uitbater Michel De Backer (33) lieten ze met levensgevaarlijke verwondingen achter. De drie vermoedelijke daders zijn Willy H. (25) uit Asse-Zellik, Daniel V.d.C. (22) uit Gilly en Jean-Claude G. (22), eveneens uit Gilly.

Het trio heeft zelf verklaard dat ze die nacht over de muur aan de parkeerplaats van het Vredegerecht geklauterd zijn en zo het café binnengedrongen zijn. Hun slachtoffer, Michel De Backer, lag in een sofa in de keuken te slapen. Willy H. zei dat De Backer zijn beste vriend was en dat hij hem reeds lang kende. Ze sloegen Michel De Backer met een biljartstok op het hoofd en gingen daarna aan de haal met een TV, een video en wat geld. In feite was het hen alleen te doen om de video. Die had De Backer gekocht van H., maar deze wilde hem terug hebben, zonder evenwel het geld terug te geven.

De drie verklaarden dat ze reeds om 1u bij het café aangekomen waren en om 2u wegreden. De biljartstok, waarmee ze hun slachtoffer hardhandig hadden bewerkt, smeten ze onderweg uit de wagen. Het slachtoffer werd even later, na een telefoontje van de overbuur, door de politie in zeer bedenkelijke toestand aangetroffen. Hij werd overgebracht naar het Park Leopoldziekenhuis waar men zijn overlevingskansen zeer miniem acht. Zelfs als hij het overleeft, zal hij voor de rest van zijn leven verlamd zijn. Dat staat inmiddels vast.

De daders, die voor de rechtbank verschenen op beschuldiging van diefstal met geweld en bendevorming, gaven aanvankelijk elkaar de schuld. Thans hebben zowel H. als V.d.C. toegegeven dat ze elk één slag hebben toegediend. Donderdagvoormiddag heeft te Ninove de wedersamenstelling plaats.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Oktober 1986

Geen nieuwe gegevens na wedersamenstelling roofmoord te Ninove

Te Ninove had de wedersamenstelling plaats van de overval op café De Post aan de Pamelstraat 4. Uitbater Michel De Backer werd toen zwaar toegetakeld door de overvallers. Korte tijd later kon het parket van Dendermonde de daders aanhouden. Het zijn Willy Heymans uit Asse-Zellik, Daniel Van de Capelle en Jean-Claude Garnier, uit Gilly-Charleroi. De manier waarop de drie het café zijn binnengeraakt en Michel De Backer in zijn slaap werd verrast, werd uitvoerig overgedaan. Met de ondertussen teruggevonden biljartstok toonden Heymans en Van de Capelle hoe ze de café-uitbater elk één slag toedienden.

Ondertussen zijn weinig nieuwe gegevens aan het licht gekomen. Het slachtoffer zelf is nog steeds in coma. De dokters geven hem weinig of geen kans op overleven.

Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Oktober 1986

Overval op herbergier uit Ninove is roofmoord

In een ziekenhuis in Etterbeek overleed tussen dinsdag en woensdag herbergier Michel De Backer (33) uit Ninove. Hij werd in de vroege ochtenduren van vrijdag 24 oktober jl. het slachtoffer van een gewapende overval in zijn café aan de Pamelstraat. De alleenwonende man lag te slapen in een zetel en werd met een biljartstok tweemaal met volle kracht op het hoofd geslagen. Toen hij ondanks een open schedelbreuk toch nog even bewoog, werd hem een derde fataIe slag toegediend. De buit van deze overval bedroeg amper 3.000 fr., naast de video-installatie. De politie was vlug ter plaatse, gealarmeerd door een buurman die "iets verdachts had gezien".

De drie daders konden enkele dagen later gepakt worden. Het ging om Willy Heymans (25) uit Ninove en Daniël Vandecapelle (22) en Jean-Claude Garnier (22), beiden uit Gilly. Michel De Backer is niet meer tot het bewustzijn teruggekeerd. Hij was een bekende van Willy Heymans, vandaar dat hem het zwijgen moest opgelegd worden. Tijdens een reconstructie was gebleken dat de nu dodelijk geworden slagen werden toegediend door Willy Heymans en Daniël Vandecapelle, in aanwezigheid van Jean-Claude Garnier.

De dood van de exploitant van herberg “De Post" in Ninove zal het drietal nu voor het assisenhof van Oost-Vlaanderen brengen onder betichting van roofmoord.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 November 1986

Daders roofoverval op cafébaas te Ninove misschien naar Assisenhof

De Raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde heeft de daders van de roofoverval op café De Post aan de Pamelstraat te Ninove naar de procureur-Generaal verwezen. Hij moet beslissen of ze al dan niet voor het assisenhof moeten verschijnen.

Het drietal, Willy Heymans (26) uit Asse, Daniel Van De Capelle (22) en Jean-Claude Garnier (22), beiden uit Gilly, hebben in de nacht van 24 op 25 oktober de uitbater van een herberg, Michel De Backer (33) levensgevaarlijk gewond en voor dood achtergelaten. Zij waren via de parkeerplaats van het Vredegerecht het café binnengedrongen en verrasten de slapende herbergier. Ze sloegen de man met een biljartstok op het hoofd. Ze gingen er vandoor met een TV-toestel, een video, de geldlade uit de toog en de spaarkas.

De zwaar toegetakelde herbergier werd even later door de politie gevonden nadat een overbuur had gemeld dat de herbergdeur was blijven openstaan. De man werd nog overgebracht naar het Park Leopoldziekenhuis te Brussel, waar hij op 4 november 1986 overleed.

Reeds 24 uren na de feiten werd het trio aangehouden. Aanvankelijk gaven ze elkaar de schuld. Achteraf bekenden Van De Capelle en Heyman elk één slag te hebben toegediend. Ze werden eerst verdacht van diefstal met geweld en bendevorming. De roofoverval is echter door het overlijden van het slachtoffer roofmoord geworden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 November 1987

Roofmoord op herbergier (voorlopig) niet voor Assisenhof

Onder het voorzitterschap van raadsheer Charles Hoorens was maandag 13 juni a.s. een zitting van het Hof van Assisen gepland. Omdat de raadsman van één van de drie verdachten in cassatie is gegaan tegen de verwijzing naar het Hof van Assisen door de Kamer van inbeschuldigingstelling, wordt het proces voor onbepaalde tijd uitgesteld.

Het ging om de roofmoord op herbergier Michel De Backer, uitbater van café De Post in Ninove. "De man werd in de late avonduren van 24 oktober 1986 in zijn eigen herberg door drie jongemannen bijzonder hard aangepakt, onder meer met een biljartstok. De buit bedroeg amper iets meer dan 5.000 fr.

De drie jongeren, Willy Heymans, Daniel Vandecapelle en Jean-Claude Garnier, konden zeer vlug opgepakt worden. De betichting diefstal met geweld werd ineens roofmoord, toen Michel De Backer op 5 november 1986 aan zijn verwondingen bezweek.

De verdediging van Willy Heymans ging in cassatie tegen de verwijzing naar het assisenhof, omdat deze jongeman althans “nooit het inzicht had te doden”. Als het Hof van Cassatie het beroep verwerpt, komt het proces pas na de vakantie weer op de rol.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Mei 1988

Drie inbrekers sloegen herbergier uit Ninove dood met biljartstok

Tien dagen nadat hij in zij herberg aan de Pamelstraat in Ninove door drie jonge inbrekers met een biljartstok onbarmhartig werd bewerkt, overleed op 4 november in het Park Leopoldziekenhuis te Brussel, Michel De Backer (33) aan zijn verwondingen.

De loodzware betichting van roofmoord brengt het drietal Willy Heymans (27) uit Zellik, Daniël Van de Capelle (24) uit Gilly en Jean-Claude Garnier (24) en eveneens uit Gilly, vanaf maandag voor hel Assisenhof van Oost-Vlaanderen.

Herbergier De Backer was sinds jaren een bekende van Heymans. Enkele weken vóór de feiten had de Backer van hen een video gekocht. Heymans wou het toestel terug, maar dan liefst gratis. De oplossing lag voor de hand: een inbraak.

Twee goede kennissen, Van de Capelle en Garnier, bleken bereid aan deze operatie mee te werken. Zij zouden toeslaan na de traditionele nachtwandeling van de alleenwonende herbergier. Men moest hoe dan ook wachten tot de man sliep.

Via de parkeerplaats van het Vredegerecht drong het drietal op vrijdagavond 24 oktober 1986 de herberg binnen. De Backer lag te slapen in een zetel. Hij werd onmiddellijk met een biljartstok tweemaal hard op het hoofd geslagen. Toen hij ondanks de open schedelbreuk nog even bewoog, volgde er een derde fatale slag. Men ging er vandoor met een TV-toestel, de video-installatie en een bedrag van 3.000 fr.

Roofmoord

Een buurman die "iets verdacht" had gehoord, alarmeerde onmiddellijk de politie. Enkele uren na de ontdekking van de zieltogende De Backer, leidde het onderzoek in de richting van Heymans. Vandaar kwam men terecht bij Van de Capelle en Garnier. Aanvankelijk gaven elkaar de schuld, later bekenden Van de Capelle en Heymans elk één slag te hebben toegediend.

Zonder tot het bewustzijn te zijn teruggekeerd, overleed het slachtoffer tien dagen later. De oorspronkelijke beschuldiging van diefstal met geweld en bendevorming, werd meteen heel wat zwaarder, met name roofmoord.

De debatten worden geleid door raadsheer Charles Hoorens, bijgestaan door de rechters Jules Thienpont en Marc Hanssens. Het Openbaar Ministerie wordt waargenomen door advocaat-generaal Rik Vandeputte.

Heymans wordt bijgestaan door mr. Piet Van Eeckhaut uit Gent, Van de Capelle door mr. Jef Nijs uit Dendermonde en Garnier door mr. Jef Vermassen uit Lede. Men verwacht het arrest donderdagavond.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 September 1988

De dodelijke raid van drie zielenpoten

Het is bij een eerste kennismaking echt moeilijk aan te nemen dat deze zo beleefde, nauwelijks verstaanbaar in de microfoon fluisterende en pijnlijk modieus geklede jonge man voor het Hof van Assisen staat omdat hij een weerloze man met twee genadeloze slagen met een biljartkeu heeft afgemaakt om hem te kunnen beroven. Toch moet Willy Heymans (27) uil Zellik zich voor de twaalf Oost-Vlaamse gezworenen verantwoorden voor deze roofmoord op herbergier Michel De Backer (toen 33) uit Ninove.

Heymans zit niet alleen in de beklaagdenbank. Samen met hem worden Daniël Vandecapelle (24) en Jean-Claude Garnier (24) beiden uit Gilly-bij-Charleroi, ervan beschuldigd, in het droevig scenario dat op 24 oktober 1986 in café De Post aan de Pamelstraat werd opgevoerd, een bepalende rol Ie hebben gespeeld. De krachtlijnen in dit proces liggen reeds vast. Na de voorlezing van de akte van beschuldiging, legde namens Heymans zijn raadsman mr. Van Eeckhaut een korte verklaring af.

"Wij willen aan de juryleden mededelen dal er geen enkele poging zal ondernomen worden om de beschuldiging van diefstal te ontkennen. Evenmin zullen wij loochenen dat er uitermate zwaar geweld werd gebruikt om deze diefstal te vergemakkelijken. Wel ontkennen wij met grote kracht, dat wij het arme slachtoffer hebben willen doden”, aldus de advocaat.

Een stelling die door Mr. Nijs, als raadsman van Vandecapelle, zonder meer werd bijgetreden. In de loop van het onderzoek heeft Vandecapelle immers toegegeven niet zonder moeite dat hij inderdaad de derde slag met de biljartkeu heeft toegediend. Zonder nog tot het bewustzijn te komen, overleed de ongelukkige herbergier op 5 november in een gespecialiseerd ziekenhui in Brussel.

De aanleiding tot het plan voor een inbraak in café De Post was van een beangstigende banaliteit. "Het is droevig te moeten vaststellen om welke domme reden en hoe gemakkelijk een mens aan zijn einde kan komen”, kon voorzitter raadsheer Hoorens niet nalaten als commentaar te geven tijdens de ondervraging van Heymans.

De dag van de feiten reed Heymans, financieel aan de grond en eigenlijk daardoor feitelijk gescheiden, naar zijn vriend Vandecapelle in Gilly. Volgens zijn verklaring met het uitdrukkelijk verzoek 25.000 fr. terug te betalen, die hij hem enkele maanden voordien had geleend om een tweedehands auto te kunnen aankopen.

Vandecapelle, maandag ter zitting een heel wat handiger prater dan Heymans, kon die dag niet terugbetalen. Er was daarover wat heibel, er vielen een paar slagen, maar uiteindelijk kwam alles weer in de goede plooien. Er werd zelfs naar Brussel gereden om een pint te pakken. In het gezelschap dan van de derde beklaagde, de bijna-analfabeet Garnier, natuurlijk kind van een moeder die hem haatte, opgevoed in een onoverzichtelijke reeks pleeggezinnen en instellingen. Met soms misleidend romantische namen als "Chapelle de Bourgogne".

Na een ommetje bij de echtgenote van Heymans, werd doorgereden naar Ninove, het Zuidoost-Vlaams stadje waar Heymans zijn jeugd doorbracht. Niemand van de drie beschuldigden was maandag geneigd toe te geven dat toen reeds de idee bestond om in te breken bij Michel De Backer, de eenzame, wat gemarginaliseerde uitbater van een volkscafé als De Post.

Eens in Ninove kreeg het plan vaste vorm. Hevmans had niet lang voordien aan de man een video verkocht. Die kon men mooi terughalen en terloops nog een en ander meenemen. De gedroomde oplossing voor alle financiële problemen.

"Bij het binnenkomen maakte ik onmiddellijk de telefoon onklaar. We wisten niet dat Michel thuis was, hij had de gewoonte 's avonds laat wel eens een wandelingetje te maken. Pas toen we met ons drie in de keuken kwamen, zagen we hem liggen slapen in de zetel. Ik had een biljartkeu in de hand en sloeg tweemaal. Dat geef ik toe, maar ik sloeg zijdelings. Niet rechttoe, rechtaan om hem te doden. We namen dan wat spullen mee en gingen aan de haal. Vandecapelle gaf inderdaad de derde slag, maar niet op mijn vraag, zoals hij beweert”, aldus Heymans.

Vooral over de omstandigheden waarin de derde slag werd gegeven, liepen maandag de verhalen van Heymans en de anderen fel uiteen. Vandecapelle: "Willy gaf me de keu hij nam me bij de arm en vroeg Ie slaan. Ik wist niet dat het zo'n harde slag was. Dat besefte ik pas op de wedersamenstelling".

Garnier ging verder: "Nadat Willy tweemaal aan Daniël had gevraagd te slaan, deed deze het dan toch. Ik bleef weigeren. Dat kon ik die hulpeloze man niet aandoen".

Na de ontdekking van de zieltogende herbergier werd onmiddellijk aan Heymans gedacht. Daar vielen de namen Vandecapelle en Garnier. Toen deze laatste ineens doorsloeg, bekenden ook de anderen. Tien dagen later werden zij van brutale dieven roofmoordenaars.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 September 1988

Wisten inbrekers dat slachtoffer thuis was?

Michel De Backer (toen 33), de eenzaat die in Ninove een kroeg van ellende, De Post, uitbaatte, had slechts een theoretische overlevingskans, nadat hij in de nacht van 23 op 24 oktober 1986 door de inbrekers Willy Heymans (27) en Daniël Vandecappelle (24) met een biljartkeu de kop was ingeslagen.

“In de meest gunstige evolutie zou deze man zeer sterke neurologische afwijkingen gehad hebben”, was de academische samenvatting, die wetsgeneesheer prof. dr. Jacques Timmerman aan de Oost-Vlaamse juryleden gaf. Een wrak dus, veroordeeld tot het bestaan van een plant.

Tijdens de tweede procesdag ten laste van Heymans en zijn kompanen Vandecappelle en Garnier - de derde man, die niet sloeg - werd door de respectievelijke raadslieden van de beschuldigden vanzelfsprekend geredetwist over het precieze aandeel in deze roofmoord, met als buit enkele duizenden franken en wat hifi-materiaal.

Vooral mr. Van Eeckhaut wou gerechtelijk inspecteur Dirk Gheyssels en ook gerechtelijk commissaris Eddy Cauwels laten bevestigen hoe het armtierig trio, dat bij de al even marginale De Backer “eens een slag wou slaan”, eigenlijk geen echt plan had: niemand was gemaskerd, niemand had een wapen en iedereen was ervan overtuigd dat de herbergier niet thuis was.

“De enige bedoeling was electronisch materiaal te stelen. Aan een definitief uitschakelen van de man was niet gedacht, hoogstens hem buiten westen slaan omdat hij Heymans kende. Dat er een eerste en dan onmiddellijk een tweede slag viel, kan alleen door paniek worden uitgelegd. Men zag een bruuske beweging. Dat werd het slachtoffer fataal. Het is juist dat de drie daarna wel voldoende koelbloedigheid hadden om te plunderen, maar zo'n koele doders waren het nu ook weer niet. Half Ninove wist dat Michel De Backer zijn geld op zak stak. En inderdaad, in zijn broekzak stak onaangeroerd een slordige 15.000 frank!”, lichtte pleiter toe.

Zware druk

Tijdens het onderzoek werden de ondervragers erg veel geconfronteerd met het probleem van de schuldverschuiving. Bekennen, dat wel omdat de bewijzen zo hard bleken. De eerlijkheid mocht echter niet zo ver gaan dat niet een en ander - en liefst zo veel mogelijk - in de schoenen van de medebeschuldigden werd geschoven.

“Bij zijn eerste bekentenis bijvoorbeeld, bleef Heymans met kracht ontkennen ook maar één slag met de biljartkeu te hebben gegeven. Dat was uitsluitend het werk geweest van VandecappelIe. Pas toen ook dit verhaal niet kon volgehouden worden, kwam het toegeven van één slag. Veel later en zeer schoorvoetend werd dan bekend dat er misschien wel een tweede slag was gegeven”, aldus gerechtelijk inspecteur Gheyssels.

De drie dodelijk slagen en de verantwoordelijkheid ervoor blijven de debatten beheersen. Vandecappelle loochende de derde slag niet, waarbij de biljartkeu van 63 cm en 520 gram brak, maar hamerde er op dat hij dit slecht gedaan had onder zware druk van Heymans.

Heymans zelf blijft deze versie bestrijden (“ik gaf de keu gewoon door!”), maar dit deed ter zitting ook Garnier. Via de tolk - deze jongeman is Franstalig - liet deze zeggen dat Heymans ook aan hem had gevraagd te slaan, maar dat deze na een eenvoudige weigering niet had aangedrongen. Noch Heymans, noch Vandecappelle spraken bovendien tegen dat ‘Garnier gevraagd had “geen geweld te gebruiken" bij de inbraak.

Hoe schraal het plan voor de roof bij Michel De Backer ook was, voor Heymans althans was het uit bittere nood. Er was beslag gelegd op zijn meubelen. De publieke verkoop was gepland op 31 oktober.

Gerechtelijk commissaris Cauwels: “Het was voor hem inderdaad een tegenslag dat Vandecappelle niet kon of wilde terugbetalen. De financiële ellende dreigde hem compleet aan de grond te zetten.”

Voorzitter Hoorens: “Het is daarom des te onbegrijpelijker dat precies hij enkele maanden voordien zo gul 25.000 fr. leende. Hij was tenslotte zelf een man van twaalf stielen en dertien ongelukken!”

Vandaag nog getuigen. Het arrest wordt donderdagavond verwacht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 September 1988

Als knaapje moest Jean-Claude Garnier boterhammen schooien

Een knaapje dat door zijn moeder in en goor appartementje ergens in een randgemeente van Charleroi werd opgesloten, van elke vorm van onderwijs verstoken bleef en van honger boterhammetjes vroeg aan de buurvrouw. Een jongen van zestien, die in een opvangtehuis stal als de raven en aan zijn kameraden vroeg hem te verklikken, om op die manier in de belangstelling te komen. Een jongeman van vierentwintig, die door een psychiater “totaal vereenzaamd en zeer angstig" werd genoemd.

Dat was het beeld dat woensdag ter zitting werd geschetst van Jean-Claude Garnier, die sedert maandag voor het Oost-Vlaams Assisenhof terechtstaat, beschuldigd van roofmoord op de Ninoofse herbergier Michel De Backer. Als derde in de rij, na de grotere tenoren Willy Heymans en Daniël Vandecappelle. Wat psychiater dr. Roger Deberdt woensdag vanop de getuigenstoel zei over de achtergronden van deze bijna-analfabete jongeman, kon enerzijds de aanzet zijn van een krachtig pleidooi door een advocaat, maar was anderzijds een striemende aanklacht voor wat in deze tijd nog kan gebeuren.

“De moeder van Garnier”, aldus Dr. Deberdt, “is een zeer tragische figuur, die een reeks natuurlijke kinderen ter wereld bracht. Een opvoeding gaf zij niet, haar optreden kan samengevat worden als de meest onvoorstelbare kinderverwaarlozing. De jeugd van deze jongen verliep in een sfeer van permanente angst en een extreme affectieve verwaarlozing.”

Deze beschuldigde kende een echt “pré-delinquent bestaan”, dat onvermijdelijk moest leiden tol kleine criminaliteit. Meegesleurd in een ellenlange reeks van pleeggezinnen en onthaaltehuizen, stond hij als negentienjarige compleet alleen op de wereld. “Echt verlaten door iedereen”, zei Dr. Deberdt, “met een fatalistisch wereldbeeld, zonder enige ambitie en zonder ethische normen. Diefstal is geen misdrijf, zei hij eens.”

Volgens getuige was hij wel onmiddellijk bereid om met Heymans en Vandecapelle een inbraak te plegen. “Het bezit van een TV leek hem zo essentieel dat hij zonder problemen akkoord ging om De Backer te beroven. Zelf het initiatief nemen zou hij nooit gedaan hebben”, zo werd nog gezegd.

Mw. Dias is de buurvrouw waaraan het knaapje Garnier een boterham vroeg. “Hij zat opgesloten, dus speelde ik hem het voedsel toe, door het raam, in een margarinedoos. Hij werd zeer slecht behandeld. Ik heb regelmatig gehoord dat hij werd geslagen. Uiteindelijk heb ik officieel klacht ingediend, het werd me te gortig.”

In één van de instellingen was dr. Mohammed Charaf, van Syrische afkomst, behandelend geneesheer. “Toen we vroegen wat zijn wensen waren, gaf hij in deze volgorde op: een bromfiets, een kat en een pleeggezin. We hebben aan geen enkel verlangen kunnen voldoen.”

Toevallig karakter

Uit de schets van psychiater dr. Deberdt over Willy Heymans blijkt dat deze ongetwijfeld als de centrale figuur van het drama in café De Post te Ninove mag beschouwd worden. “Een jongen die van meet af aan blijk heeft gegeven van een moeilijk gedragspatroon. Gebrek aan discipline, kleine diefstallen, fugues, vandalisme. Later maken permanente financiële moeilijkheden zijn huwelijk kapot. Eigenlijk een anti-sociale persoonlijkheid, met een zeer negatief mensbeeld waarin elke andere slechts een voorwerp is.”

Volgens getuige was ook bij deze beschuldigde zeker niet gedacht aan doodslag, als afloop van hun inbraak bij Michel De Backer. “Er was geen echt plan, er was geen vaste groep, alles had een toevallig karakter. Toch is het scenario van de feiten geen overijld gebeuren, er steekt een zekere lugubere logica in. Geld heeft in deze affaire bij alle drie een bepalende rol gespeeld”, aldus de psychiater.

Een zeer beïnvloedbare figuur, zonder veel morele remmen, onder zware druk gezet door Heymans. Tot daar wat de getuige-psychiater inleidend over Daniël Vandecapelle zei. “In tegenstelling met de twee andere beschuldigden komt deze jongeman wel uit een positief ingesteld gezin. Door gezondheidsproblemen bij beide ouders, moest hij af en toe ergens geplaatst worden, maar hij werd steeds liefdevol behandeld. Hij kan zich echter niet zelfstandig gedragen. Ook bij hem, net als bij Garnier, is er geen sprake van dat hij deze feiten alleen zou plegen. Hij heeft zeker en vast schuldgevoelens, maar is anderzijds te bang om zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Een vleier ook, die door misplaatste lichamelijke klachten aan het gevangenisregime tracht te ontsnappen”, aldus dr. Deberdt.

De reeks moraliteitsgetuigen bevestigden woensdag wat dr. Deberdt helemaal in het begin van zijn getuigenis schetste: Heymans de dominerende figuur, Vandecapelle de makkelijk te overhalen meeloper, Garnier de eenzame gewoontedief.

Vandaag rekwisitoor, pleidooien en vermoedelijk arrest.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 September 1988

Levenslang voor Heymans

Het was vrijdagmorgen bijna 2 uur toen het hof van Assisen van Oost-Vlaanderen Willy Heymans veroordeelde tot levenslange dwangarbeid, Daniel Vandecappelle tot 20 jaar en Jean-Marie Garnier tot 10 jaar. Hiermee werd ingegaan op de vordering van het Openbaar Ministerie.

Enkele uren voordien had de jury de drie jonge mensen reeds schuldig bevonden aan diefstal met geweld, maar zonder het oogmerk te doden. Het drama van 23 oktober 1986 in café De Post in Ninove was dus geen roofmoord.

Eerder op de dag had de burgerlijke partij gezegd dat er geen taal van haat of wrok moet gesproken worden, wel van verdriet en ontgoocheling.

Ook Openbaar Ministerie advocaat-generaal Rik Vandeputte vroeg niet voorbij te gaan aan het element van doodslag. “Alleen reeds uit de manier waarop met vaste hand de genadeloze slagen werden toegediend, kan afgeleid worden dat de dood van de slapende herbergier gewild werd. Los van alle juridische beschouwingen, kan hier gezegd worden dat één van de fundamentele natuurwetten werd overtreden: gij zult niet stelen, gij zult niet doden!”, aldus de openbare aanklager.

Ook in het rekwisitoor werd benadrukt dat geen wraak mag genomen worden, wel dat de wet moet toegepast worden: “Het is duidelijk dat voor Heymans, Vandecappelle en Garnier niet dezelfde straf moet opgelegd worden. Dit neemt niet weg dat er een collectieve schuld is. Zo mag men toch aannemen dat Heymans de biljartkeu aan Vandecappelle en ook aan Garnier doorgaf, om niet alleen te moeten opdraaien voor de eventuele dood van het slachtoffer. Samen uit, samen thuis.”

Vanaf het begin van zijn pleidooi voor Willy Heymans gaf mr. Piet Van Eeckhaut drie stellingen mee aan de gezworenen. Ten eerste neemt deze jonge beschuldigde wel de zwaarste schuld op zich, maar is hij niet de enige betrokkene. Ten tweede gaat het om een diefstal met geweld met een niet gewilde doding als fataal slot en ten derde dringt zich een gematigde straf op.

“Terecht merkte de voorzitter na de ondervraging van Heymans op, hoe banaal een mens aan zijn einde kan komen. Dit is de kern van de zaak. Het drama van 24 oktober 1986 is het verfoeilijke werk geweest van drie kinderen van de nacht, drie ongelukkigen die tijdens die nacht in elkaars vaarwater kwamen. Ik smeek aan de juryleden dat zij zouden aanvaarden welke rol het inhoudsloze noodlot heeft gespeeld”, aldus mr. Van Eeckhaut.

Over de diefstal ging iedereen vlug akkoord. “Wij nemen als raadsman van Heymans aan dat er een vage afspraak was over het uitschakelen van de herbergier, indien hij zou opduiken. Dat staat echter nog mijlenver af van een voornemen tot doden. Ik geloof mijn cliënt wanneer hij zegt dat hij de kracht van een biljartkeu heeft onderschat”, lichtte pleiter toe.

Over Heymans zelf ten slotte: “Ik wil niet melodramatisch doen, maar het moet mij van het hart dat de ongelukkige jeugd en het leven in instellingen toch een giftige adder in zijn borst hebben gekweekt, die af en toe de kop opsteekt. Zoals tijdens die dramatische nacht in Ninove.”

Hierbij aansluitend vroeg mr. Jef Nijs zeer begripvol te zijn voor Daniël Vandecappelle. Ook zijn jeugd was niet zo ideaal, zij het dan door de gezondheidsproblemen bij beide ouders. “Zijn moeder verbleef 55 maanden in het ziekenhuis. Daardoor had Daniël, toen hij 14 was, toch ook acht jaar buiten gezinsverband doorgebracht”, aldus pleiter. Zijn deelname aan de lugubere tocht naar Ninove die nacht kan slechts worden uitgelegd door een enorm zware druk vanwege Heymans.

Mr. Jan De Waele hing op een ontroerende wijze het beeld op van de onvoorstelbare trieste jeugdjaren van Jean-Claude Ganier. Hij heeft aan de doding, die gewild of ongewild was bij de twee anderen, niet meegedaan. Vandaar de onrechtvaardigheid van het wetsartikel dat diefstal en doding onlosmakelijk aaneen vlecht.

Na een lange deliberatie velde het Hof dan een arrest over de bijkomende vragen vanwege de verdediging. Op het verzoek van mr. De Waele om diefstal en doding los te koppelen, werd niet ingegaan.

Wel werd de bijkomende vraag gesteld over een diefstal met zwaar geweld, zonder het oogmerk te doden maar met de dood als gevolg. De stelling die door de raadslieden van Heymans en Vandecappelle tijdens de eerste zittingsdag reeds werd aangekondigd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 September 1988

Geen roofmoord maar wel maximumstraf

Vrijdagmorgen om 2u viel voor het Hof van Assisen van Oost-Vlaanderen het arrest in het proces tegen de drie jongemannen, die beschuldigd werden van roofmoord op herbergier Michel De Backer (33) uit Ninove. Het drietal was enkele uren voordien door de jury niet schuldig bevonden aan roofmoord.

De gezworenen hadden immers de thesis van de verdediging gevolgd dat Willy Heymans (27), Daniël Vandecappelle (24) en Jean-Claude Garnier (24) alleen schuldig waren aan diefstal met geweld, zonder het inzicht te doden maar met de dood als gevolg.

Daarop kwam een vordering vanwege openbaar aanklager Rik Vandeputte, die door alle verdedigers "genadeloos” werd genoemd. In hoofde van Heymans, de centrale figuur van het drama van 24 oktober 1986 in café De Post te Ninove, kon hij geen verzachtende omstandigheden aanvaarden.

Daarom vorderde hij levenslange dwangarbeid. Voor Vandecappelle en Garnier kon hij die wel aanvaarden, voor hen vorderde hij respectievelijk 20 en 10 jaar. De gezworenen gingen niet in op de smeekbede van de raadslieden om deze "genadeloze eis” te verwerpen. Geen reactie bij de beschuldigden, wel bij de familieleden van Vandecapelle. Voor hen viel een en ander blijkbaar zwaar.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 September 1988

1,587

(3 replies, posted in Overzicht Bendes)

Gangsters veroordeeld te Brussel

De Correctionele Rechtbank veroordeelde de 21-jarige Jean-Pierre De Meur en de 39-jarige Michel Montoisy, bedienden uit Brussel, tot respectievelijk drie jaar cel en 3.000 fr. boete en twee jaar en een maand cel en 6.000 fr. boete.

Op 26 december hadden de twee kerels een overval gepleegd in een socialistisch mutualiteitenagentschap aan het Rad te Anderlecht. Het tweetal dat met nylonkousen was gemaskerd wist er aan de haal te gaan met 35.000 frank. Doordat de nummerplaat van hun wagen slechts oppervlakkig was zwart gemaakt konden ze vrij vlug worden ingerekend.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Januari 1976

Bende uit Waterloo overviel ook Danny Tack

Leden van de jeugdbende uit Waterloo, die tijdens het Pinksterweekeinde te Oostende, Middelkerke, Wenduine en Knokke een dozijn brutale overvallen pleegden, hebben bekend ook de 27-jarige Danny Tack te Westende te hebben neergeslagen en beroofd.

Tack, OCMW-secretaris werd zondagochtend 22 mei dood aangetroffen naast zijn fiets. De zevenkoppige bende, vijf jongens uit Waterloo en twee meisjes uit Eigenbrakel, hadden de andere overvallen vroeger reeds bekend en eveneens de diefstallen van twee auto's te Dworp. Met die voertuigen waren ze naar de kust gereden. Ze loochenden echter iets met de dood van Danny Tack te maken te hebben.

Dinsdag omstreeks 22 u ging de 19-jarige Dominique Montoisy, vermoedelijk de leider van de bende, door de knieën, nadat het alibi dat hij had opgegeven als een kaartenhuisje in elkaar was gezakt. Montoisy bekende de fietsende Danny Tack met de auto naar de kant van de weg te hebben gedrumd, waarna hijzelf en twee andere bendeleden de man in elkaar timmerden. Ze haalden 100 fr. uit de portefeuille van Tack en reden ver volgens weg. Hun slachtoffer lieten ze liggen.

Samenwerking

De parketten van Brugge er Veurne hebben in dit onder zoek op voorbeeldige wijze samengewerkt. Geheel het gerechtelijk apparaat, van gewone politieman tot officier, zijn dagen in de weer geweest om verklaringen na te gaan, foto’s van verdachten voor te leggen mensen te ondervragen. Al da speurwerk heeft in niet geringe wijze bijgedragen om daders formeel te herkennen er tot bekentenissen te dwingen.

Dominique Montoisy werd woensdag door het parket te Veurne langdurig ondervraagd. Dit parket zal tegen hem een aanhoudingsmandaat uitvaardigen op grond van geweldpleging ten behoeve van de diefstal. De beschuldiging van roofmoord wordt bijgevolg nog niet aangehouden.

Met de uitschakeling var deze jeugdbende is de kustbevolking weer tot rust gekomen De bende die haar expedities naar de kust daadwerkelijk had gepland, zal wellicht voor nog andere misdaden verantwoording moeten afleggen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Juni 1983

Brutale aanrandingen

Maandag verschenen voor de Correctionele Rechtbank van Brugge Montoissy Dominique (20) uit Waterloo, thans aangehouden en Thierry Santerre (18) eveneens uit Waterloo, twee Brabantse jongeren wier namen volgend jaar wellicht nog meer in het nieuws zullen komen als voor het Assisenhof van West-Vlaanderen de moord op de Westendse OCMW-secretaris Tack zal behandeld worden. Men zal zich herinneren dat de man een vijftal maanden geleden aan het strand van Wenduine dood werd aangetroffen.

Pas na enkele weken intens onderzoek wist men de hand te leggen op een jeugdige bende uit de omgeving van Waterloo, verantwoordelijk voor de doodslag maar ook voor een reeks zeer brutale aanrandingen aan de kust.

Voor deze laatste kwam vooral Dominique Montoissy in aanmerking. In ondergeschikte orde Thierry Santerre die naar hij beweert pas onder dwang als chauffeur diensten heeft bewezen. Hoe dan ook was de bende, bestaande uit 78 leden, na een drinkpartij met twee gestolen personenwagens naar de kust vertrokken.

Na twee zware aanrandingen te Oostende, waarbij de slachtoffers niet alleen van hun geld werden beroofd maar ook erg toegetakeld geraakten werden nog aanrandingen gepleegd te Westende, De Haan en Knokke. In laatstgenoemde stad trad Santerre handelend op tegenover een kloosterzuster.

Inmiddels was J. Tack te Westende, eveneens na beroving, voor dood achtergelaten. Voor de aanrandingen werd Montoissy maandag veroordeeld tot 2 jaar + 6.000 fr. terwijl Santerre dezelfde straf kreeg maar dan met uitstel behalve de 3 maanden voorhechtenis + 9.000 fr. boete en 7 maanden rijverbod.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 November 1983

Twee jaar voor vier aanrandingen langsheen de kust

In de nacht van 22 op 23 mei van vorig jaar zakte een groep jongeren uit de streek van Waterloo —- reden waarom ze de bijnaam van “bende van Waterloo”kreeg opgekleefd - met twee gestolen wagens naar de kust af.

Zij hadden geen andere bedoeling dan eenzame wandelaars letterlijk in mekaar te slaan en hen van hun geld te beroven. Een rooftocht in zuivere cowboy-stijl die op de koop toe slaagde. Tussen Westende en Knokke werden inderdaad niet minder dan 8 aanrandingen gepleegd. De meest ophefmakende was deze te Westende waar de OCMW-secretaris Daniël Tanghe zo zwaar werd toegetakeld dat hij kort nadien is overleden.

Reeds twee leden van de bende, Montoisy en Santerre, kregen hun straf te horen. Gisteren was het de beurt aan de derde. Didier Bauwens (19) uit Haine-St-Pierre. Die nam deel aan vier aanrandingen: één te Middelkerke, één te De Haan en twee te Oostende. Bovendien schreef hij nog twee aanrandingspogingen op zijn naam nl. een te Oostende en een te Knokke.

De diefstal met geweld, het toebrengen van slagen en de diefstal van autovoertuigen werd ook in hoofde van Didier Bauwens als bewezen beschouwd. Hiervoor kreeg hij 2 jaar hechtenis waarvan 18 maand met uitstel + 6000 fr boete. Hij was en bleef aangehouden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Februari 1984

Vrijlating bevolen pas twee jaar voorarrest

Dominque Montoisy (21) uit Waterloo dient volgens de raadkamer te Veurne in voorlopige vrijheid gesteld. De jonge man zat een straf van twee jaar uit omdat hij in mei 1983 deelnam aan een rooftocht langs de Belgische kust.

In de nacht van 2 mei 1983 werd te Westende Danny Tack (27), secretaris van het OCMW Middelkerke, in de duinen naast de Jasparlaan dood aangetroffen. Montoisy bekende eerst Tack te hebben vermoord en bestolen. Later trok hij die bekentenissen in alhoewel een ander lid van zijn jeugdbende volhoudt dat hijzelf en Montoisy Tack hebben gedood.

Bij gebrek aan bewijzen en gestuit door vele tegenstrijdige verklaringen beval de raadkamer verdachte in vrijheid te stellen, beslissing waartegen het parket beroep heeft aangetekend. De kamer van in beschuldigingstelling te Gent zal uitspraak moeten doen. Montoisy blijft dus voorlopig opgesloten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Juni 1985

Van moord verdachte jongeman opnieuw aangehouden

De kamer van inbeschuldigingstelling te Gent heeft de aanhouding bevestigd van de 21-jarige Dominique Montoisy uit Waterloo. De jongeman wordt verdacht van moord op de 27-jarige Danny Tack, feiten gepleegd op 21 mei 1985 te Westende. De raadkamer van Veurne had Montoisy tien dagen geleden op vrije voeten gesteld, maar de procureur ging hiertegen in beroep. De KIB te Gent heeft hem daarin nu gevolgd.

Dominique Montoisy was de enige meerderjarige van een jeugdbende uit het Brusselse, die in de nacht van 21 en 22 mei 1985 diverse aanrandingen en overvallen op wandelaars pleegde aan de kust. Voordien pleegden Montoisy en een minderjarige een overval op de 27-jarige Danny Tack, OCMW-secretaris van Middelkerke. De man werd in de Jasparlaan te Westende overvallen en zo zwaar toegetakeld dat hij ter plaatse overleed. De bende kon enkele dagen later worden gevat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Juni 1985

Moordenaar Middelkerkse OCMW-secretaris naar Brabants Assisenhof

De Gentse Kamer van Inbeschuldigingstelling heeft de 21-jarige Dominique Montoisy uit Waterloo verwezen naar het Brabantse Hof van Assisen, Franse taalrol. Dit op verzoek van Montoisy die normaal voor het West-Vlaams Hof van Assisen moet terechtstaan.

Dominique Montoisy wordt verdacht van moord op de Middelkerkse OCMW-secretaris Danny Tack (27) op zaterdag 21 mei 1983 in Westende. Hij pleegde de feiten samen meteen 16-jarige uit Nijvel. Beiden maakten ze deel uit van een jeugdbende die met een gestolen auto naar de kust was gekomen. Montoisy was de enige meerderjarige van het gezelschap. De Middelkerkse OCMW-secretaris werd op zaterdagavond 21 mei 1983 door twee jongeren van zijn fiets gesleurd in de Jasparlaan in Westende omdat hij niet direct zijn brieventas wou afgeven.

Hij werd geslagen, beroofd en voor dood achtergelaten. De man overleed aan de opgelopen verwondingen. De nacht daarop werd de jeugdige bende gevat nadat ze zich schuldig had gemaakt aan een reeks diefstallen en aanrandingen. Tijdens de ondervragingen bekende een van de minderjarigen de moord op Danny Tack. Hij zei deze samen met Montoisy te hebben gepleegd.

Dominique Montoisy bleef ontkennen, maar ging uiteindelijk toch door de knieën. Hij herleidde het hele voorval evenwel tot een ongeval. Intussen verscheen Dominique Montoisy samen met de overige bendeleden al voor de Correctionele Rechtbank van Brugge.

Montoisy werd veroordeeld tot twee jaar cel. Nu is hij beschuldigd van doodslag op de Middelkerkse OCMW-secretaris.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 September 1985

Moord te Westende in april voor Assisenhof van Brabant

De doodslag op de Westendse OCMW-secretaris Danny Tack wordt vanaf maandag 21 april behandeld voor het Assisenhof van Brabant. De beschuldigde Dominique Montoisy uit Waterloo heeft de Franstalige rechtspleging aangevraagd.

De feiten hadden plaats in het pinksterweekend van 1983. In de nacht van vrijdag 20 op zaterdag 21 mei werd de 27-jarige Danny Tack, echtgenoot van Johanna Hessels en vader van twee kinderen, langs de Henri Jaspar-laan overvallen toen hij per fiets huiswaarts keerde. ’s Anderendaags werd zijn verminkt lijk aangetroffen in de duinen langs de H. Jasparlaan.

Dominique Montoisy, toen 19 jaar oud, was de aanvoerder van een bende van zeven jongeren (vijf jongens en twee meisjes) die de bewuste nacht langs de kust heel wat aanslagen hadden gepleegd. Aan de hand van foto’s kwam men spoedig op het spoor van de dader.

Montoisy legde eerst bekentenissen af, maar trok die nadien weer in. Een minderjarige, die hem vergezelde, heeft daarentegen altijd volgehouden dat het Montoisy was die Danny Tack neersloeg en trapte om hem daarna te beroven. De buit bedroeg niet meer dan 200 fr.

Het onderzoek heeft zolang aangesleept omdat de beschuldigde hardnekkig blijft loochenen. Daardoor kon evenmin een reconstructie gehouden worden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Maart 1986

Montoisy doodde OCMW-secretaris van Middelkerke

De 23-jarige Dominique Montoisy, lasser, wonende rue Goutier 15 te Waterloo verschijnt vanaf vandaag voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer mevrouw Nicole Lumen.

Montoisy wordt ervan beschudigd tijdens de nacht van 20 op 21 mei 1983 slagen met dodelijk afloop te hebben toegebracht aan de 27-jarige Danny Tack, secretaris van het OCMW te Middelkerke, met de bedoeling het slachtoffer te bestelen. De feiten deden zich voor nabij de Henri Jasparlaan te Westend (Middelkerke).

Montoisy had enkele uren voor de feiten samen met vrienden, aan boord van een gestolen voertuig Waterloo verlaten met de enige bedoeling aanrandingen te gaan plegen aan de Belgische kust. Even na middernacht zag het gezelschap iemand (Danny Tack) op zijn fiets komen aanrijden. Montoisy reed op de man in, stapte uit en diende het slachtoffer nog talrijke vuistslagen toe.

Tack, die ook een tijdje bij de keel werd gegrepen, overleed tenslotte aan de opgelopen verwondingen. Alvorens op de vlucht te slaan nam Montoisy nog 200 fr. uit de portefeuille van het slachtoffer.

Beklaagde wordt verdedigt door Mrs. André Louis Dubois en D. Clicheroux, terwijl het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal André Van Oudenhove. De belangen van de burgerlijke partij worden verdedigd door Mr Dirk Vermeersch. Er worden een 35-tal getuigen ondervraagd en de debatten zullen vermoedelijk vier dagen in beslag nemen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 April 1986

Montoisy blijft overval op Danny Tack ontkennen

De thans 23-jarige Dominique Montoisy uit Waterloo bleef gisteren, op de eerste dag van zijn proces voor het Assisenhof van Brabant, loochenen iets te maken te hebben met de dood van Danny Tack te Westende in de nacht van 20 op 21 mei 1983. Tack werd doodgeslagen en beroofd van 200 fr. Tijdens het onderzoek had Montoisy bekend, maar dit nadien weer herroepen.

Uit de ondervraging gisteren voormiddag bleek dat Montoisy reeds als adolescent herhaaldelijk met zijn familie en het gerecht in botsing kwam, onder meer wegens diefstallen met geweld. Hij was hoofd van een jongerenbende die in de streek van Waterloo voor heel wat herrie zorgde. Tijdens het weekeind van Pinksteren 1983 trok de bende tweemaal naar de kust met de enige bedoeling er aanrandingen te plegen. In de nacht van 20 op 21 mei 1983 even na middernacht merkten ze hun toekomstig slachtoffer, Danny Tack, op in de duinen te Westende nabij de Henri Jasparlaan.

Het slachtoffer had zopas een herberg verlaten en wilde met de fiets naar huis terugkeren. Volgens de bekentenissen die Montoisy tijdens het onderzoek aflegde was hij samen met zijn vriend Roland met een gestolen auto naar de kust gereisd. In de duinen reed hij Danny Tack, secretaris van het OCMW, omver. Hij diende het slachtoffer vervolgens verscheidene vuistslagen toe en greep hem zelfs even bij de keel. Hij nam het slachtoffer, dat ondertussen bewusteloos was geworden, zijn portefeuille af waaruit hij 200 fr. haalde.

Montoisy trok later zijn bekentenissen in. Hij verklaarde die nacht gewoon thuis te zijn gebleven, samen met zijn vriendin Mercy. Ook gisteren bleef hij dat volhouden. Montoisy gaf wel toe de volgende nacht, die van 21 op 22 mei 1983, samen met zijn vriendin aan boord van twee gestolen voertuigen naar de kust te zijn gereden. Tussen Oostende en het Casino van Middelkerke beroofde hij toen zeven personen, onder wie een kloosterlinge, meestal met geweld van hun handtas of portefeuille.

Bekentenissen ingetrokken

Tijdens de namiddagzitting werd onderzoeksrechter Verslijpe als eerste getuige ondervraagd. Aan de hand van lichtbeelden gaf hij een relaas van de plaats van de feiten en de omstandigheden die ermee gepaard gingen. De onderzoeksrechter wees erop dat beklaagde Montoisy tijdens het onderzoek bekentenissen aflegde maar achteraf de feiten ging loochenen. Montoisy ging zelfs zover te beweren dat hij de nacht van de feiten te Westende met zijn vriendinnetje Mercy had doorgebracht in zijn woonplaats te Waterloo.

Toen dit vriendinnetje zelf werd ondervraagd, sprak ze Montoisy echter tegen door te verklaren dat zij bedoelde nacht zonder haar vriend maar in het gezelschap van haar vriendin Lucy had doorgebracht. Ook twee herbergiers aan de Belgische kust waren formeel om te verklaren dat ze de nacht van de feiten Montoisy in hun drankgelegenheid hadden opgemerkt.

Twee andere getuigen waren wetsgeneesheren Timperman en Piette, die tot de lijkschouwing overgingen. Ze verklaarden dat de dood van Dany Tack te wijten was aan een aanranding.

Kwamen nog getuigen professor Heyndrickx en dokter André. die tot de vaststelling kwamen dat het slachtoffer slechts 0,58 milligram alcohol in het bloed had. Indien het slachtoffer op de grond terecht kwam, was zulks zeker niet te wijten aan een staat van dronkenschap.

Ten slotte verscheen ingenieur Wets. Hij onderzocht de fiets van het slachtoffer en leidde uit de vaststellingen af dat de aanrijding door een wagen op zichzelf zeker niet de dood kon veroorzaken. Uit de toestand van het lichaam blijkt duidelijk dat het slachtoffer na de aanrijding nog talrijke verwondingen opliep, te wijten aan vuistslagen en ook aan voetschoppen.

Vandaag gaat het getuigenverhoor voort.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 April 1986

Vriend van Montoisy was getuige van overval

De 18-jarige Laurent F. uit Waterloo getuigde gisteren voor het Brabantse Assisenhof dat hij zag hoe zijn dorpsgenoot Dominique Montoisy tijdens het pinksterweekeinde van 1983 te Westende Danny Tack omverreed, neersloeg en beroofde. Het slachtoffer werd uren nadien dood aangetroffen.

Laurent F. was op het ogenblik van de feiten 15 jaar oud. Hij verklaarde dat hij na het innemen van slaapmiddelen met Montoisy in een gestolen wagen naar de kust reed, maar bijna de ganse rit sliep. Te Westende zag hij hoe Montoisy op een fietser inreed, uit het voertuig stapte, het slachtoffer slagen toediende en het geld uit diens portefeuille wegnam.

Thierry S. is 20 jaar en ook een vriend van Montoisy. Aan hem had beklaagde daags na de overval gezegd dat hij aan de kust een fietser had omvergereden. Montoisy vroeg getuige toen ook hem een alibi te bezorgen.

Gisteren getuigde ook psychiater dr. Deberdt. Hij zei dat Montoisy op school weinig gedisciplineerd was en geen enkele inspanning deed om goede resultaten te behalen. Later ging hij op verscheidene plaatsen werken, maar toonde zich erg lui en weinig dynamisch. Nadien reisde hij met een kermisattractie zes maanden langs de Azurenkust en dat rondtrekkend leven beviel hem wel.

Als beklaagde alleen is, aldus de psychiater, komt hij over als een rustige en gewillige jongen. In bendeverband wil hij zich echter tot elke prijs laten geiden. De bende waarvan hij deel uitmaakte wilde zich niet aan de maatschappij aanpassen, wat aanleiding gaf tot vandalisme, diefstallen en aanrandingen. Montoisy is zeer egocentrisch, bekommert zich niet om zijn slachtoffers en is net als de andere bendeleden licht geraakt en erg agressief.

Idealist

Henricus Tack, vader van het slachtoffer, getuigde schreiend dat zijn zoon een idealist en een harde werker was. Zijn zoon was met het bouwen van een villa begonnen toen hij werd doodgeslagen. Toen de vader de nacht van de feiten vernam dat zijn zoon een ongeval was overkomen, dacht hij aanvankelijk dat hij van het dak van de villa was gevallen.

Johanna Hessels, weduwe van het slachtoffer, stelde zich burgerlijke partij. Ze heeft twee kinderen, een zoontje en een dochtertje, die respectievelijk twee jaar en vier maanden oud waren op het ogenblik van de feiten.

Een echtpaar uit Middelkerke kwam vertellen dat ze de nacht van de feiten omstreeks 0u25 het slachtoffer opmerkten in de duinen op een tiental meter van het fietspad. Het slachtoffer dat naast zijn fiets lag, wankelde en gaf de indruk erg dronken te zijn. Toen later bleek dat het slachtoffer dood aangetroffen was, boden beide getuigen zich aan bij de politie.

“Drie maanden cel”

Tijdens de namiddagzitting werd Christine Moens, uitbaatster van de herberg-restaurant “Breughel” in De Panne, als eerste getuige ondervraagd. Ze verklaarde de avond voor het doodslaan van Danny Tack tussen 23 en 24 uur beklaagde Dominique Montoisy, vergezeld van Roland Godefroid en Laurent Freché, als klanten te hebben ontvangen. Het drietal kwam een glas drinken op het terras van het café. Getuige herkende later formeel de drie mannen aan de hand van foto’s.

Een andere getuige was Walter Mussche die in mei 1983 het café “Ter Duinen” te Westende uitbaatte op een 500-tal meter van de plaats van de feiten. Hij ontving op zijn beurt Montoisy, samen met een tweede man, als klanten de nacht dat Danny Tack werd doodgeslagen. Getuige herkende Montoisy aan een oorring, aan zijn geruite jas en een soort van eczeem aan beide handen.

Gevangeniscipier Wilfried Le Grand vernam op 30 mei 1983 omstreeks 22u15 van Montoisy dat deze met zijn wagen een fietser had doodgereden te Westende. Montoisy wilde weten hoeveel gevangenisstraf hij daarvoor kon krijgen. De cipier, die dacht dat het om een gewoon auto-ongeval ging, antwoordde 3 of 6 of 12 maanden gevangenisstraf.

Mieke Mortier, een studente uit Middelkerke, werd de nacht van de feiten om 0u30, terwijl ze met haar fiets huiswaarts keerde, door een voertuig waarin twee of drie mannen zaten, bijna klemgereden. Ze hoorde duidelijk dat de mannen onder mekaar Frans spraken. Ze kon aan de achtervolgers uiteindelijk ontsnappen door een zijwegje in te rijden. De wagen die haar de weg had willen versperren, werd heel vermoedelijk bestuurd door Montoisy.

Een andere getuige was Roland G. Hij was het die de BMW ging stelen waarmee Montoisy later naar de Belgische kust reed. Roland G. zei de wagen te hebben ontvreemd uit vrees voor de bende waarvan Montoisy deel uitmaakte. Deze had hem namelijk een duchtig pak slaag beloofd indien hij niet vrij vlug een voertuig ter beschikking kreeg.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 April 1986

“Montoisy poogt zich te redden door leugens te vertellen”

Zowel de burgerlijke partij als de advocaat-generaal noemen Montoisy een leugenaar. De 23-jarige jongeman wordt ervan beschuldigd in de nacht van 20 op 21 mei 1983 de secretaris van het plaatselijke OCMW in Westende te hebben doodgeslagen om hem van 200 fr. te beroven.

Mrs. Dirk Vermeersch en Véronique Laurent, die in het Assisenproces voor de burgerlijke partij - de weduwe van het slachtoffer - pleitten, brachten hulde aan het slachtoffer Danny Tack, “de graag geziene OCMW-secretaris uit Middelkerke, een voorbeeldige echtgenoot en vader van twee kinderen”. De burgerlijke partij wees er voorts op dat Montoisy liegt wanneer hij beweert onschuldig te zijn. “Zijn manier van optreden tegen de slachtoffers was steeds dezelfde. Hij greep ze bij de haren en diende ze vervolgens een duchtige kniestoot toe. Daarna verdween hij met het geld uit hun portefeuille.”

Advocaat-generaal André Van Oudenhove stelde op zijn beurt vast dat Montoisy zichzelf poogt te redden door leugens te vertellen. “De jury moet er echter voor zorgen dat de leugen in deze zaak niet zegeviert”, aldus de openbare aanklager. “De nacht na de feiten gepleegd op Danny Tack, was Montoisy betrokken bij zeven aanrandingen met geweld, gepleegd tussen Middelkerke en Knokke. Montoisy geeft deze feiten trouwens toe. De jongelieden die hem vergezelden behoorden allen tot de maffia-bende uit Waterloo.”

Wat het slachtoffer Danny Tack betreft is het zeker dat hij, als gevolg van de slagen, door verstikking om het leven kwam. “Toen Montoisy enkele dagen na het doodslaan van Danny Tack werd aangehouden legde hij tot zesmaal toe volledige bekentenissen af nopens deze feiten. Nadien trok hij die in. Hij beweerde de nacht van de feiten thuis te zijn gebleven. Nadien bleek dat hij nog voor zijn aanhouding verscheidene vriendjes van hem, onder wie twee meisjes, had verzocht hem aan een alibi te helpen. Al deze jongeren lieten hem echter volledig aan zijn lot over”, aldus de advocaat-generaal.

Herkend

“Uit verscheidene getuigenissen blijkt overigens duidelijk dat Montoisy de avond van de feiten zijn woning te Waterloo had verlaten. In de nacht van de feiten werd hij door twee herbergiers aan de Belgische kust opgemerkt. De jongeman die hem vergezelde, de minderjarige L.F., was tevens getuige van de manier waarop Montoisy het slachtoffer Danny Tack doodsloeg en beroofde. Desondanks durft Montoisy het aan de feiten te blijven ontkennen. De jury moet hem echter in elk geval schuldig verklaren”, aldus nog advocaat-generaal Van Oudenhove.

Tijdens de namiddagzitting zijn de verdedigers van Dominique Montoisy, Mrs. Dubois en Clicheroux, aan het woord geweest. Volgens de advocaten zijn er geen voldoende bewijzen voorhanden om Montoisy schuldig te verklaren. Materiële bewijzen zijn er volgens de verdediging nagenoeg niet. In de duinen van Westende werden naast het lichaam van Danny Tack wel sporen van zware laarzen teruggevonden. Deze laarzen hoorden echter niet toe aan Montoisy en ook niet aan het slachtoffer. De sporen waren nochtans heel recent aangezien de regen ze nog niet had kunnen uitwissen.

De verschillende getuigen spraken zich volgens de verdediging herhaaldelijk tegen en waren “gewoon belachelijk”. “Montoisy laten veroordelen op basis van dergelijke getuigenissen is gewoon onmogelijk”, aldus de advocaten.

De verdediging stelde voorts vast dat de openbare aanklager had betoogd dat Montoisy bekentenissen aflegde bij de aanvang van het onderzoek. “Nu moet men weten dat beklaagde op dat ogenblik duchtig aan de tand werd gevoeld door de gerechtelijke politie van Brugge.” Volgens de advocaten maakte de politie Montoisy met handboeien vast aan een stoel. Toen Montoisy niet helemaal sprak volgens de wensen van voornoemde politie zou hij zelfs slagen hebben gekregen. De jury mag zich volgens de verdediging niet laten leiden door bekentenissen die met geweld werden afgedwongen, aldus de verdedigers.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 April 1986

Levenslange dwangarbeid voor Montoisy

Het Hof van Assisen van Brabant heeft donderdag de 23-jarige Dominique Montoisy veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. Hij heeft in mei 1983 de 27- jarige OCMW-secretaris Danny Tack te Westende van 200 fr. beroofd, met de omstandigheid dat hij de diefstal pleegde met geweld, wat de dood veroorzaakte zonder dat het echter de bedoeling was om de man te doden.

Bij de aanvang van de zitting zei advocaat-generaal André Van Oudenhove in zijn repliek dat beklaagde tijdens het onderzoek bekentenissen aflegde en daarbij details over de feiten verstrekte die hij onmogelijk had kunnen weten zonder er zelf bij te zijn geweest. Verscheidene getuigen hebben Montoisy als de enige dader van de feiten aangeduid.

De verdediging bleef desondanks volhouden dat er twijfel bestaat over de schuld van Montoisy. Danny Tack werd volgens de verdediging heel vermoedelijk door een andere bende aangerand, omvergereden, neergeslagen en beroofd. Nadat Montoisy gezegd had met de hele zaak geen uitstaans te hebben, las voorzitter Mw. Nicole Lumen de drie vragen voor die de jury diende te beantwoorden. Maakte Dominique Montoisy zich schuldig aan een diefstal ten nadele van Danny Tack? Pleegde hij deze diefstal met geweld? Gaf dit geweld aanleiding tot de dood van het slachtoffer zonder dat het inzicht bestond om te doden?

De jury had niet minder dan vier en een half uur nodig om positief te antwoorden op deze drie vragen. Advocaat-generaal André Van Oudenhove verklaarde dat de straf die normaal voor dergelijke feiten is voorzien levenslange dwangarbeid is. Doordat beklaagde tot het einde toe bleef liegen betreffende de feiten die hij pleegde en ook niet de minste blijk van spijt vertoont, zijn er ook geen verzachtende omstandigheden. Montoisy moet derhalve tot de maximumstraf van levenslange dwangarbeid worden veroordeeld.

De verdediging vroeg de jury en het hof beklaagde nog enige hoop te laten voor de toekomst. Doordat Montoisy nooit het inzicht had om iemand te doden, mag hij aanspraak maken op een meer gematigde straf dan die welke door het openbaar ministerie werd opgeëist, aldus de advocaten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 April 1986

1,588

(1 replies, posted in Overzicht Bendes)

In de lente van 1980 stonden drie leden van de bende terecht voor het Luikse assisenhof. Salvatore Follino werd in december 1983 veroordeeld voor het assisenhof van Turijn.

Italiaans gangstertrio naar Luiks Assisenhof

De Kamer van Inbeschuldigingstelling van Luik heeft onder voorzitterschap van M. Mouse drie bendeleden naar het Hof van Assisen verwezen wegens deelneming aan de gewapende overval op de juwelierszaak Desitter te Luik, waarbij de zoon en een bendelid gedood werden.

Het zijn Maurizio Turato (27) uit Turijn, die destijds samen met Somville, Van Oirbeek en Anthemus ontsnapte, Paola Veronesi (29) eveneens uit Turijn en Vincenzo Noto (33) uit Grâce-Hollogne.

Hold-up

Op 1 december 1977 rond 17u vielen twee gewapende bandieten, Luca Giacotto (33) uit Turijn en echtgenote Paola, en Salvatore Folino (22), ook uit Turijn, de juwelierszaak Desitter aan de rue de Dominicains 15 te Luik, binnen. waar zich op dat ogenblik Mw. De Sitter, verkoopsters en klanten bevonden. Terwijl één der bandieten de aanwezigen met zijn pistool in bedwong hield, haalde de andere het uitstalraam leeg.

Omdat zij verdachte geluiden hoorden, kwamen op dat ogenblik vader en zoon Desitter uit een aanpalende opslagplaats de winkel in, net op het ogenblik dat Mw. De Sitter van Giacotto een mep kreeg. Zoon André (26) loste een schot in de richting van de aanrander, die dodelijk werd gewond. De andere gangster, Folino, beantwoordde het vuur en verwondde op zijn beurt zoon André die zwaar getroffen neerzeeg.

Folino hielp daarop zijn gewonde makker te been, en sukkelde ermee naar hun wagen die een eindje verderop wachtte, met Turato aan het stuur. Een uur na de overval overleed zoon André Desitter in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Vrijwel op hetzelfde ogenblik verscheen daar Paola Veronesi met haar gewonde echtgenoot Luca Giacotto, die daar ook even later stierf.

Paola werd me leen gearresteerd en enkele uren later werd de wagen met Folino en Turato in Comblain-au-Pont door de rijkswacht onderschept. De twee werden aangehouden. Een week later ging Turato tot bekentenissen over en het onderzoek dat daarop volgde bracht een lange reeks overvallen aan het licht.

De laatste drie maanden van 1977 hadden de gangsters zeker niet stil gezeten. 7 september gewapende overval door Turato, Noto en zekere Rovina op een agentschap van CGER te Jemeppe-sur-Meuse met 120.000 fr. buit. 19 november gewapende overval door Turato en de overleden Giacotto op Distrimas-Carrefour te Rocourt met 424.000 fr. buit.

Voor rekening van Turato en Notto komen binnen de de genoemde periode vijf nachtelijke inbraken met vervreemding van één auto, juwelen, kleren fototoestellen en waardevolle voorwerpen.

Turato alleen komt in aanmerking voor het stelen van vier personenwagens, allerlei voorwerpen waaronder voornamelijk juwelen. Bovendien wordt hij ervan beschuldigd gebruik te hebben gemaakt van valse identiteitskaarten, valse rijbewijzen, illegale invoer en bezit van wapens. Samen met Veronesi moet hij zich ook nog verantwoorde voor het illegaal bezitten van geneesmiddelen die aIs drug geklasseerd staan.

Ontsnappingen

In de gevangenis bleken de gangsters al even actief. Op 29 augustus 1979 wist Turato uit de Saint-Leonard-gevangenis te ontsnappen, samen met het al even berucht stel Yvan Somville en Van Oirbeek, Anthemus en Walin. Op 26 november 1979 werd hij te Woluwe-Saint-Etienne, nabij Zaventem, weer bij de kraag gevat.

Op 2 augustus 1979 was het Folino die de vrijheid koos. Samen met de beruchte Luikenaar Albert Bernaets wist ook hij uit dezelfde gevangenis te ontsnappen. In de nacht van 18 op 19 januari laatstleden werd Folino in Turijn aangehouden.

Volgens bestaande overeenkomsten, zal hij in Italië gevonnist worden voor de in ons land bedreven misdaden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Maart 1980

Italiaanse gangsters voor Assisenhof van Luik: Voor overval, roof en doodslag

Dinsdag begint voor het Hof van Assisen van Luik het proces van de daders van de overval op de juwelierszaak Desitter, rue des Dominicains te Luik, in december 1977. Staan terecht de 28-jarige Maurizio Turato, een Italiaans impresario wonende Via Simal-Marina 17 te Turijn, en de 29-jarige Paola Veronesi, een Italiaanse bediende, wonende Monginevro 3 te Turijn.

Ze worden beschuldigd van diefstal met geweldpleging en bedreiging ten nadele van Charles Desiller met als bezwarende omstandigheid dat een vrijwillige doodslag werd gepleegd op André Desitter, en dit om de diefstal te vergemakkelijken of om ongestraft te blijven.

Bovendien staan ze terecht, samen met de 34-jarige Italiaan Vincenzo Noto, wonende rue Jules Destrée 10/5 te Grivegnée, voor een reeks misdaden die in België werden gepleegd in de periode van 4 september tot december 1977, ondermeer diefstal van auto's, juwelen, geld en voor twee overvallen: de overval op een agentschap van de ASLK te Jemeppe-sur-Meuse op 7 september 1977 (buit 1.120.633 fr.) en voor de overval gepleegd op 19 november Distribas-Carrefour te Rocourt (buit 424.100 fr.).

Bovendien wordt Turato vervolgd voor valsheid in geschrifte, wapenbezit en bezit van verdovende middelen.

Overval

Op 1 december 1977, omstreeks 18 uur, stappen twee gewapende mannen, Lucas Giacotto en Salvatore Folino, in de juwelierszaak binnen. Terwijl Folino de klanten en het personeel in bedwang houdt met zijn wapen, graait Giacotto de juwelen uit het uitstalraam weg.

Daarop komt de zoon van de juwelier, de 26-jarige André Desitter, tussen beide en schiet twee keer op de dief die de juwelen aan het wegnemen was. Zijn medeplichtige schiet naar André Desitter die dood neervalt. De twee gangsters nemen de vlucht met een auto die hen in de buurt opwachtte. Aan het stuur van deze wagen zat Paola Veronesi. Kort daarop sterft de gewonde gangster en worden de twee andere medeplichtigen ingerekend.

Blijkt nu dat zij deel uitmaken van een bende misdadigers die uit Italië komen en die sedert september 1977 in de streek van Luik actief zijn. Onder hen bevinden zich ook Maurizio Turato en Sergio Rovina. Deze laatste is ontsnapt uit een Italiaanse gevangenis waar hij samen met Salvatore Noto een gevangenisstraf van 13 jaar uitzat. Zij hadden een onderkomen gevonden bij Vincenzo Noto, de broer van Salvatore die beweert niets van de misdadige activiteiten van zijn vrienden af te weten.

De beslissing een overval te plegen op de juwelierszaak Desitter werd genomen in Italië. Er was al eerder een poging gedaan door Lucas Giacotto enkele jaren geleden, maar André Desitter had toen een molotov-cocktail gegooid waardoor de dieven op de vlucht sloegen.

Turato was met een vals paspoort en met een gestolen wagen naar Luik gereisd. Giacotto, Veronesi en een zekere Folino kwamen met de trein. Na een paar verkenningstochten gingen op 1 december Folino en Giacotto de zaak binnen terwijl Turato in de auto bleef wachten.

Turato en Veronesi zijn allebei verslaafd. Zij werden door een psychiater onderzocht en verantwoordelijk bevonden voor hun daden. Herinneren we eraan dat Folino en Turato erin slaagden uit de Saint-Leonardus-gevangenis van Luik te ontsnappen. Turato werd opnieuw aangehouden in België maar Folino werd in Italië ingerekend. Aldaar zal hij terechtstaan voor de overval op de juwelierszaak Desiitter evenals voor enkele andere feiten in Italië gepleegd.

Het hof wordt voorgezeten door raadsman Pierre Ghislain terwijl de advocaat-generaal Jacques Gruslin het openbaar ministerie waarneemt. Voor de verdedigingen zullen pleiten Mr. Pierre Julien, Mr. Viviane Branckaers, Mr. René Swennen, Mr. Georges Dehousse. Mr. Paul Collignon en Mr. Henusse verdedigen de belangen van de burgerlijke partijen. De debatten zullen waarschijnlijk veertien dagen duren.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Mei 1980

Maurizio Turato bijt van zich af

Een bijzonder talrijk publiek was dinsdag opgekomen voor de eerste zitting in het proces van de bloedige overval die op 1 december 1977 in de juwelierszaak Desitter, in de Luikse rue des Dominicains, werd gepleegd.

In de beklaagdenbank zitten Maurizio Turato (28), impressario, en Puola Veronesi (29), bediende, beiden van Turijn. De beschuldiging luidt: diefstal van juwelen met bedreigingen en geweld ten laste van Charles Desitter, met de bezwarende omstandigheid dat zij een vrijwillige doodslag hebben gepleegd op de persoon van de zoon van de juwelier, André Desitter (26).

Samen met een derde beklaagde, Vincenzo Noto (34), een Italiaan wonende te Grivegnée, worden zij eveneens beschuldigd van een reeks van 11 inbraken en twee gewapende overvallen.

De eerste overval werd op 7 september 1977 gepleegd op het ASLK-filiaal te Jemeppe-sur-Meuse, de tweede op 19 november in een winkel te Recourt.

Aan te stippen valt dat de moordenaar van André Desitter, Salvatore Folino, niet voor de Luikse jury verschijnt. Hij zal berecht worden in Italië, waar hij momenteel wordt vastgehouden wegens andere misdrijven. Allen maken deel uit van een bende die in september 1977 uit Italië naar België kwam met het oogmerk overvallen te plegen.

Het Hof wordt voorgezeten door raadsheer Ghislain. Advocaat-generaal Jacques Gruslin vertegenwoordigt het openbaar ministerie en de jury bestaat uit negen vrouwen en drie mannen. De beklaagden worden bijgestaan door een Italiaanse tolk.

Met het oog op dit proces werden bijzondere veiligheidsmaatregelen getroffen.

Na de voorlezing van de akte van beschuldiging, die niet minder dan 36 bladzijden beslaat, gaat de voorzitter over tot de ondervraging van de eerste beklaagde, Maurizio Turato. Deze heeft bij zijn aanhouding algehele bekentenissen afgelegd.

Als enige zoon van een aannemer en van een huishoudhulp beëindigde Turato zijn middelbare studie in verschillende tehuizen waar hij werd uitbesteed. Als “moeilijk kind” ging hij vlug aan het stelen en maakte spoedig kennis met de gevangenis. In 1972 liep hij te Turijn 3 jaar gevangenisstraf op. Toen hij in 1975 werd vrijgelaten, maakte hij kennis met Sergio Robina. Volgens de voorzitter was dit een eigenaardig individu dat betrokken was bij diefstallen, wapendiefstallen en ontvoeringen. Hij heeft bepaald een nefaste invloed gehad op Turato.

“Alvorens iets te vertellen, zou men dat moeten natrekken, mijnheer de voorzitter”, zegt Turato, die begint te vitten over detailpunten. Wanneer de voorzitter hem precieze vragen stelt over zijn privaat leven, bijt Turato terug: “Dat zijn uw zaken niet. U hebt te oordelen over bepaalde feiten maar mijn privé-leven gaat u geen snars aan”.

In maart 1976 trouwt hij met een Joegoslavische, maar dat valt niet in goede aarde bij zijn moeder. Hij breekt dan met zijn familie en begeeft zich aan drugs. Zo verbruikt hij dagelijks voor achtduizend frank heroïne.

Als men dergelijke bedragen nodig heeft moet men het wel in overvallen gaan zoeken, merkt de voorzitter op. Daarna brengt de voorzitter het verhaal van zijn ontsnapping uit de Saint-Léonard-gevangenis in 1979. Samen met vier Belgische boeven duikt hij onder in een flat, die door Anne Lavenne zou zijn gehuurd, en schaft zich weer wapens aan om zijn vroeger beroep op te nemen.

“Dat heeft niets te maken met de zaak Desitter”, merkt Turato op.

De voorzitter richt zich vervolgens tot Paola Veronesi, de tweede betichte, die beschuldigd wordt van medeplichtigheid aan de overval bij juwelier Desitter en van het gebruik van drugs. De jonge, tengere, zwartharige vrouw spreekt vrij goed Frans.

ln haar jeugd kreeg ze het hard te verduren als dochter van een gescheiden gezin waarvan de vader een drinker en een gokker was. Na haar middelbare studies werkte ze op 17-jarige leeftijd als bediende. Op 19-jarige leeftijd verliet ze haar familie - naar zij zegt omdat haar vader te streng was - en had een verhouding met een zekere Lupato, die bekend stond als een drinker en een druggebruiker. Lupato sloeg haar, maar zij vond dat normaal omdat zij geen verloofde had en als man enkel haar brutale vader kende. Zij leidde daaruit af dal alle mannen zo waren.

Daarna ontmoette en huwde ze Lucas Ciiacotto, die bij de overval op juwelier Desitter om het leven kwam. Zij zegt niets van de activiteiten van haar man af te weten. De talrijke waardevolle geschenken die zij bezit - juwelen, pelsmantels, enz. - heeft zij van een rijke heer gekregen, maar ze weigert diens identiteit bekend te maken om hem geen moeilijkheden te bezorgen.

Van 1972 tot 1975 werd zij enkele malen in psychiatrische instellingen verzorgd. Aan de Zwitserse grens werd zij eens aangehouden wegens drugbezit.

Zij bezat een vierde van de aandelen in een Italiaanse dancing, de “supersonic”. De voorzitter heeft het ten slotte over haar gewoonte om met gehuurde wagens te rijden.

Ten slotte is het de beurt aan de derde betichte Vincenzo Noto, die de anderen onderdak bood in zijn hui. te Grâce-Hollogne. Hij zegt weinig over zijn verleden. Noto werd in 1976 veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf met uitstel wegens een inbraak. Hij zegt onschuldig te zijn: hij zou niets afgeweten hebben van de bedoeling van de anderen, noch van hun activiteiten en dat ondanks hun antecedenten. “Ik heb te goeder trouw gehandeld”, zo zegt hij nog.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Mei 1980

De wetten van het milieu

Vrijdag werd voor het Assisenhof van Luik het proces voortgezet tegen de daders van de gewapende overval, die op 1 december 1977 gepleegd werd op de juwelenzaak Desitter te Luik. Die overval kostte het leven aan de juwelierszoon en aan een der bandieten.

Deze vierde dag was hoofdzakelijk gewijd aan de overval die op 19 november 1977 door Turato, Folino en Solazzo gepleegd werd op een supermarkt te Rocourt, waar een buit van 484.100 fr. werd meegenomen. Turato trof alle toebereidselen. Op 17 november kwam hij uit Italië naar Luik, en daags na hem kwamen Giacotto en Folino. Aan het Guilleminsstation werden zij opgewacht door Turato, die in Italië een wagen had gehuurd waarin ook wapens klaar lagen. Zij namen hun intrek in een hotel te Luik.

Op 18 november gingen zij het terrein verkennen. Giacotto en Folino kochten elk een anorak. In de loop van de avond stalen Turato en Folino een Alfa Romeo te Brussel. Op 19 november kwamen de boeven bijeen op de hotelkamer om de wapens te verdelen, en daarna ging het richting Rocourt.

Daar kwam Paola Veronesi op de proppen. Zij moest weten dat haar man, Giacotto, een slag in België aan het voorbereiden was, maar ter zitting houdt ze vol dat ze niets afwist van zijn activiteiten.

“Toen ge uw man naar het station van Milaan vergezelde, moest ge toch weten waar hij heenging”, drong de voorzitter aan. “En bij het verdelen van de buit hebt ge het deel van uw man opgestreken en in een bank omgewisseld. Ge hebt zelf actief meegewerkt!"

“Ik was in het milieu”, verklaarde de vrouw. “Toen ik met mijn ouders brak, heeft alleen het milieu mij onthaald. Men mag mij niet verwijten de vrouw van een gangster te zijn. In het milieu bestaan wetten: ik had gewoon niet het recht vragen te stellen.” Mr. Swennen merkte op dat Paola niet vervolgd wordt in de zaak van de overval van Rocourt.

De voormiddag wordt besloten met het getuigenis van de speurders die zich met deze overval hebben beziggehouden. Tijdens de namiddagzitting hoort men de drie kassiersters van “Carrefour" die dienst hadden op het ogenblik van de overval. Van de verantwoordelijke van de centrale kassa verneemt men dat de buit - een dikke 400.000 fr. - het roulatiegeld was. De ontvangsten van de dag -18 miljoen - zaten reeds veilig opgeborgen in de banksafe.

Verbreking

Aangezien Turato zich in verbreking heeft voorzien tegen het arrest tot verwijzing naar het Assisenhof en tegen het proces-verbaal van ondervraging door de voorzitter in de gevangenis, ondervraging die enkele dagen voor aanvang van het proces plaatshad, zullen de debatten slechts kunnen beginnen na het arrest van het Hof van Cassatie. Indien het arrest pas valt op 18 juni, zoals wordt verwacht, zal het proces na de laatste getuigenissen worden opgeschort tot de laatste weken van juni.

Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Mei 1980

Paola Veronesi tracht er zich uit te praten

Donderdag is voor het Hof van Assisen te Luik het proces ten laste van de Italianen Maurizio Turato (28), Paola Veronesi (29) beiden uit Turijn, en Vincenzo Noto (34) uit Grivegnée, voortgezet. Zij worden beschuldigd van een reeks misdrijven en misdaden die plaats vonden in het Luikse tijdens de periode tot december '77.

De beklaagden in kwestie worden beschuldigd van 11 inbraken, twee overvallen, nl. op de Spaar- en Lijfrentekas van Jemeppe en op het grote warenhuis Carrefour te Rocourt.

Meer bepaald de bloedige overval op de juwelierszaak Desitter te Luik staat in het centrum van de belangstelling. De genoemde overval vond plaats op 1 december 1977 even voor 8 uur. Tijdens een treffen verloor de echtgenoot van Paola Veronesi, Giacotto Luca, het leven. Ook de zoon van de juwelier, de 26-jarige André Desitter, werd door een van gangsters neergeschoten, nl. door Salvatore Folino, 22 jaar, eveneens afkomstig van Turijn.

Vanuit Turijn

De morgenzitting is gewijd aan de ondervraging van Paola Veronesi en Maurizio Turato omtrent de hold-up waaraan Vincenzo Noto niet deelnam. De uitvoering van deze hold-up werd reeds de dag na de overval op het grootwarenhuis Carrefour door Giacotto overwogen. De eindbeslissing daartoe werd echter in Turijn genomen.

Wij hadden besloten een kraak te doen in België. Over de juiste plaats hadden wij nog geen zekerheid, aldus Turato. Te Luik zelf kwam ik te weten dat het een juwelierszaak zou worden. Op 26 november huurde Turato onder valse naam een voertuig om België binnen te komen. Hij frutselde wat aan de teller om minder te moeten betalen en ook om - indien dit nodig zou blijken - zijn tijdsgebruik wat te manipuleren.

Dat zijn zoal de dingen die ik gewoon ben te doen, aldus Turato. Het was Turato die zich een hele vracht wapens aanschafte en zich met de nodige valse identiteitskaarten enkele kamers voor zichzelf en voor de medeplichtigen liet voorbehouden. De kamers werden gehuurd in Hotel Sulky te Luik.

Op 30 november wachtte hij Folini, Giacotto en Paola Veronesi op in het station Guillemins. Zij waren met de trein gekomen.

Heilige onschuld

Tijdens die ondervraging blijft Paola Veronesi volhouden dat zij van de plannen van de bende helemaal niet op de hoogte was. Zij zou haar activiteit beperkt hebben tot de aankoop van de reisticketten te Turijn. Bij de aankoop van de reisticketten was zij wel in het bezit van valse identiteitspapieren. “Ik heb nooit van iets het fijne willen weten om geen getuige te moeten zijn als er ooit iets gebeurde. Altijd heb ik bij mezelf gezegd dal ik nooit een vriend of mijn man zou verklikken en ook dat ik nooit zou willen in een situatie te komen waarin ik noodgedwongen zou gaan liegen”, zo zei getuige.

Geen woord teveel

Wanneer de feiten ter sprake komen is Turato een stenen graf: hij heeft niets te zeggen. Op geen enkele vraag. Paola Veronesi vertelde in geuren en kleuren hoe Folino en Turato haar zwaargewonde man thuis brachten. Zij vertelde hoe zij hem heeft moeten overreden voor verzorging naar het ziekenhuis te gaan, naar de spoedgevallen, en dat hij toxicomaan was en dat hij zijn dosis eptadone niet kan missen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Juni 1980

Getuigen vertellen over schietpartij

Vrijdag werd het proces ten laste van de Italianen Maurizio Turato, Paolo Verno Veronesi en Vincenzo Noto voor het Hof van Assisen van Luik voortgezet.

Verscheidene ooggetuigen van de bloedige overval op de juwelierszaak Desitter te Luik werden gehoord. Vader Desitter doet met veel moeite het verhaal van de feiten die zie op 1 december 1977 hebben voorgedaan.

“Ik bevond mij in een bijlokaaltje van de zaak, toen mijn schoondochter mij kwam melden dat er een overval aan de gang was. Ik ben de winkel ingegaan. Toen ik zag dat de bandieten gewapend waren, vroeg ik mijn zoon, die aan het telefoneren was, om mij mijn revolver te geven. Mijn zoon stond op. Toen hij echter merkte dat een van de gangsters zijn vrouw hardhandig aanpakte, heeft hij op een van de bandieten geschoten. Alles ging vliegensvlug. Wij hadden de bedoeling de bandieten te intimideren, niet ze te beschieten. Mijn zoon werd prompt door Folino doodgeschoten.”

Na dit getuigenis komt Mw. Desitter naar de getuigenbank: “Ik was bezig een cliënt te bedienen. Iemand zei me: ‘Er is een overval’. Ik zag een vreemde man graaiend in het uitstalraam, en ik vroeg hem wat hij daar eigenlijk zocht. Zijn antwoord was dat hij zijn wapen op mijn gezicht richtte. Onmiddellijk daarop riep één van de cliënten: ‘Ga liggen’. Ik gehoorzaamde. De dief graaide de juwelen bij mekaar en legde ze in een doos.”

Mw. Desitter meent zich ook te herinneren dat Paolo Veronesi, voor het drama plaats vond, een bezoek aan de winkel bracht.

Martine Lekenne, schoonzuster van André Desitter, zegt dat op een bepaald ogenblik twee mannen de winkel binnenstapten. Zij waren gekleed in een anorak en droegen lange sjaals, en zij riepen: “Een overval”. Vervolgens liep een van hen naar het uitstalraam en graaide de juwelen samen. Op de vraag van de voorzitter, antwoordt getuige dat het Folino was die het schot afvuurde. Deze verklaring wordt bevestigd door andere getuigen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Juni 1980

Italiaanse gangsters waren ook drugsgebruikers

Voor het Hof van Assisen kwamen maandag te Luik, in de zaak van de Italiaanse bende die in het Luikse een hele reeks overvallen en inbraken pleegde, enkele deskundigen aan het woord.

Onderzoeksrechter Lambert zette de verschillende inbraken nog eens op een rijtje en beklemtoonde dat de bendeleden over merkwaardig veel gegevens bleken te beschikken.

Gerechtsarts Dodinval komt getuigen dat juwelier Desitter door één enkele kogel werd geraakt, en de overval slechts een uur overleefd heeft. OvervalIer Giacotto kreeg een kogel in de bil en een in de borst. Hij bezweek enkele uren nadien. Dr. Dodinval onderzocht eveneens de betichten in de gevangenis. Zowel bij Paola Veronese als bij Turato ontdekte hij sporen van inspuitingen in de aderen. Volgens de deskundige gebruikte Paola heptadone, een middel dat vijfmaal krachtiger is dan morfine.

Psychiater Frankignoul schetste Paola als een zeer gevoelige vrouw, die soms depressieve buien kent. Turato verliet op 15-jarige leeftijd de school en ging aan het stelen. Hij verbleef in Italië in een reeks psychiatrische instellingen. Noto heeft zonder meer het psychiatrisch onderzoek geweigerd. Ten slotte weet deze getuige te vertellen dat de in Italië opgesloten Frolino eveneens drugs gebruikte.

’s Namiddags werden de pleidooien gehouden. Mr. Paul Collignon eist 4,3 miljoen voor de verzekeringsinstellingen die de familie Desitter schadeloos hebben gesteld. De advocaat zegt verontwaardigd te zijn over de intriges van de beschuldigden, die geregeld naar ons land kwamen op roof- en moordtocht. Hij wijst op de manier waarop de bende was georganiseerd en noemt ze “technisch zo vernuftig, dat men er koude rillingen van krijgt”.

Mr. Hénusse eist voor drie verzekeringsinstellingen 374.000 fr. van Paola Veronesi. Ten slotte stelt Mr. Leidgens zich burgerlijke partij voor de ASLK. De eis bedraagt 1.120.633 fr.

De zitting wordt vandaag hervat met het rekwisitoor.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Juni 1980

Openbare aanklager schandvlekt Eurobanditisme

De zaak van de drie Italianen Turato (28), Veronesi (29) en Noto (34), uit Turijn, is dinsdag voortgezet voor het assisenhof te Luik, waar zij in 1977 uiteenlopende misdrijven pleegden, o.m. verscheidene gewapende overvallen.

Een overval 1 december 1977 op de juwelierszaak Desitter kostte het leven aan de man van Paola Veronesi, Giacotto Luca en aan André Desitter (26), die werd neergeschoten door Salvatore Folino die in Turijn zal terechtstaan waar hij opgesloten is wegens andere misrijven.

De openbare aanklager Jacques Gruslin stelde vooreerst vast dat er pas na een maand enig licht kwam in de zaak waarin men maanden lang in het duister getast heeft. Om de waarheid aan het licht te brengen waren de onderzoekers verscheidene duizend kilometer onderweg per wagen, trein of vliegtuig.

“Het is een belangrijke zaak vanwege haar veelzijdigheid”, aldus de openbare aanklager, die scherp aangeklaagd heeft hier niet met een gangster "op zijn eentje" te doen te hebben. “Het is een gewapende bende, goed georganiseerd, die met de meest moderne hulpmiddelen opereerde en mobiel genoeg was om de grenzen te overschrijden: dit is eurobanditisme, betoogde hij.

“De Italiaanse bende, opgericht te Turijn, mikte dadelijk hoog: een supermarkt, een bank, een juwelierszaak. De bende was tot alles in staat, beroepsbandieten zijn het. Elk had zijn taak in het radarwerk dat gesmeerd liep. Paola Veronesi heeft ongetwijfeld meer dan eens de streek van Luik onveilig gemaakt: zij kwam er op verkenning, huurde een wagen op een valse naam, kocht reisbiljetten. pakte de bagage. Zij steelt geen juwelen maar doet mee aan elke overval”, aldus Jacques Gruslin.

De openbare aanklager steIt verder vast dat Noto een leperd is: hij maakt iedereen zwart om zich wit te wassen, tot op de dag dat zich dat tegen hem keert. Hij is een scharnier, een rad in het raderwerk dat de boosdoenersbende is.

Turato kent zijn acolieten en weet tot wat zij in staat zijn. Zij schieten als men stokken in de wielen steekt. Hij zou dat overigens ook doen. Voor hen geldt de wet van alle gemeenschappen: samen in voor- en tegenspoed, totterdood. Voorspoed betekenen de miljoenen die zij hebben gestolen en in geen tijd weer verbrast. Tegenspoed kennen zij voor de rechter. De drie Italianen hebben een uitstekende ploeg gevormd in elk opzicht en in alle omstandigheden.

Jacques Gruslin somt de overvallen op en maakt er vaststellingen bij. Vervolgens komen de verdedigers aan het woord. Voor Turato pleit Louis Spabazzi, die tracht aan te tonen dat zijn cliënt niet wist dat hij hier ons land kwam om hold-ups te plegen.

De tweede verdediger, Mr. Dehousse, geeft toe dat André Desitter laf vermoord werd, maar de feiten hebben zich niet voorgedaan zoals hier is verteld, aldus Dehousse. Desitter had inderdaad het recht zich te verdedigen, maar hij begin een psychologische fout. Folino schoot impulsief toen hij zag dat Giacotto neerviel. “Het raderwerk van de fataliteit”, noemt Dehousse dit: het mag nog een geluk heten dat er niet meer slachtoffers vielen. Desitter hoefde niet eens te schieten: zijn juwelen waren toch verzekerd.

Hoe dan ook, Folino heeft niet geschoten met het inzicht te doden: hij heeft enkel vrijwillig slagen en verwondingen toegebracht, zo besluit Dehousse ,die de juryleden vraagt ontkennend te antwoorden op de vraag of hij met voorbedachtheid gedood heeft.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Juni 1980

Jury moet 91 vragen beantwoorden

Voor het Assisenhof van Luik werd woensdag het proces van drie Italianen uit Turijn, de 28-jarige Maurizio Turato, de 29-jarige Paola Veronesi en de 34-jarige Vincenzo Noto voortgezet.

Dinsdag in de late namiddag pleitte Mr. Viviane Bromkaers voor Paola Veronesi. Paola is geen leugenares en evenmin een heilige betoogt zij. Wel was zij een vrouw die echt hield van haar echtgenoot en hem overal begeleidde. Bovendien poogde zij bij herhaling hem af te brengen van de weg die hij was ingeslagen.

Mr. René Swennen, als tweede verdediger, legt uitvoerig de nadruk op hel feit dat er bij de behandeling van de zaak Desitter geen sprake kan zijn van diefstal maar wel van poging tot diefstal. De diefstal werd wel duidelijk onderbroken door een feit dat van buitenaf kwam, nl. het schot dat afgevuurd werd door André Desitter.

Mr. Julien Pierre, verdediger van Vincenzo, vraagt de vrijspraak op grond van de twijfel. Volgens verdediger poogde Vincenzo uit het milieu weg te geraken en bovendien leefde hij niet op de kap van de ziekenkas, zoals bepaalde Italianen. Hij zelf heeft steeds ontkend betrokken te zijn geweest bij de zaak Desitter en de zaak “Carrefour”. Hij kwam enkel voor het Hor van Assisen omdat hij zijn broer en Sergio Rovina onderdak bood toen zij een overval organiseerden op de spaarkas te Jemeppe en omdat hij 1500 fr. en een anorak kreeg als tegenprestatie. Hij heeft zich niet schuldig gemaakt aan bendevorming en had slechts contact met een van de bendeleden, Sergio Rovina.

Woensdagnamiddag werden de replieken gehouden. Na de replieken van de burgerlijke partij geeft de advocaat-generaal Jacques Gruslin antwoord op de rechtsargumenten die de dag tevoren werden aangevoerd in de pleidooien, nl. de definitie van diefstal en poging tot diefstal, de samenhang, de medeplichtigheid en de bendevorming.

Wanneer de beklaagden aan het woord komen volgt een verwarde uitleg van Turato over zijn ontsnapping en zijn vroegere veroordelingen in Italië. Van Paolo Veronesi komt hetzelfde antwoord. Noto verontschuldigt zich voor het incident met onderzoeksrechter Lamberts tijdens de zitting, aanvoerend dat hij iets anders bedoelde.

De juryleden krijgen 91 vragen te beantwoorden. Zij hebben betrekking op de schuld van de beklaagden bij de feiten die hen ten laste worden gelegd, de verzwarende omstandigheden en de schuld van elkeen als mededader of medeplichtige bij de beschuldiging van bendevorming.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Juni 1980

Dwangarbeid en gevangenis voor Turato en consorten

Na negen uur beraadslagen heeft de Luikse assisenjury haar vonnis bekendgemaakt.

Er werd bevestigend geantwoord op alle vragen behalve op de vraag met betrekking tot het mededaderschap van Noto in de zaak van de overval op het filiaal van de ASLK te Jemeppe, waarvoor hij medeplichtig werd bevonden. Verder maakten alle beschuldigden deel uit van een bende maar Noto had daarbij niet het inzicht diefstal met geweldpleging te plegen. Toch werd Noto schuldig bevonden aan het verlenen van onderdak aan de andere beklaagden.

In het rekwisitoor werd aangemaand blijk te geven van vastberadenheid, rekening houdend met het ernstig karakter van de feiten en de noodzaak te waken over de openbare veiligheid.

Advocaat-generaal Gruslin eiste acht jaar opsluiting voor Noto, vijftien jaar dwangarbeid voor Paola Veronesi en levenslange dwangarbeid voor Turato. Daarna kwam Mr. Dehousse nog pleiten voor Turato “die nog een kans in het leven moet geboden worden”. Hij vond vijftien jaar voldoende.

Mr. René Swennen kwam daarop vragen voor Paola Veronesi in aanmerking te nemen dat zij zelf geen gewelddaden heeft gepleegd en Mr. Pierre vroeg voor Noto rekening te houden met verzachtende omstandigheden. “Het is alleen maar een dief die voor de correctionele rechtbank had moeten verschijnen.”

Daarop kwamen de beklaagden nog aan het woord. “Ik ben 28 jaar, ik heb een kind”, zo zei Turato, “en ik mag mijn kind niet omhelzen uit vrees dat ik het zou gijzelen om te kunnen ontsnappen, het is walgelijk”, zo voegde hij eraan toe. “Men zegt dat ik intelligent ben, precies of dit verkeerd is”, zo zei Paola Veronesi. “Ik heb mijn leven doorgebracht door geboren te worden en te sterven. Twee jaar lang heb ik in de gevangenis doorgebracht. Ik heb leren nadenken.”

Noto van zijn kant kwam nog zeggen dat hij naïef is geweest.” Ik bevind me hier om mijn broer en zijn kameraden een vriendendienst te hebben bewezen.”

Na tweeëneenhalf uur beraadslagen werd het vonnis geveld. Turato krijgt 25 jaar dwangarbeid, Paola Veronesi vijftien jaar dwangarbeid en Noto drie jaar gevangenisstraf.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Juni 1980

Dader hold-up in Luik tot 30 jaar veroordeeld

Het Hof van Assisen van Turijn heeft maandag de 29-jarige Italiaan Salvatore Follino, die in 1977 in Luik een hold-up pleegde, tot 30 jaar gevangenisstraf veroordeeld. De overval had op 1 december 1977 in de juwelierszaak “De Sitter” te Luik plaats. De zoon van de juwelier, André De Sitter, werd tijdens deze overval om het leven gebracht.

André De Sitter was de winkel binnengekomen op het ogenblik dat Salvatore Follino en een handlanger, Luca Giacotto, met hun wapens zijn moeder en twee bedienden bedreigden. Het kwam tot een vuurgevecht waarbij De Sitter en Giacotto werden gedood.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 December 1983

1,589

(1 replies, posted in Overzicht Bendes)

De bende kwam in 1977 van Italië naar België om overvallen te plegen. Ze stonden in 1980 terecht voor het Luikse assisenhof. Ze werden beschuldigd van 11 diefstallen en inbraken en drie overvallen.

In 1979 was Maurizio Turato samen met een aantal andere gangsters ontsnapt uit de gevangenis van Saint-Léonard in Luik. Dit deed hij samen met Yvan Somville, Michel Anthemus en Robert Van Oirbeek. Na de ontsnapping raakte Somville betrokken bij een schietpartij in Heverlee. Turato werd in november 1979 door de Groep Diane terug gearresteerd.

Het is Maurizio Turato die - voor zover ik heb kunnen vinden - voor de eerste verklaart dat Heinrich Toumaniantz werd vermoord.

Paola Veronesi, Maurizio Turato en Vincenzo Noto tijdens het assisenproces:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/bende_20.jpg

Feiten:

In de periode van 4 september tot december 1977 heeft de bende in de Luikse regio een reeks misdaden gepleegd, waaronder:

  • 7 September 1977: overval op een ASLK-bankkantoor in Jemeppe-sur-Meuse

  • 19 November 1977: een overval op een Carrefour-warenhuis in Rocourt.

  • 1 December 1977: een overval op een juwelier in Luik. De zoon van de juwelier en een gangster komen om het leven.

Leden:

  • Lucas Giacotto (overleden tijdens overval)

  • Maurizio Turato

  • Paolo Veronesi

  • Salvatore Foline

  • Sergio Rovina

  • Vincenzo Noto

Grootwarenhuis overvallen te Luik

Zaterdag even na 18u had op het grootwarenhuis aan de Steenweg naar Tongeren te Rocourt, een overval plaats. Drie bandieten, van wie één gewapend was, wisten zich toegang te verschaffen tot de kluis waar de gelden van het warenhuis op telkens wisselende tijdstippen, meerdere malen per dag, worden gedeponeerd en weggehaald. Zij wisten een bedrag van 500.000 fr. te ontvreemden.

Omstreeks 17u bevatte de kluis echter ruim 10 miljoen fr. Politie en rijkswacht kwamen ter plaatse en sloten de parkeerruimte volledig af. Het onderzoek duurde verscheidene uren. Echter zonder resultaat. Vermoed wordt dat de gangsters met een motor zijn gevlucht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 November 1977

Zoon van juwelier gedood bij overval

Donderdag in de vooravond werd een overval gepleegd bij een Luikse juwelier. De zoon van de juwelier kwam onmiddellijk tussenbeide en schoot naar de overvallers. Die beantwoordden het vuur en troffen de zoon dodelijk. Een half uur later overleed hij in het Bavière-ziekenhuis.

De overval werd gepleegd door twee mannen, een grote en een kleine, beiden met Zuiderse trekken. Om 17u45, even voor sluitingsuur betraden de mannen de juwelierszaak in de rue des Dominicains. Op dat ogenblik bevonden er zich zes klanten in de zaak. Zij werden verplicht om tegen de muur te gaan staan terwijl een van de gangsters het uitstalraam leeg graaide.

Plots kwam André De Sitter, de zoon van de juwelier met een wapen in de hand de winkel binnen. Hij vuurde op de eerste overvaller die in de rug getroffen werd. De tweede gangster vuurde onmiddellijk terug en trof André De Sitter in de milt.

De beide mannen slaagden erin te ontkomen in een Volkswagen Golf die even verder met een medeplichtige aan het stuur geparkeerd stond. De wagen werd een half uur na de overval in de parkeerplaats Cité teruggevonden. Op dat ogenblik werd in het Bavière-ziekenhuis een niet-geïdentificeerde man met een kogelwonde binnen gebracht. Hij werd onmiddellijk naar de heelkundige afdeling overgebracht.

Er werd een klopjacht gehouden. Het parket is ter plaatse geweest.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 December 1977

Overvaller van Luikse juwelier in hospitaal overleden

Zoals in onze krant van gisteren reeds werd gemeld, werd donderdag in de vooravond een overval gepleegd bij een Luikse juwelier.

Bij deze hold-up werd de 33-jarige zoon van de juwelier André De Sitter dodelijk gewond nadat hij een van de overvallers in de borst had getroffen. De 33-jarige Italiaanse gangster, Giacotto Luca, die gewond werd, is in het hospitaal aan de opgelopen schotwonde bezweken. Na de overval had de handlanger van Luca, zijn landgenoot Vincenzo Castellano, zijn vriend in de vluchtwagen gesleept en was er vandoor gegaan.

Later werd Luca door zijn vrouw naar een hospitaal gevoerd waar hij later zou overlijden. Zijn echtgenote, Paolo Veronesi, werd aangehouden. Castellano wist echter te ontkomen. De juwelierszaak van Sitter, gelegen aan de Rue des Dominicians werd reeds vier maal door bandieten overvallen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 December 1977

Gedwongen invrijheidsstelling te Luik

De Kamer van Inbeschuldigingstelling van Luik heeft de 33-jarige Vicenzo Notto, wonende rue Jules Destrée 10/5 te Grâce-Hollogne, die normaal diende te verschijnen voor het Hof van Assisen te Luik samen met Salvatore Foline, Maurizio Turato en Paola Veronesi - allen beschuldigd van moord in december 1977 op de Luikse juwelier Desitter - vandaag donderdag in vrijheid moeten stellen.

Notto was in feite niet betrokken bij deze zaak, maar had op 7 september 1977 aan een andere overval te Jemeppe-sur-Meuse, in gezelschap van Turato en Folino, deelgenomen. Op dit ogenblik zijn laatstgenoemde twee gangsters ontsnapt uit de Saint-Leonardgevangenis.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Oktober 1979

Ontsnapte gangster na vuurgevecht aangehouden te Sint-Lambrechts-Woluwe

Na een vuurgevecht is de rijkswacht er in geslaagd na gebruik van traangasgranaten de 27-jarige Italiaanse gangster Moritzio Turato aan te houden. De aanhouding geschiedde maandagavond laat in het flatgebouw Woluwegarden aan de Woluwelaan 118 te Sint-Stevens-Woluwe (Brussel).

Op 29 augustus was hij samen met andere gangsters (o.m. Van Oirbeek) ontsnapt uit de Saint-Leonard-gevangenis te Luik. De Brusselse rijkswacht was ervan op de hoogte gekomen dat de ontsnapte Turato sinds enkele weken een appartement op de tweede verdieping van het flatgebouw betrok.

Maandagavond ging de rijkswacht bij de kerel aanbellen, doch werd er op vuurschoten onthaald. Toen werd een beroep gedaan op de Groep Diane, die verscheidene traangasgranaten in de woonplaats van de gangster gooide. Deze gaf zich tenslotte over.

De kerel bleek 50 000 fr. bij zich te hebben. Over de herkomst van dit geld wist hij geen enkele aanvaardbare uitleg te geven. In het appartement zelf werden verschillende wapens, onlangs gestolen bij wapenhandelaars, evenals een grote hoeveelheid munitie teruggevonden. Hij woonde er blijkbaar alleen.

Volgende uren bleef de rijkswacht in de omgeving van het flatgebouw. Dinsdagnacht omstreeks 1u45 werd er een BMW opgemerkt die als verdacht was gesignaleerd, bestuurd door een jonge vrouw. De rijkswachters lieten de vrouw stoppen en vroegen haar identiteitspapieren. Toen ze besefte dat ze met rijkswachters had te doen, poogde ze een adjudant omver te rijden.

Ze slaagde erin te ontsnappen. De rijkswacht schoot op het vluchtende voertuig en de vrouw werd geraakt aan de hand. Dinsdagmorgen omstreeks 6u, werd de BMW aangetroffen bij het Hilton-hotel te Brussel. De gekwetste werd door de riJkswacht opgepikt en naar het Sint-Pieters-ziekenhuis overgebracht.

Ondertussen kon worden uitgemaakt dat ze in hetzelfde gebouw woonde als de gangster, als was het dan in een ander appartement Ze weigerde tot nog toe uitleg te geven over de reden waarom ze wilde ontvluchten en poogde een rijkswachter omver te rijden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 November 1979

1,590

(20 replies, posted in Politiek & Business)

In maart 1986 sprak Hilaire Beelen voor de eerste keer met de pers.

Noot: de BBI is de Bijzondere Belastinginspectie.

Beelen: “Ik keer terug als ik mijn boekhouding krijg”

Een gesprek met de gevluchte Kirschen-vennoot is hoofdzakelijk éénrichtingsverkeer. Vragen aan de ene kant, ontkenningen aan de andere zijde van de lijn. Over zijn relatie met de vermoorde Brusselse miljonair Paul Cams, zijn rol in de financiering van de PVV, zijn klanten, of cijfers: Beelen ontkent, maar is weinig bereid nadere verklaringen te geven.

De Kirschen-vennoot wenst zich duidelijk niet bloot te geven op vele punten. Hij wil terugkomen zonder dat de vuile was voorop is gestuurd.

Moord

Alleen over de moord op Paul Cams, de liberale Brusselse industrieel die in 1981 in zijn villa in Ganshoren werd vermoord, is Beelen uitvoerig. De geruchten als zouden er sporen zijn gevonden die naar Kirschen leiden, zijn al eerder ontkend door het Brussels parket en hij kan dus vrijuit praten. En hij hoeft van de betrokkene geen tegenspraak meer te vrezen.

Met Cams zat Beelen in het Financieel Comité van de PVV: “Ik heb Cams leren kennen in liberale kringen en in de PVV zelf. Daar zijn we vrienden geworden, enfin: goeie kennissen, laat het ons zo zeggen. We hebben elkander verscheidene malen ontmoet op diners die werden georganiseerd.”

Op Cams en Beelen rustte de verdenking dat zij samen lucratieve goudtransacties hebben verricht in het buitenland. Beelen daarover: "Ik heb met Cams nooit zaken gedaan. Met vrienden doe ik geen zaken. Of ja, toch één keer. Ik heb Cams ooit een paar Krugerrands verkocht, als kleine belegging. Een stuk of tien, twaalf: helemaal officieel. Maar dat was alles. Voor de rest heb ik met hem nooit één zaak gedaan. Dat ik bij de moord betrokken zou zijn. is pure laster.”

Geen cijfers

Eénstemmig met zijn eveneens ondergedoken vennoot Leiser, ontkent Beelen dat zij de Belgische fiscus een “regeling" van 500 miljoen zouden hebben voorgesteld. Beelen: “Er zijn absoluut geen nieuwe voorstellen gedaan. Ik heb geen enkel contact gehad met de BBI. De onderhandelingen verlopen allemaal via onze verdedigers.” Beelen bevestigde wel dat zijn advocaten een lijst met bezwaren tegen de geëiste 2,3 miljard vorderingen hebben opgesteld.

Over meer precieze cijfers van de mogelijke fraude wil hij niks kwijt. Hij wil geen “realistisch” bedrag noemen. Beelen: “Hoe zou ik dat kunnen? Ik heb niet eens de boekhouding.” Over de fameuze “zwarte lijst” van beleggers die bij Kirschen werd gevonden, wil Beelen evenmin veel kwijt.

Alleen: “Daar stonden helemaal geen 800 namen op, zoals wordt geschreven. Het waren er veel minder.” Hoeveel dan? Beelen: "Daar kan ik pas op antwoorden, wanneer het gerecht onze boekhouding teruggeeft. De overgrote meerderheid waren buitenlandse diamantairs. dat wel.”

Beelen beweert ook niet te weten of een Antwerpse voetbalclub bij hem een zwarte rekening had. Hij spreekt trouwens niet over een “zwarte boekhouding”. Hilaire Beelen: “Het was een ‘parallelle’ boekhouding.”

Tweemaal Klrschen

Het Brussels parket is erg geïnteresseerd geraakt in het fenomeen dat er van 1977 tot 1981 twee firma's Kirschen op het adres in de Pelikaanstraat gevestigd waren. Men vermoedt dat dit met de fraude-kanalen te maken had.

Beelen daarover: “Nee, het ging louter om een vergissing van de notaris. Toen ik als vennoot bij Kirschen binnenkwam, is er een nieuwe akte opgesteld. De notaris heeft toen gewoon een fout gemaakt, waardoor één maatschappij erbij kwam. Dat hebben we pas nadien gemerkt en het bedrijf direct geliquideerd. Die tweede firma heeft nooit gewerkt. Er is altijd maar één kantoor Kirschen & Co actief geweest.”

Volgens berichten zou het kantoor Kirschen alleen al in 1985 675 miljoen frank geïncasseerd hebben als commissie op de zwarte renten die aan de klanten werden uitbetaald. Kirschen zou tot 5 percent commissie hebben aangerekend. “Dat is ongelooflijk overdreven”, aldus Hilaire Beelen. “Het was véél minder.” Hoeveel minder, wil hij echter niet kwijt. Noch hoeveel percent commissie er dan wél werd gevraagd.

Het is snel duidelijk dat Beelen, in tegenstelling tot zijn praatgrage vennoot François Leiser, met grote tegenzin over zijn “affaire” spreekt. Het is de eerste keer dat hij rechtstreeks en persoonlijk op de voorgrond komt. Waarom heeft hij nooit de publieke verdedigingstactiek van Leiser gevolgd? Beelen: “Ik vond het tot nu toe voorbarig om er zelf mee te beginnen, zonder dat we iets in handen hebben.”

Dat blijft ook zijn voorwaarde om terug naar België te komen: zijn boekhouding terugkrijgen, zodat hij met cijfers zijn verdediging kan opbouwen. Hilaire Beelen: "Daarom hebben we ook het land verlaten. We konden on eenvoudig niet verdedigen. We beschikten over geen enkel cijfermateriaal. De BBI heeft wél inzage van ons dossier, die hebben de boekhouding, maar onze verdediging niet. We zijn dus niet eens in staat om al die cijfers van de BBI te betwisten.”

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Maart 1986